Posts tonen met het label Dordrecht. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Dordrecht. Alle posts tonen

zondag, maart 01, 2026

Stadswerven




Ik sluit niet uit dat toeristen over tweehonderd jaar de Stadswerven komen bewonderen om hun gedurfde architectuur, er ligt een bijzonder fraaie wandel- en fietsbrug die de boel met het centrum verbindt en volgens iemand die het weten kan 'is het best een gezellige wijk', maar mij overviel me toen ik gisteren voor het eerst sinds lang de pont van Papendrecht naar Dordrecht nam, een gevoel van somberheid. Wat maken de Stadswerven vanaf de overkant van de rivier een troosteloze indruk. Dat komt vooral door die verschrikkelijke blokkendozenarchitectuur. Hoe verzinnen ze het, dacht ik terwijl de wolken, voortgedreven door de laatste februaristorm van dit jaar, over de rivier joegen.


Ik was in Papendrecht om de negentigste verjaardag van een van mijn dierbaarste vrienden te vieren in een restaurant aan het water. Vanuit die hoek zagen we ongeveer wat Albert Cuyp zag toen hij zijn fameuze gezicht op Dordrecht schilderde. De blokkendozenwijk lag gelukkig om de hoek, net uit het zicht.


De laatste keer dat ik het dorp aan de Merwede en de Noord bezocht was zeker vijf jaar geleden, toen ik medepresentator was van Via Cultura. Dat werd toen een paar keer vanuit de Papendrechtse studio uitgezonden omdat het ducttape in die van RTV-Dordrecht. toen nog op het Mediapark en niet ergens weggestopt op de Staart, weer eens had losgelaten.


Ooit, lang geleden, kwam ik er vaker. Ik trouwde met een meisje dat er woonde. Een huwelijk dat geen lang leven was beschoren, maar wel uitliep op een levenslange vriendschap. Dat meisje is nooit in Papendrecht teruggekeerd en ik begrijp wel waarom. Ik wil er geen kwaad van spreken, ze hebben minstens twee aantrekkelijke restaurants, maar toch heb ik het gevoel dat je desnoods nog beter op de Stadswerven kan wonen dan in Papendrecht.


Foto: auteur



dinsdag, oktober 28, 2025

Wordt Dordtoloog!




Het Historisch Platform Dordrecht organiseert de cursus Dordtologie. In tien lessen leer je over de geschiedenis van Dordrecht en als je de cursus met succes afsluit, mag je je Dordtoloog noemen. Er zijn inmiddels honderden Dordtologen en de cursus is zo populair dat er zelfs wachtlijsten zijn. Ben je eenmaal Dordtoloog dan kun je deelnemen aan de vervolgcursus Dordtologie, die zorgt voor uitbreiding en verdieping van je kennis.


In het kader van die vervolgcursus gaf ik gisteravond een lezing over 'De Dordtse letteren, 1572-heden'. Hoewel de letteren in Dordrecht vergeleken bij de beeldende kunst traditioneel de rol van het ondergeschoven kindje vervullen, valt er een boeiend verhaal over te vertellen.


In de 17e eeuw was Dordrecht, na Amsterdam, het culturele centrum van Holland, met tal van schrijvers, dichters en geleerden die vrijwel allemaal een of andere connectie hadden met de Latijnse School, de voorloper van het Johan de Witt-gymnasium. In de 18e en begin 19e eeuw sudderde het Dordtse literaire leven voort op een bescheiden pitje. Daar komt eind 19e, begin 20e eeuw een einde aan, als onder meer Jacques Perk, Jan Veth, Top Naeff, Marie Schmitz, Kees Buddingh', Wim de Vries en Jan Eijkelboom van zich laten horen. Inmiddels vormt zich de nieuwste generatie Dordtse letterkundigen.


Ik gaf de lezing met veel plezier en wie weet blijft het hier niet bij. Wie belangstelling heeft voor de cursus Dordtologie moet maar eens hier kijken. Wil je een beknopt overzicht van de Dordtse letteren, dan is dit boekje wellicht iets voor jou.



donderdag, april 03, 2025

Goed nieuws!





Fijn, Het Theewinkeltje, in de Nieuwstraat 34/36 in Dordrecht, waar ik al sinds jaar en dag mijn koffie en thee koop, is weer open. Dat betekent dat ik er weer gewoon naartoe kan en niet via de webshop hoef te bestellen. Natuurlijk kan on-line bestellen nog steeds, maar naar de winkel gaan is een stuk gezelliger. Dat komt niet alleen omdat de eigenaresse, Monique Blom, een heel leuke oud-leerlinge van mij is, maar ook door het concept.


Aan Het Theewinkeltje is nu een Schenkerij verbonden, waar je comfortabel je koffie, of anderszins kunt drinken, al dan niet met lekkernijen. Hoewel er bij mij best wel een kilootje af kan, heb ik gisteren bij mijn voortreffelijk klaargemaakte cappuccino een overheerlijk Ski-gebakje genuttigd. Ik wist helemaal niet wat een Ski-gebakje was, maar ik kan iedereen aanraden om er eentje in de Schenkerij te proeven. Je kunt er ook uitstekend lunchen of met vrienden een klassieke high tea bestellen.


Helaas kan Stella de nieuwe Schenkerij niet meer bewonderen, maar ze zou verrukt geweest zijn van de wanddecoraties van smaakvol aardewerk. Voor wie het niet weet, Stella beschilderde voor haar overlijden graag aardewerk borden. Ze had een hele collectie, die nu de woonkamer siert, en ze was ook een groot liefhebber van antiek aardewerk.



Binnenkort wordt de Schenkerij uitgebreid met een klein terras en als het weer het toelaat, kun je er ook heerlijk zitten in de tuin. Meer goed nieuws is dat achter de Schenkerij ook een winkeltje is waar al die lekkere en bijzondere soorten koffie en thee te koop zijn. Een bepaalde soort koffie, Dordtse blend, bevalt me al jaren zo goed, dat er altijd een paar pakken meegaan als ik weer eens een poosje naar mijn Griekse pied-à-terre afreis.



Foto's: auteur




maandag, mei 27, 2024

Stoomtractie




Dit weekeinde was weer het tweejaarlijkse stoomfestival in Dordrecht. Ik vond het, ondanks het kwakkelweer, zoals altijd een geweldig evenement. Ik zit er letterlijk bovenop, want de stoomtrein die van station Dordrecht CS naar Baanhoek rijdt en vice versa, komt vlak langs mijn huis. 

Dat doet me altijd denken aan mijn jonge jaren, als we op vakantie waren bij mijn oom en tante in Engeland. Achter hun huis was een park en vlak daarachter liep de spoorlijn van Liverpool naar Manchester. Tot 1968 reden er in het Verenigd Koninkrijk nog stoomtreinen en regelmatig deed ik met mijn neven aan train spotting. Ik heb wat van die machtige machines langs zien denderen en zelf ook nog regelmatig in zo'n stoomtrein gezeten. Als je 's zomers door een tunnel reed moesten als de bliksem de ramen van het compartiment dicht, anders zat je onder de roet.

De locomotieven van de Dordtse stoomtrein zijn overigens niet in Engeland, maar in Duitsland gebouwd. Dat vernam ik van mijn collega Guus de Landtsheer, een expert op het gebied van treinen. Als je de machines goed onderhoudt, zijn ze bijna onverslijtbaar. Ik moet daar weleens aan denken als ik voor de zoveelste keer vertraging op het spoor heb wegens een kapotte trein die in de weg staat. Misschien moeten we gewoon weer terug naar de stoomtractie. Ik ben onmiddellijk voor. Ook omdat mijn Rotterdamse opa machinist was op een stoomlocomotief. Toen de NS in 1958 de laatste stoomlocomotief de deur uitdeed, nu ja, niet helemaal, de 3737 staat in het Spoorwegmuseum in Utrecht, was opa al een aantal jaren met pensioen, maar hij kwam vaak naar ons in Dordrecht (hij had als oud-machinist altijd vrij reizen eerste klas) met zijn prachtige verhalen over het spoor.

Ook de vlootschouw was weer indrukwekkend, ondanks de regen. 'Het is maar water,' zou mijn goede vriend Gerard zeggen, maar ik ben toch maar sneller dan anders een plekje in Costa d'Oro gaan zoeken. Gelukkig was het zaterdag en zondag gedeeltelijk droog, zodat ik zonder nat pak die prachtige schepen (ik kan er ook niets aan doen, maar mijn Dordtse opa was zeeman, ook altijd met geweldige verhalen) kon bewonderen en al die andere stoommachines die de Industriële Revolutie, de basis van onze moderne maatschappij, mogelijk maakten. Veel van de antieke bussen waren trouwens ook een feest der herkenning. Even terug naar vroeger tijden. Daar word ik als historicus gelukkig van.


Foto: auteur


vrijdag, augustus 26, 2022

Advizeurkousen




Lieve Stella,


Een paar dagen geleden zat ik op een terras in Schiedam, tegenover het huis waarin de dichter Piet Paaltjens, die eigenlijk François Haverschmidt heet, zich in 1894 verhing. Hij was depressief aangelegd en wellicht kon hij het overlijden van zijn vrouw, een drietal jaren eerder, niet verwerken. Zoals je weet ben ik niet zo'n depressief type, al is het tegenwoordig moeilijk in het bananenkoninkrijk Nederland om niet zo nu en dan in diepe somberheid te verzinken. Al die affaires en crises waar een kennelijk incapabele, gedesorganiseerde overheid en een tamelijk amechtige regeringscoalitie ogenschijnlijk machteloos tegenover staan. De hoofd-, zij het niet de enige, oorzaak: het geloof in het neo-liberalisme, waar in 2012 ook de PvdA in meeging, toen Diederik Samsom in recordtempo een akkoord sloot met de VVD van Mark Rutte. Ik en velen met mij hadden bij die verkiezingen juist op de PvdA gestemd om af te zijn van Rutte als premier en de desastreuze gedachten die in zijn kringen leefden over het heil van de marktwerking. Marktwerking is sociale afbraak en kaalslag is inmiddels gebleken, maar het verderfelijke geloof erin is nog immer niet uitgeroeid. Enfin, het heeft tien jaar geduurd voor ik weer eens een stem op de PvdA heb uitgebracht en dan alleen nog maar omdat mijn oud-leerlinge Sadet Karabulut ermee ophield als Kamerlid. Ik vond haar als parlementariër erg goed, jammer alleen dat de SP eigenlijk helemaal mijn partij niet is. Ze assisteert nu de burgemeester van Amsterdam in het besturen van Blowcity. Ik wens haar veel succes daar op die mestvaalt.


Ik houd erover op. Er zijn leukere dingen om het over te hebben, het afluisterschandaal in Griekenland, om maar eens iets te noemen. Vandaag moet premier Mitsotakis daarover op het matje komen bij de vouli, het Griekse parlement. Of dat iets uit gaat halen? Ik vrees van niet, het is daar altijd een geschreeuw van jewelste en van wol weinig sprake, maar ik kan niet in de toekomst kijken. Ik roep altijd dat historici beter geen toekomstvoorspellingen kunnen doen, dus ik waag me er niet aan, al zou het me niets verbazen als er uiteindelijk in de praktijk weinig verandert. In de vijfendertig jaar sinds ik jou heb leren kennen, heb ik in Griekenland een aaneenschakeling van schandalen de revue zien passeren. In het begin dacht ik nog naïef: dat kan bij ons niet gebeuren, maar dat blijkt dus geheel anders te liggen. Ik had het kunnen weten, wellicht al sinds de Lockheed affaire, maar het is net als bij een schilderij: hoe dichter je er met je neus op staat, hoe minder je ervan ziet.


Wat ik in Schiedam deed? Met Thijs en Han een bezoek brengen aan het Stedelijk Museum, waar een tentoonstelling is van installaties van Zoro Feigl. Hij laat onder meer water naar boven stromen en in een soort vliegende schotel kogeltjes heen en weer rollen, zodat het lijkt of je naar een zwerm spreeuwen kijkt. Technisch wel knap en goed bedacht, ik zou er niet op komen, maar of het kunst is? Geen idee, eigenlijk, maar ik vond het interessant om te zien. Daarna zijn we naar het Jenevermuseum gegaan. Dat was het hoogtepunt van het bezoek, dat we hebben afgesloten met een jeneverproeverij in de tuin. Arme Han. Hij moest rijden en kon dus maar minimaal proeven. Daarna wilden we wat eten en zo kwamen we terecht bij de openbare bibliotheek, die tegelijkertijd een aangename horeca-uitspanning is, aan de Lange Haven, tegenover dominee Haverschmidt. Eigenaardig eigenlijk, een dominee die zich verhangt, want ik meen me te herinneren van de zondagsschool dat de hand aan jezelf slaan 'de Heere een gruwel is'.


Ik kom zelden in Schiedam. Ik ben, meen ik, één keer eerder in het Stedelijk Museum daar geweest, bij een tentoonstelling van Jan Schoonhoven, die allemaal stukjes wit karton op de meest eigenaardige wijze aan elkaar had gelijmd, of liever: door medewerkers aan elkaar had laten lijmen volgens zijn aanwijzingen, en daar ongehoord veel geld voor ving. Dat is hem gegund, maar kunst? De tijd zal het leren. Ik was er toen met Gerard Bouma, die een enorm liefhebber van Schoonhoven is en zijn hele leven al betreurt dat hij, toen de Schoonhovens nog niet als geniale kunst waren ontdekt en dus nog betaalbaar, geen geld had om er eentje aan te schaffen. Ja, we waren jong en arm. Toen ik begon als schoolmeester, waarvoor je toch een HBO-opleiding moest doen, verdiende ik in het begin 1250 gulden in de maand, meen ik, dat is nog geen 570 euro, maar toen was het 1974 en kostte een pilsje nog 75 cent. Vroeger was alles beter, als je op licht gevorderde leeftijd raakt, ben je steeds meer geneigd dat te roepen. Gelukkig zijn er knappe historici die nu en dan met die gedachte afrekenen. Wat ik eigenlijk wilde zeggen: we hebben een wandelingetje gemaakt door het, bescheiden, historische centrum van Schiedam, dat er onverwacht schilderachtig uitziet, al heeft het bij lange na niet de grandeur van het Dordtse historische havengebied. 


Door dat havengebied heb ik onlangs weer enkele groepen toeristen rondgeleid. Beweging is goed tegen de ischias en je houdt je eigen kennis van de stadshistorie er goed door bij. Tel daar bij op dat ik met Guus nog steeds onderzoek doe bij het stadsarchief of in het Augustijnenhof en ik ben bijna rijp voor stadshistoricus. Een stadsarcheoloog, een stadskunstenaar, een stadsdichter en een stadshistoricus, die lijken me heel wat nuttiger voor de gemeenschap dan de zogenaamde welstandscommissie, die onlangs weer heeft zitten zeiken over de markiezen die boven de terrassen van brasserie De Witt, in het gebouw waarin ook De Movies zit, zijn gepland. Die zouden niet passend zijn en ook de lichtreclame van De Witt vonden ze te fel. Op de tekeningen staat het allemaal heel voornaam en het klopt geweldig bij de geschiedenis van het pand: van Clarissenklooster, via Latijnse en Franse school naar kantoor voor de Keuringsdienst van Waren en Bouw- en Woningtoezicht tot het hoofdkwartier van de stichting Culturele Educatie (nu ToBe) en toen die zonodig het centrum uit moest naar het Energiehuis, tot De Movies en daarbij nu een mooie brasserie met een terras waardoor dat stukje centrum aangenaam tot leven komt. Maar nee, dat clubje dat er wel voor was om een stuk uit het monumentale hek van het museum te breken (zij het tijdelijk, alleen wist niemand nog hoe tijdelijk) om daar een boot doorheen te trekken, heeft iets tegen de markiezen. De laan uit met die nutteloze advizeurkousen!


Er was onlangs trouwens ook iemand die begon te zeuren over de naam De Witt, want ja, het slavernijverleden. Donder toch op man, dacht ik. Ja, Johan de Witt en iedere bestuurder uit de 17e eeuw heeft daar indirect (of soms direct, toegegeven) weleens mee te maken gehad. Dan kun je dus helemaal niets meer vernoemen naar iemand uit het verleden. Voor zover ik weet had Johan de Witt er geen directe bemoeienis mee, anders dan zijn half criminele schoonzoon Simon van Halewijn, die een paar plantages in Suriname bezat, maar je kunt mij ook niet verantwoordelijk houden voor het gedrag van mijn schoonzoon, zou ik die hebben. Ach, ik houd erover op, want anders begint het achterlijke geroep op Twitter weer. Daar ga ik trouwens binnenkort vanaf, ik ben al dat getetter goed zat.


In gedachten, altijd,


Kees


Dordrecht, 26 augustus 2022


Foto: auteur





maandag, juli 25, 2022

Hoe sneller hoe dommer




Lieve Stella,


Je weet dat ik veel naar de radio luister, behalve als de waan van de dag me een beetje te veel wordt en ik mijn heil bij Spotify zoek. Zojuist hoorde ik dat er problemen op Zestienhoven zijn, omdat daar mensen al meer dan een dag op hun vliegtuig naar Turkije zitten te wachten. Het werd een beetje sensationeel gebracht door Radio 1 en dan kun je er vergif op nemen dat mensen op Facebook van alles gaan roepen. Ik werd op mijn wenken bediend. Het domste volk kraaide zoals gewoonlijk het hardst. Van die types die zichzelf moreel boven het vakantievee verheven voelen. Zonder ook maar iets van de achtergronden te weten lezen zulke moraalridders en -ridderessen vlieglustigen de les. Teutebel A. roept dat het gelukkig mensen zal demotiveren om met een vliegtuig te reizen, zeurkous B. dat vakantie geen plicht is, maar een recht en dat je beter in Nederland kunt blijven en ouderling D. predikt dat wie vliegt om ellende vraagt en daarom gewoon de auto moet nemen.


Waarom erger ik me aan die reacties? Ik denk vanwege de opmerkingen die ik onvermijdelijk krijg als ik zeg dat ik weer eens naar Griekenland ga. Goed bedoelde opmerkingen, maar waar ik vaak niet tegen kan. 'O, heerlijk, ik vind het ook zo'n fijn vakantieland', of 'geniet ervan, wij zijn er ook heerlijk tot rust gekomen' en meer van dat soort uitingen van medeleven. Wij, vooral jij, leefden altijd op als we naar Griekenland gingen, maar niet vanwege het geweldige vakantiegevoel. We gingen gewoon naar het land waar je was geboren en getogen, de familie bezoeken, vrienden na zoveel tijd terugzien en vooral dingen regelen. Met de belastingdienst, met het bedrijf dat de gasketel controleerde, met de vereniging van eigenaren van ons appartementengebouw, met het ziekenfonds. Ja, daar zaten ook wel uitjes naar een eiland tussen of een paar dagen in het vakantiehuis van vrienden, natuurlijk, maar nog steeds, ook nu jij er niet meer bent, ga ik vooral naar Griekenland om noodzakelijke dingen te regelen, vooral met de bureaucratie, met wie ik sinds jouw overlijden wel niet direct op voet van oorlog leef, maar die ik ieder jaar weer een beetje meer begin te haten. Een vakantiegevoel heb ik toch echt eerder als ik door de Dordtse Biesbosch fiets dan wanneer ik in Thessaloniki een afspraak heb met mijn belastingconsulent. Ach, B. weet natuurlijk helemaal niet dat je sommige zaken in Griekenland persoonlijk moet regelen en niet vanuit een vakantiepark aan de Zeeuwse kust. Zeg eens, A., hoe moet ik in Griekenland komen zonder te vliegen nu ik al jaren, mede uit milieu-overwegingen en nog een heleboel andere, geen auto meer heb? Drie dagen in een peperdure trein, dat geloof je zelf toch niet? Over die ouderling zal ik maar zwijgen, die zou eens moeten kijken naar het aantal slachtoffers in het autoverkeer en in de luchtvaart.


Je verbaast je misschien dat ik me druk maak over wauwelkousen die op Facebook beter hun mond kunnen houden, maar doorgaans het hoogste woord hebben. Moet ik ook niet doen, maar ik kan nu eenmaal slecht tegen domheid en tegen figuren die hun bek maar een duw geven. 'Jij houdt je mond ook zelden', denk je misschien, en dat is waar, maar als ik wat beweer, heb ik daar over nagedacht, weet ik waarover ik praat en als iemand met argumenten komt die sterker zijn dan de mijne, wil ik het niet per se beter weten. Wie heeft dat ook alweer gezegd, dat domme mensen altijd alles zeker weten en mensen die nadenken per definitie twijfelen?


Vorige week hadden we een nogal warme dag, over de onzinnige paniek daarover schreef ik je in mijn vorige brief. Hij was prima uit te houden. Ik hield de ramen en deuren beneden dicht, zodat het keurig vierentwintig graden bleef en heb de hele dag lekker zitten werken. Aan het eind van de middag, het kwik stond toen op achtendertig graden, ben ik op mijn gemak naar Visser gefietst, waar ik aansloot op het terras bij een klein groepje stamgasten. De harde kern zat lekker in een briesje te genieten van de rust op straat, al scheurt onvermijdelijk zelfs op zo'n dag af en toe wel een idioot op een quad met een bloedvaart langs het terras. Er moeten natuurlijk eerst doden vallen voor ze die teringdingen van die snotjongens afpakken. Sinds ze de pollers hebben weggehaald en er camera's staan, hebben we minder last van motorduivels in de binnenstad, maar die quadkinderen hebben waarschijnlijk ouders die het goed lijden kunnen, zodat ze niet schrikken van een prent. 


Toen Visser ging sluiten, ben ik nog even naar het Groothoofd gefietst, waar ik zag dat de leeghoofdigheid zich naar het water had verplaatst. Tientallen mafkezen stoven af en aan op waterscooters en daar tussendoor scheurden de speedboten. Hoe sneller hoe dommer. Ook hier moeten eerst doden vallen voor er iets wordt gedaan. Tussen al die racende waterkevers door stoomden onverstoorbaar de voetbalveldgrote duwcombinaties en de binnenschepen. Het wachten is op ongelukken en de onvermijdelijke krokodillentranen van de BOGA's (Boven Ons Gestelde Autoriteiten, het is maar dat je het onthoudt). Een enkele onverantwoordelijke dwaas daalde ook nog van de steiger af om een rondje te zwemmen. 


Toen ik er echt niet meer tegen kon, ben ik naar huis gefietst, heb me daar van top tot teen ingesmeerd met muggenolie en ben tot laat in de nacht op de veranda gaan lezen. Eerst de krant, die door alle drukte was blijven liggen, en daarna de laatste hoofdstukken uit de prachtige biografie van Hella S. Haasse, door Aleid Truijens. In de krant stond een stuk over straatraces. Daar schijnen ze in dat lelijke dorp aan de andere kant van de Zwijndrechtse brug, met dat prachtige uitzicht op Dordrecht, vooral op zomeravonden erg veel hinder van te hebben. Dat verbaast me niets. Warme leidt bij sommigen kennelijk tot hersenverweking.


In gedachten, altijd,


Kees


Dordrecht, 25 juli 2022


Foto: auteur



maandag, juli 18, 2022

Op het lelijkste plein van Nederland




Lieve Stella,


Weken, zo niet maanden, hebben we uitgekeken naar het Big Rivers festival, dat dit weekend in Dordt plaatsvond. Twee jaar lang kon het niet worden gehouden, of in zeer afgeslankte vorm (vorig jaar) vanwege de coronatoestanden. Nu mocht het gelukkig weer. Ik heb met volle teugen genoten, al heb ik de 'afterparty's' grotendeels aan me voorbij laten gaan. Na urenlang rondsjouwen langs al die podia in het stadscentrum merk je weer even dat je op lichtgevorderde leeftijd bent. 


Het weer werkte ernstig mee, het was droog en zonnig, zonder dat het overdreven warm werd. Festivalweer bij uitstek. Dat wordt, als we de voorspellingen mogen geloven, morgen anders. Dan dreigt de temperatuur boven de vijfendertig graden te komen. Daardoor is het land alweer helemaal in paniek. Voortdurend gezwets op de radio over 'de komende hitte' en wat je daar al dan niet tegen moet doen. Zojuist meldde Radio 1 dat veel kinderdagverblijven morgen sluiten wegens de warmte. Wat een idioterie, kinderen in de Mediterrane landen, waar het vaak langdurig veel warmer is dan dat ene tropische dagje hier, gaan desondanks gewoon naar de opvang. De eerste dag van de Nijmeegse vierdaagse is afgelast. In hoeverre dat terecht is kan ik moeilijk beoordelen, maar al die verdere aanstelleritis over de hitte lijkt me hogelijk ridicuul. Het wordt hier thuis, onder het platte dak, al snel een graadje of dertig, vijfendertig, maar onder een lakentje met de ventilator erbij, slaap ik boven prima. Als het echt te gek wordt, kan het veldbed naar beneden, waar het aanzienlijk koeler is, maar dat is eigenlijk nog nooit nodig geweest.


Voor mij was Visser het epicentrum van Big Rivers. Van daaruit is ieder podium gemakkelijk te belopen, maar ook bij Visser zelf was het dolle pret. Op vrijdag en zaterdag waren er twee dj's die voor vrolijkheid zorgden, terwijl we op vrijdagavond een heerlijke avond hadden met Los Smoking Ciggaars, de bluesband onder leiding van Dusty Ciggaar, en op zondag speelden de Badjak Boys en Salmon On A Leash, twee bands waarin zo'n beetje al Vissers mannelijk personeel (de Visser boys, zeg maar) speelt en dat doen ze nog keigoed ook. Jammer dat het optreden van Thisgirlslife, in de tuin van Brut, niet door kon gaan, omdat Ilona's toetsenist corona had. Er vielen nogal wat muzikanten uit vanwege corona, maar de festivalorganisatie wist dat met de nodige creativiteit prima op te lossen met alternatieve bands. Bravo voor Nevyn, Bas, Liselotte en al die andere mensen die aan Big Rivers meewerkten.


Op zaterdagvond beëindigde Leo Schellinger, die ik al in 1965 leerde kennen, toen hij nog in de Leliestraat woonde, zijn vijfenvijftigjarige carrière als artiest. Zijn band, Leo Schellinger and Friends, had een indrukwekkend afscheid georganiseerd op het podium op de Grote Markt. De Grote Markt is het lelijkste plein van Nederland, ik kan het weten, want ik heb er drie jaar gewoond, in een flat boven wat nu de Action is, maar die avond was het het sfeervolste. Leo is in al die jaren uitgegroeid tot een begrip in het aan muzikanten rijke Dordrecht. Het was geweldig om hem nog één keer Gloria te horen zingen, Bring it on Home to Me en Knocking on Heaven's Door. Dat laatste ontroerde me, want dat was het lied waarmee we afscheid namen van Gerrit de Wolf, op die gruwelijk koude, besneeuwde dag, eind januari 2010, voor we hem naar zijn laatste rustplaats brachten.


Begin jaren zestig had Leo, samen met mijn vrienden Herbert en Thijs, een playback bandje, maar al snel ging ieder zijns weegs in de echte muziek. Leo was door de jaren heen zanger bij een hele ris bandjes. Ik zou de archieven in moeten om ze allemaal op te noemen. Thijs heeft een tijdje gedrumd, maar is daar op zekere dag mee gestopt, ondanks zijn talent, zodat hij waarschijnlijk een mooie carrière in de muziek is misgelopen, al weet je dat natuurlijk nooit. Ik heb je al eens gezegd, als-als-geschiedenis is geen geschiedenis. Van Herbert heb ik gitaar leren spelen, dat verhaal ken je. Ik vraag me af of ik het nog zou kunnen. Ik was niet de geweldigste gitarist van West-Europa, maar ik heb toch wel wat jaartjes mee getokkeld met de Bobby Kinghe Free Folk Band en The Oldtime City Slickers. Vreemd idee dat ik in de vijfenveertig jaar daarna nooit meer gitaar heb gespeeld. Er staat er nog eentje in jouw werkkamer, die bij gebrek aan een zolder min of meer een opslagplaats is geworden, met de snaren uit die tijd er nog op. Ik zou die natuurlijk kunnen vervangen en weer gaan spelen, maar ik geloof dat ik mijn tijd beter kan gebruiken.


Het was alle drie de dagen erg druk op Big Rivers. Misschien een reactie op alle beperkingen en maatregelen tijdens corona, een tijd waaraan ik met afschuw terugdenk en die hopelijk nooit meer terugkomt. Alleen die volslagen idiote avondklok al, waarvan ik me overigens nooit iets heb aangetrokken, en dan dat gedoe met die vreselijke mombakkesen voor je neus. Ik krijg het er nog benauwd van als ik eraan denk. Ik heb overigens niet het idee dat de regering erg competent bezig is om de gezondheidszorg crisisbestendig te maken, maar daarover heb ik je al eens geschreven en ik wil niet in herhalingen vallen. Gisteren hoorde ik een hoogleraar in de migratiegeschiedenis (of iets dergelijks) zeggen dat de vigerende crisis in de opvang van asielzoekers 'bewust is gecreëerd' en dat adviezen van de eigen adviescommissies van het verantwoordelijke ministerie in de wind worden geslagen, zodat asielzoekers in Ter Apel de nachten buiten moeten doorbrengen, wat toch eigenlijk onvoorstelbaar is. Weer een staaltje van ellende die door de neo-liberale lulkoekenbakkers die dit land al zoveel schade hebben berokkend, is veroorzaakt. Het zou ook best eens kunnen zijn dat zoveel mensen zich in een festival als Big Rivers storten om even te vergeten hoeveel en hoe vaak er van alles misgaat of mis is in dit landje, dat toch een van de rijkste ter wereld is. Nu blijkt de belastingdienst, die toch zou moeten staan voor een integer beleid in het algemeen belang, weer op merkwaardige wijze de taxigigant Uber over de kloten te hebben gestreeld. Na Rijkswaterstaat hebben we met de fiscus zo langzamerhand een tweede staat in de staat.


Het Nederlands damesvoetbalelftal is door naar de volgende ronde en moet dan tegen Frankrijk spelen. Ik denk niet dat onze vrouwen dat gaan winnen, die Fransen zijn wel erg sterk in dit EK-toernooi. Ik volg, als het uitkomt, de wedstrijden met plezier. Eigenlijk vind ik het vrouwenvoetbal veel leuker dan dat van de mannen. Er wordt nauwelijks gezeken tegen de scheidsrechter en ze liggen niet voortdurend te janken en toneel te spelen als ze omver worden gelopen. Alleen moeten we zo snel mogelijk van die alles verpestende VAR af. We moeten trouwens ook van die achterlijke buitenspelregel af, vind ik, maar niemand bij de voetbalbond die naar mij luistert. Ook bij FC Dordrecht niet, vrees ik, terwijl ze daar toch horen te weten dat ik vind dat ze snel met een vrouwenselectie moeten beginnen.


In gedachten, altijd,


Kees


Dordrecht, 18 juli 2022


Foto: auteur


zondag, juli 10, 2022

Feestgedruis




Lieve Stella,


Dordrecht is deze maand, ik heb het je al eerder geschreven, een ware feestlocatie. Dit weekeinde hebben we het zogenaamde Hoffestival. In mijn jeugd hadden we de Hoffeesten. Die zijn, meen ik, in 1972 voor het laatst gehouden. Net als de Hoffeesten is dit festival in het leven geroepen om wat men de 'eerste vrije' statenvergadering noemt te herdenken, een bijeenkomst van een aantal Hollandse steden in Dordrecht in 1572, met als doel gelden te fourneren aan Willem van Oranje, zodat hij zijn strijd tegen de hertog van Alva kon volhouden. Ik ga die geschiedenis is deze brief niet uitgebreid uiteen zetten, ik heb er in een eerdere brief al wat over gezegd en ik ben niet van plan om je een lesje geschiedenis te geven. Dat heb ik, samen met collega Henk 't Jong wel min of meer gisteren gedaan in een radio en televisie-uitzending van Via Cultura, een van de Dordtse media-organisaties, waarin het over die statenvergadering ging. We vonden die herdenking, die pas in de 19e eeuw in de schoolboekjes is terechtgekomen, toen de sterk nationalistisch gekleurde geschiedschrijving opkwam, een nogal opgeklopte zaak, al is een feestje nooit weg. 


Van die oude Hoffeesten herinner ik me de zomerkermis, die werd gehouden op het Beverwijcksplein en de Veemarkt. Wij woonden daar niet ver vandaan in de Cornelis de Wittstraat, zodat ik als kind 's avonds ging slapen met op de achtergrond vrolijke kermisgeluiden. Bij ons in de straat stond altijd een aantal wagens van de kermisgasten geparkeerd. Er was een rijdende school bij, wat ik verwonderlijk vond: les krijgen in een grote woonwagen, maar ook een beetje zielig. Had je een avontuurlijk leven als kermiskind, althans dat stelde ik me voor, moest je toch de hele dag op school zitten. 


Als kind vond ik een kermisbezoek wel aardig, maar ik ben er nooit geweldig warm voor gelopen. De kermis leek in veel opzichten niet op wat hij vandaag de dag is. Ik heb niets met al dat gedraai en gezwier en de oorverdovende herrie waarin ik terechtkwam toen ik onlangs een nieuw paspoort moest ophalen. Tegenwoordig staat de zomerkermis, losgezongen van het Hoffestival, halverwege de maand juni op de Spuiboulevard bij het Stadskantoor. Mijn kermis was die van de vrouw met de baard, de schiettent, het spookhuis, de poffertjestent, als je geluk had kreeg je ook nog geld voor een zuurstok, de draaimolen (maar dan moest ik wel op een paard) en vooral de botsautootjes. Wat me aan de andere kant tegenstond, ook al als kind, was het vele tuig dat door de kermis werd aangetrokken, met aanklevende opstootjes en vechtpartijen. Ik kom al jaren niet meer op de kermis en heb geen idee hoe de sfeer nu is, maar ik heb mij er nooit echt helemaal senang gevoeld.


Tijdens de Hoffeesten werd ook een wandeltocht georganiseerd. Veel herinner ik mij daar niet van, maar ik moet daar een paar keer aan hebben meegedaan. Mijn vader was een enthousiaste wandelaar en sleepte ons als kinderen daarin mee. Ik heb een aantal keren de avondvierdaagse gelopen, toen heel wat minder vanzelfsprekend dan nu, want scholen deden er bijvoorbeeld nog niet aan mee, en kennelijk ook weleens zo'n Hoffeestwandeltocht. Ik heb er een paar medailles van en die komen niet uit de curiositeitenwinkel. Als je de beeldbank van het Regionaal Archief bekijkt, werd er tijdens die feesten flink uitgepakt met allerlei voorstellingen, optochten, concerten en bosjes hoogwaardigheidsbekleders, tot aan leden van het koninklijk huis aan toe. Ik heb in mijn eigen archief gezocht, maar veel over de Hoffeesten heb ik niet gevonden, behalve één foto. Die moet zijn gemaakt in 1958, toen ik in de eerste klas zat van School Brans (die nu School Vest heet). We deden mee aan een optocht en moesten een of ander verhaal met regen uitbeelden, al was het, als ik het me goed herinner, maar je weet wat voor vreemde dingen je geheugen kan uithalen, mooi zomerweer. Of die optocht iets met de Hoffeesten te maken heeft? Geen idee. 


Ik sta op die foto op de voorgrond, tweede van rechts. Het meisje links van me is Patricia van Liempt (of van Liemt, dat wil ik kwijt zijn). Haar vader was chirurg. Ze woonde in een groot huis op de Singel, waar ik weleens ging spelen. De herinnering daaraan was aanleiding voor mijn gedicht Het huis aan de Singel, dat in mijn bundel Hoe de wereld zich zou openen (2012) is opgenomen. Ik ben aan het eind van klas twee van school gegaan en overgestapt naar de Boermanschool in de Bankastraat. Over de reden zullen we het niet hebben, maar het was niet vanwege mijn goede gedrag, vandaar dat ik het wel grappig vond dat ik jaren later een tijdje als kwekeling heb rondgelopen op Vest, die zich ondertussen had getransformeerd tot een geheel andere en bijzonder prettige school. Hij is inmiddels van de Vest verdwenen en staat nu op de Blekersdijk. De Boermanschool is afgebroken. Daar staat nu een flatgebouw. Patricia is in 1959 uit mijn leven verdwenen, zoals vrijwel alle klasgenoten uit die tijd, behalve Hans Barendrecht, die later de groentezaak in de Vriesestraat van zijn vader overnam. Daar zijn we jarenlang klant geweest, tot Hans met pensioen ging.


Het huis aan de Singel


De massieve voordeur

is nog dezelfde als die

waardoor hij na schooltijd

het meisje volgde.


Er was een moeder die altijd

bleek op een sofa lag.

Er waren reusachtige fauteuils

die dienst deden als slagschip.


Het was een groot, grof meisje

dat soms aan zijn haren trok

en boos deed als de moeder

haar verbood te vloeken.


Ze was gespierd als een jongen,

speelde te wild voor hem.

Maar hij kwam steeds mee,

durfde geen nee te zeggen.


Later was het er opmerkelijk stil.

Dat begon op de dag dat de sofa

leeg was en het meisje

weigerde te spelen.


Ze zaten bewegingloos

in die enorme kamer.

De slagschepen lagen er bij

als verwaarloosde wrakken.



In gedachten, altijd,


Kees


Dordrecht, 10 juli 2022


Foto: archief auteur



zondag, juni 26, 2022

Op de rand van een vulkaan






Lieve Stella,


Een paar dagen geleden ben ik, na twee glazen chocomel en twee slokken bier in Visser, maar weer op de fiets naar huis gestapt om daar met een beetje verhoging en lichtelijk zielig onder een dekentje naar een aflevering van The Midsummer Murders te kijken en vervolgens het Nederlands vrouwenelftal met 5-1 te zien verliezen van Engeland. Je begrijpt, de tweede booster is binnen. Dat moet in het Engels, als je herhaalvaccinatie zegt werkt het niet tegen corona, geloven we in Nederland. Het was deze keer niet in een per openbaar vervoer schier onbereikbaar gat ergens in de polder, maar in een voormalig schoolgebouw op nauwelijks vijf minuten fietsen van huis. Ik kreeg ook nog iets te drinken aangeboden. Goed van de GGD, maar mag het volgende keer misschien samen met de griepprik, gewoon bij mijn eigen dokter?


De overlast bleef beperkt. Ik kreeg deze keer Pfeizer, werd me verteld, in plaats van Moderna, waar ik toen aanzienlijk meer last van had. Dat kwam natuurlijk ook omdat ik voor dat spuitje het Eiland van Dordrecht af moest, helemaal naar een beruchte wijk in de grote stad Rotterdam. Nu was ik de volgende morgen weer geheel fit en kon ik gewoon aan de training beginnen. Zo noem ik de oefeningen maar die ik 's morgens moet doen om mevrouw Ischias buiten de deur te houden, wat dankzij mijn beweegtherapeute goed lukt, al moet je het wel volhouden. Na een zware avond schiet die training er weleens bij in.


Het lijkt een mooie zomer te gaan worden, vol feesten en festivals in Dordrecht. Natuurlijk, het is als dansen op de rand van een vulkaan, feesten in Herculanum of Pompeï, want behalve de inktzwarte schaduw van de oorlog in Oekraïne, het raaskallen van bad Boris in Engeland, de terugkeer naar fundamentalistische achterlijkheid van de VS, door het afschaffen van het federale recht op abortus, doemt ook het covidspook weer op. Dat laatste zou niet zo erg zijn als er krachtige maatregelen zouden zijn getroffen om de intensive care capaciteit in de ziekenhuizen uit te breiden, maar ik zie of hoor daar niets over. Ik weet ook wel dat dat niet zomaar gaat, maar ik weet ook dat nieuwe coronamaatregelen tot nog grotere problemen in de samenleving gaan leiden dan we nu al hebben.


Je weet, ik ben allerminst een onheilsprofeet, maar geen weldenkend mens kan er omheen dat drie kabinetten onder aanvoering van die leuke en vriendelijke meneer Rutte niet alleen veel problemen op hun beloop hebben gelaten, maar van een aantal een ongehoorde puinhoop hebben gemaakt. Denk aan de belastingdienst, een soort staat in de staat, denk aan zorg en onderwijs, denk aan Groningen en aan stikstof en de boze boeren. Allemaal aanwijzingen dat neo-liberalisme tot maatschappelijke ontwrichting leidt. Gelukkig gaat mijn pensioen na jaren stilstand met 2,39% omhoog en komt er voortaan iedere maand een rijk met dubbeltjes geladen schip mijn haven binnen.


Een mooie zomer dus. Volgende week verjaart FC Dordrecht. Dan is het vijftig jaar geleden dat het beroepsvoetbal zich onder die naam afsplitste van DFC. Wordt uiteraard een feestje met een wedstrijd van beroeps- en amateurcoryfeeën uit het verleden. Een dag erna is het Nooit Terug- poëziefestival. Die naam vind je misschien raar, maar die houdt verband met het gedicht Wat blijft komt nooit terug van Jan Eijkelboom. Ik kijk daar ook naar uit, al vind ik het vreemd dat de stadsdichter van Dordrecht niet van de partij is. Diens termijn loopt trouwens af, dus komt er binnenkort een nieuwe. Ik ben benieuwd wie het wordt. Als hij of zij maar niet wordt benoemd via een belachelijke wedstrijdprocedure, zoals bij de vorige twee stadsdichters, en er geen discriminatoir criterium als 'aansprekend voor jongeren' wordt gehanteerd, want poëzie is voor alle leeftijden. Ik heb bijvoorbaat laten weten dat ik niet beschikbaar ben, ik heb het al druk genoeg.


Voor ik het vergeet: aan het eind van Nooit Terug hebben we het 'Boekenmarktbal' in de Kunstkerk, waar ik uit mijn dak hoop te gaan met een of andere leuke dichteres, maar dat mag je niet verder vertellen. Als ik die dagelijkse training natuurlijk maar volhoud. Het valt niet mee om licht gevorderd te zijn in leeftijd. Voor je het weet deelt een onbekende deegsliert van de overheid je in bij de bejaarden en moet je therapeutisch bingo gaan spelen in een buurthuis. Dan liever de lucht in, wat bij de huidige staat van chaos op Schiphol ook geen sinecure is. De dag daarna hebben we de Dordtse boekenmarkt. Dit jaar zijn mijn boeken te koop in de kraam van uitgeverij Avenir, in de Nieuwstraat. Ik ben daar blij om, want Liverse staat niet meer op de boekenmarkt.


Op 8 en 9 juli vieren we dat het 450 jaar geleden is dat de Staten van Holland in Dordrecht bijeen kwamen om Willem van Oranje de nodige centjes te verschaffen voor de opstand tegen de hertog van Alva. Om dat nou direct 'de geboorte van Nederland' te noemen gaat veel te ver, het was slechts een stap in het verzet tegen de landvoogd. Er moest daarna nog heel wat water onder allerlei bruggen door voor in 1588 de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden werd geboren (ze probeerden het niet voor niets na de afzwering van Philips II nog even met de graaf van Leicester en de hertog van Orleans, beiden geen succes). Uit die Republiek werd in 1795 de Bataafse Republiek geboren, daaruit in 1806 het jong overleden Koninkrijk Holland en tenslotte, na nog krap drie jaren Frankrijk, in 1813 Nederland. Ik bedoel maar, herdenken is mooi, maar geschiedenis is nooit in een kreet te vangen.


Waar ik ook naar uitkijk is het Big Rivers Festival, op 15, 16 en 17 juli. Op die dagen is het overal muziek wat de klok slaat in de stad, maar daarvoor is er ook al een opera op het Grotekerksplein in samenwerking met Muziektheater Hollands Diep. Ga ik ook eens naar een opera. Ik kan me niet herinneren dat ooit te hebben gedaan. Ik was, zij het in de coulissen, wel vaak bij het Belcantofestival, toen Dordrecht dat nog had. De coulissen waren in dat geval de open ramen van een bevriend echtpaar dat op de hoek van het Hof woonde. Ontspannen luisteren met prima zicht op het toneel en met een wijntje erbij. Ik moet nu even denken aan de openluchtbioscoop waar wij 's zomers in Thessaloniki weleens naartoe gingen, of naar het openluchttheater in het bos boven de stad. Weet je nog dat we bij dat prachtige optreden daar waren van Ross Daly? Ik zet nog weleens een CD-tje van hem op, tot ik er weemoedig van word. Gelukkig heb ik dan de klezmer om me op te vrolijken.


Na Big Rivers zit je voor je het weet in augustus, met wespen, veel regen en aan het eind van de maand onze familiedag. Dan is voor mijn gevoel de zomer al wel zo'n beetje voorbij. Misschien ga ik ergens in die maand nog een paar dagen naar Texel. Even uitwaaien in het hoge noorden en wie weet loop ik er mijn oud-hoogleraar Maarten van Rossem tegen het lijf. Dat zou me niets verbazen.


In gedachten, altijd,


Kees


Dordrecht, 26 juni 2022


Foto: auteur


maandag, juni 20, 2022

Uitgeblust




Lieve Stella,


Ondanks dat ik vandaag een beetje uitgeblust ben, ben ik de dag begonnen met het repareren van de schuurdeur. Daar was een scharnier van gesneuveld door hoge ouderdom en ik wilde voorkomen dat het hele gammele ding uit het kozijn zou tuimelen. Het ging natuurlijk op mijn manier, met de antieke boor uit de jaren vijftig, die ik ooit van oom Henk erfde, en gewoon met de hand de schroeven erin, dus ik geef geen garantie dat hij eeuwig mee gaat, maar mijn tijd zal het wel duren. Althans dat hoop ik. Ik heb een hekel aan klussen, maar om nu enkel voor een scharnier iemand op te trommelen gaat me net iets te ver.


Uitgeblust? Hoezo uitgeblust, zul je je misschien afvragen. Nou gewoon, gisteren hadden we de vijfentwintigste editie van Wantijpop (of het bestond vijfentwintig jaar, dat wil ik even kwijt zijn, maar wat maakt het uit) en daar ben ik samen met Lé, je weet wel, de oud-leerlinge en goede vriendin waarmee ik vaak naar musea ga, bijna de hele dag en avond geweest. Op het heetst van de dag was het boven de dertig graden, maar ach, ik heb in Griekenland warmere dagen meegemaakt en in het Wantijpark is veel schaduw te vinden. Voordat we ons in het muziekgeweld stortten, zijn we eerst nog naar de opening van de tentoonstelling Wanderlust in het Dordrechts Museum geweest. Vooraf een bijeenkomst in de Augustijnenkerk, daarna naar de expositie en vervolgens een drankje in de museumtuin. Bij wijze van uitzondering heb ik daar water genomen, want om twaalf uur op zaterdagmorgen aan de wijn met nog vele festivaluren voor de boeg, is niet aan te bevelen.


Sorry, ik ga je geen gedetailleerde beschrijving van het festival geven, daar zit je, denk ik, ook niet op te wachten, maar neem van mij aan dat het zeer geslaagd was. Het voelde als een soort bevrijding dat we na die ellendige coronatijd gewoon weer eens naar een festival konden. Dat merkte je aan de positieve sfeer. 'Iedereen was vrolijk', is misschien iets te veel van het goede, ik heb niet 'iedereen' gesproken, maar de sfeer was goed, heel goed. Daar werkte natuurlijk ook het weer aan mee. Stel je voor dat het van dat ongelofelijke zeikweer zou zijn geweest als met Pinksteren. Dan was ik waarschijnlijk gewoon thuisgebleven om wat te chagrijnen achter mijn bureau.


Hoogtepunten vond ik de optredens van Waltzburg, Scotch The Band en Son Mieux en wat ik ook erg leuk vond was Atrampoline, het bandje waarin buurmeisje Minna speelt, en dat optrad op het Popcentralepodium. Jong talent dat ver kan komen. Ik heb ze van een aardig bandje vorig jaar zien groeien in een formatie die iets goeds neerzette, met niet alleen covers, maar ook eigen nummers.


Ik ben weer veel bekenden tegengekomen, meest oud-leerlingen. Met een paar en met enkele oud-collega's hadden we een soort van mini-reünie afgesproken, die gezellig uitpakte. Alleen sloeg later op de avond de vermoeidheid wel toe. Daaraan merk je dat ik van licht gevorderde leeftijd ben, dat krijg je als je allereerste leerlingen inmiddels ook al achter in de vijftig zijn. Uiteindelijk heb ik de laatste helft van het optreden van de laatste band maar thuis aangehoord. De wind kwam uit de goede hoek, zo ver woon ik niet van het Wantijpark en hoewel het in de loop van de avond opvallend fris was geworden, was het op de veranda met een bescheiden glaasje whisky prettig afkicken en terugkeren in de werkelijkheid. Die was vanmorgen grauw met plassen water in de tuin. Dat scheelt weer sproeien, maar zo'n overgang is me wel iets te abrupt. Gelukkig kwam er in de loop van de morgen even een beetje zon, zodat ik met buurvrouw Elvira toch 'een bakkie kon doen' op de veranda om na te praten over gisteren.


Een paar dagen geleden kreeg ik een e-mail van Herbert uit Amsterdam. Elly en hij hebben, volgens mij geheel onverwacht en in een opwelling, een huis in Dordrecht gekocht. Een fraai hoekhuis in Zuidhoven. Ze komen dus in Dordt wonen. Ik vind het geweldig nieuws, ik ben tenslotte al vanaf mijn veertiende met Herbert bevriend en ik heb mijn vrienden liefst allemaal zo dicht mogelijk om me heen. 


Verhuizen vanwege je werk leek en lijkt me eigenlijk een soort straf. Weg uit je vertrouwde omgeving, ik ben er nooit aan begonnen, maar ik ben, toegegeven, van een eigenaardige honkvastheid. Ja, voor jou zou ik Dordt hebben verlaten, na mijn pensionering, om in Griekenland te gaan wonen. Of dat goed zou zijn gegaan, geen idee, als-als-geschiedenis bestaat niet, maar een andere reden zou ik me niet kunnen bedenken. Toen ik als jong onderwijzer begon in Hendrik-Ido-Ambacht werd mij daar onmiddellijk een huis aangeboden. Wat dat, en nog wel wat andere zaken betreft, was de gemeente Hendrik-Ido-Ambacht een stuk personeelsvriendelijker dan Dordrecht, maar nee, weggaan uit Dordt, daar begon ik niet aan. Ook niet toen ik in Utrecht studeerde, maar dat was in deeltijd, dus daar was ook helemaal geen noodzaak toe. Uiteindelijk blijft een Dordtenaar aan zijn of haar geboortestad gehecht, dat zal het zijn. Ik ken nogal wat mensen die uit Dordt vertrokken en na hun pensionering toch weer terugkeerden. Het is niet voor niets de mooiste stad van het land. Nu Kees, niet overdrijven, dat geldt wat mij betreft alleen maar voor een deel van het historisch centrum, maar daaraan heb ik precies genoeg om nooit meer uit de stad weg te willen.


Inmiddels is het artikel van Guus en mij over de Culturele Raad Dordrecht en het gemeentebestuur verschenen in het blad van Oud-Dordrecht. Er zal wel enig commentaar op komen, want onze vraagstelling was niet 'wat heeft die raad allemaal bereikt in Dordrecht?', maar 'waarom ging het mis tussen de raad en het gemeentebestuur?' De raad heeft inderdaad veel bereikt en je kunt je afvragen of het opheffen ervan na vijftien jaar verstandig was. Ik denk ernstig van niet, maar daar gaat het niet over. Dat is een beetje jammer voor een aantal oudgedienden die wellicht stiekem op een lofzang zaten te wachten, terwijl ze een redelijk kritisch stuk voorgeschoteld krijgen. Daar kunnen we ook niets aan doen. De bronnen spreken duidelijke taal. Die bronnen kunnen overigens ook goed antwoord geven op de eerst gestelde vraag, maar dan krijgt het antwoord vermoedelijk de omvang van een boek. Daar moet een jong, ambitieus historicus met promotieplannen zich dan maar eens op storten. Guus en ik zitten inmiddels iedere week weer een dag op het archief om een ander onderzoek te doen. Iets met pontonniers en agenten met blanke sabels die elkaar in de haren vliegen, en reglementen voor 'huizen van ontucht', maar op verdere details zul je nog een poosje moeten wachten. 


Waar je ook nog even op moet wachten is op de Grote Openbaring over mijn, laat ik het maar 'boekenpraatjesproject' noemen, maar die zit er eerstdaags wel aan te komen. Het wordt een beloftevolle zomer. Als nu de coronahysterie maar niet opnieuw toeslaat, want dan zouden we weleens heel onaangename dingen kunnen gaan beleven en het is met al die boze boeren in het land al erg genoeg. 


In gedachten, altijd,


Kees


Dordrecht, 19 juni 2022


Foto: auteur


maandag, mei 16, 2022

Vrolijke noot




Lieve Stella,


Soms kom je een vraag tegen die je niet onmiddellijk kunt beantwoorden. Dit keer gaat het over waar zich een noodkazerne in Dordrecht bevond ten tijde van de mobilisatie en de periode van de Spaanse griep. Als ik morgen langs het H.I.A (Historisch Informatiepunt Augustijnenhof) ga, of het Regionaal Archief, weet ik het, maar ik wil het nu weten en wel onmiddellijk.


Je begrijpt, Guus en ik zijn bezig aan dat artikel, waarover ik je de vorige keer schreef. Je denkt alle informatie op een rijtje te hebben, maar dan gaat er ineens een vlieg op de lijn zitten en je weet, dan is er even iets mis met de verbinding. Ik kan daar slecht tegen, wat faliekante onzin is, maar zo zit ik nu eenmaal in elkaar. Vliegen moet je doodslaan, ook al zijn het schepselen van de natuur met hetzelfde recht op leven als wij. Ook al wordt alom beweerd dat insecten nuttig zijn. Het nut van een bij kan ik nog begrijpen, maar dat van een schorpioen? Lieveheersbeestjes zijn nuttig bij het bestrijden van bladluis, maar muggen? 


Het zal wel aan mij liggen. Ik heb op de middelbare school slecht biologieles gehad. Een leraar die geheel in de ban was van zijn verloren strijd tegen 'de Jappen' in Indië en later op de Pedagogische Akademie (met progressieve k) iemand die het recept van brandnetelsoep kwam uitleggen, vervolgens met de noorderzon verdween, zodat we de rest van het schooljaar een tussenuur hadden, en het jaar daarop een dichter die de achterstand niet meer wist in te halen, al was het wel een knap bioloog. Althans, die indruk hadden we. Toch werd ik op de eerste de beste lagere school waar ik solliciteerde aangenomen na een proefles over 'het konijn'. Dat had ik meer aan mijn docent drama te danken, geloof ik, of misschien wel aan het feit dat ik zomaar het konijn van mijn toenmalige vriendin uit een hoge hoed toverde. 


Ik heb het allemaal weleens aan je geschreven, maar dat geeft niet. Gerard Reve zegt dat een schrijver zichzelf altijd op de een of andere manier herhaalt en hij kan het weten. Samen met Jan Wolkers en Willem Frederik Hermans mijn Trinitatis van de Nederlandse letteren, tenminste, toen ik nog in dat soort geklets van De Grote Drie enzo geloofde. Tegenwoordig mag er wat mij betreft een heel regiment schrijvers en schrijfsters op het erepodium of in de schrijvershemel. Jeroen Brouwers, bijvoorbeeld, die een paar dagen geleden is overleden. Het hout vond ik geweldig, evenals Bezonken Rood, al mocht dat niet van Rudy Kousbroek. Daar heeft Gerard Reve natuurlijk niet voor niets ruzie mee gekregen, al ben ik vergeten waarover die ging.


Op het ogenblik lees ik L. De lezer van de negentiende eeuw van Marita Mathijsen. Een soort literatuurgeschiedenis, fictief dagboek (van L.) en historisch overzicht in één. Een levendig en lezenswaardig boek, mag ik wel zeggen, al betwijfel ik of een negentiende eeuwer in zijn dagboek het woord 'gedumpt' zou gebruiken. Het zou zomaar kunnen, maar ik denk eigenlijk dat het Nederlands toen nog meer onder de invloed van het Frans stond. Hoe dan ook, de emiritus professor zal het wel beter weten en zo niet: als je zo'n mooi boek geschreven hebt als haar biografie over Jacob van Lennep, dan mag je best eventjes een heel klein beetje uitglijden. Ik ben nu in het hoofdstuk waarin ze schrijft dat vertalingen van de boeken van Walter Scott in Nederland heel populair werden. Ik hoop verderop te lezen of dat met Charles Dickens ook het geval was. Dickens was twintig toen Scott overleed. Hij had natuurlijk een heel andere thematiek. Over de middeleeuwen schreef hij nauwelijks, een beetje in A Childrens' History of England, als ik het mij goed herinner. Verder kwam de geschiedenis vooral in A Tale of Two Cities om de hoek kijken, meen ik, en dan was het nog de toen recente, van de Franse Revolutie. 


Marita Mathijsen kondigde onlangs aan dat ze een biografie over Betje Wolff (geboren Bekker) gaat schrijven. Er is al een biografie door Piet Buijnsters, uit begin jaren tachtig, maar ze wil haar eigen visie op Betje geven, meer dan het onderzoek naar haar nog een keer over te doen. Ik ben er benieuwd naar, al heb ik geen idee over hoeveel jaar ik dat boek ga lezen. Ik heb tijdens de lock downs stapels boeken besteld, die deels letterlijk opgestapeld voor de kasten staan, en er komt iedere maand nog wel een boek of drie, vier bij. Om dat allemaal weg te werken moet ik mij dagelijks urenlang in mijn werkkamer terugtrekken, maar ja, ik wil iedere dag ook wel even kletsen in de kroeg en ik heb nog twee eigen boeken en een historisch artikel af te maken. Ach, lieve Stella, we zijn wel wat gewend. Het stelt allemaal weinig voor vergeleken bij de hoeveelheid leeswerk die van ons werd verwacht toen wij vertoefden aan de Universiteit van Minnesota, nu in een ver verleden alweer. En daar was het iedere dag veertig graden. 's Zomers boven en 's winters onder nul.


Gisteren ben ik op kraamvisite geweest bij nichtje Danielle en haar man. Een schattige baby, Eva. Ze heeft helemaal niet gehuild toen ik met mijn voor haar nog volkomen onbekende kop met zwarte hoed boven de box verscheen. In tegendeel, er kwam iets van een glimlach op haar gezicht. Jij zou ook helemaal vertederd zijn geweest en direct hebben gezegd: 'Ik ga haar later Engels leren en Grieks'. Misschien moet ik dat dan maar doen als ik tijd van leven heb. Ik vind het een vreemde gedachte dat ik Eva's oudoom ben, al is dat uiteraard de niet te stuiten natuurlijke gang van zaken. Als ze van de middelbare school af komt ben ik inmiddels van licht gevorderde naar ernstig gevorderde leeftijd gepromoveerd, als ik er dan nog ben. Als we er dan als mensheid nog zijn, maar als ik daarover schrijf gaan allerlei mensen zeggen dat ik het niet zo somber moet inzien en misschien hebben ze wel gelijk, al vrees ik van niet. We hebben het wereldgebeuren niet in de hand, dus ga ik vrijdag onbekommerd naar een symposium in Amsterdam en daarna met een oud-student en zijn vrouw aan de boemel. Dansen op de vulkaan, maar zolang die niet uitbarst is er niets aan de hand, toch?


Hoewel, ik hoorde vanmorgen op de radio artsen en wetenschappers klagen dat Nederland in het geheel niet is voorbereid op een nieuwe, eventuele ernstige covid-uitbraak, die weer tot een lock down zou kunnen leiden. Ik vraag me weleens af, Mark Rutte lijkt me een aardige man in de omgang, ik zou best een keer een glaasje tsipouro met hem willen drinken, collega historicus, niet waar, maar wat heeft hij er met zijn drie vorige kabinetten nou van terechtgebracht? De belastingdienst die zich in de toeslagenaffaire gedraagt als een criminele organisatie, het onderwijs, met het enorme lerarentekort, dat ieder jaar sneller richting de afgrond gaat, de chaos en personeelstekorten in de zorg, de stikstoftoestand geheel uit de hand gelopen, om over de aardbevingen in Groningen en de behandeling van de gedupeerden daar, maar te zwijgen. Ik weet niet of ik het beter zou doen, maar slechter lijkt me onmogelijk. Bij deze vrolijke noot wil ik het voorlopig maar even houden.


In gedachten, altijd,


Kees


Dordrecht, 16 mei 2022


Foto: auteur



maandag, mei 09, 2022

Flierefluiten




Lieve Stella,


Er is deze week minder uit mijn handen gekomen dan ik had gewild, want ik heb uiteindelijk toch een nieuwe computer gekocht, met de oude was nauwelijks meer te werken. Waar ik normaal gesproken een filmpje binnen een minuut of twintig monteerde, deed ik er met dat ding soms wel twee en een half uur over. Ik heb nog geprobeerd het besturingssysteem opnieuw te installeren, maar ook dat bood geen soelaas. Het probleem met een nieuwe laptop is niet zozeer dat het weer een extra uitgave betekent, waar ik niet op had gerekend, maar vooral de tijd die je kwijt bent met het bijwerken van allerlei programma's. Uren tijdverlies. Het voelde een beetje als een automobilist die ineens automonteur is geworden, maar nu draait het allemaal als een zonnetje en moet ik alleen nog het nieuwe montageprogramma in de vingers zien te krijgen. Dat kan heel veel meer dan het oude, maar is ook ingewikkelder in de bediening.


Het is eindelijk een beetje lekker weer. Vanmorgen moest ik vroeg op om mij tijdig aan de Merwekade te vervoegen. Je zult zeggen: 'Wat moet jij nou op maandagmorgen op de Merwekade?' Nou, eenvoudig, een groep passagiers (Amerikanen uit Wisconsin) oppikken van een cruiseschip dat, net als in de historische mythe de Batavieren, de Rijn was komen afzakken. Die mensen wilden een rondleiding door de stad. Een collega historicus die dat soort dingen organiseert, kwam een gids te kort en aangezien ik veel van de geschiedenis van de stad weet, graag klets, goed Engels spreek en de nodige ervaring met stadswandelingen heb, ben ik een keertje ingevallen. 


Die mensen weten nu het belang van de Visbrug, gelegen in het huis waar mijn grootvader is geboren, en van het Vlak, waar het pand staat waarin mijn moeder voor de oorlog als jonge meid dansles gaf. Ik heb ze tussen de bedrijven door het verschil tussen een tjalk en een klipper uitgelegd en ze weten nu dat Dordrecht niet alleen een stad van beeldende kunstenaars is, maar ook, zei het in bescheidener mate, van schrijvers. Dat zelfs Vincent van Gogh in Dordrecht heeft gewoond vonden ze verrassend. Dat het maar drie maanden waren, heb ik slim verzwegen. Natuurlijk heb ik wel verteld dat de kogel in de Grote Kerk, waarvan wij leerden dat Napoleon die erin had geschoten, gewoon een publiciteitsstunt is van Dordrecht Marketing. Je moet af en toe eens een mythe doorprikken.


Ik vond het leuk om te doen, zeker ook omdat het aardige en belangstellende mensen waren en je steekt bij de voorbereiding altijd wel weer iets nieuws op, ook al denk je alles van Dordrecht te weten. Dat nieuwe was dat ik altijd heb gedacht dat het Huis de Onbeschaamde gebouwd was door Jacob van Campen, maar de architect is Pieter Post, een leerling van Van Campen. Het was een mooie, generale repetitie voor het bezoek van Philip Mansel en Anke en Lienke van Nugteren volgende week. Dan moet ik ook een degelijke, historische rondleiding geven, alleen heb ik dan geen microfoon en geen koptelefoon op. Die dingen waren trouwens best handig, want als er een schaap van de kudde dreigde af te dwalen kon de herder hem vanaf een afstand moeiteloos tot de orde roepen. 


Door al die verloren computertijd kwam er van boodschappen doen niet veel en dus ook niet van koken. Tussendoor heb ik wel een broodje gebakken en wat Griekse pitta's, maar daar ben je niet zoveel tijd aan kwijt. Als het deeg staat te rijzen kun je gewoon andere dingen doen. Wel heb ik bijna iedere dag buiten de deur gegeten, zodat ik het magere, over twee weken verwachte vakantiegeld, verbonden aan mijn karig traktement, alvast voor een deel heb uitgegeven. Dat is zo'n beetje een levenslange gewoonte van me. Al toen ik studeerde leende ik het geld voor een weekendje Parijs of een paar weken vakantie in Engeland of Schotland van mijn maatje Herbert, die bij de bank werkte, en betaalde dat dan achteraf in gelijke porties terug. Flierefluiten op afbetaling, maar ik geloof dat ik de komende dagen toch maar weer eens zelf met de pollepel ga zwaaien, anders weet ik straks niet meer hoe het moet.


Aan de tuin doe ik nog even niets. Het is nu wel mooi weer en ik wil zeker weer veel bloemen, maar ik wacht tot na de IJsheiligen, want 's nachts kan het nog ongehoord koud zijn. Zaterdagavond had ik een etentje bij vrienden dat nogal uitliep, waardoor ik om half vier 's morgens naar huis fietste. Jammer dat ik mijn wintertrui niet in de rugzak had meegenomen. De ijspegels hingen nog net niet aan mijn neus.


Met collega Guus ben ik naarstig aan het zoeken naar een nieuw onderwerp uit de Dordtse geschiedenis om in het archief en het Augustijnenhof onderzoek naar te doen. We missen op woensdag het afstoffen van documenten. Ons artikel over de Culturele Raad Dordrecht verschijnt volgende maand en aan dat over de Spaanse griep, die helemaal niet in Spanje is ontstaan, maar dit terzijde, leggen we de laatste hand. We denken iets boeiends te hebben gevonden, maar wat dat is houd ik nog even voor me tot we het helemaal zeker weten.


Ik vond de verbaasde blikken wel leuk, toen ik met mijn Amerikanen op het Blauwpoortsplein stond en vertelde dat, als ze voor 1938 de stad hadden bezocht, ze hier midden op de hoofdweg van Parijs naar Amsterdam hadden gestaan. Toen de verkeersbrug, die wij de Zwijndrechtse brug noemen, maar die aan de overkant de Dordtse brug heet, er nog niet was moest je, op weg van Parijs naar Amsterdam hier met de pont naar de overkant. 


Toen ik ze terugbracht naar dat schip, waarmee ze inmiddels allang in Rotterdam zijn aangekomen, bedacht ik dat ik nog wel stof voor vier of vijf van die rondleidingen in mijn hoofd heb. Helaas, je kunt in een beperkte tijd niet alles kwijt, maar ik ben er wel van overtuigd dat Rotterdam hen tegen zal vallen na het bezoekje aan de oudste en de mooiste stad van Holland. Dat moest ik ook nog even uitleggen, het verschil tussen Holland en Nederland. En uiteraard, zo'n beetje ter hoogte van zijn geboortehuis, dat Albert Cuyp geen Amsterdammer was, maar een Dordtenaar, al denkt menigeen in onze verhasjwalmde hoofdstad dat het andersom is. 


Het was wel jammer dat het bezoek op maandagmorgen viel. Weinig horeca open en veel winkels dicht of pas na twaalf uur open. Daar heb je wat aan, als je schip om twaalf uur vertrekt. Sommige delen van de Voorstraat, en zeker de Grotekerksbuurt, maakten een tamelijk uitgestorven indruk. Ik vraag me weleens af wat die middenstanders bezielt, want ik ken nogal wat zaken, zeker uit de naar bevindelijkheid neigende hoek, die ook op zondag dicht zijn. Dat moest ik ook nog even uitleggen, hoe de overgang van katholicisme naar protestantisme in Dordt is verlopen. Daarbij kon ik de komst van verschillende protestantse drukkers uit de Zuidelijke Nederlanden vermelden, na de val van Antwerpen (1585), waardoor Dordrecht een jaar of vijftig het epicentrum van de protestantse bijbeluitgaven was. De bijbels van de familie Keur, bijvoorbeeld. Daarna was het hoog tijd dat het anker werd gelicht.


In gedachten, altijd,


Kees


Dordrecht, 9 mei 2022


Foto: auteur