zondag, maart 15, 2026

Op eigen benen




Bij OVT, het onvolprezen geschiedenisprogramma van de VPRO, gaat het over de Surinaamse keuken. Iemand merkt op dat de geschiedenis van Suriname in Nederland weinig bekend is. Dat ligt niet aan mij. In de tijd dat ik geschiedenisles gaf besteedde ik ruim aandacht aan wat toen nog wel koloniale geschiedenis werd genoemd. Later werd koloniale geschiedenis vervangen door overzeese relaties. What's in a name?

Omdat ik ooit zelf in Suriname ben geweest en dat mooie land van noord tot zuid en oost tot west heb bereisd, nam de geschiedenis van deze voormalige kolonie een belangrijke plaats in in mijn lessen. Het is niet overdreven te stellen dat Suriname een schepping van Nederland is. Een schepping die misschien iets te snel gedwongen werd op eigen benen te staan. Toen ik er was, zeven jaar na de onafhankelijkheid, kreeg ik regelmatig te horen dat 'jullie nooit weg hadden moeten gaan'. Hoe men er in Suriname zoveel jaren later over denkt, weet ik eerlijk gezegd niet.

Ik bracht een groot aantal dia's mee uit Suriname. Ooit heb ik die in een ogenblik van onnadenkendheid uitgeleend aan een zekere Cor Hordijk, een communist die het met andermans spullen niet te nauw nam naar bleek, want ik heb ze nooit meer gezien. Hij beweerde dat hij ze was kwijtgeraakt na een lezing. Gelukkig heb ik nog een album met foto's en een hoofd vol herinneringen.


Foto: auteur


zondag, maart 01, 2026

Stadswerven




Ik sluit niet uit dat toeristen over tweehonderd jaar de Stadswerven komen bewonderen om hun gedurfde architectuur, er ligt een bijzonder fraaie wandel- en fietsbrug die de boel met het centrum verbindt en volgens iemand die het weten kan 'is het best een gezellige wijk', maar mij overviel me toen ik gisteren voor het eerst sinds lang de pont van Papendrecht naar Dordrecht nam, een gevoel van somberheid. Wat maken de Stadswerven vanaf de overkant van de rivier een troosteloze indruk. Dat komt vooral door die verschrikkelijke blokkendozenarchitectuur. Hoe verzinnen ze het, dacht ik terwijl de wolken, voortgedreven door de laatste februaristorm van dit jaar, over de rivier joegen.


Ik was in Papendrecht om de negentigste verjaardag van een van mijn dierbaarste vrienden te vieren in een restaurant aan het water. Vanuit die hoek zagen we ongeveer wat Albert Cuyp zag toen hij zijn fameuze gezicht op Dordrecht schilderde. De blokkendozenwijk lag gelukkig om de hoek, net uit het zicht.


De laatste keer dat ik het dorp aan de Merwede en de Noord bezocht was zeker vijf jaar geleden, toen ik medepresentator was van Via Cultura. Dat werd toen een paar keer vanuit de Papendrechtse studio uitgezonden omdat het ducttape in die van RTV-Dordrecht. toen nog op het Mediapark en niet ergens weggestopt op de Staart, weer eens had losgelaten.


Ooit, lang geleden, kwam ik er vaker. Ik trouwde met een meisje dat er woonde. Een huwelijk dat geen lang leven was beschoren, maar wel uitliep op een levenslange vriendschap. Dat meisje is nooit in Papendrecht teruggekeerd en ik begrijp wel waarom. Ik wil er geen kwaad van spreken, ze hebben minstens twee aantrekkelijke restaurants, maar toch heb ik het gevoel dat je desnoods nog beter op de Stadswerven kan wonen dan in Papendrecht.


Foto: auteur