Soms, bijvoorbeeld op een zomerdag als deze, heb ik even geen zin in het hier en nu, in de waan van de dag, in het gezeur over de 'hitte' als de temperatuur eens een keertje hoger dan dertig graden wordt, in het dagelijkse nieuws over Israël, dat door niemand gehinderd moordt en brandschat in Libanon en Gaza en dat hard bezig is het wankele vredesakkoord tussen de VS en Iran te saboteren, zodat die zinloze oorlog daar nog een poosje door kan gaan. Ik heb ook geen zin in het voortdurende, valse geleuter over immigratie, die van alle problemen in Nederland de oorzaak zou zijn, terwijl iedereen die in het afgelopen decennium weleens een krant heeft gelezen of een journaal heeft gezien kan weten dat de grote schuldige aan de talloze problemen die maar onopgelost blijven de vier opeenvolgende kabinetten Rutte zijn, met als nabrander het totaal mislukte kolderkabinet-Schoof.
Als ik geen zin in dat alles heb, trek ik me het liefst terug in het verleden, de geschiedenis in het algemeen en die van mezelf in het bijzonder. Ik heb zojuist de radio, met het gemauw over extreme hitte en code dit of code dat afgezet en bevind me ineens in Schotland in het voorjaar van 2007. Ik was op reis met Stella om John Burnside, de geniale Schotse dichter en romancier (zoals veel geniale mensen veel te jong gestorven), te bezoeken in verband met een door mij vertaalde bloemlezing uit zijn werk, die later bij Uitgeverij Liverse zou verschijnen onder de titel Het bal in de inrichting.
Het was prettig voorjaarsweer. Van de beruchte Schotse regens merkten we niets. We spraken John op de universiteit van St. Andrews, waar hij hoogleraar literatuur was, en gingen daarna met hem uit eten. We bezochten charmante vissersdorpjes aan de Firth of Forth en we namen een dagje de trein naar een zonnig Edinburgh. Stella was vaak moe en voelde zich niet helemaal senang, wat wij weten aan de aircondition aan boord van de veerboot die ons van Europoort naar Rotterdam had gebracht. We hadden geen idee dat toen de kanker zich al in haar maag had genesteld.
Na ons verblijf in Fife deden we Newton-le-Willows aan, het dorp in Merseyside waar mijn oudste neef en collega historicus Brian woont. Merseyside, ach zo heet het sinds de provinciale herindeling van jaren geleden, maar voor onze familie is het nog gewoon Lancashire, we zijn niet zo van veranderingen. Een van de ergste gruwels die ik me kan voorstellen is dat mijn stad, Dordrecht, nog eens onderdeel wordt van 'Drechtstad', zo'n conglomeraat van Dordt en enge plekken aan de overkant van de rivier, zoals het criminele Zwijndrecht en het PVV-dorp Papendrecht, maar dit terzijde.
We overnachtten in Newton in The Kirkfield Hotel, dat toen nog Kirkfield's Private Hotel heette, in een nette, maar benauwd kleine kamer met uitzicht op de begraafplaats bij de kerk van St. Peter, waar mijn oom en tante liggen. Achter de kerk is een romantisch park, waar ik ooit met een van mijn eerste liefdes, een buurmeisje uit Birleystreet, uit wandelen ging. Bij een familiebezoek hoort een etentje bij The Gates of India, inderdaad een India's restaurant. Dat was de dag voor vertrek. De volgende dag moesten we naar Hull voor de terugtocht naar het vaderland. Voor we wegreden haalden we nog snel even fish-and-chips op de Highstreet, ook een traditie. The Gates of India, fish-and-chips, allemaal veel aangenamer dan die kop van Trump, verpester van het wereldkampioenschap voetbal, dagelijks op de buis.
Foto: Stella Timonidou









