zaterdag, mei 02, 2015

Brieven aan Stella (51)




Lieve Stella,

Wat een overgang weer van de rust op Skyros naar het geraas van Thessaloniki. Ik moest even overschakelen nadat ik was geland en bij zo'n laagvlieger in de taxi belandde, die weer over de rondweg stoof alsof hij in z'n eentje op een circuit reed in plaats van op een drukke verkeersweg. Om half zeven was ik in het Schrijfhuis. Direct maar de koffer leeggemaakt, naar Nederland gebeld en daarna naar Loxias gegaan, waar ik keftedakia met paddestoelen heb gegeten. De reis stelde niets voor, twee keer een half uurtje vliegen en we hoefden er niet vroeg voor uit bed, maar toch was ik na het eten afgedraaid. Ik ben voor mijn doen vroeg naar huis gegaan en m'n bed ingedoken. Het zal de verandering van rust naar drukte zijn geweest. Ik ben niet zo van verandering, misschien heeft dat ook invloed op mijn gestel. Toch dringen de veranderingen zich op in het Schrijfhuis, met al die dozen die moeten worden gepakt en de vele formulieren die moeten worden ingevuld en - vanzelfsprekend - door de autoriteiten worden gestempeld. Maandag gaan we op stempels uit, want morgen is het 1 mei. Dan is alles gesloten en daarna is het weekeinde.

Het was weer heerlijk op Skyros, al was de temperatuur wat aan de lage kant. Het woei nogal en het zeewater is natuurlijk nog koud. Bovendien heeft de lente dit jaar wat moeite om op stoom te komen, na een voor Griekenland uitzonderlijk koude winter (ik zag foto's van Skyriaanse jongedames die sneeuwballen gooiden op de platia). De laatste twee dagen steeg de temperatuur en werd het echt terrasweer.

Hoewel ik geen enkele aanleiding hoef te hebben om Skyros te bezoeken, was er dit keer wel een: de herdenking van de honderdste sterfdag van Rupert Brooke, op 23 april. Dat is ook het feest van Agios Yorgos (St. Joris), beschermheilige van Skyros én van Engeland. Op de avond van de 22e werd daarom een processie gehouden, waarin de icoon van Agios Yorgos werd meegevoerd tot aan het klooster dat zijn naam draagt en dat op het hoogste punt van de stad ligt. In 2001 werd het bij de aardbeving die ons deed afzien van ons geplande bezoek aan Skyros, zwaar beschadigd. Nu is de restauratie voltooid en werd de processie voor het eerst in veertien jaar weer gehouden. De icoon werd begeleid door matrozen van de marinebasis bij Tris Boukes, vlakbij de graftombe van Brooke. In het klooster werd een mis opgedragen door de despotis van Kimi, een breekbare, oude man, die via een bouwlift naar boven werd gehesen. Op zo'n platform, zonder hek of iets, veertig meter omhoog, zou een nachtmerrie zijn, vanwege mijn hoogtevrees, maar de despotis stapte er gewoon op. Weliswaar begeleid door twee stevige Skyrianen, maar toch... Tijdens de mis werd wijn, gegoten in een soort van cisterne, gezegend en onder de aanwezigen rondgedeeld. Ronald Peters, de man van wie ik die mooie tekening van Otto Dicke kreeg, met onderschrift van C. Buddingh', en ik werden gul bediend. Het smaakte nog aardig ook. Een beetje mousserend, wat wel door die zegening zal komen. Ik heb volop gefotografeerd met mijn nieuwe camera. Het meest in het oog sprong een agente, die ik al een paar jaar zie op Skyros, in haar uniform. Jarenlang vond ik meisjes in politie- of legeruniform een beetje beklagenswaardig, maar mijn smaak begint kennelijk te veranderen. Ik vond haar opwindend, net als de beeldschone, vrouwelijke onderofficier die de volgende dag bij de herdenking van Brooke liep te filmen. Zou ik er een nieuwe ondeugd bij hebben?

Na het uitdelen van de wijn zijn Ronald (die ook in het Achilleion verblijft) en ik teruggegaan naar Aspous, want je weet nooit hoe lang die orthodoxe rituelen doorgaan. In Aspous aten we, ik zou haast zeggen uiteraard, bij O Lambros, waar sinds oktober niets is veranderd. Dezelfde hartelijkheid en gastvrijheid, dezelfde uitstekende, zelfgemaakte wijn en heerlijk de enorme open haard aan. Dat was welkom, want we hadden het langzamerhand nogal koud gekregen. Er is wel iets veranderd in Aspous: die aardige mevrouw Trakou is door de huisbaas uit haar winkeltje gezet. Het wordt nu door die man zelf uitgebaat, maar ik mis ons praatje bij het boodschappen doen. Ik heb haar ik niet gezien deze week. Misschien is ze naar elders vertrokken. Ik ben vergeten om het aan Roos te vragen.

De volgende dag om één uur was de herdenking bij het graf van Brooke. Een mooie, waardige ceremonie. De Griekse luchtmacht had voor een erewacht gezorgd, wat een bijzonder cachet gaf. Een anglicaanse dominee uit Athene, die qua type zo in een aflevering van The Midsummer Murders zou kunnen, leidde de dienst. Een tikje merkwaardig, want Brooke had niet veel op met religie. Hij deed het wel goed, met in zijn preek de nadruk op verzoening. De Britse ambassadeur hield een toespraak en meneer Maybin van de Rupert Brooke Society las een gedicht voor. Een trompetter van de Griekse marine blies de Last Post, wat mij ontroerde, waarna een aantal kransen werd gelegd. Door de ambassadeur, de gouverneur van Sterea Ellada, de burgemeester, de commandanten van de marine- en luchtmachtbasis, de Amerikaanse militaire attaché (dat bleek verrassenderwijs de meneer die naast mij in het vliegtuig zat) en een aantal organisaties, waaronder uiteraard de Brooke Society. Er was geen Franse vertegenwoordiging, hoewel Brooke op een Frans hospitaalschip is overleden. Na de plechtigheid met Ronald gegeten in Linaria, omdat we 's avonds om zeven uur weer bij de opening van de Brooke-tentoonstelling in de lagere school moesten zijn. Daar was na afloop een buffet. De enige avond dat we niet bij O Lambros aten.

Voor die Skyrianen die in hun beste pak naar de opening van de tentoonstelling kwamen, was het afzien. De toespraken werden niet binnen gehouden, maar op het schoolplein, waar het na zonsondergang sterk afkoelde. Op de een of andere manier had ik het voorvoeld en een trui aangetrokken onder mijn colbert. Ik droeg ook een hoed en een sjaal, maar zelfs daarmee kreeg ik het na anderhalf uur langzamerhand koud zodat ik blij was mij na het doorknippen van het lint (door ambassadeur en burgemeester) binnen wat te kunnen verwarmen. Ik had te doen met de vrouwen in zomerjurken. Het buffet was voortreffelijk, met een keur aan traditionele gerechten en dranken. De tentoonstelling was evenwichtig en informatief. Niet alleen over Brooke, maar ook over de geschiedenis van de periode. Opgezet door de Britse ambassade, die er vast een historicus heeft bijgehaald.

Ik heb op Skyros minder geschreven dan ik mij had voorgenomen, maar des te meer gefotografeerd. Een aantal foto's zal nog wel aanleiding geven tot een kort verhaal of cursief. Ik denk er ook aan mijn volgende column voor het Griekenland Magazine aan de Brooke-herdenking te wijden. In de loop van de week ben ik met Ronald (een fervente Skyrosliefhebber, die ik, hoewel hij uit Rotterdam komt, op het eiland heb leren kennen) op een aantal plaatsen gaan fotograferen. Zo heb ik weer over de bergweg van Pefkos naar Agios Fokas gereden: nauw, vol gaten en steeds dat ravijn, maar wel met schitterende panorama's. Misschien moet ik hem eens een keer lopen, maar dan moet ik eerst wat aan mijn conditie doen. Ik heb wel weer de wandeling van de platia in Skyros-stad naar Aspous gemaakt in maar vijftig minuten, maar dat is grotendeels helling af, met een flink stuk vals plat in het midden. Toch is het een mooie tijd voor die afstand.

Op zaterdag zijn we met Roos en de meisjes naar Kavos gereden, een schilderachtige bar met een mooi uitzicht op Linaria, waar we uitgebreid koffie hebben gedronken. Leuk dat Lara en Olivia even vlot Nederlands als Grieks spreken. Heel verstandig van Roos om hen tweetalig op te voeden, want je weet niet of ze wel een toekomst hebben in Griekenland. De economie ligt in puin, de sociale structuur is aan alle kanten aan het scheuren en door de keiharde en onredelijke opstelling van Noord-Europa, helaas ook van hypocriet belastingparadijs Nederland, ziet de nabije toekomst er inktzwart uit. Het zal je maar overkomen: opgroeien op een idyllisch eiland, maar door bittere armoede je heil elders moeten zoeken, waar je met de nek wordt aangekeken als 'gelukzoeker.' Hoeveel generaties Grieken is het niet al overkomen? Dat er vanuit Nederland ook talloze 'gelukzoekers' zijn vertrokken, dat zijn de schreeuwlelijkerds over immigranten al lang vergeten. Of ze hebben het nooit geweten, want meer dan ook gaat het gezegde 'holle vaten bommen het hardst' op.

Je begrijpt dat de week is omgevlogen en dat ik nu al met een zekere weemoed terugdenk aan de Skyriaanse terrasjes. Dit keer zijn we regelmatig bij Agora geweest aan de platia, waar een jongedame werkt die bij mij op Facebook zit. Ik heb haar een exemplaar van mijn Griekse dichtbundel cadeau gedaan. In café Oinos, tegenover de pizzeria, heb ik ook een exemplaar achtergelaten. Ze hebben er een boekenkast en leestafel voor de klanten. Ik weet niet of iemand het gaat lezen, maar kwaad kan het niet. De popes op Skyros zullen niet blij zijn met sommige van mijn gedichten.

In gedachten, altijd,

Kees

Thessaloniki, 30 april 2015

Foto: auteur


Geen opmerkingen: