dinsdag, september 20, 2016

Korte broek




Ik zit in de lobby van mijn Amsterdamse hotel, waar net een buslading toeristen arriveert. Ik neem aan dat het toeristen zijn. Er is, voor zover ik weet, geen conferentie gaande. De bar op de eerste verdieping is verlaten en onbemand. De inrichting lijkt op die van het net met ontoereikende middelen opgeknapte collegezaaltje waar we Koude Oorlog kregen van Maarten van Rossem. Het is alleen niet rokerig, zoals in die dagen. Halverwege werd gepauzeerd en gingen de ramen open om te luchten. Die colleges werden ook bezocht door studenten Engels, veelal meisjes, die ik graag uitlegde waar Warschau lag, of Praag, want er hing nog wel iets van een IJzeren Gordijn, maar aardrijkskunde was al als verplicht vak uit het eindexamenpakket.

Het is buiten amper zestien graden, maar het aantal mannen in korte broek is moeilijk te tellen. Ik begrijp niet wat een man bezielt om in een korte broek te gaan lopen. Het maakt infantiel, evenals het dragen van een honkbalpetje of een capuchon. Vooral die drie samen, wekken medelijden, al zegt Claire dat ik bevooroordeeld ben en dat een korte broek mij best zou staan. Claire, met haar modellenbenen, ziet er geweldig uit in korte broek.

Een van de toeristen, een middelbare man, wil de lift nog in terwijl de deuren al dicht gaan. Zijn kop raakt een tel beklemd. Als de deuren terugschieten, klettert zijn bril op de grond. Ik moet ineens denken aan het bijbelverhaal over de Onnozele Kinderen. Gisteren is een jonge vriend en oud-leerling getrouwd. Ik was getuige. Het was een verblijdende plechtigheid. Een rooms-katholieke, met muziek en nu en dan applaus van het publiek. Ik was niet in korte broek en geraakte na het feest niet met mijn kop tussen de liftdeuren.

Foto: auteur





Geen opmerkingen: