Een van de leerkrachten van de buurtschool is een oud-leerlinge van me. Ik ontmoette haar met haar klasje, ik schat groep drie, bij de bakker om de hoek. Een stuk of vijftien onbevangen en nieuwsgierige jongens en meisjes, die de juf al een beetje oud vinden, dus haar meester moest wel heeeel erg oud zijn. Het is maar vanuit welk perspectief je de zaak bekijkt. Ik herinner me een van onze klasgenoten op de middelbare school die er mee zat dat hij verkering had met een meisje dat twee jaar ouder was. Of dat eigenlijk wel kon? Hoe meer de jaren vorderen, hoe minder dat soort dingen een rol speelt. Misschien alleen nog als een popster van bijna tachtig het aanlegt met een meisje van twintig.
De kindertjes gedroegen zich braaf terwijl de juf inkopen deed. Daarna kreeg iedereen een koekje van de bakker, ook die heeeel oude oud-meester van de juf. Mooi dat bij alle titelinflatie (tegenwoordig heeft een basisschool leraren en leraressen in plaats van schoolmeesters en -juffen) die oude termen gewoon in gebruik zijn gebleven. Je hebt de juf, de meester en misschien ook nog wel de kwekeling en daarmee basta. Hoewel, over die laatste term twijfel ik, misschien heet de kwekeling tegenwoordig wel stagiair, al hoop ik van niet.
Toen ik in het onderwijs begon, aan een lagere school in Hendrik-Ido-Ambacht, was ik drieëntwintig. Ik had een derde klas, tegenwoordig is dat groep vijf. Die kinderen waren gemiddeld negen jaar. Dat betekent dat ze nu gemiddeld eenenzestig zijn. Een heel enkele keer zie ik er nog weleens eentje, soms met een kleinkind. Het leeftijdsverschil is zo goed als verdwenen, al spreken ze me nog wel aan met meester Klok. Eigenlijk is dat raar, toen ze les van me kregen zeiden ze meester Kees, maar de tijden veranderen, dat ligt aan de onvermijdelijkheid der dingen.
Foto: auteur








