donderdag, juli 20, 2017

Vrienden van Oranje




Ik hoor dat er in Dordrecht een standbeeld van Willem van Oranje komt. Ergens in de buurt van het Hof. Ik vraag mij af of dat wel zo'n goed idee is. Natuurlijk, ik wil niets afdoen aan het feit dat Willem van Oranje een belangrijke rol heeft gespeeld in de geschiedenis van Nederland. Hij was de Vader des Vaderlands, leerden wij op school. Daar leerden wij ook dat Jan Pietersz. Coen iets groots verrichtte in 'Ons Indië.'

Veel Nederlanders denken bij Willem van Oranje nog steeds aan een onbaatzuchtige held die have en goed riskeerde in zijn strijd voor de vrijheid van de Nederlanden. Dat die vrijheid voornamelijk van conservatieve aard was, namelijk het terugwinnen of behouden van de privileges van adel en steden (bestuurd door een oligarchie van een aantal rijke families) en weinig van doen had met ons moderne begrip vrijheid, laten we maar even onbesproken. Dat Oranjes streven naar vrijheid van godsdienst voor zowel de protestante minderheid als de katholieke meerderheid in de Nederlanden tenslotte uitliep op een achterstelling, en eeuwenlange positie als tweederangs burger, van de katholieken is hem niet aan te rekenen, maar de fanatieke Calvinistische minderheid in het land. Toch wordt het misschien tijd voor een heroverweging van de motieven van Willem en zijn plaats in onze geschiedschrijving. Het zou best eens kunnen zijn dat zijn handelen vooral voortkwam uit de wens de belangen van het Huis Nassau veilig te stellen, zoals dat, als we de goed protestantse hoogleraar Van Deursen in zijn biografie Maurits van Nassau. De Winnaar die faalde, mogen geloven, bij zijn zoon Maurits zeker het geval was.

De verhouding tussen Dordrecht en de Oranjes was in het verleden niet altijd even gelukkig. Oranjes kleinzoon Willem II raakte na het, zeer tegen zijn zin, tekenen van de Vrede van Münster al snel in conflict met een aantal steden, waaronder Dordrecht, over het afdanken van troepen. Willem II bereidde met zijn neef Willem Frederik van Nassau-Dietz, de Friese stadhouder, een staatsgreep voor om af te rekenen met zijn tegenstanders, waaronder de Dordtse regentenfamilie De Witt. Willem Frederik trok met een leger richting Amsterdam, voor een verrassingsaanval. Die mislukte doordat een deel van de troepen op de Hilversumse heide verdwaalde. Dat kon zomaar in die dagen. Willem zette burgemeester Jacob de Witt, samen met een aantal andere vooraanstaande leden van de Staten van Holland, gevangen in slot Loevestein.  De zaak liep met een sisser af, maar toen Willem II in 1651 aan de pokken overleed, besloten de regenten dat het uit moest zijn met de invloed van de ambitieuze Oranjes, die zich veel te veel als vorsten wilden gedragen. De anti-Oranjegezinde regenten noemt men ook wel Staatsgezinden. Het bestuur van Dordrecht was bij uitstek Staatsgezind. De zonen van Jacob de Witt, Cornelis en Johan, speelden in deze periode een belangrijke rol in het landsbestuur. Er kwam zelfs een Eeuwig Edict, in 1667, waarbij de Staten van Holland het stadhouderschap afschaften. Dit alles werd teruggedraaid in 1672, toen Engeland, Frankrijk, Münster en Keulen gelijktijdig de Republiek der Verenigde Nederlanden aanvielen en het door angst bevangen volk oproer veroorzaakte en schreeuwde om een Verlosser, in de vorm van Willem III als stadhouder. Die vond al veel langer dat hij dat moest worden en voelde zich nogal tegengewerkt door de gebroeders De Witt. Op 20 augustus 1672 werden zij op uitzonderlijk wrede wijze te Den Haag gelyncht door het Oranjegezinde volk, waarbij Willem III een twijfelachtige rol op de achtergrond speelde. Zo hij er niet direct bij was betrokken, wat onduidelijk is, dan wel vanwege het fiat dat hij gaf aan een reeks ophitsende pamfletten gericht tegen de de gebroeders De Witt.

Na de dood van Willem III (1702), die het schopte tot koning van Engeland en in zijn oorlogen met Lodewijk XIV een loodzware wissel had getrokken op de financiën van de Republiek, hadden de regenten voorlopig weer genoeg van de Oranjes. Er kwam een tweede stadhouderloos tijdperk. Daaraan kwam een einde in 1747 toen de Fransen het land bedreigden. Weer schreeuwde het volk, in die tijd aangeduid als 'het grauw', 'janhagel' of 'het plompe gemeen' om een Oranje Verlosser. Dat werd de Friese stadhouder, een achterachterneef van Willem III, die kinderloos stierf. Onder de zoon van Willem IV, Willem V, ontstonden alweer spanningen tussen de Oranjes en een deel van de regenten, die sympathiseerden met de Patriotten, waaronder nogal wat bestuurders van Dordrecht, waar vanaf 1782 de anti-Oranjegezinde Post van de Merwede enige tijd verscheen.

Het verhaal wordt te lang om hier in detail te vermelden, het is allemaal na te lezen in Simon Schama's Patriots and Liberators, maar de Dordtse pensionaris Cornelis de Gijselaar overkwam bijna het lot van de gebroeders De Witt, toen hij het in 1786 waagde om met zijn koets door de Stadhouderspoort het Binnenhof op te rijden. In Dordrecht werd in 1783 het Patriottische exercitiegenootschap De Vrijheid opgericht, waaraan het mooie, bruine café op de Noordendijk indirect zijn naam dankt. Het verhaal gaat dat, toen koningin Wilhelmina eens een bezoek aan Dordrecht bracht, het pikje van de cherubijn van het Huis der Onbeschaamden moest worden afgedekt om haar niet in verlegenheid te brengen. Ik heb sterk het gevoel dat dat verhaal apocrief is, maar wat wel zeker is, is dat Dordrecht, althans ten tijde van de Republiek, een moeizame omgang had met de Oranjes.

Ik vind zo'n standbeeld prima, als er dan maar een eerlijk en objectief historisch verhaal bij wordt verteld en geen jubelgeschiedenis, zoals bij de viering, onlangs, van de eerste 'vrije' Statenvergadering in Dordrecht. 'Toen begon Nederland,' sprak emiritus hoogleraar historische Nederlandse letterkunde Herman Pleij bij die gelegenheid op Radio1. Nou, nee. Het was een belangrijke bijeenkomst en een schakel in het proces dat tenslotte leidde tot onafhankelijkheid, maar voor Nederland begon, zou er nog heel veel water langs Dordrecht stromen.


Foto: auteur


Geen opmerkingen: