dinsdag, april 11, 2017

Giftige cocktail



'Een doos van Tupperware is mooier dan een nieuw gebouw in Nederland,' schrijft Geert van Istendael*. Ik moet daar vaak aan denken als ik door Dordrecht loop. Je komt er prachtige gebouwen tegen en sfeervolle havens, die aan Venetiƫ doen denken, maar ook gruwelijke lelijkheid. Neem de Spuiboulevard. Dat is met scheepslengten afstand de lelijkste straat van Nederland. Hij is het product van de giftige cocktail van slechte architecten, geldgeile projectontwikkelaars, megalomane stadsbestuurders en een slapende gemeenteraad. Voordat de in eerste instantie gedempte stadsgracht opnieuw werd uitgegraven, was het allemaal nog veel erger dan de esthetische ramp die het nu is.

Het hart van Dordrecht is het historisch centrum. Daar omheen ligt de 'negentiende eeuwse schil,' die voor een aanzienlijk deel in het begin van de twintigste werd gebouwd. Daarbuiten liggen de slaapwijken, waar ik niets te zoeken heb. Ik woon in die schil. Mijn huis is op de kop af 107 jaar oud en ontbeert van alles dat de overheid vandaag de dag wenselijk acht. Gelukkig heeft de overheid niets te zeggen achter mijn voordeur, al probeert zij zich steeds weer op te dringen.

Niet ver van mijn huis ligt de gevaarlijkste spoorwegbocht van Nederland. De NS laat daar 's nachts volop giftreinen rijden, maar de intercity's moeten Dordrecht zoveel mogelijk voorbij, menen ze in Utrecht. Zo'n stadje van 117.000 inwoners, 260.000 met de buitengewesten erbij, is toch nauwelijks de moeite waard? Ik roep op tot verzet: de bruggen open, de tunnels onder water, de kantoren aan de Spuiboulevard de lucht in en alle slechte architecten en geldgeile projectontwikkelaars op de waterbus naar Rotterdam en nooit meer terug op het eiland. Het is lente, de perenboom staat in bloei en de revolutie voor de deur. Ik ben er klaar voor.

*Geert van Istendael - Mijn Nederland. Amsterdam 2005. p. 31.j

Foto: Kees Klok



Geen opmerkingen: