Posts tonen met het label Engeland. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Engeland. Alle posts tonen

maandag, januari 12, 2026

Jubileumspeldje




Een van mijn beste vrienden koestert al vele jaren het vooroordeel dat ik niet echt geïnteresseerd ben in muziek. Een nogal onzinnige gedachte, die vele malen is gelogenstraft, maar waaraan hij vasthoudt vanwege het feit dat ik nu eenmaal mijn hele leven slecht ben in het onthouden van namen en vaak niet op de naam van een zanger, een zangeres of een band kan komen, terwijl ik toch geniet van hun muziek.


Dat zelfde heb ik met boeken. Ik kan, zeker als het om geschiedenisboeken gaat, iemand vrij nauwkeurig vertellen waar bepaalde beweringen in een boek staan, zonder dat ik op dat ogenblik de naam van de auteur kan reproduceren. Dat betekent niet dat ik niet van lezen houd. Vanaf het ogenblik dat ik leerde lezen, op de Montessori-kleuterschool, toen nog in de Cornelis de Wittstraat in Dordrecht, maakten mijn ouders mij lid van de Openbare Bibliotheek en begon ik met veel genoegen te lezen. Ik ben daar nooit mee opgehouden. Ik ben overigens nog steeds lid van die bibliotheek, dat is dus bijna zeventig jaar. Ik vraag me af wanneer ik mijn jubileumspeldje ontvang, maar dit terzijde.


In tegenstelling tot namen onthoud ik nummers gemakkelijk. Op de lagere school bestond de geschiedenisles voor een deel uit het uit het hoofd leren van een aantal kantjes A4 met jaartallen. Veel daarvan ken ik nog steeds uit het hoofd en hoewel geschiedenis veel meer is dan jaartallen, zijn ze een ideale kapstok om het verhaal aan op te hangen. Hoeveel plezier heb ik tijdens mijn studie geschiedenis niet aan die kantjes van meester De Kramer gehad!


In 1970 bracht ik een aantal maanden door bij mijn oom en tante in Noord-Engeland. Daar had ik verkering met Wendy, een meisje uit een gehucht achter Birkenhead. Om haar te zien nam ik regelmatig de Ferry cross the Mersey. Ook belde ik haar vaak. Haar telefoonnummer ken ik na zesenvijftig jaar nog uit mijn hoofd. Misschien moet ik het nog eens draaien. Ik heb haar na een droevig afscheid op een regenachtige middag in Chester nooit meer gezien en alle zoektochten op internet leverden niets op, maar ach, het nummer is zo goed als zeker niet meer actief en mocht ze nog leven, dan zit ze misschien helemaal niet te wachten op een stem uit het verleden.


Foto: auteur


maandag, oktober 03, 2022

Met trein, boot en trein




Lieve Stella,


Lang geleden, toen ik als jongen voor het eerst een vliegtuig naar Engeland nam, dat was in 1966, ik wist niet wat me overkwam, was het Engelse pond ongeveer twaalf gulden waard, ongeveer vijf euro en vijfenveertig cent. Nu is het ding geloof ik één op één met de euro. In die jaren stelde het Verenigd Koninkrijk als wereldmacht niet zoveel meer voor, maar het was nog invloedrijk genoeg voor Charles de Gaulle om de deur naar het lidmaatschap van wat toen de EEG, de Europese Economische Gemeenschap, heette, dicht te houden voor de Britten. De Franse president was beducht voor toenemende Amerikaanse invloed op Europa, via de 'speciale relatie' die het VK met de VS onderhield. Drie jaar nadat ik in het vrachtvliegtuig met passagiersaccommodatie stapte, op het vliegveld Zestienhoven, trad De Gaulle af. Een jaar later overleed hij, maar het zou nog tot 1973 duren voordat de Britten zich bij Europa voegden. 


Na meer dan vier decennia vonden ze het welletjes en stapten ze weer uit de EU. Zou die waardedaling van het pond er iets mee te maken hebben? Ik ben geen econoom, gelukkig niet, en aan toekomstvoorspellen waag ik me liever niet, maar dat het niet goed gaat met dat prachtland aan de overkant van de Noordzee, is wel duidelijk. Dat het op het wereldtoneel ook nog maar weinig voorstelt ook, ondanks alle pomp and ceremony bij de uitvaart van koningin Elizabeth II en het feit dat haar opvolger, Charles III, ook nog koning is over een handvol andere landen dan de Britse eilanden, zoals, bijvoorbeeld, Canada, Australië en Tuvalu. Zou dat leuk zijn, koning van Tuvalu? Volgens Wikipedia hebben ze daar de Tuvalu dollar, gekoppeld aan de Australische dollar. Ze schijnen alleen munten te hebben, geen bankbiljetten. Wat voor kop zou er op zo'n munt staan? Wikipedia weet alles, denken sommige mensen, maar daarover kon ik geen uitsluitsel vinden. Ik heb er eerlijk gezegd ook niet lang naar gezocht. Ik ben tenslotte geen koning van Tuvalu.


Dat vliegtuig.... ik heb geen idee wat voor type het was, maar het had, zeg maar, een dikke kop, propellers, een cabine voor acht passagiers, als ik het me goed herinner, en het was traag. Ik geloof dat we over het stukje Rotterdam-Manchester ruim anderhalf uur deden. Tegen de tijd dat we boven Manchester cirkelden, op zoek naar een landingsbaan, was de zon reeds onder gegaan en baadde de stad in kunstlicht. Ik vond het geweldig om te zien, maar was toch blij het benauwde ding te kunnen verlaten na al die tijd hotsen en botsen vanwege de turbulentie. Eenmaal in Engeland werd ik opgehaald door mijn oom en tante, in ooms toen al enigszins bejaarde Vauxhall, die toch nog ruim twintig jaar dienst zou doen, terwijl hij allesbehalve conservatief was en Labour stemde. 


Ik ben niet zo van het vliegtuig, liever neem ik de boot, maar soms kun je niet anders. Onlangs, ik heb het je geschreven, was ik even op Skyros. Met het vliegtuig, wat me een reis met trein, bus en boot van twee dagen scheelde. Dat doe je niet voor een lang weekend. Naar Griekenland neem ik altijd, met gepaste tegenzin, het vliegtuig, want ik ga in mijn uppie, met al mijn bagage, echt niet drie dagen Europa door in een trein, wanneer ik er binnen ruim twee uur kan zijn. Als ik het gedoe op dat verschrikkelijke Schiphol en de treinrit vanuit Dordt voor het gemak even vergeet. Die gepaste tegenzin heeft overigens meer te maken met het gedwongen opgepropt zitten tussen allerlei mensen waar je in het dagelijks leven liever niets mee te maken wil hebben dan met het milieu. Het overkomt me zelden dat ik in een vliegtuig naast iemand terechtkom met wie je een normaal gesprek kunt voeren. Als ik ruim in mijn geld zat, vloog ik alleen nog maar zakenklasse, dan zit je in elk geval iets ruimer en krijg je je drank in een echt glas. 


Als wij vroeger naar Engeland gingen, we hebben dat verschillende keren gedaan, namen we de auto mee op de boot, behalve als het reisdoel Londen was, daar hadden we met de auto niks te zoeken. Rijden aan de verkeerde kan van de weg, met het stuur aan de verkeerde kant van de wagen. Dat links rijden, tja, ook zo'n Groot-Britse eigenaardigheid. Aan de Engelsen hebben ze het te danken dat ze in Suriname links rijden. Die zaten daar even in de tijd van Napoleon. Ook op Cyprus rijden ze links, eveneens de schuld van de Engelsen, maar ach, als iedereen het doet, went het snel. Ik heb het eigenlijk maar één keer meegemaakt dat ik me in het Engelse verkeer vergiste. Ik logeerde bij oom en tante en moest een boodschap doen, iets halen bij de apotheker, Mr. Jolly, in de Highstreet. Ik nam tantes vooroorlogse omafiets, meegenomen uit het vaderland, maar vergat even waar ik was. Gelukkig had de naderende buschauffeur het tijdig door. Net voor de coronatijd ging ik op bezoek bij neef Brian, die nog steeds in dat dorp woont. Ik zag dat Mr. Jolly nog altijd zijn apotheek heeft in de Highstreet. Iets ouder geworden, dat wel, maar al decennia lang tussen de poeders en pillen.


De laatste keer dat ik naar Engeland ging, reisde ik met trein, boot en trein. Althans dat dacht ik, want om in Hoek van Holland te komen, moest ik vanuit Schiedam ineens onverwacht in een Rotterdamse stadsbus. De treinverbinding tussen Rotterdam en Hoek van Holland bleek opgeheven en de metrolijn, die allang in gebruik had moeten zijn, kampte met allerlei problemen. Die bus reed wel in één keer door naar de veerboot, maar had geen enkele accommodatie voor bagage (veel mensen met koffers en tassen) en geen veiligheidsriemen, terwijl het toch met negentig/tachtig kilometer per uur over de snelweg ging. Niet lullen, maar poetsen zullen ze bij de RET hebben gedacht. De overtocht was prima. Heerlijk diner aan boord, goede whisky, mooie hut, alleen moesten we vroeg op en van boord. In Harwich was de kaartjesautomaat op het station kapot, dus werd het even zwartrijden tot het volgende station, waar wonder boven wonder een loket was met een meneer die me meteen ook maar de kaartjes voor de terugreis verkocht. 


Zo kwam ik na enig overstappen via Manningtree en Ipswich terecht in Cambridge, waar ik op bezoek ging bij een nichtje dat daar aan haar proefschrift in de geschiedenis werkte. Cambridge, waar wij samen ook weleens zijn geweest, met die fraaie colleges. 's Avonds dronken we wat in de beroemde studentenpub The Eagle. Ze vertelde dat ze onlangs het vliegtuig had genomen van Schiphol naar het nabije Stanstead. Een vlucht van een half uur, voor een vijfde van wat ik had betaald voor mijn reis. Binnenkort wil ik weer eens een keer naar Cambridge. Met de huidige stand van het pond kan ik me die 'dure' trein- en zeereis voorlopig nog wel veroorloven.


In gedachten, altijd,


Kees


Thessaloniki, 3 oktober 2022.


Foto: auteur


maandag, mei 30, 2022

Borrel elders




Lieve Stella,


De afgelopen zondag heb ik enige tijd in een kerkbank doorgebracht. Die staat namelijk in café De Lachende Monnik op de Voorstraat. Daar was vroeger café Arina. De nieuwe eigenaar heeft het grondig verbouwd en geheel aangepast aan de naam. Je kunt er dus in kerkbanken zitten, al zijn er uiteraard ook stoelen, en je wordt omringd door kruis- en heiligenbeelden. Het is opgezet als biercafé, met een keur aan trappisten- en abdijbieren, maar ze schenken ook goede wijn. Het woord 'miswijn' ligt me voor in de mond, maar ik heb geen zin in flauwiteiten. We konden niet terecht bij Visser, want daar was levende muziek waar je kaartjes voor moest kopen en die waren uitverkocht. In zo'n geval heb je tegenwoordig in Dordrecht voldoende keus voor een borrel elders (dat was in mijn jonge jaren wel anders, maar dit terzijde) en dat werd dit keer dus die monnik.


Ik was vorige week ook al in De Lachende Monnik, met het Genootschap ter Bevordering van Eb & Vloed, het borreldispuut van oud-collega's. De meesten zijn met pensioen, maar een enkeling nog net niet en zodoende hebben we ons weer eens ouderwets beziggehouden met de perikelen van het Stedelijk Dalton Lyceum, waar eigenaardige dingen schijnen te gebeuren. Als ik het goed heb begrepen, hebben alle vakken, of bijna alle vakken waar dat kon, een lesuur moeten inleveren vanwege de financiën, maar wordt er wel van de leraren verwacht dat ze de complete leerstof in de overgebleven tijd proppen. Dat gaat natuurlijk niet lukken en dat voorspelt niet veel goeds voor de overgangsrapporten en de eindexamenresultaten. Nogmaals, als ik het goed heb begrepen, slag om de arm, maar ik heb het dramaverhaal nu van verschillende kanten gehoord, want ik kom ook nog weleens iemand anders tegen in de stad die er lesgeeft. Ik moet me er eigenlijk niet druk over maken, maar wat ben ik blij dat ik daar niet meer werk. Niet alleen vanwege die lesuren en de kennelijke kortzichtigheid van de 'managers' die tegenwoordig de dienst uitmaken, maar ook over de zielloze betutteling die er heerst, zoals geen alcohol meer bij diploma-uitreikingen en, naar ik meen te hebben opgevangen, ook niet meer bij het afscheid van collega's die met pensioen gaan. Die mogen dat afscheid ook niet meer buiten de school houden, zoals vroeger nog weleens gebeurde.


Ik weet nog dat ik met zeer vervroegd pensioen ging en een prachtig feest kreeg aangeboden in De Vrijheid, maar toen zaten er heel andere mensen in de schoolleiding en woei er ook een volkomen andere wind. Nog niet zo heel lang geleden moest ik even op de Overkampweg zijn om wat op te halen. Toen ik mijn fiets in de stalling voor docenten zette, stonden daar een paar oud-collega's te roken. Dat bleek ook al illegaal, want eigenlijk moest dat buiten het hek van het schoolplein. Dat je in de fietsenstalling uit het zicht van de leerlingen bent, maar buiten het hek rond het plein volop in de kijker staat, konden de sukkels die deze oekaze uitvaardigden waarschijnlijk niet bedenken. Ik moest even denken aan mijn eigen schooltijd, toen je ook niet mocht roken rondom het gebouw. Dat deden we natuurlijk wel, vaak achter een grote boom. Dan moest je een beetje uitkijken, want vaak stond een fascistisch aangelegde aardrijkskundeleraar van wie ik de naam maar even niet noem, hij leeft nog, uit een van de ramen op de eerste verdieping te kijken wie hij erbij kon lappen. 


Ik vind het allemaal nogal triest, vooral omdat ik verschrikkelijk goede herinneringen heb aan de manier waarop de school (collega's, leerlingen en vooral de locatiedirecteur) mij steunde in de tijd dat jij ziek werd en overleed. Dat was niet alleen hartverwarmend, het zorgde er ook voor dat ik niet gillend gek werd van ellende. Ik heb, vooral daarom, nog een paar jaar na mijn zeer vervroegde pensionering hand- en spandiensten verleend, zoals surveilleren bij schoolonderzoeken en examens. Totdat de leerlingen uit de laatste brugklassen die ik lesgaf hun diploma hadden behaald. De allerlaatste keer dat ik bij een diploma-uitreiking was, mocht er al geen alcohol meer worden geschonken. Gevolg was dat binnen tien minuten na afloop een flink aantal ouders met een diploma vertrok en ik met een gezelschap oud-leerlingen en oud-collega's op weg was naar de kroeg. Over kroegen gesproken, die locatiedirecteur ging een aantal jaren na mij met pensioen en baat nu twee cafés uit in Rotterdam.


De laatste dagen is het weertechnisch weer een beetje herfst, alsof de IJsheiligen bijna twee weken te laat zijn gearriveerd. Er staat pas een deel van de planten in de tuin en in de bakken. Met de rest wacht ik even, want het is nu een tikje te modderig, maar als de weerman gelijk heeft en het aan het eind van de week beter wordt, maak ik het karwei af. Ik wil net als vorig jaar veel bloemen in de tuin. Er moet ook een aantal hortensia's bijkomen, want die doen me aan Samothraki denken. Daar wil ik volgend jaar wel weer eens naartoe, maar dan in mei. Het was me in april, op een paar dagen na, een beetje te fris in Griekenland. 


Ik ga deze week doen wat ik lang heb uitgesteld, namelijk een paspoort aanvragen. Dat heb je voor reizen binnen de EU, zelfs naar een aantal landen daarbuiten, zoals IJsland, niet nodig, dat kun je gewoon doen met je ID-kaart, maar sinds het Verenigd Koninkrijk uit de unie is gestapt, kun je daar alleen met een paspoort heen en ik wil toch wel weer eens een keer familie en vrienden opzoeken of een conferentie bijwonen. Ik heb zo'n gruwelijke hekel aan de politiek van die verschrikkelijke Tories, de bende van Boris, en ik heb me zo verraden gevoeld door de Brexit dat ik de aanvraag lang heb uitgesteld, maar nu is de tijd gekomen om me daar met hevige tegenzin overheen te zetten. De pasfoto's liggen al klaar. Gelukkig net gemaakt voordat ik vrijdag mijn kop stootte tegen het granol van de woonkamer, toen ik een papier onder een kast vandaan wilde halen. Iets te schiftig en niet goed uit de doppen gekeken, zodat er midden op mijn voorhoofd een schaafwond zit. Niet diep en niet ernstig, maar ik lijk tijdelijk wel een beetje op Michail Gorbatsjov. Nu kun je beter op hem lijken dan op Vladimir Poetin, maar niet in mijn paspoort. Ik zou deze week weer wat opnames maken voor het boekenproject waarover ik op dit ogenblik nog niets kan loslaten, maar daar wacht ik maar even een weekje mee. Ik heb het montageprogramma inmiddels aardig in de vingers en begin steeds meer lol in het werk te krijgen. Ik denk dat ik half juli, zoals ik in voorgaande jaren ook deed, weer flink ga filmen tijdens het Big Rivers festival. Mits het weer meewerkt, want ik ben niet zo van singing in the rain.


Nog een reden om naar Engeland, en als het meezit naar Wales, te gaan, is dat ik het land nog een keer wil zien voordat de bende van Boris het in diepe achterlijkheid stort. Nu hebben ze weer het idiote plan opgevat om terug te gaan naar het oude metrieke stelsel van de yards, de miles en de gallons. Ik zou er ook helemaal niet van opkijken als ze straks weer ponden hebben die uit twintig shilling bestaan en tweehonderdveertig pennies en dat een ounce aan de overkant van de Noordzee heel anders weegt dan een ons hier. Dat die stokoude koningin Elizabeth dat allemaal nog moet meemaken. Over triest gesproken.


In gedachten, altijd,


Kees


Dordrecht, 30 mei 2022


Foto: auteur





dinsdag, juli 20, 2021

Warnaar: Andere tijden




Hij is dol op oude landhuizen. Vooral Engelse. Als hij in Engeland is bezoekt hij ze in alle soorten en maten en uit alle tijden. Rondwandelen in een, soms nog steeds bewoonde, wereld uit een andere tijd, met de waan van de dag ver achter de hekken van het omringende landgoed. Zijn vrouw vond de negentiende eeuw de tijd die het best bij haar paste. Hij is meer van de achttiende, toen het klemmende corset van Victoriaanse moraliteit en preutsheid de maatschappij nog niet beheerste. 


Hij las het London Journal (1762-63) van James Boswell, maar die avonturen waren de familie toch te gortig, zodat het boek pas halverwege de vorige eeuw verscheen. Zijn escapades met meisjes van plezier, in het stikdonker op London Bridge, terwijl de rivier onverstoorbaar onder de jongelui doorstroomde en met actrices, bij voorkeur met actrices, logen er niet om. Als hij weer eens een kwikbehandeling moest ondergaan tegen syfilis, was het altijd de schuld van het meisje, een aspect van die tijd waar hij liever niet aan denkt. Je moest als achttiende eeuwer vooral gezond zijn en niet onbemiddeld. 


Een van de plekken die hij bezocht is het Elizabethaanse Chawton House, dat ooit in het bezit was van een broer van Jane Austen. Haar nagedachtenis wordt er geëerd. Er is een bibliotheek gevestigd, die zich richt op vrouwelijke schrijfsters uit het verleden. Austen leefde aan het einde van de achttiende en in het begin van de negentiende eeuw, nog voor het Victorianisme de dominante moraal werd.


Foto: auteur


donderdag, april 15, 2021

Grasmere




In de zomer van 1985 maakte ik een reis naar Engeland. Deels om vakantie te houden, maar vooral om familie en vrienden te zien. In Westcliff, een wijk van Southend-on-Sea, bezocht ik bevriend collega historicus Alan Denny. Hij was in die tijd lid van de English Civil War Society en 'diende' in een van Oliver Cromwells regimenten. Hij had, naast kleurrijke uniformen, een aantal replica's van zestiende eeuwse musketten in huis, inclusief de daarvoor vereiste wapenvergunning. Je kon er echt mee schieten. Alan vertelde dat iemand tijdens een nagespeelde veldslag weleens vergat om de laadstok tijdig uit de loop te halen, zodat deze werd afgeschoten. De geschiedenis naspelen, want daar deed deze vereniging aan, aan het zo waarheidsgetrouw het verleden nabootsen, was niet zonder risico's. Voor de zekerheid heb ik hem nooit verteld dat een van mijn scripties op de middelbare school ging over koning Karel I (1600-1649), voor wie ik altijd een geheime sympathie heb gekoesterd. Gewoon omdat hij in mijn ogen de underdog was.


Na Westcliff bezocht ik Pauline in Sheffield, de charmante ex van een van mijn neven. Zij was eveneens historica, maar stond op het punt dienst te nemen bij de politie. Gewoon als straatagente. Ik begreep daar niets van. Ze had een kostganger, Gary, een reus van een man, wiens gewicht extra woog doordat hij, ook geschiedkundige, was afgestudeerd aan de universiteit van Oxford. Die begreep het wel. Ze gaven les op dezelfde middelbare school die, aldus Gary, werd geterroriseerd door een idioot van een directeur. Pauline was het onderwijs daardoor zat. 


Oxford of Cambridge, dat was een van mijn dromen geweest, maar omdat de schooldecaan op de mulo in 1968 de pas ingevoerde Mammoetwet nog niet goed in het hoofd had, ging ik niet via een briljant HBS-examen richting Engeland, maar werd het, na een HAVO-examen met vier negens, een acht en een zeven, de Pedagogische Akademie en daarna de trap op via de aktes Geschiedenis MO-A en B naar een doctoraal aan de Universiteit Utrecht. Achteraf lang geen slechte keuze, want op die Akademie (toen met vooruitstrevende k) leerden ze je op voortreffelijke wijze de lespraktijk (al heb je daar weinig aan, als je niet een zeker charisma hebt om voor de klas te staan) en tenslotte studeerde ik in Utrecht af bij Maarten van Rossem, die toen nog geen mediabekendheid had, maar al wel een keigoede docent was. Toch had ik drie jaar geleden, toen ik een nichtje opzocht dat promoveerde in Cambridge, jawel, in de geschiedwetenschap, het is een aantrekkelijk vak, een licht gevoel dat ik ergens een boot had gemist. Oxford komt nog aan de beurt, daar studeert een ander nichtje van me historische geografie, maar zolang de coronacrisis voortduurt en ik in de weer moet met testen en maskers en misschien ook nog in quarantaine, onderdruk ik mijn reislust nog maar even.


Terwijl ik in Sheffield verbleef maakte ik op een snikhete augustusdag een uitstapje naar het landhuis Chatsworth, de residentie van de hertogen van Devonshire. Chatsworth was vooral door de inspanningen van Deborah Mitford (1920-2014), de jongste van de befaamde zusjes Mitford (schrijfster Nancy was de oudste), uitgegroeid tot een populaire bezienswaardigheid. Zij trouwde in 1941 met Andrew Cavendish (1920-2004), die in 1950 de elfde hertog van Devonshire werd. Deborah was goed bevriend met de avonturier, schrijver en filhelleen Patrick Leigh Fermor, van wiens boeken ik een groot liefhebber ben, al had ik in 1985 nog maar pas van hem gehoord. De hertogin was zelf trouwens ook zeer vaardig met de pen, een kenmerk van de Mitford zusjes. Van haar inspanningen op Chatsworth herinner ik mij weinig. Ik stapte bij een verkeerde halte uit de bus, miste daardoor een aansluiting met een andere bus en toen ik anderhalf uur later verder kon, sloeg ik in de buurt van Chatsworth ('slechts tien minuten lopen', stond in de reisgids) linksaf waar het rechtsaf moest zijn, zodat ik pas tien minuten voor sluitingstijd arriveerde, waarna mij slechts een snelle blik was gegund.


Na Sheffield trok ik verder naar Newton-le-Willows, dat precies tussen Manchester en Liverpool in ligt en waar sinds jaar en dag mijn oudste neef woont. Historicus en Tudor-specialist, ik verzin het niet. Met hem en een bevriend chemisch ingenieur, de vreemde eend in de bijt, bezocht ik in het Lake District het graf van de dichter William Wordsworth (1770-1850). Hij woonde jaren in het plaatsje Grasmere. Het dagboek Home at Grasmere van zijn zus Dorothy, zijn huisgenote, is zeer de moeite waard. Toen ik het las kreeg ik weer andere dromen. 


Foto: Brian Lord


vrijdag, juni 26, 2020

Kabaal



Soms zei zijn vrouw: 'Eigenlijk ben ik van de negentiende eeuw, lijkt me een geweldige tijd om in te leven'. Meestal hadden ze dan net naar een aflevering van een of ander kostuumdrama gekeken. Zelf is hij meer van de achttiende eeuw, vindt hij. De opkomst van de Verlichting, maar nog niet van het benauwende en hypocriete Victorianisme. Hij zou graag rondlopen in die tijd, maar wel onder de voorwaarde dat hij rijk was en voorzien van een ijzeren gezondheid. 

Het is weer zo'n dag dat hij wordt overvallen door een nostalgische afkeer van zijn eigen, platvloerse tijd vol media- en sociale mediakabaal, van het groeiende gat tussen voortgaande technologie en beschaving. Eind achttiende eeuw stond de stoomtechniek nog in de kinderschoenen. Hoorde je geheel ander kabaal in de stad: paardenhoeven en de ratelende wielen van koetsen en karren. Op zee ging je nog gewoon onder zeil.

Zijn vrouw noemde hem weleens een onverbeterlijke romanticus. Hij weet het. De tijden veranderen en niet altijd ten goede. Het verleden komt nooit terug, maar hij zou er een kapitaaltje voor over hebben om de Noordzee over te zeilen en per koets naar Plas Newydd in Wales te reizen, om daar te souperen met de Ladies of Llangollen, in gezelschap van, wie weet, mensen als William Wordsworth of lady Caroline Lamb. 

Foto: auteur


woensdag, juni 24, 2020

Repressie



Hij is net thuis als hij een aanval van hooikoorts krijgt. Ondanks een preventief pilletje. Het verbaast hem niet. Toen hij door de polder naar de bouwmarkt fietste om een doucheslang te halen, wolkten de pollen om hem heen. Hij heeft geen idee voor welke soort hij allergisch is, maar meestal heeft hij tegen half juli geen last meer.

In Griekenland komt zijn kwelgeest niet voor, vermoedt hij, want daar heeft hij nog nooit last van hooikoorts gehad. In Engeland wel en daar gaat het tot tegen augustus door. Vooral tijdens lange wandelingen. Die maakte hij vaak over de Wirral, het schiereiland waar hij een tijdje een vriendinnetje had. Hij herinnert zich broeierige zomeravonden en korenvelden tussen metershoge hagen.

De schoolvakanties gingen niet gelijk op. Als hij uit Nederland kwam, had zij meestal nog een week of twee te gaan. Hij haalde haar weleens van school op. Zij en haar vriendinnen schaamden zich voor het verplichte schooluniform, waarvan het ontwerp vermoedelijk terugging op het jaar 1900. Uit school doken ze direct achter de muur van het nabije park om even later weer als sexy tieners tevoorschijn te komen. Er liep op een keer een man voorbij die glimlachend groette. 'De tekenleraar', zei ze. 'Die hoeft geen stropdas aan omdat de directrice denkt dat hij een echte kunstenaar is'.

Foto: auteur

dinsdag, juni 16, 2020

Bezorgd



'Ik voel me lethargisch en ontroofd van mijn levenslust', schrijft een bevriend Brits vakgenoot hem. De man heeft een groot aantal studies op zijn naam staan, waarvan sommige zeer geroemd door medehistorici. Het bezoek dat hij zou brengen aan Dordrecht, waar Warnaar hem zou rondleiden door de oudste stad van Holland, ging vanwege de coronaramp niet door. De vakgenoot trok zich terug in een landhuis in het westen van Engeland, zoveel mogelijk afgezonderd van de wereld. Hij voelt zich gedeprimeerd door het bericht. Ook herinnert hij hem aan de Brexit, 'de Britse regering heeft zich als de slechtste van het Westen gedragen, een voorteken van wat ons bij de Brexit te wachten staat'. 

In het Algemeen Dagblad waarschuwt een psychologe, Emma Westerling, voor de bedreiging die 'social distancing', de anderhalve-meter-maatschappij, voor de samenleving vormt. Ze noemt ontmenselijking en een gevaarlijke tweedeling tussen de degenen die blind geloven in de regeringsmaatregelen om het virus te bestrijden en degenen die daar kritisch tegenover staan. 

Hetzelfde wat een sociaal-pedagoog hem weken geleden al vertelde. Hij vraagt zich af of de vrolijke vrienden die het land bestieren daar wel aan denken. De politiek heeft drie kabinetten Rutte lang bezuinigd op de gezondheidszorg, vooral ook op de GGD's. Onvoorbereid, maar niet ongewaarschuwd, de crisis in. Daarom is hij bezorgd over een tweede golf.

Foto: auteur


dinsdag, mei 26, 2020

Ongeluk



Een jeugdvriendin uit Engeland bericht, na een verontrustende periode van stilte, dat het goed gaat met haar en haar man. Die is aanzienlijk ouder, wat haar zorgen baart. Ze gaan wel uit wandelen, maar vooral over ongebaande paden, om risico's te vermijden. Dat is niet moeilijk. Ze woont in een afgelegen villa, meer een landhuis, in een dunbevolkte vallei in Lancashire, zo'n twintig kilometer noordelijk van haar geboortedorp.

Dat geboortedorp is de plaats waar hij als jongen vele zomervakanties doorbracht. Bij mooi weer trokken ze er samen op uit. Dwars door de akkers naar Castle Hill, een geheimzinnige heuvel aan de andere kant van de snelweg M6. Je moest een spookachtig, vochtig tunneltje onder de weg door, meer een soort mijngang. Of ze gingen naar Highfield Moss. Daar was een diep gat waarin je kon zwemmen, als je tenminste de moed had.

Langs Highfield Moss loopt de oudste spoorlijn ter wereld, die van Manchester naar Liverpool. Daar in de buurt, bij het gehucht Lowton, gebeurde ook het eerste spoorwegongeluk ooit. Bij de opening van de lijn in 1830 onderschatte parlementslid William Huskisson de snelheid van een naderende locomotief. Hij verloor een been en overleed onderweg naar het hospitaal. Een klein monument memoreert de tragedie. Hij zoekt in zijn dromen toch liever met Sue de geheimen van Castle Hill.

Foto: auteur (De Arend - Spoorwegmuseum Utrecht)



dinsdag, april 28, 2020

Engels weer



'Engels weer', gaat het door hem heen als hij een vuilniszak naar de container brengt. Een zacht regentje, weinig wind, milde temperatuur. Wat ontbreekt zijn de huizen van rode baksteen, muren die bij regen altijd een beetje lijken te glimmen. Het herinnert hem aan de zomervakanties van zijn jeugd, bij de familie in Lancashire, en aan zijn eerste verliefdheden. Waarom, vraagt hij zich af, wordt hij vooral aangetrokken door buitenlandse vrouwen? Of is dat maar inbeelding? Dat het gras bij de buren altijd groener lijkt?

Zijn eerste liefde was een Engelse, zijn tweede ook. Daarna een Française en ook nog heel even een Duitse. Er volgden wat Nederlandse meisjes en een Antilliaanse, maar zijn grote liefde was een Griekse. Inmiddels weduwnaar is hij heimelijk een beetje verliefd op een schrijfster van Perzische afkomst, maar zij zou z'n dochter kunnen zijn, dus bewaart hij keurig afstand als ze elkaar spreken. 'Men moet trachten zich niet belachelijker te maken dan men van nature al is', schrijf Kees Buddingh' in een van zijn dagboeken.

Vorig jaar was het net zulk weer. Hij logeerde in een hotel bij Parbold van waaruit hij fietstochten maakte door het diepgroene heuvelland, met soms een verkwikkend buitje. Engeland zat nog in de EU en het coronavirus veilig in een vleermuis of een schubdier. Een verloren wereld.

Foto: auteur


dinsdag, april 21, 2020

Vierennegentig



Het nieuws meldt dat de koningin van Engeland vierennegentig is geworden. Hij leest dat ze in isolatie zit in Windsor Castle. Windsor, daar is hij tegenwoordig dagelijks, in gezelschap van Thomas Cromwell, inmiddels lord Cromwell, tot zijn onthoofding in 1540 de belangrijkste minister van Hendrik VIII. Hij houdt van historische romans, ook al is hij altijd een beetje beducht als hij ze leest. Feit en fictie, dat zijn begrippen die je als historicus maar beter niet door elkaar kunt halen.

Zolang hij zich herinnert, is Elizabeth al staatshoofd van Engeland en nog heel wat meer landen. Die vormen het Britse Gemenebest, leerde hij op school. Toen hij acht was, kreeg hij zijn eerste briefje van neef Anthony uit Engeland. Het begin van een correspondentie die nog steeds doorgaat. Hij plakte de postzegels netjes in een album. Een jonge vrouw met een kroontje. De kleur hing af van de waarde. Threepence, sixpence. Engeland had toen nog het twaalftallige stelsel. Twaalf pennies in een shilling, twintig shilling in een pond.

Ze studeerden allebei geschiedenis. Anthony aan de Universiteit van Lancaster, hij aan de Universiteit Utrecht. Anthony is een Tudorspecialist. Hij weet veel van de Rozenoorlogen, de slag bij Bosworth en Hendrik VIII, maar niet of we de troonsbestijging van koning Charles III ooit zullen meemaken. Corona is er ook nog.

Foto: auteur


vrijdag, april 17, 2020

Voor eigen bestwil



In The Mirror and the Light van Hilary Mantel wordt een radicale, Londense dominee gevangen gezet in de Tower 'voor zijn eigen bestwil'. Paapsgezinden, die de breuk met Rome door Hendrik VIII niet accepteerden, zouden hem wat kunnen aandoen. Opgesloten zat hij veilig. Er zijn landen waar de bevolking voor eigen bestwil vastzit, zoals in Spanje. Nederland gaat niet zo ver. We worden geadviseerd om binnen te blijven. Voor eigen bestwil en voor die van onze medeburgers. Anders is er straks geen plaats meer op de door jarenlange bezuinigingen getroffen intensive care-afdelingen. 

De regering doet zijn best, vader Rutte waakt over ons, maar eens zal er verantwoording moeten worden afgelegd over zoveel onverantwoordelijkheid. De bewindslieden zullen ook antwoord moeten geven op de vraag of het middel niet erger was dan de kwaal. De econoom Lars Jonung heeft het over een overreactie die neerkomt op harakiri. Wat zullen toekomstige historici schrijven? Misschien zal hij dat nooit weten. Hij is van lichtgevorderde leeftijd en een oordeel vellen vergt nu eenmaal afstand in tijd.

Hij herinnert zich een vriend, lid van de Socialistische Jeugd, die vond dat iemand, die zegt dat iets 'voor je eigen bestwil' is, eigenlijk meteen moet worden doodgeslagen. Dat was in de door lange haren en woeste baarden omkranste jaren zeventig. Het lijkt hem wat erg radicaal.

Foto: auteur


dinsdag, maart 31, 2020

Pest, tyfus en kolere



Hij kneedt het deeg nogmaals, vormt de broden en legt ze in de bakvormen. Nog een half uur rijzen en ondertussen de oven voorverwarmen. Aan een broodmachine doet hij niet. Hij denkt ineens aan zijn bezoek aan Kentwell Hall bij Long Melford, in het graafschap Sussex. Het was 1556, tijdens de regeringsperiode van Mary Tudor. Bloody Mary was haar bijnaam. Ze wilde het katholicisme in ere herstellen, op weinig zachtzinnige wijze. Als je Bloody Mary bij Google intypt, krijg je eerst een rij verwijzingen naar een alcoholische mixdrank. Hij vindt dat tekenend voor de positie van zijn vak.

Bij de ingang van de fraai geconserveerde 'Tudor manor', moest je je ponden omwisselen voor zestiende-eeuwse nepmunten. Binnen was alles nauwgezet teruggebracht naar het verleden. Zelfs elektrische lampen en stopcontacten waren weggewerkt. Het wemelde van oude ambachten. Hij zag een schoonheid die als enige zonder hoofddoek rondliep. Iemand fluisterde dat het een publieke vrouw was. Toen hij de lord of the manor tegenkwam, speelde hij het spel mee en vertelde dat hij een graanhandelaar uit Holland was, die zaken kwam doen.

Het was een eeuw vol besmettelijke ziekten. Op nummer één de pest en op afstand daarvan de tyfus en de kolere. De kookwekker rinkelt, het brood moet in de oven. Honderdtachtig graden, dat overleeft geen virus, denkt hij tevreden.

Foto: auteur


donderdag, januari 30, 2020

Gastvrij



In 1933, hij was toen achttien, begon de Engelse schrijver en avonturier Patrick Leigh Fermor (1915-2011) aan een voettocht door Europa, vanaf Hoek van Holland naar Constantinopel. Een wandeltocht die hem ondermeer naar Griekenland voerde, waar hij een groot deel van zijn latere leven zou wonen. Vele jaren na dato publiceerde hij twee boeken over deze tocht: A Time of Gifts en Between the Woods and the Water. Op zoek naar wat ik over Paddy (zoals hij door vrienden en zijn biografe, Artemis Cooper, wordt genoemd) in mijn boekenkast heb staan, stuitte ik op een Nederlandse uitgave van deze twee reisboeken, die in één band verschenen bij uitgeverij Atlas in een vertaling van Paul Syrier. 

Ik kreeg het ooit van een vriend, die Engelse boeken graag in het origineel leest en zich niet realiseerde dat dat met mij ook het geval is. Het heeft daardoor jaren onaangeraakt in de kast gestaan, met de originele, Engelse edities ernaast. Toen ik het toch eens ter hand nam, viel mij op dat een deel van het voorplat, een foto van het vooroorlogse Rotterdam, met luchtspoor en zicht op de Laurenskerk, vanaf het punt is genomen waar ook de schilder stond van de aquarel die ik, van mijn ouders geërfd, aan de muur heb hangen, pal naast de kast met de Fermor-boeken.


Een aardige toevalligheid, maar wat ik nog veel leuker vind, is dat Paddy, die in Hoek van Holland aankwam met het stoomschip Stadhouder Willem, de eerste nacht van zijn reis in Dordrecht doorbracht. Hij schrijft daarover het volgende (p. 35, 36):

Het was donker toen ik dichtbij genoeg was gekomen om te zien dat de toren en de stad Dordrecht, die aan de voet ervan verzameld lag, zich op de andere oever van een brede rivier bevonden. Ik had de brug gemist, maar een veerpontje zette me al spoedig na het vallen van de duisternis op de andere oever. Onder de kerkkauwen die in de toren huisden, ontvouwde zich een drukke, amfibische stad, ze was gebouwd van verweerde baksteen en daarboven bevonden zich tegen elkaar aangebouwde topgevels en trapgevels en sneeuwbeladen dakpannen; de stad werd doorsneden door grachten en was weer aan elkaar gebreid met bruggen.

Een fraaie beschrijving van een winters Dordrecht. Het was dan ook december. Paddy vindt een café aan de haven, waar hij wat eet, daarna:

viel ik in slaap te midden van de bierkroezen en toen ik wakker werd kon ik me met geen mogelijkheid herinneren waar ik was. Wie waren deze schuitenvoerders met hun puntmutsen en wollen buizen en zeemanslaarzen? (...) Mijn ogen moeten weer zijn dichtgevallen, want tenslotte maakte iemand me wakker, ging me - ik liep als een slaapwandelaar - voor naar boven en liet me een slaapkamer binnen met een laag en schuin plafond en een donzen dekbed dat er als schuimtaart uitzag. Aan het hoofdeinde van het bed merkte ik, voor ik de kaars uitblies, nog een schilderij van koningin Wilhelmina op en aan het voeteneinde een ets van de synode van Dordrecht.
Het geklos van klompen op de keien - een raadselachtig geluid tot ik uit het raam keek - wekte me de volgende morgen. De vriendelijke oude eigenares van het café aanvaardde betaling voor het avondeten maar niet voor de kamer: ze hadden gezien dat ik moe was geweest en me onder hun hoede genomen. Dit was het eerste schitterende voorbeeld van de vriendelijkheid en gastvrijheid waarmee ik deze tocht keer op keer geconfronteerd zou worden.

Tja, die kaars, beetje gek in 1933, maar goed, ik vraag mij af: welk café en welke mensen? Het zal niet dat van mijn overgrootvader zijn geweest. Dat lag niet aan de haven en bovendien stond de man bekend als zo ongeveer de krenterigste kroegbaas van de stad. Wie antwoord heeft mag me een bericht via Messenger sturen. Als het overtuigend is en als je de eerste bent, krijg je mijn Nederlandse editie cadeau.

dinsdag, december 31, 2019

Burgeroorlog



Nog geen maand geleden werd mijn boek Met gemengde gevoelens op reis. Brieven aan Stella in mijn stamcafé Visser gepresenteerd. De tijd vliegt, luidt het cliché. 'Nee,' placht stadsdichter Jan Eijkelboom te zeggen op bijeenkomsten van de Dordtse Dichterskring, 'niet de tijd vliegt, wij stormen door de tijd.' Inmiddels zijn we aanbeland op de laatste dag van het tweede decennium van de eenentwintigste eeuw. Over een paar uur zullen er weer honderden gewonden vallen en zullen misschien ook wel meerdere mensen sneuvelen in de veldslag die de Nederlander van de jaarwisseling maakt. Het hele land, waar je anders voortdurend wordt lastiggevallen door anti-rookzeikerds en doorgeslagen milieulio's, een oorlogszone! Fascinerend zoals een toch al tot doorslaan geneigd, matig beschaafd en matig opgevoed volk een op zich aardige traditie (het met lawaai en licht verjagen van boze geesten, de Germanen deden het al) volkomen uit de hand heeft laten lopen. 

Zo volkomen dat het hoog tijd wordt om in te grijpen. Niet alleen omdat tijdens het hoogtepunt van de burgeroorlog idioot veel slachtoffers vallen, nee, onder meer ook omdat de dwaasheid al eerder begint. De eerste ernstig gewonden vielen enkele dagen geleden al. Vannacht om vijf uur werd mijn buurt opgeschrikt door een of andere a-sociaal die nog steeds liep te knallen. Ik begrijp de fascinatie voor dat vuurwerk wel en met een goede balans van beschaving, opvoeding en gezond verstand zou een verbod niet nodig zijn. Die balans ontbreekt echter bij een deel van de inwoners van ons land. Dat pubertjes over de schreef gaan, voilà, dat doen pubertjes vaker, maar dat volwassen kerels als idioten te keer gaan is goed beschouwd behoorlijk zielig. Ook zielig is dat verwende-kinderen-gedrag van Haagse onruststokers die hun vreugdevuur niet mogen houden, omdat ze die 'traditie' vorig jaar tot bijna rampzalige proporties uit de hand hebben laten lopen. Overigens onder de gesloten ogen van de gemeente Den Haag, die wat dat betreft vele kilo's boter op het hoofd heeft. Dit jaar dus op het strand geen polonaise. Wie niet horen wil moet maar voelen. Doe een keer normaal, dan mag je volgende jaar je fikkie misschien weer stoken.

Ik had willen stilstaan bij die afgelopen twee decennia. Bij alles wat er in mijn leven veranderde door sterfgevallen en geboortes in de familie- en vriendenkring, door nieuwe vriendschappen en ervaringen, zoals het verlaten van het onderwijs en de publicatie van een aantal boeken. Bij al die kleine en grote gebeurtenissen die hun invloed hebben gehad. Ik had willen stilstaan bij menselijke kwaadaardigheden als de aanslagen van 11 september 2001, de onverstandige, Westerse interventies in het Nabije Oosten, waardoor met name de VS, zoals Maarten van Rossem terecht beweert, ongewild een terreurbeweging als IS heeft geschapen, bij de Brexit, die naar het zich laat aanzien een ramp voor het Verenigd Koninkrijk gaat worden. De wereldmacht van weleer leed vergeleken bij imperia als het Perzische, het Romeinse of het Chinese, al een kortstondig bestaan, maar de reductie tot wat het eigenlijk in de aard is, een klein eiland voor de westkust van Europa, gaat nu door eigen blindheid wel supersnel. Ach, ze komen wel weer terug, die Engelsen, ooit, met hangende pootjes, nadat de Ieren zich hebben verenigd, de Schotten zich hebben afgescheiden en de Welsh misschien ook wel dat voorbeeld hebben gevolgd. Als een sneu, berooid volk. Triest want hoe je het ook wendt of keert en of ze het willen of niet, het zijn wel onze vrienden. Ik laat dit alles verder echter onbesproken. Het is elf uur in de ochtend, overal wordt alweer geknald en ik ben daar schijtziek van. Ik denk dat ik tot volgend jaar maar met een kussen over mijn kop onder het bed ga liggen, net als de kat.

Afbeelding: archief auteur


vrijdag, september 06, 2019

Waarde



Met een nichtje dat in Cambridge aan haar proefschrift in de geschiedwetenschap werkt, bezoek ik King's College. Ik mag niet over het gras lopen, zegt ze, want die 'eer' is alleen voorbehouden aan fellows van het College. Doe ik het toch, dan word ik door een meneer met een bolhoed verwijderd. King's College heeft een kapel, waarvan de bouw begon in 1446, toen de godsdienstwaanzinnige koning Hendrik VI over Engeland regeerde. Dat je zo'n kapel niet een twee drie neerzette, blijkt uit het feit dat de bouw pas in 1515, onder Hendrik VIII, werd voltooid. Die regeerde van 1509 tot 1547. Hij was een tijdgenoot van Karel von Habsburg, die wij kennen als keizer Karel V, maar die in Holland natuurlijk gewoon onze graaf was.

De kapel is een parel van laat-gotische, Engelse bouwkunst. U denkt misschien dat ik dat van Wikipedia heb, maar ik heb ooit op de universiteit de keuze moeten maken tussen twee bijvakken: kunstgeschiedenis of sociaal-economische geschiedenis. Sociaal-economische geschiedenis scheen van geweldig belang te zijn, daarom volgde ik, ter oriëntatie, een college economie voor historici. Toen ik aan het eind daarvan wakker schrok, was de keuze voor kunstgeschiedenis gemaakt. Ik heb er tot op de dag van vandaag plezier van.

Het is een mooie dag in maart. Over de Cam worden zelfs punters vol toeristen voortgeboomd. De volgende dag zou ik wakker worden en bij het openen van mijn hotelgordijnen een laagje sneeuw zien, maar dat wisten we toen nog niet. We verlaten King's College en lopen in de richting van het Gonville and Caius College, waar veel bloemen bij de ingang liggen. De beroemde geleerde Stephen Hawking, geveld door de gruwelziekte ALS en fellow van het College, is enkele dagen daarvoor overleden. Nog iets verderop is een opstootje. Er wordt ergens tegen gedemonstreerd, maar tegen wat, is mij niet duidelijk. 'Laten we wat gaan drinken bij The Eagle,' stelt mijn nichtje voor. The Eagle is, naar men zegt, de beroemdste studentenpub van Cambridge. Ik vertel haar niet dat ik hem die ochtend al heb ontdekt. Geleerde nichtjes laat je in hun waarde.

Foto: auteur


dinsdag, juli 23, 2019

Violen



Naast ego-literatuur ben ik een liefhebber van historische romans. Goed geschreven historische romans, die fungeren als een soort tijdmachine. Al lezend is het dan of je zelf rondloopt in pakweg de elfde eeuw, in de zeventiende of ineens midden in het Engeland van de zevende eeuw. Engeland bestond toen nog niet, wel een aantal koninkrijkjes, zoals Wessex, Kent en Mercia. Als ze elkaar niet naar het leven stonden, vochten ze met de bewoners van Wales. De Welsh waren ook opgedeeld in een aantal mini-koninkrijkjes, zoals Gwynedd en Powys. In de zevende eeuw waren de Engelse koninkrijkjes in handen van Saxen, die in Wales (en Cornwall, voor de volledigheid) van Kelten. 

Tussen Saxen en Kelten botert het heden ten dage nog steeds niet zo, daarom verbaast het mij weleens dat Wales en Schotland, tenslotte ook Keltisch, zich nog niet van Engeland hebben losgemaakt. Tenslotte dreigen ze door de Engelsen binnenkort te worden meegesleept in een heilloze Brexit, waar na tweehonderd jaar misschien wel de boeiendste historische romans over worden geschreven, wie weet. Dat maak ik niet meer mee en dat vind ik helemaal niet erg. Ik weet niet of het straks prettig rondlopen is in een van Europa losgeslagen Groot-Brittannië, waarvan met geen mogelijkheid te zeggen valt hoe lang het nog bestaat. Ik voorzie chaos, ellende en geweld. Wie weet valt het perfide Albion wel geheel uiteen in ruziënde gewesten.

Gelukkig kan ik niet in de toekomst kijken en misschien zie ik het wel veel te somber in, hoewel de geschiedenis leert dat je met opportunistische populisten als Boris Johnson en Nigel Farrage een heel eind kunt komen, als je per se de afgrond in wil. De onvermijdelijk lijkende ondergang van Groot-Brittannië gaat mij als anglofiel aan het hart. Gelukkig zijn de Britten meesters in het schrijven van historische romans. Ik ga maar gewoon weer een poosje terug, naar de zevende eeuw. Weg van de wereld, als een de-Heer-lost-alles-wel-op-monnik het klooster in. Hopelijk is er een bed violen, dat knielt zo lekker.

Foto: auteur


zondag, juli 07, 2019

Verslaafd



Het is een moeilijke dag vandaag: Dordtse boekenmarkt. Ik ben van het boek, ik gebruik mijn e-reader alleen als ik naar Griekenland reis, want zeven, acht of meer boeken meesjouwen is niet meer te doen, zeker niet nu je bij vrijwel iedere luchtvaartmaatschappij voor je bagage moet bijbetalen. 'Ga dan met de trein,' roepen de milieumensen. Ik houd van de trein, maar een reis van drie dagen, zonder reisgezel..... En dan spreek ik nog niet van het geld. 

Vorig jaar maakte ik een reisje naar Cambridge, met de trein naar Hoek van Holland (dacht ik), met de boot naar Harwich en met de trein verder naar de eindbestemming. Een reis die vijf keer duurder uitkwam dan een vliegretourtje Zestienhoven-Stansted. Vliegend zou ik nog geen twee uur reizen. 

Het ging al mis met het spoor. Ooit stapte je op Rotterdam Centraal in de trein naar Hoek van Holland en liep je vanaf het station aan de haven zo de boot op. Dat ging niet meer, want de gemeente Rotterdam was bezig die spoorlijn om te bouwen tot een metro. Iets waar ze in onze dynamische havenstad kennelijk te dom voor zijn. Ze zijn al jaren bezig en bij mijn weten is het nog steeds niet gelukt. We moesten vanaf Schiedam met een bus. Een stadsbus. Geen faciliteiten voor de bagage, geen veiligheidsriemen, propvol, mensen moesten staan, en dan toch met tachtig over de snelweg. Ze zijn daar wel van de veiligheid bij de RET. 

De bootreis maakte veel goed. Daarna kwam de reis met de Engelse trein. Drie keer overstappen, kapotte kaartautomaten, maar aardige conducteurs en niet eens zo heel erg veel vertraging. Ik kwam, ondanks de RET, ontspannen en onthaast aan in het prachtige Cambridge. 

Cambridge, daar zou ik nog wel een keer hoogleraar willen worden, maar ik ben te oud en dan hebben we nog de Brexit, of hoe een prachtland langzaam maar onstuitbaar naar de ondergang drijft. Ik houd me daarom maar bij mijn Eiland van Dordrecht, met iedere eerste zondag in juli die leuke boekenmarkt. 

Het probleem is dat ik al een boek heb. Erger, ik heb zo ongeveer zesduizend boeken. De kasten puilen uit, maar ja, een goed boek kan ik niet laten liggen en zeker niet als het een geschiedenisboek is. Over idiote politici, bijvoorbeeld, die hun eigen- en partijbelang boven alles stellen. Het Verenigd Koninkrijk dreigt daardoor af te zakken tot een marginale staat, een zielig restje van wat ooit een wereldrijk was. Ik ga straks dus weer op pad, met de klemmende opdracht alleen het allerallerinteressantste te kopen dat ik tegenkom. De Dordtse boekenmarkt, de zwaarste dag van het jaar, maar je bent verslaafd of je bent het niet.

Foto: auteur


maandag, maart 25, 2019

'Fly over land'



Lieve Stella,

Waarom laat je geen baard staan? vroeg je. Ik meen tijdens een etentje in downtown Minneapolis. Ik vond dat een vermakelijke vraag. Een paar weken voordat ik naar Amerika vertrok, toen ik een nieuw paspoort aanvroeg, had ik besloten om na zeventien jaar mijn baard maar eens af te scheren. Ik ging een nieuw avontuur tegemoet en daar hoorde een nieuwe kop bij. Dat avontuur was die reis naar Amerika, waar ik een paar maanden zou gaan studeren aan de Universiteit van Minnesota. Ik had, net als jij, een Fulbrightbeurs gekregen. Gekozen als een van de vier uit een groep van vierenveertig kandidaten. Vanwege mijn vlotte babbel, denk ik. Ze willen daar op de prairie, in wat de Amerikanen zelf 'fly over land' noemen, ook weleens echt Engels horen en daar lijkt het mijne wel op. Jij dacht in het begin ook, net als de Amerikanen, dat ik ergens uit Engeland kwam. Toen was ik daar wel een beetje trots op, nu, met die vreselijke Brexitchaos denk ik er ietsje anders over. Ik ben al mijn hele leven een enthousiaste anglofiel, maar dat enthousiasme staat onder druk, al ben ik van de weeromstuit begonnen aan de vertaling van een serie gedichten van Joanne Limburg, een van mijn Britse literaire vrienden die faliekant tegen de Brexit zijn.

Na jouw vraag liet ik mijn baard weer staan. Tot nu toe en het zit er niet in dat ik hem ooit weer afscheer. Het liefst laat ik alles zoals het was voor jouw overlijden. Dat geldt zeker voor ons huis, al moet ik misschien toch eens aan een nieuw bankstel, voor ik door het onze heen zak. Dat geldt eigenlijk ook voor de eettafel en stoelen, waarover ik steeds mijn benen dreig te breken, over die stoelen dan, omdat de poten licht naar achteren buigen en ik daar na vijfendertig jaar nog niet aan gewend ben. Bij wijze van spreken dan. Ik ben diep in mijn hart nogal conservatief. Niet politiek, ik heb bij de laatste verkiezingen braaf op een partij gestemd die gematigd 'links van het midden' staat, maar in mijn persoonlijk leven houd ik niet zo van veranderingen en in het credo 'verandering is vooruitgang' geloof ik niet altijd, laat staan dat vooruitgang per definitie verbetering betekent. Ja, soms. De vooruitgang in de medische wetenschap, bijvoorbeeld, prima, daar heb ik mijn leven aan te danken, je weet wel, en dat jij veel te jong bent gestorven komt toch vooral omdat het onderzoek op het terrein van jouw ziekte nog niet ver genoeg was gevorderd, maar over het algemeen is het raadzaam om bij veranderingen niet te hard van stapel te lopen en enige behoedzaamheid te betrachten. 
Al die lelijke gebouwen die in Dordrecht zijn neergeplempt nadat omwille van de vooruitgang (wat in feite 'ruim baan voor de auto' betekende) een deel van het historisch centrum meedogenloos werd gesloopt. Laat het een waarschuwing zijn tegen ambitieuze politici en projectontwikkelaars. 
In Amerika zijn ze nog veel meer van afbreken en eigentijds opbouwen, met als gevolg dat, op een enkele uitzondering na, de steden en dorpen als twee druppels water op elkaar lijken, eigenlijk moet ik in de verleden tijd schrijven, want ik ben na ons avontuur nooit meer teruggegaan, en het 'oldest house in the USA', waarvan we er een stuk of wat zijn tegengekomen, toen we ter afsluiting van de studie een rondreis maakten, nooit ouder dan misschien tweehonderd jaar is. Tweehonderd jaar, dat is maar twee keer zo oud als ons eigen huis. 
Gunstige uitzonderingen vond ik New Orleans en Boston, althans de historische centra, en, om de een of andere reden, New York, maar het is algemeen bekend dat New York geen Amerika is. Een andere wereld, met een andere dynamiek. Ik heb het nooit begrepen: ik ben allergisch voor hoogbouw, ik haat woontorens en wolkenkrabbers, maar in New York voelde ik mij toch thuis. Voor ik naar Minneapolis vloog verbleef ik een week in een appartement van de New York University in West 3rd Street, vlakbij de Village en Washington Square. Ik had het prima naar mijn zin, evenals aan het einde van onze rondreis, toen we nog een paar dagen in New York verbleven, voor jij naar Thessaloniki en ik naar Dordrecht terugkeerde. Amerika leek toen nog het land van de ongekende mogelijkheden, de anti-rookhysterie stond nog in de kinderschoenen, terwijl Ronald Reagan bezig was een einde te maken aan de Koude Oorlog, al realiseerden wij ons dat nog niet. Onder die oppervlakte van schone schijn bleek echter een samenleving in deerniswekkend verval te bestaan. Lees Amerika. Land van de begrensde mogelijkheden van Maarten van Rossem er nog maar eens op na.

De belangrijkste gebeurtenis van mijn leven was de kennismaking met jou en al die mooie jaren samen, die daar op volgden. Toch was mijn reis bijna niet doorgegaan, want tot vlak voor mijn vertrek twijfelde ik of ik eigenlijk wel zou gaan. Ik vond de VS een merkwaardig land vol idioten en geestdrijvers, zoals de meer dan dertig miljoen halvegaren die geloven dat we in 'de eindtijd' zitten. Een land waar iedereen elkaar met vuurwapens naar het leven stond en waar ze bovendien een merkwaardig soort Engels spraken. De Pilgrim Fathers, die nog een tijdje in Leiden onderdak vonden, vormden in mijn ogen ook een bijzonder nare en rare club. De echo's van hun akelige godsdienstfanatisme vind je volop in The Scarlet Letter van Nathaniel Hawthorne, een boek dat ik uit jouw bibliotheek leerde kennen, maar dit terzijde. Het was een vertekend beeld. In geen land heb ik zoveel vriendelijke, gastvrije en behulpzame mensen ontmoet als in de VS, al verkeerden wij natuurlijk wel in een academisch milieu en niet in een achterbuurt. Jou heb ik aan Amerika te danken, maar dat had wel als gevolg dat mijn historische belangstelling zich verplaatste in de richting van het moderne Griekenland (en zo langzamerhand in de richting van de Levant), weg van de West naar de Oost. 
Ik heb prettige herinneringen aan de VS en toch ben ik, zoals ik al schreef, nooit meer teruggegaan. Niet alleen vanwege de reis. Die is lang, maar nog te overzien, maar het heeft ook te maken met het gedoe met paspoort, visum en een waslijst vragen die je tegenwoordig schijnt te moeten beantwoorden, terwijl ik jou niet meer heb om samen de reis te maken. Het was een van de plannen die we hadden voor na mijn pensionering. Nog eens terug naar de plek waar we verliefd werden op elkaar, waarbij we dan en-passant de familie in Stillwater konden bezoeken, en die delen van het land, van het continent, verkennen waar we bij de rondreis niet aan toe waren gekomen. Zonder jou lijkt dat me allemaal te veel moeite en blijf ik liever op mijn knusse Eiland van Dordrecht, of in ons vertrouwde Griekenland of Engeland. Hoewel, met die Brexit.... Ik heb mij nog steeds niet opgegeven voor de Annual Conference van de Dickens Fellowship in Eastbourne, want ik heb geen idee wat er de komende weken staat te gebeuren. Kun je straks nog met je Europese ID door Engeland reizen, bijvoorbeeld. Ach, ik zie wel. Misschien bezoek ik in plaats van Eastbourne wel weer Cambridge, waar het mij vorig jaar, ondanks een paar ijskoude dagen, uitstekend is bevallen, al wil ik niet te veel beslag leggen op Jeanine haar tijd. Ze heeft het druk genoeg met haar proefschrift. Ik moet voorlopig verder met mijn boekje over de Dordtse letteren in historisch perspectief. Het aardige daarvan is, dat ik het een beetje kan combineren met mijn belangstelling voor de Dordtse patriotten. Daarna doemt alweer een ander thema op, maar dat vertel ik je nog even niet, want voor je het weet staat in de plaatselijke pers dat de Dordtse historicus Kees Klok zich bezig gaat houden met dit of dat en als er dan, zoals met zoveel dingen, weinig van terechtkomt, heb je wat uit te leggen.

In jouw land herdenken ze vandaag het begin van de onafhankelijkheidsoorlog. Uiteraard weer met bombastische parades van scholieren, studenten en het leger. Dat vertoon is mij allemaal wat te nationalistisch, met dat gemarcheer, die honderden vlaggen, straaljagers en tanks, maar goed, 's lands wijs 's lands eer. Ieder het zijne, als bij ons de koning verjaart loopt een deel van het volk als een zwakzinnige rond met oranje opblaaskronen op de kop. Ook traditie, toch?

In gedachten, altijd,

Kees

Dordrecht, 25 maart 2019

Foto: archief auteur.