Pas in augustus 1975 begon ik met het regelmatig bijhouden van een dagboek, de mooie jaren daarvoor, met de eerste liefdes, de zomers in Engeland, de avonturen met studentes van de Klos, de toenmalige kleuterleidstersopleiding aan de Gemeentelijke Pedagogische Akademie in Dordrecht en de jaren dat Bobby Kinghe ontstond, hullen zich daardoor in een soort van mist. Herinner ik het me wel zoals het was? Een aantal keren dus kennelijk niet, of niet helemaal. Toch waren het de vormende jaren van mijn leven. Ik haal ze terug in mijn in 2012 verschenen boek Op koers (Uitgeverij Liverse), waar het in het eerste deel gaat om een aantal verhalen over mijn vroege jeugd. Ik hoop maar dat het allemaal klopt en zo niet, dan is het misschien niet de werkelijkheid, maar nogal altijd wel mijn werkelijkheid.
Ik denk met een zekere nostalgie terug aan onze Engelse zomers, wanneer ik met mijn ouders en zusje, en later ook wel alleen, bij familie in Newton-le-Willows verbleef. Die nostalgie komt ook hier en daar terug in mijn poëzie. Op mijn veertiende werd ik verliefd op buurmeisje S. uit Birleystreet. Het is nooit echt wat geworden, maar er ontstond wel een vriendschap, die tot op de dag van vandaag voortduurt. Vier jaar later ontmoette ik W., wat leidde tot een verkering op afstand, die bijna drie jaar duurde. Daarna bleek de Noordzee alsnog een onoverkomelijk obstakel. Met S. en haar man heb ik nog steeds contact. Naar W. heb ik lang tevergeefs gezocht op internet. Misschien leeft ze niet meer of leeft ze voort onder de naam van een echtgenoot, geen idee. Die zoektocht heb ik opgegeven. Misschien maar goed ook, want stel je voor dat ze in mijn herinnering een heel ander meisje is geworden dan ze in werkelijkheid was.
Foto's: archief auteur


