vrijdag, april 19, 2019

De long van Thessaloniki



Ten noorden van Thessaloniki ligt het bos van Seïch-Sou. De long van Thessaloniki wordt het wel genoemd. Een long die al verschillende keren door brand werd getroffen. Voor het laatst een jaar of vijftien geleden, als ik het mij goed herinner. Dat was aan de oostkant, waar wij tot voor kort dichtbij woonden. Een minuut of tien lopen en we stonden aan de bosrand. Via een viaduct moest je eerst nog wel de Περιφερειακό oversteken, de rondweg om de stad, waarvoor bij de aanleg, eind jaren tachtig van de vorige eeuw, een stuk van het bos is opgeofferd.

We gingen bijna dagelijks wandelen in Seïch-Sou. 's Morgens in alle vroegte, voor het ontbijt. Ons doel was meestal een kapelletje vanwaar je een mooi uitzicht had over de stad. Vrijwilligers, die het bos zo goed en zo kwaad mogelijk onderhielden, hadden er bankjes geplaatst. De plek lag op ongeveer een uur lopen van ons huis in Ano Toumba. We rustten wat op zo'n bankje, genoten van het uitzicht en maakten soms een praatje met andere wandelaars. Opvallend was de rijke schakering bloemen in het voorjaar. Als je vroeg genoeg was zag je hazen rennen en regelmatig werd ons pad gekruist door wegschietende hagedissen of een gemoedelijk rondscharrelende landschildpad.

In de zomer hielden we ons hart vast, vooral als het wekenlang niet had geregend en er een harde wind woei. Griekenland wordt veelvuldig geteisterd door bosbranden, niet zelden gevolgd door erosie. Na de laatste brand in Seïch-Sou werd kordaat opgetreden. Er werden rietmatten geplaatst om erosie tegen te gaan, waardoor het bos zich verrassend snel begon te herstellen. Toch moet je er niet aan denken dat de long van Thessaloniki, van eminent belang voor milieu en recreatie, ooit volledig in vlammen zou opgaan. 

Ik herinner mij augustus 2007, toen het land met tientallen bosbranden te kampen had. Groot was de angst dat ook Seïch-Sou zou worden getroffen. Het bos werd zelfs enige tijd voor het publiek afgesloten. In die dagen bestond het radioprogramma De Avonden nog. Ik werd gebeld met het verzoek verslag te doen. De meeste branden waren op de Peloponnesus. De Griekse televisie besteedde er urenlang aandacht aan en ik vertelde wat ik zag door aan de journalist van dienst. 'Hebben jullie ook last van de rook?' was een van zijn vragen. 'Nee hoor,' antwoordde ik, 'wij zitten in de rookvrije zone.' Het werd even stil in Hilversum. Gelukkig bleef Seïch-Sou dit keer gespaard.

Of de waarde van het bos tot alle inwoners van Thessaloniki is doorgedrongen, waag ik te betwijfelen. De overheid doet zijn best. Regelmatig kom je een brandkraan tegen en er zijn brandgangen aangelegd waardoor de wagens van de brandweer op veel plekken kunnen komen. Crossmotoren helaas ook en ondanks de waarschuwingsborden om voorzichtig te zijn met vuur, zijn de paden bezaaid met sigarettenpeuken en wordt op sommige plekken naar hartelust gebarbecued. Barbecuen, de gemiddelde Griek is eraan verslaafd.

Een ander probleem is afval. Hoewel er bij de toegangen tot het bos afvalcontainers staan, zijn er nog steeds mensen die een eindje Seïch-Sou inrijden om daar hun grofvuil, of soms zelfs bouwpuin, achter te laten. Onvoorstelbaar eigenlijk, want het is makkelijker om het in die containers te gooien. Kennelijk zit het misbruik maken van de openbare ruimte en anderen opzadelen met jouw troep bij sommige mensen diep in de genen.

Het kapelletje en de zitbanken zijn op een dag door de gemeente gesloopt. Op instigatie van een communistisch lid van de gemeenteraad. Hij was bang dat de plek een 'bedevaartsoord' zou worden. Ook bossen ontkomen niet aan het kleinzielig gedweep van sommige politici.

Eerder gepubliceerd in Griekenland Magazine, zomer 2018.

Foto: auteur


Geen opmerkingen: