vrijdag, augustus 27, 2021

Warnaar: Verontrust




Het kleine theater, waar hij eens in de maand op zondagmiddag mooie, intieme toneelvoorstellingen, concerten of voordrachten volgde, laat weten dat het wordt opgeheven. Het is te lang dicht geweest vanwege de covid-ellende en door die vermaledijde anderhalvemetermaatregel, die nog altijd niet is opgeheven, blijft het nog steeds niet mogelijk voorstellingen te geven. Het doet hem verdriet. Een mooi, cultureel initiatief, dat decennia lang bestaan heeft, eerst op een landgoed, net buiten de stad, daarna in een achttiende eeuws stadspaleisje in het centrum, is het zoveelste slachtoffer van de pandemie, of liever, denkt hij, van de angst voor de pandemie. 


Een kleine week geleden demonstreerde de cultuursector tegen het covid-beleid van de regering. Voor zover je kunt spreken van een beleid, vindt hij. Het clubje ministers, demissionaire ministers!, dat zich ermee bezig houdt zwiebert en zwalk en lijkt zelf amper te weten waar het mee bezig is. Je mag wel naar een voetbalwedstrijd, maar niet naar een festival. Wie legt dat uit? 


Hoe zit het trouwens met die corona-noodwet, vraagt hij zich af, die elke drie maanden moet worden verlengd met toestemming van het parlement. Hij leest er niets meer over in de krant. Dat verontrust hem, zoals het hem ook verontrust dat demissionaire bewindslieden, zoals de hardvochtige staatssecretaris voor het asielbeleid, steeds weer net langs de rand van de staatsrechtelijke betamelijkheid scheren. Dat het kabinet nog immer geen reactie op de protesten uit de cultuursector heeft gegeven, vindt hij een schoffering van een van de steunpilaren van de samenleving.


Foto: auteur


maandag, augustus 23, 2021

Warnaar: Angst




Hij is naar een stad in het buurland gereisd. Een oude stad, net als de zijne. Alleen is bij deze stad de haven al eeuwen geleden dichtgeslibd en ligt zij ook niet op een eiland. Wel zijn er nog de oude grachten, die reien worden genoemd. In zijn eigen stad heten die havens, al was het alleen al voor het onderscheid met het arrogante Amsterdam.


Hij is naar de oude stad in het buurland gereisd om vrienden te ontmoeten, vrienden die hij door de pandemie met zijn aanklevende hysterie en angsten lang niet heeft kunnen bezoeken. Hij kent mensen die zo gek van angst zijn geworden, dat ze dubbel gemaskerd en met een duimstok in de hand door het leven gaan. Tragische mensen die behandeld zouden moeten worden, maar er zijn wachtlijsten. Zijn land wordt bestuurd door een kolderkabinet waarin een onvoorstelbare hoeveelheid onbekwaamheid zich heeft samengebald, met een belastingdienst die zich gedraagt als een dictatuur binnen de democratie en verder een corps van topambtenaren waar hij zijn vraagtekens bij zet, al beseft hij zelf ook niet de wijsheid in pacht te hebben. Niet altijd.


Om zijn vrienden te kunnen bezoeken reisde hij per trein. Een oncomfortabele reis met nodeloos overstappen waar vroeger een soepele verbinding was. Urenlang met een smoellap op, wat de tocht tot een ellendige verschrikking zou hebben gemaakt als hij niet eersteklas had gereisd, waar nauwelijks iemand zat en waar hij, zodra de conducteur de hielen had gelicht, het dwaze ding meteen onder zijn kin trok.


Foto: auteur


vrijdag, augustus 13, 2021

Een aardig toeval




Op 1 november 1968 kwam het eerste nummer uit van het blad BIJ dat zich manifesteerde als 'het "Rasechte Cultuurblad" voor de Drechtstreek'. Het werd toegestuurd aan lokale CJP-houders. Voor de jeugdige lezer: het CJP was het Cultureel Jongerenpaspoort, dat houders korting bood op culturele voorstellingen. Als je zevenentwintig werd, was het afgelopen met de pret, dan werd je geacht genoeg te verdienen om je zonder korting in het culturele leven te storten. In BIJ was een uitgebreide agenda opgenomen met rubrieken als: Exposities, Film, Muziek & Ballet, Toneel en Sozen & Klubs (geheel in de geest van wat BIJ wilde uitstralen met een modern aandoende K). BIJ werd uitgegeven door de Culturele Raad Dordrecht, een orgaan dat op 4 juli 1967 door een besluit van de Dordtse gemeenteraad in het leven werd geroepen en waarvan de leden op 22 januari 1968 door burgemeester Jaap van der Lee werden geïnstalleerd.


Als we het jaarverslag over 1968 van de Culturele Raad mogen geloven, sloeg het eerste nummer van BIJ in als een bom. Dat kwam door een tweetal artikelen, eentje waarin werd beweerd dat op de Dordtse middelbare scholen met de belangen van leerlingen werd gesold en een ander waarin het gemeentebestuur met een 'en vlug een beetje' werd gemaand ruimte voor een Jongeren Ontmoetingscentrum beschikbaar te stellen. Ook vermeldt het verslag ongenoegen over een zinsnede 'waarin een Officier van Justitie een zwartkijker werd genoemd'. Of en hoe de zwartkijkende officier heeft gereageerd, is mij niet bekend, wel reageerden de leraren van het Gemeentelijk Lyceum als door een wesp gestoken. Met 55 tegen 7 stemmen besloot de lerarenvergadering te protesteren bij Burgemeester & Wethouders. De verontwaardigde docenten vroegen zich af of het college ermee instemde dat in een door de gemeente gesubsidieerd blad 'de Dordtse officier van justitie belachelijk wordt gemaakt', het gemeentebestuur 'op arrogante wijze wordt afgeblaft' en 'werkers in het onderwijs beledigd worden'. Ook vielen de leraren over 'de "hippe" stijl [die] de boventoon voert' en over de 'voor deze subcultuur kenmerkende "eigen" spelling'. De lerarenvergadering verzocht het gemeentebestuur de Culturele Raad ter verantwoording te roepen en voegden daar zelfs een dreigement aan toe: 'wij zullen de stukken van de C.R.D. uiterst kritisch bekijken, verwerpelijke publikaties niet doorgeven, indien nodig de relaties met de Culturele Raad Dordrecht verbreken'.


Ik was geen leerling van het Gemeentelijk Lyceum, later zou ik wel lange tijd aan zijn rechtsopvolger, scholengemeenschap Noordendijk/Stedelijk Dalton Lyceum, lesgeven. Op mijn middelbare school, de mulo-Groenedijk, heersten wel min of meer dezelfde opvattingen in het lerarenkorps. Toen ik in de derde klas zat, schreef ik een ingezonden stukje in De Dordtenaar, waarin ik pleitte voor het legaliseren van softdrugs. Prompt werd ik bij de directeur op het matje geroepen en moest ik een moraliserende preek aanhoren, alsmede het dreigement dat dit niet meer diende voor te komen, want anders.... Persvrijheid was een groot goed, maar niet voor leerlingen.


Ik raakte al snel betrokken bij BIJ, ik ben er zelfs officieel als dichter in gedebuteerd. BIJ gaf jongeren in die tijd niet alleen de ruimte om voor hun idee├źn uit te komen, het betaalde ze ook voor hun bijdragen. Een tientje per artikel en daar bovenop een dubbeltje per regel, als ik het mij goed herinner. Het hoeft geen betoog dat we die artikelen zo lang mogelijk probeerden te maken. 

Door toedoen van mij en enkele vrienden zorgde het vijfde nummer van 1969 opnieuw voor ophef en rumoer. Dat kwam door een artikel van Jan van de Geer over een film die we wilden maken en waarin Jezus (gespeeld door Ton van Dalen) zou terugkeren op aarde, op een motor Dordrecht zou binnenrijden en bij een willekeurige bewoner zou aanbellen om een hap eten. De illustratie daarbij werd gemaakt door Henk 't Jong. Het nummer leidde tot verbolgen vragen in de gemeenteraad. Dat zowel Henk (die ook een tijdje de lay-out van BIJ verzorgde) als ik later historicus zouden worden, heeft uiteraard niets met het blad te maken, een aardig toeval is het wel.



 

zaterdag, augustus 07, 2021

Warnaar: Van Gaal




Eindelijk zat hij weer op de tribune bij FC Dordrecht, waar de kop van de competitie werd afgeslagen na een mislukt seizoen. Enerzijds door corona en alle ellende die daardoor werd veroorzaakt, anderzijds door tegenvallende prestaties. Het spelersbudget is nu verdubbeld, er is een nieuwe trainer en de tribunes zijn keurig schoongemaakt door 'taakstraffers' of door vrijwilligers, dat wil hij kwijt zijn. Ja, hij weet het, het stadion staat in het algemeen als bouwvallig en nauwelijks toereikend bekend, maar hij vindt het knus, gezellig en de boel staat nog lang niet op instorten, dus dat gezeur moet maar eens ophouden.


Hij is enthousiast aan het nieuwe seizoen begonnen. De spelers ook, want na aanvankelijk met 0 -1 achter te komen tegen Jong PSV, werd het na een goede tweede helft gelijkspel voor de Schapekoppen. Het was een aantrekkelijke wedstrijd met de nodige spanning. Alleen de derde helft leed nog wat onder corona, want het supportershome bleef gesloten. Het bier werd verkocht via een uitgifteluik en kon worden genuttigd op de parkeerplaats. Gelukkig werkte het weer mee. De beroerde voorspelling gold klaarblijkelijk voor een ander deel van het land. Tevreden fietste hij naar huis, over het akelig smalle fietspad met de scherpe bocht naast de sloot. Daar is al menig supporter in gereden na een goed geslaagde nazit.


Hij leest in de krant dat Louis van Gaal bondscoach is geworden. Hij is even oud als Van Gaal en heeft ooit een soort onderwijsbevoegdheid voor gymnastiek behaald. Zonodig mag FC Dordrecht bellen.


Foto: auteur

zondag, augustus 01, 2021

Warnaar: Geloei en geleuter




Als je ergens mee overvoerd wordt, gaat het je op een gegeven ogenblik tegenstaan. Hij moet denken aan de zondagen bij zijn Rotterdamse grootouders. Altijd sperziebonen, altijd en eeuwig sperziebonen, tot ze hem mijlen ver de keel uit hingen. Als ze van station Zuid naar de Korenbloemstraat liepen begonnen die krengen bij de Putsebocht al voor zijn ogen te dansen. Als hij zijn bord niet wilde leegeten, werd hij eraan herinnerd dat hij de hongerwinter niet had meegemaakt, alsof dat zijn schuld was.


Op zondagen luistert hij altijd naar het onvolprezen geschiedenisprogramma OVT van de VPRO, maar dat kan hij nu even vergeten. De Olympische Spelen woeden en dus is het op Radio1 sport, sport en sport. Hij heeft niets tegen sport, al doet hij er niet aan en hij vindt het geweldig als sporters mooie prestaties neerzetten. Hij doet het hen niet na, maar als je niet alleen je favoriete programma moet missen, wat op zich voor een keertje niet zo erg is, maar de godganselijke dag het geloei van sportverslaggevers of het geleuter van 'deskundigen' moet aanhoren en je dagblad ook nog eens grotendeels vol sport staat, dan gaat het je goed tegenstaan. 


Hij ziet weer even de Putsebocht uit zijn jongensjaren voor zich. Sperziebonen heeft hij na het overlijden van zijn grootouders nooit meer aangeraakt.


Foto: auteur