dinsdag, september 30, 2014

Brieven aan Stella (18)




Lieve Stella,

We hebben weer enkele dagen onwaarschijnlijk mooi weer achter de rug. Het gevolg daarvan is, dat ik achter ben met allerlei noodzakelijke werkzaamheden, omdat ik dan liever door de stad wandel en graag op een terras zit. Bij voorkeur op dat van Visser, waar ik als stamgast altijd een praatje heb. Vandaag is het bewolkt. Een dag om te werken. Eigenlijk moet ik fluks de tuin in, maar zo hard groeit het struweel niet meer, dus ik wacht nog even af tot de tijd van het grote winterklaar maken is aangebroken. Ik heb zojuist een inleiding over persoon en werk van Susan Wicks geschreven, voor de Poëziekrant, waarin in het voorjaar zes vertalingen verschijnen uit haar bundel Night Toad. Ze hoort, net als John Burnside en Moniza Alvi tot de New Generation Poets. Ik werd door Moniza op Susan attent gemaakt. Ze schrijft poëzie die mij goed ligt, anders zou ik die uiteraard niet vertalen. Ik begin niet aan werk waarmee ik te weinig affectie heb. 

Ik herinner mij het Elzenveldfestival van 2003, die zonovergoten dagen in Antwerpen, waaraan ik als vertaler van Moniza meewerkte. Voor jou was het leuk om met haar kennis te maken, omdat je bezig was een aantal van haar gedichten in het Grieks te vertalen voor het blad Entefktirio. Alle deelnemers logeerden in het voormalige klooster Elzenveld, waar onze kamer bijna even groot was als de hele benedenverdieping van ons huis. Het was een prachtig festival, er werden zelfs nog een paar exemplaren van Het land aan mijn schouder, mijn bundel vertalingen van Moniza, verkocht. Het festival heeft nog een paar jaar bestaan, maar op een gegeven ogenblik hoorde ik er niet meer van. Vorig jaar zag ik organisator Gerd Seghers bij Poetry International. Het Elzenveld heeft nieuwe eigenaren, begreep ik, die het meer zochten in de commercie, zoals hij zei.

Misschien dat de komende publicatie mij een beetje motiveert om weer poëzie te gaan vertalen. Ik vind het geweldig leuk en eigenlijk ook wel spannend werk, maar om de een of andere reden kan ik mij er al een hele tijd niet meer toe zetten. Misschien komt het omdat ik mij op het ogenblik veel met proza en weer met geschiedenis bezighoud. Niet zozeer de Griekse geschiedenis, maar de lokale. Ik kreeg van Erik Rovers, een oud-leerling, de scriptie toegestuurd waarmee hij aan de Leidse universiteit is afgestudeerd. Die gaat over de Scheepvaart-enquete van 1873 en maritiem Dordrecht. Daardoor ben ik in de Dordtse geschiedenis van de negentiende eeuw gedoken, die mij bijzonder boeit en je kunt nu eenmaal niet van alles tegelijk doen. Ik ben al veel te veel versnipperd bezig. Neemt niet weg dat ik graag meer van Susan Wicks zou willen vertalen en ook wel weer eens wat gedichten van Moniza Alvi. Van vertalen uit het Grieks zal het wel nooit meer komen. Samen hebben we mooie vertalingen gemaakt, maar zonder jou begin ik er niet aan, daarvoor is mijn kennis van het Grieks niet gedetailleerd genoeg en er zijn zoveel betere vertalers dan ik.

Ik loop dan wel achter op mijn programma, maar ik heb mij toch getrakteerd op een film in The Movies, de mooie bioscoop die ruim een jaar geleden is geopend. Ik heb mijn hele leven al de gezonde eigenschap om in drukke perioden alles onbekommerd opzij te schuiven en een boek te pakken, naar de film of het theater te gaan, of aan de waterkant te mijmeren. Ik heb Dorsvloer vol confetti gezien, gebaseerd op het gelijknamige boek van Franca Treur. Dat boek, dat speelt in bevindelijke kringen in Zeeland, heb ik met veel genoegen gelezen. Dan neem je een risico door de film te gaan zien. Die kan zwaar tegenvallen en de film op je netvlies, die je al lezend hebt gemaakt, behoorlijk beschadigen. Dat was hier niet het geval. Ik vond hem goed. Vooral de hoofdrolspeelster (Hendrikje Nieuwerf) stal mijn hart. Ik ben niet opgegroeid in reformatorische sferen, maar geestelijk gewassen op een dieet van zes jaar vrijzinnig protestantse zondagsschool, waar wij een tijdlang een juffrouw met een horrelvoet hadden, en een jaar of drie remonstrantse catechisatie, zodat het ondanks mijn afkeer van religie met mijn kennis van de tien geboden wel goed zit. Ik bedoel, ik kan niet helemaal beoordelen of de film die sferen goed neerzet, maar ik denk van wel. Ik las op Franca's Facebookpagina dat zij er ook tamelijk tevreden over was.

Ik moest tijdens de bioscoopreclame denken aan de films die wij samen in Griekenland zagen. Vaak in een van de openluchtbioscopen, als het weer het toeliet en dat deed het in de zomer vrijwel altijd. Heerlijk om op zo'n zwoele avond buiten een film te zien. Drankje erbij, een sigaartje of een pijp. En dan later met jou thuis op het balkon nog wat nagenieten. Op een avond wachtten we op de bus naar Ano Toumba. Er stopten twee busjes met Nederlandse nummerplaten. Ze waren afgeladen met mensen en spullen. Een man sprak ons in zeer gebroken Engels aan. 'Spreekt u maar Nederlands hoor,' zei ik. Het bleken twee Turkse families uit Alblasserdam, bijna buren dus, die van de periferiako, de rondweg, waren geraakt. We wezen hen de weg terug. 'Op de rondweg moet je de borden 'Athene' volgen en daarna nog een aantal kilometers, tot je een afslag 'Evzoni' ziet. Daarna volg je die.' We zeiden ook nog dat het handig is te weten dat de Grieken nog altijd 'Joegoslavië' op de richtingborden hebben staan. Ik weet eigenlijk niet of dat nog steeds zo is. Ik rijd erg weinig auto in Griekenland en ik heb er niet op gelet, maar het verhaal speelt natuurlijk dik twaalf jaar geleden.

In een Twents dorp is bij een evenement met een monsterachtige truc een aantal mensen geplet. Een akelig ongeval met doden en gewonden, maar waarom dat een dag lang, wat heet, dagenlang moet worden uitgemolken door de media, ontgaat mij. Zoals het mij ook ontgaat waarom iemand die enigszins bij zinnen is bij zo'n evenement wil gaan kijken. Het is natuurlijk het spel van de kijk- en luistercijfers, de oplagecijfers en de aangeboren sensatiezucht van de mens. Aan de ene kant de breiende en beppende vrouwtjes rondom de guillotine en aan de andere de bankrekening. Ik heb ook menigmaal meegedaan aan het voeden van de waan van de dag, als ik weer eens een snelle 'update' over de toestanden in Griekenland de ether instuurde. Griekenland is een beetje uit de belangstelling, zodat half Nederland gelooft dat het daar alweer geweldig goed gaat, daarom word ik minder gebeld. Maar ik houd het ook een beetje af tegenwoordig. Ik wil best ergens commentaar op geven als ik dat kan doen als historicus, vanuit de historische achtergrond dus, maar al die vragen over de stand van de economie en over uit vuilnisbakken etende daklozen, houd ik voor gezien.

Weet je nog dat ik in 1992 of '93 een keer werd uitgenodigd bij ERT 3 radio, om in de uitzending een toelichting te geven op de ruzie tussen Athene en Skopje over de naam 'Macedonië'? Ik sprak nog maar heel gebrekkig Grieks. Er moet een opname van zijn, ergens tussen de cassettebandjes, maar er zijn dingen die ik nooit meer wil terughoren. Nu zou mijn Grieks wel toereikend zijn, grotendeels dankzij jou, maar inmiddels ben ik zo allergisch geworden voor nationalisten, dat ik er niet meer aan zou beginnen.

In gedachten, altijd,

Kees



Foto: archief auteur


Geen opmerkingen: