vrijdag, maart 16, 2018

Praatgraag



In zijn prachtige brievenboek Fallen Leaves zegt L.H. Wiener: 'Leraren horen elkaar, maar vooral zichzelf, erg graag spreken, heb ik de indruk.' Die indruk is juist, bedacht ik direct toen ik het las. Ik was weer even terug op school, bij die eindeloos vervelende personeelsvergaderingen waarin, nadat alles was afgehandeld en uitentreuren omzeurd, het agendapunt 'rondvraag' aanbrak. Dan was er altijd wel een zeikerd die opmerkte dat hij (of zij, want vrouwen zitten er wel bij, maar zeiken daarom niet minder dan mannen) nog even wilde terugkomen op punt dit of punt dat en zelden was er een voorzitter die capabel genoeg was om zo'n lulhannes de mond te snoeren, waarna het eindeloos gezanik opnieuw een aanvang nam.

Dat ik in die zesendertig jaar onderwijs nooit eens schuimbekkend van zo'n vergadering ben weggelopen, begrijp ik zelf eigenlijk niet. Ik heb wel meegemaakt dat een collega dat deed. Het was aan het begin van mijn 'carrière', toen ik een leraar van net in de vijftig nog automatisch rangschikte in de categorie afgeleefde ouwe lul die zo snel mogelijk de WAO diende in te gaan. Een gedachte die de schoolleiding met mij deelde, want er werkte zelden iemand door na zijn vijfenvijftigste. De enige die dat wel deed, dagelijks op een forse dosis aspirine en andere pillen, ging drie maanden na zijn pensionering dood. Hij was reuze trots dat hij tot zijn vijfenzestigste had doorgebikkeld, maar hij was ook reuzetrots op het feit dat hij in al die jaren dat hij Engels doceerde nog nooit het perfide Albion had bezocht. Zo'n type leraar.

Ik herinner mij die bijeenkomst nog. We vergaderden in een tot lerarenkamer omgebouwde garderobe, een grauwe gang met gering daglicht. Ik ben goddank vergeten waarover het ging, maar het zal wel iets geweest zijn als het steeds terugkerende gedoe over wel of niet eten in de klas, het al dan niet roken van leerlingen op het schoolplein, of het 'één lijn trekken' (leraren willen altijd één lijn trekken, vooral degenen die geen orde kunnen houden) in het geval van klas zus of zo, waarin een groot aantal 'raddraaiers' zou zitten. Ik maakte in jeugdige overmoed een boute opmerking waarvan ik niet de strekking maar wel de formulering ben vergeten, waarop een collega woedend opsprong en riep: 'Hij eruit of ik eruit!.'

Ik ging er niet uit. De directeur trad niet veel later op als vredesduif en de collega en ik werden tenslotte goede vrienden. En ik geef toe, ik hoorde mijzelf in die tijd ook graag praten. Iets te graag misschien.


Foto:  Beeldbank Regionaal Archief, Dordrecht


Geen opmerkingen: