donderdag, juni 22, 2017

Meneer Visser draagt een nieuw jasje




Lieve Stella,

We zitten in een hittegolf, dus het geklaag is niet van de lucht. Klagen over het weer zit de Nederlander in de genen. Het leidt ook tot paniekerig gedoe, zoals het afkondigen van allerlei kleurencodes in verband met bosbrandgevaar. Ik vind voorbereid zijn wel van belang, maar wij Nederlanders hebben nu eenmaal de neiging tot doorslaan. Ook dat zit in de genen. In de tuin is het code-S(affraangeel), vanwege de slakken die zich tegoed doen aan de nieuwe aanplant. Omdat ik geen gif wil gebruiken en niet op iedere slak zout wil leggen, bestrijd ik de overlast met bakjes goedkoop bier. Slakken zijn dol op bier. De bedoeling is dat ze ervan drinken, lazarus in het bier vallen en daar een delirische dood sterven. Sommige slakken zijn slim. Die drinken van het bier en blazen daarna lallend de aftocht.

Ik zou nog een klein stukje onkruid moeten rooien, maar de tijd dat ik bij tropische temperaturen in tuinen stond te wroeten, is lang geleden. Juli 1982 in Paramaribo, om precies te zijn. Ik weet dat omdat ik het mij natuurlijk herinner, maar ook omdat ik bezig ben aan deel zes van mijn literair dagboek en daar zit 1982 in. Ik wacht wel tot het vannacht heeft geonweerd en de temperatuur morgen krap de twintig graden haalt. Zoiets is tenminste voorspeld en de overheid zal er ongetwijfeld al een code voor hebben. Toen ik als kind op de Vrieseweg woonde, hadden maar heel weinig mensen telefoon. Daarom zag je op een enkele deur een bordje met 'Hier brand melden.' Ik heb weleens gelachen om al die mensen die na de introductie van de mobiele telefoon voortdurend met het ding in de weer waren, maar toen ik zaterdag bij Visser zat en merkte dat ik mijn mobiel was vergeten, ben ik toch even op de fiets gestapt om hem te halen. Toen ik mijn hartstilstand kreeg, heeft de mobiel van Kees Thies mijn leven gered. Heb jij enig idee waar die leuke brandmeldbordjes zijn gebleven?

Visser is weer open. Het is mooi gerestaureerd en, eigenlijk heel knap, met behoud van de originele sfeer. Meneer Visser draagt een nieuw jasje en dat staat hem heel goed. De nieuwe uitbater is nog heel jong en pakt de zaken daarom met jeugdig enthousiasme aan. Naast jong, leuk personeel, is ook Juliëtte gebleven, zodat er nog een vertrouwd gezicht uit het oude Visser is. Ik denk dat dat goed is. Zij heeft jarenlange ervaring en kan daarmee het jeugdig enthousiasme van Dennis, de baas, ondersteunen. Het koffiezetapparaat uit verre tijden hangt nog steeds ter bewondering aan de muur, maar de koffie komt nu uit een apparaat dat zo exclusief is, dat er maar een paar van zijn in Nederland. Er wordt voortreffelijke koffie mee gemaakt. Gelukkig zijn de poffertjes en het fameuze broodje bal gebleven, maar daarnaast is er nu een ruimer aanbod van hapjes en bieren dan vroeger, terwijl ook de wijnen uitstekend zijn. Dat alles nog steeds voor een zeer betaalbare prijs.

Lieve Stella, je hebt geen idee hoe blij ik ben met de vernieuwde Visser. Ik huiver daarentegen als ik bedenk wat er van Loxias is geworden. De laatste keer dat ik er langsliep, kort voor ik terugvloog naar Nederland, kwam er een storm van ondefinieerbaar muzieklawaai naar buiten, die de hele straat deed dreunen en vibreren. Erg prettig vind ik dat behalve de oude garde nu ook weer jongelui en ouders met kinderen naar Visser komen. Het gemengde publiek van weleer dat Visser zo aantrekkelijk maakte! Ja, natuurlijk, ik ben ook blij dat De Vrijheid weer open is en dat De Tijd sinds een paar maanden een nieuwe, aardige uitbater heeft en ik ben blij met Merz, het Stadscafé, 't Vlak en Huis Roodenburg, om maar wat te noemen, maar in geen van die aangename etablissementen kom ik al sinds mijn vijftiende.

Op het ogenblik lees ik Brieven, dagboeken en een geheime liefde van Laurie Langenbach (1947-1984), dat is verschenen in Privé Domein en is bezorgd door Rutger Vahl. Vanaf het verschijnen, in 1977, van haar roman Geheime liefde bewonder ik haar als schrijfster. Op Vera na, waarnaar ik op zoek ben, maar dat alleen antiquarisch is te krijgen (misschien vind ik het wel op 2 juli op de Dordtse Boekenmarkt!), heb ik heel haar oeuvre. Bescheiden in omvang, maar indrukwekkend. Ik vind haar een groot schrijfster. Nog steeds. Ze heeft tijdens haar leven nooit de erkenning gekregen die ze verdiende, omdat ze de moed had om tegen de in de Nederlandse letteren heersende tijdgeest in te gaan. Dat is met dit boek rechtgezet, al heeft het drieëndertig jaar moeten duren.

Eigenlijk een merkwaardige gedachte dat Laurie, hoewel een jaar jonger dan jij, al twee en een half jaar voordat wij elkaar leerden kennen is overleden. Ze was toen de geliefde van musicus Wally Tax. Als ik die naam lees, hoor ik onmiddellijk het nummer Touch van de Outsiders, dat ik in de jaren zestig zo'n beetje heb grijsgedraaid. Laurie overleed aan baarmoederhalskanker. Haar leven had wellicht kunnen worden gered als ze niet in de macrobiotiek had geloofd en zich had verlaten op de reguliere geneeskunde. Ik ben nu gevorderd tot haar brieven uit Japan, waar zij bij een zekere Masahiro Okizo'n zogenaamde wijze uit het oosten met, begrijp ik, een eigen vorm van yoga, genezing zocht. De rillingen lopen me over de rug als ik lees hoeveel vertrouwen ze aanvankelijk, naast twijfels, dat wel, had in die kwakzalverij. Waarom willen sommige mensen altijd maar iets geloven in plaats van te onderzoeken om te streven naar weten?

Een deel van haar jeugd bracht Laurie trouwens in Tripoli door, de geboorteplaats van Marion Vomberg, de geliefde met wie ik van 1977 tot 1981 samen was. Marion is ook jong gestorven. Ook aan kanker en haar laatste geliefde was ook een musicus, de Nederlands-Amerikaans Michael de Jong. Laurie had ook een Griekse connectie, ze had een kortstondige relatie met Vangelis, die zelfs een of twee nummers (ze schreef ook liedjes) van haar pikte, wat Herman Brood trouwens ook heeft gedaan.

Kortgeleden schreef ik een verhaal op mijn weblog waarin Marion figureerde. Daarbij had ik een foto van haar geplaatst uit mijn archief. Iemand stuurde mij de suggestie om een foto-autobiografie op mijn weblog te publiceren. Een aardig idee, al zal er beslist meteen wel iemand gaan roepen dat dat wel erg ijdel is (maar je weet, ik haat het doe-maar-gewoon-dan-doe-je-al-gek-genoeg-geloof), maar ik zou niet weten waar ik op het ogenblik de tijd vandaan moet halen om al die foto's te scannen en van teksten te voorzien. In september verschijnen mijn dichtbundel Over de vloedlijn en de verhalenbundel Oude dromen en daar moet nog het een en ander aan worden gedaan. Bovendien komt Sue P., mijn jeugdliefde Susan D. uit Engeland, volgende week naar Dordrecht ('waarover later,' zou prof. dr. Lou de Jong zeggen) en er komt een aantal festivals aan die ik niet wil missen. We moeten het leven maar vieren, zolang het nog kan. Gisteren hoorde ik over alweer een oud-collega dat de Gruwelijke Ziekte bij hem is geconstateerd en je weet nooit wat je zelf onder de leden hebt. Hadden we de reizen, die we samen zouden maken, maar eerder ondernomen, denk ik nog weleens. Inmiddels is het 26,5o in onze doorgaans koele woonkamer. Boven, onder het platte dak, is het zeker tien graden warmer. Meestal slaap ik, ondanks de warmte, uitstekend bij een ventilator, maar als het onweer niet tijdig komt, zet ik vannacht het kampeerbed maar beneden.

In gedachten, altijd,
Kees

Dordrecht, 22 juni 2017

Foto: Kees Klok





maandag, juni 19, 2017

Afrikaantjes



Mijn Rotterdamse grootvader had een volkstuin. Geen volkstuin met een huisje om voor te zitten, met een pilsje, op warme dagen. Nee, een moestuin. Een lap grond met een schuurtje voor spade, hark en schoffel. Achter het huis in de Korenbloemstraat had hij ook een tuin. Met aangeharkte grindpaadjes, waarlangs afrikaantjes groeiden. Ik dacht dat die iets te maken hadden met het nabije Afrikaanderplein. In die tuin stond ook een schuurtje. Daarin hing opa ieder jaar een vetgemest konijn op, voor de kerstdagen. Oma beweerde dat ze van afrikaantjes hooikoorts kreeg.

Als kind had ik geen last van hooikoorts, tot mijn jongere zusje het kreeg. Een jaar later begon het bij mij ook. Steevast van begin mei tot half juni. Als het te gek werd, haalde ik bij de dokter een receptje voor oranje pilletjes. Opa verbouwde van alles in zijn volkstuin, maar vooral sperziebonen. Ik heb na hun overlijden geen sperzieboon meer aangeraakt, behalve in de gado-gado, maar die komt uit Ons Indië en dan is het anders. Ik kreeg weleens bananen van opa. Waar hij die verbouwde, wist ik niet. Wij werden als kinderen over veel in het ongewisse gelaten.

Toen ik op mijn drieëntwintigste met Annemarie ging wonen, werd de hooikoorts ieder jaar minder. Tegenwoordig heb ik er zelden last van en dan volstaat een wit pilletje van de drogist. Deze week heb ik nieuwe planten in de tuin gezet. Van alles, maar geen afrikaantjes. Die worden als eerste opgevreten door de slakken. Op het Afrikaanderplein ben ik sinds het overlijden van opa, in 1963, niet meer geweest. Ik ben niet echt dol op Rotterdam.

Foto: auteur


vrijdag, juni 16, 2017

Morgen alweer aan de slag



In 2016 verscheen bij uitgeverij Liverse, als vijfde deel in mijn serie literaire dagboeken, Een zootje ongeregeld, dat de jaren 1975-1979 beslaat. Inmiddels werk ik aan deel zes, dat zal gaan over de jaren 1980 tot vermoedelijk 1983. Uit dit deel, als voorproefje, de aantekeningen uit januari 1980.

Dinsdag, 1 januari 1980:
Ik heb vannacht tijdens de jaarwisseling door een verdwaalde vonk een brandwondje opgelopen in mijn hals. Misschien een karakteristiek begin van het jaar. Ik verwacht niet veel goeds van 1980.

Oudejaarsavond waren we bij Wim & Vera1, waar we naar de show van Wim Kan hebben gekeken. Goed, maar niet spectaculair. Hoogtepunten waren zijn anti-Navolied en de imitatie van Van Agt.

Morgen alweer aan de slag voor school. Er moeten schoolonderzoeken worden gemaakt en overheadsheets, ondermeer voor staatsinrichting. Vervelend, maar het is niet anders. De rest van de vakantie wil ik besteden aan het schrijven. Ik moet ook wat dingen opzoeken voor mijn artikel over de Dordtse gilden. Daarom morgen een nieuwe bibliotheekkaart halen.

Donderdag, 3 januari 1980:
Op aandringen van Marion2 met mijn brandwondje langs de dokter gegaan. Het kan gaan ontsteken en is ernstiger dan ik aanvankelijk dacht. Het zit ook op een lastige plek. Ik mag er geen levertraanzalf meer opsmeren.

Donderdag, 10 januari 1980:
Het nieuwe huis bezorgt me een beetje een kunstkop. Nadat ik de eerste hypotheek, met levensverzekering, heb afgewezen, garandeerde de 'makelaar' dat ik er een van vijfentachtigduizend gulden kon krijgen, maar wel tegen 10.75% per jaar. Herbert3 zal iemand van de Amrobank sturen. Lukt het daar niet dan kan ik altijd nog over dit riante aanbod denken. Ook zijn mijn ouders bereid mij een en ander te lenen. De kosten van de inrichting zouden weleens flink tegen kunnen vallen, want misschien moet heel de elektrische bedrading worden vernieuwd.

Donderdag, 13 januari 1980:
Dankzij Herbert komt de financiering van het nieuwe huis in orde. Tegen aanzienlijk minder rente en zonder bemoeienis van die louche 'makelaar.' Nu alleen nog een woonvergunning, maar ook als ik die om een of andere reden niet zou krijgen, trek ik er in. Ik zie het nog niet gebeuren dat ze me uit mijn eigen huis zetten.

Woensdag, 16 januari 1980:
Onverwacht een vrije dag. De verwarming op school deed het niet, we mochten vertrekken. Thuis het schoolonderzoek staatsinrichting gemaakt.

Moet ik vast beginnen aan het volgende hoofdstuk in Geoffrey Parker (The Dutch Revolt) of eerst de twee verhalen typen die ik naar een literair blad wil sturen? Ik moet ook Kees Buddingh' nog een exemplaar van Centre Ville brengen.

Donderdag, 17 januari 1980:
Herbert belde dat de hypotheek is goedgekeurd. We kunnen nu zo snel mogelijk de akte laten passeren. Ik zal morgen de 'makelaar' op de hoogte stellen. Hij weet nog niets van die Amro-hypotheek, wat mij enige binnenpret bezorgt.

Een bescheiden feestdag: vanmiddag ijsvrij, de hypotheek in orde en een aanslag van de belasting: ik krijg veertienhonderd gulden terug. Ook aan Herbert te danken.

Zaterdag eten we bij Gerrit (Lupius)4 in het kader van de 'eetcyclus' die we zijn begonnen. Marion gaat hem helpen met koken. Ben benieuwd. Het wordt zijn eerste keukenervaring.

Zondag, 20 januari 1980:
Gisteren een interessant college van de heer Van Galen Last over de tegenstellingen tussen de geschiedopvatting van de negentiende en de twintigste eeuw. Individualisme contra groepsgerichtheid. Die negentiende eeuwse, individuele benadering heeft nog steeds invloed op het werk van sommige kunstenaars en filosofen. Neem bijvoorbeeld het oeuvre van Thomas Mann.

Woensdag, 23 januari 1980:
Soms denk ik weleens aan een rustig baantje als ambtenaar op het archief. Op mijn dooie gemak wat documenten afstoffen en nu en dan een stukje schrijven, maar dan heb ik die heerlijke, lange vakanties niet meer.

Geoffrey5 heeft twee boeken voor mij meegenomen uit Engeland: Geoffrey Parker, Europe in Crisis 1598-1648 en Fernand Braudel, Capitalism and Material Life 1400-1800. Brian6 gaat mij de driedelige History of the Crusades van Steven Runciman sturen.

Zaterdag, 26 januari 1980:
Het was voorjaar 1972. Pols had nog zijn terras aan het Groothoofd. Een zonnige zaterdagmiddag. Ik dronk met Gerrit een pilsje. We keken naar de voorbij varende schepen. Daar werd het idee voor een literair blad geboren: Letteriek. Het zelfde blad dat ons nu, via het infantiele geschrijf van Frank van Dijl, beschimpt en natrapt. Het nummer dat vandaag is verschenen is een absoluut dieptepunt. Terwijl ik dit noteer leest Marion wat staaltjes van taalonmacht voor. Wedden dat dit het laatste nummer is, afscheid met een kwaadaardige doodsrochel?

Misschien moet ik ook eens aan een essay beginnen. Bijvoorbeeld over de mentaliteit van de picaro die, naar ik vrees, meer en meer ingang vindt in de samenleving.

Dinsdag, 29 januari 1980:
Over twee weken komt de nieuwe Herman uit, met een fiks weerwoord op Letteriek. Daarnaast komt het absurdisme centraal te staan. We plaatsen ook een stuk van Astrid, Marion's jeugdige tante, over feministische kunst. Morgen, als Marion de doka gebruikt, gaan we het fotowerk vast gereed maken.

1. Wim (1950-2002) & Vera Wirtz, vrienden.
2. Marion Vomberg (1961-2012), geliefde.
3. Herbert Bos, vriend.
4. Gerrit de Wolf (1949-2010), vriend.
5. Geoffrey Lord, neef.
6. Brian Lord, neef.

Foto: auteur


maandag, juni 12, 2017

Wantijpop



Voor zover ik mij herinner, maar toen hield ik nog geen dagboek bij, is Wantijpop, het jaarlijkse muziekfestival in het Wantijpark in Dordrecht, begonnen met het evenement de Stemvork. Ergens in de jaren zestig. Er is in ieder geval al heel lang muziek in het Wantijpark. Ik heb nog foto's, gemaakt eind jaren zeventig, begin jaren tachtig, toen ik er met Marion, mijn toenmalige geliefde, en een aantal vrienden heenging, elk met een treetje bier onder de arm. Dat hoef je nu niet meer te proberen, aan de ingang van het park worden door beveiligers tassen en zakken leeggehaald, want eigen drank is streng verboden. Het stimuleert de creativiteit. Er zijn vele manieren om drank binnen te smokkelen en daarom keek ik er niet van op dat een bekende mij grijnzend een glaasje whisky aanbood.


In die tijd zaten een paar honderd man in het park te genieten van, ook weer voor zover ik mij herinner, voornamelijk lokale bands. Wat dat betreft is er voor mij niet veel veranderd. Het was dit jaar zo ongehoord druk bij het hoofdpodium, waar allerlei beroemdheden optraden die voornamelijk buiten mijn belevings- en belangstellingswereld opereren, dat ik mij uitsluitend bij het podium van de Popcentrale heb opgehouden. Daar was het druk, maar niet zo druk dat je je benen kon optrekken en tussen je medebezoekers bleef hangen en dat beviel mij beter. Er trad een aantal interessante lokale bands op. Er waren ook een paar jongens die een enorme lawaaistorm produceerden. Toen was het ineens nogal druk bij de Jamstage, waar voortdurend leuke dingen gebeurden.


De zon scheen, dat hielp de moed erin te houden, want hoewel ik mij bij tijd en wijle prima vermaakte, vraag ik mij toch af of Wantijpop nog wel echt leuk is. De massaliteit, de peperdure consumpties om het festival betaalbaar te houden, die lijst van 29 'huisregels', waarvan de helft zo is overgenomen uit al bestaande wetten en gemeentelijke verordeningen en dus volkomen overbodig om te vermelden en waarvan sommigen de lachlust opwekken: 'Er zijn geen kluisjes op het terrein.' Je hondje mag niet meer mee en waag het niet een camera met verwisselbare lenzen mee te nemen. Ik voel mij bij zoiets als een kleuter behandeld en het tekent de hysterische tijdgeest die in ons is gevaren. Natuurlijk, veiligheid is van belang, er lopen hier en daar moordlustige godsdienstwaanzinnigen rond, maar ik heb toch sterk het gevoel dat de de 'veiligheidsmaatregelen' bij Wantijpop vooral voortkwamen uit doorgeslagen regelzucht en vertrutting.


Ja, gelukkig zag ik veel vrolijke mensen, zag ik weer heel veel vrienden en bekenden en hadden we het onder elkaar gezellig. Dat is waar je voor komt bij Wantijpop. De muziek is toch eigenlijk maar bijzaak. Ik weet het, ik begin langzamerhand een cultureel fossiel te worden, maar van mij mag het volgend jaar ietsje minder massaal en ietsje meer terug naar de gemoedelijkheid van nog niet zo heel lang geleden.

Foto's: archief auteur.


donderdag, juni 08, 2017

Engels




'Je kunt niet wachten om naar huis te vliegen en daarna om weer hierheen te komen,' lacht ze. Panagiottis zingt over een geliefde die hem in de steek liet. Alle wijn is voor mij, want ze is met de auto. Of dat verstandig is, weet ik niet, maar de ochtend is nog ver weg. Ze heeft mij aardig door, al stelt ze het wat zwartwit. Ik moet denken aan de dichter Seferis. Die schreef niet alleen over nachtegalen in Platres, maar ook over zijn verlangen naar het vaderland als hij ver van huis, ergens op een ambassade, zijn werk deed. Terug in dat vaderland, wilde hij meestal al snel weer vertrekken.

De waard slooft zich uit vanavond. De schotels lijken extra gevuld. Panagiottis en Takis spelen zich het vuur uit de vingertoppen. Misschien heeft het iets met haar aanwezigheid te maken. We spreken Engels, dat valt op. Ze is civiel ingenieur en een van de tienduizenden werkloze afgestudeerden. Ze leeft van de privélessen Engels die ze geeft. Ze wil haar Engels met mij oefenen. Ik heb haar geholpen met een sollicitatiebrief, want ook zij wil naar het buitenland vertrekken. Meer dan driehonderdduizend generatiegenoten gingen haar voor.

Het is niet druk vanavond. Het is alweer de vijfde dag van de busstaking. De chauffeurs hebben al maanden geen salaris gehad, maar het dividend van de aandeelhouders is wel uitgekeerd. Iedere dag zijn er wel een paar protestdemonstraties in de stad. Dat krijg je met voortdurend mooi weer.

Mij worden de chaos en het geschreeuw langzamerhand te veel. Ik wil naar de provinciestad op mijn riviereiland, waar nooit iets gebeurt dat het wereldnieuws haalt. Panagiottis en Takis zingen over het vallen van een maanloze nacht. De waard brengt meer wijn. Ze zegt dat het tijd is dat ze naar huis gaat. Terwijl zij zich bij het afscheid tegen mij aandrukt, beloof ik snel weer terug te komen, zodat ze haar Engels kan oefenen. Later bedenk ik dat ik iets anders had moeten zeggen.


Foto: auteur


maandag, juni 05, 2017

De man met de hond




Als we de zomers in het huis in Thessaloniki doorbrachten, waren we gewoon om voor het ontbijt een wandeling te maken door het bos van Seïch-Sou. We namen een vaste route de heuvel op, tot we na ongeveer een uur gaans bij een kapelletje kwamen. Vandaar ging het pad omhoog door een schaduwrijke vallei, waarna je bij een tweede kapelletje kwam, gebouwd op een uitstekende rotspunt. Vandaar had je een weids uitzicht over het bos, de stad en de baai. Op heldere dagen zag je aan de overzijde van de baai de besneeuwde top van de Olympos en nog verder weg het Pindosgebergte. Rondom het kapelletje hadden vrijwilligers, die het bos schoon hielden, bomen en bloeiende struiken geplant. Ook hadden ze twee zitbankjes neergezet.

Over de terugweg deden we soms wel een kwartier korter dan over de heenweg. Vaak kwamen we een oude man met een hond tegen. Hij begon later aan de beklimming, als de zon voor ons doen al te hoog stond. De hond was een voormalige zwerfhond, die zich aan de man had gehecht en nu bij hem woonde. Meestal maakten we een praatje. Stella was een beetje bang voor honden, maar niet voor deze, die een goedaardige uitstraling had. Op een keer had hij een schildpad in zijn bek, die hij voor onze voeten legde. We namen hem mee. Toen de man en de hond uit het zicht waren, gaven we hem zijn vrijheid terug.

Als kind had ik twee schildpadden, Kobus en Toon, die 's zomers rondscharrelden in onze daktuin. In de winter sliepen ze op zolder, in een doos met dorre bladeren. In het voorjaar werden ze wakker en gingen ze weer de daktuin in. Ze waren dol op tomaat, sla en wonderlijk genoeg ook op hard gekookte eieren. De schildpad in Seïch-Sou nam na zijn vrijlating verrassend snel de benen. Verrassend snel voor een schildpad. Later, na Stella's overlijden, heb ik nog weleens naar hem uitgekeken. Toen de kapelletjes door de gemeente werden gesloopt, op aandringen van een raadslid van de communistische partij, ben ik met de wandelingen gestopt en verdween ook de man met de hond uit mijn leven.


Foto: auteur


vrijdag, juni 02, 2017

Paradijs




Ik heb zojuist een klein paradijs achter mij gelaten. Ik geef toe, als iets maar groen en stil genoeg is, vind ik het al gauw een paradijs. Het moet een plek zijn waar ik ongestoord kan dromen. Dat Stella nog leeft en we samen op reis zijn. Dat hier drieduizend kilometer van huis ineens de jongedame die nu en dan mijn bestaan opluistert, voor de deur staat. Dat er geen kwaadaardige belastingambtenaren en domme boekhouders bestaan. Dat het altijd mooi weer is, want in een paradijs bestaan geen grauwe wolkenluchten en ijzige stormen. Toch zijn de weiden er altijd grazig.

Vanmorgen ben ik van Samothraki teruggevaren naar Alexandroupolis. Over een gladde, zonovergoten zee. Precies zoals Nederlanders die deze hoek van de Egeïsche Zee niet kennen, dat verwachten. Jaren geleden konden Stella en ik niet weg vanwege een plots opgestoken storm. De volgende dag bewoog geen blad aan de bomen. Een paradijs is niet altijd wat het verondersteld wordt te zijn, maar deze keer was het dat wel. Ik zat vijf dagen diep in het groen, aan een ruisende beek. De nachtegalen zongen even mooi als in het beroemde gedicht van Seferis over Platres, op Cyprus. Ook een soort paradijs, maar dit terzijde. Het ontbrak er nog maar aan dat ik een eenhoorn zag.

Ik was ver van het gekrakeel van de wereld, van de verongelijktheid, van de leugenachtigheid, het moralisme en de dweepzucht. God had ik uit mijn paradijs verjaagd. Dat gaf rust en vrede, al was het maar voor een milliseconde van de eeuwigheid.

Foto: auteur


woensdag, mei 31, 2017

Domino




Ik ben in Chora, de hoofdplaats van Samothraki, om foto's te maken. Ik heb hier mooie herinneringen en foto's helpen die te bewaren. Beter dan het geheugen, dat naarmate de tijd verstrijkt op verraderlijke wijze zijn eigen gang gaat. Ooit heb ik hier met Stella een paar weken gelogeerd. In een studio boven de slagerij van meneer Zolotas. Hij hield ook een kudde geiten. Van de geitenmelk maakte hij kaas. Toen we vertrokken kregen we daar een flinke bonk van mee, omdat hij het leuk vond dat we zijn gasten waren geweest. De zaak is gesloten en het bord waarop in sierlijke letters kreopoleon, is weg. Waarschijnlijk is hij met pensioen, maar zeker weet ik dat niet. Het is voorjaar, het toeristenseizoen is nog niet begonnen, maar of dat ook voor een slagerij geldt, betwijfel ik.

De ingang van de studio is in het steegje boven de slagerij. Chora is tegen een rots gebouwd, zoals een amfitheater. Je komt er via een steil paadje. Van buiten ziet het huisje er goed onderhouden uit. Ik zou er zo in kunnen trekken, maar ik ben op bliksembezoek. Voor de deur speelden Stella en ik vaak een spelletje domino. Later zou ze beginnen met de vertaling van Dubbelspel van Frank Martinus Arion. Ze was ook met Max Havelaar bezig, maar door haar ziekte en overlijden heeft ze die vertalingen niet kunnen afmaken.

Ook café Lefkos Pyrgos (Witte Toren), onze favoriete plek, is nog gesloten. De kastelein woont in Frankrijk, waar hij is getrouwd met een professor in de letterkunde. Alleen in juli en augustus is hij kastelein. Het Trapeza Café (een eigenaardige naam: Bank Café) is wel open. Vanaf het balkon heb ik een prachtig uitzicht over het plaatsje en de wijde omgeving. De vrouw die mij m'n tsipouro met hapjes brengt, zegt dat Nederlanders goede mensen zijn. Ik laat het maar zo. Ik wil hier in de zomer terugkomen om met Stella domino te spelen, maar ik ben Orpheus niet en Stella is geen Euridice.

Therma, Samothraki, 3 mei 2017.

Foto: auteur


zondag, mei 28, 2017

Nieuw jasje




2016 Leek een beetje een rampjaar voor de Dordtse horeca. De Vrijheid dicht, Visser dicht en een goedwillende, maar doorgeschoten burgemeester die regelmatig te veel vasthield aan de letter in plaats van de geest van de wet, in dit geval de gemeentelijke horecaverordening. In 2017 is een en ander ten goede gekeerd. De Vrijheid ging na een geslaagde crowdfundingactie weer open, de gemeente lijkt minder star in zijn horecabeleid en op 18 mei opende Visser weer de deuren.

De Vrijheid is nog steeds die fijne, vertrouwde, bruine kroeg, zoals ik de zaak altijd al ken. Prima, vooral ook die rookruimte, want ik heb dan wel zelf mijn pijpen met pensioen gestuurd, ik ben nog steeds tegenstander van het betuttelende rookverbod in de horeca. Toen Visser bijna een jaar geleden sloot, vreesde ik dat dat het definitieve einde was. De sluiting was onvermijdelijk door de ziekte van eigenaar Jaap Mol, mijn angst was dat het pand een andere bestemming zou krijgen of, in het minst erge, maar toch nog vreselijke geval, een moderne loungetent zou worden. Gelukkig pakte dat anders uit. De nieuwe eigenaar, Dennis van Buuren, en zijn team hebben na maanden hard werken Visser letterlijk uit het stof laten herrijzen. Het heeft nog steeds de sfeer van het oude, vertrouwde Visser, maar in plaats van het charmante, maar wat sleetse kloffie van eertijds, draagt het nu een aantrekkelijk nieuw jasje. Het antieke koffiezetapparaat, dat tot voor enkele jaren nog dienst deed en daarna een plekje aan de wand kreeg, hangt er nog steeds als herinnering aan vroeger tijden en veel voorwerpen uit het oude Visser keerden terug in de zaak, zij het soms op een ander plekje. De nieuwe, prachtige bar geeft een aangenaam ruimtelijk effect, er staat een meer dan indrukwekkend koffiezetapparaat en daar komt meer dan voortreffelijke koffie uit en naast de onvolprezen poffertjes en het fameuze broodje bal, biedt de kaart een aangename variëteit van hapjes en kwaliteitsdranken. Kortom, Visser is Visser-plus geworden. Ik kom al vanaf mijn vijftiende in Visser, ik hoop dat ik er op mijn vijfennegentigste nog steeds kan binnenschuifelen, mits mij die tijd van leven is gegeven.

Naast de heropende Vrijheid en de vernieuwde Visser zijn er natuurlijk nog tal van andere aantrekkelijke horecagelegenheden in het Dordtse centrum. De buitenwijken blijven daar nogal bij achter. Ik moet weleens de spoorlijn over, al was het maar om naar het FC Dordrecht-stadion te gaan, maar eigenlijk beschouw ik het daar al niet meer als het echte Dordt. Niet voor niets liggen al die slaapwijken op grond die nog niet zo heel lang geleden behoorde tot het door Dordrecht opgeslokte Dubbeldam. Als ik de verhalen van mijn moeder mag geloven, was het enige dat in haar jeugd een bezoek aan Dubbeldam de moeite waard maakte, de uitspanning van mijn overgrootouders. Ik heb op een zondagmiddag eens een wandeling door Dubbeldam gemaakt. Steeds dacht ik in Bleskensgraaf te zijn beland.

Foto: auteur



vrijdag, mei 26, 2017

Mieren




Ik kijk uit op de weg die afloopt naar zee. De weg uit mijn gedicht Loutros, Samothraki, dat in In dit laagland staat. Ik zeg het maar gewoon voordat iemand het met Google opzoekt. Het Griekse borreluur is afgelopen, ik ben bijna alleen. De zon is bezig onder te gaan. Straks zal ik in het donker naar mijn logeeradres lopen, zeven minuten van het dorpsplein. Dan kom ik langs de bescheiden, keurig onderhouden begraafplaats. Bij een aantal graven branden olielampjes. Ik vind dat mooi en vooral ontroerend. Je moet de doden in ere houden. Als ik in Theodosia zou wonen, waar Stella begraven ligt, zou ik iedere avond de olielamp op haar graf aansteken. Waar ik nu zit, zaten we ooit samen. Iemand heeft daar met Stella's camera een mooie foto van gemaakt.

Soms nadert een auto over de weg. Als die met een flinke vaart het dorp in scheurt, is de chauffeur meestal een Griek. Als hij minder hard rijdt, is het vaak een toerist in een huurauto. Ik ben pas gisteravond aangekomen, maar ik heb al twee toeristen de weg gewezen. Waarom mij overal in Griekenland de weg wordt gevraagd, is me een raadsel. Ik zie er niet Grieks uit en ik spreek de taal met een accent dat mij direct verraadt als buitenlander.

Mijn Grieks is niet goed genoeg om door te gaan voor Griek, maar wel om ruzie te maken met de belastingdienst. Ik heb het geld teruggevraagd dat die mij liet betalen, al had Griekenland daar, volgens een verdrag met Nederland, geen recht op. Sindsdien maakt de Griekse fiscus mij het leven zuur. Er loopt een mier over mijn arm. De natuur is alom. Mieren zijn vele malen efficiënter dan de Griekse bureaucratie, dan welke bureaucratie dan ook, op misschien die van Noord-Korea na. Toch houd ik niet van mieren. Als kind ving ik mieren om in een emmer zeepsop te verdrinken.

Foto: auteur


dinsdag, mei 23, 2017

Varken




De zon schijnt. De vrouw van het Varken ziet mij op het terras en begroet me enthousiast met twee zoenen. De Griekse gewoonte is twee, een significant verschil met Nederland, waar het alweer 'te koud voor de tijd van het jaar' is. Aan de overkant van het Agia Sofiaplein speelt een studentenorkestje. Ze moeten wat om de huur bij elkaar te scharrelen. De muziek raakt me. Eén van mijn vrienden houdt mij voor a-muzikaal omdat ik namen van artiesten slecht kan onthouden. Ook de namen van mijn leerlingen kon ik moeilijk onthouden. 'Ze moesten jullie een nummer geven,' zei ik weleens, 'dan wist ik tenminste wie jullie waren.' Sons schoot ik een krijtje naar iemands hoofd. Als het raak was, mochten ze het teruggooien.

Begin jaren zeventig had ik iets met Wendy uit Hooton op de Wirral. Soms bleef ik een weekeinde bij haar, als ik in de zomervakantie bij mijn Engelse familie logeerde. Of liever: bij haar ouders, want zij was vijftien, vier jaar jonger dan ik. We maakten lange avondwandelingen en stopten vaak om te tongen. Als haar ouders niet thuis waren, trok ze me af en mocht ik klaarkomen over haar borsten. Die waren bijna doorschijnend wit, met zachtroze tepels. We spraken af dat we het in het laatste weekeinde voor ik terug moest naar Nederland, echt met elkaar zouden doen, maar haar ouders zegden een concert af en ze werd ongesteld. Ik belde vaak vanuit Nederland. Haar nummer zit nog in mijn hoofd: 00443272071. In de loop der jaren groeiden de Britse telefoonnummers en werd de samenleving een stuk ingewikkelder.

De vrouw van het Varken vroeg bij elk weerzien welke Nederlandse universiteit het beste voor haar zoon zou zijn, die in het buitenland wilde gaan studeren. De baas van het Varken heeft het meestal over de kwaliteit van Hollandse sigaren. De zaak loopt minder goed dan vroeger, zegt hij, maar een sigaar kan er nu en dan nog wel vanaf. Over het plein klinkt een tsiftetèli*. Een meisje begint te dansen. Later bedenk ik dat ik vergeten ben te vragen of die zoon nu al in het buitenland studeert.

Foto: auteur


*Griekse dans.


maandag, mei 15, 2017

Winterkleren




Het was 28 februari. Ik zat nog op de mulo. Toch was het een onwaarschijnlijk mooie dag. De zon scheen, er woei nauwelijks wind en misschien was het wel twintig graden, al voelde het warmer aan. We liepen nog in onze winterkleren, maar op school gingen de ramen open. De leraar Frans, met het eeuwige stompje sigaar in zijn mondhoek, leek minder chagrijnig dan normaal. Van orde houden had hij weinig kaas gegeten, evenals de dominee. Bij Frans leerde je weinig, bij de dominee kreeg je weleens een mooi verhaal te horen. Soms redde dat de les. Als hij vertelde over David en Bathséba keek ik stiekem naar Marianne, de Bathséba van de klas, en gaf ik die David groot gelijk.

Op de terugweg naar huis kon de winterjas uit en ik herinner mij zelfs nog op ons balkon huiswerk te hebben gemaakt. Tot de zon achter de huizen verdween en de winter onstuitbaar terugkeerde.

De leraar Frans was de volgende dag weer even humeurig als altijd en de dominee zeurde over de tien geboden, terwijl wij op Jozef en de vrouw van Potifar hadden gehoopt. Wat een wijf was dat! Zoiets als de lerares Engels. Die zou niet zo heel veel later trouwen met de directeur, maar toen was het al nazomer en nog steeds slecht weer.


Foto: Kees Klok


maandag, mei 08, 2017

Cyprus: de stand van zaken (2)




Van 1192 tot 1489 regeerde het Huis de Lusignan als vorsten over Cyprus. De eerste vorst Guy de Lusignan, kocht het eiland van de Engelse koning Richard Leeuwenhart, die het tijdens de Derde Kruistocht veroverde. Een eerdere verkoop aan de Tempeliers bleek geen succes. Guy de Lusignan voerde ook de titel koning van Jeruzalem. Die stad werd in 1187 door sultan Saladin de Grote veroverd, maar de Lusignans bleven zich koning van Jeruzalem noemen. Als een nieuwe vorst werd gekroond, gebeurde dat eerst in Nicosia, als koning van Cyprus en daarna in Famagusta als koning van Jeruzalem. Tijdens de Lusignans werd een aantal belangrijke gotische kerken en kloosters gebouwd, zoals de abdij van Bellapais en, op fundamenten van oudere vestingen, een aantal kastelen, waaronder Kolossi, nabij Limassol, en St. Hilarion, dat de strategische bergpas tussen Nicosia en Kyreneia beheerst. De laatste Lusignan die over Cyprus regeerde was de Venetiaanse echtgenote van koning Jacobus II, Catharino Cornaro, die het bestuur in 1489 overdroeg aan de Venetiaanse republiek. In 1570 vielen de Osmanen Cyprus binnen. In datzelfde jaar veroverden zij Nicosia. In 1571, na een beleg van bijna een jaar, viel ook Famagusta in hun handen. Zij bestuurden het eiland tot de Britten het in 1878 overnamen. Na een periode van gewapend verzet tegen de Britten, door de Grieks-Cyprioten en onderlinge strijd, werd Cyprus in 1960 onafhankelijk. Aanhoudende problemen tussen de Grieks en Turks-Cyprioten en een mislukte staatsgreep in 1974, leidden tot de Turkse invasie van 1974. Sindsdien is het eiland verdeeld.




Agios Kassianos

Als ik in Nicosia ben, wandel ik graag door Agios Kassianos, een schilderachtig buurtje aan de Groene Lijn, in het oosten van het historische centrum. Na de Turkse invasie (1974) werd het grotendeels verlaten. Veel huizen raakten in verval. Na de eeuwwisseling veranderde dat langzamerhand, hoewel het aantal inwoners nog steeds maar ongeveer een kwart bedraagt van dat van voor 1974. De Archeologische Dienst restaureerde een traditioneel herenhuis in de Axiotheastraat, waarin de Universiteit van Cyprus haar Cultureel Centrum vestigde. Toen ik onlangs op Cyprus was, bezocht ik er een rebetikaconcert, dat gehouden werd op de sfeervolle binnenplaats, in het kader van het jaarlijkse cultureel festival. Een bezoek dat, alleen al vanwege het gebouw, de moeite waard was. Ook door particulieren werden huizen opgeknapt en opnieuw betrokken, ondanks dat ze soms letterlijk tegen de Groene Lijn aan staan. In de Axiotheastraat, bijvoorbeeld, die even voorbij het Cultureel Centrum is afgesloten door een barricade van oude olievaten, golfplaten en prikkeldraad. Daarachter heerst het treurige verval van al tweeënveertig jaar leegstaande gebouwen. Dat geeft mijn omzwervingen soms even iets ongemakkelijks.

Agios Kassianos, dat in het verleden Kafesli heette, ontleent haar naam aan haar in de negentiende eeuw gebouwde kerk. Dichtbij deze Agios Kassianos staat de kerk van Chrysaliniotissa, het oudste en belangrijkste orthodoxe gebedshuis van de stad. De belangrijkste straat is de Ermou, voor de Turkse invasie de Kalverstraat van Nicosia. Nu heeft ze de rust van een achterstraat. Al snel stuit je op de Groene Lijn, die de Ermou doorsnijdt en waarachter de minaretten zichtbaar zijn van de Selimiye-moskee in het bezette deel van de stad, ooit de door de Lusignans (1192-1489) gebouwde, gotische kerk die wij kennen als Agia Sophia. Hemelsbreed tweehonderd meter, maar via het checkpoint in de Ledrastraat te voet in zo'n drie kwartier te bereiken.

Centre of Visual Arts en Research

Ook in de Ermou is veel gerestaureerd. Een voorbeeld daarvan is het Centre of Visual Arts en Research, met een museum en een wetenschappelijke bibliotheek. In 2014 opende het de deuren voor het publiek. Het is gehuisvest in een voormalige Osmaanse herberg, die in 1953 tot meelfabriek werd verbouwd, Toen die werd gesloten raakte het gebouw in verval tot het werd gerestaureerd door de Kostas en Rita Severis Stichting, die tot doel heeft, volgens Dr. Rita Severis, de algemeen directeur, 'om via de studie van het multiculturele erfgoed van Cyprus het vreedzaam samenleven van de bevolkingsgroepen te bevorderen.' In het bestuur van de stichting zitten dan ook zowel Grieks als Turks-Cyprioten. Het museum, waarin men zich vooral richt op de 18e tot en met 20e eeuw, bevat meer dan duizend schilderijen, prenten en tekeningen, van lokale en internationale kunstenaars. In de collectie bevindt zich ook een groot aantal voorwerpen uit het persoonlijke leven van belangrijke historische figuren, zoals het uniform van de eerste Britse gouverneur, Sir Garnet Wolsely, en de geheel naar het origineel nagebouwde werkkamer van oud-president Glafcos Clerides (1919-2013). Die wordt regelmatig aan bedrijven of organisaties verhuurd als vergaderruimte. Van groot belang is ook de bibliotheek, die een paar duizend boeken en een collectie documenten bevat, die beschikbaar zijn voor wetenschappelijk onderzoek. 'Ons centrum is vooral een bi-communaal project,' benadrukt Dr. Severis. Een belangrijk project is SHARE (Sharing History, Art, Research and Education), waarin ondermeer onderwijsactiviteiten, gericht op de jeugd in heel Cyprus, plaatsvinden. Verder organiseert het centrum evenementen als concerten, filmvoorstellingen en lezingen. Of het ideaal, een oplossing vinden voor de tweedeling van Cyprus, binnen afzienbare tijd zal worden bereikt, is echter nog maar de vraag.

Oplossing

Ik leg die voor aan Dr. Georgios Kazamias, hoogleraar geschiedenis aan de Universiteit van Cyprus. Volgens hem zijn er nogal wat haken en ogen op de weg naar een oplossing. Die zou de vorming van een federatief Cyprus met twee deelstaten moeten inhouden. Allereerst is daar Turkije. Er gebeurt niets op Noord-Cyprus buiten de wil van Ankara om en het lijkt op het ogenblik dat een oplossing voor Turkije niet erg urgent is, omdat een Turks lidmaatschap van de EU ver uit het zicht is geraakt. Misschien dat de wens mee te kunnen delen in de veelbelovende gasvoorraden onder het Cypriotische continentale plat een motivatie kan zijn, maar gezien de lage energieprijzen heeft hij daarover voorlopig zijn twijfels. Volgens hem is een irrationele factor als het sterke, Turkse nationalisme een belangrijk obstakel, maar er zijn ook praktische belemmeringen. Hoe moet de compensatieregeling voor de van huis en haard verdrevenen er gaan uitzien en belangrijker nog: wie gaat dat betalen? De regering hoopt op donaties van bevriende landen, maar of die komen is onzeker, meent hij.

Kamer van Koophandel

Voorzitter van de Kamer van Koophandel, Phidias K. Pilides, meent dat een akkoord de economie, nadat het aanvankelijk een en ander zal kosten, uiteindelijk ten goede zal komen. Er kunnen dan joint-ventures worden opgezet met de Turks-Cyprioten, iets waar vooral zij van zullen profiteren, omdat de economie in bezet gebied nog niet erg is ontwikkeld. De scheepvaart zal profiteren doordat de Turkse havens zullen opengaan voor schepen die onder Cypriotische vlag varen. Nu worden deze daar nog geweerd. De Turkse markt zal opengaan voor Cypriotische bedrijven en de bouw zal waarschijnlijk flink aantrekken door het vele reconstructiewerk dat wacht, met name in de VN bufferzone en in Famagusta, waar de toeristische wijk Varosha, sinds 1974 verlaten en van de buitenwereld afgesloten, moet worden herbouwd. Ook ziet hij nieuwe mogelijkheden voor het toerisme, met name het maritieme, dat zich verder zal kunnen ontwikkelen. Tenslotte zal de exploitatie van de gasvoorraden onder het continentale plat gemakkelijker worden. De Kamer van Koophandel hoopt dan ook dat beide partijen uiteindelijk tot overeenstemming zullen komen..

Obstakels

Een adviseur van de president, die zijn naam niet vermeld wenst, omdat hij op persoonlijk titel spreekt, klinkt echter niet optimistisch. Je hoort in de media regelmatig dat het ogenblik om een akkoord te bereiken gunstiger is dan ooit, maar die opvatting is toch vooral gebaseerd op het feit dat president Anastasiades en de leider van de Turks-Cyprioten, Mustafa Akinci, elkaar persoonlijk goed liggen. Er zijn nog steeds enkele formidabele obstakels voor een akkoord. Hij noemt de Turks-Cypriotische eis dat het presidentschap om de paar jaar moet roteren tussen de president (gekozen door de Grieks-Cyprioten, 80% van de bevolking) en de vice-president (gekozen door de Turks-Cyprioten, 18% van de bevolking). Hij noemt dat strijdig met de democratie. Ook ziet het er niet naar uit dat de Turks-Cyprioten en vooral de Turken, de Grieks-Cypriotische eis tot afschaffing van het Garantieverdrag zullen accepteren. Dit verdrag houdt in dat Turkije, Groot-Brittannië en Griekenland de onafhankelijkheid en de constitutionele orde op Cyprus garanderen. Met dit verdrag in de hand rechtvaardigden de Turken hun inval in 1974. Ten derde is er nog lang geen overeenstemming over het grondgebied van de twee deelstaten. De Grieks-Cyprioten eisen in elk geval teruggave van Morfou en omgeving en Famagusta.

De laatste avond van mijn verblijf breng ik weer door in Agios Kassianos. In de Ermou vind ik een restaurant, waarvan de tuin uitzicht biedt op de Groene Lijn. De tuin is romantisch verlicht, in de bufferzone is het aardedonker. Enkele katten vliegen elkaar in de haren. Hun gekrijs weerkaatst tegen de huizen aan de andere zijde van de bestandslijn. Als de ruzie voorbij is, heerst een bijna vredige stilte. Ik vraag mij af wanneer dit charmante stukje Nicosia weer een bloeiende, herenigde woonwijk zal zijn. De jongste onderhandelingsronden, in september en november, waarvan de laatste plaatsvond in het Zwiterse Mont Pelerin, onder auspicien van de Verenigde Naties, hebben nog niet tot overeenstemming geleid. Het voorlopig breekpunt is het vaststellen van de definitieve grens tussen de beoogde deelstaten.

Foto's: Kees Klok

Eerder gepubliceerd in Griekenland Magazine, lente 2017. Met dank aan de ambassade van Cyprus te Den Haag.



zaterdag, april 22, 2017

Cyprus: de stand van zaken (1)



Cyprus werd in 1960 onafhankelijk van Groot-Brittannië, dat het eiland sinds 1878 bestuurde. Onenigheid tussen de twee belangrijkste bevolkingsgroepen, de Griekstalige (ongeveer 78% van het aantal inwoners) en de Turkstalige (ongeveer 18%) leidde tot een crisis in het bestuur en onderlinge gewelddadigheden. Sinds 1964 is een VN-vredesmacht actief op het eiland, waarmee deze missie de langste is in de geschiedenis van de VN. In juli 1974 vond een door het Griekse kolonelsbewind (1967-1974) georganiseerde staatsgreep plaats, die als doel had de president, aartsbisschop Makarios, van het toneel te laten verdwijnen en aansluiting van Cyprus bij Griekenland te bewerkstelligen. Hoewel de staatsgreep mislukte, was zij de aanleiding voor Turkije om op 20 augustus het eiland binnen te vallen. In korte tijd werd het noordelijke deel van Cyprus bezet. Vrijwel alle Grieks-Cyprioten werden verdreven. Een meerderheid van de Turks-Cyprioten trok vanuit het niet veroverde gebied naar het noorden. In 1983 riepen zij daar de 'Turkse Republiek van Noord Cyprus' uit, die uitsluitend door Turkije werd erkend. Jarenlange onderhandelingen leidden in 2004 bijna tot een oplossing van de deling van Cyprus, maar het bereikte akkoord werd in een referendum door de Grieks-Cyprioten verworpen, omdat zij de voorwaarden te ongunstig en te onrechtvaardig vonden. Terwijl dit artikel werd geschreven zijn nieuwe onderhandelingen om de deling op te lossen gaande. Cyprus trad in 2004 toe tot de EU. Het land is lid van de eurozone en vooral bekend door zijn aantrekkelijkheid voor toeristen, vanwege de mooie stranden, het natuurschoon en het rijke culturele erfgoed.


Groene Lijn

De Groene Lijn, de VN bufferzone die dwars door Nicosia, de enige gescheiden stad van Europa, loopt, is een stuk ouder dan de Berlijnse Muur. Die viel na achtentwintig jaar. De Groene Lijn vierde inmiddels haar tweeënveertigste verjaardag. Het lijkt alsof er ondertussen nog een barrière is ontstaan, een tijdelijke. Op de rand van het historische centrum, dat binnen de door de Venetianen aangelegde wallen ligt, wordt hard gewerkt aan de reconstructie van het Platia Elefteria, het plein waarop de beroemde Ledrastraat uitkomt, die leidt naar een checkpoint waardoor je naar het noordelijk deel van de stad kunt lopen. Daar zijn de Turks-Cyprioten de baas. Jarenlang was het voor Cyprioten vrijwel onmogelijk de Groene Lijn te passeren, maar daarin kwam in 2003 verandering. Tegenwoordig vindt een flink aantal Turks-Cyprioten werk in het vrije gebied, zoals het deel dat in 1974 niet bij de Turkse invasie werd veroverd door de Grieks-Cyprioten wordt genoemd. Het noorden noemt zich 'Turkish Republic of Northern Cyprus', een land dat door niemand is erkend, behalve door Turkije, dat er een legermacht van bijna veertigduizend man heeft gestationeerd. Het is de facto het enige gebied van een EU-lid dat door een ander land wordt bezet.

Shocktherapie

Een enorme bouwput bewijst dat de reconstructie van het plein op grootse wijze wordt aangepakt. Je verwacht dat niet direct in een land dat zwaar werd getroffen door de eurocrisis. Cyprus balanceerde lang op de rand van een faillissement. Te lang, volgens Dr. Andreas Charalambous, op het ministerie van financiën verantwoordelijk voor het handhaven van de financiële stabiliteit. Volgens hem heeft de toenmalige regering te lang gewacht met het vragen van noodsteun, toen het door een aantal factoren mis ging. Een onevenwichtige situatie op de vastgoedmarkt, maar vooral het te grote aandeel van Cypriotische banken in de Griekse staatsschuld, wijst hij aan als de belangrijkste oorzaken. Door het vragen van steun almaar uit te stellen, verergerde de financiële situatie onnodig, wat tenslotte leidde tot een 'shocktherapie'. Spaarders en depositohouders raakten een groot deel van hun tegoeden boven een limiet van honderdduizend euro kwijt om het land van een faillissement te redden. Ook moest Cyprus zich, in ruil voor financiële noodsteun, onderwerpen aan het regiem van een 'trojka' van IMF en EU, wat bezuinigingen betekende en als gevolg daarvan een stijging van de werkloosheid.

Economische groei

Met op het netvlies beelden van wat de crisis in Griekenland heeft aangericht, verbaast de bruisende activiteit in Nicosia mij enigszins. Ja, er zijn leegstaande winkels en ik heb tijdens mijn verblijf ook een enkele vrouw zien bedelen, maar je ziet geen straten met vrijwel uitsluitend lege bedrijfspanden en van een verloedering, zoals in sommige buurten van Athene, is geen sprake. Dr. Charamlambous legt uit dat het steunprogramma inmiddels ten einde is gekomen, dat Cyprus weer kan lenen op de financiële markten en dat het land bezig is nieuwe investeerders aan te trekken. In het laatste kwartaal van 2015 was er alweer sprake van economische groei. De regering, meent hij, heeft zich stipt gehouden aan de uitvoering van de door de trojka geëiste maatregelen, waarbij ook het ontbreken van veel maatschappelijk verzet en sociale onrust, zoals in Griekenland, van belang was. Er wordt gewerkt aan een versterking van de positie van de banken en een verstandig omgaan met de openbare financiën blijft geboden, want hoewel er weer sprake is van economische groei, is het land nog niet uit het dal. Zijn mening wordt gedeeld door de voorzitter van de Kamer van Koophandel, Phidias K. Pilides en diens secretaris-generaal, Marios Tsiakkis. Zij benadrukken het belang van innovatie op medisch gebied, technologie en onderwijs. In sommige sectoren, zoals de bouw en de detailhandel, gaat het herstel relatief langzaam. Scheepvaart en toerisme daarentegen zijn krachtige motoren voor de economie. Het toerisme maakt een ongekende groei door, met dit jaar 20% meer bezoekers. De sector lijkt vooral te profiteren van de onrust in omliggende landen, zoals Egypte en Turkije.


Brexit

Hoewel de wolken op economisch terrein lijken weg te trekken, is er nog lang geen sprake van een voor Cyprus zo typerende, stralend blauwe lucht. Toekomstige economische groei is mede afhankelijk van de ontwikkelingen binnen de eurozone en de situatie in de regio. Er heerst onzekerheid over de Brexit. Volgens de heer Pilides staat Cyprus in de top vier van landen die de invloed van een Brits uittreden uit de EU gaan voelen, al zijn de gevolgen nog niet echt te voorspellen. Een devaluatie van het Britse pond, als gevolg van de Brexit, kan nadelig uitvallen voor het toerisme en is slecht voor de export. De import vanuit Groot-Brittannië daarentegen zal goedkoper worden. Dr. Charalambous meent dat de effecten van een Brexit vooral zullen afhangen van de manier waarop Europa ermee zal omgaan en of het vertrouwen in de eurozone kan worden behouden. Voor Cyprus is het van belang om zich voorlopig vooral te richten op het in balans houden van het budget, wat dwingt tot het stellen van prioriteiten.

Zon, zee, stranden & cultuur

'We proberen meer te doen met minder middelen,' zegt Dr. Marina Solomidou-Ieronymidou, directeur van de Archeologische Dienst (Department of Antiquities). Als gevolg van de crisis kreeg ook deze dienst, essentieel voor het behoud van het Cypriotisch erfgoed, te maken met forse bezuinigingen. Toch was dat geen reden om het hoofd in de schoot te werpen. De dienst ontplooit tal van activiteiten, ondanks een onvermijdelijke inkrimping van het aantal medewerkers. 'Zon, zee en stranden heeft ieder land aan de Middellandse Zee, maar de cultuur maakt een land uniek,' stelt ze. Prioriteit heeft het digitaliseren van de archieven. Dit is vooral van belang om de bestrijding van de illegale handel in archeologische vondsten te verbeteren. Niet alleen is er tijdens en na de Turkse invasie in het bezette noorden veel geroofd en geplunderd, ook in de omringende landen komt het vanwege oorlog en geweld veelvuldig voor. Cyprus werkt hierbij samen met een groot aantal landen in en buiten de EU.

Romeinse mozaïeken

Een ander belangrijk punt voor de Archeologische dienst is musea en terreinen toegankelijker te maken voor mensen met beperkingen. Informatiemateriaal wordt ook in braille gedrukt en in grote letters voor slechtzienden. Ook de informatie bij monumenten en op archeologische terreinen is in braille beschikbaar. In Kourion en Paphos zijn golfcars aangeschaft voor bezoekers die moeilijk ter been zijn. Gidsen worden speciaal opgeleid om mensen met een beperking rond te leiden. Voorts werkt men aan nieuwe tentoonstellingen, zoals binnenkort te Amathus naar aanleiding van het veertig jarig bestaan van de Franse Archeologische School. Publicaties verschijnen in meer talen dan alleen Grieks en Engels en men werkt met steun van de EU aan managementplannen voor terreinen die op de werelderfgoedlijst van de UNESCO staan, zoals Chirokitia. De dienst wil het begrip voor haar werk bij het grote publiek bevorderen, zodat men haar niet alleen ziet als een 'vijandige' organisatie, die een lastige vinger in de pap houdt bij bouwwerkzaamheden en infrastructurele werken. Via een Technisch Comité voor samenwerking tot behoud van het erfgoed, probeert men samen met de Turks-Cyprioten ook in bezet gebied zoveel mogelijk antiquiteiten veilig te stellen, al beperkt het werk van dit comité zich vooralsnog tot onroerend goed en monumenten. Uiteraard is de dienst ook betrokken bij het veiligstellen van recente vondsten, zoals twee belangrijke Romeinse mozaïeken, eentje deel van een badhuiscomplex, blootgelegd tijdens rioolwerkzaamheden te Larnaka, de ander in Akaki.

Dat behoud van het erfgoed niet alleen van wetenschappelijk belang is, maar ook van economisch, bijvoorbeeld doordat het toeristen trekt, behoeft geen betoog. Cyprus lijkt op de goede weg om de gevolgen van de crisis het hoofd te bieden. Rest nog dat andere probleem: de vraag hoe de tragische verdeling van het eiland kan worden opgelost.


Foto's: Kees Klok

Eerder verschenen in Griekenland Magazine, winter 2016. Met dank aan de ambassade van Cyprus te Den Haag.