dinsdag, oktober 17, 2017

Sneeuw



Halverwege mijn wandeling kom ik Claire tegen. 'Ik denk dat het gaat sneeuwen,' zegt ze. We lopen samen op. Ze zegt dat de kou op haar oren slaat. Ze draagt haar kloeke muts niet. Ze heeft mij gisteren gezien, lacht ze, bij de Griek, maar ze had geen tijd om binnen te komen. Haar zus en daarna haar moeder. We vinden dat het tijd voor de lente wordt, voor het terras en voor een wandelvakantie door Ierland. Daarna vertelt ze over een foute man op Facebook. Er zitten veel foute mensen op Facebook, dat zelf misschien ook wel niet deugt. Het is een loerend monster, dat veel te veel weet. Op een dag worden we van ons bed gelicht.

We komen bij haar straat, die vol afvalzakken met plastic ligt. Ze zijn nog niet langs geweest. Ik schop er een paar voor haar opzij. Hadden ze maar eerder langs moeten komen. 'Heb je een paraplu bij je?' vraagt ze. 'Leen er maar een van mij.' Ik wil geen paraplu lenen. Ik denk niet dat het gaat sneeuwen.

We spreken af waar we straks gaan eten. 'Als het lukt,' zegt ze, 'anders bestel jij maar vast voor jezelf.' Ze gaat naar binnen. Heel even komt de zon tussen de wolken tevoorschijn, maar even snel trekt de lucht weer dicht.

Foto: auteur




dinsdag, oktober 10, 2017

Rebetika



Omdat ik geen zin had om naar de benedenstad te gaan, zit ik in het kleine restaurant om de hoek bij het Tijdelijk Schrijfhuis. Het is er nog rustig. Ik ben vroeg voor Griekse begrippen, maar ik ben het verleerd om 's avonds pas na een uur of half tien te gaan eten. Een tijd geleden, op Cyprus, maakte ik een uitzondering. Toen ging ik heel laat met vrienden uit eten, na een rebeticaconcert. Als ik wil wegdromen naar de jaren dat ik met Stella door Griekenland reisde, luister ik naar rebetica. Als ik in een sombere bui ben, zet ik klezmer op. Dat helpt. Daarom wil ik klezmer op mijn crematie. Iedereen swingend achter de kist aan. Op Cyprus had het late uur mijn trek verdreven. Ik vulde de ruimte in mijn maag met wijn en wat kruimels geitenkaas.

Ook hier klinkt rebetica. De taverniaris zingt af en toe mee, hard, maar zuiver. Een geschoolde stem. Ik moet denken aan Zorbas, waar ik altijd eet als ik in Athene ben. Er hangt een portret van Frans van Hasselt, meer dan vijftig jaar, tot zijn dood, NRC-correspondent in Griekenland. Ik reisde af en toe vanuit Thessaloniki naar Athene, alleen om met Frans bij Zorbas te eten. Hier geen portretten, maar wel veel foto's van de buurt, Agios Pavlos, in de jaren vijftig. Ik zie een bus waaruit zomaar Louis de Funet zou kunnen stappen. Ik luister naar de muziek en zie Stella voor mij. We eten in een taverna in Sparta, na een wandeling door de Byzantijnse ruïnestad Mistras. Even later zijn we in Skala Prinou op Thassos, in een idyllische achteraftent met een nare ober die naar zwerfkatten schopt. Frans nam iedere avond twee blikjes kattenvoer mee voor Frosso, de vrouw die de terrassen langs ging met bloemen en zich over de buurtkatten bij Zorbas ontfermde.

Er komt een stel binnen met een jongetje van een jaar of twee. De kleine Miltos wil niets liever dan door de zaak rennen en schreeuwt door de muziek heen. Zijn ouders hebben hun handen vol aan hem. De taverniaris brult over het leed van de liefde en het eenzame gevangenisbestaan. Ik bestel nog een glaasje tsipouro. Het beeld van Stella begint te wijken, maar het is nog geen tijd om afscheid te nemen.

Foto: auteur


dinsdag, oktober 03, 2017

Verleden



Ik heb meer met het verleden dan met het heden. Dat komt door tante Christien. Een vriendin van mijn oma en een groot kindervriend. Ik mocht vaak bij haar spelen. Een nachtje logeren was een hoogtepunt. Ze vertelde altijd over vaderlandse geschiedenis. Toen ik naar de kleuterschool ging was ik al volkomen vertrouwd met figuren als Jan van Schaffelaar, Willem de Zwijger en Michiel Adriaansz de Ruyter.

Vanaf mijn eerste stukje in de schoolkrant van de mulo, beschouwde ik mezelf als dichter en schrijver. Al maakte ik toen vaak romantische rijmpjes voor meisjes waarop ik verliefd was, maar die ik dat als verlegen puber niet durfde vertellen. Eén keer zou ik naar Heerjansdam fietsen, waar een lieftallig klasgenootje woonde, om een zwijmelende blik op haar kamerraam te werpen. In Zwijndrecht begon het te stortregenen. Dat betekende het einde van een ontluikende liefde.

Omdat met dichten weinig of niets te verdienen viel, ben ik historicus geworden. Ik kijk nog altijd met grote belangstelling achterom. Tot 2010 gaf ik ook geschiedenisles. Daarbij vertelde ik vooral verhalen, al mocht dat eigenlijk niet meer van de 'vernieuwers' op het ministerie. Die kregen in gedachten een dikke middelvinger. Tot het uiteindelijk te bar werd. Toen ben ik gestopt om alleen nog maar te schrijven. Over veel verleden en weinig waan van de dag.

Foto: archief auteur


vrijdag, september 29, 2017

Mussen



Het is een vergulde najaarsdag. Ik fiets via de Schapendijk naar de Kop van 't Land. Eigenlijk heet de Schapendijk Wantijdijk en uiteindelijk kom je op de Zeedijk, maar er is geen Dordtenaar die niet weet wat ik bedoel. Ik noem het deel van de Spuihaven tussen de Johan de Wittbrug en de St. Jorisbrug ook altijd Vriesehaven. Het heeft nog niet geleid tot de Apocalyps. Dat die op griezelige wijze naderbij komt ligt aan een oude man met raar strohaar en een veel jonger, vetzuchtig kereltje met een pruimenmondje dat iets heeft van de gleuf in een spaarvarken, die elkaar nu al weken bedreigen met de totale vernietiging. Ik ga er niet direct vanuit dat dit mijn laatste fietstochtje is, maar helemaal gerust ben ik er ook weer niet op. Onlangs heeft een dronken idioot in een café op de Voorstraat geprobeerd een barman met een hamer dood te slaan. Op alle niveaus deugt de mensheid maar matig, maar het vriendelijke huiskamercafé Fluitekruid is voor zulke neanderthalers te ver fietsen.

Het verbaast me dat het open is. Op maandag is er nogal wat horeca gesloten. Als vrienden van over de rivier mij willen bezoeken, roep ik altijd 'niet op maandag, dan is Dordt doder dan de Dode Zee.' Ik heb in het weekeinde een hoeveelheid korenwijn en een bierfestival achter de rug. De broekriem spant een beetje. Daarom houd ik het maar op koffie. Lekker uit de wind op het terrasje, met verderop het zachte gebrom van de pont naar Werkendam. Ik herinner mij een foto, op dat pontje, van Annemarie, mijn eerste vrouw en nog steeds een goede vriendin. Het was in de dagen dat ik nog zwartwit fotografeerde. Dan kon ik de boel zelf afdrukken. Kleurenfoto's waren mij te ingewikkeld. De jaren vijftig, toen ik nog heel klein was en kleurenfotografie allerminst gangbaar in de familie, noem ik de zwart-witte jaren, lees mijn boek Op koers er maar op na.


In de jaren vijftig werden er volop kernbommen uitgeprobeerd in de Stille Oceaan. Het was de tijd dat sommige longartsen reclame maakten voor het roken. Dat zou zegenrijk werken als je astma had. Het milieu moest nog worden uitgevonden. De mensen waren te druk bezig met het land opnieuw op te bouwen na de Tweede Wereldoorlog. Dat de oorlogsindustrie in Amerika vrolijk doordraaide, alsof Adolf Hitler in Berlijn nog steeds bezig was veertienjarige soldaatjes in de wang te knijpen, werd alleen door erg linkse rakkers bekritiseerd en naar erg linkse rakkers werd nog niet geluisterd. Je mocht geen seks hebben voor het huwelijk en als katholiek geen condoom gebruiken. Je had wel De Lach, een 'vies blaadje' dat uit de leesmap werd gehaald vanwege de kinderen. Onzedige vrouwen in bikini, genoemd naar het eiland waar veel van die kernproeven werden genomen.

Er fladderen volop vrolijke, bijna tamme mussen om mij heen. Grappige, hondsbrutale beestjes. In mijn tuin in de stad zie ik ze niet zo vaak meer. Ze zijn wat monochroom. Vogels uit de jaren vijftig.

Foto's: auteur


dinsdag, september 26, 2017

Middeleeuwen



Ik kijk uit het raam van mijn hotel in Brugge. Overal middeleeuwen om mij heen. Iemand, ik weet natuurlijk weer niet wie, heeft gezegd dat Brugge het Florence van het noorden is. De middeleeuwen druipen. Boven de stad hangt een droefmakend wolkendek. Binnen toont de televisie beelden van een terreuraanslag, ergens ver weg. De doden liggen verspreid op straat.

Ik moet denken aan Claire en aan het kind. Ze zijn niet eens ver weg, maar ik kan niet zomaar bij hen langs fietsen. Ik onderneem de reis alleen. Ik draag mijn middeleeuwse lot onder een stoïcijns masker. Waren het werkelijk de middeleeuwen, dan zou de terugreis zeker een week vergen. Als ik een paard bezat.

Na de aanslag komt een horde tierende mensen in beeld. Ze zijn tegen iets, dat ik heb gemist. Ik ben een onoplettende leerling. Ze steken vlaggen in brand en slaan met spandoeken in op de politie. Ik ga ontbijten. Er is een ruime keuze aan brood, beleg, fruit en dranken. Iemand brengt mij thee en een gekookt eitje. Daarna kom ik terug in de kamer. Buiten druipt het nog steeds. Ver weg liggen de doden nog altijd verspreid op straat. Ik denk aan de middeleeuwen, die voortleven in de prachtige Gotiek van Brugge en in verwerpelijk geloofsfanatisme dat tot moord en doodslag leidt.

Foto: auteur


maandag, september 25, 2017

Wie het weet, mag het zeggen



Ik heb het al eerder gezegd: ik ben een radioman. Ik kijk weleens televisie, maar de radio is mijn medium. Soms schrik ik. De radio staat aan. Het Kamerlid Ronald van Raak is aan het woord, van de SP, die partij die zijn Kamerleden een deel van hun wedde in de partijkas laat storten, zodat het de enige club is waaraan wij belastingbetalers extra bijdragen. Wat dat met democratie te maken heeft weet ik niet. Misschien is het socialistisch. In ieder geval is het uitgekookt.

Ronald van Raak heeft het over referenda. Hij is daar erg voor, want referenda, die drukken de wil van het volk uit. 'Tweederde van het volk was tegen het Oekraïneverdrag!' roept hij. Ronald van Raak is slecht geïnformeerd of hij liegt. Bij dat referendum stemde 32% van de kiesgerechtigden en van die 32% stemde 39% voor het verdrag, 61% tegen. Hoezo tweederde van het volk, meneer Van Raak?

Ik heb nog nooit gestemd bij een referendum. Referenda zijn de dood in de pot voor de democratie. Ik ben ooit afgestudeerd bij Maarten van Rossem. Ik ben niet zo heel erg gecharmeerd van de rol die hij soms in de media speelt als droogkomiek, maar dat neemt niet weg dat hij een buitengewoon scherpzinnig en verstandig historicus is en doorgaans uitstekend geïnformeerd. Van Maarten heb ik geleerd dat referenda een slecht idee zijn. In mijn woorden: de waan van de dag speelt altijd een hoofdrol, sommige kiezers zijn simpelweg te dom om zich een gefundeerd oordeel te vormen en anders ontbreekt veelal de tijd om je diepgaand in een onderwerp te verdiepen (wie heeft de duizenden pagina's uit het Oekraïneverdrag bestudeerd voor het stemmen?). De meeste onderwerpen lenen zich niet voor een referendum, omdat die veel te gecompliceerd zijn voor een ja of nee. Het gaat tenslotte niet over een pisbak op het dorpsplein.

Een groot gevaar bij referenda vind ik de kwalijke rol van nepnieuws en leugenachtige propaganda, waardoor goedgelovige kiezers een stem uitbrengen waarvan ze ogenblikkelijk spijt hebben als duidelijk wordt dat ze zijn gepiepeld. Om vast te stellen dat er is gelogen en bedrogen bij het Brexitreferendum, hoef je geen scherpzinnig historicus te zijn. Van de 52% voorstanders van Brexit, zou een deel beslist anders hebben gestemd als ze beter hadden geweten. Dat blijkt tenminste uit de peilingen. Dat brengt me terug bij meneer Van Raak, nota bene gepromoveerd historicus, en de vraag of hij vanmiddag op Radio 1 heeft staan liegen of gewoon niet op de hoogte was. Wie het weet, mag het zeggen. Ik ben in ieder geval blij dat ik niet op de SP heb gestemd.



dinsdag, september 19, 2017

Naar de duivel



Mijn nieuwe boek was net naar de drukker, toen ik de proef nog even achteloos doorbladerde en een fout vond. Achteloos, dan ontdek je pas dingen. Ik zag hem bij drie correcties over het hoofd. Mijn meelezers ook. Het zal weinig mensen opvallen, daarom zit ik er niet mee. Alle verhalen in dat boek zijn tweehonderdachttien woorden, exclusief titel. Er is vast iemand die dat gaat natellen. Dat is de mierenneuker die de fout ontdekt.

Ik ken mensen die door hun perfectionisme in een inrichting zijn terechtgekomen. Ik ken er ook die door hun nonchalance de vreselijkste ongelukken veroorzaakten. Ik heb mij er al lang geleden bij neergelegd dat geen boek perfect is, maar het kan geen kwaad op milde wijze naar perfectie te streven. Tweehonderdachttien is het gevolg van toeval. Ik schreef een verhaal dat op dat aantal uitkwam. Daarna schreef ik er nog een: weer tweehonderdachttien woorden. Het werden er uiteindelijk zoveel, dat een boek ontstond.

Eigenlijk verbaast me dat. Ik ben wars van alle dwang en ik vind het nogal zot om jezelf allerlei regeltjes op te leggen, waaraan je verhalen of gedichten zouden moeten voldoen. Spelletjes met taal, alsof we in de tijd van de Rederijkers leven. Maar ik ben het ook eens met Nietzsche, die zegt dat consequent zijn naar de duivel leidt.


Omslagontwerp: Elvira Oomens (De Stadsfabiek)
Foto omslag: Ilse van Driel

Kees Klok - Oude dromen, verhalen. Uitgeverij Liverse, wordt op 28 september 2017 om 17.00u ten doop gehouden bij Visser's Pofferjes, Groenmarkt 9, Dordrecht. Toegang gratis. Tevens wordt de verhalenbundel De schildpad en de hond van Ina Rogge gepresenteerd.