vrijdag, juli 28, 2017

Farizeeërs




Als jong onderwijzer ben ik een keer uit mijn broek gescheurd. Ik raapte voor de klas iets op, een krijtje misschien, en krak! Vrolijkheid in de klas, maar wat nu? Ik werkte in Hendrik-Ido-Ambacht, ruim een half uur fietsen van de pont naar Dordrecht en de reddende naaimachine van Annemarie. In die tijd bestond er nog een vak dat nuttige handwerken heette. Dat werd gegeven door de juffrouw van de tweede klas, die daarom 'de naaijuf' werd genoemd. Zij dirigeerde mij naar het toilet, waar ik na afgifte van de broek wachtte tot ze de schade met een grove steek provisorisch had hersteld.

Terug in de klas werd er nog wat na gegrinnikt, wat ik afstrafte met een extra saaie rekenles. Ik vond rekenen een kutvak om te geven. Gelukkig zijn er tegenwoordig rekenmachines, al geef ik toe dat het handig is als je de tafels van één tot twaalf uit je hoofd kent. Ik heb daar veel plezier van gehad in de tijd dat ik bij DFC achter de bar stond en voortdurend meters bier moest afrekenen.

Een vriendin van mij is op vakantie. Ik zorg voor haar huisdier en haar planten. Als ik in de kroeg zeg: 'Ik zorg voor de poes van Claire,' regent het flauwe grappen. Binnenkort is dat afgelopen, dan komt niet alleen de rookinspecteur langs, maar ook de seksismepolitie. Het moet maar eens uit zijn met naaijuffen, kutvakken en de poes van Claire. Leve een rookvrij Groningen! Leve de farizeeërs!

Foto: auteur




dinsdag, juli 25, 2017

Amsterdam




Waar zou ik buiten Dordrecht willen wonen? Een niet te beantwoorden vraag. Er zullen altijd steden zijn waar ik nooit zal komen, soms met namen die de fantasie prikkelen: Samarkand, Isfahan. Er zijn steden waar ik niet meer heen wil, zoals Tunis, met vieze vliegjes en opdringerige kooplui, die je hardhandig hun winkeltje intrekken. Ik hoef geen steden in landen met nare ziektes, vuil, armoe, veel herrie en mensen die een kop kleiner zijn dan ik en als mieren leven.

Ik ben als stadsmens dol op het platteland, maar het moet niet langer dan een paar dagen duren. Ik ben ooit in 'verre' steden geweest, al is tien uur vliegen mij ver genoeg. New York, Boston, Minneapolis, Albuquerque, New Orleans, Washington, Willemstad, Paramaribo. Ik heb er rondgelopen, mij vermaakt, mij verbaasd en mijn geliefde leren kennen. In Minneapolis, maar goddank kwam ze uit Thessaloniki. Dat is maar twee en een half uur vliegen.

Ik vind Europa bereizen mooi genoeg. Ik pendel tussen Dordrecht en Thessaloniki. Soms doe ik Athene aan, Lissabon, Londen, Praag, Boedapest, Wenen, Düsseldorf, Parijs, Florence, Rome, Liverpool, Dublin, Edinburgh en nog zo wat. Amsterdam mijd ik een beetje, vanwege die humor en omdat ik ooit, eind jaren zestig, vanwege mijn lange haar geweigerd werd in het café van die lollige tante Leen op de Nieuwendijk.

Foto: auteur


donderdag, juli 20, 2017

Vrienden van Oranje




Ik hoor dat er in Dordrecht een standbeeld van Willem van Oranje komt. Ergens in de buurt van het Hof. Ik vraag mij af of dat wel zo'n goed idee is. Natuurlijk, ik wil niets afdoen aan het feit dat Willem van Oranje een belangrijke rol heeft gespeeld in de geschiedenis van Nederland. Hij was de Vader des Vaderlands, leerden wij op school. Daar leerden wij ook dat Jan Pietersz. Coen iets groots verrichtte in 'Ons Indië.'

Veel Nederlanders denken bij Willem van Oranje nog steeds aan een onbaatzuchtige held die have en goed riskeerde in zijn strijd voor de vrijheid van de Nederlanden. Dat die vrijheid voornamelijk van conservatieve aard was, namelijk het terugwinnen of behouden van de privileges van adel en steden (bestuurd door een oligarchie van een aantal rijke families) en weinig van doen had met ons moderne begrip vrijheid, laten we maar even onbesproken. Dat Oranjes streven naar vrijheid van godsdienst voor zowel de protestante minderheid als de katholieke meerderheid in de Nederlanden tenslotte uitliep op een achterstelling, en eeuwenlange positie als tweederangs burger, van de katholieken is hem niet aan te rekenen, maar de fanatieke Calvinistische minderheid in het land. Toch wordt het misschien tijd voor een heroverweging van de motieven van Willem en zijn plaats in onze geschiedschrijving. Het zou best eens kunnen zijn dat zijn handelen vooral voortkwam uit de wens de belangen van het Huis Nassau veilig te stellen, zoals dat, als we de goed protestantse hoogleraar Van Deursen in zijn biografie Maurits van Nassau. De Winnaar die faalde, mogen geloven, bij zijn zoon Maurits zeker het geval was.

De verhouding tussen Dordrecht en de Oranjes was in het verleden niet altijd even gelukkig. Oranjes kleinzoon Willem II raakte na het, zeer tegen zijn zin, tekenen van de Vrede van Münster al snel in conflict met een aantal steden, waaronder Dordrecht, over het afdanken van troepen. Willem II bereidde met zijn neef Willem Frederik van Nassau-Dietz, de Friese stadhouder, een staatsgreep voor om af te rekenen met zijn tegenstanders, waaronder de Dordtse regentenfamilie De Witt. Willem Frederik trok met een leger richting Amsterdam, voor een verrassingsaanval. Die mislukte doordat een deel van de troepen op de Hilversumse heide verdwaalde. Dat kon zomaar in die dagen. Willem zette burgemeester Jacob de Witt, samen met een aantal andere vooraanstaande leden van de Staten van Holland, gevangen in slot Loevestein.  De zaak liep met een sisser af, maar toen Willem II in 1651 aan de pokken overleed, besloten de regenten dat het uit moest zijn met de invloed van de ambitieuze Oranjes, die zich veel te veel als vorsten wilden gedragen. De anti-Oranjegezinde regenten noemt men ook wel Staatsgezinden. Het bestuur van Dordrecht was bij uitstek Staatsgezind. De zonen van Jacob de Witt, Cornelis en Johan, speelden in deze periode een belangrijke rol in het landsbestuur. Er kwam zelfs een Eeuwig Edict, in 1667, waarbij de Staten van Holland het stadhouderschap afschaften. Dit alles werd teruggedraaid in 1672, toen Engeland, Frankrijk, Münster en Keulen gelijktijdig de Republiek der Verenigde Nederlanden aanvielen en het door angst bevangen volk oproer veroorzaakte en schreeuwde om een Verlosser, in de vorm van Willem III als stadhouder. Die vond al veel langer dat hij dat moest worden en voelde zich nogal tegengewerkt door de gebroeders De Witt. Op 20 augustus 1672 werden zij op uitzonderlijk wrede wijze te Den Haag gelyncht door het Oranjegezinde volk, waarbij Willem III een twijfelachtige rol op de achtergrond speelde. Zo hij er niet direct bij was betrokken, wat onduidelijk is, dan wel vanwege het fiat dat hij gaf aan een reeks ophitsende pamfletten gericht tegen de de gebroeders De Witt.

Na de dood van Willem III (1702), die het schopte tot koning van Engeland en in zijn oorlogen met Lodewijk XIV een loodzware wissel had getrokken op de financiën van de Republiek, hadden de regenten voorlopig weer genoeg van de Oranjes. Er kwam een tweede stadhouderloos tijdperk. Daaraan kwam een einde in 1747 toen de Fransen het land bedreigden. Weer schreeuwde het volk, in die tijd aangeduid als 'het grauw', 'janhagel' of 'het plompe gemeen' om een Oranje Verlosser. Dat werd de Friese stadhouder, een achterachterneef van Willem III, die kinderloos stierf. Onder de zoon van Willem IV, Willem V, ontstonden alweer spanningen tussen de Oranjes en een deel van de regenten, die sympathiseerden met de Patriotten, waaronder nogal wat bestuurders van Dordrecht, waar vanaf 1782 de anti-Oranjegezinde Post van de Merwede enige tijd verscheen.

Het verhaal wordt te lang om hier in detail te vermelden, het is allemaal na te lezen in Simon Schama's Patriots and Liberators, maar de Dordtse pensionaris Cornelis de Gijselaar overkwam bijna het lot van de gebroeders De Witt, toen hij het in 1786 waagde om met zijn koets door de Stadhouderspoort het Binnenhof op te rijden. In Dordrecht werd in 1783 het Patriottische exercitiegenootschap De Vrijheid opgericht, waaraan het mooie, bruine café op de Noordendijk indirect zijn naam dankt. Het verhaal gaat dat, toen koningin Wilhelmina eens een bezoek aan Dordrecht bracht, het pikje van de cherubijn van het Huis der Onbeschaamden moest worden afgedekt om haar niet in verlegenheid te brengen. Ik heb sterk het gevoel dat dat verhaal apocrief is, maar wat wel zeker is, is dat Dordrecht, althans ten tijde van de Republiek, een moeizame omgang had met de Oranjes.

Ik vind zo'n standbeeld prima, als er dan maar een eerlijk en objectief historisch verhaal bij wordt verteld en geen jubelgeschiedenis, zoals bij de viering, onlangs, van de eerste 'vrije' Statenvergadering in Dordrecht. 'Toen begon Nederland,' sprak emiritus hoogleraar historische Nederlandse letterkunde Herman Pleij bij die gelegenheid op Radio1. Nou, nee. Het was een belangrijke bijeenkomst en een schakel in het proces dat tenslotte leidde tot onafhankelijkheid, maar voor Nederland begon, zou er nog heel veel water langs Dordrecht stromen.


Foto: auteur


maandag, juli 17, 2017

Topsport




Het was topsport, dit weekeinde. Het Big Rivers festival bruiste in het centrum van Dordrecht. Drie dagen lang muziek, ik geloof wel zo'n honderd bands op twaalf podia. Ik heb ze niet allemaal gezien. Dat was fysiek onmogelijk. Je kunt niet op twaalf plaatsen tegelijk zijn. Ik streepte in mijn programma keurig aan wat ik persé wilde zien, daartussen zwierf ik wat op de bonnefooi rond. Soms stuitte ik dan op een aangename verrassing. Gekookt heb ik die dagen niet. Het wemelde van de eettentjes, waaronder opvallend veel met hapjes uit de voormalige overzeese gebiedsdelen, waar ze traditioneel een stuk lekkerder koken dan in de Hollandse keuken.

Er waren ook wat kramen met vreemde snuisterijen, van oosterse stoffen tot heiligenbeeldjes. Ik vraag mij af wie op een festival als dit de behoefte heeft om een beeld van de Heilige Maagd te kopen of een Sint Antonius, al is die laatste wel handig voor als je iets kwijt bent. Ik moet nog weleens zoeken naar mijn bril, die ik voortdurend gedachteloos ergens neerleg en die je niet kunt bellen, zoals je mobiel. Even de sint aanroepen en je blik valt op het ding, maar ja, ik ben niet katholiek en ik breng mijn geld liever naar de kroeg dan naar de santenkraam.

Visser benoemde ik tot mijn hoofdkwartier. Daar was het indrinken, tussendoor uitrusten en iedere avond de afterparty. Alle dagen feest. Op vrijdag rolde ik om half twee naar buiten, na King Charles and the Rubinators. Geen idee wat een rubinator is, maar dat mocht de sfeer niet drukken. De beloofde regen was bovendien uitgebleven. Op zaterdag zweetten we het uit bij Rootbag and Friends. Het werd één uur. Ik kon tussen de buien door naar huis. De laatste avond besloten we met de Crawling Toddlers. Zelfs het personeel van Visser, dat zich drie dagen lang de benen uit het lijf had gelopen, swingde mee, al werd het maar half twaalf. Ik wijs de suggestie dat er een verband is tussen dat tijdstip en mijn leeftijd resoluut van de hand. Het goot toen ik naar huis fietste. Big Rivers 2017 was definitief voorbij, anders was het wel droog gebleven.

Foto: Esther de Beun


vrijdag, juli 14, 2017

Radio Big Rivers




Het was een zonovergoten zaterdagochtend in juli 2015. Ik was te gast op het podium bij Merz, waar de directe radiouitzending van Studio De Witt plaatsvond, op Big Rivers, het grote, Dordtse muziekfestival dat vanavond weer begint. Erg zonnig is het vandaag niet, maar ik blijf optimistisch. Big Rivers is te mooi om te kunnen verregenen, maar een zonnetje maakt het wel leuker. Een directe radiouitzending is er dit jaar niet. Daarvoor schijnt RTV-Dordt geen geld te hebben. 'De directie besteedt het budget liever aan de televisie, de radio vinden ze niet belangrijk genoeg,' aldus een betrouwbare bron.

Dat verbaast mij een beetje. Werd er nog niet zo lang geleden niet gedreigd dat RTV Dordt zou stoppen met televisie als de gemeente op de subsidie zou korten? Het is ook de verbazing van een verstokte radioluisteraar, die zelden televisie kijkt. Ik kan mij de tijd niet heugen dat ik naar Pauw of Jinek heb gekeken, want op die tijd wordt Met Het Oog Op Morgen uitgezonden op Radio1 en ik vind dat programma oneindig veel beter en informatiever. Er schijnt een programma te bestaan dat De Wereld Draait Door heet en dat geweldig moet zijn, maar dan luister ik naar Kunststof, ook op Radio1, en dat wil ik niet missen. Ja, je hebt uitzending gemist, maar daar komt het bij mij nooit van. Al luisterend naar de radio kun je tegelijkertijd andere dingen doen, wat niet lukt bij het staren naar de buis of het computerscherm.

Ook lokaal luister ik meer naar de radio dan dat ik televisie kijk. Beiden hebben een zeer bescheiden aanbod. Dat zou gevarieerder en interessanter moeten worden, maar dat kan alleen als de gemeente bereid is er voldoende geld in te steken. Een investering die zich op termijn deels terugbetaalt doordat een gevarieerder en interessanter aanbod meer luisteraars en kijkers aantrekt met in hun kielzog meer adverteerders.

Op die ochtend was ik dichter van dienst bij Studio De Witt. Ik was vereerd te mogen optreden in een programma met zoveel boeiende Dordtse en niet-Dordtse gasten. Ben Corino had het warm onder zijn karakteristieke pet, die hij naar men zegt zelfs in bed op houdt, maar dat was het waard. Samen met Via Cultura (dat tegenwoordig uitzendt via RTV Papendrecht en de Athos) en Goedemorgen Met Esther, vind ik Bens programma behoren tot het interessantste wat in de regio qua radio te beluisteren is. Onbegrijpelijk trouwens dat er nog geen regionale omroep voor Zuid-Holland Zuid is. Alleen al het samengaan van al die povere mini-omroepjes zou veel meer speelruimte geven. Ik zie het er niet snel van komen. Misschien moet de geoliede organisatie van het festival dan maar een zendmachtiging aanvragen voor de hele regio. Noemen we het Big Rivers Radio & TV, met Radio voorop, dat spreekt.

Foto: auteur



maandag, juli 10, 2017

Dorus




Terwijl ik de was ophang, want dichters moeten zich tegenwoordig ook bezighouden met het profane, denk ik aan Dorus en aan 'Meneer Cor Steyn.' 'Er zitten twee motten....,' zong het door mijn hoofd. Het gebeurt vaker dat ineens figuren uit mijn jeugd uit het niets opduiken. Okkie Trooy, bijvoorbeeld. Zo noemden we de leraar tekenen, omdat hij net zo'n bril had. Het koffertje van Okkie deed denken aan de prestigieuze samsonite waarin twee decennia later de kantoorklerk, die droomde van een leidinggevende functie, zijn krant, boterhamtrommeltje en appel meenam naar het werk.

De leraar tekenen heeft die tijd niet meer meegemaakt. Hij was erg autoritair en stierf op jonge leeftijd aan zijn hart. De leraar Engels, die met enige regelmaat tijdens proefwerken in slaap viel en die aan het eind van het schooljaar doorgaans maar tot de helft van het leerboek was gevorderd, bereikte een hoge leeftijd. Ik heb nog weleens op een terras een borrel met hem gedronken toen ik zelf al jaren voor de klas stond. Hij zag er op zijn tweeëntachtigste even oud uit als toen hij ons lesgaf en achter in de dertig was. 

C. Buddingh' schreef ooit dat je de beste gedichten al aardappelschillend maakt. Dat zou best kunnen, al betwijfel ik of Kees zelf weleens een aardappel heeft geschild, of spruitjes schoongemaakt, zoals koningin Juliana, nu ja, een actrice die nogal op haar leek, in de Barend Servet Show. Barend Servet, zou er nog iemand van onder de dertig zijn die hem kent? Dertig, een magisch getal. Bij de Spartanen werd je dan pas echt volwassen, een opvatting waar wat voor te zeggen valt, al vind ik het verder een naargeestig volk met die verering van strijdlust, hardheid en ontbering. 

Toen ik zelf dertig werd, voelde dat als een mijlpaal. Je was geen snotneus meer, al begon de angst dat leuke meisjes van rond de twintig je als oude baas niet meer zouden zien staan, langzamerhand te knagen. Die angst gaat met het klimmen der jaren voorbij, als het onvermijdelijke zich opdringt. Ouder worden is wennen aan de onverbiddelijkheid van de tijd, die het verdomt zich te laten stilzetten. Barend Servet wordt dit jaar met een beetje geluk zevenentachtig.

Foto: auteur


vrijdag, juli 07, 2017

IJzeren Gordijn




Tussen slapen en waken had ik een droom. Hoe hij precies verliep, kan ik mij al niet meer herinneren, maar de kern was dat ik met Stella een bootreis naar een of ander buitenland had gemaakt en dat ik na de paspoortcontrole een tas bleek vergeten, waarin mijn iPad zat. Op die iPad stonden unieke foto's. Teruggaan om de tas op te halen, was onmogelijk, dat moesten anderen doen, maar die anderen lieten niets van zich horen. Eerst voelde ik paniek, daarna een soort van berusting en tenslotte kreeg Stella de schuld. Einde droom. Het was kwart voor zeven. Een zonnige zomermorgen. Ik hoorde een buurman in zijn auto stappen en wegrijden.

Jaren geleden vloog ik van Schiphol via Boedapest naar Thessaloniki. In Boedapest was er opnieuw veiligheidscontrole. We hebben wat te danken aan de geestdrijvende medemens, die voor zijn idealen dood en verderf wil zaaien. Portemonnee, sleutels, aansteker, telefoon en horloge moesten in zo'n zeepbakje, om er na de controle weer over te kunnen beschikken. In een onverklaarbare vlaag van afwezigheid, vergat ik dat bakje. Ik kwam daar bij de gate achter. Ik herinner mij de paniek, vooral vanwege de sleutels van mijn huizen in Dordrecht en Thessaloniki. Terug kon niet, maar gelukkig vond ik al snel ik een beveiligster die mij door een paar afgesloten deuren loodste naar een trap, waarop halverwege een collega van haar stond met dat bakje. Ik denk nog steeds dat ik het misschien heb gedroomd.

Nog langer geleden hebben de Hongaren mij ook eens uit de brand geholpen. Ik verbleef met vrienden in Boedapest, na een tussenstop in Wenen. Na aankomst in Wenen ging ik aan de race vanwege een afhaalmaaltijd van een, inmiddels terecht failliete, Dordtse Surinamer. In een Weense apotheek verkochten ze mij peperdure pillen die weinig uithaalden. In Boedapest probeerde ik nogmaals een apotheek. 'Deze moet u nemen,' zei de apotheker in gebrekkig Engels, waarbij hij zich verontschuldigde omdat ik 'als buitenlander' de rekening moest betalen. Een paar forint, omgerekend ongeveer vijfentwintig cent. Het was nog in de tijd van het IJzeren Gordijn. Binnen een dag voelde ik mij weer kiplekker. Ik vraag mij af of het in het 'democratische' Hongarije, waar fascistische ideeën inmiddels welig tieren, nog steeds zo goed is geregeld.

Foto: archief auteur



dinsdag, juli 04, 2017

Beetje veranderd



Ik was van plan om een nijdig stuk te schrijven over het besluit van de gemeenteraad van Dordrecht om ten zuiden van de Zeedijk een bedrijventerrein aan te leggen, maar mijn vriendin Susan uit Engeland kwam een paar dagen logeren. Ze verbleef voor het laatst in Dordrecht in 1969, bij ons thuis, achter de Remonstrantse kerk. We hadden elkaar voor het laatst gesproken in Engeland in 1986, dus er viel wat bij te praten, als het weer maar meewerkte. Natuurlijk dreigde er regen toen ik haar van Schiphol haalde, wat verwacht je na zoveel droge en warme dagen, maar ik wist het tijdig op een akkoordje te gooien met de Boven Ons Gestelden, zodat haar verblijf beperkt bleef tot een heel enkel buitje, dat we konden uitzitten in een van de Dordtse horecagelegenheden.

Er was in al die jaren hier en daar wel iets veranderd in Dordrecht. Susan bleek een scherp geheugen te hebben. Toen we naar het Scheffersplein liepen zei ze: 'Hier stond het altijd vol met auto's.' Visser werd nog gedreven door Kees van Dijk. Inmiddels is daar het tijdperk Mol-Van der Leeden ten einde gekomen en zwaait Dennis van Buuren in de mooi vernieuwde zaak de scepter. Het oude postkantoor moest nog gesloopt worden. Over het Bagijnhof zijn we niet gelopen, ik wilde haar het huidige aanzien besparen. Het is bij de laatste herinrichting niet onaardig geworden, maar de gebouwen van Hema en C&A blijven verschrikkelijk om aan te zien. Over het 'Entree Dordrecht' zwijg ik maar liever, voor mij is dat meer een achteruitgang dan een voordeur. Met gepaste trots kon ik haar vertellen dat dat andere gedrocht, het voormalige ANWB-gebouw, binnenkort wordt gesloopt, al vrees ik met grote vreze wat ervoor in de plaats komt, want sinds projectontwikkelaars als Van Pelt en Dudok de werkelijke macht in handen hebben in plaats van de gemeenteraad, is het aanzien van de stad er niet altijd op vooruit gegaan.

Susan herinnerde zich de winkel in de Hofstraat, waar in 1969 het Cultureel Warenhuis Bobby Kinghe was gevestigd, gedreven door Jan van de Geer en Gerrit de Wolf (1949-2010). Jan zou zij later ontmoeten op het terras van Visser, als vanzelfsprekend ons dagelijks adres voor de namiddagborrel. Van de Hofstraat herinnerde zij zich de school, een beetje achteraf, hij zou nu gedeeltelijk in de kloostertuin staan. Nu staat er een aaneengesloten rij historische gevels. Een geslaagd gegoochel met de tijd sinds de restauratie en nieuwbouw van de straat in de late jaren zeventig. Dat Bobby Kinghe daardoor zijn leuke winkel kwijtraakte heb ik haar maar niet verteld. Er is veel betreurenswaardigs gebeurd in de stad en daar staat een aantal mooie restauraties en lofwaardige projecten tegenover. Ik ben er nog steeds niet uit naar welke kant de balans omslaat. Op haar laatste avond in Dordt bezochten we een concert in DOOR. Ze was laaiend enthousiast over die boeiende, culturele broedplaats. Dat ook daarboven de gemeentelijke valbijl hangt, heb ik maar niet verteld.

Foto: Kees Klok



zaterdag, juli 01, 2017

Staphorst aan de Hudson



Bij een kruispunt is ruzie. Een voetganger en een bestuurder van een Mercedes roepen elkaar verwensingen toe. Als het verkeerslicht op groen gaat beginnen wachtende automobilisten en masse te toeteren. Het helpt niet. De twee, van mijn leeftijd, ze zouden beter moeten weten, schelden gewoon door. Misschien wordt het een handgemeen. Ik loop verder. Ik moet naar de bank in de benedenstad. Een rustig filiaal, waar je doorgaans vlot wordt geholpen.

Er staat een lange rij, voornamelijk bejaarden. Vandaag zijn de pensioenen gestort en een beetje bejaarde haalt zijn pensioen direct van de bank. Voor de minister van financiën eraan kan komen. Twee van de vier kassa's zijn gesloten. Een kerel in een jack met de naam van een olieboer roept met een basstem dat het een schande is en dat ze niet moeten denken dat zij de enigen zijn die werken. Hij roept het steeds harder, tot hij aan de beurt is. Ondertussen kijken wij strak naar de vloer, of naar het plafond. Ook boeiend. Voor ik mijn geld krijg, moet ik van de kassière mijn naam voluit onder mijn handtekening schrijven. Ze wil ook een telefoonnummer. Omdat ik steeds weer een ander nummer verzin, weet ik dat er nooit wordt gebeld.

De vorige keer vroeg ze naar mijn belastingaanslag, 'want het is acht jaar geleden dat u de rekening opende.' 'Zeven,' verbeter ik. Daarna vergat ik mijn paraplu. Ik was al halverwege het lunchcafé voor ik het merkte. Griekenland heeft zo zijn ondoorgrondelijkheden, maar schelden kunnen ze er als de besten. In het lunchcafé open ik Facebook. Het wemelt van als griezels verklede mensen. Halloween. Een uit Amerika, land van porno en puriteinen, overgewaaide oertraditie van onszelf. In de middeleeuwen heeft de kerk zich daar meester van gemaakt, waarna de Amerikanen er tenslotte een Disneysausje overheen smeerden en deden alsof het iets van henzelf was. Iedereen een dagje horrorclown, waarna fluks voorwaarts naar het onduldbare Jingle Bells met aan de horizon het gekwijl van Valentijn. Hadden ze zich maar aan hun eigen Monroe-doctrine gehouden: in prettige afzijdigheid Indianen afslachten en Staphorst aan de Hudson spelen. Dat waren nog eens tradities!

Foto: auteur