donderdag, december 20, 2012

Late liefde


Ik lees de biografie van F.B. Hotz (Geluk kun je alleen maar schilderen) door Aleid Truijens. Hotz is een generatiegenoot van Kees Buddingh', Jan Eijkelboom en mijn vader. Een jaar ouder dan de eerste stadsdichter van Dordrecht en respectievelijk zes en vier jaar jonger dan mijn vader en Buddingh'. Hotz was geen dichter, wel een goed trombonespeler en een schitterend prozaschrijver. Vanaf zijn debuut in 1976 raakten mijn vader en ik verslingerd aan zijn verhalen. Mijn vader schreef toen columns in het blad van de Rotterdamse Schaakbond (en soms in Schakend Nederland). Ik leidde midden jaren zeventig een wat chaotisch bestaan in mijn Dordtse vriendenkring. Ik had net mijn eerste, kortstondige huwelijk achter de rug, was overdag een langharige schoolmeester in Hendrik-Ido-Ambacht en zoop mij 's avonds regelmatig een slag in de rondte in de populaire, maar idiote veronderstelling dat zulks goed was voor de dichterlijke inspiratie. Mijn vader werd door zijn kantoorbaan en door de hoon van sommige familieleden, een van zijn schoonzussen voorop, afgehouden van zijn schrijversambitie. Ik ben net aan het einde van Hotz zijn huwelijk. Hij zal nog het een en ander aan narigheid doormaken, maar ik moet het boek tijdelijk opzij leggen.

Via Visser en Centre Ville bereik ik het Dordrechts Museum. Daar is een conferentiezaal waar ik bijna een jaar geleden Griekse poëzie las, in een programma met de rebetikagroep Vinylio. Geschokt door de sfeerloze omgeving zijn de bandleden na afloop verder gaan spelen in een Grieks restaurant, waar de stemming er direct wel goed in zat. Daarna heeft het nog vele e-mails en een beschamend lange tijd geduurd voor de boekhouder van de gemeente Dordrecht hen het contractueel overeengekomen honorarium uitkeerde. De zaal leent zich beter voor lezingen, vergaderingen en debatten. Vanavond is er een debat. Een stadsdebat, georganiseerd door het lokaal journaille. Een debat over een belangrijke zaak: wel of geen nieuw stadion voor FC Dordrecht. Ik ben, met veel plezier, clubdichter van DFC, de oudste voetbalclub van Dordrecht en bijna van Nederland. De club van Kees Buddingh', maar ook van mijn overleden boezemvriend Gerrit de Wolf, die er ooit even in het eerste speelde. FC Dordrecht is de dochter van DFC. Op die dochter ben ik verliefd. Zij woont in een onderkomen dat weliswaar een geweldige sfeer heeft (dat ervoer ik pas weer op de noord-tribune bij FC Dordrecht – AZ), maar waaraan de tand des tijds voor onverantwoord verval aan het zorgen is. Voor mij is het een uitgemaakte zaak dat het nieuwe stadion er moet komen en dat de gemeente daarbij de helpende hand dient te reiken. Ik kom dat standpunt vanavond verdedigen. Ik betreed het museum daarom met de clubsjaal die ik van een oud-leerling kreeg (nog bedankt Alex Oldenziel), want dan is meteen duidelijk waarvoor ik sta. De organisatoren hebben rechtsfilosoof Thom Holterman als tegenstander van een nieuw stadion uitgenodigd. Deze vriendelijke geleerde houdt een betoog dat voor driekwart van de zaal te hoog gegrepen is en dat qua historische onderbouwing nogal rammelt. Dat krijg je als juristen zich met geschiedenis gaan bemoeien. Na het bevlogen antwoord van FC Dordrecht-voorzitter Ad Heijsman en de daarop volgende discussie, weten de voorstanders de zaal ruimschoots voor zich te winnen. De zaal is echter niet de gemeenteraad, maar als het nodig is, wil ik het ook in de raadszaal wel opnemen voor de club.

F.B. Hotz was eveneens een liefhebber van voetbal, blijkt uit de biografie. Hij ging als jong kind al met zijn opa naar de wedstrijden van het Leidse ASC. Dat was er bij ons niet bij. Mijn opa liep niet warm voor het voetbal en mijn vader had er ronduit een hekel aan. Mijn moeder dacht er anders over. Die luisterde, voor wij uiteindelijk televisie kregen, iedere zondagmiddag naar het voetbal op de radio. Ik luisterde als jochie mee en herinner mij nog de aansprekende namen uit die tijd, zoals Eddie Pieters Graafland, Abe Lenstra en Faas Wilkes. Toch is de echte liefde voor het spel bij mij pas laat gekomen, maar late liefde is bestendig en beklijft. Ook als het nieuwe stadion er onverhoopt niet zou komen.

©Kees Klok


1 opmerking:

Thom Holterman zei

De historische onderbouwing van mijn betoog rammelde. Bon. Ik heb een en ander nog eens naar aanleiding van verschillende publicaties gegroepeerd, om duidelijk te maken waarom in mijn ogen de commercialisering van sport het kapitalisme in de kaart speelt, terwijl het ons naar de afgrond helpt; zie:
http://libertaireorde.wordpress.com/2014/07/06/sport-in-het-boegwater-van-het-kapitalisme/