zaterdag, juni 19, 2021

'Buurvrouw' Naeff




De schrijfster en toneelcritica Top Naeff heb ik uiteraard niet gekend. Ik was een peuter van anderhalf toen ze in 1953 overleed. Omdat we buurtgenoten waren, is er een kans dat ze me ooit in een kinderwagen door de Johan de Wittstraat voorbij heeft zien komen, een zeer kleine, maar het huis waarin zij woonde, nummer 33 ken ik wel. Daar was namelijk mijn notaris gevestigd. Het huis ademde naar mijn idee nog een beetje de sfeer van Naeff, maar ik heb nogal een romantische geest, zodat ik me weleens wat verbeeld. In zijn spreekkamer stond in ieder geval een portret van de schrijfster.


Gisteren zag ik een reportage van RTV Dordrecht. Projectontwikkelaar Pieter van Loon blijkt het pand te hebben gekocht en te hebben opgeknapt in de stijl van Naeff. Ik zag mooie beelden van de stijlkamer, met een portret van Naeff dat ook terug te vinden is in de biografie die Gé Vaartjes aan haar wijdde (Rebel & dame). Ook het 'schrijfhuisje' dat zij in de tuin had is opgeknapt. RTV Dordrecht meldde dat het huis binnenkort ook kan worden bezocht en dat Vaartjes er een lezing gaat geven.


We gaan in Dordrecht niet altijd zorgvuldig om met waardevolle en historische panden. De lelijke bebouwing aan de overzijde van Naeffs woning getuigt daarvan, om niet te spreken van de Spuiboulevard, het Achterom, de Bagijnhof, de Sarisgang, het Statenplein, de Grote Markt en zo kan ik nog even doorgaan. Perioden van meedogenloze afbraak, zowel in de 19e als 20e eeuw, wisselden zich af met perioden van herstel en restauratie. Daar hebben we bijvoorbeeld de fraaie Hofstraat aan te danken. 


Naast het stadsbestuur spelen in Dordrecht projectontwikkelaars een belangrijke rol en niet altijd een positieve. Denk maar aan de verpaupering van het Teerlickpand bij de Kalkhaven. Dat het ook anders kan bewijst Pieter van Loon met het voormalige woonhuis van Top Naeff. Ik word daar een beetje blij van.


Foto: auteur



dinsdag, juni 15, 2021

Verleden




Juni was voor Stella en mij een hoogtepunt. Omdat de zomervakantie eraan kwam, belangrijke motivatie om in het onderwijs te blijven, en vooral omdat juni altijd de maand van het Poetry International festival is. Wij waren vaste bezoekers. Poetry 2000 was voor ons een speciale editie, omdat toen een aantal Griekse dichters optrad. Als literair vertaalster kende Stella de meeste van hen persoonlijk of via de verschillende tijdschriften waaraan ze meewerkte. Het weer was dat jaar uitzonderlijk mooi, zodat de avonden eindigden in een zoele nazit in de tuin van theatercafé Floor. Dat we daarbij Grieks spraken gaf de tuin een aparte, misschien wel wat dichterlijke sfeer, ondanks dat hij wordt omringd door de lelijke nieuwbouw van het Rotterdamse Schouwburgplein.


Een hoogtepunt op Poetry vonden wij ook de uitreiking van de C. Buddingh'-prijs. Aanvankelijk deed Stientje Buddingh' dat zelf, maar toen haar gezondheid dat niet meer toeliet, reikte iemand van het Poetrybestuur hem uit. In 1998 was de eer aan mijn oud-collega uit het Dordtse onderwijs Tineke Drenthe. Het toeval wilde dat Stella en ik die avond schuin achter prijswinnaar Ilja Leonard Pfeiffer zaten en daardoor terechtkwamen in de lens van een fotograaf van de Volkskrant.


Dat Stella haar plan om Pfeiffer ooit in het Grieks te vertalen door haar jong overlijden nooit zou uitvoeren en dat Pfeiffer naar Genua zou vertrekken om daar een geliefde met de naam Stella te vinden, lag besloten in de toekomst. Ik ben blij dat ik mij als historicus alleen met het verleden bezighoud.



zaterdag, juni 12, 2021

Het ergste




Historica en burgerraadslid van de Hoekse Waard, Tania Heimans, pleit vandaag in Trouw voor behoud van het Hollandse landschap. In 2022 gaat een nieuwe Omgevingswet in, die van de bescherming van het zogenaamde Groene Hart een lachertje maakt. Een gezelschap dat bekend staat als Economisch Instituut voor de Bouw (EIB) adviseert onder meer om in de Hoekse Waard te gaan bouwen, want in Nederland moet een miljoen nieuwe huizen uit de grond worden gestampt. 


Het pleidooi van Heimans is mij uit het hart gegrepen. Het Hollandse landschap, en zeker dat van de Hoekse Waard, is te kostbaar om op te offeren. We hebben ruimte, groen en weidse landschappen nodig en daarvan hebben we in Nederland nog maar heel weinig. Voor de coronatijd reisde ik veel met de trein door het land en dan zie je vooral een verschrikkelijk verrommeld landschap. Al die gruwelijke dozen op al die achteloos langs het spoor neergeplempte bedrijventerreinen, om maar eens wat te noemen. Om beroerd van te worden. 


Goddank is op enige afstand van spoor of snelweg nog wat groen en nog wat ruimte te vinden. Ik vrees dat het daarmee snel afgelopen is. Niet alleen de Hoekse Waard is in groot gevaar, ook mijn eigen Eiland van Dordrecht. Ooit is vastgelegd dat er niet over de Zeedijk zal worden gebouwd. Ooit behaalde een lokale partij een unieke winst bij de verkiezingen met de belofte dat er niet meer in de polder zou worden gebouwd. Hoe lang houdt zo'n belofte stand? Hoe kort van memorie zijn de kiezers? Ik ben daar niet optimistisch over, zeker omdat het Dordtse gemeentebestuur, waarin diezelfde partij nog een flinke vinger heeft, de ambitie koestert de stad met veertigduizend inwoners te laten groeien. Een ambitie die op den duur fataal zal blijken voor het landschap, dat niet alleen door bedrijventerreinen en horizonverontreinigende hoogbouw wordt bedreigd, maar ook nog eens door windmolens en weilanden vol zonnepanelen.


Ik vrees dat het pleidooi van Heimans aan dovemansoren is gericht, tenzij bij de eerstvolgende verkiezingen sprake zou zijn van een mentaliteitsverandering en de kiezers het voorbeeld volgen van die Dordtenaren die niets meer zagen in bouwplannen in hun laatste polderland. In een zeer dicht bevolkt Nederland, waar je vrijwel niemand hoort over een op emigratie gericht regeringsbeleid, noch over een drastische inperking van het aantal geboorten en waar de projectontwikkelaars nu al kwijlend over de dijken lopen, met visioenen van de ene woontoren na de andere, is zoiets niet te verwachten. Ik hoop dat de medestanders van Heimans de zaak nog een poosje kunnen rekken, zodat ik het niet meer hoef aan te zien, maar ik vrees het ergste, terwijl ik diep in mijn hart toch geen pessimistisch mens ben.


Foto: auteur


donderdag, juni 10, 2021

De dood, de hemel en de hel




We mogen in de stamkroeg onder elkaar graag grappen maken over de dood, de hemel en de hel. In de dood geloven we allemaal, er is geen ontkomen aan, met de hemel en de hel ligt dat anders. Het is aardig om je een voorstelling te maken van het leven na de dood, maar ik ken weinig vrienden die er ook werkelijk in geloven. Dat maakt voor de grappen en grollen niets uit. 


In het algemeen stellen we ons de hemel voor als een saai oord, waar weinig te beleven valt, omdat de meeste leden van ons gezelschap er nooit zullen terechtkomen, maar je wel het risico loopt in de eeuwigheid naast iemand als Andries Knevel te moeten zitten. De hel lijkt de meesten van ons een stuk gezelliger. Er is drank, er zijn gevallen vrouwen en over de kou hoef je je geen zorgen te maken.


Dat met de dood niet te spotten valt, beseffen we maar al te goed, zeker nu we op licht gevorderde leeftijd zijn geraakt. Wanneer we definitief de poort door moeten, weet niemand, maar we hopen allemaal dat het grote gebeuren nog even op zich zal laten wachten en dat, als het dan toch eenmaal moet, het snel en pijnloos zal zijn. Machteloos in bed aan de slangen en de kabels, met een verpleegster met ondersteek in de aanslag, is voor de hele kroeg een schrikbeeld. 


Ik heb eens een keer contact gehad met Andries Knevel, toen ik nog geregeld op de radio commentaar gaf over Griekenland of Cyprus. Het bleek bij nader inzien een aardige man. Als ik moet kiezen tussen de slangen en de ondersteek of Andries, dan toch in 's hemelsnaam de hemel maar.


Foto: auteur


maandag, juni 07, 2021

Warnaar: Thuiskomen




In 1983 bezocht hij voor het eerst Portugal, samen met een goede vriend. Ze zouden oorspronkelijk naar een Grieks eiland gaan, maar dat bleek voor zijn bescheiden reisbudget iets te hoog gegrepen. Het was een wonderlijke ervaring om voor het eerst met een taxi vanaf de luchthaven Lissabon binnen te rijden. De stad maakte een vertrouwde indruk. Warnaar wil in een vreemde stad nog weleens verdwalen. Moet hij linksom, dan slaat hij instinctief rechtsaf, maar in Lissabon overkwam hem dat niet. Op de een of andere manier wist hij de weg al, voordat hij er ooit een voet had gezet.


Na Lissabon reisden ze naar Sintra. Een liefelijke plaats waar zich de zomerresidentie van de vroegere Portugese koningen bevindt. Gebouwd tegen een heuvel herbergt Sintra een flink aantal paleizen, waaronder dat van Pena, een negentiende eeuwse fantasie die doet denken aan Neuschwanstein in Beieren. Op de top van de heuvel ligt de ruine van een Moors kasteel. Ze lieten zich met een taxi naar boven rijden, klommen het laatste stuk en genoten van een adembenemend uitzicht op de omliggende vlakte. Ze begrepen waarom lord Byron een aantal jaren in Sintra had gewoond.


Na Sintra verbleven ze in het middeleeuwse Obidos, in het mondaine Estoril en tenslotte keerden ze terug in de hoofdstad. Het voelde aan als thuiskomen. Terug in Nederland besloot hij Portugees te gaan leren. Een jaar later ontmoette hij zijn Griekse vrouw. Veel Portugees spreekt hij niet meer, maar in Lissabon weet hij nog steeds moeiteloos de weg.


Foto: auteur


vrijdag, juni 04, 2021

Warnaar: Knuffelen




Alsof een gipspoot al niet lastig genoeg is, is er ook nog iemand door de verandatrap gezakt. Die was een beetje gaan wijken, waardoor een aantal planken uit de gleuven schoot. Het kan gemaakt, maar niet met een gipspoot. Daarmee kon hij, gereden door bereidwillige familie, wel naar de 'prikstraat' van de GGD om zijn tweede Pfizer te halen. 'Over een week bent u wel voldoende beschermd,' glimlachte de dokter die de vaccinatie moest goedkeuren. 


De doorzakker heeft zich niet bezeerd. Een atletische jongeman, die de onverwachte schok keurig opving. Met zijn gipspoot zou het een fatale val zijn geweest, vreest hij. Alles komt in drieën. Wat staat hem nog te wachten? Gelukkig is de nieuwe lading boeken, een stapeltje extra aangeschaft vanwege de boekenweek, veilig gearriveerd. Binnenkort is Eleanor of Aquitain aan de beurt. Van een iets gewichtiger statuur dan Maria de Rijke, die sinds kort prijkt in de nieuwe canon van de vaderlandse geschiedenis. Die kwam voortijdig om het leven na een val van haar paard, waardoor haar man, Maximiliaan von Habsburg, een vinger in de Bourgondische pap kreeg. We hebben wat te stellen gehad met die familie, vooral met een zekere achterkleinzoon. 


Als hij over een week 'voldoende beschermd' is, doet hij de coronamaatregelen de deur uit. Hij wil weer gewoon knuffelen, bijvoorbeeld met de jongedame die voor corona zijn bestaan zo aardig opluisterde. Maar eerst dat derde ongeluk achter de rug, zodat ze niet bij de eerste knuffel per abuis op zijn gebroken voet gaat staan.


Foto: auteur


maandag, mei 31, 2021

Boekenkluis




Waar we nog niet zo lang geleden vooral werden getrakteerd op paniekberichten over vollopende IC's en een overvloed aan coronapatiënten in de ziekenhuizen, lijkt het kabinet vrij plotseling te zijn besmet met een groot optimisme aangaande de afloop van de viruscrisis. In versneld tempo worden allerlei versoepelingen doorgevoerd, versoepelingen die wat mij betreft zeer welkom zijn. Ik had het niet zo op die 'lockdown', waarmee, hoe goed misschien ook bedoeld, belangrijke grondrechten opzij werden geschoven.  


Het lijkt er zelfs op dat we in september van de ellendigste aller coronamaatregelen, de schaamlap voor de snuit, worden verlost. Mijn hemel, wat heb ik een hekel aan die mensonterende krengen. Zo zelfs dat ik mij heb voorgenomen niet naar Griekenland te reizen voordat die dwangmaatregel ook daar is verdwenen, hoewel ik enkele dringende zaken moet regelen en het nu wel heel lang duurt voordat ik vrienden en familie weer zie. Deze week krijg ik mijn tweede spuitje, wat een goed gevoel geeft. Ik had het eerder kunnen krijgen, maar ik zag mezelf niet op de fiets naar het per openbaar vervoer vanuit Dordrecht nauwelijks te bereiken Bergambacht rijden en als FC Dordrecht-liefhebber ga je natuurlijk niet naar Breda voor een vaccinatie. Nu kan ik gewoon in mijn woonplaats. Ik ben benieuwd of die charmante dokteres, waar ik de eerste keer langs moest vanwege mijn bloedverdunners, er weer is. Zo'n jongedame waar je vrolijk van wordt.


Het is nog te vroeg om een weloverwogen oordeel te vellen over de wijze waarop de boven ons gestelde Autoriteiten de crisis hebben aangepakt. Daar gaan nog wel wat jaren overheen. Ik ben heel benieuwd wat een toekomstige parlementaire enquete naar die aanpak, die er ongetwijfeld komt als ons parlement een knip voor de neus waard is, gaat opleveren. Een paar dingen zijn in ieder geval al uit de crisis te destilleren. 

In de eerste plaats dat binnen ons volk een verontrustend omvangrijk segment ronddoolt dat ontvankelijk is voor nepnieuws en complottheorieën en dat zich binnen dat segment een fanatieke groep beklagenswaardige en verdwaasde activisten bevindt. Ooit publiceerde ik een boek met als titel Idioten ontloop je nergens en dat blijkt maar al te waar.

In de tweede plaats kwam duidelijk het dedain van de politiek voor kunst en cultuur naar voren. Dat uitte zich niet alleen in de 'DVD-opmerking' van Hugo de Jonge, waarmee deze van oorsprong schoolmeester toonde dat hij in ieder geval geen ware cultuurdrager is (dat is met onderwijzers in Nederland weleens anders geweest), maar ook door het feit dat boekwinkels tijdens de gedwongen sluitingsmaanden niet werden aangemerkt als 'essentiële' winkels. In landen waar cultuur wel van belang wordt gevonden, zoals in onze buurlanden België en Duitsland, waren de boekhandels gewoon open, zoals het hoort en zoals het ook met de bibliotheken had moeten zijn.


Gelukkig deed (en doet) mijn boekhandelaar aan bezorgen. Het geld dat ik uitspaarde doordat ik niet naar de kroeg kon, heb ik deels besteed aan boeken. Ik hoop nooit, maar dan ook nooit meer iets schadelijks als een 'lockdown' te beleven, maar mocht zich ooit nog eens zo'n onheil voltrekken, dan heb ik in ieder geval iets te lezen. De vraag is alleen waar ik het allemaal moet bergen, want de kasten puilen uit. Het schijnt dat sigarenrokers bij het onvolprezen Hajenius in Amsterdam een kluisje kunnen huren om kostbare sigaren in te bewaren. Misschien moet mijn boekhandelaar aan de boekenkluis. Mijn hulp in de huishouding zou er blij mee zijn.


Foto: auteur