Posts tonen met het label belevenissen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label belevenissen. Alle posts tonen

dinsdag, oktober 21, 2025

Een leerzame avond




Op donderdag 16 oktober was er een verhalenavond in Visser, aan de Dordtse Groenmarkt, waar nieuwe Nederlanders, mensen die minder dan vijf jaar in Nederland zijn, in het Nederlands hun verhaal vertelden, een initiatief van Mohammed Benzakour en Walter van de Lagemaat, waarbij ik enige organisatorische hand- en spandiensten verrichtte. Bij sommige vertellers ging dat vrij moeiteloos, anderen moesten nog zoeken naar woorden, maar dapper spraken ze allemaal in een taal die niet hun moedertaal is.


Het was een zeer druk bezochte avond, met niet alleen vrienden of familie van de vertellers, maar vooral met belangstellende Dordtenaren. Er moesten zelfs mensen staan. Dat was hartverwarmend voor deelnemers en organisatoren. We hoorden verdrietige verhalen, maar ook werd de lach niet geschuwd. Een dame uit Iran vertelde met veel vrolijkheid over hoe zij 'de Nederlander' ervoer, een andere uit Vietnam over hoe zij, zonder dat het haar veel hoefde te kosten, Nederlands had geleerd. Een jongeman uit Syrië sprak over zijn lange, gevaarlijke vlucht voor oorlog en geweld, die uiteindelijk eindigde in Nederland (zie hier) en een andere Vietnamese over haar ervaringen in een wankel bootje op zee, waar ze gered werd door een passerend, Nederlands schip. Ontroerend was het verhaal van een Oekraïense over haar verlangen naar de Karpaten en een Russische maakte ons deelgenoot van haar vreugde en dankbaarheid dat ze, na de vlucht uit Rusland, eindelijk met haar vriendin kon trouwen. Tien verhalen, die allemaal diepe indruk maakten, aan elkaar gepraat door de presentator, AD-De Dordtenaar columnist Kees Thies.


Opvallend was het positieve beeld van Nederland en de Nederlanders dat de deelnemers hadden. Een schril contrast met wat we helaas te vaak in de media horen. De haattaal door fascisten en andere extremisten die achter de geblondeerde schreeuwlelijk van de PVV aanlopen of het getetter van lui die geloof hechten aan allerlei leugenachtige shit op X en andere 'sociale' media, waarin immigranten, vooral asielzoekers, de schuld van alle problemen krijgen die vier kabinetten Rutte en het zielige loosersteam van Schoof in alle jaren niet hebben kunnen oplossen, erger nog, voor een aanzienlijk deel hebben veroorzaakt.


Na afloop heb ik met de meeste vertellers nog kunnen napraten. Mensen die soms onvoorstelbaar verschrikkelijke dingen hebben meegemaakt, maar toch positief in het leven staan met de hoop en de wil, ondanks soms huizenhoge obstakels van regelgeving en bureaucratie, daar iets van te maken. Ik heb er veel van geleerd.


Foto: auteur


zondag, april 13, 2025

Negorij



Gisteren was ik te gast bij Drechtstad FM, de radiotak van RTV Dordrecht. In Studio De Witt, de wekelijkse uitzending over Dordtse actualiteiten op zaterdagmorgen, gepresenteerd door Ben Corino, vertelde ik over mijn nieuwe brievenboek Nazomer. Ook was ik er als 'dichter van dienst.'

Ik moest daar wel enige moeite voor doen. Na een gedwongen vertrek uit het Mediacentrum op het Leerpark heeft RTV-Dordrecht onderdak gevonden boven een autohandel in de Merwedestraat, een flink eind de stad uit, in een industriële negorij die niet om aan te zien is. Een kolere eind fietsen dus, tegen een gure ochtendwind in, tot bijna aan de oprit naar de Papendrechtse brug. Dan waren die vijf minuten van mijn huis naar het Leerpark toch een stuk aangenamer.

Een en ander is Ben Corino niet aan te rekenen. We hadden een prettig gesprek, het is terug te luisteren, en aan het einde droeg ik mijn gedicht 'In Athene' voor, dat in mijn recente dichtbundel Voor je het weet te vinden is. Nazomer wordt op 18 mei om 16.00u gepresenteerd in Visser op de Groenmarkt 9 in Dordrecht. 


In Athene


Je ziet kinderen in rijen op een plein

terwijl een schoolhoofd op luide toon

citeert uit een boek vol haat,

moord en doodslag.


Aan het eind van het verhaal

slaan ze op commando

braaf een kruis terwijl 

iemand een vlag hijst.


Daarna gaat het rij voor rij

het schoolgebouw in en daalt

er stilte over het plein. Het doet

je denken aan dat lokaal


met matglazen ramen, een bord,

een borstel en wat krijt, een 

vrouw in een baaien rok met 

plompe schoenen die je zou leren lezen.


In alle treurigheid het mooiste 

geschenk dat ze kon geven.

Al die sprookjes, al die moord en doodslag,

het kon je niet bloedig genoeg zijn.


Op de terugweg had ik de wind mee, wat de fietstocht wat aangenamer maakte, maar ik vraag me toch wel een beetje af of het niet veel beter zou zijn als RTV-Dordrecht een onderkomen zou hebben in het bruisende centrum van Dordrecht. Misschien kan de gemeente dat verpieterende rijksmonument op de Voorstraat 142-144 kopen en dat laten verbouwen tot een professioneel onderkomen voor wat binnen niet al te lange tijd de regionale omroep voor Zuid-Holland Zuid moet worden. Als de andere gemeenten die van die omroep mee gaan profiteren dan ook bijdragen aan de huur, komen de kosten er wellicht ook nog wel uit. Alles beter dan dat de boel daar over een poosje in elkaar dondert, want dat dat, zonder dat er iets gedaan wordt, gaat gebeuren is vrijwel zeker.


Foto: auteur


vrijdag, januari 10, 2025

Blunder




Een van de nuttige dingen die ik heb geleerd tijdens mijn verblijf aan de Universiteit van Minnesota is dat je bij het houden van een college of lezing nooit moet voorlezen van een papiertje. Het liefst spreek je uit het hoofd en desnoods gebruik je een paar kaartjes met wat steekwoorden, maar van een blaadje voorlezen bergt het gevaar in zich dat je betoog verzandt in saai en slaapverwekkend opdreunen. Levendigheid, noem het sprankelen, daar gaat het om.


Als ik een lezing geef lees ik nooit voor, maar dat herbergt ook weer een gevaar, namelijk dat je in het vuur van de strijd een blunder begaat. Dat overkwam mij afgelopen donderdag tijdens een 'kroegcollege' dat ik gaf in Visser's Poffertjes in Dordrecht over Top Naeff en Kees Buddingh' (een kroegcollege is een laagdrempelige lezing, de naam zegt het al, in een horeca etablissement). 


Toen ik een filmpje terugkeek, gemaakt door een goede vriendin, hoorde ik mezelf namelijk beweren dat Buddingh' na de HBS Engels-MO ging studeren 'aan de Nutsacademie in Rotterdam.' Fout! Dat was ik zelf. In 1970 heb ik daar een blauwe maandag Engels gestudeerd, wat geen succes was omdat in het eerste jaar alleen grammatica en fonetiek werden gegeven en er geen enkele aandacht was voor literatuur. Daar kwam ik juist voor. 


Kees Buddingh' studeerde Engels aan de School voor Taal en Letterkunde in Den Haag, hetzelfde instituut waaraan ik later Geschiedenis-MO studeerde. Aan Buddingh's studie daar danken we het fraaie gedicht kloppen svp, opgenomen in de bundel gedichten 1938/1970. Dat had ik mij tijdens het kroegcollege natuurlijk moeten realiseren.


Uit het hoofd spreken, ik blijf het doen, maar misschien toch maar met een kaartje met wat steekwoorden als geheugensteuntje bij de hand.





Foto C. Buddingh': Beeldbank Regionaal Archief Dordrecht nr. 552_301082



zondag, oktober 20, 2024

75 Jaar Fulbright




Naar de viering van het 75-jarig jubileum geweest van de Fulbright Commission in the Netherlands, vanmiddag in Amsterdam. Hoewel de drie andere Fulbrighters met wie ik in 1987 aan de University of Minnesota verbleef niet aanwezig waren, was het een prachtige middag. Naast het weerzien met een aantal bekenden had ik veel mooie gesprekken met Fulbrighters die ik voor het eerst leerde kennen. De gezamenlijke ervaringen als wetenschapper of student in de VS of omgekeerd als wetenschapper of student uit de VS in Nederland, scheppen duidelijk een band.

Voor mij was het verblijf als Fulbrighter in Minneapolis een waterscheiding in mijn leven. Ik ontmoette er Stella Timonidou, angliste, vertaalster en dichteres uit Griekenland. Drie jaar later trouwden we. Dat was niet alleen het begin van een buitengewoon gelukkig huwelijk, dat eindigde op tweede kerstdag 2007 toen Stella aan de gevolgen van maagkanker overleed, maar ook betekende het dat ik mij via de Amerikaans-Griekse betrekkingen na de Tweede Wereldoorlog van lieverlee steeds meer bezig ben gaan houden met de geschiedenis van het moderne Griekenland en Cyprus. Op 7 november wordt mijn nieuwe boek over Griekenland en Cyprus in Dordrecht ten doop gehouden.

Tijdens de viering waren er toespraken door minister Eppo Bruins, ook een Fulbrighter, de Amerikaanse ambassadeur in Nederland, mevrouw Shefali Razdan Duggal en professor James Kennedy. Spreekstalmeester was Fulbrighter Joris Luyendijk, die een drietal bursalen, waaronder Alexander Rinnooy Kan naar hun ervaringen vroeg en na afloop was er een geslaagde borrel, maar daar voelde ik het gemis van Stella wel extra sterk. Wat zou ze er graag bij zijn geweest. 


Foto auteur: de Amerikaanse ambassadeur in Nederland.


maandag, maart 16, 2020

Kluizenaarsbestaan



Hij zit met de laatste gasten rond de stamtafel als de kroegbaas bericht krijgt. Het is vijf over half zes. Om zes uur dient de tent gesloten. Er wordt wat gelachen, er wordt wat gegrapt, maar wat overheerst is vooral meeleven met de eigenaar. Ze komen niet voor niets hier bijna iedere dag. Het rondwarende virus sticht verwarring. Het kan je grijpen, of niet. Het kan mild zijn, of niet. 'Je kunt ook gewoon ergens anders aan doodgaan,' denkt hij. 

In de media gonst het van echte deskundigen, of zelfbenoemde deskundigen, die elkaar volop tegenspreken. 'Scholen dicht,' roepen de medisch specialisten tegen de mening van de virologen in. 'Een heel slechte maatregel,' roept een Nijmeegse professor op de radio.

Hij geeft een laatste rondje. Bij de deur nemen ze afscheid. Nee, maar even geen handen schudden. Er worden kaartjes uitgewisseld. Er wordt sterkte gewenst. Met een lotgenoot besluit hij naar de Griek te gaan. 'Nu kan het nog,' maar bij de Griek staat een brandweerman voor de deur. Hij zegt dat de zaak al gesloten is, maar hij zegt het op vriendelijke, bijna verontschuldigende toon.

Op weg naar huis ziet hij dat de afhaal-Thai nog open is. Hij is de enige klant. 'Lekker veilig,' denkt hij, terwijl hij met zijn maaltijd in de richting van zijn kluizenaarsbestaan loopt.

Foto: auteur


donderdag, februari 27, 2020

Katholieken



Omdat de voorspelde regen uitblijft, is hij veel te vroeg. Hij denkt hardop aan de bar. 'Als u een goede plaats wil, kunt u beter vast gaan zitten,' zegt het meisje van de kaartcontrole. Het zaaltje loopt snel vol. Als A.L. Snijders het podium opklimt, wordt het stil. Tommy Wieringa volgt. Een mevrouw heet welkom. Ze zegt dat de gespreksleider ziek is, dat de schrijvers zelf maar moeten.

'Heeft u een vraag?' vraagt Wieringa. De zaal zwijgt. 'We doen wel wat,' zegt Snijders, die eigenlijk Peter Müller heet. 'Hier zit een alias,' glimlacht hij. 'Ja,' beaamt Wieringa, 'die mensen hebben tenslotte vijftien euro betaald.' Er begint een ontspannen gesprek. Twee heren bij de open haard. Soms onderbreken ze elkaar om een kort verhaal voor te lezen. Als het woord katholieken valt, roept een man met een arbeiderspet: 'Die zijn niet te vertrouwen, hoor!' Op het podium wordt gegeneerd gelachen. Het is hier wel biblebelt, maar je weet nooit hoeveel katholieken in de zaal zitten.

Uiteindelijk verloopt het gesprek. 'Hiernaast kunt u een drankje halen en boeken kopen,' roept de mevrouw van achter uit de zaal. Die loopt snel leeg. Tijdens het gesprek blijkt de regen toch gekomen. Nogal hevig ook. Terwijl hij aarzelt, stapt de man met de arbeiderspet naar buiten. Hij zegt: 'Het is maar water, hoor.'

Foto: auteur


dinsdag, februari 04, 2020

Loreena



Het geklep op Radio-1 ben ik even zat. Er is weer zo'n presentator aan het woord die maar ratelt en ratelt, alsof er geen opleidingen en mediatrainingen bestaan. Om de rust in mijn hoofd te laten terugkeren zet ik de CD Parallel Dreams op van Loreena McKennitt. Haar liederen wekken verlangen naar Ierland. Daar ben ik veel te lang niet meer geweest.

Het was een enerverende dag. Ik moest langs de cardiologe, voor de jaarlijkse controle. Alles was naar tevredenheid, maar garanties voor de toekomst worden niet gegeven. We hebben afgesproken dat ik mij volgend jaar, bij leven en welzijn, weer meld, ook al is het vier jaar geleden van mijn hartstilstand. Ik ben nogal Bourgondisch van instelling en de wetenschap dat ik op de een of andere manier een keer verantwoording moet afleggen, werkt een beetje als een stok achter de deur. Wel een dure stok, want het gaat van mijn eigen risico af, maar dat moet dan maar.

Ik ben voor de terugkeer van het Ziekenfonds, wat eigenlijk een beetje vreemd is als je erbij stilstaat dat wij altijd particulier waren verzekerd, omdat mijn vader rijksambtenaar was. Ik zit trouwens nog steeds bij diezelfde verzekeraar. Ik ben niet alleen te lui om mij omwille van enkele euro's aan het eind van ieder jaar te verdiepen in die zorgwarwinkel, maar ook niet zo gesteld op veranderingen. Je weet wat je hebt, maar je moet maar afwachten wat je krijgt. Nu ja, een Ziekenfonds, dat lijkt mij het beste, want je moet wel heel erg Oostindisch blind zijn om niet te zien hoe verpestend de concurrentie in de zorg werkt.

Na de dokter at ik een vers kaasbroodje in het cafetaria van het ziekenhuis. Een heerlijke vette bek. Het betuttelaarsgilde zal er eerstdaags wel tegen te hoop lopen, maar aan vingerheffers heb ik lak en een broertje dood. Bij mij thuis staan op een feestje naast de drank nog altijd de sigaren voor het grijpen.

Ik besloot mij ter bekroning van de feestvreugde 's avonds te trakteren op een film bij The Movies, in de Dordtse binnenstad. Daar zat vroeger, heel vroeger, de Latijnse school. Dat kunnen ze van die lelijke kist op het Energieplein, waar concurrent Kinepolis huist, niet zeggen. Dat is zo'n zielloos ogend gebouw dat ik er liever niet naar binnen ga.

Tegen de tijd dat ik naar de bioscoop wilde fietsen, viel me het aanhoudende geluid van sirenes op. Het bleef maar doorgaan. Net onderweg zag ik uit een krot in de buurt, dat al jaren leegstaat, metershoge vlammen slaan. Een dikke rookkolom steeg als het offer van Abel ten hemel. Ik moest omfietsen en even de neiging onderdrukken om te blijven kijken. Het was een spectaculair gezicht en ik ben niet voor niets blij met mijn open haard. Gelukkig riep de film, anders had vast een of andere azijnzeikerd iets op Twitter geroepen over ramptoerisme. Twitter, ik vraag me af hoe lang ik nog in dat riool blijf zitten.

Ik koos voor La Belle Epoque. Geen idee waar hij over zou gaan, maar ik heb mooie herinneringen aan restaurant La Belle Epoque in Brugge, in de tijd dat ik redacteur was van het literaire tijdschrift Kruispunt. Ik ben geen filmcriticus en ga niet vertellen wat ik ervan vond, dan gaat vast weer een stuk zuurdesem los op Twitter, maar hij heeft mij uitstekend vermaakt. Ik was onder de indruk van een van de actrices, die vaag iets weg had van mijn Engelse jeugdliefde, die ik na 1970 uit het oog ben verloren. Wendy heette ze, een meisje met indrukwekkend weelderig, rood haar. Wie werkelijk veel op haar lijkt, is Loreena McKennit. Ik zet de CD nog maar eens op.

Foto: auteur

maandag, oktober 28, 2019

Dominee



Het was een zonnige septemberdag toen wij, dat wil zeggen: een student aardrijkskunde die ook iets deed bij de VPRO, mijn klasgenoot Jaap Doorman en ik, naar Den Haag reden. In de auto van de student. We werden verwacht bij de Raad van State, die zich zou buigen over ons bezwaar tegen de afwijzing van ons verzoek tot 'vrijstelling van militaire dienst wegens geestelijk ambt'. Dat hadden we bij defensie ingediend nadat we via de VPRO een domineesbul hadden gekocht, van een kerk in de VS die er vanuit ging dat iedereen zijn eigen predikant moest zijn. Ik geloof dat het papier een tientje kostte. Voor vijftien gulden meer was je doctor in de theologie. Dat vonden we te duur. De student noemde zich metropoliet en ging mee om ons bij te staan, hoewel hij voor zover ik mij kan herinneren tijdens de behandeling van het bezwaar geen woord heeft gezegd.

Ik liet op het gemeentehuis 'predikant' in mijn paspoort zetten. Toen deden ze dat nog. Later werd dat 'auteur', na de publicatie van mijn eerste verhalenbundel Centre Ville. Toen ik tijdens mijn onderwijsloopbaan uiteindelijk 'sectiehoofd' en 'senior docent geschiedenis' was geworden, hoefde je beroep niet meer in je paspoort. 'Schoolmeester' zou me nu wel aardig lijken, of 'volledig bevoegd onderwijzer'. Dat diploma heb ik ook nog ergens in mijn archief: de Akte van Bekwaamheid als Volledig Bevoegd Onderwijzer, net als die domineesbul.

Wij waren als laatsten aan de beurt. Er waren die dag veel rekesten tegen het afwijzen van vrijstellingsverzoeken door het ministerie van defensie. We hoorden het allemaal aan. Van banale smoezen tot aangrijpend familieleed. Als we het hadden opgenomen, had ik nu een boek gehad. Uit het leven gegrepen. Waar gebeurd. De voorzitter van de commissie heette Smallenbroek. Hij was ooit afgetreden als minister. Tegen een geparkeerde auto gebotst en doorgereden, meen ik mij te herinneren. Hij vroeg ons hoe wij invulling gaven aan ons geestelijk ambt. Daar hadden we niet op gerekend. We hadden nergens op gerekend, behalve op bijstand van de metropoliet. Die zweeg. 'Ik praat weleens met een alcoholist bij het station', legde ik uit. 'Ik ook', zei Jaap, 'maar dan meer in een winkelcentrum'. Duidelijk was dat wij niet op succes hoefden te rekenen. Toen we buiten stonden zei de metropoliet dat hij via Amsterdam moest en dat we beter de trein konden nemen.


donderdag, oktober 10, 2019

Bruiloft



We reisden helemaal naar Friesland, in een auto. De jongste broer van mijn moeder ging trouwen. Mijn vader, moeder en ik reden mee met een oom en tante. Oom was hoofdingenieur bij Rijkswaterstaat en bouwde wegen en bruggen. Daar ging hij vervolgens met zijn auto overheen rijden. Ik heb geen idee welk merk, daar let je als vierjarige niet op, maar het was een grote auto. Alles bij oom en tante was groot. Het huis aan de Haagse De Savornin Lohmanlaan, de duinenrij waarop ze uitkeken, de zee erachter en de gastvrijheid. Wij gingen regelmatig logeren. Jammer dat ik van tante per se tomaten moest eten. Ik lust die dingen nog steeds niet, wat bepaald lastig is voor iemand die regelmatig in Griekenland verblijft.

Friesland was in de jaren vijftig een afgelegen gebied. Je moest een kilometers lange dijk over. De Afsluitdijk, die van de Zuiderzee een meer had gemaakt. Je kon ook om dat meer heen rijden, maar dan moest je de Veluwe over en daar had je nog oerbossen waarin het wemelde van de wilde zwijnen en mensen die je stenigden als je op zondag langs kwam fietsen. Ik vond die Afsluitdijk best spannend. Al dat water links en rechts, met aan het eind de forten die in 1940 toch maar mooi de opmars van de Moffen hadden gestuit. Tot Rotterdam werd gebombardeerd. Na die forten was ik in het buitenland. 

De bruiloft was in een plaats die Franeker heette. Dat Franeker ooit een gerespecteerde universiteitsstad was, wist ik toen nog niet. Die universiteit was allang opgedoekt. Van de rit en de trouwerij herinner ik me weinig. Op de foto's sta ik nogal parmantig in een door mijn moeder zelf gemaakt pakje. Het prinsje zelve. Er was ook een prinsesje, een meisje van mijn leeftijd, waarvan ik schrok. Ik kon haar niet verstaan, zo raar als ze praatte. 'Dat is Fries', zei mijn vader, 'dat spreken ze hier.' Omdat wij het niet breed hadden, moest ik dat klotepakje soms aan naar de kleuterschool. Ik was bang dat ze me zouden uitlachen. In Franeker ben ik nooit meer geweest, daar zullen ze nog wel steeds raar praten.

Foto: archief Kees Klok


maandag, oktober 07, 2019

Droom



Ik lees in Dashing for the Post van Patrick Leigh Fermor, een Engelse schrijver, oorlogsheld en avonturier, dat hij ook op Skyros is geweest. Enkele malen zelfs. Hij woonde een deel van zijn leven overal en nergens en een ander deel, het laatste, in een zelf ontworpen villa in Griekenland in de Mani, in de buurt van Kardamili. Ik vraag me af of hij net zulke problemen heeft gehad met de Griekse bureaucratie als ik. Kardamili herinner ik mij uit de tijd dat ik er met Stella enkele dagen logeerde en dat zij, hoewel het hoog zomer en stoffig was en we nog een lange reis voor de boeg hadden, per se wilde dat ik de auto schoonspoot. 

Dat heb ik braaf gedaan, net zoals ik volgende week weer braaf mijn illegale belastingaanslag bij de Griekse fiscus ga betalen. Geheel tegen het belastingverdrag met Nederland in, maar ik wil het gedonder niet erger maken dan het al is. Vervolgens gaat mijn boekhouder alles terugeisen en met een beetje geluk komt het over een jaar of twee weer op mijn rekening. Zo schuift dat geld eindeloos heen en weer, omdat een mevrouw in Thessaloniki zegt dat het computerprogramma niet geschikt is om een regeltje in te voeren dat ik uitsluitend in Nederland moet betalen en dus een nul-aanslag verdien. Het is allemaal net als het schoonspuiten van een auto voor je honderden kilometers over stoffige wegen gaat rijden. 

Toen wij in Kardamili verbleven was Patrick Leigh Fermor voor ons nog een vage Engelsman die ooit in de oorlog op Kreta een Duitse generaal ontvoerde en door Dirk Bogarde werd gespeeld in de film Ill Met By Moonlight. We hebben hem dus niet opgezocht en dat spijt mij nog steeds, want het is een geweldig schrijver. Zijn reisboeken en brieven zijn een feest om te lezen. 

Toen hij nog overal en nergens woonde, verbleef hij regelmatig in landhuizen of op kastelen van rijke vrienden, zoals Chatsworth, van zijn vriendin Deborah Mitford, hertogin van Devonshire. Verblijven in een landhuis of op een kasteel en daar mooie dingen schrijven, dat lijkt me geweldig. Hier op Skyros kan het niet, er is wel een castro, maar dat is niet bewoonbaar. Straks op mijn eigen eiland wordt ook moeilijk, ze zien me op Dordwijk of kasteel Crabbehof al aankomen en het Huis te Merwede restaureren zit er niet in met die vele miljoenen die het nieuwe stadskantoor moet gaan kosten. Het zal altijd wel een droom blijven, net als de wens eindelijk eens van de Griekse bureaucratie af te komen.

Foto: auteur


vrijdag, september 06, 2019

Waarde



Met een nichtje dat in Cambridge aan haar proefschrift in de geschiedwetenschap werkt, bezoek ik King's College. Ik mag niet over het gras lopen, zegt ze, want die 'eer' is alleen voorbehouden aan fellows van het College. Doe ik het toch, dan word ik door een meneer met een bolhoed verwijderd. King's College heeft een kapel, waarvan de bouw begon in 1446, toen de godsdienstwaanzinnige koning Hendrik VI over Engeland regeerde. Dat je zo'n kapel niet een twee drie neerzette, blijkt uit het feit dat de bouw pas in 1515, onder Hendrik VIII, werd voltooid. Die regeerde van 1509 tot 1547. Hij was een tijdgenoot van Karel von Habsburg, die wij kennen als keizer Karel V, maar die in Holland natuurlijk gewoon onze graaf was.

De kapel is een parel van laat-gotische, Engelse bouwkunst. U denkt misschien dat ik dat van Wikipedia heb, maar ik heb ooit op de universiteit de keuze moeten maken tussen twee bijvakken: kunstgeschiedenis of sociaal-economische geschiedenis. Sociaal-economische geschiedenis scheen van geweldig belang te zijn, daarom volgde ik, ter oriëntatie, een college economie voor historici. Toen ik aan het eind daarvan wakker schrok, was de keuze voor kunstgeschiedenis gemaakt. Ik heb er tot op de dag van vandaag plezier van.

Het is een mooie dag in maart. Over de Cam worden zelfs punters vol toeristen voortgeboomd. De volgende dag zou ik wakker worden en bij het openen van mijn hotelgordijnen een laagje sneeuw zien, maar dat wisten we toen nog niet. We verlaten King's College en lopen in de richting van het Gonville and Caius College, waar veel bloemen bij de ingang liggen. De beroemde geleerde Stephen Hawking, geveld door de gruwelziekte ALS en fellow van het College, is enkele dagen daarvoor overleden. Nog iets verderop is een opstootje. Er wordt ergens tegen gedemonstreerd, maar tegen wat, is mij niet duidelijk. 'Laten we wat gaan drinken bij The Eagle,' stelt mijn nichtje voor. The Eagle is, naar men zegt, de beroemdste studentenpub van Cambridge. Ik vertel haar niet dat ik hem die ochtend al heb ontdekt. Geleerde nichtjes laat je in hun waarde.

Foto: auteur


maandag, juli 15, 2019

Afterparty



'Het was me de week wel,' zucht de schrijver op lichtgevorderde leeftijd, 'ik heb nog een week nodig om bij te komen. Nee, met mijn leeftijd heeft dat niets te maken en met de drank natuurlijk ook niet, maar al dat lopen, hè? Of liever, al dat slenteren.' 

U begrijpt: Big Rivers, editie 2019. Al op woensdag, met stand-up comedy, poëzie en de Amazing Stroopwafels in DOOR. Daarna het echte festival in het weekeinde met al die afterparty's! Zullen we voor dat nare woord eens iets anders bedenken? Ik word moe van dat Engels. Big Rivers, oké, we zijn aan die naam gewend en Grote Rivieren festival klinkt wat houterig, maar afterparty. Het doet denken aan die pil voor als je condoom gescheurd blijkt. 

Big Rivers is groot geworden. Heel groot. Ik puzzel: wie, waar, wanneer, hoe laat? Dat kan met een app, weer zo'n klotewoord, maar papier werkt ook als de batterij leeg is. Scotch, die ik beslist niet mag missen. Dr. Justice met die leuke zangeressen. The Wanderers, naast het stamcafé. Brasso! Die enorme bastuba! Thisgirlslife in de tuin van Brut en heel veel bands die je niet kon zien omdat je jezelf niet kunt opdelen. Big Rivers, een heerlijke roes waar ik even van moet afkicken. Hoe zeg je dát nu weer in normaal Nederlands?

Foto: auteur


woensdag, juni 12, 2019

Spoorlopen



De trein heeft Utrecht Centraal nog maar net verlaten of hij komt alweer schokkend tot stilstand. Even later roept de conducteur om dat we voor een rood licht staan en dat dat nog even duurt. Er loopt iemand op het spoor. Spoorlopen, het schijnt voor sommigen een liefhebberij te zijn waar de spoorwegen niet blij van worden. Je weet maar nooit of je te maken hebt met een onverantwoordelijke geinponem of iemand die voor de trein wil springen. 

Voor we vertrokken liep de conducteur groetend door de eersteklas. Dat gebeurt meer. Of de reizigers in de tweede klas ook zo worden begroet, weet ik niet. Ik reis altijd eersteklas. Ik heb een kortingskaart, waardoor ik in feite tweedeklas betaal. Voor een dubbeltje op de eerste rang, Nederlandser kan het niet. Er zijn altijd kleingeesten die, als ze door de eersteklas lopen op weg naar hun plek in de tweede, een schampere opmerking maken. Het is de jaloezie van de mokkende burger, die niet zelden meer te besteden heeft dan de eersteklasser met kortingskaart.

Ik kom terug van een lezing door mijn oud-hoogleraar Maarten van Rossem. Over zijn boek Wat is geluk? Hij zei dat hij eigenlijk bedoelt: Wat is tevredenheid? Hij komt onvermijdelijk op de mokkende kleingeesten, die minderheid van ongeveer 15% van het electoraat, die zich voelt aangetrokken tot halvegaren als 'onze Pim' of fantasten als Baudet, 'onze Thierry'. 'Als je op zo'n partij stemt ben je niet goed bij het hoofd,' aldus mijn leermeester. Ik denk het hem na.

'Hij is aangehouden,' klinkt het door de intercom. De trein komt weer op gang. De spoorloper zit achter slot en grendel. Zijn motief zal ik nooit te weten komen. Misschien denkt hij wel dat zijn land in handen is van de spoorwegen en wil hij het 'teruggeven aan het volk'.

Foto: auteur


zondag, mei 19, 2019

Frivool



Eind jaren zeventig, begin jaren tachtig ging ik regelmatig met vrienden naar Parijs. Meestal was een tentoonstelling van een of andere bekende kunstenaar de aanleiding. Zomaar een weekeinde op stap gaan strookte niet met de opvatting van soberheid die ons door de Reformatie in de genen is geperst. Het moest ook op een koopje, wat soms tot wonderlijke toestanden leidde. Zo logeerden we aanvankelijk in een schamel en nogal rumoerig hotel in de Rue St. Honoré, waar we slechts een tientje per nacht betaalden, maar toch iedere dag van schone lakens werden voorzien. Een bordeel begrepen we, met een handjevol naïeve toeristen als vlag om de lading te dekken. Dat verklaarde die vriendelijk glimlachende meisjes die je steeds op de trap tegenkwam.

Langzamerhand begonnen we ons aan de frivoliteit van Parijs over te geven. Mondjesmaat, want we studeerden nog of waren net begonnen aan ons eerste, onderbetaalde baantje. We maakten eens een uitstapje naar de Place Pigalle, waar we op één consumptie steeds dezelfde meisjes zagen strippen, tot een klerenkast verscheen die nadrukkelijk meedeelde dat de voorstelling was afgelopen. Een andere keer bezochten we een veel te dure tent op de Boulevard de Malesherbes, waar je vanachter pantserglas werd aangestaard door een levensecht luipaard en op een avond verwarden we in een zaak aan de Avenue des Champs-Élysées bij het bestellen van een fles wijn de begrippen goedkoopste en duurste. Gelukkig waren water en stokrood goedkoop en hadden we in onze vierdehands lelijke eend nog een pot pindakaas.

Ik herinner mij dat we naar een grote Renoirtentoonstelling in het Grand Palais wilden. Voor de ingang troffen we een enorme rij wachtenden. We besloten daar niet in te gaan staan, maar bij een nabije boekhandel de catalogus te kopen en naar een terras te gaan. De frivoliteit had het definitief gewonnen.

Foto: archief auteur.


vrijdag, april 19, 2019

De long van Thessaloniki



Ten noorden van Thessaloniki ligt het bos van Seïch-Sou. De long van Thessaloniki wordt het wel genoemd. Een long die al verschillende keren door brand werd getroffen. Voor het laatst een jaar of vijftien geleden, als ik het mij goed herinner. Dat was aan de oostkant, waar wij tot voor kort dichtbij woonden. Een minuut of tien lopen en we stonden aan de bosrand. Via een viaduct moest je eerst nog wel de Περιφερειακό oversteken, de rondweg om de stad, waarvoor bij de aanleg, eind jaren tachtig van de vorige eeuw, een stuk van het bos is opgeofferd.

We gingen bijna dagelijks wandelen in Seïch-Sou. 's Morgens in alle vroegte, voor het ontbijt. Ons doel was meestal een kapelletje vanwaar je een mooi uitzicht had over de stad. Vrijwilligers, die het bos zo goed en zo kwaad mogelijk onderhielden, hadden er bankjes geplaatst. De plek lag op ongeveer een uur lopen van ons huis in Ano Toumba. We rustten wat op zo'n bankje, genoten van het uitzicht en maakten soms een praatje met andere wandelaars. Opvallend was de rijke schakering bloemen in het voorjaar. Als je vroeg genoeg was zag je hazen rennen en regelmatig werd ons pad gekruist door wegschietende hagedissen of een gemoedelijk rondscharrelende landschildpad.

In de zomer hielden we ons hart vast, vooral als het wekenlang niet had geregend en er een harde wind woei. Griekenland wordt veelvuldig geteisterd door bosbranden, niet zelden gevolgd door erosie. Na de laatste brand in Seïch-Sou werd kordaat opgetreden. Er werden rietmatten geplaatst om erosie tegen te gaan, waardoor het bos zich verrassend snel begon te herstellen. Toch moet je er niet aan denken dat de long van Thessaloniki, van eminent belang voor milieu en recreatie, ooit volledig in vlammen zou opgaan. 

Ik herinner mij augustus 2007, toen het land met tientallen bosbranden te kampen had. Groot was de angst dat ook Seïch-Sou zou worden getroffen. Het bos werd zelfs enige tijd voor het publiek afgesloten. In die dagen bestond het radioprogramma De Avonden nog. Ik werd gebeld met het verzoek verslag te doen. De meeste branden waren op de Peloponnesus. De Griekse televisie besteedde er urenlang aandacht aan en ik vertelde wat ik zag door aan de journalist van dienst. 'Hebben jullie ook last van de rook?' was een van zijn vragen. 'Nee hoor,' antwoordde ik, 'wij zitten in de rookvrije zone.' Het werd even stil in Hilversum. Gelukkig bleef Seïch-Sou dit keer gespaard.

Of de waarde van het bos tot alle inwoners van Thessaloniki is doorgedrongen, waag ik te betwijfelen. De overheid doet zijn best. Regelmatig kom je een brandkraan tegen en er zijn brandgangen aangelegd waardoor de wagens van de brandweer op veel plekken kunnen komen. Crossmotoren helaas ook en ondanks de waarschuwingsborden om voorzichtig te zijn met vuur, zijn de paden bezaaid met sigarettenpeuken en wordt op sommige plekken naar hartelust gebarbecued. Barbecuen, de gemiddelde Griek is eraan verslaafd.

Een ander probleem is afval. Hoewel er bij de toegangen tot het bos afvalcontainers staan, zijn er nog steeds mensen die een eindje Seïch-Sou inrijden om daar hun grofvuil, of soms zelfs bouwpuin, achter te laten. Onvoorstelbaar eigenlijk, want het is makkelijker om het in die containers te gooien. Kennelijk zit het misbruik maken van de openbare ruimte en anderen opzadelen met jouw troep bij sommige mensen diep in de genen.

Het kapelletje en de zitbanken zijn op een dag door de gemeente gesloopt. Op instigatie van een communistisch lid van de gemeenteraad. Hij was bang dat de plek een 'bedevaartsoord' zou worden. Ook bossen ontkomen niet aan het kleinzielig gedweep van sommige politici.

Eerder gepubliceerd in Griekenland Magazine, zomer 2018.

Foto: auteur


vrijdag, april 12, 2019

Verdomhoekje



Lieve Stella,

Vorige week ben ik een paar dagen naar Düsseldorf geweest. Met de trein, maar niet via de vertrouwde Venlo-route, zoals in de tijd dat jij op de Kennedydamm woonde. Toen namen we in Dordrecht eenvoudig de intercity naar Keulen, stapten in Mönchengladbach over en waren, normaal gesproken, in ongeveer twee en een half uur op het Hauptbahnhof van Düsseldorf. Vandaar was het nog een paar haltes met de U-bahn, die bijna pal tegenover jouw appartementengebouw stopte. Ilse, je vriendin en vroegere buurvrouw, woont er nog steeds. Tilly en Christos* logeerden bij haar, wat de aanleiding was om de trein te nemen, hoewel ik hen binnenkort weer zie in Thessaloniki.

Wil je vandaag de dag via Venlo reizen, dan moet je drie of vier keer overstappen en ben je ongeveer vier uur onderweg. Vooruitgang noemen de Nederlandse Spoorwegen dat. Wil je vanuit Dordrecht naar Keulen, dan kun je het beste eerst naar Rotterdam sporen, daar overstappen op de Thalys naar Brussel en vervolgens de internationale trein naar Keulen nemen. Dat komt allemaal omdat het Drechtstedengebied (bijna 270.000 inwoners!) in het verdomhoekje van de spoorwegen is geraakt. Het aantal intercity's naar het zuiden is sterk beperkt, maar die levensgevaarlijke giftreinen mogen wel iedere nacht op driehonderd meter hier vandaan door de scherpste en gevaarlijkste spoorwegbocht van Nederland denderen. Ik moet op mijn bloeddruk letten.
De snelste manier om in Düsseldorf te komen is nu via Rotterdam naar Utrecht te reizen en daar op de internationale trein van Amsterdam naar Frankfurt te stappen. Die internationale trein is wel aangenaam comfortabel. Vooral omdat ik eersteklas reisde (want op het Nederlandse deel heb ik 40% korting). Ik bestelde een flesje wijn bij een vriendelijke Herr Wolff (aldus het kassabonnetje). Er konden slechts twee glazen uit, maar ik moest doordrinken, want ondanks dat de hele reis drie uur en tien minuten duurde, ben je vanaf Utrecht sneller in Düsseldorf dan je beseft.
Het was er koud en druilerig. Ik logeerde in onze oude buurt, in de Kayserswertherstrasse, op vijf minuten lopen van jouw appartement. Als de zon niet schijnt, sombert die buurt een beetje, maar het hotel was comfortabel, proper en mild van prijs. Mijn kamer zag uit op een mooie binnentuin, waarin vanwege het weer niet kon worden gezeten.
De fles cognac (Comte Joseph XO) die hier thuis in de bar staat, blijkt duurder dan ik dacht. Ik kreeg hem voor mijn verjaardag, maar ik heb geen idee meer van wie. Hoe kom je erop, zul je zeggen, welnu, door de welgevulde minibar die ik aantrof.
Om naar het hotel te gaan stapte ik gewoontegetrouw in lijn 79 van de U-bahn, maar er kwam geen Oststrasse en evenmin een Steinstrasse. Ik was gedachteloos op het verkeerde perron ingestapt en op weg naar de universiteit. Je zou er hartelijk om hebben gelachen, maar daardoor was ik wel aan de late kant bij Ilse voor de lunch.
Op de Kennedydamm is eigenlijk niets veranderd, behalve dat een aantal oude, zieke bomen is gerooid en vervangen door jong goed. Toen ik de Rolandstrasse overstak kreeg ik even het beeld van jouw auto voor ogen, die je daar altijd parkeerde, maar ik werd niet, zoals bij mijn vorige bezoek, overmand door melancholie. Alles went, moet je maar denken, al maakt dat de dingen niet noodzakelijkerwijs leuker. 

Genoeg Düsseldorf. We hebben er Spaans gegeten, Italiaans geluncht en een afzakker gehaald bij een Griek die luidkeels lucht gaf aan zijn hekel aan de stad, het klimaat en de bewoners, waaraan hij ondertussen wel een villa in Portugal en een villa in Griekenland heeft overgehouden. De terugreis verliep probleemloos, zodat ik nog op tijd was voor de borrel van DOCK (een stichting die zich inzet voor creatieve ondernemers) in Americain, het pas geopende café in de openbare bibliotheek. Op de plek van het oude Americain, waar we in de jaren zestig de schoolfeesten van mulo-Groenedijk hadden. De tijd dat je nog dromerig naar meisjes keek, maar veel te onzeker en verlegen was om iets tegen die hemelse wezentjes te zeggen. Inmiddels zijn we in een tijd beland dat de schreeuwers in de sociale media onmiddellijk een heksenjacht ontketenen als ze maar vermoeden dat iemand van mijn leeftijd dromerig naar zo'n meisje kijkt. Niet alleen bij de Nederlandse Spoorwegen woedt de vooruitgang.
Je vraagt je weleens af waar de mentaliteit van de jaren zestig en zeventig is gebleven. Een club mallotige jongeren van christelijke huize heeft een petitie ingediend bij de Tweede Kamer om prostitutie strafbaar te stellen. Kunnen de hoertjes weer lekker de ellende van de illegaliteit in. Fanaten vallen vrouwen lastig die naar een abortuskliniek gaan. Ook van christelijke huize (die fanaten, niet die vrouwen). Onder Jezus' vaandel terug naar de jaren vijftig! Dat Jezus nogal op Maria Magdalena was, wordt voor het gemak vergeten. Als ik aan de opgroeiende generatie denk, schiet me vaak dit citaat van Fernando Pessoa te binnen: 'Wie nooit in dwang heeft geleefd voelt de vrijheid niet' (Het boek der rusteloosheid, Privé Domein, pagina 74).
Ja, die generaties na ons. Soms denk ik weleens dat we iets verkeerd hebben gedaan, maar ik vrees dat de mens toch vooral een irrationeel wezen is dat zijn driften nauwelijks de baas kan. Je kunt het ook zeggen in de woorden van Edmond en Jules de Goncourt: 'Het menselijk handelen wordt bepaald door drie drijfveren. En dat zijn, in klimmende volgorde van belangrijkheid: hartstocht, eigenbelang en ijdelheid.' (Dagboek, Privé Domein, bladzijde 135). Ik kan zo nog een tijdje doorgaan, maar ik geloof dat we afdwalen en de was moet nog worden opgehangen. Daarna moet ik naar de dumpshop om legeroverhemden voor Griekenland. Met van die zakken waar je van alles redelijk veilig in kunt opbergen, zodat niet meteen je bankpassen en buskaartjes over straat rollen als je een stuiver opraapt, want die laten liggen is natuurlijk zonde.

Griekenland nadert. Nog even en dan moet ik weer zo'n eng vliegtuig in, daarna met een levensgevaarlijke taxi en, nu ja, laat ik er maar over ophouden, want drie dagen met trein, boot en bus is ook niet alles, al moet het van Groen Links. Ik ben uren bezig geweest met papieren uitzoeken voor de fiscus, maar de zon schijnt, de perenboom staat prachtig in bloei en vanavond gaat FC Dordrecht winnen van MVV. Gelukkig heb ik nog ergens verstand van.

In gedachten, altijd,

Kees

Dordrecht, 12 april 2019

*Studievriendin van Stella en partner.

Foto: auteur






maandag, april 01, 2019

Op de grens




Lieve Stella,

Ineens zit ik weer in een goede schrijfperiode. Deze week kwamen er drie gedichten, waarvan de laatste vanmorgen. Of ze echt beklijven, kan ik nog niet zeggen, daarvoor moeten ze eerst een tijdje in de la om te rijpen, maar ik heb mezelf maar getrakteerd op een glaasje Metaxa (met twaalf sterren, vooruit, waarom niet? Het is maar één keer in de eeuwigheid 31 maart 2019). Ik meen dat Kees Buddingh' me eens vertelde dat, als het even niet erg ging met dichten, je het beste kon gaan vertalen, dan kwamen je eigen gedichten ook wel weer. Ik denk dat dat op het ogenblik zo is. Bezig met Joanne Limburg en met mezelf. Dat laatste voor zolang het duurt en geen garanties, maar ik voel me er wel weer even senang bij.

De aanleiding voor het laatste gedicht was een zot, die ik gisteren voor het Amsterdamse centraalstation zag staan. Zo'n Jezusvereerder, die geheel onopgemerkt, behalve door mij dan, tussen de krioelende toeristen, met een zelfgemaakt bord opriep tot bekering. Ik had in de stationshal, bij wijze van lunch, een patatje-met gekocht bij een vrolijke Marokkaan, die mij verzekerde dat hij de beste frites van Amsterdam had, en dat stond ik buiten, in de zon, te nuttigen. God wat had jij daar een hekel aan, mensen die op straat patat en andere dingen liepen te eten, maar ik zondig weleens. Ik weet nooit of je wel of geen medelijden moet hebben met zo'n Jezusfreak. Is het een verwarde gek, of is het iemand die in alle serieusheid meent de mensheid een dienst te bewijzen door de verbreiding van het woord. Gezien kleding, houding, kreten en de lucht die van hem afwoei, hadden we met een specimen van het eerste te maken. Ik ben met mijn frietjes maar snel de straat overgestoken om dichterlijk over de wateren te staren tot ze op waren en ik op zoek kon naar een afvalbak. 
Ik was onderweg naar de universiteitsbibliotheek, voor de jaarvergadering van het Nederlands Genootschap voor Nieuwgriekse Studies. Anderhalf uur te vroeg, want je weet het maar nooit met de spoorwegen, zodat ik in alle rust naar café De Zwart kon sjokken. Daar hebben ze aangename, rode wijn en een goede maat van schenken. Het was een fraaie lentedag, in tegenstelling tot vandaag, nu waait die rotte, koude noordenwind weer, zodat het terras vol zat. Voornamelijk toeristen en een Chérie Bidet-achtig type, dat zich uit zat te sloven voor een aan zijn lippen hangende juffrouw. Binnen zat niemand. Ik zocht een mooie plek achter het opgeschoven raam, zodat ik het allemaal eens op mijn gemak kon bekijken. Veel levensgevaarlijk gestuntel van toeristen op huurfietsen en nijdig gebel van Amsterdammers, of wat daarvoor door moet gaan, die structureel opzettelijk te hard kwamen aanrijden 'om ze een lesje te leren,' denk ik, want daar zijn de uitvinders van de afzeikhumor goed in. 
Nadat mijn vooroordelen over toeristen in het algemeen en onze hoofdstedelijke medeburgers in het bijzonder, ruim waren gevoed, en we twee wijntjes verder waren, was het tijd om naar de bijeenkomst te gaan. Eerst de routine, daarna het interessante deel, een lezing over Cypriotische historische romans en het boek The Prophecy and the Templar Scroll van Lina Ellina. Dat boek speelt zich deels af in de moderne tijd en deels in de dertiende eeuw, tijdens de regering van Hendrik II (1270-1324). Je weet, de tijd van de Lusignans is mijn favoriete periode in de Cypriotische geschiedenis. Jammer dat ik geen Griekse versie van Afrodite en Europa bij me had, dan had ik die aan de schrijfster kunnen geven, maar nadat ze mijn exemplaar van het boek had gesigneerd, heb ik haar wel op mijn twee mythische dames gewezen, bescheiden als ik ben. Ze zal dat inmiddels wel zijn vergeten, dus misschien moet ik haar een exemplaar sturen. Tijdens de terugreis heb ik al gefascineerd in het boek gelezen.
Ik ben na de receptie, waar ik een aantal leuke gesprekken had, ondermeer met Hero Hokwerda en Willem Ledeboer (de adjunct-directeur van het Nederlands Instituut in Athene, waar ik binnenkort een poosje ga werken), niet naar het avondprogramma gegaan, want in Dordrecht was het Barre Tocht, onder leiding van Scotch the Band en in dat kader speelde Marienke van Terheijden, om elf uur in cafe De Vrijheid, een deel uit haar cabaretprogramma. Daar wilde ik bij zijn. Om half negen was ik thuis, want ook op de terugweg deed de Intercity Direct het zonder morren, zodat ik eerst nog een poosje verder kon lezen.
Marienke was goed. Zeker als je bedenkt dat een drukke kroeg geen gemakkelijke plaats is om te spelen. Ik zou haar hele programma graag in Theater 450 zien. Wie weet in het nieuwe seizoen. Ik ben in ieder geval zo vrij geweest iets te suggereren. Het was na Marienkes optreden nog lang heel gezellig in De Vrijheid. Ik ben tot kwart voor twee blijven hangen en moest toen ik thuiskwam de klokken nog een uur vooruit zetten, want de zomertijd is weer begonnen. Er komen weer lekker lange avonden aan. In de discussie over het wel of niet afschaffen van de zomertijd wil ik me niet mengen, maar ik ben meer zomer- dan wintermens, ook al heb ik een hekel aan in de zon zitten. Dat is iets voor toeristen.

Intussen heb ik Hemelse mevrouw Frederike uit. Ik vind het een prachtige biografie, waarin het alles-moet-kunnen-als-het-maar-feest-is-beeld van Frederike Harmsen van Beek, ontstaan in de periode dat zij het landhuis Jagtlust in het Gooi bewoonde, grondig wordt bijgesteld. Er wordt diep ingegaan op zowel Frederikes leven als haar literair en beeldend werk en Maaike Meijer doet dat ook nog eens in een aantrekkelijke, lekker lezende stijl. Ik werd wel somber van de laatste hoofdstukken, van het oud worden en aanklevend verval. Vooral toen ik las dat ze uiteindelijk in een verpleegtehuis werd opgenomen. Ik zit ook een beetje aan de rand van de fase van lichamelijke neergang, denk maar aan die achillespees, en ik ben ongehoord bang ooit in zo'n gesticht terecht te komen. Dan moeten ze me maar direct een spuitje geven. Jammer dat je dat spuitje niet nu al in huis kunt halen. Of de beroemde pil van Drion, waarvan ik mij weleens stiekem afvraag of die eigenlijk wel bestaat, maar dit terzijde. Ik kom aan moederskant uit een familie met een lange geschiedenis van hersenbloedingen, met nu en dan een hartinfarct tussendoor. Dat is niet altijd geruststellend om te bedenken, al werd mijn moeder gezond negentig, tante Pieta iets minder gezond, maar wel scherp van geest, negenentachtig, en hielden mijn oud-tantes Nel en Pie het respectievelijk vol tot hun drie- en vierennegentigste, zonder daarbij het verstand te verliezen. Mijn oma daarentegen stierf op haar achtenzestigste aan een tweede of derde beroerte, nadat mijn grootvader haar enkele jaren thuis had verzorgd, iets waarvoor hij volgens mijn moeder 'de hemel verdiende.' Zijn beloning viel tegen, want hij ging op z'n vierenzeventigste aan een hersenbloeding dood, nadat hij twee jaar in verpleegtehuis Crabbehof had gelegen. Hij was zijn spraakvermogen kwijt. Ze legden hem op een kamer met een stokdove lotgenoot. Dat was in de jaren zestig, dat moet ik er wel even bij zeggen, anders gaat er op Twitter direct een roedel idioten los.
Morgen moet ik naar de geneesheer, want die rode vlek op mijn wang wordt almaar erger, ondanks het zalfje dat ik ervoor heb gekregen. Rosacea, zegt de dokter, iets dat vooral bij middelbare dames voorkomt. Ik heb dat van mijn grootmoeder geerfd (georven zeggen we in Dordrecht), maar ik hoop dat dat het enige is. Met een vlek valt nog wel te leven en op mijn licht gevorderde leeftijd hoef ik toch niet meer te hopen dat het iets gaat worden met de jongedames waarop ik met enige regelmaat verliefd word. Gerard Reve had het altijd over 'een vieze, oude man van boven de dertig.' Op een gegeven ogenblik moet je in je lot berusten, als de dokter maar niet zegt dat ik moet stoppen met drinken.

In gedachten, altijd,

Kees

Dordrecht, 31 maart 2019

Foto: auteur



woensdag, februari 20, 2019

Dordrecht aan de Linge



Lieve Stella,

Vandaag ben ik door mevrouw de cardiologe weer voor een heel jaar goedgekeurd. Ja, ik weet ook wel dat ze garantie geven tot de voordeur, maar het klinkt toch bemoedigender dan 'meneer, ik geef u nog zes maanden.' Dat kreeg ik te horen van de orthopedisch chirurg. Hij bedoelde ermee dat die achillespees nog wel een maandje of zes zal zeuren voor hij geheel genezen is, als dat ooit nog gebeurt. Dat zei hij niet, dat denk ik er bij. Hoe dan ook, ik ben weer in montere stemming het ziekenhuis uitgewandeld. Nu is het wachten op de domper op de vreugde. Noemen de Chinezen dat niet Yin en Yang? Ik weet het niet precies, ik ben niet zo'n spiritueel type, dat weet je. Voor je er erg in hebt zweef je op je eigen vloerkleed naar een of ander streng veganistisch kampement, waar ze de boter, kaas, eieren en rookwaren van je afpakken.

Ik had je al eerder willen schrijven, maar afgelopen zaterdag was het plotsklaps mooi weer en ben ik het nodige snoeiwerk in de tuin gaan doen. Daarna moest ik naar een opening van moderne kunst in Pictura, over 'leven, dood en wederopstanding in de natuur,' waar ik ondermeer mooie aquarellen van Ad Kooimans zag, wanden vol heel kleine beeldjes van Barbara Witteveen, die ik niet goed in het thema kon plaatsen, maar die mij veel kijkplezier gaven en een tapijt van Lizan Freijssens dat ik knap gemaakt vond, maar dat mij op griezelige wijze deed denken aan het Eiland van Dordrecht over tweehonderd jaar, als de hele kolerezooi is ondergelopen en ons slechts schorren en kreken resten. Ik zal daar naar alle waarschijnlijkheid niet bij zijn, gelukkig, maar onwillekeurig denk je aan de komende generaties, die er weinig of niets tegen zullen kunnen ondernemen zolang de idiote groei van de wereldbevolking maar doorgaat.
Zondag heb ik een uitstapje gemaakt naar Amstelveen en Amsterdam. In Amstelveen was een concert, bij Mokum Folk, de club die in Amsterdam en omstreken de volksmuziek levend houdt, van het Serenade Ensemble, studenten van Codarts (ik meen dat dat vroeger het Rotterdamse conservatorium was), die Griekse, Turkse, Arabische en Armeense muziek ten gehore brachten. Levantijnse muziek noem ik het maar. Ik vond het zeer geslaagd, al heb ik een tijdje getwijfeld of ik zou gaan. Een trein, een metro en een stuk lopen door onbekende streken, daar ben ik niet zo van. Sinds ik mijn kompas kwijt ben, loop ik steevast de verkeerde kant op, maar zondag viel het mee. De trein was vrijwel op tijd, wat steeds met nadruk door de conducteur werd omgeroepen, alsof hij er zelf ook verbaasd over was, de metro bracht me keurig aan een halte in de wildernis en sinds ik kort geleden heb ontdekt dat er in mijn telefoon een juffrouw zit die aanwijzingen geeft, viel de wandeling ook mee. Ik moest door een park, alleen, zonder hond om uit te laten, maar ik ben gelukkig niet opgepakt als verdachte, vieze, oude man.
Na afloop ben ik met onze vrienden Herbert en Elly (die in de organisatie zitten, volgens mij hebben ze elkaar daar ook leren kennen, maar dit terzijde) meegereden naar Slotervaart, je weet wel, die wildwestwijk waar de kogels je soms om de oren vliegen, om te eten bij Perla di Roma, een sfeervolle Italiaan, met een goede kwaliteit-prijsverhouding en een zeer goede hand van wijn schenken. Niet die oer-Hollandse kutsmoes van we doen de glazen maar halfvol omdat ze zo groot zijn, nee, gewoon tot het randje, kein geloel.  
Van Perla di Roma loop je in vijf minuten naar station Lelylaan, waar ik dacht de sprinter naar Schiphol te nemen om daar over te stappen op de intercity naar Vlissingen, die Dordt aandoet. Misgerekend. Het ding reed niet. Het kan ook zelden vlekkeloos in het openbaar vervoer, maar voor ik luidkeels kon gaan mopperen stopte er een trein naar Amsterdam CS, waar ik in ben gesprongen, waarna ik even een sprintje moest trekken, lullig voor Achilles, maar het moest, om diezelfde trein naar Vlissingen te halen. Was ik toch nog redelijk op tijd thuis, zij het met een protesterende poot. 'Je staat ervoor en je moet erdoor,' aldus Gerard Reve, een groot schrijver en nooit te beroerd iemand moed in te spreken.
Toen wij op de heenreis over de Zwijndrechtse brug reden, vroeg de mannelijke helft van een stel zich af welke rivier we passeerden. 'Ik weet het niet, ' zei de vrouwelijke helft, tegen de zeventig, dus nog degelijk lager onderwijs gehad, 'ik denk de Linge.' Daar werd ik een beetje droevig van, die mensen reisden wel eersteklas, net als ik.

Gisteren was het nog steeds lente-achtig weer, een verademing na al die grauwe weken, dus toen heb ik in plaats van je te schrijven de rest van het snoeiwerk afgemaakt. De tuin is, om zo te zeggen, winterklaar. Net voordat de lente echt begint, en planten en bomen gaan uitlopen. Vooral het snoeien van de klimroos, met al die vreselijke doornen, was een bezoeking, maar het is volbracht en ik heb geen geld om ieder jaar een hovenier te laten komen. Vroeger kwam Kees Zijderveld nog weleens helpen, die was voor hij conciërge werd hovenier, maar sinds zijn ene zoon in California bosbranden bestrijdt en zijn andere in China de Engelse taal en letteren verkondigt, is hij zelden meer in Dordt. Ik weet niet of ik zo blij ben met die globalisering.
Donderdag was ik eerst met Thijs en Han naar het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden, naar een tentoonstelling over de goden van Egypte. Machtig interessant, maar veel te uitgebreid om alles in een keer te kunnen zien. Ik heb een keuze gemaakt uit de mooiste artefacten en daar deed ik nog twee uur over. Terug in Dordt naar de Liverse-vergadering in Visser gegaan en 's avonds naar de uitzending van Via Cultura (van de regionale zenders van Papendrecht, Zwijndrecht en Dordrecht) vanuit restaurant Post, omdat daar mijn oud-collega Rein Top speelde als lid van de cabaretgroep Peter de Liefde. Het was 14 februari, dus je begrijpt, dan vraag je De Liefde. Het zijn een beetje mijn buren, want ze repeteren iedere week in het theatertje aan de overkant. Rein zat ook in het panel, om over het cabaret en over de liefde te praten. 
Ik mocht even aan het woord, om uit te leggen hoe het allemaal was begonnen, weet je nog, met het cabaret Jong en Aanstormend Talent (JAT) van Rein, Henk Nieboer en mij. Nadat we een paar keer hadden opgetreden, vond jij dat ik beter kon stoppen, om me uitsluitend met schrijven bezig te houden. Ik denk dat je gelijk had. Ik kon aardig acteren, maar zingen ho maar en ik had in geen veertig jaar gitaar gespeeld, dus je begrijpt. Rein en Henk zijn toen, onder regie van Maarten Doomen nog een tijdje doorgegaan, hebben zelfs een geslaagde CD uitgebracht, ik draai hem nog weleens, en tenslotte heeft zich uit dat alles De Liefde ontwikkeld. Henk is er ook allang mee gestopt, maar Rein is nog volop in de running en ik moet zeggen, hun nummers bevielen mij uitstekend. Die waren ook het enige wat ik van de uitzending kon horen, want het is weliswaar altijd heel gezellig in Post, maar de zaak is totaal ongeschikt om een radiouitzending te maken, omdat het vol zit met mensen die niet komen voor die uitzending, maar om gezellig een hapje te eten en met elkaar te kletsen en omdat de ruimte nogal groot is en de akoestiek niet briljant, zit je in een storm van achtergrondlawaai. Zaterdagmorgen heb ik de boel op Drechtstad FM ('s morgens tussen acht en tien) teruggeluisterd. Het was alsof er uit een zwembad werd uitgezonden.

Ik had het net over dat stel en de Linge, maar dat is nog niks vergeleken bij het groeiend aantal idioten dat gelooft dat de aarde plat is. Al in de vijfde eeuw voor Christus hebben jouw voorvaderen bewezen dat het ding rond is, als dat niet zo zou zijn hadden we vijfentwintig eeuwen de tijd gehad om de rand van de aarde te vinden, wat niet is gebeurd, en nu staat er een ploegje geestelijke bonobo's op, dat roept dat de leer van de ronde aarde een complot van de Nasa is. Tja, als je het maar geraffineerd brengt, kun je sommige mensen alles laten geloven. Dat iemand over water loopt of na drie dagen vrolijk fluitend uit zijn graf komt, toe maar. Bij onze fijne bondgenoot en boezemvriend Saoedi-Arabië onthoofden ze nog weleens iemand vanwege hekserij, zo gaat dat in een modern land dat de Verlichting heeft overgeslagen, dus dat er ergens een Australopithecus rondloopt die in een platte aarde gelooft, hoeft niet te verbazen. Wat mij hogelijk verbaast, is dat er in de media veel ophef over wordt gemaakt. Iemands krankzinnigheid wordt tot wereldnieuws gebombardeerd. Daar begrijp ik eigenlijk niets van. Het zal wel aan mij liggen. 
Ondertussen houd ik mij bezig met de geschiedenis van de Levant, het boeiende boek van Philip Mansel, dezelfde die het prachtige Constantinople, City of the World's Desire schreef. De Levant, met kosmopolitische steden als Alexandrië, Smyrna, Beiroet en Thessaloniki, die hun kosmopolitisme stuk voor stuk verloren zagen gaan door desastreuze invloeden als nationalisme, religieus fanatisme en domheid. De domheid van massa's die zich voor ideologische of godsdienstige karretjes laten spannen. Het is een geschiedenis waar ik immens treurig van word, vooral in een tijd waarin antisemitisme, religieus fanatisme, nationalisme en fascisme opnieuw om zich heen grijpen. Kijk maar naar die beweging van de 'gele hesjes,' binnen de kortste keren gekaapt door het droesem uit de riolen van de maatschappij. 

Zo is het wel weer genoeg, dunkt me. Ik zou deze brief graag romantisch eindigen, met een zonsondergang boven de vredig voortkabbelende Merwede. De hemel is onbewolkt, heel even, maar onder de horizon pakken grauwe wolken zich alweer samen. Dat we dat niet kunnen zien, komt omdat de aarde rond is. Nu jij weer. Die zonsondergang houd je tegoed.

In gedachten, altijd,

Kees

Dordrecht, 19 februari 2019

Foto: auteur