dinsdag, maart 16, 2010

Ik schenk mij nog eens in


De winter is me te lang, ik krijg nu en dan de neiging toe te geven aan een soort van Scandinavische zwartgalligheid. Dan zie ik eindeloze bossen en van muggen vergeven zompige vlakten. Als ik door de stad loop zweven de schimmen van baardige zelfmoordenaars in schamele blokhutten om mij heen. Alweer regen, alweer een snijdende oostenwind, alweer een duisterende dag waarop je het licht aanhoudt. Zuchtend zet ik de radio aan en stuit op een journalistenforum. Een hysterische halfgek heeft het over een dreigende burgeroorlog in Nederland. Het kan voor dat soort lieden altijd nog doller. Na het programma komt het nieuws met de mededeling dat de regering 29 miljard euro moet bezuinigen omdat we het met zijn allen via onze geliefde belastingen niet meer kunnen bolwerken. En maar schimpen en neerkijken op de Grieken, terwijl het ondertussen in eigen huis ook een zootje blijkt. Dat de Grieken op eigen kracht orde op zaken kunnen stellen, daar heb ik nog wel enig vertrouwen in, ze hebben in 2004 bij de Olympische Spelen tenslotte ook bewezen dat ze tot heel wat in staat zijn dat anderen onmogelijk achtten, maar wij Nederlanders? Bewoners van een achterlijk land zonder postkantoren en stationsrestauraties, waar griepen, kankeren en overal last van hebben de nationale liefhebberijen zijn. Ik houd mijn hart vast.


Gelukkig hebben we in deze duistere tijden nog de poëzie. Ik heb er behoorlijk wat van vertaald in de afgelopen maanden. Helen Dunmore, waarvan onlangs enkele gedichten in De Tweede Ronde verschenen en van wie Ballustrada er binnenkort een zestal van opneemt. En Joanne Limburg, van wie alweer een tijd geleden gedichten verschenen in Gierik & Nieuw Vlaams Tijdschrift en van wie ik verwacht dat haar bundel Femenismo, die ik op dit ogenblik vertaal, hoge ogen gaat gooien, voor zover dat wat poëzie betreft geen contradictio in terminis is. En nu en dan is het mij zelfs gelukt om het loden wolkendek wat te verlichten door het lezen van een mooi vers of zelfs een bundel die de moeite waard is.


Er bestaat een categorie azijndrinkers in de literatuurkritiek die de schaarse kolommen die nog aan de dichtkunst worden gewijd het liefst vullen met klagelijk gemekker over de vele bundels die verschijnen (o, o, ze zouden het allemaal eens moeten lezen!) en de vloedgolf van poëzie die door het internet stroomt. Het is me toch wat, al die huismoeders en gepensioneerden die ook zo nodig moeten. Een prettig aspect van het internet is dat je zelf naar een pagina moet surfen, dat het je niet wordt opgedrongen zoals de reclamebagger op radio en tv. Wat je niet zint kun je moeiteloos kunt vermijden. Mij kunnen er niet genoeg dichtbundels verschijnen, al weet ik ook wel dat ik nooit zolang zal kunnen leven om alles wat er in de talen die ik beheers wordt geschreven te lezen. Dat is dezelfde milde frustratie die ik eens voelde toen ik in Griekenland een wijnmakerij bezocht en een kelder kreeg te zien met twee miljoen flessen rode wijn.


Zoals ik mijn wijnen proef, zo proef ik mijn poëzie. Het is heerlijk, het is drinkbaar, het is troep die door de gootsteen moet. Ik zou bij god niet weten waarom, het is de beslissing van tong, verhemelte en al of niet een kater op de volgende ochtend. Met het lezen van gedichten vergaat het mij net zo. Ik raak er van in vervoering, ik vind het 'wel aardig' of ik leg het geërgerd terzijde. De afgelopen week heb ik genoten van twee Grand Cru's onder de dichtbundels: Handkussen van de tijd van Job Degenaar en Het is niet anders van Chrétien Breukers. De laatste streelt ook het oog, vanwege de illustraties van Hans Lemmen, al blijft de inhoud voor mij belangrijker dan de fles. Ik ga mijn smaak niet uitleggen en evenmin verantwoorden, maar wie de Hollandse kou, grauwheid en hysterie een tijdje wil ontlopen zou het eens met deze boeiende bundels kunnen proberen. Ik schenk mij nog eens in.


Job Degenaar - Handkussen van de tijd. Liverse 2009.

Chrétien Breukers -Het is niet anders. De Weideblik 2010.

1 opmerking:

ventura zei

Proost heer Kees!

Wat een fraai stukje weer:-)


grtzz,


Ventura