maandag, januari 16, 2017

Van Gogh




Voor alle duidelijkheid: ik vind Vincent van Gogh niet een van de grootste schilders die ons land heeft voortgebracht. Wel een van de meest bevlogen. Op het fanatieke af en dat neemt hem niet voor mij in. Ik vind hem wel een groot briefschrijver. Veel van zijn brieven zijn aanzienlijk meer de moeite waard dan zijn schilderijen. Sommigen daarvan, zoals het beroemde De Aardappeleters, zijn niet om aan te zien. Het verbaast mij niets dat hij bij zijn leven slechts één schilderij verkocht, als ik mij dat tenminste goed herinner van de colleges kunstgeschiedenis. Als briefschrijver mag hij best wat meer worden geëerd.

Vincent van Gogh heeft ooit drie maanden in Dordrecht gewoond. Een verwaarloosbare periode, maar het schijnt op grootse wijze herdacht te moeten worden. Kennelijk heeft een aantal mensen bedacht dat er via Van Gogh enige eer voor de stad te behalen valt. Ik vind dat een tikje overdreven, al is het soms wel leuk om, als ik met bezoek van buiten Dordt in het Stadscafé zit, te kunnen zeggen: hier om de hoek heeft Vincent van Gogh gewoond. Ik verzwijg dan wel hoe lang dat was, zodat het nog een beetje indruk maakt.

Het aardigste van Van Goghs verblijf in Dordrecht is misschien wel de gedachte dat het goed mogelijk is dat hij zijn koffie weleens heeft gedronken in het café van mijn overgrootvader. Verder gun ik iedereen zijn feestje, als het maar geen geld kost. Dat kunnen ze beter besteden aan een stadsdichter, zodat Dordrecht wat dat betreft niet langer voor gek staat.


Foto: Kees Klok


zaterdag, januari 14, 2017

Griep




Na een avond dansen met de jongedame die nu en dan mijn bestaan opluistert, dacht ik dat ik griep had. Ik stond op met hoofd- en spierpijn, ik rilde en zweette tegelijk, maar de koortsthermometer ging niet hoger dan 37,38o. Even dacht ik verontrust aan mijn leeftijd, maar van bescheiden korting op de toegang tot musea ga je niet gelijktijdig rillen en zweten. Ik dacht ook even aan alcohol, maar ik was veilig thuisgekomen. Op de fiets zelfs. Griep, het kon niet anders, maar dankzij de griepprik had ik de volgende dag al nergens meer last van. Voor alle zekerheid legde ik de koortsthermometer nog even aan: 36,73o.

In mijn kleutertijd hadden we een huisarts die dag en nacht een donkere bril droeg, rookte en meestal pas 's avonds laat zijn visite bij ons liep. Hij heeft me behoed voor het knippen van mijn amandelen, toen een algemeen gebruik, waar ze op het consultatiebureau van het Groene Kruis erg voor waren. Daar moest je soms langs met je moeder. Meestal kreeg je dan een prik ('even flink zijn') en had je een paar dagen een zere arm of een stijf been. Onze huisarts wilde de koortsthermometer altijd in je hol prikken, maar dat is hem bij mij nooit gelukt. Hij moest persé onder mijn arm. Dat duurde langer. Als de dokter weinig tijd had, deed hij aan handoplegging en schreef daarna iets voor op de gok.

Soms stak ik een vinger in mijn hol. Die hield ik daarna onder de neus van mijn neefje, als die bij opa logeerde. Tot hij zich bij grootvader beklaagde, of de lol er alweer af was. Meligheid duurt nooit lang, behalve bij een van mijn vrienden. Als zijn vriendin meekomt naar de kroeg, is hij voorbeeldig gezelschap. Zonder haar verveelt hij eindeloos met de flauwste woordspelingen, die hij zelf geniaal vindt. Dan moet ik nog weleens aan die vinger denken.


Foto: auteur


woensdag, januari 11, 2017

Complot




Ik zit in het complot om aartshertog Franz Ferdinand te vermoorden, maar ik moet dringend urineren. Iemand wijst mij een toilet. De deur hangt bijna een meter boven de vloer. Ik kijk in een pot vol drollen en trek door. De drollen verdwijnen maar gedeeltelijk. Ik raak eerst in paniek, maar begin, ondanks mijn walging, toch te pissen. Daarna schrik ik wakker.  

Vroeger mocht je geen pissen zeggen. Dat vonden ze een onfatsoenlijk woord. Ik werd geïnterviewd door Janny Groen, een oud-klasgenote, die stage liep bij de NCRV. Ze maakte een radioprogramma over dromen. Ze had gehoord dat ik mijn dromen opschreef, maar niet dat ik daar alweer mee was opgehouden. Ik mocht over de mooiste dromen vertellen, die ik deels verzon. Ik mocht geen onfatsoenlijke woorden gebruiken, die werden door de eindredactie geknipt.

Ik vertelde dat ik vaak over de stad vloog. Ik gebruikte dan de schoolslag, zodat het een soort luchtzwemmen was. Er kwamen ook mooie eilanden en tuinen in mijn dromen voor. Dat ik eigenlijk alleen droomde van wateren in gore toiletpotten, of bezemkasten, vertelde ik haar niet. Janny maakte een mooie uitzending, met dromerige muziek. Nu schrijft ze in de Volkskrant. Daar is niets dromerigs aan, evenmin als aan de moord in Sarajevo.

Foto: auteur


zaterdag, januari 07, 2017

Goud





Vannacht had ik een droom. Dat is geen opzienbarende mededeling. Iedereen droomt. Een tijdlang schreef ik mijn dromen op. Althans wat ik mij ervan herinnerde. Dat moet je direct doen nadat je ontwaakt uit een droom. Wacht je tot 's morgens, dan ben je hem meestal kwijt. Als je niet wakker wordt, gaat de droom aan je voorbij. Misschien verzon ik weleens iets bij het noteren.

In deze droom was ik in een Grieks-orthodoxe kerk. Een grote, met verschillende kapellen. Een soort doolhof. Ik liep er verkleed als pope. Waarom weet ik niet. Ik ben geen pope, maar omdat ik Grieks spreek nam iedereen mij serieus. De kerk was vol mensen. Er waren drie trouwpartijen aan de gang. Ik liep maar wat rond en zei tegen iedereen die mijn hand kuste: 'Ο Θεός μαζί σας' (God zij met u). Dat vonden ze prachtig. Een man gaf mij een klompje goud. Ik vond dat ik het niet kon houden, maar ik durfde het niet in een van de offerblokken te doen. Na lang zoeken vond ik een sjofel gekleed mannetje in een schamel kantoortje. Hij borg het goud op in een lade. Daarna ging ik naar buiten. Aan de overkant van de straat stond mijn overleden vriend Lupius. Ook als pope verkleed. Toen hij mij zag, begon hij te lachen.

Op de zondagsschool hoorden we het verhaal van Jozef en de vrouw van Potifar. Dat was een geil wijf dat met de rechtschapen Jozef iets wilde doen waarover de juffrouw niet sprak. Ze was door de Heere toch al gestraft met een klompvoet. De rechtschapen Jozef die niet wilde doen wat de vrouw van Potifar verlangde, werd vals beschuldigd en in het gevang geworpen. Dat overkomt leraren soms, als ze een rotmeid geen voldoende geven. Jozef wist zich de gevangenis uit te kletsen met mooie praatjes waarin hij dromen uitlegde. Hij werd er zelfs onderkoning mee en bleef toch rechtschapen. Of ik ooit heb gedroomd van de vrouw van Potifar, weet ik niet, maar dat goud had ik beter kunnen houden.


woensdag, januari 04, 2017

Wereldleed




In september 1986 leerde ik I. kennen. Ze studeerde economie aan de Erasmusuniversiteit. Wij gingen kort daarop naar het Eiland van Brienenoord. Daar speelde de band van vrienden. Amerikaanse old-time muziek, waarbij je flink moet hebben ingenomen. Dat ik ooit een voet heb gezet op het Eiland van Brienenoord, komt als een verrassing. Ik vaar er weleens langs met de waterbus van Dordrecht naar Rotterdam. De waterbus is een zegen voor de reiziger die rustig aan wil doen. Een trekschuit zou een grotere zegen zijn, maar ik hoor ze van de Partij voor de Dieren al schreeuwen.

Toen ik I. leerde kennen, was er nog geen dierenpartij. Hans Janmaat zat in de Kamer voor de Centrum Partij. Die had even onzinnige opvattingen als de PVV. Als hij sprak, had je het idee dat hij een beetje kwijlde. Daarom nam niemand hem serieus. I. werd geboren op Curaçao, woonde een tijdje in Brazilië en was volgens mij bruin. Zelf noemde zij zich zwart. Ze woonde in Spijkenisse en trok zich het wereldleed erg aan. We begonnen elkaar lange brieven te schrijven, ook al was de metro van Rotterdam toen al doorgetrokken naar Spijkenisse. Zij legde uit hoe het verder moest met de wereld, ik schreef dat dat alleen via de dichtkunst kon. Dat geloofde ik.

Voor ik I. leerde kennen, woonde de broer van mijn moeder in Spijkenisse. Hij was de jongste van het gezin, ingenieur bij Rijkswaterstaat en had een open haard. Als enige van de Hollandse familie. Hij had een buurman die, ik geloof, Mager heette en apen hield. Op een dag verhuisde hij naar de Veluwe en begon daar een apenpark. Dát Spijkenisse bestond niet meer toen ik bij I. op bezoek ging. De eerste keer dat ik in een getto sliep. Ik kan overal slapen, vooral met een borrel op. Ik heb eens bij een optreden van Dexter Gordon onder een luidspreker zitten slapen. Daar ben ik niet trots op, maar ik schreef er wel mijn eerste gepubliceerde verhaal over.

Op 28 november 1986 bezocht ik met I. een lezing van Hans Warren, in buurthuis De Keet in Sterrenburg. Hans Warren schreef daarover in zijn Geheim Dagboek, deel zestien: 'Gisteren hoefden we pas omstreeks halfzeven te vertrekken, naar een aftandse barak in de Dordtse wijk Sterrenburg. Het ging wéér prima, vooral mijn gedichten las ik erg goed' (p. 307). Ik vermeld in mijn eigen dagboek dat wij daar die avond waren en daarna heel geil hebben gevreeën. Dat gevreeën staat er letterlijk. Niet lang daarna begon I. in haar brieven over onthechting te spreken.

Foto: archief auteur



zondag, januari 01, 2017

Geraniums




's Morgens merk ik dat het heeft gevroren. Er ligt ijs op de verandatrap. Ik kan er niet af. Toch moeten er nog een paar geraniums worden gered. Ik strooi zout. Knisperend begint het ijs te smelten. Al dagenlang schijnt de zon volop. Claire zegt dat ze haar schaatsen heeft klaarliggen. Ze wil weleens langs de molens bij Kinderdijk schaatsen. Het zal een prachtig gezicht zijn, met haar vlammende elfenhaar van onder haar witte muts.

Ruim veertig jaar geleden schaatste ik voor het laatst. Als jong onderwijzer, met mijn klas, op de singel in het dorp waar ik mijn onderwijsloopbaan begon. Ik droeg een lange jas, een hoed en rookte, al schaatsend, een pijp. Evenals de geraniums vond ik de koude niet te verdragen.

Ik veeg de trap schoon, haal de bloembak van de muur, verpot de planten en zet ze binnen. Ik houd van bloeiende geraniums. Dat heb ik gemeen met Charles Dickens. Ze doen mij denken aan de zomer en aan het huis van mijn grootouders. Ze staan voor warmte en geborgenheid. Ze doen mij ook denken aan Claire, nog midden in haar jeugdige bloei. Claire is een bloem die ik zou willen plukken, om haar voor altijd tussen de bladen van mijn dagboek te bewaren. Claire, die mij uitlacht en mij een malle romanticus noemt.


Foto: auteur


donderdag, december 29, 2016

Twee voor de prijs van één




Er kwam een brief van de gemeente Dordrecht. Dat ik vanwege mijn licht gevorderde leeftijd een jaar lang gratis met de bus mag, als ik eerst twaalf en een halve euro betaal. Een genereus gebaar jegens mensen die vaak gebruik maken van de bus, maar ik zit er hooguit een keer of vier per jaar in en van twaalf en een halve euro kun je een fles heel behoorlijke wijn kopen.

Ik loop of ik fiets. Toen ik herstellende was van mijn hartstilstand, deed ik een aantal weken aan revalidatie. In een soort sportschool, maar dan zonder spierballenmacho's. De eerste keren nam ik de bus, maar al snel ging ik op de fiets. Als je een beetje doortrapte was het een half uurtje heen en een half uurtje terug. Niet dat ik zo'n sportief type ben, maar het was een leuke aanvulling op de fysio. Welbeschouwd twee voor de prijs van één en een tevreden cardiologe op de koop toe. Die benadrukt wel iedere keer dat ik niet moet terugvallen op mijn oude gewoonte om één keer per dag een sigaartje of een pijp te roken. Mijn Griekse, medische vrienden moeten een beetje lachen om zoveel bezorgdheid.

In Griekenland fiets ik niet. Er zijn elegantere manieren om jezelf het leven te benemen. Wel loop ik daar een paar maal per dag tegen een steile helling op. 'Niet doen,' zeggen de Grieken, 'wel veel wandelen, maar hellingen vermijden.' Soms, als ik in een luie stemming verkeer, neem ik halverwege die helling de bus. Op mijn licht gevorderde leeftijd mag ik voor de halve prijs en in Griekenland wordt nog overal gerookt.


Foto: auteur