donderdag, november 17, 2016

Volksbuurt




In de zomer van 1974 ging ik met Annemarie in een klein, vervallen huis wonen in de Marcellus Schampersstraat. We hadden geen idee wie Marcellus Schampers was. Ik had het pandje voor een spotprijs gekocht van een Jehova, die meende dat de wereld toch eerstdaags verging. Het lekte hier en daar, de vloer veerde en een badkamer ontbrak, maar Annemarie had een goede smaak qua inrichten en al snel was het een zoete inval voor vrienden. Daar waren de buren niet altijd blij mee. De buren, dat waren een nurkse, vrijgezelle verpleegster aan de ene kant, een type dat nu alleen nog maar in karikaturen voorkomt, en aan de andere kant een duivenmelker die zijn vrouw sloeg en een vrouw die alleen maar tegen haar kind kon schreeuwen. Als het kind niet sliep, jankte het. Ik begreep al snel de heersende mode niet meer om als intellectueel in een volksbuurt te willen wonen. Toen het stel na een paar maanden vertrok, namen wij twee katten.

Er kwam een vrouw naast ons. Een stokoude vrouw. Zo'n vrouw die op vooroorlogse prentbriefkaarten over een dijk loopt, in een schilderachtig Zeeuws dorp. Altijd in het zwart. Wij wasten ons aan de gootsteen in de keuken. Douchen deden we bij mijn ouders, in een betere buurt. Mevrouw F. rook alsof ze geen gootsteen had, laat staan een douche. Haar meevragen naar mijn ouders ging wat ver. Onder de douche had ik genoeg aan Annemarie. Ik droom nog weleens van het inzepen van haar borsten, wat op mijn lichtgevorderde leeftijd gemakkelijk tot hypertensie kan leiden, maar dit terzijde. We verwachtten dat mevrouw F. spoedig dood zou gaan. Aan die verwachting voldeed ze, maar niet vanwege haar veronderstelde ouderdom. Ze bleek bij haar verscheiden even oud te zijn als ik nu. Ze moet een hard bestaan hebben gehad, of een geheime ziekte. Ze werd opgevolgd door meneer B. Die brak de duiventil af en zette er een mooie wietplant voor in de plaats.

Annemarie hield het krap een jaar vol. Een tijdje later kwam Marion. Haar borsten waren ook een genot om in te zepen en als er lekkage was klom ze onvervaard met de kitspuit het dak op. Achter in de straat begon Klein Istanbul. Naarmate de economie groeide, breidde Klein Istanbul zich uit. Ik kon het huisje met dikke winst verkopen aan een Turkse meneer, die er een paleisje van maakte. Wij zochten iets met een douche, want mijn ouders werden ook een dagje ouder. Marion bleef nog een jaar of twee bij me, daarna trok de volksbuurt haar weer en moest ik voortaan de loodgieter bellen. Wie Marcellus Schampers was, weet ik nog steeds niet. Wel dat de straat middels sloop en nieuwbouw tot bedroevende karakterloosheid is vervallen.

Foto: archief auteur


Geen opmerkingen: