maandag, augustus 21, 2017

Vlek




Ik had een rare, rode vlek op mijn voorhoofd en de illusie dat ik in het café rustig kon gaan zitten schrijven. Aanvankelijk was het nog stil. Achterin twee stellen en aan de bar een paar tienermeisjes, verdiept in hun telefoons. Ik hoopte dat die vlek zou wegtrekken. Hoe was ik eraan gekomen? Iets gegeten waarvoor ik allergisch ben? Ik ben allergisch voor rauwe tomaten en mensen met domme opvattingen. Beiden mijd ik consequent.

Binnen een kwartier was een aantal andere stamgasten aangeschoven. De tragiek van deze wereld zou ook vandaag niet voor hongerige lezers worden verklaard. De stemming was een beetje gedrukt. Er was een kunstenaar overleden en de populairste verdediger van FC Dordrecht was weggekocht door een concurrent. Hij gaat naar Friesland. Daar was de burgemeester in het voorjaar ook al naar verdwenen. Het meisje van de bediening, ook nog geen tiener af, liet een glas kapot vallen. Daarna belde Claire. Ze kwam niet omdat het kind op zeilkamp moest. Toen ik 'Friesland?' vroeg moest ze lachen.

Onderweg naar huis was het waterkoud. Na enige tijd lopen deed de wijn van zich spreken. Gelukkig kon ik stiekem tegen een kerk wateren, want het was wel zaak droog thuis te komen. Daar herinnerde ik mij de vlek. Vol verwachting deed ik er een flinke kwak babyzalf op.

Foto: auteur


woensdag, augustus 16, 2017

'Aan domheid geen gebrek'



Geboren worden in de eerste Koreaanse oorlog en omkomen door de gevolgen van de tweede. Het zou mij binnenkort zomaar kunnen gebeuren. Het onberekenbare sujet in het Witte Huis en de vetzuchtige dictator in Pyongyan vliegen elkaar nu nog verbaal in de haren, maar ieder ogenblik kan een van die types op een knop drukken en een fatale kettingreactie veroorzaken. Je zou toch zeggen dat ze hun tijd beter kunnen gebruiken, genoeg problemen in eigen land om op te lossen, maar nee, de heren moeten zonodig een potje Risk spelen, met hun kernwapens als fiches. 

Het zijn exponenten van het soort mensen dat nooit iets leert van de geschiedenis. Ik laat mij niet snel het hoofd op hol brengen, maar ik ben bezorgd. Niet zozeer voor mijzelf, ik wil nog wel een poosje doorleven zolang het dragelijk is, en dat is het alleszins, maar ik heb een goeddeels prettig leven achter de rug. Ik vraag mij af wat er moet worden van de generaties onder ons. Wie niet in zo'n Armageddon ondergaat, moet verder in een nauwelijks leefbare hel. Daar staan die twee ego's niet bij stil, vrees ik.

'De vernietigingsdrang is de mens aangeboren. Je zou kunnen zeggen dat de mens een weinig begaafd en van nature moordzuchtig dier is.' Dat schreven Edmond en Jules de Goncourt in hun Dagboek. Die hadden dat in de negentiende eeuw al door, maar ik denk niet dat Trump en Kim Jong-un het Dagboek van de Goncourts lezen. De gebroeders schrijven ook: 'Het menselijk handelen wordt bepaald door drie drijfveren. En dat zijn, in klimmende volgorde van belangrijkheid: hartstocht, eigenbelang en ijdelheid.' Onder die hartstocht valt, vrees ik, ook het religieus fanatisme waar een deel van de mensheid mee is geïnfecteerd en dat nationalistische gebral dat steeds luider de kop opsteekt.

Er staan veel krasse observaties in het Dagboek van Edmond en Jules. Ik wil u nog even trakteren op dit citaat: 'Iemand die intelligent is, moet het gewone volk beschouwen als een ongelofelijke hoeveelheid imbecielen.' Het is onaardig en arrogant, ik zou het zo niet formuleren, maar als je Twitter volgt, Facebook en naar het radioprogramma Stand.nl luistert, kom je als intelligent mens wel tot de slotsom dat het kabaalmakend deel van het volk meestal de bek maar een duw geeft en primair en instinctief reageert. Nadenken en feiten controleren is er niet bij. Het is allemaal emotie en hysterie en zelden weten ze ook maar bij benadering waarover het gaat. 

In Moedig voorwaarts! Schrijft Gerard Reve: 'Aan domheid geen gebrek,' maar nu stop ik met citeren, voordat iemand opmerkt dat Reve ook niet altijd zijn feiten controleerde. Checken moet je tegenwoordig zeggen, anders snapt de jeugd het niet.


Foto: auteur

zondag, augustus 13, 2017

Genx-eitje




Deze week heb ik een paar keer ontbeten met een eitje. Niets bijzonders en ik zal de enige niet zijn geweest. Alles wat er van te zeggen valt, is dat het werd gekookt in Dordts drinkwater, waarin de chemische stof genx is aangetroffen. Zowel over eieren als genx is er ophef. In sommige eieren werd een gifstofje aangetroffen dat was gebruikt bij het bestrijden van bloedluis. Mijn biologieleraar op de middelbare school vertelde prachtige verhalen over Nederlands-Indië, waar hij had gediend in het KNIL, maar daardoor is hij nooit toegekomen aan de bloedluis, zodat de paniek die uitbrak na de vondst van dat gifstofje, er in ieder geval toe heeft geleid dat ik nu eindelijk weet wat bloedluis is, en dat dat heel vervelend is voor kippen. Je moet, meen ik, een kilo eieren per dag eten, wil dat stofje enig gevaar opleveren voor je gezondheid, maar dat neemt niet weg dat veel mensen het ei voorlopig in de ban hebben gedaan.

Ik ken Dordtenaren die het plaatselijke drinkwater schuwen en wekelijks met flessen bronwater uit de supermarkt lopen te sjouwen, vanwege het genx. Of en hoe schadelijk dat voor de gezondheid is, is nog in onderzoek, maar zoals gebruikelijk in overheidskringen wordt het bandje 'er is geen gevaar voor de volksgezondheid' maar vast afgedraaid. De overheid kan weinig anders, want de ambtelijke dienst die de kwaliteit van ons voedsel en water moet controleren, is nagenoeg geheel wegbezuinigd. Dat wordt gemaskeerd door die dienst een 'autoriteit' te noemen (Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit). Dat moet een indruk van degelijkheid en betrouwbaarheid geven. Dat genx schijnt ook in de lucht te zitten, of te hebben gezeten, daarover ruziën de deskundigen. Er zit heel veel in onze lucht. Als de, in ons land overheersende, zuidwestenwind waait, krijgen we uitstoot van de Moerdijk en het Antwerpse havengebied over ons heen, als de noordwester waait, worden we getrakteerd op de stoffen uit de Botlek en de Maasvlakten en bij oostenwind kunnen wij ons verheugen op het rijke chemische palet van het Ruhrgebied.

Met belangstelling heb ik de stukken van twee bekende Dordtse columnisten gelezen. De ene pleitte voor een harde lijn tegen Chemours, het bedrijf dat al dat leuke spul in de rivier loost en de lucht in blaast (of heeft geblazen). De andere wees erop dat het allemaal volgens de vergunningen is gegaan en vond dat we niet te hard van stapel moesten lopen. Chemours is belangrijk voor de werkgelegenheid in Dordrecht en omstreken. Chemours is in de Verenigde Staten een aantal malen veroordeeld voor wat ik maar list en bedrog noem. De tijd zal leren of het ene verband heeft met het andere.

We leven in een van de welvarendste delen van de wereld, althans tot de Brexit een feit wordt. Dat brengt het een en ander aan vervuiling en risico's met zich mee. Om die binnen de perken te houden, hebben we een deskundige en alerte overheid nodig. Daar ontbreekt het aan. Wil je die Voedsel- en Warenautoriteit laten doen waar ze voor is bedoeld, dan kost dat wat en dat wat zul je er voor over moeten hebben. Ondertussen schenk ik mezelf een bak koffie van Dordts kraanwater in, want je hebt geen idee hoe lang die flessen bronwater wel niet in een of ander magazijn hebben gestaan en wat voor griezelige bacteriën erin krioelen.


Foto: auteur


zondag, augustus 06, 2017

Museumtuin



Toen ik vrijdagavond in de tuin van het Dordrechts Museum naar de film Sing Street zat te kijken, waande ik mij even in Griekenland. Daar heb je zogenaamde zomerbioscopen. In Thessaloniki is er eentje aan de Leoforos Stratou, aan de overkant van het Byzantijns Museum. Toen zij nog leefde, ging ik er regelmatig met Stella naartoe. Een aangename combinatie van openluchtbioscoop en kroeg. In Griekenland kun je rekenen op mooi weer. In Nederland ben je wat dat betreft aan de goden overgeleverd. Vrijdag hadden we geluk. Het regende alleen maar in de film. Aan het einde gingen de hoofdrolspelers, een jongen en een meisje van een jaar of zestien, in een piepklein bootje het avontuur tegemoet. In de regen.

In de tuin van het Dordrechts Museum moet ik altijd denken aan dichter Jan Eijkelboom. Hij schreef een gedicht over de tuin. Als je er binnengaat, staat het links op de muur. Het is een van zijn oudste en mooiste gedichten. Toen Jan tachtig werd, mocht hij een tentoonstelling maken van zijn favoriete werken uit het museum. Zijn smaak kwam opvallend overeen met de mijne. Te Noorden bij Nieuwkoop van J.H. Weissenbruch, vind ik een van de mooiste schilderijen uit de Dordtse collectie. Er zijn mensen die dat niet begrijpen. Jan Eijkelboom begreep het wel.


In 2008 overleed hij, ruim een jaar na Stella, die een aantal gedichten van hem in het Grieks vertaalde. Hij werd in besloten kring begraven. Later dat voorjaar werd een drukbezochte herdenking gehouden in het museum. Het was een bewolkte dag. Na de laatste toespraak gingen we naar buiten waar het gedicht Tuin Dordrechts Museum werd voorgelezen door Jans weduwe Roelien. Juist op dat ogenblik brak heel even de zon door. Ook daar moet ik aan denken als ik de museumtuin betreed.




Foto's: auteur




woensdag, augustus 02, 2017

God, Nederland en Oranje




In een van mijn vorige stukken schreef ik over Willem van Oranje: 'Toch wordt het misschien tijd voor een heroverweging van de motieven van Willem en zijn plaats in onze geschiedschrijving.' Ik bedoelde vooral dat het negentiende eeuwse, sterk nationalistisch en orangistisch gekleurde beeld, dat mijn generatie en die van mijn ouders werd opgedrongen in de schoolboekjes, aan herziening toe is. Geef de mensen de kost die nog steeds geloven in Willem van Oranje als 'onbaatzuchtige held die have en goed riskeerde in zijn strijd voor de vrijheid van de Nederlanden', zoals ik op 20 juli jongstleden noteerde. Nu is dat beeld in de geschiedschrijving nooit als alleenzaligmakend geaccepteerd, maar de geschiedenis als wetenschap staat, zo weet ik uit jarenlange ervaring, nogal ver af van wat met name in de oudere onderwijsmethoden wordt gedebiteerd. Historici van katholieke huize stonden traditioneel kritisch tegenover Oranje en zijn rol in de geschiedenis. Het God, Nederland en Oranje-gevoel werd vooral vanuit protestantse hoek geëntameerd. Of de voorstanders van een beeld van Willem van Oranje op het Dordtse Statenplein van deze tegenstrijdige visies op de hoogte zijn, weet ik niet. Ik verwacht het wel en ik verwacht ook dat die verschillen, in de discussie over wel of geen standbeeld van Willem in Dordt, een rol spelen.

Mocht er een beeld komen, al is dat eigenlijk een beetje raar in de stad van de gebroeders De Witt, dan verwacht ik zeker dat men daarbij met een genuanceerd verhaal komt en niet met een ietwat opgeklopt en historisch minder nauwkeurig betoog, zoals dat van professor Herman Pleij bij de herdenking van de vergadering van de Staten van Holland in Dordrecht, op 19 juli 1572. Ik raad belangstellenden, en zeker de voorstanders van het beeld, aan om de dit jaar verschenen studie Willem van Oranje. De opportunistische Vader des Vaderlands van Aron Brouwer en Marthijn Wouters eens te lezen. Deze jonge producten van de Universiteit van Amsterdam slaan het positieve geschiedbeeld van Willem de Zwijger met een voorhamer radicaal aan gruzelementen. In een studie, gebaseerd op uitgebreid bronnenonderzoek, concluderen zij dat Willem van Oranje 'zijn strijd echter nooit voor ons, of voor Nederland of voor ook maar enige ideaal [vocht].' Zij schrijven: 'Willem van Oranje was geen idealistische, maar opportunistische 'Vader des Vaderlands.' Telkens probeerde de Oranjeprins zijn bezittingen uit te breiden, en zijn machtspositie en familienaam te vestigen en te versterken. Wanneer zijn persoonlijke belangen veranderden, dan wisselden daarmee onvermijdelijk zijn politieke agenda en de standpunten die hij uitdroeg.' Willem van Oranje wordt beschuldigd van het organiseren van volksoproeren, het streven naar een dictatuur, het wegwuiven van wangedrag van zijn soldaten en het steeds weer breken van zijn beloften. Hij was iemand die protestantse ketterij bestreed als het hem uitkwam, maar in een andere situatie de kant van de fanatieke Calvinisten koos. Kortom, hij was nogal een draaikont.

Brouwer en Wouters kan niet worden verweten niet degelijk te werk zijn gegaan in hun onderzoek, maar zij slaan met hun interpretatie van de feiten nu en dan wel erg door. Dat is althans de mening van de Leidse historicus Geerten Walling in de Volkskrant van 13 januari jongstleden. Hij wijst erop dat katholieke historici zich al lang geleden uiterst kritisch over Oranje hebben uitgelaten en onderschrijft het beeld van de Vader des Vaderlands als een opportunist, maar dan wat religie betreft. Anderzijds voert hij aan dat Oranje veel eigen kapitaal in de strijd heeft gestoken en niet alleen zelf is omgekomen, maar dat ook een aantal broers en goede vrienden de opstand met de dood hebben moeten bekopen. Hij prijst het onderzoek van Brouwer en Wouters, maar noemt hun conclusies eenzijdig.

Wat hiermee weer eens duidelijk is geworden, is de complexiteit van de geschiedenis, waardoor historische figuren soms moeilijk op waarde zijn te schatten. Het plaatsen van standbeelden van hen in een tijd dat we allerminst behoefte hebben aan heldenverering en nationalistische God, Nederland en Oranje-verering, is daarom een hachelijke zaak.

Aron Brouwer & Marthijn Wouters - Willem van Oranje. De opportunistische Vader des Vaderlands. Nieuw Amsterdam Uitgevers, 2017.