donderdag, november 16, 2017

Natuurgeweld



Toen ik in 1987 een tijdje studeerde aan de Universiteit van Minnesota, verbleef daar ook een Portugese, Maria Teresa, uit Porto. Een tengere, wat stille, jonge taalwetenschapster, die op een dag bekende dat ze doodsbang was van tornado's. Daar had ze vreselijke dingen over gehoord en verschrikkelijke dingen van gezien. Ik geef toe dat ik ook niet echt gecharmeerd ben van dergelijk natuurgeweld, maar toen er op een avond een tornado over een deel van de stad trok, was ik mij daar niet eens van bewust. Het was de eerste avond dat ik Stella mee uit eten nam, naar een Mexicaans restaurant, ergens in een shopping mall, waar ook een Nederlands pannenkoekenrestaurant was gevestigd, maar dit terzijde. Terwijl de andere deelnemers aan het seminar in American Studies de avond doorbrachten in de schuilkelder van Middlebrook Hall, romantisch gelegen aan de oever van de Missisippi, zaten wij te tortelen bij de tortilla's en de chili-con-carne.

Dat er een tornado was geweest, die in een van de buitenwijken aanzienlijke schade had aangericht, merkten we pas toen we thuiskwamen en daar een aantal bezorgde deelnemers aan het seminar troffen. Maria Teresa vertelde huiverend over Ragnar, mijn IJslandse kamergenoot, die tegen alle adviezen in op het dak van Middlebrook Hall was gaan zitten, met zijn camera in de aanslag, om de foto van zijn leven te schieten. Ragnar was een tamelijk onversaagde viking. Als hij naar zijn vrouw in Reykjavik belde, hoorde je soms ineens een Nederlands woord in zijn IJslands.

Aan het einde van het seminar maakten we een rondreis door de Verenigde Staten, die ons in Albequerque, New Orleans, Washington, Boston en New York bracht. Maria Teresa stapte steeds zuchtend in het vliegtuig, angstig dat we uit de lucht zouden worden gezwiept door een van de tornado's, die in haar idee onophoudelijk over de prairies raasden. Dat viel mee. Behalve een stevige onweersbui in het broeierige New Orleans, bleef verder natuurgeweld ons bespaard. In New York namen we afscheid. Maria Teresa was nog niet terug in Porto, of Portugal werd getroffen door een windhoos, die in enkele dorpen schade aanrichtte. Een windhoos is gewoon een tornado die minder dreigend klinkt. Ik denk nog weleens met weemoed terug aan dat Mexicaanse restaurant.

Foto: Brabants Historische Informatie Centrum





maandag, november 13, 2017

Dromen



In de jaren tachtig, grofweg tussen dat het uit ging met Marion en aankwam met Marjan, had ik regelmatig akelige dromen. De droom die het meest voorkwam, ging zo:

Ik was in gezelschap van koningin Beatrix op staatsbezoek bij een Papoeahoofdman op Nieuw-Guinea. Aan het banket droeg de koningin inlandse kleding, dat wil zeggen dat ze het bovenlichaam bloot had. Haar borsten, erg bruin, stonden op een abnormale manier naar opzij. Tijdens het diner zag ik dat een grote, fel groen en geel gekleurde slang langzaam langs de poot van mijn stoel omhoog kroop. In paniek sprong ik op, gooide de stoel van mij af en rende naar de andere kant van de hut. Langzaam en kaarsrecht gleed de slang tegen de wand onhoog. De rest van het gezelschap bleef volkomen kalm. De hoofdman wees me op een geladen luchtbuks die aan de wand hing. Ik nam de buks, richtte en schoot de slang in de kop. Die was nog niet helemaal dood, maar hij begon langzaam, en nog steeds kaarsrecht, van de muur af te vallen, in mijn richting.....

Ik zocht panisch naar een nieuw kogeltje om de buks te laden. Ondertussen kwam een spiernaakte Miranda H. (een leerlinge) door een deur links van mij binnen met de woorden: 'Ik zal je wel even helpen.' Ze pakte de slang op, liep naar me toe en wilde hem met een snelle beweging in mijn gezicht duwen. Toen hij zo dichtbij was dat ik zijn tong kon voelen, zag ik kans het ondier achter de kop te grijpen en van mij af te werpen.

Op de zondagsschool, die ik niet kon ontlopen omdat mijn eigen vader er lesgaf, hadden we enige tijd een juffrouw met een horrelvoet. Horzelvoet, zeiden wij. Ze kon mooi vertellen, al leidde die voet soms af. Het verhaal ging dat ze in haar jeugd polio had gehad, kinderverlamming. Dat kreeg je als je ouders zo achterlijk waren om je niet te laten inenten.

De juffrouw met de horzelvoet vertelde ons het bijbelverhaal van Jozef en de vrouw van Potifar. Jozef was een rechtschapen jongeling, die door zijn ontaarde broers als slaaf was verkocht. Zo kwam hij, als ik het mij goed herinner, in huis bij Potifar, wiens vrouw terstond geil werd op het knaapje. Jozef weigerde het wijf aan te raken, dat wraak nam door hem bij Potifar aan te geven wegens seksueel grensoverschrijdend gedrag. Jozef kwam in het gevang, waar hij dromen uit ging leggen. Ook die van de farao en zo maakte hij onverwacht een mooie carrière in het Egyptische staatsapparaat. Ik ken niemand die mijn droom zou kunnen uitleggen. Wel moet ik vaak denken aan het verhaal van Jozef, als ik lees wie er nu weer op de proscriptielijst van de eigentijdse moraalfetisjisten is beland.


Afbeelding: Lucas van Leyden - Jozef en de vrouw van Potifar (1512). Museum Boijmans van Beuningen.


donderdag, november 09, 2017

Wintertijd



De wintertijd is weer ingegaan. De normale tijd, legde iemand uit op de radio, de zomertijd schijnt later te zijn uitgevonden. Als verklaard tegenstander van de winter, met al dat vocht, die rotkou, die smerige sneeuw en gladheid, vind ik de wintertijd maar niets. Ook die zogenaamde ijspret kan me gestolen worden, inclusief het Elfstedentochtenthousiasme, maar daar zijn we gezien de klimaatverandering voorlopig wel van af, geloof ik. De enige goede winter is een voorbije winter, bij voorkeur vastgelegd op een mooi schilderij van een van onze zeventiende eeuwse meesters. Als je zonodig winter wil, dan ga je maar naar het Dordrechts Museum, daar hebben ze vast iets van je gading om zo lang als je wil, nu ja, van openings- tot sluitingstijd, de winter te beleven. Ik herinner mij een prachtig wintergezicht van Albert Cuyp, rondom het Huis te Merwede.

Een andere naam voor het Huis te Merwede is kasteel Ter Merwe. Jarenlang had je aan de Groenmarkt de Taveerne 'Ter Merwe'. Als de Engelse familie in de zomervakantie kwam logeren, gingen mijn vader en oom Harold daar hun oude jenever drinken. In mijn ogen waren het stokoude mannen van ergens in de veertig. Nu ik zelf op licht gevorderde leeftijd ben geraakt, denk ik anders over het begrip stokoud, maar dit terzijde.

Taveerne 'Ter Merwe' maakte deel uit van de nu grotendeels vergane glorie van de naoorlogse Dordtse horeca: hotel Ponsen, Statenhof, Americain, Ter Merwe en hotel Bellevue waren de namen die vielen als er in de familie iets groots moest worden gevierd. Een huwelijk, een jubileum of een kroonjaar. Ter Merwe was bij vader en oom ook in zwang voor de dagelijkse borrel. Ik was te jong om het mee te maken. Toen ik de horecaleeftijd had bereikt lonkten andere gelegenheden. Ter Merwe was Ter Merwe al niet meer, maar leefde, of liever sukkelde, voort onder allerlei namen. Ik herinner mij Paradijs, met Chinees-Indische keuken, geloof ik, Multatuli, met Indische cuisine, en er was, dacht ik, ook een tijdje een Griek gevestigd, maar om precies na te gaan wat er allemaal heeft gezeten tot Baloe Beer er introk, waarmee het ooit statige Ter Merwe zich definitief tot het volkse bekeerde, zou ik naar het Stadsarchief moeten. Van al die oude glorie is alleen Bellevue nog over, al heeft het er weleens om gespannen of dat zou blijven bestaan. Oom Harold heeft er in 2001, toen het tenslotte tijdig gestuite verval zich al begon aan te dienen, nog zijn negentigste verjaardag gevierd. Met als aperitief een oude jenever.

Foto: Kees Klok



maandag, november 06, 2017

Parade



Omdat ik een tekst moet schrijven voor een documentaire, drink ik koffie in het Tijdelijk Schrijfhuis. Aan de deur hangt een bordje 'niet storen,' maar dan in het Grieks. Het Tijdelijk Schrijfhok ligt aan de achterkant van het gebouw, waar je geen last hebt van bulderende motoren en knetterende brommers. Er is niemand in Griekenland die defecte uitlaten repareert.

De herrie komt vandaag van boven. Al de hele ochtend scheuren straaljagers laag over de stad. De luchtmacht oefent voor de parade van 28 oktober. Dan viert het land dat het zevenenzeventig jaar geleden betrokken raakte bij de Tweede Wereldoorlog. Ieder jaar marcheert het leger, rijden er tanks en kanonnen door de straten, vliegen straaljagers en helicopters over en mag de aartsbisschop van Thessaloniki, een extreem rechtse boekverbrander, met de president en de generaals op het podium.

Vóór de militaire parade marcheren de schooljeugd, de studenten, de oud-strijders, de volksdansverenigingen en het verplegend personeel. De knapste leerling mag voorop lopen. Er zijn overal veel vlaggen en er is opwekkende marsmuziek, zodat iedereen netjes in de maat blijft. Het leukst zijn de studentes in hun korte rokjes, die ieder jaar korter lijken te worden, maar verder moet ik vooral denken aan de uitspraak uit 1908 van Paul Léautaud: 'Er zijn nog steeds idioten die warm lopen voor al dat gebral over het leger, de vlag en het vaderland. Dergelijke ideeën zijn al even ongezond als die over de godsdienst.'

Ik ben tijdens de parade niet meer in het land, maar thuis, op mijn eigen eiland. Om eindelijk die tekst eens af te maken.

Foto: Ekathemerini


vrijdag, november 03, 2017

Eitje



Omdat het nog mooi nazomer weer is, wordt het ontbijt op het dakterras van het hotel geserveerd. Links palmbomen waarachter de Akropolis oprijst. Aan de andere kant aanzienlijk minder fraaie hoogbouw uit de jaren zeventig. Als ik recht voor mij uit kon kijken, zou ik de Romeinse agora zien, maar er staat een afrastering voor. Je kunt kiezen tussen Engels en continentaal. Ik wil weleens een eitje kiezen, maar het spek, de worstjes en de glibberige substantie die witte bonen in tomatensaus moet voorstellen, laat ik aan mij voorbij gaan.

Na het ontbijt neem ik in mijn kamer de pilletjes die de dokter in haar wijsheid heeft voorgeschreven. De bedoeling is dat ik geen hartstilstand meer krijg, want het is niet gegarandeerd dat ik er dan even goed vanaf kom als de eerste keer. Er is helemaal niets gegarandeerd, hoe bekwaam mijn cardiologe ook is. Als ik op het spreekuur kom, begint mijn hart weliswaar sneller te kloppen, maar hoe lang het feestje nog duurt krijg je van niemand te horen.

Mijn kamer ziet uit op een binnenplaats, maar hier werkt de wifi wel, zodat ik de foto van mijn ontbijt op Facebook kan zetten. Dat maakt het ontbijt compleet. Er zijn mensen die er heel ongelukkig van worden als ze hun ontbijtje niet tijdig wereldkundig hebben gemaakt.


Foto: auteur


dinsdag, oktober 31, 2017

Engels meisje



Zo geobsedeerd als de Engelsen zijn met veiligheid, zo zorgeloos lijken op dat gebied de Grieken. Ik weet wel dat het een algemeenheid is en dat je niet iedereen over één kam kunt scheren, maar het verschil valt nogal op als je na een bezoek aan Engeland naar Griekenland reist.

In Engeland werd ik uitgenodigd voor een fietstochtje. Langs een van de kanalen die werden gegraven aan het begin van de Industriële Revolutie. Ik moest en zou een fietshelm op, anders mocht ik niet mee. 'Ik fiets al vijftig jaar zonder zo'n ding,' voerde ik aan als trefzeker argument. Het hielp niet.

Kort daarna, op het Griekse eiland Skyros, scheurde een motorrijder langs, met zijn helm stoer aan het stuur. Ik zag regelmatig stelletjes op een motor, waarvan hij met helm en leren pak en zij helmloos in een zomerjurkje. Vrouwen zijn nu eenmaal onbevreesder dan mannen.

De Engelsen hielden zich angstvallig bij het pad, waarop geen ander verkeer reed. Als ze een voetganger tegenkwamen, dan werd flink afgeremd. Moest een brug worden gepasseerd of een weg overgestoken, dan werd afgestapt en gelopen. Pas zag ik een meisje op de fiets, zonder licht, dat met wapperende haren door het hectische verkeer van Thessaloniki slalomde. Het waren rode haren, maar het was vast geen Engels meisje.

Foto: auteur


zaterdag, oktober 28, 2017

Politici



In zijn dagboekdeel Wat je zegt ben jezelf schrijft C. Buddingh': 'Bijna iedere keer als er een ongure kop op het tv-scherm verschijnt, blijkt het een politicus te zijn.' Badinerend bedoeld, ongetwijfeld, en het klinkt leuk, maar het riekt me net iets te veel naar 'het zijn allemaal zakkenvullers!' Het stupide borreltafelsentiment dat tegenwoordig ook breed wordt uitgedragen in de sociale media. Daarmee is het nog niet waar. De politiek, en laat ik het nu maar houden bij de Nederlandse, is een afspiegeling van de samenleving. In die samenleving heb je keurige, gewetensvolle mensen, geslepen oplichters en losgeslagen idioten die met hun bezopen hersens met een hamer inslaan op een barman.

Je hoort alom roepen dat de maatschappij en de omgangsvormen verruwen. Het zal wel, maar mij valt op dat automobilisten steeds vaker stoppen als ik een zebra wil oversteken. Of dat komt door mijn leeftijd, mijn indrukwekkende gestalte of toenemend verkeersfatsoen, zou ik niet weten, maar aangenaam is het wel. Daar staat tegenover dat de politiek ontegenzeggelijk verruwt. De manier waarop sommige Kamerleden met elkaar omgaan staat in schril contrast met de relatief bedeesde manier van debatteren voor de opkomst van het populisme. Holle vaten bommen het hardst, zei mijn moeder altijd. De grote bek is populair. Ik verbaas mij over de grofheid van sommige tweets van een bepaald Dordts gemeenteraadslid, maar nog meer als ik de man ontmoet en hij buitengewoon vriendelijk blijkt te zijn. Soms zijn we de weg kwijt.

Het is verstandig om de macht en de uitoefenaars ervan, de politici, te wantrouwen. Je weet maar nooit. Macht corrumpeert, dat wisten de Romeinen tweeduizend jaar geleden al en voor je het weet breken ze de zorg af of beginnen ze een oorlog. Dat neemt niet weg dat er ook politici zijn die netjes stoppen als je een zebra oversteekt. Die moeten we een beetje koesteren.


Foto: auteur (fragment van het gebrandschilderde raam De verrassing van Dordrecht door Jan van Egmont. Grote Kerk, Dordrecht)