Posts tonen met het label uitgaan. Alle posts tonen
Posts tonen met het label uitgaan. Alle posts tonen

zondag, maart 01, 2026

Stadswerven




Ik sluit niet uit dat toeristen over tweehonderd jaar de Stadswerven komen bewonderen om hun gedurfde architectuur, er ligt een bijzonder fraaie wandel- en fietsbrug die de boel met het centrum verbindt en volgens iemand die het weten kan 'is het best een gezellige wijk', maar mij overviel me toen ik gisteren voor het eerst sinds lang de pont van Papendrecht naar Dordrecht nam, een gevoel van somberheid. Wat maken de Stadswerven vanaf de overkant van de rivier een troosteloze indruk. Dat komt vooral door die verschrikkelijke blokkendozenarchitectuur. Hoe verzinnen ze het, dacht ik terwijl de wolken, voortgedreven door de laatste februaristorm van dit jaar, over de rivier joegen.


Ik was in Papendrecht om de negentigste verjaardag van een van mijn dierbaarste vrienden te vieren in een restaurant aan het water. Vanuit die hoek zagen we ongeveer wat Albert Cuyp zag toen hij zijn fameuze gezicht op Dordrecht schilderde. De blokkendozenwijk lag gelukkig om de hoek, net uit het zicht.


De laatste keer dat ik het dorp aan de Merwede en de Noord bezocht was zeker vijf jaar geleden, toen ik medepresentator was van Via Cultura. Dat werd toen een paar keer vanuit de Papendrechtse studio uitgezonden omdat het ducttape in die van RTV-Dordrecht. toen nog op het Mediapark en niet ergens weggestopt op de Staart, weer eens had losgelaten.


Ooit, lang geleden, kwam ik er vaker. Ik trouwde met een meisje dat er woonde. Een huwelijk dat geen lang leven was beschoren, maar wel uitliep op een levenslange vriendschap. Dat meisje is nooit in Papendrecht teruggekeerd en ik begrijp wel waarom. Ik wil er geen kwaad van spreken, ze hebben minstens twee aantrekkelijke restaurants, maar toch heb ik het gevoel dat je desnoods nog beter op de Stadswerven kan wonen dan in Papendrecht.


Foto: auteur



woensdag, januari 02, 2019

Krankjorum kutvolk



Omdat ik op de laatste zondag van 2018 een ongelukje had met de fiets, waarbij ik mijn kop schaafde, zag ik er tijdens de jaarwisseling uit als het prototype van een hooligan. Het meisje dat de schuld van het ongelukje had, schrok hevig, maar ik weet niet of dat kwam doordat haar Facebookchat, altijd gezellig op de fiets, onverwacht werd onderbroken of van mijn aangezicht. Het was een beleefd meisje, ze reed niet eens door, maar dat maakt van een onverantwoordelijke puber nog niet direct een slimme meid. 

Ik besloot de jaarwisseling thuis te blijven. Met zo'n gehavende kop de oorlog in, die iedere jaarwisseling om middernacht uitbreekt, trekt alleen maar narigheid aan en narigheid is er op die avond al volop, daar zorgt de zo geroemde Nederlandse traditie wel voor. We hebben onszelf dit jaar weer eens fijn laten gelden. Vier doden, waarvan twee door vuurwerk en twee door schietpartijen. Of die laatste twee mogen meetellen, weet ik niet. Fijn dat die 15 tot 20 miljoen euro schade wel volop meetelt. Er was weer een respectabel aantal gewonden, dus volop werk voor de ziekenhuizen, en er zijn gelukkig weer meer hulpverleners met vuurwerk bestookt dan vorig jaar, zodat er veel te lachen viel. Als het niet een beetje van alle tijden was, zou je denken dat we een volkomen krankjorum kutvolk zijn, een zootje onbeschaafde, starnakeldronken, gewelddadige pyromanen.

In de jongste aflevering van het blad van de vereniging oud-Dordrecht, 26e jaargang nummer 3, staat een vermakelijk artikel door Kees Sigmond over sport en spel in 15e-eeuws Dordrecht. Ook toen kon de jeugd er wat van. Stenen gooien naar schoolkinderen, vernielingen aanrichten, boogschieten, kaatsen en klootschieten waar het niet mocht en ongetwijfeld nog meer kattenkwaad, dat buiten de annalen is gebleven. 

Kort na de jaarwisseling belden vrienden, of ik nog even wat kwam drinken. Ze hadden een horde pubervrienden van zoonlief in huis. Die waren volop aan het feesten. Ik dacht: ze hebben een oud-leraar nodig om de boel een beetje in toom te houden. Aangekomen trof ik een gezelschap jongens en meisjes van rond de zeventien. Ze waren gezellig aan het kletsen, dronken nauwelijks bier of wijn (ook al zijn mijn vrienden niet van het zanikende type), maar wel veel water, luisterden naar Jimi Hendrix en gingen netjes naar het balkon voor een peuk. Aan vuurwerk deden ze niet en ze zeiden allemaal, 'meneer' tegen me, ondanks die kop vol schaafwonden en een brilhematoom. Om half twee vertrokken ze naar een feest in Bibelot, dat nog wel even. 'Dat is in het Energiehuis, meneer,' zei een aandoenlijke gymnasiaste. Ik heb haar niet verteld dat ik al in Bibelot feestte voor haar ouders werden geboren, maar ik hoop wel dat ze haar telefoon onderweg in haar tas heeft gelaten.

Foto: auteur


dinsdag, juli 24, 2018

Onrecht



Op de middelbare school hadden wij een leraar met weinig pedagogisch inzicht en slechte orde. Laat ik hem maar meneer X. noemen. Het was aan het einde van een bloedhete junimiddag tijdens een saaie les. We snakten naar de verlossende bel. We hadden een ettertje in de klas dat voortdurend de puisten op zijn kin wilde compenseren met stoer gedrag. Tijdens die les liet hij een harde boer en toen de leraar verstoord opkeek, zette hij een in zijn tas verborgen lachzak aan. Door die flauwiteit ontstak meneer X in grote woede. 'Wie deed dat?' bulderde hij. Niemand antwoordde. 'Jullie blijven net zo lang na tot iemand bekent.' Het duurde een erg lang kwartier voor het ettertje besloot de boosheid van de klas niet langer te riskeren.

Wat belachelijk, vond mijn moeder, toen ik thuis vertelde waarom ik laat uit school kwam. Een hele klas straffen voor wat een klier uithaalt, dat vond ze niet normaal. Toen een soortgelijk voorval zich een paar keer had herhaald, besloot ze naar de directeur te stappen. Als je iets had gedaan, verdiende je straf. Dan kreeg je er thuis nog een straf bij, maar iemand voor iets laten opdraaien waar hij part noch deel aan had, dat was een onrechtvaardigheid waar tegen ze in het geweer kwam. Met succes. Meneer X kreeg een reprimande en het was uit met het nablijven van de hele klas.

Hadden de Dordtse horeca-eigenaren maar zo'n moeder, bijvoorbeeld in de vorm van een gemeentelijke ombudsvrouw. Die is hard nodig, omdat de gemeente een 'meneer X-beleid' hanteert. Als er gedonder is in je zaak, wordt deze onmiddellijk voor twee weken gesloten, of je aan dat gedonder nu iets kon doen of niet. Dat gaan we pas achteraf uitzoeken, maar eerst zul je bloeden, is de gedachte. Het gaat zelfs zover dat er cafés werden gesloten voor incidenten die zich buiten op straat voordeden, soms zelfs met lui die helemaal niet uit die zaak kwamen, maar er toevallig ruziënd voorbij liepen. Dit onrechtvaardige beleid is ooit zo vastgesteld door de gemeenteraad. Al vaker werd op de sluitingen, op deze Pavlovreactie van de overheid, stevige kritiek geuit. 

Dat B & W het absurde van dit beleid niet allang hebben ingezien en niet hebben aangestuurd op een wijziging, bevreemdt mij. Dat er vanuit de raad maar door enkele leden al vanaf het begin bezwaar werd gemaakt, verbaast mij eveneens. De meeste raadsleden zouden immers ook niet graag in de les hebben gezeten bij meneer X. Dit onrecht is onacceptabel. Gezien de vele boze reacties op de meest recente spoedsluiting vinden veel andere Dordtenaren dat ook. De gemeenteraad moet daarom snel ingrijpen. Laten we hopen dat het met het jongste slachtoffer, Arina Nickolson van café Arina, binnen de kortste keren goedkomt, met gemeentelijke excuses erbij. 

Foto: auteur


zondag, mei 28, 2017

Nieuw jasje




2016 Leek een beetje een rampjaar voor de Dordtse horeca. De Vrijheid dicht, Visser dicht en een goedwillende, maar doorgeschoten burgemeester die regelmatig te veel vasthield aan de letter in plaats van de geest van de wet, in dit geval de gemeentelijke horecaverordening. In 2017 is een en ander ten goede gekeerd. De Vrijheid ging na een geslaagde crowdfundingactie weer open, de gemeente lijkt minder star in zijn horecabeleid en op 18 mei opende Visser weer de deuren.

De Vrijheid is nog steeds die fijne, vertrouwde, bruine kroeg, zoals ik de zaak altijd al ken. Prima, vooral ook die rookruimte, want ik heb dan wel zelf mijn pijpen met pensioen gestuurd, ik ben nog steeds tegenstander van het betuttelende rookverbod in de horeca. Toen Visser bijna een jaar geleden sloot, vreesde ik dat dat het definitieve einde was. De sluiting was onvermijdelijk door de ziekte van eigenaar Jaap Mol, mijn angst was dat het pand een andere bestemming zou krijgen of, in het minst erge, maar toch nog vreselijke geval, een moderne loungetent zou worden. Gelukkig pakte dat anders uit. De nieuwe eigenaar, Dennis van Buuren, en zijn team hebben na maanden hard werken Visser letterlijk uit het stof laten herrijzen. Het heeft nog steeds de sfeer van het oude, vertrouwde Visser, maar in plaats van het charmante, maar wat sleetse kloffie van eertijds, draagt het nu een aantrekkelijk nieuw jasje. Het antieke koffiezetapparaat, dat tot voor enkele jaren nog dienst deed en daarna een plekje aan de wand kreeg, hangt er nog steeds als herinnering aan vroeger tijden en veel voorwerpen uit het oude Visser keerden terug in de zaak, zij het soms op een ander plekje. De nieuwe, prachtige bar geeft een aangenaam ruimtelijk effect, er staat een meer dan indrukwekkend koffiezetapparaat en daar komt meer dan voortreffelijke koffie uit en naast de onvolprezen poffertjes en het fameuze broodje bal, biedt de kaart een aangename variëteit van hapjes en kwaliteitsdranken. Kortom, Visser is Visser-plus geworden. Ik kom al vanaf mijn vijftiende in Visser, ik hoop dat ik er op mijn vijfennegentigste nog steeds kan binnenschuifelen, mits mij die tijd van leven is gegeven.

Naast de heropende Vrijheid en de vernieuwde Visser zijn er natuurlijk nog tal van andere aantrekkelijke horecagelegenheden in het Dordtse centrum. De buitenwijken blijven daar nogal bij achter. Ik moet weleens de spoorlijn over, al was het maar om naar het FC Dordrecht-stadion te gaan, maar eigenlijk beschouw ik het daar al niet meer als het echte Dordt. Niet voor niets liggen al die slaapwijken op grond die nog niet zo heel lang geleden behoorde tot het door Dordrecht opgeslokte Dubbeldam. Als ik de verhalen van mijn moeder mag geloven, was het enige dat in haar jeugd een bezoek aan Dubbeldam de moeite waard maakte, de uitspanning van mijn overgrootouders. Ik heb op een zondagmiddag eens een wandeling door Dubbeldam gemaakt. Steeds dacht ik in Bleskensgraaf te zijn beland.

Foto: auteur