woensdag, januari 09, 2013

Zon


Ik haat de donkere dagen voor kerst en niet alleen omdat het de dagen waren waarin Stella's ziekte meedogenloos toesloeg, waardoor zij op een tweede kerstdag overleed. De reden waarom ik kerst niet meer met een hoofdletter schrijf. Ik haat die dagen ook omdat de late zonsopgang, de vroege zonsondergang en de grauwe schemering daartussen het seizoen van de dood zo nadrukkelijk aankondigen, dat het menigeen te veel wordt. Zo iemand verhangt zich, springt van een brug of voor een trein. Laatst deed ik op een avond drie uur over de rit van Haarlem naar Dordrecht 'omdat we weer een springer hebben,' aldus een conducteur. Op Facebook wordt veel geklaagd over 'springers.' Ik vraag mij ook weleens af waarom die trein en niet een pot pillen of een haak en een touw, maar iemand die zo in geestelijke nood zit, kan zo'n rationele afweging niet meer maken, denk ik. Op het diepst van de donkere dagen is het kerst. Het feest van de gevulde kalkoen en sloten drank. Alle glasbakken in de buurt mudvol. Zijn we daarvan bijgekomen dan breekt de vuurwerkpsychose uit. Miljoenen in rook opgegaan en ik weet niet hoeveel schade door oogletsel, gehoorbeschadigingen, branden en vandalisme.

Na oud en nieuw keert de somberheid terug. De eerste twee weken van januari zou ik willen overslaan. Ze zijn vaak even bedrukkend als de dagen voor kerst. Ja, ik weet het, heel af en toe schijnt begin januari weleens de zon. Dan ligt er sneeuw en is het glad op straat omdat veel Nederlanders te beroerd zijn om hun stoep schoon te maken. Het is aangenaam druk bij de spoedeisende hulp en de media doen nerveus over een elfstedentocht. Meestal is het echter grauw en waterkoud. Ook na de kerst noodt het sommige mensen weleens tot uit het leven stappen. Ik denk aan een oud-leerlinge die dat deed, op de januaridag waarop ik straks naar Griekenland reis. Het land waar het echt crisis is, waar ze het zich niet kunnen veroorloven om zeventig miljoen over de balk te gooien aan ellendeherrie en waar het aantal zelfmoorden van een paar honderd per jaar is gestegen tot meer dan drieduizend. Als er even weinig zonlicht zou zijn als in Nederland, waren het er vast nog meer.

Ik loop over de Reeweg, langs de roomse begraafplaats. Daar ligt ook een oud-leerlinge. Zij werd, jaren geleden alweer, op het metrostation Zuidplein doodgestoken door een gek. Zomaar, zonder enige aanleiding. Ik zie haar nog voor mij in de klas, een sprankelend kind van zeventien met toekomstdromen. Thuis bel ik mijn nichtje in Athene. Zij heeft nog werk en maakt op haar vrije zaterdag een wandeling door het zonnige Pankrati, maar haar stem klinkt bezorgd. Ze vraagt zich af hoe lang het zwaard van Damocles boven het land blijft hangen. Ik heb geen antwoord, maar zeg haar dat van Stella's werkkamer, sinds haar overlijden onaangeroerd en ongebruikt, eenvoudig een slaapkamer gemaakt kan worden. De tijd zal leren of het nodig is of niet. Voorlopig hoop ik op een beetje zon, desnoods met sneeuw als onwelkom bijverschijnsel.

©Kees Klok



Geen opmerkingen: