zaterdag, januari 15, 2022

Zure wijn in oude zakken




Ik ben slecht in het onthouden van namen. Dat heeft niets te maken met mijn licht gevorderde leeftijd, dat was ik al toen ik jong was. Toen ik nog lesgaf zei ik weleens gekscherend tegen mijn leerlingen: 'Hadden jullie maar een nummer in plaats van een naam, dan kon ik beter onthouden wie je bent'. Nummers onthouden kan ik uitstekend. Voor vrienden en bekenden was ik een soort van wandelend telefoonboek, tot de mobiele telefoons in zwang kwamen. Op de een of andere manier heb ik geen zin om andere dan mijn eigen 06-nummer te onthouden. Wel ken ik bijvoorbeeld nog het telefoonnummer van een Engels vriendinnetje, waarmee ik eind jaren zestig verkering had, uit mijn hoofd. Uitsluitend in het Engels, dat dan wel we weer.


Vanmorgen kwam op de radio de naam voorbij van een Nederlandse hoogleraar aan een Amerikaanse universiteit die in niet mis te verstane woorden de lockdown veroordeelde. Die maakt meer kapot dan je lief is, zogezegd. Die naam ging bij mij het ene oor in en het andere weer uit. Ondanks het risico dat mijn Facebookpagina de komende dagen overstroomd wordt door advertenties voor de betrokken krant, het NRC-Handelsblad, ben ik bij Google te rade gegaan. Daardoor stuitte ik op een vernietigend artikel over de lockdowns, dat de professor gezamenlijk met een aantal andere prominente wetenschappers publiceerde. Lees het hier vooral na. Er wordt in heldere bewoordingen uiteengezet, waarom het middel van de lockdowns vele malen erger is dan de kwaal.


Vrijdag keek ik naar de persconferentie waarin het kabinet 'versoepelingen' aankondigde. Het was zure wijn in oude zakken. Ja, er kwam een belofte dat aan een lange termijnvisie wordt gewerkt. Eerst zien dan geloven, maar goed, schokkend vind ik dat opnieuw de horeca en de cultuursector worden uitgezonderd. Ik heb goed geluisterd, maar ik heb geen enkel steekhoudend argument gehoord waarom de kroeg en het museum in Nederland dicht moeten blijven terwijl ze in de buurlanden, in alle EU-landen, open zijn. Het was al met al een povere en buitengewoon teleurstellende voorstelling. Dat wordt snel een weekje Antwerpen of Brussel.


Foto: auteur


zaterdag, januari 08, 2022

Lemmetjes




Dit jaar is het veertig jaar geleden dat ik Suriname bezocht. Vier maanden voor de decembermoorden, een dieptepunt in de moderne geschiedenis van het land, vijf jaar voor ik Stella leerde kennen, waardoor ik mij onvoorzien ging richten op Griekenland. Veertig jaar geleden was ik vastbesloten Suriname opnieuw te bezoeken. Een land met een prachtige natuur en met een gastvrije bevolking die bovendien naast de eigen talen, Suriname kent er nogal wat, Nederlands sprak. Een paar honderd kilometer in het binnenland, langs de Surinamerivier, trof ik op een dorpsschool, ik meen in Botopasi, nog het beroemde Boek van Ot en Sien aan. Inmiddels zijn de leermiddelen in Suriname gemoderniseerd, maar toen kwam hier en daar nog 'de Rijn bij Lobith in ons land'.


De decembermoorden gooiden roet in het eten. Familieleden van Surinaamse vrienden waren slachtoffer en een aantal van hen ontvluchtte het land. Hoewel de stemming tijdens mijn verblijf niet zonder enige dreiging was, was het een gebeurtenis die ik niet had zien aankomen. Als ik 's avonds na middernacht terugkeerde naar het huis in de Morpurgostraat, nabij de Memre Boekoekazerne, waar ik logeerde, waren de straten afgezet en liep er een schildwacht achter een barricade. Op een keer sprak zo'n soldaat mij aan: 'Meneer, meneer.... heeft u misschien een vuurtje voor me?' Dat had ik. Incident gesloten. De stemming in het land deed een beetje aan een operette denken, vond ik. Een misvatting met de kennis van nu.


Ik maakte in die goeie, ouwe tijd verschillende reizen naar het binnenland, waar ik onder meer kennismaakte met de bekende granman van de Saramaccaners, Belfon Aboikoni, die resideerde in het dorp Asidonhopo. We waren daar met een klein gezelschap naartoe gereisd per korjaal, een onvergetelijk avontuur. Onderweg verbleven we in verschillende dorpen langs de rivier, waar we in de openlucht sliepen in hangmatten onder een pinadak. In ieder dorp werden we welkom geheten door de kapitein en zijn basja's. Vrouwen uit het dorp kookten voor ons gezelschap, dat voortdurend werd omringd door nieuwsgierige kinderen. De bevolking van het Surinaamse binnenland was vooral jong, scheen het ons toe. 's Avonds werden een paar stormlampen opgehangen om vleermuizen te weren, die rabiës konden overbrengen. Wie zich niet lieten weren waren de muskieten, maar daartegen hadden we een voorraad lemmetjes (limoenen). Het sap daarvan was een effectief afschrikmiddel, daar kon geen ouderwetse flitspuit tegenop.



Foto: auteur


donderdag, december 30, 2021

Warnaar: Dickens




Hij wordt om half drie 's nachts wakker omdat een stel idioten in de stad nog bezig is met knalvuurwerk. 'Achterlijke pubers', moppert hij, waarna hij bedenkt dat hij als puber ook een liefhebber van vuurwerk was. Vooral van knalvuurwerk. Het verschil met die mafkezen op straat is dat hij, inmiddels volwassen geworden, het geknal heeft afgezworen en ook niet afkomstig is uit een a-sociaal gezin. Zijn ouders waren niet de strengste in den lande, maar om half drie 's nachts op straat, laat staan met knalvuurwerk, dat gebeurde in geen geval. Wie vandaag de dag midden in de nacht buiten loopt te knallen moet wel uit een achterbuurt komen, meent hij, al weet hij ook wel dat uitzonderingen immer de regel bevestigen.


Hij heeft de hele avond bij de open haard zitten lezen. Dickens. De wintermaanden zijn voor Dickens. Terug in de tijd en toch uiterst actueel. Het ongebreidelde kapitalisme en economisch liberalisme (waar toen nog geen neo voor stond) leidde in de eerste helft van de negentiende eeuw tot verschrikkelijke misstanden, waar de toeslagenaffaire niets bij is. 


Dickens stelde die aan de kaak. Wel vaak met humor, iets dat de meeste eigentijdse activisten ontberen. Hij ziet het zure, fanatieke smoel voor zich van een veganistische biefstukhater die op Facebook tekeer ging tegen een naïeve hals die een vrolijke foto van zijn kerstmaaltijd had geplaatst. Zo'n voortreffeling die op het voetstuk van dierenrechten en milieu boven de vleesetende proleten denkt te staan. Dickens wist met zo'n type wel raad.


Foto: auteur


zondag, december 26, 2021

Warnaar: Kerstzang




Hij heeft toch zijn kerstboompje maar opgetuigd. Aanvankelijk vond hij het de moeite niet waard. Een feest bij hem thuis zat er toch niet in en uiteraard hoor je lichtjes en ballen te rangschikken onder het begrip valse romantiek. Hij heeft niets tegen valse romantiek. Hij heeft wel iets tegen politiek correcte en taalkundig soms oerlelijke termen als 'tot slaaf gemaakten' of 'witten'. Hij heeft weleens een foto van zijn eigen hand gemaakt, met een vel wit papier ernaast. Zoek de verschillen. Hij had een inmiddels zeer bekende zangeres als leerling in de klas. Die is nu een tot popster gemaakte. Hij wil zich daar niet op laten voorstaan, hij heeft er tenslotte niet meer dan een paar jaartallen aan bijgedragen.


Het was gierend koud toen hij uit een sprinter stapte bij een troosteloos eenzame treinhalte ergens in de polder. Vrienden in een noordelijker deel van het graafschap hadden hem op de kerstlunch gevraagd. Hij moest nog een minuut of tien lopen, waarna hij aankwam als een tot ijspegel gemaakte. Gelukkig in een warm bad. De hoogrendementsketel snorde, de gastvrouw en haar zussen en schoonzussen vielen hem om de hals, hij schudde warme handen met de mannen, terwijl de kinderen vol verwachting om de kerstboom dartelden. 


Het werd een middag vol valse romantiek. Hij moest denken aan zijn jeugd. Thuis vierden ze Sinterklaas, met zijn vader als tot goedheiligman gemaakte. Met Kerst deden ze het nog eens dunnetjes over. Dan had de tot postbode gemaakte het traditionele pakket van de familie uit Engeland gebracht. Daar hadden ze een tot kerstman gemaakte. Een witte uiteraard. Vandaag kwam voor hem een fraaie sigaar tevoorschijn van onder de boom. Hij stak op, evenals de gastheer. De tot kinderen gemaakten vonden het heerlijk ruiken, maar dit terzijde.


Foto: auteur


woensdag, december 15, 2021

Warnaar: Escapisme




Ja, vindt hij, het zich verdiepen in het verleden is ook een vorm van escapisme. Het avontuurlijk vertoeven in een andere wereld, in een andere tijd, tussen mensen met soms geheel andere normen en waarden. Mensen die geen boodschap hebben aan politiek correct geleuter, ingegeven door onze waan van de dag, bijvoorbeeld. Dat treurwilgengemonkel over 'misdragingen' van onze voorouders, die in hun tijd heel anders werden gezien, en waarvoor hij dan excuses zou moeten maken. 'De stompzinnige invloed van onvolwassen Amerikanen', noemde hij het eens in een gesprek met een collega.


Amerika, de VS. daar heeft hij een haat-liefde verhouding mee. Ooit, in verre tijden, toen de politiek correcten van vandaag nog onbekommerd in hun babyluiers scheten, heeft hij er gestudeerd, heeft hij er veel gastvrije, interessante mensen ontmoet, heeft hij onvergetelijke ervaringen opgedaan en toch.... Hij zou met geen mogelijkheid in de VS willen wonen. Alleen al het rammelende rechtssysteem en de miljoenen krankjorume Republikeinen. Wat zou er zijn gebeurd als die verdomde Mayflower gewoon onderweg was gezonken? Een manier van denken die een historicus niet past, hij weet het, maar hij heeft het nu eenmaal niet op puriteinen en fanatici.


Hij probeert zich weleens voor te stellen waar en in welk verleden hij het liefst zou willen leven, mits gezond van lijf en leden en welgesteld. Hij denkt aan Engeland in de tweede helft van de 18e eeuw, zo'n beetje in de tijd dat James Boswell zijn London Journal schreef. Een boek dat nog niet leed onder het benauwende Victorianisme van de 19e eeuw en dat heerlijk 'incorrect' is. Zijn nazaten hebben niet voor niets tot ver in de vorige eeuw gewacht, voor het mocht worden gepubliceerd. Helemaal zeker weet hij het niet, Rome voor de cultuurverwoestende komst van het christendom, waarover Catherine Nixey zo boeiend schrijft, had ook wel wat. Kijk maar naar de fresco's in Pompeï.


Foto: auteur


vrijdag, december 10, 2021

Verplichte kost




'Now, what I want is, Facts. Teach these boys and girls nothing but Facts. Facts alone are wanted in life. Plant nothing else, and root out everything else. You can only form the minds of reasoning animals upon Facts: nothing else will ever be of any service to them. This is the principle on which I bring up my own children, and this is the principle on which I bring up these children. Stick to Facts, sir!'


Het zijn de openingswoorden van de roman Hard Times van Charles Dickens. Aan het woord is Thomas Gradgrind, gefortuneerd koopman in ruste, lid van het Lagerhuis en vader van Tom en Louisa. Zij hebben het geluk de opvoeding door Gradgrind aan den lijve te mogen ervaren. Een opvoeding gebaseerd op het idee dat alleen rationele regels kinderen kunnen vormen tot maatschappelijk succesvolle mensen. Een gedachte die teruggaat op de Verlichting met zijn idee dat de ratio de basis is van de maatschappelijke vooruitgang. Een filosofie met politieke gevolgen, zoals de ontwikkeling van het vrijheidsideaal, dat in de Franse Revolutie leidde tot de Verklaring van de Rechten van de Mens en van de Burger. Dat de ideologie meestal mooier is dan de praktijk kunnen wij meer dan tweehonderd jaar na het uitbreken van de Franse en Industriële Revolutie met the benefit of hindsight gemakkelijk vaststellen. 


Het vrijheidsideaal uit de Verlichting leidde tot de ontwikkeling van het liberalisme, een stroming die te verdelen is in twee takken. Een politieke, waarin vooral het ideaal van de persoonlijke, individuele en politieke vrijheid voorop staat en een economische waarin het vooral gaat om de vrijheid van ondernemen, bij voorkeur niet gehinderd door enige regelgeving vanuit de overheid. De markt, het spel van vraag en aanbod, van onderlinge concurrentie, zou het regulerend mechanisme vormen van de economie. Een crisis, te zien als een tijdelijke ziekte, zou door dokter Markt uiteindelijk worden genezen. 


Anders dan hij geloofde leidden de opvoedkundige principes van Thomas Gradgrind tot twee gemankeerde kinderen. Een diep ongelukkige Louisa, die, omdat het rationeel zou zijn, trouwt met Josiah Bounderby, een rijke fabrikant, toonbeeld van een selfmade man, maar uiteindelijk een bedrieger, vriend van Gradgrind, van de leeftijd van haar vader. Een ontspoorde en in het kwaad doortrapte Tom, die uiteindelijk de bank van Bounderby berooft en er tenslotte, dankzij Louise en zijn vader, mee wegkomt. Als Louisa haar echtgenoot verlaat, omdat zij vermoedt verliefd te zijn op een ander, en als blijkt dat Tom een schurk is, komt Gradgrind tot de conclusie dat zijn principes hebben gefaald. Hij wordt daardoor een wijzer man, die gaat inzien dat er meer in het leven is dan 'facts'. 


Het geloof in de ratio, zo laat Dickens ons zien, is een blind geloof. In de loop van de negentiende eeuw komt men tot het besef dat ook het geloof in de heilzame werking van de markt blind is, omdat het uitgaat van de aanname dat mensen in economisch opzicht altijd rationeel handelen. Dat blijkt niet zo te zijn. Rationaliteit en moraliteit zijn soms strijdig met elkaar en dan valt de keuze, laten we ons daar gelukkig om prijzen, vaak uit ten voordele van de moraliteit. Zodoende kwam er langzamerhand een einde aan de ontstellende misstanden, vooral in de steden, die de Industriële Revolutie onder grote delen van de arbeidende bevolking veroorzaakte en die wij uit meer boeken van Dickens dan Hard Times alleen kennen. In Hard Times is Stephen Blackpool het voorbeeld van een moreel hoogstaand man, ondanks zijn beklagenswaardige situatie en het misbruik dat men van hem probeert te maken, de tegenhanger van een type als Bounderby, die het slechts om gewin gaat. 


In Hard Times pakt Dickens de uitwassen van de Industriële Revolutie aan en het geloof in de ratio. Dat maakt het boek ook in onze tijd actueel. In de loop van de negentiende eeuw groeit het besef dat er grenzen gesteld dienden te worden aan het ongebreidelde kapitalisme met zijn geloof in de almacht van de markt en dat de staat een bredere taak had dan het handhaven van de orde en de verdediging van het grondgebied. Er kwam sociale wetgeving, al was het alleen al om opstand en revolutie te voorkomen. Wetgeving die leidde tot gezondere, productievere en beter geschoolde werknemers. Vooral door de crisis van de jaren dertig van de vorige eeuw werd de vrijheid van de financiële wereld ingeperkt, om herhaling van een Krach als die van 1929 te voorkomen. 


Media jaren zeventig ontwikkelde de Chicago School of Economics, invloedrijk in de wereld der economische wetenschap, het concept van de new classical macroeconomics, dat zwaar leunde op het idee van rationaliteit. Economen uit deze school, zoals Milton Friedman, begonnen ineens weer het geloof in de almacht van de markt te prediken. Politiek werden die gedachten overgenomen door neo-conservatieven als Ronald Reagan en Margaret Thatcher, maar ook, geheel of gedeeltelijk, door allerlei conservatieven, liberalen en politici van het centrum in de rest van Europa. De banken kregen opnieuw vrij spel, verworven rechten van werknemers moesten wijken voor het vrije spel van ondernemers, de overheid moest 'een stap terug doen,' ten behoeve van de markt. Ook in ons land. Overheidsbedrijven moesten worden geprivatiseerd, de energiemarkt moest worden 'geliberaliseerd,' evenals het openbaar vervoer. Er kwam concurrentie tussen de ziektekostenverzekeraars. 


Hoe dat vanaf de bankencrisis van 2008 tot op heden allemaal uitpakt, kunnen we dagelijks in de media vernemen. Wat duidelijk is, is dat ook dit keer de veronderstelling dat de mens economisch altijd rationeel handelt, gebaseerd is op drijfzand. Dat begint al bij ons zelf. Ik ga echt niet ieder jaar vanwege enkele euro's van energieleverancier wisselen, of van ziektekostenverzekeraar, laat staan van telefoonaanbieder. Je weet maar nooit hoe dat met je vertrouwde nummer afloopt. Het zou mij financieel gewin kunnen opleveren, maar ik ben al meer dan dertig jaar tevreden met de meeste 'nutsbedrijven' waarbij ik klant ben. Toen op een zondag de hoofdschakelaar kortsluiting maakte, stond mijn energiebedrijf binnen een uur aan de deur om het probleem te verhelpen. Voor de sociaal-economische ontwikkelingen in onze samenleving is Dickens nog steeds hoogst actueel. Vaak denk ik: een boek als Hard Times zou, in ieder geval bij de studie economie, verplichte kost moeten zijn.


Foto: auteur


zaterdag, december 04, 2021

Kever




Op een herfstige zondagavond breng ik Stella naar het station. Ze neemt de trein naar Düsseldorf. Ze heeft haar auto nog niet gekocht, maar loopt over aanschaf te denken. Eerst moet het appartement op de Kennedydamm verder worden ingericht en ze is er nog niet uit welk merk. Ik raad haar een Volkswagen aan. Tien jaar eerder kocht ik een veertien jaar oude, derdehands kever, een 1250. Brede banden, racevelgen, klein stuur, kuipstoeltjes voorin, kanariegeel, met een zwarte streep op deuren en dak. Voorzien van een motor waarmee 170 per uur theoretisch mogelijk was. Dan reed hij één op vier. Ik kocht hem van een neef die, na een tijdje manager van een popgroep te zijn geweest, besloot om toch maar te gaan studeren. Hij had hem weer van een VW-monteur gekocht, een liefhebber met garage, zodat hij er tiptop uitzag, en duizend gulden, daar kon je geen buil aan vallen.


De achterlichten van de trein verdwijnen om de bocht bij het station van Dordrecht. De scherpste en gevaarlijkste spoorbocht van Nederland, waar iedere nacht treinen met chloor en ander gif rijden. Als er niets ontspoort zal ik haar vrijdagavond volgen, letterlijk, van Dordt naar Mönchengladbach en vandaar, na een klein uur in de stationsrestauratie, naar Düsseldorf. Daar wachten de U-Bahn en een warm bad. In het huis in Dordt hebben we slechts een douche, in een hok dat vroeger een gangkast was, en een donkere kamer, al doe ik niet veel meer aan zwart-witfotografie. Het geeft altijd even een leeg gevoel. De stilte in huis, waar ik voor ik Stella leerde kennen, zelden of nooit last van had, is op zo'n avond altijd een beetje drukkend. Als ze een paar uur later belt dat ze veilig is aangekomen, raad ik haar nog eens Volkswagen aan. Ze zegt dat ze eerst nog een boekenkast wil kopen en dat ze ook collega Pampoukides wil raadplegen. Die werkt al langer op het Griekse consulaat en weet veel van Duitse auto's.


Het eerste wat ik doe als ik voor het weekeinde op de Kennedydamm aankom, is een half uurtje in het bad liggen. Weken, noemen we dat. We hebben afgesproken dat we ooit de donkere kamer laten ombouwen tot badkamer. Dan kan ook in Dordrecht worden geweekt, maar eerst moeten dringender problemen worden opgelost. Ik heb krap een jaar met die kever gereden. Toen ik hem pas had, ging ik met vrienden naar een huisje in de Ardennen, om Kerst te vieren. In de kofferbak hadden we een bescheiden zakje wiet om de sneeuw en de winterse koude te trotseren. Het werd geen succes. De riolering van het huisje bleek verstopt en de startmotor van de kever hield ermee op. Hij moest steeds worden aangeduwd, behalve als we boven aan een helling konden parkeren. Dan maakten we een vliegende start. We reden een keer naar Charleroi. Dat is af te raden in de donkere dagen rond Kerst. Charleroi is trouwens altijd af te raden, maar dit terzijde.

Een paar maanden later ging ik voor de tweede keer met de kever de grens over. Om Pasen te vieren bij familie in Engeland. Nietsvermoedend reed ik in Hull van de veerboot, maar wiet schijn je lang te ruiken. De douane vertrouwde het niet. Raar soort auto. Er werd een hond losgelaten in de kofferbak, die vrolijk begon te blaffen. Dat kostte me twee uur. Alles werd uit elkaar geschroefd, tot de panelen van de deuren toe, maar de oogst bleek slechts een oud boodschappenbriefje. Iemand mompelde teleurgesteld dat het de hond zijn dag wel niet zou zijn. Daarop werd alles weer keurig gemonteerd en boden ze zelfs excuses aan. 


Toen ik Stella de anekdote vertelde, keek ze mij ongelovig aan. Met een zakje wiet rondrijden deed je in de late jaren tachtig in Griekenland bij voorkeur niet, al leken onder Papandreou betere tijden aan te breken. In Dordrecht sloeg juist de misère toe in de vorm van een aantal desastreuze scholenfusies. Om daaraan te ontkomen, tevergeefs zou al snel blijken, solliciteerde ik met succes als leraar op een havo/vwo. Daar trok de kever de aandacht van een meisje uit een vierde klas. Zo'n meisje waar je benauwde dromen van krijgt, maar waarover je beter kunt schrijven dan mee zondigen. Van haar leerde ik dat de kever, inmiddels vijftien, net als het meisje, tot een gewilde categorie van jonge oldtimers behoorde. Haar vader, iets hoogs die veel verdiende bij de gemeente, verzamelde zulke auto's. Hij mocht komen en bood mij tweeduizend gulden, die ik met gespeelde aarzeling aanvaardde. 

Een paar maanden later werd de kever van zijn oprijlaan gestolen. Dat detail heb ik Stella nog niet verteld. Eerst maar eens het oordeel van collega Pampoukides afwachten en dan is er ook die boekenkast nog.


Foto: auteur