dinsdag, oktober 17, 2017

Sneeuw



Halverwege mijn wandeling kom ik Claire tegen. 'Ik denk dat het gaat sneeuwen,' zegt ze. We lopen samen op. Ze zegt dat de kou op haar oren slaat. Ze draagt haar kloeke muts niet. Ze heeft mij gisteren gezien, lacht ze, bij de Griek, maar ze had geen tijd om binnen te komen. Haar zus en daarna haar moeder. We vinden dat het tijd voor de lente wordt, voor het terras en voor een wandelvakantie door Ierland. Daarna vertelt ze over een foute man op Facebook. Er zitten veel foute mensen op Facebook, dat zelf misschien ook wel niet deugt. Het is een loerend monster, dat veel te veel weet. Op een dag worden we van ons bed gelicht.

We komen bij haar straat, die vol afvalzakken met plastic ligt. Ze zijn nog niet langs geweest. Ik schop er een paar voor haar opzij. Hadden ze maar eerder langs moeten komen. 'Heb je een paraplu bij je?' vraagt ze. 'Leen er maar een van mij.' Ik wil geen paraplu lenen. Ik denk niet dat het gaat sneeuwen.

We spreken af waar we straks gaan eten. 'Als het lukt,' zegt ze, 'anders bestel jij maar vast voor jezelf.' Ze gaat naar binnen. Heel even komt de zon tussen de wolken tevoorschijn, maar even snel trekt de lucht weer dicht.

Foto: auteur




dinsdag, oktober 10, 2017

Rebetika



Omdat ik geen zin had om naar de benedenstad te gaan, zit ik in het kleine restaurant om de hoek bij het Tijdelijk Schrijfhuis. Het is er nog rustig. Ik ben vroeg voor Griekse begrippen, maar ik ben het verleerd om 's avonds pas na een uur of half tien te gaan eten. Een tijd geleden, op Cyprus, maakte ik een uitzondering. Toen ging ik heel laat met vrienden uit eten, na een rebeticaconcert. Als ik wil wegdromen naar de jaren dat ik met Stella door Griekenland reisde, luister ik naar rebetica. Als ik in een sombere bui ben, zet ik klezmer op. Dat helpt. Daarom wil ik klezmer op mijn crematie. Iedereen swingend achter de kist aan. Op Cyprus had het late uur mijn trek verdreven. Ik vulde de ruimte in mijn maag met wijn en wat kruimels geitenkaas.

Ook hier klinkt rebetica. De taverniaris zingt af en toe mee, hard, maar zuiver. Een geschoolde stem. Ik moet denken aan Zorbas, waar ik altijd eet als ik in Athene ben. Er hangt een portret van Frans van Hasselt, meer dan vijftig jaar, tot zijn dood, NRC-correspondent in Griekenland. Ik reisde af en toe vanuit Thessaloniki naar Athene, alleen om met Frans bij Zorbas te eten. Hier geen portretten, maar wel veel foto's van de buurt, Agios Pavlos, in de jaren vijftig. Ik zie een bus waaruit zomaar Louis de Funet zou kunnen stappen. Ik luister naar de muziek en zie Stella voor mij. We eten in een taverna in Sparta, na een wandeling door de Byzantijnse ruïnestad Mistras. Even later zijn we in Skala Prinou op Thassos, in een idyllische achteraftent met een nare ober die naar zwerfkatten schopt. Frans nam iedere avond twee blikjes kattenvoer mee voor Frosso, de vrouw die de terrassen langs ging met bloemen en zich over de buurtkatten bij Zorbas ontfermde.

Er komt een stel binnen met een jongetje van een jaar of twee. De kleine Miltos wil niets liever dan door de zaak rennen en schreeuwt door de muziek heen. Zijn ouders hebben hun handen vol aan hem. De taverniaris brult over het leed van de liefde en het eenzame gevangenisbestaan. Ik bestel nog een glaasje tsipouro. Het beeld van Stella begint te wijken, maar het is nog geen tijd om afscheid te nemen.

Foto: auteur


dinsdag, oktober 03, 2017

Verleden



Ik heb meer met het verleden dan met het heden. Dat komt door tante Christien. Een vriendin van mijn oma en een groot kindervriend. Ik mocht vaak bij haar spelen. Een nachtje logeren was een hoogtepunt. Ze vertelde altijd over vaderlandse geschiedenis. Toen ik naar de kleuterschool ging was ik al volkomen vertrouwd met figuren als Jan van Schaffelaar, Willem de Zwijger en Michiel Adriaansz de Ruyter.

Vanaf mijn eerste stukje in de schoolkrant van de mulo, beschouwde ik mezelf als dichter en schrijver. Al maakte ik toen vaak romantische rijmpjes voor meisjes waarop ik verliefd was, maar die ik dat als verlegen puber niet durfde vertellen. Eén keer zou ik naar Heerjansdam fietsen, waar een lieftallig klasgenootje woonde, om een zwijmelende blik op haar kamerraam te werpen. In Zwijndrecht begon het te stortregenen. Dat betekende het einde van een ontluikende liefde.

Omdat met dichten weinig of niets te verdienen viel, ben ik historicus geworden. Ik kijk nog altijd met grote belangstelling achterom. Tot 2010 gaf ik ook geschiedenisles. Daarbij vertelde ik vooral verhalen, al mocht dat eigenlijk niet meer van de 'vernieuwers' op het ministerie. Die kregen in gedachten een dikke middelvinger. Tot het uiteindelijk te bar werd. Toen ben ik gestopt om alleen nog maar te schrijven. Over veel verleden en weinig waan van de dag.

Foto: archief auteur


vrijdag, september 29, 2017

Mussen



Het is een vergulde najaarsdag. Ik fiets via de Schapendijk naar de Kop van 't Land. Eigenlijk heet de Schapendijk Wantijdijk en uiteindelijk kom je op de Zeedijk, maar er is geen Dordtenaar die niet weet wat ik bedoel. Ik noem het deel van de Spuihaven tussen de Johan de Wittbrug en de St. Jorisbrug ook altijd Vriesehaven. Het heeft nog niet geleid tot de Apocalyps. Dat die op griezelige wijze naderbij komt ligt aan een oude man met raar strohaar en een veel jonger, vetzuchtig kereltje met een pruimenmondje dat iets heeft van de gleuf in een spaarvarken, die elkaar nu al weken bedreigen met de totale vernietiging. Ik ga er niet direct vanuit dat dit mijn laatste fietstochtje is, maar helemaal gerust ben ik er ook weer niet op. Onlangs heeft een dronken idioot in een café op de Voorstraat geprobeerd een barman met een hamer dood te slaan. Op alle niveaus deugt de mensheid maar matig, maar het vriendelijke huiskamercafé Fluitekruid is voor zulke neanderthalers te ver fietsen.

Het verbaast me dat het open is. Op maandag is er nogal wat horeca gesloten. Als vrienden van over de rivier mij willen bezoeken, roep ik altijd 'niet op maandag, dan is Dordt doder dan de Dode Zee.' Ik heb in het weekeinde een hoeveelheid korenwijn en een bierfestival achter de rug. De broekriem spant een beetje. Daarom houd ik het maar op koffie. Lekker uit de wind op het terrasje, met verderop het zachte gebrom van de pont naar Werkendam. Ik herinner mij een foto, op dat pontje, van Annemarie, mijn eerste vrouw en nog steeds een goede vriendin. Het was in de dagen dat ik nog zwartwit fotografeerde. Dan kon ik de boel zelf afdrukken. Kleurenfoto's waren mij te ingewikkeld. De jaren vijftig, toen ik nog heel klein was en kleurenfotografie allerminst gangbaar in de familie, noem ik de zwart-witte jaren, lees mijn boek Op koers er maar op na.


In de jaren vijftig werden er volop kernbommen uitgeprobeerd in de Stille Oceaan. Het was de tijd dat sommige longartsen reclame maakten voor het roken. Dat zou zegenrijk werken als je astma had. Het milieu moest nog worden uitgevonden. De mensen waren te druk bezig met het land opnieuw op te bouwen na de Tweede Wereldoorlog. Dat de oorlogsindustrie in Amerika vrolijk doordraaide, alsof Adolf Hitler in Berlijn nog steeds bezig was veertienjarige soldaatjes in de wang te knijpen, werd alleen door erg linkse rakkers bekritiseerd en naar erg linkse rakkers werd nog niet geluisterd. Je mocht geen seks hebben voor het huwelijk en als katholiek geen condoom gebruiken. Je had wel De Lach, een 'vies blaadje' dat uit de leesmap werd gehaald vanwege de kinderen. Onzedige vrouwen in bikini, genoemd naar het eiland waar veel van die kernproeven werden genomen.

Er fladderen volop vrolijke, bijna tamme mussen om mij heen. Grappige, hondsbrutale beestjes. In mijn tuin in de stad zie ik ze niet zo vaak meer. Ze zijn wat monochroom. Vogels uit de jaren vijftig.

Foto's: auteur


dinsdag, september 26, 2017

Middeleeuwen



Ik kijk uit het raam van mijn hotel in Brugge. Overal middeleeuwen om mij heen. Iemand, ik weet natuurlijk weer niet wie, heeft gezegd dat Brugge het Florence van het noorden is. De middeleeuwen druipen. Boven de stad hangt een droefmakend wolkendek. Binnen toont de televisie beelden van een terreuraanslag, ergens ver weg. De doden liggen verspreid op straat.

Ik moet denken aan Claire en aan het kind. Ze zijn niet eens ver weg, maar ik kan niet zomaar bij hen langs fietsen. Ik onderneem de reis alleen. Ik draag mijn middeleeuwse lot onder een stoïcijns masker. Waren het werkelijk de middeleeuwen, dan zou de terugreis zeker een week vergen. Als ik een paard bezat.

Na de aanslag komt een horde tierende mensen in beeld. Ze zijn tegen iets, dat ik heb gemist. Ik ben een onoplettende leerling. Ze steken vlaggen in brand en slaan met spandoeken in op de politie. Ik ga ontbijten. Er is een ruime keuze aan brood, beleg, fruit en dranken. Iemand brengt mij thee en een gekookt eitje. Daarna kom ik terug in de kamer. Buiten druipt het nog steeds. Ver weg liggen de doden nog altijd verspreid op straat. Ik denk aan de middeleeuwen, die voortleven in de prachtige Gotiek van Brugge en in verwerpelijk geloofsfanatisme dat tot moord en doodslag leidt.

Foto: auteur


maandag, september 25, 2017

Wie het weet, mag het zeggen



Ik heb het al eerder gezegd: ik ben een radioman. Ik kijk weleens televisie, maar de radio is mijn medium. Soms schrik ik. De radio staat aan. Het Kamerlid Ronald van Raak is aan het woord, van de SP, die partij die zijn Kamerleden een deel van hun wedde in de partijkas laat storten, zodat het de enige club is waaraan wij belastingbetalers extra bijdragen. Wat dat met democratie te maken heeft weet ik niet. Misschien is het socialistisch. In ieder geval is het uitgekookt.

Ronald van Raak heeft het over referenda. Hij is daar erg voor, want referenda, die drukken de wil van het volk uit. 'Tweederde van het volk was tegen het Oekraïneverdrag!' roept hij. Ronald van Raak is slecht geïnformeerd of hij liegt. Bij dat referendum stemde 32% van de kiesgerechtigden en van die 32% stemde 39% voor het verdrag, 61% tegen. Hoezo tweederde van het volk, meneer Van Raak?

Ik heb nog nooit gestemd bij een referendum. Referenda zijn de dood in de pot voor de democratie. Ik ben ooit afgestudeerd bij Maarten van Rossem. Ik ben niet zo heel erg gecharmeerd van de rol die hij soms in de media speelt als droogkomiek, maar dat neemt niet weg dat hij een buitengewoon scherpzinnig en verstandig historicus is en doorgaans uitstekend geïnformeerd. Van Maarten heb ik geleerd dat referenda een slecht idee zijn. In mijn woorden: de waan van de dag speelt altijd een hoofdrol, sommige kiezers zijn simpelweg te dom om zich een gefundeerd oordeel te vormen en anders ontbreekt veelal de tijd om je diepgaand in een onderwerp te verdiepen (wie heeft de duizenden pagina's uit het Oekraïneverdrag bestudeerd voor het stemmen?). De meeste onderwerpen lenen zich niet voor een referendum, omdat die veel te gecompliceerd zijn voor een ja of nee. Het gaat tenslotte niet over een pisbak op het dorpsplein.

Een groot gevaar bij referenda vind ik de kwalijke rol van nepnieuws en leugenachtige propaganda, waardoor goedgelovige kiezers een stem uitbrengen waarvan ze ogenblikkelijk spijt hebben als duidelijk wordt dat ze zijn gepiepeld. Om vast te stellen dat er is gelogen en bedrogen bij het Brexitreferendum, hoef je geen scherpzinnig historicus te zijn. Van de 52% voorstanders van Brexit, zou een deel beslist anders hebben gestemd als ze beter hadden geweten. Dat blijkt tenminste uit de peilingen. Dat brengt me terug bij meneer Van Raak, nota bene gepromoveerd historicus, en de vraag of hij vanmiddag op Radio 1 heeft staan liegen of gewoon niet op de hoogte was. Wie het weet, mag het zeggen. Ik ben in ieder geval blij dat ik niet op de SP heb gestemd.



dinsdag, september 19, 2017

Naar de duivel



Mijn nieuwe boek was net naar de drukker, toen ik de proef nog even achteloos doorbladerde en een fout vond. Achteloos, dan ontdek je pas dingen. Ik zag hem bij drie correcties over het hoofd. Mijn meelezers ook. Het zal weinig mensen opvallen, daarom zit ik er niet mee. Alle verhalen in dat boek zijn tweehonderdachttien woorden, exclusief titel. Er is vast iemand die dat gaat natellen. Dat is de mierenneuker die de fout ontdekt.

Ik ken mensen die door hun perfectionisme in een inrichting zijn terechtgekomen. Ik ken er ook die door hun nonchalance de vreselijkste ongelukken veroorzaakten. Ik heb mij er al lang geleden bij neergelegd dat geen boek perfect is, maar het kan geen kwaad op milde wijze naar perfectie te streven. Tweehonderdachttien is het gevolg van toeval. Ik schreef een verhaal dat op dat aantal uitkwam. Daarna schreef ik er nog een: weer tweehonderdachttien woorden. Het werden er uiteindelijk zoveel, dat een boek ontstond.

Eigenlijk verbaast me dat. Ik ben wars van alle dwang en ik vind het nogal zot om jezelf allerlei regeltjes op te leggen, waaraan je verhalen of gedichten zouden moeten voldoen. Spelletjes met taal, alsof we in de tijd van de Rederijkers leven. Maar ik ben het ook eens met Nietzsche, die zegt dat consequent zijn naar de duivel leidt.


Omslagontwerp: Elvira Oomens (De Stadsfabiek)
Foto omslag: Ilse van Driel

Kees Klok - Oude dromen, verhalen. Uitgeverij Liverse, wordt op 28 september 2017 om 17.00u ten doop gehouden bij Visser's Pofferjes, Groenmarkt 9, Dordrecht. Toegang gratis. Tevens wordt de verhalenbundel De schildpad en de hond van Ina Rogge gepresenteerd.




woensdag, september 13, 2017

Sloopzucht



De Visbrug is voor mij een beetje historische grond. In zover men bij een brug van grond kan spreken. Mijn grootvader is er geboren, in het pand waar nu Centre Ville is gevestigd, met dat prachtige terras waar je op zondag nooit kunt zitten. Het is de plek waar Johan en Cornelis de Witt met een standbeeld worden geëerd. Lang geleden ging de paardentram van het station naar het Groothoofd en vice versa er overheen. Toen was de brug smaller en reden er nog geen auto's en in de binnenstad zo geliefde quads overheen. Langs de steigers en kaden in de Voorstraats- en Wijnhaven was nog volop leven. Schilders als Willem Witsen, gegrepen door de schoonheid van Dordrecht, roeiden er met bootjes rond en tekenden de unieke watergevels. Diverse hotels hadden zelfs een atelier beschikbaar voor bezoekende beeldend kunstenaars.

Om de zoveel tijd bekruipt het gemeentebestuur van Dordrecht het gevoel dat de stad moet worden opgestoten in de vaart der steden. Dat Dordrecht moet voldoen aan zoiets als de eisen van de moderne tijd. Dat leidde soms tot rampzalige besluiten. Met grote voortvarendheid werden in de negentiende eeuw in naam van de stadsvernieuwing de prachtigste historische panden gesloopt. Als ik Het Dordrecht van Rutten lees, een uitgave van De Bengel en het Stadsarchief Dordrecht, dan springen mij soms de tranen van woede in de ogen als ik zie hoeveel panden van groot historisch belang in naam van de vooruitgang zijn gesloopt. De oudste stad van Holland heeft perioden gekend dat het stadsbestuur totaal was gespeend van ook maar het geringste gevoel voor historie en daardoor zijn latere generaties van veel, heel veel stadsschoon beroofd. Dat er nog genoeg over is om toeristen naar Dordt te trekken en de geschiedenis nog steeds te kunnen voelen, bewijst hoe onnoemelijk rijk Dordrecht wat dat betreft was, maar dat praat de wandaden uit het verleden niet goed.


   De Blauwpoort, gesloopt in de negentiende eeuw.

Een tweede periode van sloopwoede barstte los in de jaren zestig van de vorige eeuw. Ook toen ontbrak bij het gemeentebestuur ieder historisch besef, laat staan gevoel voor schoonheid. Het zogenaamde Saneringsplan dat toen werd uitgevoerd, was een misdaad tegen de stad. Toegegeven, er was veel verkrotting in het centrum en niet alles was misschien te redden, maar met een minder megalomane instelling en meer goede wil, zou er van de historische binnenstad veel meer te redden zijn geweest en was allerlei onnodig gesloop voorkomen. Waarom moesten het oude postkantoor, het Oudemannenhuis, het Oranjehotel en het oude gymnasium worden afgebroken? Deels voor het idiote plan een ringweg om het centrum aan te leggen, van de Zwijndrechtse brug tot aan de Noordendijk. Godzijdank heeft men in de jaren zeventig, na gedeeltelijke realisering van de Spuiboulevard, de lelijkste boulevard van Nederland, afgezien van verdere uitvoering, maar de verantwoordelijken voor de heilloze kaalslag en de gruwzame wederopbouw, zouden alsnog wegens misdadig vandalisme voor de rechter moeten worden gebracht. Voor zover nog in leven. Een deel van historisch Dordrecht is gelukkig vanaf de tweede helft van de jaren zeventig door restauratie gered. Een fractie van wat we ooit hadden.

Onlangs las ik in de krant dat het plan om een gat in de Visbrug, inmiddels ook historisch erfgoed, te maken, teneinde de buurt 'op te leuken' met een steiger onder die brug waar je in een bootje kunt stappen, nog niet van de baan is. Het is een raar en kostbaar plan. De brug is te laag voor een fatsoenlijke steiger, maar je schept eronder wel een ideale plek voor junks en wildplassers en al heeft de wethouder bezworen dat de terrassen niet kleiner worden en de loempiakraam van Xuan Tran mag blijven, ik moet nog zien wat die toezeggingen na de verkiezingen waard zijn. Er zijn steigers en kaden genoeg om het water weer net zo levendig te maken als het ooit was. Ik vraag me af wie er daarom op een duur gat zit te wachten. Ik niet. Ik zeg: blijf met je tengels van mijn Visbrug af!

Foto's: fotos.serc.nl/zuid-holland/dordrecht/dordrecht-30601 & Beeldbank Regionaal Archief Dordrecht



dinsdag, september 12, 2017

Afspraak



Ik had een afspraak met Kostas. We zouden koffie gaan drinken in Baraka aan het Navarinoplein, met uitzicht op het paleis van keizer Galerius, of liever, wat daar nog van rest. Die resten zijn door de Archeologische Dienst netjes geconserveerd. Er is een kantoortje neergezet voor de kaartverkoop, al een paar jaar geleden, en daarna is er niets meer gebeurd. Iets met ruzie tussen de gemeente en de archeologen wordt gefluisterd.

Er woont nu een kattenfamilie die zich ongebreideld voortplant. Het ene nest na het andere. Het scheelt weliswaar drommen toeristen en klassen kwetterende schoolkinderen, maar het is een beetje zonde van alle moeite. Waarom dus niet gewoon het hek overdag opengezet?

Kostas heeft afgebeld. Gisteren is een kennis overleden. Die wordt vandaag begraven. Naast mooie tradities kent Griekenland ook wrede gewoonten. Zoals iemand een dag na het overlijden begraven. Ik had geluk, al klinkt het bizar, dat Stella in Dordrecht overleed. Er was daardoor voldoende tijd om afscheid te nemen. Een ander wreed gebruik is het dopen van kinderen. De manier waarop: hup! onverhoeds kopje onder in een vat met water. Het ene heeft te maken met het klimaat, al had iemand zo langzamerhand eens kunnen bedenken dat de luchtkoeling niet voor niets is uitgevonden. Het andere komt door het middeleeuws geloof dat men nog volop aanhangt.

Foto: auteur


zaterdag, september 09, 2017

Op locatie




Je komt weleens in van die restaurants waar de gemaakte blijheid van het personeel afstraalt. Ze doen van alles om het je naar de zin te maken, maar ondertussen schemert de tegenzin overal doorheen. Die tegenzin slaat weleens om in regelrechte minachting. Dan zie je ze denken: 'Weer zo'n eikel die in ons tructje trapt, wedden dat hij een dikke fooi achterlaat?'

Er zit een ontzettend dikke man op een kruk aan de bar. Het barmeisje probeert van tijd tot tijd een plastic glimlach, maar het is duidelijk dat ze hem net zo lief door de kruk ziet zakken. Ondertussen bestel ik wijn en pasta. Niet bepaald bevorderlijk om iets aan mijn mister Pickwick-postuur te verbeteren.

Een onuitstaanbaar pingelmuziekje vult de ruimte. Het klinkt akelig hol, want het is een slappe avond. Er zijn maar enkele tafels bezet. Toch duurt het lang voor mijn simpele gerecht wordt gebracht. In een soepbord. Ik vraag me af welke idioot dat heeft bedacht. Ik moet het met onverantwoorde snelheid naar binnen werken. Ik moet mij tijdig melden bij de radio. Uitzending op locatie. Gelukkig is het gerecht lauw. Een kok die aan afkoelingsperioden doet, of een ober die even buiten is gaan roken, wie zal het zeggen? Als ik groet en naar de locatie loop, trek ik een gemaakt blij gezicht.

Foto: auteur


woensdag, september 06, 2017

Boekverbranders




Demonstreren, actievoeren, ik heb het lang geleden weleens gedaan en zelfs nog niet eens zo lang geleden stond ik bijna met een bord voor een AZC, toen een oud-leerlinge dreigde te worden gedeporteerd naar een streek waar ze nog weleens zendelingen zachtjes gaar stoven in een reusachtige kookpot. Gelukkig besloot de staatssecretaris op het nippertje dat ze toch mocht blijven in ons paradijselijke koninkrijkje.

Demonstreren, actievoeren, ik heb het nooit van harte gedaan. Ik zal het ook nooit van harte gaan doen, al is iets onaangenaams ondernemen soms onvermijdelijk. Zo moet je ook regelmatig je toilet boenen en je bed verschonen. Ik zie het belang van sommige acties wel in, al komen er te veel voort uit kortzichtigheid, frustratie en de daaraan gekoppelde lust een grote bek op te zetten. Actie heette vroeger buitenparlementaire-actie. Ik denk vaak aan dit citaat van C. Buddingh': In iedere buiten-parlementaire actie schuilt een kiem van fascisme.*

In het Nederlandse actiewezen, een industrie op zich, kom je ook redelijke mensen tegen, maar tegelijkertijd wemelt het er van de fanaten en geestdrijvers, bij wie de verongelijktheid, de onverdraagzaamheid en het eigen gelijk op het voorhoofd staan gebrand. Soms moet je weleens met zulke griezels optrekken, maar als het even kan houd ik hen op ruime afstand. Ze doen mij te veel aan boekverbranders denken.

Foto: auteur

*C. Buddingh' - Een mooie tijd om later te worden (Amsterdam 1978), p. 62.


zondag, september 03, 2017

Namaakpolitie



Toen ik nog op de Vrieseweg woonde, liep de stoep vanaf het Vrieseplein enigszins af. We noemden dat 'de hol.' Ik reed er als kleuter met mijn driewielertje graag vanaf. Beetje vaart maken en dan voeten van de trappers. Met de wind mee reed je zomaar een paar meter door. Op de hoek was een filiaal van De Gruyter, de concurrent van mijn opa. Wie daar kocht was een verrader. Zulke mensen moest je omver rijden. Dat durfde ik niet.

In de eerste van de mulo keek ik weleens jaloers naar de brommers van oudere jongens, in het fietsenhok achter de school. Die jongens deden daar ook andere dingen dan hun brommer stallen. Dan stonden wij op de uitkijk. Als er een leraar aankwam moest je fluiten en kreeg je een stiekeme sigaret. Ik kon niet wachten om zestien te worden, maar het werd een derdehands mobyletje in plaats van een Zundapp of een Kreidler.

Ik fiets alweer jaren. Op een gewone fiets. Aan een elektrische ben ik voorlopig nog niet toe. Die kunnen hard, maar lang niet zo hard als de motoren en quads die op mooie zomernamiddagen loeiend langs het terras van mijn stamkroeg scheuren. Soms sukkelt het autootje van Handhaving er achteraan. De namaakpolitie houdt zich braaf aan de limiet van dertig kilometer per uur.

Foto: archief auteur



donderdag, augustus 31, 2017

Optreden gemist



Gedichten in het Vietnamees worden gezongen in plaats van voorgedragen. Ik ken geen Vietnamees en ik kan niet zingen. Kunstbroeder Xuan Tran, afkomstig uit Vietnam, kan dat wel. Hij kan ook heel goed schrijven en ook al versta je de taal niet, het is indrukwekkend om hem te zien optreden.

Minder indrukwekkend was het aantal mensen dat afgelopen zaterdag toestroomde in het Poëziecentrum Nederland, dat is gevestigd in de openbare bibliotheek van Nijmegen. Toestromen is eigenlijk het woord niet. Er waren nog minder mensen dan bij een wedstrijd van de beloften van FC Dordrecht op een ijzige winteravond. Zo'n wedstrijd is soms een genoegen om te volgen. De middag in het Poëziecentrum was dat ook en in niet geringe mate door het optreden van Xuan Tran.

Behalve Xuan werkten ondermeer Esther de Beun, Jan van der Geer en ondergetekende mee aan het Zomerpodium, georganiseerd door de schrijver Geert Zomer. Jan en Esther verrasten met een poëtisch duet en Jan las de vertalingen die Esther en hij maakten bij het optreden van Xuan. Het terras naast de bibliotheek zat vol mensen die niet weten wat ze hebben gemist.

Op 28 september aanstaande wordt mijn nieuwe verhalenbundel, Oude dromen, door uitgeverij Liverse gepresenteerd bij Visser's poffertjes aan de Groenmarkt in Dordrecht. Om 17.00u neemt Xuan Tran het eerste exemplaar in ontvangst. Ik hoop dat hij een gedicht voordraagt. Dordrecht is geen studentenstad. Wij verwachten een grote opkomst.


Foto: archief auteur


maandag, augustus 28, 2017

Ranzig




Ik moet met Claire naar een crematie. Een gelegenheid waarnaar ik niet met vreugde uitzie. We kennen de dode uit het café, waar hij altijd een montere indruk maakte, ook toen hij al ziek bleek te zijn. Het is de zoveelste die wegvalt uit de kring van vrienden en bekenden. De zoveelste op jonge leeftijd, waaronder ik voor het gemak iedereen rangschik die van mijn leeftijd of jonger is.

De generatie boven mij bestond nog grotendeels uit wat we 'kwieke oudjes' noemden. Mijn moeder werd negentig, mijn vader zesentachtig. Jong vergeleken bij enkele van mijn ooms en tantes. Die mensen hadden de oorlog meegemaakt, de hongerwinter en de gewoonte om 's avonds voor het slapen gaan een lepel Draisma's levertraan te nemen.

Wij babyboomers mochten ook nog even van die levertraan meegenieten. De gezondheidsraad bestond nog niet, of misschien ook wel, maar hij liet nog niet van zich horen. Ik zie de fles met die ranzige walvistroep nog weleens in een droom nadat ik zwaar heb getafeld. Je nam het in met een lepel, of een speciaal daartoe gemaakt, vettig maatglas. Glaasje eigenlijk. Omdat de smaak door geen beschaafd mens was te verdragen, kreeg je een suikerklontje toe. Dat alles ter versterking van de vitale organen. Roken, ook tijdens de zwangerschap, werd toen nog als gezond beschouwd.


vrijdag, augustus 25, 2017

Beeldenstorm



Er is ophef over standbeelden. Er dreigt een nieuwe beeldenstorm omdat het sommige mensen niet zint waar bepaalde beelden voor staan. Vaak beelden van vorsten, politici of militairen. Van iemand die het vaderland heeft gered, of opgestoten in de vaart der volkeren.

Iedere tijd benadert het verleden aan de hand van de waarden en normen van die tijd. Wij keuren de slavernij af. We vinden het een zwarte bladzijde in onze geschiedenis. We zijn daarin wel een beetje selectief. Tegen de slavernij in het oude Griekenland of Rome loopt geen activist meer te hoop. Evenmin tegen die van de vele Europeanen die tot slaaf werden gemaakt door Berberse piraten, ook al is dat nog niet zo gek lang geleden.

In Engeland heeft iemand geroepen dat het beeld van lord Nelson weg moet. Omdat hij niet alleen zeeheld, maar ook fervent voorstander van de slavernij was. Dat is juist, maar dit beeld per se willen zien als verdoezeling van het slavernijverleden is nogal lachwekkend. De oproep het te verwijderen is dom en onvruchtbaar. Het verscherpt nodeloos raciale tegenstellingen. De sporen van het verleden uitwissen leidt nooit tot een beter begrip van de geschiedenis. Laat die beelden staan, maar vertel er het juiste, objectieve verhaal bij. Misschien komen we dan een stapje verder op het glibberige pad der beschaving.

Foto: auteur


donderdag, augustus 24, 2017

Middeleeuwse wraak




Ik ben geen depressief type, maar als je mij vraagt of het ooit nog wat wordt met de mensheid, overvalt mij een diep gevoel van moedeloosheid. In hun Dagboek, deels in het Nederlands uitgegeven in Privé Domein, schrijven Edmond en Jules de Goncourt: 'De vernietigingsdrang is de mens aangeboren. Je zou kunnen zeggen dat de mens een weinig begaafd en van nature moordzuchtig dier is.' Was het maar waar dat de mens weinig begaafd is. Het zijn de foute begaafden die het bestaan van de mensheid bedreigen.

De uitvinders van het buskruit, de uitvinders van de kernbom, de uitvinders van de moordrobot, het nieuwste speeltje van de generaals. Ze hadden beter in de wieg gesmoord kunnen worden. Niet dat de mensheid er minder moordzuchtig door zou zijn, maar het afmaken gebeurde dan in elk geval met eenvoudiger middelen. Je kunt met zwaard, bijl en pijl en boog ook heel wat mensen om het leven brengen, maar het kost meer tijd.

Toen de kruisvaarders in 1099 Jeruzalem veroverden en ter meerdere glorie van God alle inwoners om het leven brachten, was het karwei waarschijnlijk niet in een dagje geklaard. Die kruistocht is volgens eigen zeggen een inspiratie voor de Islamitische Staat, waardoor wij allemaal doelwit zijn geworden van middeleeuwse wraak. Reken maar dat ze daar graag zo'n moordrobot hacken.

Foto: archief auteur


maandag, augustus 21, 2017

Vlek




Ik had een rare, rode vlek op mijn voorhoofd en de illusie dat ik in het café rustig kon gaan zitten schrijven. Aanvankelijk was het nog stil. Achterin twee stellen en aan de bar een paar tienermeisjes, verdiept in hun telefoons. Ik hoopte dat die vlek zou wegtrekken. Hoe was ik eraan gekomen? Iets gegeten waarvoor ik allergisch ben? Ik ben allergisch voor rauwe tomaten en mensen met domme opvattingen. Beiden mijd ik consequent.

Binnen een kwartier was een aantal andere stamgasten aangeschoven. De tragiek van deze wereld zou ook vandaag niet voor hongerige lezers worden verklaard. De stemming was een beetje gedrukt. Er was een kunstenaar overleden en de populairste verdediger van FC Dordrecht was weggekocht door een concurrent. Hij gaat naar Friesland. Daar was de burgemeester in het voorjaar ook al naar verdwenen. Het meisje van de bediening, ook nog geen tiener af, liet een glas kapot vallen. Daarna belde Claire. Ze kwam niet omdat het kind op zeilkamp moest. Toen ik 'Friesland?' vroeg moest ze lachen.

Onderweg naar huis was het waterkoud. Na enige tijd lopen deed de wijn van zich spreken. Gelukkig kon ik stiekem tegen een kerk wateren, want het was wel zaak droog thuis te komen. Daar herinnerde ik mij de vlek. Vol verwachting deed ik er een flinke kwak babyzalf op.

Foto: auteur


woensdag, augustus 16, 2017

'Aan domheid geen gebrek'



Geboren worden in de eerste Koreaanse oorlog en omkomen door de gevolgen van de tweede. Het zou mij binnenkort zomaar kunnen gebeuren. Het onberekenbare sujet in het Witte Huis en de vetzuchtige dictator in Pyongyan vliegen elkaar nu nog verbaal in de haren, maar ieder ogenblik kan een van die types op een knop drukken en een fatale kettingreactie veroorzaken. Je zou toch zeggen dat ze hun tijd beter kunnen gebruiken, genoeg problemen in eigen land om op te lossen, maar nee, de heren moeten zonodig een potje Risk spelen, met hun kernwapens als fiches. 

Het zijn exponenten van het soort mensen dat nooit iets leert van de geschiedenis. Ik laat mij niet snel het hoofd op hol brengen, maar ik ben bezorgd. Niet zozeer voor mijzelf, ik wil nog wel een poosje doorleven zolang het dragelijk is, en dat is het alleszins, maar ik heb een goeddeels prettig leven achter de rug. Ik vraag mij af wat er moet worden van de generaties onder ons. Wie niet in zo'n Armageddon ondergaat, moet verder in een nauwelijks leefbare hel. Daar staan die twee ego's niet bij stil, vrees ik.

'De vernietigingsdrang is de mens aangeboren. Je zou kunnen zeggen dat de mens een weinig begaafd en van nature moordzuchtig dier is.' Dat schreven Edmond en Jules de Goncourt in hun Dagboek. Die hadden dat in de negentiende eeuw al door, maar ik denk niet dat Trump en Kim Jong-un het Dagboek van de Goncourts lezen. De gebroeders schrijven ook: 'Het menselijk handelen wordt bepaald door drie drijfveren. En dat zijn, in klimmende volgorde van belangrijkheid: hartstocht, eigenbelang en ijdelheid.' Onder die hartstocht valt, vrees ik, ook het religieus fanatisme waar een deel van de mensheid mee is geïnfecteerd en dat nationalistische gebral dat steeds luider de kop opsteekt.

Er staan veel krasse observaties in het Dagboek van Edmond en Jules. Ik wil u nog even trakteren op dit citaat: 'Iemand die intelligent is, moet het gewone volk beschouwen als een ongelofelijke hoeveelheid imbecielen.' Het is onaardig en arrogant, ik zou het zo niet formuleren, maar als je Twitter volgt, Facebook en naar het radioprogramma Stand.nl luistert, kom je als intelligent mens wel tot de slotsom dat het kabaalmakend deel van het volk meestal de bek maar een duw geeft en primair en instinctief reageert. Nadenken en feiten controleren is er niet bij. Het is allemaal emotie en hysterie en zelden weten ze ook maar bij benadering waarover het gaat. 

In Moedig voorwaarts! Schrijft Gerard Reve: 'Aan domheid geen gebrek,' maar nu stop ik met citeren, voordat iemand opmerkt dat Reve ook niet altijd zijn feiten controleerde. Checken moet je tegenwoordig zeggen, anders snapt de jeugd het niet.


Foto: auteur

zondag, augustus 13, 2017

Genx-eitje




Deze week heb ik een paar keer ontbeten met een eitje. Niets bijzonders en ik zal de enige niet zijn geweest. Alles wat er van te zeggen valt, is dat het werd gekookt in Dordts drinkwater, waarin de chemische stof genx is aangetroffen. Zowel over eieren als genx is er ophef. In sommige eieren werd een gifstofje aangetroffen dat was gebruikt bij het bestrijden van bloedluis. Mijn biologieleraar op de middelbare school vertelde prachtige verhalen over Nederlands-Indië, waar hij had gediend in het KNIL, maar daardoor is hij nooit toegekomen aan de bloedluis, zodat de paniek die uitbrak na de vondst van dat gifstofje, er in ieder geval toe heeft geleid dat ik nu eindelijk weet wat bloedluis is, en dat dat heel vervelend is voor kippen. Je moet, meen ik, een kilo eieren per dag eten, wil dat stofje enig gevaar opleveren voor je gezondheid, maar dat neemt niet weg dat veel mensen het ei voorlopig in de ban hebben gedaan.

Ik ken Dordtenaren die het plaatselijke drinkwater schuwen en wekelijks met flessen bronwater uit de supermarkt lopen te sjouwen, vanwege het genx. Of en hoe schadelijk dat voor de gezondheid is, is nog in onderzoek, maar zoals gebruikelijk in overheidskringen wordt het bandje 'er is geen gevaar voor de volksgezondheid' maar vast afgedraaid. De overheid kan weinig anders, want de ambtelijke dienst die de kwaliteit van ons voedsel en water moet controleren, is nagenoeg geheel wegbezuinigd. Dat wordt gemaskeerd door die dienst een 'autoriteit' te noemen (Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit). Dat moet een indruk van degelijkheid en betrouwbaarheid geven. Dat genx schijnt ook in de lucht te zitten, of te hebben gezeten, daarover ruziën de deskundigen. Er zit heel veel in onze lucht. Als de, in ons land overheersende, zuidwestenwind waait, krijgen we uitstoot van de Moerdijk en het Antwerpse havengebied over ons heen, als de noordwester waait, worden we getrakteerd op de stoffen uit de Botlek en de Maasvlakten en bij oostenwind kunnen wij ons verheugen op het rijke chemische palet van het Ruhrgebied.

Met belangstelling heb ik de stukken van twee bekende Dordtse columnisten gelezen. De ene pleitte voor een harde lijn tegen Chemours, het bedrijf dat al dat leuke spul in de rivier loost en de lucht in blaast (of heeft geblazen). De andere wees erop dat het allemaal volgens de vergunningen is gegaan en vond dat we niet te hard van stapel moesten lopen. Chemours is belangrijk voor de werkgelegenheid in Dordrecht en omstreken. Chemours is in de Verenigde Staten een aantal malen veroordeeld voor wat ik maar list en bedrog noem. De tijd zal leren of het ene verband heeft met het andere.

We leven in een van de welvarendste delen van de wereld, althans tot de Brexit een feit wordt. Dat brengt het een en ander aan vervuiling en risico's met zich mee. Om die binnen de perken te houden, hebben we een deskundige en alerte overheid nodig. Daar ontbreekt het aan. Wil je die Voedsel- en Warenautoriteit laten doen waar ze voor is bedoeld, dan kost dat wat en dat wat zul je er voor over moeten hebben. Ondertussen schenk ik mezelf een bak koffie van Dordts kraanwater in, want je hebt geen idee hoe lang die flessen bronwater wel niet in een of ander magazijn hebben gestaan en wat voor griezelige bacteriën erin krioelen.


Foto: auteur


zondag, augustus 06, 2017

Museumtuin



Toen ik vrijdagavond in de tuin van het Dordrechts Museum naar de film Sing Street zat te kijken, waande ik mij even in Griekenland. Daar heb je zogenaamde zomerbioscopen. In Thessaloniki is er eentje aan de Leoforos Stratou, aan de overkant van het Byzantijns Museum. Toen zij nog leefde, ging ik er regelmatig met Stella naartoe. Een aangename combinatie van openluchtbioscoop en kroeg. In Griekenland kun je rekenen op mooi weer. In Nederland ben je wat dat betreft aan de goden overgeleverd. Vrijdag hadden we geluk. Het regende alleen maar in de film. Aan het einde gingen de hoofdrolspelers, een jongen en een meisje van een jaar of zestien, in een piepklein bootje het avontuur tegemoet. In de regen.

In de tuin van het Dordrechts Museum moet ik altijd denken aan dichter Jan Eijkelboom. Hij schreef een gedicht over de tuin. Als je er binnengaat, staat het links op de muur. Het is een van zijn oudste en mooiste gedichten. Toen Jan tachtig werd, mocht hij een tentoonstelling maken van zijn favoriete werken uit het museum. Zijn smaak kwam opvallend overeen met de mijne. Te Noorden bij Nieuwkoop van J.H. Weissenbruch, vind ik een van de mooiste schilderijen uit de Dordtse collectie. Er zijn mensen die dat niet begrijpen. Jan Eijkelboom begreep het wel.


In 2008 overleed hij, ruim een jaar na Stella, die een aantal gedichten van hem in het Grieks vertaalde. Hij werd in besloten kring begraven. Later dat voorjaar werd een drukbezochte herdenking gehouden in het museum. Het was een bewolkte dag. Na de laatste toespraak gingen we naar buiten waar het gedicht Tuin Dordrechts Museum werd voorgelezen door Jans weduwe Roelien. Juist op dat ogenblik brak heel even de zon door. Ook daar moet ik aan denken als ik de museumtuin betreed.




Foto's: auteur




woensdag, augustus 02, 2017

God, Nederland en Oranje




In een van mijn vorige stukken schreef ik over Willem van Oranje: 'Toch wordt het misschien tijd voor een heroverweging van de motieven van Willem en zijn plaats in onze geschiedschrijving.' Ik bedoelde vooral dat het negentiende eeuwse, sterk nationalistisch en orangistisch gekleurde beeld, dat mijn generatie en die van mijn ouders werd opgedrongen in de schoolboekjes, aan herziening toe is. Geef de mensen de kost die nog steeds geloven in Willem van Oranje als 'onbaatzuchtige held die have en goed riskeerde in zijn strijd voor de vrijheid van de Nederlanden', zoals ik op 20 juli jongstleden noteerde. Nu is dat beeld in de geschiedschrijving nooit als alleenzaligmakend geaccepteerd, maar de geschiedenis als wetenschap staat, zo weet ik uit jarenlange ervaring, nogal ver af van wat met name in de oudere onderwijsmethoden wordt gedebiteerd. Historici van katholieke huize stonden traditioneel kritisch tegenover Oranje en zijn rol in de geschiedenis. Het God, Nederland en Oranje-gevoel werd vooral vanuit protestantse hoek geëntameerd. Of de voorstanders van een beeld van Willem van Oranje op het Dordtse Statenplein van deze tegenstrijdige visies op de hoogte zijn, weet ik niet. Ik verwacht het wel en ik verwacht ook dat die verschillen, in de discussie over wel of geen standbeeld van Willem in Dordt, een rol spelen.

Mocht er een beeld komen, al is dat eigenlijk een beetje raar in de stad van de gebroeders De Witt, dan verwacht ik zeker dat men daarbij met een genuanceerd verhaal komt en niet met een ietwat opgeklopt en historisch minder nauwkeurig betoog, zoals dat van professor Herman Pleij bij de herdenking van de vergadering van de Staten van Holland in Dordrecht, op 19 juli 1572. Ik raad belangstellenden, en zeker de voorstanders van het beeld, aan om de dit jaar verschenen studie Willem van Oranje. De opportunistische Vader des Vaderlands van Aron Brouwer en Marthijn Wouters eens te lezen. Deze jonge producten van de Universiteit van Amsterdam slaan het positieve geschiedbeeld van Willem de Zwijger met een voorhamer radicaal aan gruzelementen. In een studie, gebaseerd op uitgebreid bronnenonderzoek, concluderen zij dat Willem van Oranje 'zijn strijd echter nooit voor ons, of voor Nederland of voor ook maar enige ideaal [vocht].' Zij schrijven: 'Willem van Oranje was geen idealistische, maar opportunistische 'Vader des Vaderlands.' Telkens probeerde de Oranjeprins zijn bezittingen uit te breiden, en zijn machtspositie en familienaam te vestigen en te versterken. Wanneer zijn persoonlijke belangen veranderden, dan wisselden daarmee onvermijdelijk zijn politieke agenda en de standpunten die hij uitdroeg.' Willem van Oranje wordt beschuldigd van het organiseren van volksoproeren, het streven naar een dictatuur, het wegwuiven van wangedrag van zijn soldaten en het steeds weer breken van zijn beloften. Hij was iemand die protestantse ketterij bestreed als het hem uitkwam, maar in een andere situatie de kant van de fanatieke Calvinisten koos. Kortom, hij was nogal een draaikont.

Brouwer en Wouters kan niet worden verweten niet degelijk te werk zijn gegaan in hun onderzoek, maar zij slaan met hun interpretatie van de feiten nu en dan wel erg door. Dat is althans de mening van de Leidse historicus Geerten Walling in de Volkskrant van 13 januari jongstleden. Hij wijst erop dat katholieke historici zich al lang geleden uiterst kritisch over Oranje hebben uitgelaten en onderschrijft het beeld van de Vader des Vaderlands als een opportunist, maar dan wat religie betreft. Anderzijds voert hij aan dat Oranje veel eigen kapitaal in de strijd heeft gestoken en niet alleen zelf is omgekomen, maar dat ook een aantal broers en goede vrienden de opstand met de dood hebben moeten bekopen. Hij prijst het onderzoek van Brouwer en Wouters, maar noemt hun conclusies eenzijdig.

Wat hiermee weer eens duidelijk is geworden, is de complexiteit van de geschiedenis, waardoor historische figuren soms moeilijk op waarde zijn te schatten. Het plaatsen van standbeelden van hen in een tijd dat we allerminst behoefte hebben aan heldenverering en nationalistische God, Nederland en Oranje-verering, is daarom een hachelijke zaak.

Aron Brouwer & Marthijn Wouters - Willem van Oranje. De opportunistische Vader des Vaderlands. Nieuw Amsterdam Uitgevers, 2017.





vrijdag, juli 28, 2017

Farizeeërs




Als jong onderwijzer ben ik een keer uit mijn broek gescheurd. Ik raapte voor de klas iets op, een krijtje misschien, en krak! Vrolijkheid in de klas, maar wat nu? Ik werkte in Hendrik-Ido-Ambacht, ruim een half uur fietsen van de pont naar Dordrecht en de reddende naaimachine van Annemarie. In die tijd bestond er nog een vak dat nuttige handwerken heette. Dat werd gegeven door de juffrouw van de tweede klas, die daarom 'de naaijuf' werd genoemd. Zij dirigeerde mij naar het toilet, waar ik na afgifte van de broek wachtte tot ze de schade met een grove steek provisorisch had hersteld.

Terug in de klas werd er nog wat na gegrinnikt, wat ik afstrafte met een extra saaie rekenles. Ik vond rekenen een kutvak om te geven. Gelukkig zijn er tegenwoordig rekenmachines, al geef ik toe dat het handig is als je de tafels van één tot twaalf uit je hoofd kent. Ik heb daar veel plezier van gehad in de tijd dat ik bij DFC achter de bar stond en voortdurend meters bier moest afrekenen.

Een vriendin van mij is op vakantie. Ik zorg voor haar huisdier en haar planten. Als ik in de kroeg zeg: 'Ik zorg voor de poes van Claire,' regent het flauwe grappen. Binnenkort is dat afgelopen, dan komt niet alleen de rookinspecteur langs, maar ook de seksismepolitie. Het moet maar eens uit zijn met naaijuffen, kutvakken en de poes van Claire. Leve een rookvrij Groningen! Leve de farizeeërs!

Foto: auteur




dinsdag, juli 25, 2017

Amsterdam




Waar zou ik buiten Dordrecht willen wonen? Een niet te beantwoorden vraag. Er zullen altijd steden zijn waar ik nooit zal komen, soms met namen die de fantasie prikkelen: Samarkand, Isfahan. Er zijn steden waar ik niet meer heen wil, zoals Tunis, met vieze vliegjes en opdringerige kooplui, die je hardhandig hun winkeltje intrekken. Ik hoef geen steden in landen met nare ziektes, vuil, armoe, veel herrie en mensen die een kop kleiner zijn dan ik en als mieren leven.

Ik ben als stadsmens dol op het platteland, maar het moet niet langer dan een paar dagen duren. Ik ben ooit in 'verre' steden geweest, al is tien uur vliegen mij ver genoeg. New York, Boston, Minneapolis, Albuquerque, New Orleans, Washington, Willemstad, Paramaribo. Ik heb er rondgelopen, mij vermaakt, mij verbaasd en mijn geliefde leren kennen. In Minneapolis, maar goddank kwam ze uit Thessaloniki. Dat is maar twee en een half uur vliegen.

Ik vind Europa bereizen mooi genoeg. Ik pendel tussen Dordrecht en Thessaloniki. Soms doe ik Athene aan, Lissabon, Londen, Praag, Boedapest, Wenen, Düsseldorf, Parijs, Florence, Rome, Liverpool, Dublin, Edinburgh en nog zo wat. Amsterdam mijd ik een beetje, vanwege die humor en omdat ik ooit, eind jaren zestig, vanwege mijn lange haar geweigerd werd in het café van die lollige tante Leen op de Nieuwendijk.

Foto: auteur