Deze maand is het zestig jaar geleden dat mijn grootvader van moederskant overleed, zes dagen voor mijn vijftiende verjaardag. Toch kan ik mij opa zo voor de geest halen, ik hoor in gedachten ook nog zijn stem, zoals ik alle stemmen hoor van overleden vrienden en familie, vooral die van Stella, die nog weleens in dromen tegen mij praat. Er is al veel over geschreven en gesproken, maar het geheugen is een van de wonderlijkste zaken die de mens bezit, mooi maar verraderlijk. Je loopt voortdurend het risico dat je geheugen je op het verkeerde been zet. Toch weerhoudt dat me er niet van af en toe een herinnering op te halen.
Geur schijnt een sterk middel te zijn om herinneringen op te roepen. De geur van koffie brengt me onmiddellijk naar de voorraadzolder van mijn opa's kruidenierswinkel. Op die zolder stond een forse koffiemolen, die regelmatig werd gebruikt om de voorraden in de winkel aan te vullen. Ik heb het nu over de late jaren vijftig voor wie niet anders weet dan dat koffie in de supermarkt wordt verbouwd. Als ik als kind bij mijn grootouders logeerde, moest ik via die zolder naar het logeerkamertje. Ik krijg bij koffiegeur nog altijd een gevoel van geborgenheid. Opa in zijn vaste fauteuil, waar niemand anders van de familie het waagde in te gaan zitten, met een sigaar, een borreltje en een pak fantastische zeemansverhalen uit zijn jeugd. Oma altijd zorgzaam en niet ver van de snoeppot, waaruit ze gul verdeelde.
Dankzij opa ga ik niet, zoals tegenwoordig de mode is, als een soort kladblok vol tatoeages door het leven. Als zeeman had hij een anker op zijn linkerhand laten zetten. Als mijn neefjes en ik met opa gingen wandelen langs de Dordtse havens, tekenden we met ballpoint ook een anker op ons hand, maar op een dag zei hij: 'Neem nooit echt zo'n ding, je raakt het kreng de rest van je leven niet meer kwijt.' In die dagen kende men nog geen lasertechniek. Ik ben mijn grootvader nog altijd dankbaar voor die wijze raad, zeker als ik op zomerdagen vanaf het terras van de stamkroeg tientallen uitzinnig bekladde armen en benen voorbij zie komen.
Foto: archief auteur








