zaterdag, januari 21, 2017

Winterbrief




Lieve Stella,

Vannacht heeft het acht graden gevroren. Dat is niets vergeleken bij de winter van 1963, toen je met de auto over de rivier van Dordrecht naar Zwijndrecht kon rijden, maar ik vind het gruwelijk. Ik ben niet geschikt voor temperaturen onder de tien graden Celsius. Dat is mij al koud genoeg, tenslotte ben ik niet als Eskimo geboren. Het liefst hield ik een winterslaap, met een lief kacheltje als de jongedame die nu en dan mijn bestaan opluistert, naast me. Je kunt niet alles hebben, luidt een wijs cliché, en de jongedame heeft wel iets beters te doen. Daarom sta ik toch maar elke dag op en maak ik mijn wandeling, met als gevolg wintertenen, dooie vingers en een loopneus, terwijl ik mij afvraag hoe gek je moet zijn om schaatsen leuk te vinden.

Ik heb het weleens gedaan, schaatsen, toen ik een tiener was, op de bevroren vijver bij de begraafplaats. Je wilde er bijhoren en dus deed je maar mee. Je wist maar nooit of er niet een meisje van onder de indruk zou raken. Een illusie die ik al snel verloor op de botte, derdehands schaatsen waar ik het mee moest stellen. Als jochie heb ik het geleerd op de sloot achter ons huis, op Friese doorlopers achter de spreekwoordelijke keukenstoel. Ik dacht aan de stekelbaarsjes die we 's zomers vingen en bakten op het speelgoedfornuis van mijn zusje en besloot schaatsen niet leuk te vinden. Nooit. Toen ik eens als jong onderwijzer met mijn klasje moest gaan schaatsen op de bevroren singel nabij de school, maakte ik er een karikatuur van: lange jas, hoed en mijn pijp rokend. Roken was in die dagen gewoon in het onderwijs. Het lijkt een grijs verleden, toen het maatschappelijk discours nog niet werd overschreeuwd door dweepzieken en geestdrijvers.

's Avonds, als ik niet tegen mijn zin uithuizig ben, door bijvoorbeeld in een café te gaan zitten om de vervelende woordspelingen en de flauwe humor van een grollenbakker aan te horen, omdat dat nu eenmaal is afgesproken en wij ons diep in de provincie graag aan zekerheden vastklampen, steek ik vaak de open haard aan, waarbij ik dan ga zitten lezen. Televisie kijken kan ook, maar dat doe ik nog maar weinig. Ik kan er zelden wakker bij blijven. Misschien komt het doordat ik overdag al genoeg naar schermen staar. Het aanbod van de radio is vaak interessanter. Zo'n programma als Bureau Buitenland, niet toevallig van de VPRO, daar kan de televisie moeilijk tegenop. Weet je nog dat we op zondagmiddagen thuisbleven, speciaal om het programma van Hanneke Groenteman te zien? De Plantage heette het. We zijn er weleens bij aanwezig geweest. Het was een directe uitzending. 'Live' zeggen we in het Nederlands, wat vast is geïnspireerd door ζωντανή εκπομπή (levende uitzending), want we zijn een taalgevoelig volkje. Ik voel een bijna fysieke pijn als ik bedenk dat dat programma er niet meer is. Als er eens iets wordt uitgezonden dat de moeite waard is, ben ik natuurlijk net van huis, zoals afgelopen dinsdag, toen ik met voornoemde jongedame garnalen zat te eten in een restaurantje aan de haven. Haar haren glanzen zo betoverend rood in kaarslicht en ze is zo hopeloos jong en van deze tijd. 'Dan kijk je toch bij Uitzending gemist,' vond ze, maar als ik dat doe, kom ik niet aan schrijven toe en aan lezen, want tegenwoordig bespreek ik maandelijks boeken bij de plaatselijke radio. Geen idee of iemand luistert, maar het is boeiend om te doen. Mijn Boekenpraatjes op internet worden ook maar door een handvol mensen bekeken, wat geen reden is om er niet mee door te gaan. Misschien moet ik voornoemde jongedame vragen naast mij te komen zitten en af en toe ook iets te zeggen, want in de tijd dat ze daar nog voor de camera verscheen, ging het stukken beter met RTV-Dordt.

Daar is inmiddels de voorzitter van de Raad van Kerken tot tijdelijk verlosser benoemd, om het puin van het weggelopen bestuur te ruimen. Ik ga het je niet uitleggen. Ze hebben bij het mediacentrum van alles om er iets moois van te maken, behalve voldoende geld. Dat is de schuld van de gemeenteraad, die voor een dubbeltje op de eerste rang wil zitten, zoals elk Nederlands overheidsorgaan, en van het amateurisme van het bestuur. Daarom nu dus die verlosser. Ik vraag mij af hoe lang ik nog boeken bespreek. Morgen wordt een botte, ongeletterde, van iedere vorm van beschaving gespeende grootbek beëdigd als president van Amerika. Het ergste is dat jouw begaafde neefje H., vice-president-directeur van een enorme multinational met tachtig fabrieken over heel de wereld, hem op Facebook op luide toon heeft gefeliciteerd en neefje H. is allesbehalve ongeletterd en grof gebekt, terwijl hij ook nog woont in een verlichte staat als Minnesota. Hij is inmiddels wel heel rijk, dat zal het zijn. Of het komt doordat zijn zoon aan zoiets als American football doet.

Jij en ik hebben wel wat aan Amerika te danken. Zonder die genereuze beurs hadden wij elkaar waarschijnlijk nooit ontmoet, maar dat neemt niet weg dat dat land zich iets te vaak als een schurkenstaat heeft gedragen. Vraag dat maar aan de Irakezen en de Afghanen. Nu die griezelige grootsmoel het Witte Huis gaat bewonen, vraag ik mij in gemoede af of het niet heel wat verstandiger was geweest om die Pilgrim Fathers, toen ze indertijd als asielzoekers neerstreken in Leiden, op te sluiten in een dolhuis, in plaats van hen weer te laten vertrekken. Leiden heeft er wel een aardig, maar piepklein museum aan overgehouden.

Ik denk nog weleens aan onze droom: een huis op een afgelegen, Grieks eiland, met een hoge muur er omheen om de wereld buiten de deur te houden. In Griekenland hebben nazi's een school bestormd waar vluchtelingenkinderen les krijgen. In de Nederlandse media is het nauwelijks aan de orde gekomen. Je kunt beter speculeren over de vraag of er wel of geen Elfstedentocht komt. Ik heb mijn volgende reis naar Griekenland geboekt. Het duurt nog een tijd, maar ik zie uit naar mijn volgende verblijf in Thessaloniki, al is dat niet meer de stad die ik door jou leerde kennen. Alles verandert, dat is normaal, maar vaak niet meer ten goede en dat is op zijn zachtst gezegd verontrustend. Soms ben ik blij dat ik op licht gevorderde leeftijd ben en geen kinderen heb, maar hoe moet het met voornoemde jongedame? Ik maak mij daar zorgen over. Misschien dat de verlosser van RTV-Dordt het weet. Ondertussen houd ik mij bezig met het nieuwe manuscript van L.F. Rosen, een groot dichter. Het wordt een parel van een boek. Het zal dus, zoals de meeste poëzie, slecht verkopen, maar het is wel alsof ik even op dat droomeiland ben, weg van de wereld en de waan van de dag.

In gedachten, altijd,
Kees

Dordrecht, 19 januari 2017

Afbeelding: Andreas Schelfhout - Hollands winterlandschap. Collectie Dordrechts Museum.


Geen opmerkingen: