maandag, februari 03, 2014

Catharsis





Op 1 mei 2006 wandelen Stella en ik door Florence. Een zonnige dag, hoewel het wat fris is. We zijn naar de markt geweest op de Piazza Santa Croce, waar traditionele producten uit de streek worden verkocht. We hebben er olijvenbrood en truffelkaas gekocht. Graag had ik ook wat chianti ingeslagen, maar die krijgen we niet meegesjouwd in de handbagage en gezien het gebruikelijke gooi- en smijtwerk op de vliegvelden, wagen we het niet breekbare flessen in een koffer te vervoeren. Op een nabij terras drinken we daarom maar een glaasje wijn. Het is tegen lunchtijd. Van lieverlee loopt het vol met mannen in kantoorpakken en een enkele dame in mantelpak. Daar tussendoor wat toeristen. Vieze mannen in lachwekkende, half korte broeken en pathetische mouwloze shirts, lillend vrouwenvlees en luchtige lorren.

We lopen naar ons hotel op de Piazza Mentana door de Via dei Georgofili, een smalle straat achter het Uffizi. Daar zien we drie meisjes die een klassiek muziekstuk spelen. Ik heb geen idee welk. Ik luister met grote regelmaat naar Radio 4, als het gekwek over de waan van de dag op andere zenders mij te veel wordt, maar als de titel van een stuk wordt genoemd ben ik die binnen drie seconden vergeten, tenzij ik hem noteer. Naast de meisjes, met dwarsfluit, gitaar en klarinet, staat in een bak, lijkt het wel, een olijfboom. Een oude stam met jonge, ranke takken. We blijken op de plaats te staan waar op 27 mei 1993 een aanslag op het museum werd gepleegd. Een autobom die verschillende doden veroorzaakte en behoorlijke materiƫle schade.

Een aanslag op een museum, dat kan alleen maar het werk zijn van een geesteszieke of een gewetenloze crimineel. Er is een maffiabaas voor veroordeeld. De daad dus van een gewetenloze crimineel, zou je zeggen, maar ik betwijfel het. Ik zie er eerder het werk in van een godsdienstwaanzinnige, van de een of andere fundamentalistische geest. Als je geen respect hebt voor de levens van andersdenkenden, heb je het ook niet voor hun kunst. Zoiets, maar het is geheel gevoelsmatig, ik heb geen enkel bewijs. We blijven een poosje luisteren. De muziek is broos, kwetsbaar, lieftallig zou ik haast zeggen. Even lieftallig als de musiciennes, maar dat is misschien mijn romantische inborst. Het is in ieder geval een bijzondere voorstelling op een bijzondere plek. Uiteindelijk lopen we door terwijl we wat euro's in de vioolkoffer werpen. Ik heb het gevoel dat schoonheid, zij het voor even, de natuurlijke kwaadaardigheid van de mens heeft verdrongen. Zouden de oude Grieken dat bedoeld hebben met catharsis?

©Kees Klok

Foto: auteur


Geen opmerkingen: