donderdag, augustus 27, 2015

Wangedrocht




De Groenedijk is een onlosmakelijk deel van mijn jeugd. Ik genoot op de mulo-Groenedijk mijn klassieke opleiding. Vijf jaar deed ik daar over, omdat in de tweede klas iedere lust tot leren ten onder ging in hormonaal bepaalde opstandigheid en gebrek aan werklust. Ik geloof dat ik dat jaar op mijn overgangsrapport voor mijn beste vak, Engels, dat mij als peuter al met de paplepel was ingegoten, een drie had. Engels spreken kon ik beter dan de leraar, maar op grammatica en spelling keek ik met een kortzichtige verachting, eigen aan mijn leeftijd, neer. Na dat jaar keten hing een verbanning naar koekjesfabriek Victoria boven mijn hoofd. Genoeg om aan te gaan pakken. Drie jaar later slaagde ik met vier negens, twee achten en een zeven voor de echte vakken en met een vier voor wiskunde, maar dat was natuurlijk de schuld van de leraar. Ik bracht het tenslotte na een lange omweg tot doctorandus in de geschiedenis. Mijn tekenleraar eindigde als professor in de economie, want je hebt altijd baas boven baas.

Op mijn dagelijkse wandeling loop ik graag langs het schoolgebouw, dat er nog steeds staat. Het lijkt veel kleiner dan toen wij er als leerlingen rondliepen. Alleen de boom waarachter wij in de pauze stiekum stonden te roken is groter geworden. Als je werd gepakt moest je op woensdagmiddag corvee doen. De meeste herinneringen aan die school zijn goede. De vervelende zijn inmiddels weggeborgen in de kelder van mijn geheugen. Ik heb nog veel vrienden uit die tijd, dat zegt genoeg. Alleen is het met het mooiste meisje van de klas nooit gelukt. In die tijd schaakte ik in plaats van te voetballen.

Vaak liepen we in de pauze de Groenedijk op (de straat helt) naar waar hij eindigt op de Noordendijk. Daar was een snoepwinkeltje. Links zag je dan de enige molen die Dordt resteert, de Kyck over den Dyck. Waar dat snoepwinkeltje stond verrijst op het ogenblik een gedrocht, een monsterlijke bak, die volstrekt detoneert met de omgeving. Zelfs met het weinig fraaie woningblok op de Noordendijk, tegenover het Energiehuis. Er wordt een megabioscoop gebouwd. Afgezien van de vraag of Dordrecht daarop zit te wachten, kun je je afvragen waarom die in 's hemelsnaam zo gruwelijk lelijk moet zijn. Het zal wel met 'functionaliteit' te maken hebben. Het toverwoord waarmee hedendaagse architecten hun onheil stichten. Het ding is nóg lelijker dan de Rotterdamse Schouwburg en de daar tegenover gelegen doos van Pathé.

In zijn boek Mijn Nederland schrijft Geert van Istendael: "Een doos van Tupperware is mooier dan een nieuw gebouw in Nederland." Dat geldt zeker voor dit wangedrocht. Het imago van Dordrecht is er de laatste jaren op vooruit gegaan. We zijn een toeristenstad aan het worden en inderdaad, we hebben bezoekers veel moois te bieden, maar natuurlijk moet de naam van Dordrecht niet te hoog opschieten in de vaart der volkeren. Dan is die gruwel tussen Villa Augustus en het Energiehuis een effectief tegengif.

Foto: auteur



1 opmerking:

Hans Valk zei

Die bioscoop wordt een fors gebouw. Maar dat is het naburige Energiehuis ook. En dat is echt een gebouw met een puur functionele vormgeving. Het bepaalt bovendien, samen met het kantoorgebouw dat er tegenover staat, de schaal van de omgeving.
Te groot kun je die bioscoop in die context niet noemen.
De bioscoop is nog niet af. De beplating die op je foto te zien is, wordt niet de uiteindelijke buitenhuid van het gebouw. Het plein dat nu ontstaat wordt binnenkort heringericht.

Je bent, kortom, een tikkeltje voorbarig met je kritiek, lijkt mij.
Het foeteren op nieuwe gebouwen lijkt zo langzamerhand een Dordtse specialiteit te worden. Maar misschien moet er in dit geval toch even worden gewacht op de eindsituatie.