vrijdag, september 25, 2026

Juf & meester




Een van de leerkrachten van de buurtschool is een oud-leerlinge van me. Ik ontmoette haar met haar klasje, ik schat groep drie, bij de bakker om de hoek. Een stuk of vijftien onbevangen en nieuwsgierige jongens en meisjes, die de juf al een beetje oud vinden, dus haar meester moest wel heeeel erg oud zijn. Het is maar vanuit welk perspectief je de zaak bekijkt. Ik herinner me een van onze klasgenoten op de middelbare school die er mee zat dat hij verkering had met een meisje dat twee jaar ouder was. Of dat eigenlijk wel kon? Hoe meer de jaren vorderen, hoe minder dat soort dingen een rol speelt. Misschien alleen nog als een popster van bijna tachtig het aanlegt met een meisje van twintig.


De kindertjes gedroegen zich braaf terwijl de juf inkopen deed. Daarna kreeg iedereen een koekje van de bakker, ook die heeeel oude oud-meester van de juf. Mooi dat bij alle titelinflatie (tegenwoordig heeft een basisschool leraren en leraressen in plaats van schoolmeesters en -juffen) die oude termen gewoon in gebruik zijn gebleven. Je hebt de juf, de meester en misschien ook nog wel de kwekeling en daarmee basta. Hoewel, over die laatste term twijfel ik, misschien heet de kwekeling tegenwoordig wel stagiair, al hoop ik van niet.


Toen ik in het onderwijs begon, aan een lagere school in Hendrik-Ido-Ambacht, was ik drieëntwintig. Ik had een derde klas, tegenwoordig is dat groep vijf. Die kinderen waren gemiddeld negen jaar. Dat betekent dat ze nu gemiddeld eenenzestig zijn. Een heel enkele keer zie ik er nog weleens eentje, soms met een kleinkind. Het leeftijdsverschil is zo goed als verdwenen, al spreken ze me nog wel aan met meester Klok. Eigenlijk is dat raar, toen ze les van me kregen zeiden ze meester Kees, maar de tijden veranderen, dat ligt aan de onvermijdelijkheid der dingen.


Foto: auteur



dinsdag, september 01, 2026

Godgeklaagd




Je mag de herten in park Merwesteijn niet meer voeren, geloof ik. Dat zou slecht voor de beesten zijn. Ik neem dat direct aan, ik heb op school heel slecht biologie gehad dus ik wil het niet beter weten, maar in mijn kindertijd gold dat nog niet. We trokken regelmatig met onze moeder, oma of allebei naar het park, beladen met spliterwten voor de duiven en brood voor de herten. Die duiven waren zo tam dat ze vaak uit je hand aten, de herten hadden altijd wel zin in een broodje oudbakken. Op de foto sta ik bovenaan op het hek (wit overhemd) met links mijn neef Brian en rechts zijn broer Geoffrey. Neef John, de jongste, zit in de kinderwagen en het meisje dat aan komt hollen is mijn zusje Marja. Wie het kind helemaal links is, weet ik niet. Misschien toevallig op de foto terechtgekomen.


Hoewel ik zelden meer in het park kom (als je geen kinderwagen voortduwt of een hond aan de lijn hebt ben je in deze malle tijden in een park al gauw een verdacht figuur) ben ik blij dat het hertenkamp er nog steeds is. Een paar jaar geleden had een of ander clubje ambtenaren in Den Haag bedacht dat hertenkampen dienden te verdwijnen. Gelukkig is dat idee van tafel, hoewel er vast nog wel een van dierenwelzijn bezeten zot zal rondlopen die dat jammer vindt. Voeren is er dus allang niet meer bij. Ook schijn je de meeuwen in de Dordtse havens geen brood meer te mogen toewerpen, maar dat is weer een ander hoofdstuk.


Ik schat dat de foto niet al te lang voor 1960 is gemaakt, in een heel ander Dordrecht dan we nu kennen. De stad stond toen aan het begin van de verschrikkelijke periode die 'stadssanering' wordt genoemd. Een project vol kaalslag en verwoesting, op grond van een stedenbouwkundig concept dat een totaal gebrek aan respect toonde voor de historie van de stad. Er was weliswaar veel verkrotting die nodig moest worden aangepakt, maar de wijze waarop dat gebeurde is nog steeds godgeklaagd. We mogen het gemeentebestuur dat halverwege de jaren zeventig aantrad, grotendeels PvdA, dankbaar zijn dat ten lange leste het roer werd omgegooid, zodat na het onnodige verlies van te veel iconische gebouwen het havengebied nog altijd ligt te schitteren en we in de vorm van de Hofstraat een pareltje van geschiedvervalsing hebben. Laten we alsjeblieft altijd op onze hoede zijn voor overambitieuze, megalomane bestuurders en stedenbouwkundigen. Ik moet even denken aan het Maasterras dat in de toekomst dreigt.


Foto: archief auteur