zaterdag, oktober 16, 2021

Armoede




Hij heeft geen idee waarom hij opeens op het woord kamperen komt. Hij heeft het weleens gedaan, vooral in zijn studententijd. In Frankrijk en Engeland. Hij denkt aan regenachtige ochtenden, met een slaperig hoofd onderweg naar het was- en kakhok, met een rol toiletpapier onder de arm. Hij ziet zich weer in de weer met een primus. Thee zetten voor het ontbijt, hopend dat er toch nog een beetje zon komt. Armoede, pure armoede. De laatste keer dat hij zich tot een kampeeravontuur liet verleiden was toen hij zijn vrouw net had leren kennen, nog voor ze trouwden. Dan laat je weleens een principe varen.


Zijn vrouw werkte aan de Aristotelesuniversiteit en die had, heeft misschien nog wel, een eigen camping in het Griekse Halkidiki, op het schiereiland Kassandra. Daar mocht het personeel met hun gezinnen gratis kamperen. Of dat ook gold voor de studenten, herinnert hij zich niet meer. De camping was verdeeld in tweeën, een deel voor de professoren en een deel voor de leergierige jeugd. 's Avonds was het in beide delen dolle pret. Over het weer had hij die keer niets te klagen, hoewel, in een klein tweepersoonstentje onder een scharminkelige boom met overdag een graadje of vijfendertig is ook niet alles. Naast veel drank, nauwelijks koel te houden, waren er ook veel muggen. 


In Engeland huurde hij een keer met vrienden een kampeerwagen. Lang voor hij zijn vrouw leerde kennen. Hij had net zijn rijbewijs. De nauwe lanen met de talloze muurtjes en hagen, heuvel op heuvel af, waren een goede leerschool, maar van kamperen kwam niet veel terecht. Meestal reden ze van hotel naar hotel, op twee avonden na. De eerste weet hij nog, langs een kanaal ergens bij York, en de laatste op East Midlands Airport. Gewoon naast de landingsbaan, omdat ze 's morgens voor de terugvlucht eerst die kar nog moesten inleveren. Het was de luchthavenpolitie zelf die met die oplossing kwam. Ze konden er de hele nacht niet goed van slapen.


Foto: archief auteur


zondag, oktober 10, 2021

Warnaar: Anglofiel




Je kunt sinds 1 oktober niet meer met je ID-kaart naar Engeland reizen. Daar heb je nu een paspoort voor nodig. Een van de zegeningen van de Brexit. Hij was van plan om binnenkort het Kanaal over te steken, maar nu nog even niet. Hij vraagt zich af in hoeverre hij nog Anglofiel is. Hij voelt soms, als een vorm van weemoed, nog een beetje zijn enthousiasme uit de dagen dat Groot-Brittannië toetrad tot wat toen nog de EG heette, maar dat wordt overschaduwd door de diepe teleurstelling over de Brexit, die hij beschouwt als een vorm van verraad.


Dat hij een paspoort moet aanvragen om het land van vele mooie jeugdherinneringen en prille liefde te bezoeken, vindt hij, zoals de Engelsen zouden zeggen quite appalling. Toch zal hij wel een keer naar de gemeente fietsen voor zo'n duur document, hij heeft tenslotte nog altijd familie en vrienden op dat trieste eiland, maar eerst maar even afwachten hoe het met de covid-ellende gaat. Hij is net terug van een bezoek aan Griekenland en reizen met een smoellap voor in trein, vliegtuig en taxi is hem bijzonder slecht bevallen. Hij doet dat liever niet nog eens.


Wat ook slecht beviel was de chaos op Schiphol bij terugkeer, waar zich door een of andere storing honderden ongeduldige mensen verdrongen om de bagageband. Er was ook niemand die vroeg naar zijn coronapapieren. Die moet hij wel in de kroeg laten zien. Hij vindt het coronabeleid even geloofwaardig als de kletspraat van Boris Johnson.


Foto: auteur


donderdag, oktober 07, 2021

In het licht van Cuyp




Vanaf 3 oktober 2021 tot 6 maart 2022 is in het Dordrechts Museum de tentoonstelling In het licht van Cuyp te zien. Naast een groot aantal schilderijen van Cuyp, wiens werk grotendeels in buitenlands, met name Brits, bezit is, worden er ook werken van schilders getoond die zich door Cuyp hebben laten inspireren. De bekendste daarvan zijn Turner, Constable en Gainsborough. 


Jaren geleden, ik zou een fors aantal dagboeken moeten doorploegen om de juiste data te reproduceren, was er in hetzelfde museum een tentoonstelling over de Dordtse schildersfamilie Cuyp, waarvan Aelbert de beroemdste telg is. Ik meen dat naar aanleiding van die tentoonstelling door het museum een set ansichtkaarten werd uitgegeven, met een gedicht naar aanleiding van enkele doeken van Albert Cuyp. De meewerkende dichters waren: J.J.A. Mooij, Klaas Blokhuis, Jan Eijkelboom (over wie onlangs de biografie Nooit het hele hart verscheen, geschreven door Kees 'T Hof), Marieke van Leeuwen, Jan Veth, Pieter Breman en ondergetekende.


De kaarten zijn al lang geleden uitverkocht en nooit herdrukt. De reden daarvan weet ik niet, maar ik heb nog een setje liggen, dat ik een beetje koester als curiositeit. Het gedicht is ook opgenomen in mijn debuutbundel In dit laagland, die in 2005 verscheen bij uitgeverij Wagner & Van Santen.



woensdag, september 29, 2021

Warnaar: Failliet




Hij herinnert zich de eerste jaren dat hij in Thessaloniki kwam. Bij verschillende kiosken in het centrum en bij boekhandelaar Molho in de Tsimiskí kon je buitenlandse kranten kopen. Soms was uit Nederland alleen De Telegraaf voorhanden. Die liever niet. Meestal was er wel een Volkskrant. Ook niet ideaal, al dat azijn, maar vooruit, voor een keer. Vaak werd het The Guardian, ook weleens The Times en in latere jaren, toen het krantenaanbod geleidelijk aan verminderde, doorgaans The Herald Tribune voor het internationale nieuws en een van de lokale kranten voor de Griekse waan van de dag. 


Daarvoor had hij eerst Grieks moeten leren lezen. Modern Grieks, want met Oudgrieks kom je wel ergens, maar niet waar je wezen wil. Hij moet altijd een beetje lachen om mensen die proberen zich met Oudgrieks verstaanbaar te maken. Als ze daarbij de Erasmiaanse uitspraak gebruiken, denkt men in Griekenland al snel dat ze met iemand uit Polen of een van de Baltische landen van doen hebben. Die Erasmiaanse uitspraak is heel nuttig om de spelling van de diverse ie-klanken te onthouden, maar niet bedoeld om werkelijk in te converseren, vermoedt hij. Hij heeft het Erasmus niet kunnen vragen.


Tijdens de eurocrisis ging de laatst overgebleven buitenlandse krantenverkoper, een zaakje in de Kastritsiou, vlakbij het Agia Sofiaplein, failliet. Die had de laatste tijd alleen nog maar uit Nederland die vermaledijde Telegraaf. 'Weet je wel wat die krant over jullie schrijft?' had hij de verkoper eens gevraagd. Die had alleen maar zijn schouders opgehaald.


Foto: auteur




zondag, september 26, 2021

Warnaar: I'm from Barcelona




De vrouw uit de kleine studio beneden belt aan. Ze zegt iets in het Spaans, verstaat zijn Engels niet. Hij probeert het in het Frans. Dat begrijpt ze. Ze zit zonder warm water, heeft de verhuurster gebeld, maar niet begrepen wat er moet gebeuren. Hij loopt mee naar beneden en doet voor hoe de boiler aangezet kan worden.


Ze stelt zich voor als Carmen. 'Warnaar', antwoordt hij, 'de Hollande'. Er ontwikkelt zich een moeizaam gesprek. Ze verstaat wel Frans, maar spreekt het nauwelijks. Ze vraagt of hij weleens in Spanje is geweest. Nee, zegt hij, maar wel vaak in Lissabon. Spanjaarden en Portugezen, hij heeft weleens gehoord dat dat zoiets als Vlamingen en Walen is, maar goed, Lissabon ligt het dichtst in de buurt en om er te komen vlieg je over Spanje heen. Hij wenst haar een bon jour en gaat terug naar boven.


Hij werkt de rest van de ochtend aan een artikel en daalt daarna voor zijn lunch af naar de benedenstad. Als ze hem hoort terugkomen, opent mevrouw Carmen haar deur en vraagt hem nogmaals naar de werking van de boiler. 'Knopje omhoog, tien minuten wachten, knopje omlaag en je kunt douchen'. Dat valt nog niet mee in het Frans. Hij vraagt waar ze in Spanje woont. In Barcelona begrijpt hij uit haar antwoord.


Foto: auteur


woensdag, september 22, 2021

Warnaar: Borrel




In de straat stopt een ambulance met knipperende lichten. Twee broeders doen de achterdeur open en betreden de hal van het flatgebouw aan de overkant. Twee meisjes van de stomerij komen naar buiten om te roken. Het is de flat naast de stomerij. Op de ambulance staat Niercentrum. Of een niercentrum met een eigen ambulance uniek is voor Griekenland, weet hij niet.


De straat is nauw en er wordt ook nog eens geparkeerd, zodat niets wat rijdt langs de ziekenwagen kan. De straat stroomt vol auto's. Het stadscentrum verkeert al jaren in een verkeersinfarct. Als je een hartstilstand krijgt ben je dood, bedenkt hij. Hij ziet dat een van de meisjes van de stomerij bij een man achterop een motor stapt. De man rijdt weg over het trottoir. Dat hij daarbij tussen de tafels van een terras door moet manoeuvreren, deert hem niet. Hij is verbaasd dat er nog geen kakofonie van claxons is losgebarsten. Het zal de ziekenwagen zijn.


De twee verplegers lopen weer naar buiten met een opgeklapte brancard. Ze leggen hem in de ambulance, stappen in en rijden weg. Langzaam komt de stroom auto's op gang. Het andere meisje van de stomerij trapt haar peuk uit, zwaait naar hem en gaat naar binnen. Hij bestelt nog een borrel om bij te komen van de schrik.


Foto: auteur


vrijdag, september 17, 2021

Warnaar: Verbazing




Hij daalt af naar de gezamenlijke ruimte, waar het ontbijt klaar moet staan. Zo was het sinds hij hier zijn Griekse pied-à-terre heeft. Niets. Hij gaat terug en kijkt nog eens naar het welkomstbericht. Het staat er toch echt: 's morgens tussen 08.00u en 10.00u kunt u het ontbijt afhalen in de gezamenlijke ruimte bij de receptie. 


Het ontbijt bestaat deze morgen uit een fles 'hand sanitizer', waarvan iedereen vrijelijk gebruik mag maken. In het bericht staat ook dat het personeel vanwege het virus de appartementen niet schoon mag maken. Verzoek is dat zonodig zelf te doen, schoonmaakmiddelen zijn op aanvraag beschikbaar. Handdoeken worden niet verwisseld, schone lakens zijn verkrijgbaar op verzoek.


Hij loopt de deur uit, een stukje de heuvel af, naar de kleine supermarkt om de hoek. In Griekenland is men nog geheel van het bal masqué. Hij doet zijn smoellap op, stapt naar binnen en zoekt zijn ontbijt bij elkaar. De man achter de kassa vraagt vriendelijk hoe het met hem is. Het is goed met hem. De zon schijnt, het verkeer raast nog altijd dat het een aard heeft en als gewoonlijk lekt het in de badkamer. Grieken en loodgieten, dat gaat slecht samen. Het verbaast hem dat iedereen zich in binnenruimtes gedwee achter de smoellap verschuilt. Hij verwachtte anders van dit opstandige volk.


Foto: auteur