donderdag, februari 21, 2013

Jammer


Ik zie mezelf nog niet bij Visser met een paar vrienden door de zaak dansen. Dat zou grote verbazing wekken. Tenzij ik stomdronken ben, een staat waarin degenen die me kennen mij zelden zullen aantreffen, want voor de stoppen bij opa Klok doorslaan gaat de ingebouwde veiligheid af en val ik braaf in slaap. Gewoon met de kop tussen de pinda's en salades, in vredige rust. Zodoende heeft een Chinees mij weleens in zijn restaurant bij de Antwerpse haven 's morgens tegen een uur of vijf uit een bord bami gevist. De natuur is soms genadig, al is ze dat maar zelden. In Loxias is het volstrekt natuurlijk dat er in de late uurtjes, wanneer de rebetica de boventoon voert, iemand opstaat voor een chiftetelli of een zeibekiko. Soms gaat het hele gastenbestand met de voeten van de vloer voor een of andere volksdans. Opa Klok doet dan enthousiast mee. Ik ken alleen de chasaposerviko, maar na een fiaaltje tsipouro doe ik welke dans dan ook moeiteloos mee. In zo'n geval spreek ik ineens ook veel vlotter Grieks. Ik vind dat een wonder.

In Utrecht werd ter gelegenheid van Gedichtenweek een gratis dichtbundel met werk van het Utrechts Dichtersgilde op straat uitgedeeld. Het deed mij denken aan de Dordtboeken die een mensenleven lang geleden gratis werden uitgedeeld in de Boekenweek. Gildemeester Chrétien Breukers stuurde een pakketje voor de leden van de Dordtse Dichterskring, een sympathiek gebaar dat erg op prijs wordt gesteld. Het is een mooi vormgegeven, handzame bloemlezing, waar ik bijna dagelijks even in lees. Ik ben poëzieredacteur, geen criticus, dus verwacht van mij geen recensie, maar neem wel van me aan dat er boeiende, bijzondere en verrassende gedichten instaan. De gratis Dordtboeken kosten hier en daar een aardig bedrag in antiquariaten en op boekenmarkten. Over een mensenleven gaat deze bloemlezing, getiteld Het Utrechts Dichtersgilde gaat dwars door de stad, het in die wereld ook heel goed doen, voorspel ik. Om te weten of ik gelijk krijg moet ik minstens 111 worden. Of ik dan nog door Loxias dans of bij Visser verliefd zit te worden op meisjes 'van mijn leeftijd, alleen tachtig jaar jonger' (vrij naar Gerard Reve) is nog maar de vraag.

'Vreemdgaan doe je gewoon,' schrijft Ellen Deckwitz in haar gedicht Vincent. Ik moest aan die regel denken toen ik hoorde van een jonge vriend dat hij vertrokken is bij zijn, nog jongere, vriendin. Een stel dat mij dierbaar is en waarvan ik het erg jammer vind dat ze uit elkaar zijn. Een moreel oordeel heb ik er niet over. Ook niet als er vreemdgaan in het spel zou zijn, wat ik niet weet, maar het is het zoveelste bevriende paar dat uit elkaar gaat en dat verdriet mij. Bijna altijd als vrienden verschillende wegen inslaan verlies je er een uit het oog. Ik wil dat niet, maar het gebeurt vrijwel automatisch. Ik wil eigenlijk dat alles wat goed is goed blijft en nooit verandert. Zoals er in poffertjessalon Visser in feite nooit iets verandert, waardoor het zo'n prettig thuis blijft. Alleen, wat aan de oppervlakte goed lijkt, blijkt dat in de praktijk toch niet altijd te zijn. Een van de vele akelige kanten van de (menselijke) natuur waaraan ik nooit zal wennen.

©Kees Klok


Geen opmerkingen: