Posts tonen met het label Griekenland. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Griekenland. Alle posts tonen

donderdag, april 30, 2026

Krasse bejaarde




Een man van negenentachtig heeft een paar dagen geleden in Athene een kantoor van de ziektekostenverzekering en het hooggerechtshof beschoten. Daar zijn enkele lichtgewonden bij gevallen. Het had veel erger kunnen zijn. Wat vooral verbaast is de leeftijd van de dader. Een krasse bejaarde, dat kun je wel zeggen, die ook nog heeft geprobeerd het land te ontvluchten. Hij werd in Patras opgepakt met een kaart voor de boot naar Italië op zak.


Op Facebook keurde mijn goede vriend I. het geweld af, maar hij had alle begrip voor de wanhoop van de man. De gevolgen van de financiële crisis, vooral ontstaan door het beleid van wijlen Andreas Papandreou, de corruptie in het ambtenarenapparaat, de bureaucratie waar iedere Griek tijdens zijn leven weleens mee in conflict raakt (en niet alleen Grieken, ik kan er als Nederlander met Griekse banden over meepraten) kunnen iemand tot volstrekte wanhoop brengen.


Vriend I. is door die financiële crisis alles wat hij in vele jaren had opgebouwd kwijtgeraakt. Zijn boekhandel en prachtige kafeneion Loxias, een trefpunt voor literatoren en wetenschappers in Thessaloniki, waar ik jarenlang kwam en dat een belangrijke rol speelde in mijn leven na het overlijden van Stella. Het heeft jaren geduurd voordat hij er weer een beetje bovenop kwam. Ook een tachtiger, evenals de schutter, maar een wijs man wiens filosofische instelling hem tenslotte door de moeilijkheden heen hielp.


Op Facebook pleit hij voor het gezond maken van de in zijn ogen bizar slecht functionerende staat en voor een democratie zonder corrupte, slechts voor hun eigen belang opkomende politici. Gezien de geschiedenis van Griekenland na 1821 betwijfel ik of I. en ik dat nog zullen meemaken. Er is weliswaar veel meer vrijheid in het land dan in de jaren voor 1974, toen de laatste dictatuur ten val kwam, maar Griekenland staat nog wel heel laag in het rijtje van landen die het goed doen wat de persvrijheid betreft. Eén blik op veel actualiteitenprogramma's en het televisienieuws is voldoende om te beseffen dat de kiezers bij het ene schandaal na het andere niet zelden door de overheid worden misleid en dat belooft weinig goeds voor de toekomst.


Foto: auteur


woensdag, februari 18, 2026

Brommen




In juli 1990 trouwden Stella en ik in Thessaloniki. Het was een hete dag, veertig graden in de schaduw. De plechtigheid was 's avonds. Toen was het kwik inmiddels gedaald tot achtendertig graden. De bruiloft achteraf vond plaats in een hoog gelegen feestgelegenheid met uitzicht over de stad, waar het nog iets koeler was. Het staat allemaal in deel negen van mijn serie literaire dagboeken, dat dit voorjaar uitkomt onder de titel Verscholen in het groen.


Onze huwelijksreis ging naar de eilanden Skiathos, Skopelos en Alonissos. In tegenstelling tot tegenwoordig waren die gemakkelijk vanuit Noord-Griekenland te bereiken. Vanuit de haven van Thessaloniki vertrokken dagelijks draagvleugelboten. Tegenwoordig moet je naar Volos of Piraeus als je erheen wil. Om ons gemakkelijk te kunnen verplaatsen huurden we ter plekke een brommer. Het milieu was in die dagen in Griekenland geen probleem, nog steeds niet geloof ik, maar ik geef toe dat ik de Griekse pers niet meer zo nauwkeurig volg als in de tijd dat ik regelmatig voor de Nederlandse radio commentaar gaf op de ontwikkelingen daar.


Op Skiathos bezochten we het huis van de beroemde schrijver Alexandros Papadiamandis. Op Skopelos plukten we citroenen in de tuin van ons logeeradres. 'Neem zoveel als je wil,' lachte de kamerverhuurster. Aan gastvrijheid ontbreekt het in Griekenland zelden. Op Alonissos, dat ons vanwege de rust en het natuurschoon het best beviel, trokken we enkele dagen op met vrienden van Stella. Daar hadden we geen brommer nodig.


Wanneer de presentatie van Verscholen in het groen plaatsvindt weet ik nog niet. Dat wordt nog bekend gemaakt. In deel acht, Verder van huis (te bestellen bij mij of bij Uitgeverij Liverse maakte ik kennis met Griekenland. In dit deel wordt die kennis verdiept en ontstaat de band met het land die ik nog steeds heb. In het voorjaar ga ik weer een tijdje naar mijn pied-à-terre in Thessaloniki.




Foto: Stella Timonidou



maandag, mei 12, 2025

Tot zondag




Gisteren kennisgemaakt met Alexandros, het jongste lid van de familie. Een levendig, vrolijk ventje dat heel slim uit zijn ogen kijkt. Dat zie je na zes maanden al. Voor de kennismaking moest ik naar Athene. Met het vliegtuig is dat twintig minuten vliegen vanaf Syros, maar in tegenstelling tot mijn heenreis, was het toestel vertraagd. Een half uur werd op het vliegveld omgeroepen. Dat werd een uur. Ach, vooruit, we waren toch nog vroeg genoeg in Athene om er een mooie avond van te maken. Ik had ook de boot kunnen nemen, ik houd van varen, maar ik heb te veel chaotische taferelen in de haven van Piraeus gezien om daar aan te beginnen.


Ik blijf maar twee dagen in Athene. Genoeg voor familiebezoek, het afgeven van een boek bij het Nederlands Instituut en een maaltijd in het iconische Zorbas. Daarna roept Dordrecht, waar aanstaande zondag om 16.00u in Visser op de Groenmarkt 9 mijn boek Nazomer. Zestig brieven aan Stella wordt gepresenteerd. Ik hoop jullie daar te zien. Het belooft mooi weer te worden, dus de nazit kunnen we doen op het terras.


In dat boek zit behoorlijk wat Griekenland, zelfs het voorplat is Grieks. Flink wat Dordrecht trouwens ook en daartussen allerlei spannends. Het ere-exemplaar wordt uitgereikt aan dichter en boegbeeld van de Dordtse cultuur Ton Delemarre, die enkele gedichten voordraagt. Je krijgt er ook gratis en voor niks een praatje over ego-literatuur bij en uiteraard is het boek te koop. Het wordt een mooie middag, reken maar!


Foto: auteur


woensdag, april 30, 2025

Dies natalis




Het is altijd een genoegen om mijn goede vriend Dimitris te ontmoeten, hoogleraar aan de Pedagogische Faculteit van de Aristotelesuniversiteit en eens, in de jaren dat Stella nog leefde, onze achterbuurman. We ontmoetten elkaar in Baraka, een mooi, rustig gelegen café bij het Navarinoplein, net onder de ruïnes van het paleis van keizer Galerius (ca. 250-311). Nadat Loxias failliet ging, bleef Baraka over als trefpunt van kunstenaars en intellectuelen in de stad. Er is een uitgeverij aan verbonden en er worden regelmatig boekpresentaties gehouden.

We hadden het over het jubileum van de universiteit, die dit jaar haar honderdste dies natalis viert. Daarmee is het op een na de oudste universiteit van Griekenland en tevens de grootste met bijna honderdduizend studenten en medewerkers. Ik heb er, als het zo uitkwam dat ik tijdens het academisch jaar in Thessaloniki verbleef, een paar keer gastcolleges gegeven over de geschiedenis van Cyprus en af en toe ook over Nederland, meestal in de ronde, kenmerkende toren op de campus van de Pedagogische Faculteit. Ik had ook het genoegen om een paar keer te worden uitgenodigd voor een conferentie. Op een conferentie in, ik meen 2013, sprak ik over de geschiedenis van Nicosia. Het duurde geloof ik meer dan acht jaar voor het congresverslag in boekvorm verscheen, maar dat kan ik niet precies nagaan, want het staat in Dordrecht.

Langzamerhand zijn al mijn contactenpersonen bij de universiteit dood of met pensioen. Dimitris is nog de enige band die rest. Onvermijdelijk als je op gevorderde leeftijd raakt.


Foto: Anke & Lienke van Nugteren


woensdag, november 09, 2022

Wijwater




Lieve Stella,


Vandaag is het precies een maand geleden sinds ik je schreef en ik zit met een probleem. Voor ik naar Griekenland ging had ik al wat pijn met lopen, maar het was dragelijk en ik ben niet zo van direct naar de dokter gaan. Het gaat wel weer over, dacht ik, net als met de ischias, waar ik twee jaar geleden last van had. Toen deed ik oefeningen van de beweegtherapeute, die goed hielpen, en dat deed ik nu weer, maar van lieverlee werd het toch erger, zodat ik uiteindelijk naar een fysiotherapeute ben gestapt. Weer ischias, nu niet links, maar rechts en heviger dan de eerste keer. Ik ben er met mijn eigenwijze hoofd weer eens te lang mee blijven lopen! 


Ik ben door de therapeute een paar keer stevig aangepakt en moet thuis een soort rekoefeningen doen, in de hoop dat het helpt. Ik denk dat er enige verbetering in zit en dat moet ook, want ik wil snel de stadswandelingen weer oppakken. Dat is erg leuk om te doen, maar het gaat een beetje op en af, ik bedoel: niet die wandelingen, maar de pijn. 's Morgens ben ik een kreupel mannetje, in de loop van de dag krijg ik praatjes en 's avonds, afhankelijk van hoe moe ik ben, komt de pijn weer op, of blijft hij weg.


Tot zover het gezondheidsbulletin. Vroeger kwam er een vriendin, ik moest tante Corrie zeggen, bij mijn ouders over de vloer, die altijd klaagde over allerlei bijzondere kwaaltjes. Als iemand over een ziekte vertelde, had tante Corrie die ook gehad, uiteraard in heviger mate, en er was nooit een dokter die deugde. Allemaal kwakzalvers die haar niet begrepen. Tante Corrie is vierennegentig geworden. Mijn moeder had ook regelmatig last van ischias. Ze is er negentig mee geworden. Er is nog hoop. Fietsen gaat moeiteloos, dus ik kan gewoon naar de kroeg, dat moest er nog bij komen.


Over de kroeg gesproken: afgelopen zaterdag werd De Lachende Monnik ingezegend. Vroeger was dat café Arina. Mede door de coronanarigheid sloot Arina haar deuren en is de boel overgenomen door iemand uit Rotterdam, Vincent, die de zaak grondig heeft verbouwd en ingericht met crucifixen, heiligenbeelden en kerkelijke vaandels. Langs de wanden staan echte kerkbanken. Heel sfeervol en ook wel bijzonder in Dordrecht, dat ooit een beetje bekend stond als hoofdstad van de biblebelt, al denk ik dan persoonlijk eerder aan Ede of Nijkerk. We komen er af en toe bijeen met het Genootschap ter Bevordering van Eb & Vloed, de borrelclub van gepensioneerde leraren van het Stedelijk Dalton Lyceum. Ook op maandag kom ik er wel. Dan is Visser dicht en doe ik soms een rondje van huis naar huis via Centre Ville, De Lachende Monnik en het nabije Costa d'Oro. Een heer moet wat na een dag hard werken.


Toen ik een uitnodiging kreeg voor die inzegening dacht ik aan een acteur die een stukje kwam opvoeren, maar het bleek om een echte priester en een diaken te gaan, die er in de afgeladen kroeg een mooie plechtigheid van wisten te maken. Knap voor een gemengd publiek met lieden van allerlei al dan niet religieuze slag. De priester had een goed verhaal over liefde en het genieten van de goede dingen des levens, de diaken las een paar treffende passages uit het boek Prediker, waarna we allemaal 'amen' zeiden alsof we iedere week daar zo zitten, en vervolgens werd het wijwater rond gesprenkeld. Er was geen spoor van de wrekende God uit de biblebelt, die zo graag straft tot in het zevende geslacht, dat is het prettige aan de rooms-katholieken. 


Ik heb van de weeromstuit een beeld van de Heilige Antonius van Padua besteld. Dat komt doordat ik mij herinnerde dat die bij tante Christien, een andere vriendin van mijn moeder, die nooit klaagde over ziektes, maar wel rooms was, op een plankje boven de radio stond. Die radio stond weer op een kastje, centraal opgesteld langs de muur, zoals later (ik heb het nu over de jaren vijftig, toen ik nog zeer jong en onbedorven was) de televisie. Toen tante Christien overleed erfde ik die radio en dat kastje, maar ik heb geen idee waar sint Antonius is gebleven. Ze riep hem altijd aan als ze iets kwijt was, bijvoorbeeld: 'Sint Antonius, beste vrind, maak dat ik mijn sleutels vind' en die vond ze dan. Ik wil ineens, waarom weet ik eigenlijk niet, de boel compleet hebben, terwijl het ook handig is als je eens iets niet kunt vinden. Baat hij niet, hij schaadt ook niet (wedden dat er weer iemand gaat zeiken, dat het 'baat het niet, het schaadt ook niet' moet zijn?). Ik verwacht dat hij vandaag of morgen voor de deur staat. Niet die zeikerd, maar de bezorger van sint Antonius.


Ik heb ineens de draad van het literair dagboek weer opgepikt en daar de afgelopen dagen hard aan gewerkt. Het gaat altijd bij vlagen, maar ik had er nu lang niets meer aan gedaan. Toch moet deel VIII een keer gereed, ik weet dat er mensen op zitten te wachten. Ik ben nu gevorderd tot mijn eerste lange vakantie bij jou in Griekenland in 1988 en dat roept dierbare herinneringen op. De week in het buitenhuis van Anastasia en Socrates in Mikiverna. Fantastisch weer, prachtig huis voor ons alleen, veel wijn, iedere dag seks. Wat later in de maand de tocht naar Parga, Konitsa, Kastoria en Edessa. Ik zie weer dat huisje waar we zaten op een camping in Parga, waar omheen een buslading Franse scholieren sliep, niet in tenten, maar in de openlucht. Vast een armlastige school uit een of andere banlieu, al gedroegen ze zich heel behoorlijk. Ik vond in een van de albums een foto waarop jij een fles vult met het heldere en ijskoude water van de Voidomatis, in de Zagoria, een van de ruigste en mooiste streken van Griekenland. Tussen dat reizen door verloofden we ons tijdens een etentje met de naaste familie. Je moeder vond dat eigenlijk maar niks. Toen was ik nog die vreemde buitenlander die achter haar dochter aanzat. Een heiden bovendien. Pas toen we netjes trouwden in de Agia Sofia in Thessaloniki en ik niet lang daarna de patriarch van Constantinopel een hand had gegeven, op een receptie bij de Griekse ambassadeur in Den Haag (jij werd niet uitgenodigd, want wel diplomaat, maar vrouw) was ze er helemaal mee verzoend. Jouw vader vond het allemaal geweldig, wij mochten elkaar vanaf het eerste moment. Het hielp dat hij aardig Frans sprak, want toen kende ik nauwelijks Grieks.


Tegenwoordig is mijn Grieks goed genoeg om ruzie te maken met de belastingdienst daar. Er is weer eens gelazer. Onlangs, je houdt het niet voor mogelijk, kwamen ze er achter dat ik de aangifte over 2015 (!!!) een paar dagen te laat had ingeleverd. Of ik maar honderd euro boete wilde overmaken. De boekhouder gaat er achteraan, want voorlopig ben ik dat niet van plan. Het is een prachtland, Griekenland, om vakantie te houden of een maandje te schrijven, maar God helpe je de brug over als je met de autoriteiten te maken krijgt. Dan is het net Nederland, al hebben ze daar geen toeslagenaffaire, voor zover ik weet. Het courante schandaal in je vaderland is het afluisterschandaal. De regering schijnt op grote schaal allerlei politieke voor- en tegenstanders te hebben afgeluisterd. Ik herinner me dat jij pas als attaché op de ambassade in Den Haag werkte en bang was dat onze telefoon werd afgeluisterd. Ik lachte dat weg en dacht dat het een trauma was uit de tijd dat je tijdens het kolonelsbewind studeerde. Achteraf bedenk ik dat je weleens gelijk kunt hebben gehad.


In gedachten, altijd,


Kees


Dordrecht, 9 november 2022.


Foto: auteur

dinsdag, september 27, 2022

50% Korting




Lieve Stella,


Het is eigenaardig weer vandaag. Vanmorgen was het drukkend en benauwd. Het had me niet verbaasd als er een onweersbui was overgekomen, maar in plaats daarvan stak de wind op, woei de lucht schoon en werd het minder drukkend. Het werd boven zee zelfs zo helder dat je vanaf het terras van café Melkiades, hierboven, net buiten de stadsmuren, niet alleen de Olympos, maar vaag in de verte zelfs Athos, de Agion Oros, kon zien. Nu zijn de wolken weer terug, maar het blijft heerlijk, mild weer. Vanuit Nederland hoorde ik dat het daar twaalf graden is en zeiknat. Een beetje water kon het chaotisch vaderland wel gebruiken, maar dan moet het weer direct met bakken vol. Typisch Nederlands, altijd doorslaan van het ene uiterste naar het andere.


Ik zat met je broer Menelaos bij Melkiades aan de koffie. Je nichtje Marina zou ook meekomen, maar die lag ziek in bed. 'Een beetje kou gevat,' aldus Menelaos. Hij is gelukkig niet zo paniekerig als veel andere Grieken, die al een covid-zelftest doen als ze twee keer achter elkaar niesen. Het blijft me verbazen, die tegenstelling tussen bijvoorbeeld het roekeloos en onverantwoord rijden in het verkeer en die wijd verbreide hypochondrie. In vrijwel iedere straat vind je een apotheek en allemaal hebben ze klanten zat. Ik heb er vanuit mijn pied-à-terre in de bovenstad vijf die ik binnen tien minuten kan belopen. De dichtstbijzijnde rechts om de hoek: anderhalve minuut de helling op, een halve minuut de helling af.


Zelf ben ik aan het begin van de week met een flinke keelontsteking teruggekomen van Skyros. Ik heb het niet vaak, angina, maar vrijwel altijd als ik in Griekenland ben. Geen idee waarom. De laatste keer, als ik het me goed herinner, was toen ik het Schrijfhuis nog had, in 2014 of 2015. Toen ben ik ermee naar de dokter gegaan, een kno-arts in het gezondheidscentrum aan de Lambraki, die een of andere gorgeldrank voorschreef waarmee het vrij vlot overging. Ik kan me de naam van die vrouw niet meer herinneren, maar ik weet nog wel dat ze van Armeense afkomst was en overtuigend knap. Ik heb er ook weleens Broxil, een soort penicilline voor gehad. Even dacht ik naar een van de vijf buurtapotheken te lopen om dat spul te halen, maar toen realiseerde ik me dat ik geen idee had van de dosering en de lengte van de kuur en dat ik maar beter niet zelf kon gaan rommelen met antibiotica. Die wordt hier toch al veel te veel voorgeschreven en gebruikt. Er hoeft maar een scheet dwars te zitten, of een teennagel te zijn ingegroeid en hoppa, daar gaan we met de pillendoos.


Ik heb het maar bij paracetamol (dat heet hier Depon) en zoutspoelingen gehouden, alsmede enige dagen abstinentie van alcohol. Ook heb ik kafeneion en restaurant even gemeden en zie: na een week was ik er vanaf. Bijkomend voordeel: het was goed voor de portemonnee en de gedwongen rust heeft ook goed gewerkt tegen de ischias (al doen de oefeningen van Saskia, mijn terzake diligente beweegtherapeute, ook hun werk). Wat een mens in zeven dagen allemaal niet voor elkaar kan krijgen!


Tot zover weerbericht en ziekenrapport. Skyros was zonnig en warm, maar drie dagen voor terugkeer naar het vasteland begon die angina dus. Daardoor heb ik niet alles gedaan wat ik wilde doen. Nog wel met Roos en Nikos uit eten geweest in Linaria, de charmante haven van Skyros, en een paar gezellige avonden gehad in taverna O Lambros, maar dat was het wel. Ik ben maar één keer in het stadje (Chorio, ofwel Skyros-stad) geweest, waar ik toevallig Niko, een Nederlander die daar al jaren woont, tegen het lijf liep. We hebben samen gezellig geluncht. Chorio is een charmant plaatsje, maar om op de platia te komen, moet je een geweldig steile helling op, steiler dan de Muur van Geraardsbergen. Meestal laat ik me door een taxi afzetten bij de Platia en loop ik terug naar Aspous, een wandelingetje van veertig minuten, maar daar was ik dit keer te lui voor. Of de angina zat al een beetje te werken. Hoe dan ook, ik heb me na de lunch weer comfortabel laten terugbrengen naar het hotel.


Het was wat stil in Aspous. Ik dacht dat half september het vakantieseizoen nog niet geheel op zijn einde zou zijn, maar dat gold niet voor Aspous. Daar was men al aardig in de winterstand aan het raken. Na het weekeinde had ik het hotel geheel voor mezelf. Dat stelde wat teleur, maar ja, je kunt de mensen niet aan de haren naar binnen slepen. Ik bedoel, dat kan wel, maar dat bevordert de gezelligheid niet. Ook de strandbars waren al dicht, eigenlijk kon je alleen terecht bij O Lambros, die het hele jaar open is, want die trekt klanten van over het hele eiland, en het visrestaurant aan de overkant, maar dat is allemaal glas en ik eet graag vis, maar niet in een aquarium.


Je begrijpt dat ik het vliegtuig heb genomen. Dat mag eigenlijk niet van de milieumilitie, maar ik ga voor een verblijf van vijf dagen natuurlijk niet eerst die vijfhonderd kilometer met de trein naar Athene, daarna nog een paar uur in een bus naar Kimi en vervolgens ruim anderhalf uur op de veerboot, als ik er in vijfendertig minuten naartoe kan vliegen. Als ik in Athene had gezeten, was het anders geweest. Van daaruit is het over land en zee een leuke reis. Eerst met de KTEL, de lange afstandsbus, naar Evia, die je in Kimi naast de boot aflevert. De overtocht is net niet te lang, iets korter zelfs nog dan van Alexandroupolis naar Samothraki, en het binnenvaren van Linaria is een kleine belevenis. Ze zetten zelfs de muziek voor je aan. 


Nadat de keel was genezen, heb ik me naar de belastingconsulent (een oud-leerling van je broer Savvas) gerept om hem te betalen voor de aangifte van dit jaar. De aanslag zelf heb ik direct na aankomst al betaald, zodat we heel even, hoop ik, een paar maanden van de fiscus zijn bevrijd, al dreigt er nog iets te komen over 2015. Ja, ja, men is er hier als de kippen bij! Ik kreeg van zijn lieftallige secretaresse zomaar 50% korting. In april kreeg ik van 'meneer Ioannis' een fles heerlijke tsipouro mee en nu die korting. Geen idee waaraan ik het te danken heb. Die secretaresse heet ook Stella. Wie weet vandaar. 'What's in a name?' zou Shakespeare zeggen.


In gedachten, altijd,


Kees


Thessaloniki, 27 september 2022.


Foto: auteur



donderdag, april 21, 2022

Eb & Vloed




 
Lieve Stella,


Ik vraag me af of ik niet een beetje te vroeg naar Griekenland ben gekomen. In de eerste plaats is het nog behoorlijk fris, terwijl ik een liefhebber ben van lange, zoele avonden. Ja, ik weet het, dan hebben we weer last van allerlei stekende insecten, maar avonden met acht graden zijn mij echt te koud. Toch zie je dan nog mensen buiten op de terrassen eten, maar zo stoïcijns ben ik niet. In de tweede plaats worden de coronamaatregelen pas op 1 mei versoepeld en op 1 juni afgeschaft. Als ik het had geweten, was ik in juni gekomen. Ik had het overigens kunnen bedenken, want dan begint het toeristenseizoen pas echt en maakt de covid-angst plaats voor de dringende noodzaak wat geld te verdienen.


Hoe dan ook, vooruit denken is niet mijn sterkste kant, ik kijk liever naar het verleden. Als ik uit het raam van mijn pied-à-terre kijk, zie ik de Turken, die in de negentiende eeuw deze buurt bewoonden, bij wijze van spreken voorbij lopen. Er staan nog heel wat huizen uit die tijd, want ik zit net boven het gebied dat in 1917 bij de grote stadsbrand is verwoest. Jammer dat er na de Tweede Wereldoorlog toch wat onsmakelijke nieuwbouw is ingeslopen. Tegenwoordig zijn ze een stuk voorzichtiger geworden. Althans in de bovenstad. Beneden in het centrum wordt soms maar raak gebouwd is mijn indruk.


Twee dagen geleden ben ik van Syros, via Athene, naar Thessaloniki gevlogen. Een luchtreisje van eerst twintig minuten en daarna eentje van een half uur. Toch heeft dat me een hele dag gekost. Oorspronkelijk zou ik om half elf van Syros vertrekken en om twee uur in Thessaloniki zijn, maar vorige week kreeg ik bericht dat het vluchtschema was veranderd. Ik vertrok nu om één uur en mocht in Athene drie uur op mijn aansluiting wachten, die ook nog eens vertraging had. Om half acht leverde de taxi me af bij het appartement. Gelukkig op tijd voor de buurtsuper, zodat ik de volgende morgen niet meteen de deur uit hoefde om mijn ontbijt te halen.


Toen ik hier eind september was, maakte ik me ernstige zorgen over buurman Dimitris en zijn charmante, traditionele restaurant. Na de boodschappen en nadat ik me in het appartement had geïnstalleerd, ben ik er gaan eten. Gelukkig trof ik de normale situatie. Je kon weer binnen eten, er klonk weer rebetika en nu en dan zong Dimitris weer uit volle borst mee. Ik werd hartelijk begroet en mocht niet vertrekken zonder nog een karafje wijn van het huis op te drinken. Het was een soort thuiskomen, een gevoel dat ik ook de volgende dag had toen ik bij Rita binnenstapte in kafeneion Odysseas. Dat heeft zo te zien de corona-ellende ook overleefd, al is die nog niet helemaal voorbij. Er mag nog steeds maar een beperkt aantal mensen binnen verblijven.


Kennelijk zijn er een of meerdere routers bij gekomen. De wifi is stabieler dan de vorige keer, maar ik heb weer allerlei problemen met de e-mail. Het gewone programma werkt niet op de laptop. Ik krijg steeds een melding dat de server onbereikbaar is. Inmiddels doet de mail op de iPad het ook niet meer. Iets met een certificaat van de KPN dat niet wordt vertrouwd. Ik heb daar allemaal geen verstand van en heb al helemaal geen zin om uren te gaan tobben met die krengen, dus laat maar. Ik gebruik de webmail wel. Die liet het in Athene ook afweten. Door de slechte wifi, denk ik. Waarom op mijn telefoon alles wel normaal werkt ontgaat me. Het is een wonderbaarlijke wereld, dat cyberspace, maar ook nogal kwaadaardig. Soms denk ik: waar zijn de postduiven gebleven?


De avond na aankomst ben ik langs je oudste broer en zijn vrouw gegaan. Normaal gesproken heb je op de Egnatia, bij het standbeeld van Venizelos, zo een taxi, maar nu was het moeilijk omdat Paok thuis voetbalde tegen Olympic Marseille. Uiteindelijk vond ik samen met twee Paok-fans, aardige jongens, een taxi met een vrolijke, vrouwelijke chauffeur, die hen eerst afleverde bij het stadion en mij een eindje verder voor de deur van banketbakker Dimitris in de Lambraki. Ik kwam daar al in de tijd van het Schrijfhuis. Het winkelmeisje, dat er ook al jaren werkt, herkende me direct. We hadden een leuk gesprek terwijl ze het doraki (cadeautje) voor Fotini vulde met zoetigheid. Ze is heel aardig, maar snoept volgens mij meer van haar koopwaar dan gezond is.


Savvas stelde voor uit eten te gaan. Dat deden we bij Ev Zein in de Gkouka net boven de Lambraki. Daar kom ik ook al jaren. Er werkt een ober die een tijdje in Holland heeft gewoond en een paar woorden Nederlands spreekt. Het eten is er doorgaans prima en de prijzen zijn mild, ook voor Griekse begrippen. Een van de twee eigenaren is specialist in een of ander ziekenhuis, endocrinoloog volgens Fotini. Soms helpt hij op drukke avonden mee in de bediening. Een merkwaardige combinatie, maar als je weet dat de eigenaren broers zijn, wordt het wat minder vreemd. Sommige dames op leeftijd raken een beetje opgewonden bij de gedachte door een dokter te worden bediend. Het blijft een enigszins magisch beroep, net als pastoor, maar die bedient alleen als het niet meer hoeft. Een flauwe grap, ik weet het, maar het is dit weekeinde Pasen in Nederland en het weekeinde daarop hier en dan hoor je wel meer flauwe verhalen.


Onderweg naar Odysseas liep ik gisteren langs de Experimentele School. Hoeveel herinneringen hebben we daar niet liggen? Jij als lerares, wij samen als organisatoren van de scholenuitwisseling in de jaren negentig. Van de collega's uit die tijd werkt er niemand meer. Met pensioen of inmiddels overleden. In de eerste jaren na jouw overlijden ging ik er nog weleens langs. Dan werd ik als een oude vriend begroet. Als ik nu zou binnenstappen zou de conciërge (de oude Stefanos is ook al jaren met pensioen) zich hoogstwaarschijnlijk ernstig afvragen wat die rare snuiter met dat malle accent komt doen.


Ach, zo gaan die dingen. Ook van de school in Dordt ben ik behoorlijk vervreemd. Er werkt nog maar een handvol collega's uit 'mijn' tijd. Gelukkig hebben we nog het Genootschap ter Bevordering van Eb & Vloed, de borrelclub van oud-collega's en een enkele uitzondering die nog werkt. In mijn archief heb ik nog de foto's uit de begintijd, toen we soms fameuze etentjes hielden, waarbij jij altijd stralend aanwezig was. Een van de fijne herinneringen die ik koester.


In gedachten, altijd, 


Kees


Thessaloniki, 16 april 2022


Foto: archief auteur


donderdag, april 14, 2022

Winterjassen en ijsmutsen




Lieve Stella,


Zelfs in Athene word ik op straat herkend. Ik liep langs de Agia Ekaterini in Plaka toen ik opeens 'Kees!' hoorde roepen. Iemand van het Nederlands Instituut Athene. Even een praatje gemaakt. Verteld dat ik op weg ben naar Syros. Als ik een volgende keer wat langer in Athene ben kom ik langs. Misschien ga ik in dat geval wel weer bij het NIA logeren, want ik kan daar beter werken dan in een hotel, ook al is het zo luxe als het Herodion. Ik was op weg naar een apotheek, om oogdruppels te halen, die ik in Griekenland zonder doktersrecept en goedkoper kan krijgen dan in Nederland. Vooraf koffie gedronken bij een zaakje in de Makrigianni, met uitzicht op de Akropolis. Het was nog vroeg, net na mijn ontbijt, maar het kamermeisje vroeg of ze kon schoonmaken en ik wilde haar niet voor de voeten lopen. 


Het is daar een aardige plek om mensen te kijken. Veel toeristen zijn er nog niet, hoewel je in Athene nooit helemaal zonder zit, maar het is het Griekse schoolreisseizoen. Er liep om de haverklap een klas langs, die de vele bezienswaardigheden af moest, met een luid roepende gids of leerkracht. De meeste scholieren droegen maskers. Ik vrees op bevel van de juf of de meester. Een vorm van kindermishandeling als je het mij vraagt. Vlakbij zat een groepje Amerikanen. Studenten vermoed ik. De jongens allemaal in korte broek, want ja, we zijn er eens uit en dan moet dat, ook al was het bewolkt en zo vroeg in de morgen nog akelig fris. Ik heb niets tegen meisjes in korte rokjes, maar mannen in korte broek wekken mijn lachlust op, dat weet je, ook al trok ik bij zeer warm weer in Griekenland ook weleens zo'n ding aan. Dan waren we op een strand of een vakantie-eiland, maar in de stad, nee, dan zag je me niet in korte broek. Nog steeds niet. Ik heb één keer, toen het in Dordrecht zevenendertig graden was, een korte broek aangedaan naar Visser. Ik voelde me daarmee zo voor lul zitten, dat het me niet meer zal overkomen. Het zal wel aan mij liggen. Zelfs mijn beste vrienden vinden het tegenwoordig normaal om bij het magerste straaltje zon in korte broek te verschijnen. Als ze het maar niet doen als ze bij mij op het eten komen. Dan kan ik niet garanderen dat ik niet per ongeluk uitschiet met de peper.


Gisteren, aan het eind van de middag, na een paar uurtjes werken, heb ik ergens op een terrasje in Plaka een borrel gedronken met nichtje Vaso en haar man Alexis. Ik heb altijd moeite om Alexis te verstaan. Hij praat zacht en nogal binnensmonds. Een beetje zoals mijn belastingman in Thessaloniki, maar die zegt alleen maar 'alles komt goed', waarna er maanden niets gebeurt. Behalve dat de belastingrente almaar oploopt. Ik denk dat ik tegen zijn advies in de rekeningen toch maar ga betalen, in de hoop dat het onwettig afgedragen geld ooit wordt teruggestort, als we ons beroep hebben gewonnen. Het kantoor van de Alphabank in Plaka is met de noorderzon vertrokken. Ik ga wel naar mijn eigen bankkantoor in Thessaloniki, nadat ik eerst nog maar eens de stand van zaken met hem heb doorgenomen en gehoord heb dat ik me geen zorgen hoef te maken, want dat alles goed komt.


Ik dwaal af, net als vroeger, toen ik lesgaf. Dan begon ik met de slag bij Heiligerlee, waarna ik binnen de kortste keren eindigde onder een pinadakje in het oerwoud van Suriname. Onlangs sprak ik een oud-leerlinge die zei: 'Van geschiedenis weet ik niet veel meer, maar al die verhalen van jou staan me nog goed bij'. De naam van dat terrasje ben ik vergeten, maar er tegenover zat een bar met de naam Yasemin. Ik moest denken aan dat Cypriotische lied Yasemin, Yasemin op die CD die we kochten toen we voor het eerst op Cyprus waren. Dat is volgend jaar twintig jaar geleden, al lijkt het pas eergisteren.


De borrel duurde niet lang, want ik had om acht uur een eetafspraak bij Zorbas. Vanavond neem ik Vaso en Alexis mee uit eten. Uiteraard ook bij Zorbas. Ik blijf die zaak een warm hart toedragen. We hebben er zoveel herinneringen liggen. Een van de eerste dingen die ik doe als ik aankom in Athene, is naar de Lysiou lopen om te kijken of Zorbas er nog is. Je weet maar nooit met de ene crisis na de andere. We moesten op dat terras trouwens zowel ons coronabewijs als onze legitimatie laten zien. Roomser dan de paus of extreme virusangst? Wie zal het zeggen. Ik wilde de sfeer niet verpesten, dus heb ik braaf alles laten zien. Bij O Glykys moest ik gisteren ook mijn coronabewijs tonen. Ik kom er al jaren, maar er is steeds ander personeel dat geen idee heeft wie ik ben. Bij Zorbas is dat anders. 



We zijn een paar dagen verder. Ik zit in Caffe Luigi, een stijlvol café in het centrum van Ermoupolis, de hoofdstad van Syros en van de Cycladen. Vrijdag de achtste ben ik aangekomen, met een flinke klap in een bejaard propellervliegtuigje op een erg korte landingsbaan langs een ravijn. Even de andere kant op gekeken, maar we hebben het gehaald. Anke en Lienke van Nugteren wachtten me op en brachten me met een taxi naar mijn hotel. Hermes, prachtig gelegen aan de haven. Een marmeren paleis waar het Herodion wel drie keer uit kan. Voor en achter de zee. In de nabije verte het eiland Tinos. Ik heb niet alleen een mooie, comfortabele kamer, maar er is ook een goed werkende wifi. Dat was in Athene wel anders.


Na vele bezoeken aan Skyros heb ik deze keer de k maar eens geschrapt. Syros is qua oppervlakte slechts een derde van Skyros (en vijftien vierkante kilometer kleiner dan het Eiland van Dordrecht), maar het heeft ongeveer acht keer zoveel inwoners. Ermoupolis maakt een levendige indruk, zelfs al is het toeristenseizoen nog niet echt begonnen. Ook hier worden klassen op schoolreis door de straatjes vol neo-klassieke gebouwen gedreven. Nu ja, gedreven, sjokken is een beter woord. 


De eerste avond met Anke en Lienke gegeten in een zaakje dat To Mikraki heet. Ze draaiden er sfeervolle rebetika. Daarna gingen we naar een nabij café, Laoutari, dat direct mijn hart heeft gestolen. Opgezet door een paar enthousiaste jongelui, die ook al van rebetika bleken te houden. Misschien dat het door de decoraties kwam, of door de bediening, maar ik voelde me direct thuis. Een soort 'Vissergevoel'. Als ik ooit voor langere tijd naar Syros kom, wordt Laoutari mijn stamkafeneion voor de zoele avonden. Voorlopig zitten zoele avonden er nog niet in. Het is droog, zonnig, maar fris en winderig. Gisteren hebben we nog wel buiten gezeten, maar nu zit ik binnen. Ik ben niet van het coûte que coûte buiten zitten, desnoods met winterjassen aan en ijsmutsen op zodra maar even de zon schijnt.


Ermoupolis doet een beetje denken aan Kerkyra. Langs de Plateia Miaoulis, bij het stadhuis, heb je ook van die bogen, met daarin wat eettentjes, maar een deel is in ernstig verval. Een van de panden is half ingestort. Een pijnlijk gezicht. Je vraagt je af hoe het zover heeft kunnen komen. Soms komt het door ruzie tussen erfgenamen, die de boel liever laten instorten dan dat ze elkaar een duimbreed toegeven. Of de eigenaren zitten in het buitenland en interesseren zich niet voor zo'n pand, of er is simpelweg geen geld. In Dordt hebben we ook eens zo'n geval gehad op de Voorstraat. Daar hadden twee broers, meen ik, een paar panden geërfd, maar geen geld of geen zin om ze te onderhouden of er ook maar iets mee te doen. Na jaren leegstand donderde het balkon van een van die huizen op een dag de Voorstraatshaven in. Toen heeft de gemeente ingegrepen.


Ik geloof dat ik weer aardig afgedwaald ben. Gisteren hebben we met zijn drieën Syros per taxi verkend. Een cadeautje van Anke en Lienke, die al meer dan twintig jaar een huis hebben op het eiland. In hun boek Are you Twins? vertellen ze dat ze ooit in Ano Syros, een ruïne kochten en hoe ze die hebben gerestaureerd tot een charmant huis met een geweldig uitzicht over Ermoupolis en de zee. Bij helder weer kun je zelfs Mykonos zien liggen. Ano Syros, de naam zegt het al, ligt op een heuvel hoog boven Ermoupolis. Het huis is alleen te bereiken via een wirwar van steegjes en trappen. Alleen zou ik het met geen mogelijkheid hebben gevonden. 


In het centrum van Ermoupolis weet ik al aardig de weg. Dat wil zeggen ik weet de juiste cafés te vinden. Natuurlijk alleen maar nadat Anke en Lienke mij zaterdag een rondleiding hebben gegeven. Die leidde onder meer naar de wijk Vaporia, het Aerdenhout van Syros, waar reders, rijk geworden kapiteins en telgen uit de oude handelselite wonen. Men zegt dat zanger Yorgos Dalaras er ook een optrekje heeft. In die wijk speelt een novelle, Tales of Vaporia. Konstanza, met op het omslag de naam Kalliopi Vardaka, maar geschreven door Lienke (Paulina van Nugteren) en, zoals de titelpagina vermeldt: 'Inspired by: Anna van Nugteren & Maria and Kalliopi Yatrakis'. Ik heb een exemplaar cadeau gekregen en ga, voordat we elkaar vanmiddag ontmoetten, daar een tijdje in lezen. In Café Stella (!), naast het stadhuis. Als het open is, want ik heb geen idee of op Syros op maandag ook de halve horeca dicht is, net als in Dordrecht. Ik merk het wel.


In gedachten, altijd,


Kees


Ermoupolis, Syros, 11 april 2022


Foto: auteur


vrijdag, september 17, 2021

Warnaar: Verbazing




Hij daalt af naar de gezamenlijke ruimte, waar het ontbijt klaar moet staan. Zo was het sinds hij hier zijn Griekse pied-à-terre heeft. Niets. Hij gaat terug en kijkt nog eens naar het welkomstbericht. Het staat er toch echt: 's morgens tussen 08.00u en 10.00u kunt u het ontbijt afhalen in de gezamenlijke ruimte bij de receptie. 


Het ontbijt bestaat deze morgen uit een fles 'hand sanitizer', waarvan iedereen vrijelijk gebruik mag maken. In het bericht staat ook dat het personeel vanwege het virus de appartementen niet schoon mag maken. Verzoek is dat zonodig zelf te doen, schoonmaakmiddelen zijn op aanvraag beschikbaar. Handdoeken worden niet verwisseld, schone lakens zijn verkrijgbaar op verzoek.


Hij loopt de deur uit, een stukje de heuvel af, naar de kleine supermarkt om de hoek. In Griekenland is men nog geheel van het bal masqué. Hij doet zijn smoellap op, stapt naar binnen en zoekt zijn ontbijt bij elkaar. De man achter de kassa vraagt vriendelijk hoe het met hem is. Het is goed met hem. De zon schijnt, het verkeer raast nog altijd dat het een aard heeft en als gewoonlijk lekt het in de badkamer. Grieken en loodgieten, dat gaat slecht samen. Het verbaast hem dat iedereen zich in binnenruimtes gedwee achter de smoellap verschuilt. Hij verwachtte anders van dit opstandige volk.


Foto: auteur

donderdag, maart 25, 2021

Warnaar: Te ver weg




Tijdens de eerste kerstvakantie die hij in Griekenland doorbracht, nadat hij zijn aanstaande vrouw kort daarvoor had leren kennen, vroeg ze: 'Zullen we gaan skiën?' Hij moest er niet aan denken, maar zij bleek een enthousiast skiester te zijn. Griekenland? Dat land van zon, zee en onbezorgd leven? Hij had in die dagen nog de ideeën die menige, slecht geïnformeerde Nederlander over Griekenland heeft. Dat je er kon skiën was nog niet bij hem opgekomen, maar het was winter en op nauwelijks een uur rijden van de stad waren volop bergen die de tweeduizend meter gemakkelijk overstegen. 


De dichtstbijzijnde skipiste was richting de Bulgaarse grens. Bulgarije lag in die dagen nog achter het IJzeren Gordijn. Ze hadden er geheim agenten die rondliepen met paraplu's waaruit je een giftig kogeltje kon schieten. Naarmate ze hoger de bergen in reden, werden de wegen en velden witter. Op een gegeven ogenblik moesten er sneeuwkettingen om de wielen. Niet lang daarna kwamen ze aan. Nadat hij haar een paar keer voorbij had zien skiën, nam hij zijn intrek in het café van de skiclub, bij de open haard, met een boek en rode wijn. 


Buiten was het zonnig en koud. 'Zon met tanden' noemen de Grieken dat. Leuk weer voor een foto, maar hij is nooit een wintermens geweest. Als hij met de skilift mee naar boven was gegaan, had hij de bergen over de Bulgaarse grens kunnen zien liggen, maar het was wel te ver weg om mannen met verdachte regenschermen te onderscheiden.


Foto: auteur


woensdag, maart 10, 2021

Warnaar: Rijdans




Na een paar lentedagen is de winter teruggekeerd. Er waait een snerpende wind, loodgrijs hangen de wolken boven de stad. Simon Carmiggelt, over wie regelmatig enigszins zelfgenoegzaam wordt vermeld dat hij 'een vergeten schrijver' zou zijn, noemde dat ooit de calvinistische doem. Zelf vindt hij het een soort zelfmoordweer. Niet dat hij direct een touw en een haak zou halen, maar vrolijk wordt hij er niet van.


Hij zwerft wat over Facebook, die draaikolk van eeuwige verontwaardiging. Hij vindt weinig dat hem boeit. Dan maar Youtube. Daar stuit hij op een filmpje uit Griekenland, van het eiland Ikaria. Een almaar aanzwellende groep jongelui doet een rijdans, de Ikariotikos. Hij ziet het plezier en geniet van de meeslepende muziek. Hij herinnert zich Athene, zomer 2007, een paar maanden voor de dood van zijn vrouw. Ze voelde zich al weken moe en miserabel, maar ze hadden nog geen idee van de sluipmoordenaar in haar maag. Ze aten in een restaurant met een grote tuin, ergens in Plaka. Een bandje zette een dans in, gasten snelden toe, ook zijn vrouw, die door de muziek ineens helemaal opleefde.


Hij speelt het filmpje nogmaals af en maakt zich daarna klaar om naar de supermarkt te lopen. Het ritueel dat zich een paar keer per week herhaalt. De elkaar ontwijkende mensen, het aan en af doen van mondkapjes. Hij vindt ze griezelig, krijgt het er benauwd van en voelt zich een misdadiger in vermomming. En dan nog die, door de alles verlammende coronaterreur geteisterde, droefgeestige stad.


Foto: auteur


vrijdag, februari 05, 2021

Warnaar: Toerisme




Een van de eerste tochten die hij met zijn vrouw door Griekenland maakte, was over de Peloponnesos. Drie mooie zomerweken zwierven ze rond. Een van de historische plaatsen waar ze verbleven was Nauplion. Daar werd in 1831 de eerste president van Griekenland vermoord. Daarna kwam er een koning, uitgezocht door de grote mogendheden Frankrijk, Groot-Brittannië en Rusland. De keuze viel op een zeventienjarige puber uit Beieren, Otto von Wittelsbach. 


Ze bezochten Epidauros en merkten dat de beroemde akoestiek geen schoolboekenverzinsel was. Soms waren er theatervoorstellingen, maar natuurlijk niet op de dag dat zij daar rondliepen. Het leek hem een opgave, uren zitten op zo'n stenen rand. Ze reden naar het noorden, via de landengte van Korinthe, die eigenlijk geen landengte meer is, want er is een kanaal doorheen gegraven. Soms vraagt hij zich af of zijn eigen eiland nog wel een eiland is, met twee tunnels en inmiddels een handvol bruggen. 


De reis naar hun thuisbasis, Thessaloniki, waar zijn vrouw toen een huis bezat, verliep in fasen. Ze moesten eerst linksaf, naar Delphi. Volgens de oude Grieken de navel van de wereld. Hij moet daar om glimlachen. Voor hem is zijn eigen eiland de navel van de wereld, maar dat moet een goed bewaard geheim blijven. Zoveel toerisme als in Delphi, daar zou zijn vaderstad aan kunnen overlijden.


Foto: auteur


dinsdag, februari 02, 2021

Warnaar: Verval




Een aantal jaren geleden verhuisde hij zijn spullen vanuit Griekenland naar Dordrecht. Er zaten vier wijnglazen bij die zijn vrouw kocht in een buurtwinkel die tijdens de eurocrisis failliet ging. Inmiddels vermoedt hij dat bijna alle winkels in zijn oude buurt in Thessaloniki door de coronacrisis failliet zijn, maar hij kan het niet zelf vaststellen. Voor zover reizen nog mogelijk is, geeft het zoveel gedoe met maskers, testen en quarantaine, dat hij er voorlopig niet aan begint.


De glazen hadden een aangename dikte. Dat dronk prettig, vond hij, en ze konden tegen een stootje. Toch brak onlangs het laatst overgebleven glas, toen hij het om stootte. Hij vraagt zich af of er symboliek in zit, maar vindt meteen dat hij zijn romantische geest beter in de fles kan houden.


Hij denkt aan het dorp in de heuvels van Grieks-Macedonië, aan het graf van zijn vrouw en aan het inmiddels vervallen huis, waar ze soms de zomers doorbrachten. Bij zijn laatste bezoek lekte het dak op verschillende plaatsen, vertoonde het stucwerk hier en daar scheuren, lekten er kranen in de badkamer en keuken, bladderde overal de verf en was tot overmaat van ramp de majestueuze vijgenboom doodgegaan. Hij vraagt zich niet af wanneer hij het huis zal terugzien, maar of, en wat er dan nog van over zal zijn.


Foto: auteur


vrijdag, december 25, 2020

Warnaar: Citroen




Hij herinnert zich de geur van gerookte kaas in Metsovo. Ze maakten een tocht door noordwest Griekenland, langs de Albanese grens. In Albanië regeerde toen een dictator van marxistisch-leninistische snit die Hoxha heette. Het hele land stond vol met bunkers, zei men. Die moesten het boze Westen, maar ook vijandige geestverwanten uit de communistische wereld tegenhouden. Hij vraagt zich af wie nog iets van het communisme weet. Hij denkt aan de miljoenen doden die Stalin op zijn geweten heeft en aan de Culturele Revolutie van Mao Tse-toeng, die hij altijd Mao Citroen noemde. Flauw, dat wist hij ook wel, maar hij joeg er bekenden die in die tijd driftig met Mao's onleesbare, rode boekje zwaaiden, altijd mee op de kast.


Hij zal die geur nooit vergeten. De smaak van de kazen evenmin. Ze kochten ruim in. Ze zouden met de auto terugreizen naar Nederland. Als ze met de auto reisden, ging er een cadeauwinkeltje mee naar Thessaloniki en namen ze een Griekse kruidenierszaak en slijterij mee terug. Gouden tijden, denkt hij, kom daar in zo'n vliegtuig eens om. 


Hij leest in zijn krant dat leden van de SP-jeugd verlangen naar het communisme. Die hadden vast geen geschiedenis in hun eindexamenpakket. In Amerika schilderen nazi's hakenkruizen op een beeld van Anne Frank. Hij denkt aan nevelige bergen en rookkaas.


Foto: auteur


woensdag, juni 24, 2020

Repressie



Hij is net thuis als hij een aanval van hooikoorts krijgt. Ondanks een preventief pilletje. Het verbaast hem niet. Toen hij door de polder naar de bouwmarkt fietste om een doucheslang te halen, wolkten de pollen om hem heen. Hij heeft geen idee voor welke soort hij allergisch is, maar meestal heeft hij tegen half juli geen last meer.

In Griekenland komt zijn kwelgeest niet voor, vermoedt hij, want daar heeft hij nog nooit last van hooikoorts gehad. In Engeland wel en daar gaat het tot tegen augustus door. Vooral tijdens lange wandelingen. Die maakte hij vaak over de Wirral, het schiereiland waar hij een tijdje een vriendinnetje had. Hij herinnert zich broeierige zomeravonden en korenvelden tussen metershoge hagen.

De schoolvakanties gingen niet gelijk op. Als hij uit Nederland kwam, had zij meestal nog een week of twee te gaan. Hij haalde haar weleens van school op. Zij en haar vriendinnen schaamden zich voor het verplichte schooluniform, waarvan het ontwerp vermoedelijk terugging op het jaar 1900. Uit school doken ze direct achter de muur van het nabije park om even later weer als sexy tieners tevoorschijn te komen. Er liep op een keer een man voorbij die glimlachend groette. 'De tekenleraar', zei ze. 'Die hoeft geen stropdas aan omdat de directrice denkt dat hij een echte kunstenaar is'.

Foto: auteur

zondag, juni 21, 2020

Nobelprijs



Op bladzijde 23 van het Geheim Dagboek 1981-1982 van Hans Warren leest hij: 'Nieuwgrieks is net zo ontoegankelijk als Nederlands, niettemin wordt Kavafis overal hoog geschat'. Hij vraagt zich af hoe het komt dat de Nobelprijs voor literatuur nog nooit naar iemand is gegaan die in het Nederlands schrijft. Ieder jaar zijn er weer hoog gespannen verwachtingen, jarenlang werden Hugo Claus en Harry Mulisch gezien als potentiële kandidaten. Door Hollanders, denkt hij er meteen bij. 

Hij denkt ook aan een andere uitspraak van Warren, in Geheim Dagboek 1984-1987: 'Tenslotte is de hele Nederlandse literatuur niet meer dan een binnentuin in een provinciestad'. Zijn eigen provinciestad kent enkele fraaie binnentuinen. Bezit van een handjevol inwoners. Eentje is er openbaar, van een lunchroom, maar daar kan voorlopig nauwelijks iemand zitten door de coronanarigheid. 

Hij vindt het overheidsbeleid om de Nederlandse cultuur in het buitenland te bevorderen nogal belabberd. Hij herinnert zich nog de vaderlandse benepenheid die leidde tot de sluiting van het Nederlands Instituut in Parijs. Een organisatie als de British Council is ondenkbaar in het landje van kooplieden en dominees, maar wat doen de Grieken dan om hun schrijvers in het buitenland aan te prijzen, vraagt hij zich af. Zeker is dat hij in Griekenland niet stuit op een meewarige glimlach als hij vertelt weleens een gedicht te schrijven.

Foto: auteur (schrijfster Leen Raats leest voor in galerie De Compagnie te Dordrecht)


dinsdag, juni 09, 2020

Chatzi Bayram



Hij is een dag achter met de krant. Het oude nieuws slaat hij over, het is al op een andere wijze binnengekomen. Hij leest de achtergrondartikelen. Het levensverhaal van een onlangs overleden Drentse muzikant. Een interview met de schrijver Mohammed Benzakour, die een lans breekt voor mensen die in stilte goed doen. De mensen die er het meest toe doen. Hij haalt het gedicht van Gerard Reve aan, over de Zusters van Liefde te Weert.

Mohammed Benzakour is een streekgenoot. Hij woont in Zwijndrecht, de plaats met het mooiste uitzicht op Dordrecht. Met zijn boek Yemma richtte hij een indrukwekkend literair monument op voor zijn overleden moeder, een vrouw die ook in stilte goed deed. Weggerukt uit Marokko, het Nederlands niet machtig, analfabeet. Warnaar kan zich nauwelijks voorstellen hoe moeilijk dat moet zijn geweest.

Hij denkt aan de verhalen van oude mensen uit het Griekse bergdorp van zijn vrouw. Als kinderen in de vroege twintigste eeuw uit Turkije verdreven en uiteindelijk daar terechtgekomen. Toch noemen ze het dorp meestal nog bij de oude Turkse naam, Chatzi Bayram, en ze spreken vaak over de chaménes patrídes, de verloren geboortedorpen. Hij ruikt de geur van bergkruiden, denkt aan het vredige kerkhof en de sterrenhemel boven het huis. Hij vraagt zich af wanneer hij weer bloemen kan brengen bij haar graf.

Foto: auteur



zaterdag, mei 30, 2020

Wraak



Hij zet zijn basilicumstekken in potten. Van één armzalig en te duur betaald plantje uit de supermarkt trek je zo zeven à acht stekken. Genoeg om de winter door te komen. Hij moet weleens lachen als hij die zakjes met tien laurierbladen ziet, die ze voor meer dan een euro verkopen. Hij oogst jaarlijks een voorraad laurier waar je decennia mee zou kunnen doen als het grootste deel niet naar vrienden ging. 

Het maggiekruid tiert alweer welig. Tijd voor de derde oogst. Die wordt gedroogd en gevijzeld voor de wintervoorraad. Ook de munt en het citroenblad doen het goed. Alleen de oregano blijft achter, maar daarvan heeft hij nog voor maanden uit Griekenland liggen.

De Grieken hebben bekend gemaakt wie vanaf 15 juni weer het land in mogen. Nederlanders zijn daar niet bij. Hij is niet van plan om in de hete zomermaanden naar het zuiden te gaan en al helemaal niet zolang hij in trein en vliegtuig een mondmasker moet dragen, maar toch voelt hij zich geraakt. Stel dat zich iets voordoet met iemand uit de familie, dat hij desnoods toch met zo'n viruslap op moet reizen, omdat nood wet breekt? Hij kan zich niet aan de indruk onttrekken dat er iets van wraak in schuilt voor de hufterige manier waarop Nederland Athene tijdens de eurocrisis behandelde.

Foto: auteur



donderdag, mei 21, 2020

Stenen en onkruid



Hemelvaartsdag, of, zoals je ook vaak hoort: Hemelsvaartdag. Een dag die in zijn herinnering onlosmakelijk is verbonden met mooi voorjaarsweer. Het zal weleens regenen op Hemelvaartsdagen, maar dat feit heeft zijn geheugen verdrongen. Een wonderlijk fenomeen, het geheugen. Hij leest weleens een dagboekdeel van pakweg dertig jaar geleden en vergelijkt dat met wat zijn geheugen er door de tijd van heeft gemaakt. Dat is soms schrikken. 

Hij staat daarom wantrouwend tegenover mondelinge geschiedenis. Je moet oral history zeggen, anders snappen de studenten het niet. Vooral als iets wordt verteld door iemand die oud is en het gebeuren lang geleden plaatsvond. Hij heeft dan altijd de neiging te vragen of zo iemand misschien een dagboek uit die tijd heeft, of brieven.

Vooral in Griekenland bezoekt hij veel archeologische monumenten. Als er nog wat overeind staat, kan hij er meestal wel wat van maken, maar andere plaatsen zijn voor hem niet meer dan een verzameling stenen en onkruid. Hij heeft diep respect voor archeologen die op grond van wat scherven, potten en botten een hele geschiedenis tot leven kunnen wekken. Hem ontbreekt daarvoor het talent. Hij is van de documenten, al zou hij vandaag toch graag ronddolen tussen de mozaïeken van Pella of het puin van Philippi. Er gaat een gerucht dat je in juni weer naar Griekenland mag vliegen.

Foto: auteur


maandag, mei 18, 2020

De jongens



Hij had nu in Thessaloniki moeten zitten, na een kort bezoek aan Athene en een paar dagen op Syros om vrienden te ontmoeten. In plaats daarvan was hij bezig in de tuin en nam hij stof af in zijn werkkamer. De klimop groeit met dit fraaie voorjaarsweer dat het een aard heeft en moest dringend beteugeld. In z'n werkkamer ergerde hij zich aan het stof van weken.

Terwijl hij zijn bureau ordent, denkt hij aan de gemiste reis. In Athene zou hij iedere avond naar Zorbas zijn gegaan, in de Lissiou in Plaka, om daar met 'de jongens', de obers die er al jaren werken en hem altijd ontvangen als de verloren zoon, over FC Dordrecht te praten en herinneringen op te halen aan 'meneer Frans', de legendarische journalist Frans van Hasselt.

Syros moest een nieuwe ervaring worden, daar is hij nog nooit geweest. Wel op Skyros, dat hij goed kent. Hij had zich verheugd op de boottocht vanuit Piraeus en op het thuiskomen in Thessaloniki. Op de maaltijden in Konaki, bij 'meneer Dimitri', overtuigd PAOK-fan. Op de ochtendkoffie in Baraka, tussen de dichters en mensen van de universiteit. Op de avonden in Odysseas, met de vrienden van jaren. De muziek, de verhalen, vrolijkheid, tsipouro. Hij vraagt zich bezorgd af of die plekken straks nog wel zullen bestaan.

Foto: auteur