zaterdag, februari 09, 2019

Sneu



'Men moet trachten zich niet belachelijker te maken dan men van nature al is.' Een citaat van C. Buddingh', de man van wie de naam zo vaak verkeerd wordt gespeld. Ook door citatenverzameling.com, die het weer ijzerenheinig hebben over Cees, waar het volgens Buddingh' zelf Kees moet zijn. De citaten waaruit dat blijkt zijn niet opgenomen en aan bronvermelding doen ze ook niet. Ik heb het daarom maar even opgezocht. Het citaat is te vinden op bladzijde 10 van En in een mum is het avond, althans in mijn eerste druk uit 1975.

De foto op de achterkant toont een vriendelijk lachende Buddingh'. In zijn rechterhand een glas, misschien wel met zijn favoriete whisky, en in de linker een sigaartje. In 1975 kon dat nog gewoon. Nu zou je de moraalpolitie aan de deur krijgen, de zeloten van Fons Nijpels, dat anti-rookfantoom dat zich inderdaad belachelijker maakt dan het van nature al is. Hetzelfde geldt voor de eurocommissaris met die onuitsprekelijke naam, die onlangs meende de Griekse onderminister voor volksgezondheid te moeten kapittelen, omdat hij op zijn ministerie rookte. Na het zwaaien met het waarschuwende vingertje, mocht de moraalridder in een dienstauto door de smog van Athene naar het vliegveld, stel ik mij voor.

Wie zich ook voortdurend belachelijker maken dan ze van nature al zijn: die jurken uit de Tweede Kamer van DENK en de PVV, die steeds ruzie hebben op een toon die meer past bij een achterbuurtkroeg dan een parlement. Je zou maar op een van die twee hebben gestemd. De Bond tegen het vloeken kan er trouwens ook wat van. Ik ben voor beschaafd en zorgvuldig taalgebruik, waarmee je je kunt onderscheiden van gele hesjes en ander ordinair rancunevolk, maar je zet jezelf toch wel een tikje voor schut als je gaat mauwen wanneer iemand 'Jezus!" roept in De Luizenmoeder. Wat moeten ze dan roepen? Cees, pardon, Kees misschien? Sneu hoor, dat je vind dat je moet opkomen voor iemand waarvan je gelooft dat hij de zoon van God is, zonder te beseffen dat, als het zou kloppen, zo'n type wel voor zichzelf zou opkomen. Reken maar dat die acteurs dan allang geslagen zouden zijn door één van de plagen van Egypte.


maandag, februari 04, 2019

Poëzieweek



Lieve Stella,

We zitten midden in de Poëzieweek. Een mooi initiatief in de verkeerde tijd van het jaar. Poëzie is iets voor zwoele zomeravonden in het openluchttheater van de Romeinse Agora in Thessaloniki. Op afstand, maar niet storend, bruist de stad onwetend voort en nu en dan zoemt op grote hoogte een vliegtuig voorbij. Of in de tuin van Floor, naast die kille Rotterdamse schouwburg. Ik herinner mij een avond in 2000, dat we daar met een aantal Griekse dichters, te gast bij Poetry, zaten. Ondermeer met Nasos Vayenas, die verrast was dat hij in de Spiegel van de Griekse Poëzie, van Hans Warren en Mario Molegraaf, stond, iets wat zijn Atheense uitgever vergeten was te melden. Hij ging het boek direct kopen, ook al had hij vast een gratis exemplaar van uitgeverij Meulenhoff kunnen krijgen. Ik herinner mij ook Athina Papadaki en die aardige Titos Patrikios.

Juni, dat is een maand voor een Poëzieweek, maar januari! In 2003 was het vijftig jaar geleden dat de watersnoodramp plaatsvond. Ik was door de redactie van het literaire tijdschrift Ballustrada uitgenodigd om mee te gaan met een bustocht door Zeeland, met Zeeuwse collega's, die op verschillende plaatsen in de provincie verzen over de ramp lazen. Daar stonden we 's morgens om negen uur in een sneeuwstorm op een verlaten parkeerplaats in Vlissingen voor eigen parochie te lezen. Een voorbijganger die de hond uitliet schudde verbijsterd het hoofd en liep toen toch maar snel door.

'Bent u van een sekte?' vroeg een passerende dame. Ik kan mij het jaar niet meer herinneren, maar ik was gevraagd om onder aanvoering van Alexis de Roode met een aantal dichters voor te dragen in het Utrechtse Hoog Catharijne, nog voor het een grondige verbouwing onderging. We trokken met een bakfiets, die dienst deed als mobiel podium, steeds van de ene kant van het winkelcentrum naar het andere. Zodra we in het vizier kwamen, maakten de meeste voorbijgangers zich zo onopvallend mogelijk uit de voeten. Het was binnen, dus we hadden geen last van het weer en het was ook niet in de Poëzieweek, maar ik begreep de vraag van die mevrouw wel, al ging het in ons geval duidelijk niet om Jehova of Swami Bami, maar om Erato en Terpsichore.
Wie aan poëzie doet, behoort tot een sekte. Wat mij steeds weer verbaast is hoeveel mensen staan te trappelen om het tot prediker van die sekte te brengen, zonder ooit kennis te hebben genomen van een boodschap. Ik bedoel, we krijgen bij uitgeverij Liverse veel bagger binnen van mensen die zich inbeelden dichter te zijn, maar die meestal geen letter poëzie hebben gelezen, behalve misschien die enkele verplichte versjes voor het examen Nederlands. Als die nog niet zijn afgeschaft. Het lezen, lezen en lezen van poëzie is, naast het hebben van talent, de absolute voorwaarde om je als dichter te kunnen ontwikkelen, maar die boodschap is aan veel inzenders niet besteed. Ik heb dat afgelopen zaterdag ook maar weer eens uitgelegd op de lokale radio, waarna ik naar huis ben gefietst om het zoveelste goedbedoelde, maar oubollige en zonder talent geschreven manuscript voor de Bordeauxreeks met een standaardbrief te laten terugsturen. Dat is niet beleefd, ik geef het toe, maar ik ga niet meer in discussie met mensen die misschien een aardig balletje kunnen trappen in het vijfde elftal van een club uit de laagste afdeling zaterdagvoetbal, maar er zelf van overtuigd zijn dat ze zo in de basis kunnen bij FC Dordrecht. 'Lees eerst Kira Wuck eens, of Radna Fabias, Tjitkse Jansen, Job Degenaar, Gerrit Komrij, De Schoolmeester, Hans Warren, Hugo Claus, Remco Campert, André van der Veeke, Jan J.B. Kuipers, Amarantha Groen, Josse Kok en nog driehonderd anderen!' Ik zou het van de daken willen schreeuwen al heb ik niet de illusie dat het helpt. Straks kijk ik in de brievenbus en dan ligt er weer zo'n door de eigen familie bewonderd genie, dat in de spiegel een tweede Jean Pierre Rawie ziet, met bijbehorende verkoopcijfers.
Poëzieweek, een prachtig initiatief, maar er waait een gure westenwind en er is natte sneeuw voorspeld. Gelukkig is het over vierentwintig dagen maart. Eind maart komt de debuutbundel uit van Rogier de Jong. Iemand met talent die het wel heeft begrepen.

Op de internetpagina met Poëzieweekactiviteiten in Nederland en Vlaanderen is Dordrecht notoir afwezig. Dat verbaast mij niet, maar ik wil niet opnieuw gaan klagen. We weten nu eenmaal dat in onze stad de letteren traditioneel, want dat gaat heel ver terug, een ondergeschikte rol spelen vergeleken met de andere kunsten en zeker met de beeldende kunst. Dat wordt treffend geïllustreerd door het feit dat Dordrecht wel een stadskunstenaar heeft, maar geen stadsdichter. Het zal de gemiddelde Dordtenaar een zorg zijn. Nergens worden de uitgaven van het Buddingh'-genootschap zo slecht verkocht, vertelde de uitgever mij, als in Dordrecht. De gemiddelde Schapenkop heeft trouwens geen idee dat Dordt een uitgeverij herbergt, Liverse, jawel, die stug voortbouwt aan een kloek poëziefonds, iets wat veel landelijke critici ook nog steeds lijkt te ontgaan, en er is in juli dan wel een hele grote boekenmarkt, maar hoeveel inwoners van de buitenwijken komen daar op af? Ach, wat hindert het ook. Gerard Reve schreef in al zijn wijsheid dat dit land over vier- of vijfhonderd jaar, dat wil ik even kwijt zijn, toch is ondergelopen. Als de wereldbevolking zich in het huidige tempo blijft voortplanten, hoeven we echt niet zo lang te wachten, vrees ik, al gaat de middelbare schooljeugd tot in lengte van dagen door met demonstreren tegen de klimaatverandering.

Demonstreren! Toen ik zestien was dacht ik ook dat het nut had. Op mijn zesentwintigste speelde de kwestie van de kruisraketten en er was ook iets met wat neutronenbom werd genoemd. Ik ben er niet tegen gaan betogen, ik had toen al een hekel aan schreeuwende menigten, maar op het prikbord achter in mijn lokaal, ik gaf toen les op een mavo, hingen wel posters met 'Stop de neutronenbom!' Dankzij Trump en zijn opzeggen van een belangrijk kernwapenverdrag lijkt die discussie weer helemaal terug. Tja, Donald Trump, ook zo'n icoon van een zelfdestructieve mensheid, die vermoedelijk nooit een dichtbundel leest, al weet je dat nooit honderd procent zeker.

In gedachten, altijd,

Kees

Dordrecht, 4 februari 2019

Foto: Ronald Peters


donderdag, januari 31, 2019

Gedichtenweekgedicht



Picasso's leed

Zijn naam was eindeloos langer
dan die van Anton Heyboer.

Zijn vrouwen kwamen een voor een, zoals
de Russen in de tijd van Karel van het Reve.

Bij iedere nieuwe liefde wisselde hij van stijl.
Heyboers vrouwen bleven hem op twee na haremtrouw.

Waar Picasso koos voor Parijs verbleef Heyboer
kortstondig gedwongen te Berlijn, waarna hij vluchtte

naar de Vinkeveense plassen. Het is de vraag of Picasso
ooit van de Vinkeveense plassen heeft gehoord.

Later werd het een boerderij in Den Ilp. Ook daar had
Picasso geen weet van, denken wij.

Foto: auteur


woensdag, januari 30, 2019

Kafka



Een boekhandel die tegelijkertijd café is, of een café dat tevens boekhandel is. Dat vind ik een prachtcombinatie. Jarenlang was ik stamgast in Loxias, café en boekhandel in Thessaloniki. Een geliefde plek bij studenten, geleerden, dichters, schrijvers en dergelijken. Jarenlang gold het adagium 'als er een bom op Loxias valt, is het gedaan met de cultuur van de stad.' Wie doodging bleef een beetje meedoen, want waar geen boekenkasten stonden, hingen portretten van dichters, filosofen en acteurs aan de muur. Vanaf zijn plek tegenover de bar keek de wijsgeer Kornilios Kastoriadis (1922-1997) mij altijd indringend aan, zoals je dat van een filosoof verwacht. Dat wij niet alleen dezelfde voornaam hebben, maar ook een identiek kapsel, is toeval, maar het komt niet zelden voor dat, als ik mij in Griekenland voorstel als Kornilios, iemand 'Kastoriadis' roept.

Een ander café alias boekhandel is Kafka, in de havenstad Alexandroupolis. Ik ontdekte Kafka bij toeval, toen ik in de stad overnachtte op doorreis naar het eiland Samothraki. De dag dat ik aankwam was er geen veerboot. Het openbaar vervoer in Griekenland neemt steeds dramatischer vormen van verval aan, ook al doen ze er alles aan om het anders te laten lijken. Onlangs opende premier Tsipras juichend een metrostation in Thessaloniki, waar al sinds 2006 wordt gebouwd aan een lijntje van negen kilometer, maar er lag nog geen meter rails en volgens optimistische prognoses kan de lijn pas in 2021 of 22 in gebruik worden genomen. Het doet aan de Hoekse Lijn denken, of aan de Noord-Zuidlijn, maar in Nederland hebben we alles vanzelfsprekend veel beter voor elkaar dan in het zonnige zuiden. Er wordt veel gesproken over een hogesnelheidslijn tussen Thessaloniki en Athene, maar ook die schijnt steeds weer op uitstel te stuiten. Misschien moeten ze de bedenkers van de Intercity Direct eens raadplegen, die hebben ervaring met krukken op het spoor.

Kafka dus. Toen ik binnenstapte trof me een aangename, wat studieuze sfeer. Boeken tot het plafond. Je moest via een verschuifbare ladder naar de hoogste planken, iets wat ik met mijn hoogtevrees maar overliet aan het personeel. Aan de andere kant tafeltjes, waaraan overduidelijk werd gestudeerd, achterin een bar en daarachter een prettige binnenplaats, waar regelmatig literaire- en muziekavonden worden georganiseerd. Voor Kafka ben ik op de terugreis van Samothraki nog een nachtje overgebleven. Alexandroupolis heeft ruim 72.000 inwoners, een universiteit en een boekhandel annex café, of, zoals je wil, café annex boekhandel. Soms voel ik mij als inwoner van Dordrecht ernstig tekort gedaan.



Foto's: auteur


zaterdag, januari 26, 2019

Lage streek



Iemand belt namens het NRC-Handelsblad. Ik heb mij vele malen aangemeld bij het bel-mij-niet-register, maar weet zo'n man in een 'call centre' ergens in het buitenland veel. Of hij mij een proefabonnement cadeau kan doen, 'want in het verleden heeft u de krant ook gelezen.'
'Dat is lang geleden, toen heer Olivier B. Bommel nog op de Achterpagina stond.'

Ik vertel dat ik mijn abonnenment heb opgezegd toen Bommel uit de krant verdween. Er zijn grenzen. 'Als Bommel terugkeert, neem ik weer een abonnement, zeg dat maar tegen je hoofdredacteur.'
Hij probeert het nog met een: 'Maar Marten Toonder is toch alweer een tijdje dood?'
'Jazeker. Stan Laurel en Oliver Hardy ook, maar daarom lachen we niet minder om de Dikke en de Dunne.'

Voor hij afbelt klinkt het bandje van het bel-mij-niet-register, waar ik niet meer naar luister. Ik luister naar de radio, de lokale, waar iemand zich druk maakt over de giftreinen die al jaren onbekommerd door de bebouwde kom van Dordrecht rijden. Op tweehonderdvijftig meter van mijn huis, door de gevaarlijkste spoorbocht van Nederland. De boosheid en verontrusting zijn terecht, maar het economisch belang gaat altijd voor, vraag dat maar aan de Groningers, en er is geen Tom Poes om een list te verzinnen.

Bommel uit het NRC-Handelsblad! Een lage streek van het Internationaal Oliekapitaal.


zaterdag, januari 19, 2019

Onbezorgd genieten



Lieve Stella,

Vanmorgen stond een overlijdensadvertentie in De Dordtenaar van Anton Stoop (die achtentachtig jaar is geworden, maar dit terzijde), waarin een dichtregel van jou. Het ontroerde me. Ik zag het via het internet. Hans van Rijn maakte mij er op attent, want ik ben op het ogenblik in Athene. Ik schrijf dit op het terras van O Glykys, dat je je nog wel herinnert van onze bezoeken aan de stad. Ik vind het mooi dat jouw woorden, zoveel jaren na je overlijden, nog troost bieden. Het is een prettig terras, dat mij ook een beetje troost biedt op ogenblikken dat ik je mis, als ik alleen door Athene heb gezworven. 'Ben je eenzaam?' vroeg de jongedame die mijn bestaan nu en dan luister bijzet. Nee, dat ben ik niet, maar ik zou er heel wat voor geven als jij hier bij me kon zijn.

Gisteren heb ik het vliegtuig genomen. Op Schiphol. Ik arriveerde om een uur of tien. Omdat het toestel om twaalf uur vertrok, had ik tijd genoeg om na al het gedoe bij de controle koffie te drinken. Ik doe dat graag bij Het Paleis, maar daar was ik kennelijk nagenoeg onzichtbaar geworden. Hoewel het allerminst druk was, kwam geen enkele ober of serveerster de bestelling opnemen. Eén juffrouw zei goedemorgen in het voorbijgaan, maar daar bleef het bij. Na vijfentwintig minuten ben ik vertrokken. In de buurt van de gate was een aardig koffietentje. Wel zo makkelijk en ik denk nog goedkoper ook, al is niets op Schiphol echt goedkoop.
Ik heb met Aegean gevlogen. Er was nogal wat turbulentie. Misschien dat daarom het eten niets voorstelde. Doorgaans krijg je bij Aegean, die daarin een van de laatste der Mohikanen is, een maaltijd die voor luchtvaartbegrippen wel aardig is, maar nu...., een paar stukjes onbestemd vlees met kritharaki en een sausje dat nergens naar smaakte. Ik heb er vrijwel niets van gegeten en 's avonds de schade ingehaald bij Zorbas. Daar werd ik als de verloren zoon ontvangen. Het was er verontrustend stil, maar dat kan toeval zijn.
Ik ben hier ten eerste om Vaso en Alexis te zien. Alexis heeft mij opgehaald met de auto, zodat ik niet de metro van het vliegveld naar Monastiraki hoefde te nemen. De tweede reden is af te komen van mijn Griekse pensioentje, dat mij meer last dan profijt oplevert. Toen jij overleed had ik recht op een nabestaandenpensioen en in het begin was het een aardig extraatje, waarover ik in Nederland belasting betaal, want, zegt de Belastingdienst, dat wordt bepaald door het belastingverdrag dat Nederland met Griekenland heeft gesloten. In 1984, meen ik. Tot 2012 viel het in Griekenland onder de belastingvrije voet en hoefde ik daar geen aangifte te doen. Dat werd mij in het begin verteld, maar in Griekenland veranderde dus die voet, waardoor ik aangifteplichtig werd. Daarop heeft de Griekse fiscus besloten dat ik daar ook moet betalen, want zo is het volgens het belastingverdrag bepaald, zeggen ze op het kantoor in Thessaloniki. Beide diensten vinden dat ze gelijk hebben, waardoor er slechts een gering bedrag voor mezelf overblijft. Die fooi is de moeite niet waard en aangezien ik al lang droom dat ik helemaal niets meer te maken heb met de Griekse bureaucratie, heb ik al twee keer een aangetekende brief gestuurd met het verzoek dat pensioen te stoppen. Dan hoef ik ook geen aangifte meer te doen in Thessaloniki. Kennelijk heeft het ministerie veel prullenbakken, want ik kreeg geen enkele reactie.
Ik weet het, het is een luxeprobleem, maar het veroorzaakt niettemin nogal wat spanning. Jouw landgenoten eisen steeds weer andere verklaringen die, als de Nederlandse fiscus ze al afgeeft, moeten worden vertaald en van een apostille voorzien, waarna ze in Thessaloniki zeggen dat dit niet het papier is dat ze willen. Ik wil gewoon onbezorgd van Griekenland genieten, zonder al dat gedoe met die Derde Wereld-ambtenarij. Vandaar dat ik nu maar persoonlijk een verzoek tot stopzetting van het pensioentje ga indienen.

Ik logeer als gewoonlijk in Plaka. Niet in het luxe, maar dure Herodion, maar in het Adrian, vlakbij de Romeinse agora. Een sterretje minder, maar gerieflijk genoeg. De badkamers zijn net vernieuwd en er is voldoende toiletpapier. De zestiende september logeerde ik in het Courthotel in Utrecht, in kamer 105. Een paar dagen later logeerde ik in het Holland Hall in Upholland (Lancashire) in kamer 105 en nu in het Adrian zit ik opnieuw in kamer 105. Ik vind dat op de een of andere manier een goed voorteken, al zit ik straks bij Roos en Nikos op Skyros natuurlijk gewoon in mijn 'eigen' kamer 215.
Ik was in Utrecht voor de Nacht van de Poëzie. Die heb ik niet helemaal uitgezeten, want ik moest de volgende ochtend alweer vroeg met de trein terug naar Dordt, om een lezing te geven voor het Humanistisch Verbond, in Villa Augustus. Het ging over nostalgie en daar sluiten een paar verhalen uit mijn nieuwe bundel, Oude dromen, min of meer bij aan, ook al ben ik minder nostalgisch dan ik de mensheid soms wil laten geloven. Dat boek is op 28 september gepresenteerd in Visser en daar juichend ontvangen. Het is mooi geïllustreerd door buurvrouw Elvira, die ook het omslag heeft ontworpen.

In Engeland was ik op bezoek bij Sue en Bill P. Een tegenbezoek, want Sue (voor mij nog gewoon Susan D., het buurmeisje van oom Harold en tante Ann in Newton-le-Willows) was in juni in Dordt. Voor het eerst sinds 1969. Toen stond het oude postkantoor aan het Bagijnhof er nog, dat niet lang daarna door vandalen werd afgebroken. Iedere Dordtenaar van boven de vijftig is daar nog woedend over. Ze (Sue en Bill, niet die vandalen) wonen in Upholland, een dorp in de buurt van Wigan, in het armoedige noordwesten, waar veel industrie is verdwenen, maar waar landschappelijk veel is opgeknapt met geld van de EU. Dezelfde EU waar net iets meer dan de helft van die merkwaardige eilandbewoners nu uit wil. Dat de Engelsen een tikje krankjorum zijn, zie je bijvoorbeeld aan hun obsessie met veiligheid. We gingen een ritje maken met de fietsclub van Wigan. Ik moest en zou zo'n achterlijke helm op, terwijl het veel lekkerder rijdt onder mijn hoed. Na de Brexit wordt alles beter. Er zijn er veel die dat nog geloven ook. Ja, als alle boeren in 1963 op boer Koekoek hadden gestemd, waren ze nog veel rijker geweest dan nu.
Ik heb met Sue ook neef Brian in Newton-le-Willows bezocht, die het naar omstandigheden wel maakt, al is hij oud geworden. Ik niet natuurlijk. Ik draag een elfenring en blijf altijd drieëntwintig. 

Ik moet je iets ergs vertellen: ik heb een e-reader gekocht. Voor op reis. Ik had een stapel boeken klaarliggen om mee te nemen naar Griekenland, maar ik was dat gesjouw al een tijd zat. Het leest niet fijn, maar het leest en het weegt niks. Als ik thuis ben ga ik direct weer aan de echte boeken, maar voorlopig ben ik gesteld. Ik lees nu Lord of the Rings. Of het de achtste of negende keer is, weet ik niet precies, maar het blijft fascineren. Weet je dat ik, lang voor ik je leerde kennen, twee cavia's had die Meriadoc en Peregrijn heetten?

Straks ga ik met Vaso en Alexis eten bij Zorbas. Daarna ga ik op tijd naar bed, want morgenochtend ga ik met Vaso naar de pensioenautoriteit, die zich in de buurt van het Omoniaplein schijnt op te houden. Vaso weet waar het is. Je hoort het allemaal nog wel.

In gedachten, altijd,
Kees

Athene, 3 oktober 2017

Foto: auteur


woensdag, januari 09, 2019

Teil



In mijn verhalenbundel Op koers noem ik de jaren vijftig 'de zwart-witte jaren.' Dat komt niet alleen omdat de foto's die ik uit die tijd heb zwartwit zijn, ook de televisie, die in de loop van die periode zijn intrede deed, was aanvankelijk zwartwit. Omdat ik niet zo heel veel op had met de televisie, behalve als de VPRO uitzond, heb ik mij nog tot begin jaren tachtig beholpen met een zwartwit-toestel. Sinds kort heb ik 'interactieve' televisie. Daarop kan ik via Youtube mijn eigen kop op de buis toveren en daar een foto van maken, zodat mijn vrienden in mijn Griekse kafeneion geloven dat ik een echte televisiepersoonlijkheid ben, maar als ze mij goegelen, krijgen ze de partijdichter van de PvdA in, ik meen, Hoogezand-Sappemeer voorgeschoteld.

In de zwart-witte jaren gingen we thuis één keer in de week in de teil. Een badkamer of douche hadden we niet in ons krot aan de Vrieseweg, dat in de jaren tachtig wegens vergaande bouwvalligheid, of liever, verwaarlozing door de huisjesmelker die het zootje uitbuitte, is gesloopt. Er is veel te veel gesloopt in Dordt, ik kan er eindeloos over jeremiëren, al krijg je het moois dat verwoest is nooit meer terug, maar dat het blok waarvan mijn geboortehuis onderdeel uitmaakte is afgebroken en vervangen door niet eens zo lelijke nieuwbouw, is eigenlijk wel terecht. Klagen over het saneringsplan uit de vorige eeuw is ook terecht, al was het alleen al om de gemeentelijk overheden scherp te houden en te zorgen dat zoiets nooit meer gebeurt. Dat ik daar allerminst gerust op ben, bewijst de gang van zaken rond de monsterlijk hoog wordende 'Johan van Beverwijck' aan de Spuiboulevard.

Er was in die prebadkamerlijke periode wel een badhuis bij ons in de buurt, maar daar gingen we nooit heen. Ik weet niet of mijn ouders het daar te onhygiënisch vonden (stel je voor dat je na vrouw Kaanis was, die altijd met een druppel aan haar neus liep), of te duur. Ik heb het nooit gevraagd en ik vond die teil wel prima. Geen gedoe in klamme kleedhokjes, gladde vloeren van de zeep en haren van een ander in de badcel. En één keer in de week was ook wel lekker. Geen dagelijks, tijdrovend gedoe onder een douche. Dat is alleen maar slecht voor het milieu. Hoewel, zolang we met de jaarwisseling een hoeveelheid vuil de lucht in blazen waar duizenden dieselauto's een jaar lang voor door het land kunnen scheuren, moeten ze mij niet meer aan mijn kop zeuren over het milieu.

Foto: archief auteur