Posts tonen met het label opinie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label opinie. Alle posts tonen

donderdag, april 30, 2026

Krasse bejaarde




Een man van negenentachtig heeft een paar dagen geleden in Athene een kantoor van de ziektekostenverzekering en het hooggerechtshof beschoten. Daar zijn enkele lichtgewonden bij gevallen. Het had veel erger kunnen zijn. Wat vooral verbaast is de leeftijd van de dader. Een krasse bejaarde, dat kun je wel zeggen, die ook nog heeft geprobeerd het land te ontvluchten. Hij werd in Patras opgepakt met een kaart voor de boot naar Italië op zak.


Op Facebook keurde mijn goede vriend I. het geweld af, maar hij had alle begrip voor de wanhoop van de man. De gevolgen van de financiële crisis, vooral ontstaan door het beleid van wijlen Andreas Papandreou, de corruptie in het ambtenarenapparaat, de bureaucratie waar iedere Griek tijdens zijn leven weleens mee in conflict raakt (en niet alleen Grieken, ik kan er als Nederlander met Griekse banden over meepraten) kunnen iemand tot volstrekte wanhoop brengen.


Vriend I. is door die financiële crisis alles wat hij in vele jaren had opgebouwd kwijtgeraakt. Zijn boekhandel en prachtige kafeneion Loxias, een trefpunt voor literatoren en wetenschappers in Thessaloniki, waar ik jarenlang kwam en dat een belangrijke rol speelde in mijn leven na het overlijden van Stella. Het heeft jaren geduurd voordat hij er weer een beetje bovenop kwam. Ook een tachtiger, evenals de schutter, maar een wijs man wiens filosofische instelling hem tenslotte door de moeilijkheden heen hielp.


Op Facebook pleit hij voor het gezond maken van de in zijn ogen bizar slecht functionerende staat en voor een democratie zonder corrupte, slechts voor hun eigen belang opkomende politici. Gezien de geschiedenis van Griekenland na 1821 betwijfel ik of I. en ik dat nog zullen meemaken. Er is weliswaar veel meer vrijheid in het land dan in de jaren voor 1974, toen de laatste dictatuur ten val kwam, maar Griekenland staat nog wel heel laag in het rijtje van landen die het goed doen wat de persvrijheid betreft. Eén blik op veel actualiteitenprogramma's en het televisienieuws is voldoende om te beseffen dat de kiezers bij het ene schandaal na het andere niet zelden door de overheid worden misleid en dat belooft weinig goeds voor de toekomst.


Foto: auteur


vrijdag, oktober 17, 2025

Slangentongen




Uiteraard ga ik stemmen. Dat is onze democratische verworvenheid waar mijn voorouders hard voor gestreden hebben. Bovendien wil ik niet dat door niet te stemmen het rechtse en extreem-rechtse gedachtengoed dat zo populair lijkt onder 'de Nederlander' nog meer nadruk krijgt. 'De Nederlander', zo wijst de geschiedenis uit, is een product van eeuwenlange immigratie, maar dat begrijp dat product niet meer, want dat heeft te weinig, wellicht helemaal geen, geschiedenis gehad op school, of het was simpelweg te dom om er iets van te leren.


Ik heb mijn voorouders kunnen traceren in Wallonië en het Rijnland en vermoedelijk komen ze uit nog meer verre streken, al hebben we daar het bewijs nog niet voor gevonden. Ik ben daar trots op. Leuk om te ontdekken dat een betovergrootvader tot de zoveelste macht tot de Brabantse landadel behoorde, maar ja, de eerste nazaat uit die tak die zich in Dordrecht vestigde was kolensjouwer. Tel uit je winst, al is de hoop op ergens een kasteelruïne in Schotland natuurlijk nog niet vervlogen.


Met de verkiezingscampagne heb ik het echter helemaal gehad. Je kunt de televisie of radio niet aanzetten, of daar heb je ze weer. De volstrekt inhoudsloze en ongehoord domme Joost Eerdmans, een type dat werkelijk van helemaal niets iets afweet, met de gebakkenluchtspecialist Annabel Nanninga aan zijn zijde. Ze zijn niet eens geschikt voor kolensjouwer. Wat doet zo'n mannetje met maar één zetel in de Kamer vrijwel dagelijks in de media? Ook die boerentrien van de BBB komt natuurlijk voorbij. Vrouw van het volk, ja, ja. Wat heeft ze voor het volk voor elkaar kunnen krijgen? Een euro en een trekdrop voor wie het weet. Ook van die twee slangentongen, Keizer en Yeşilgöz, die liegend en manipulerend door het politieke leven gaan, heb ik de buik volledig vol en zo kan ik er nog wel een paar noemen.


Ik heb mijn keuze al lang bepaald. Ik ben lid van de partij die mijn stem krijgt. Ik betaal netjes mijn contributie, doneer zo nu en dan iets voor de extra uitgaven, wens de leden die campagne voeren het allerbeste toe en hopelijk veel succes, maar verder bemoei ik me nergens mee. Jammer dat nu net bij mijn partij een integere, wijze en goedwillende politicus de lijst aanvoert. Een man die de statuur heeft van een minister van staat, maar helaas het charisma van een uitgedroogde kikker. Voor mij persoonlijk maakt dat niet uit. Ik stem al vele jaren op een vrouw, maar dan wel op eentje zonder slangentong.



Foto: auteur



zaterdag, juni 21, 2025

We zijn er klaar voor




We leven niet in een ideale wereld, dat weet ik ook wel, en op allerlei leidende posities zitten schurken, oorlogsmisdadigers en verwarde idioten, namen hoef ik niet te noemen, iedereen kent ze, maar ik word langzamerhand doodziek van al dat gekwaak over miljarden meer steken in het versterken van onze defensie ter bevordering van de zogenaamde veiligheid. De geschiedenis leert dat al die oorlogshitserij alleen maar leidt tot een nieuwe wapenwedloop en als iets bedreigend is voor de veiligheid dan is het dat wel.


De Russen zijn erop uit de voormalige Sovjet-Unie in ere te herstellen, zo klinkt het, en wie weet willen ze daarna wel de rest van Europa onder de voet lopen. Wanneer hebben we dat eerder gehoord? In de Koude Oorlog. Een historische periode waar onze jeugd niet of nauwelijks meer wat van weet, omdat we ons geschiedenisonderwijs in de afgelopen decennia grotendeels naar de verdommenis hebben laten gaan.


We moeten vele miljarden investeren, luidt het, om ons de Russische overmacht van het lijf te houden. De Russische overmacht? Kijk even naar de militaire verhoudingen tussen Rusland en de Navo. Zelfs zonder Amerika, onder Trump afgegleden naar de status van onbetrouwbare bondgenoot, als je nog van bondgenoot kunt spreken, staat de Navo sterk genoeg tegenover de Russen, als die er al op uit zouden zijn om met hun tanks het Hollandse polderland te komen omploegen. Toegegeven, een zwak punt is de vrijwel volledige afhankelijkheid van Amerikaanse wapensystemen en technologie, maar de Europese Navo-bondgenoten hebben genoeg in huis om op termijn van die afhankelijkheid af te komen. Dat hoeft niet op stel en sprong, doe het geleidelijk en let daarbij een beetje op de centen.


Het lijkt een gekte te worden, die oorlogshitserij. Iedere dag op de sociale media advertenties om bij defensie te komen werken. Vooral vrouwen worden opgestookt om dat te doen. De ideale baan, zo wordt het voorgespiegeld. Klaargestoomd worden om in een loopgraaf te creperen. Fijn carrièreperspectief.


Noodpakketten in huis, ook zoiets. Nuttig hoor om een paar flessen water en een paar blikken knakworst op de bovenverdieping te zetten in het geval van een overstroming, maar denken ze nu echt dat je overlevingskansen daarmee stijgen als er bommen in de buurt vallen? Het lijkt me vooral een buitenkans voor de fabrikanten van noodradio's. De reclames voor die dingen tieren eveneens welig in de sociale media.


In 1962 brak de Cubacrisis uit. Weten de meeste jongelui ook niet meer. De BB (Bescherming Bevolking, een soort Dad's Army avant la lettre) verspreidde een boekje waarin stond dat je onder de trap moest gaan zitten als er een kernbom in de buurt viel. Dat bij gebrek aan schuilkelders in de buurt. Nu komt dat soort goede raad via het internet. We zijn nog even krankzinnig als toen, maar gelukkig zijn we paraat!


Foto: archief auteur


donderdag, mei 01, 2025

Hoax





'Mei Social Vrij', ik vind dat een beetje een zielig initiatief, waaruit weer blijkt dat de kreet "Nederland betuttelland' nog zo gek niet is. Waarom zielig en betuttelend? Omdat wordt verondersteld dat ik te onnozel ben om op een verstandige manier met sociale media om te gaan. Dat is een vergissing, al kan ik me die foute aanname toch ook wel een beetje indenken.


De laatste week ging er weer een stokoud bericht rond op Facebook over het gebruik van je foto's en andere gegevens. Om dat te voorkomen, moest je een tekst knippen en plakken waarin staat dat je Facebook geen toestemming geeft om, enzovoorts. Overduidelijk een hoax, jaren oud bovendien, maar een flink aantal mensen ging klakkeloos aan het knippen, plakken en delen.

Er zijn nogal wat gebruikers van Facebook die heel slecht lezen. Dat merk ik soms ook bij commentaar op mijn stukjes. Er wordt op de titel gereageerd, maar uit de reactie blijkt dat ze geen kennis hebben genomen van de inhoud of er geen snars van hebben begrepen. Er zijn ook mensen die kritiekloos aannemen wat anderen beweren. 'Als iedereen het zegt, zal het wel waar zijn.' Ik ben gelukkig niet uit dat hout gesneden, maar ik heb natuurlijk makkelijk praten. Ik heb aan de Universiteit Utrecht een vak gestudeerd dat je bij uitstek leert kritisch te denken.

Kortom, ik begrijp waaruit die campagne is ontstaan, uit de oer-Hollandse zendelingenreflex: ik ga jou iets aanpraten wat je misschien niet leuk vindt, maar doe het nu maar, want het is voor je eigen bestwil. Ik heb alleen nogal de pest aan dat soort zendelingen. Ik maak zelf uit wat mijn eigen bestwil is en dat is in dit geval een verstandig, dus kritisch en niet naïef gebruik van sommige sociale media.

Nog even een tip voor als je niet wil dat Facebook je gegevens gebruikt: twee klikken op Google en je vindt precies wat je daarvoor moet doen.


Foto: auteur



zondag, januari 12, 2025

Vlooien in mijn bed




In de weekendbijlage van Trouw (zaterdag 11 januari) staat een uitstekend artikel van Seije Slager over het nut van alcohol. Een mooi en weloverwogen antwoord op al het gedweep over 'dry January' en aanklevend gemoraliseer over alcoholgebruik. Ik heb het sowieso niet zo erg op activisten, ik denk bij hen steevast aan deze uitspraak van C. Buddingh': In iedere buiten-parlementaire actie schuilt een kiem van fascisme*, maar anti-rook en anti-alcohol messianisten haat ik als vlooien in mijn bed. Dat geldt trouwens ook voor veganistische geestdrijvers. Fons Nijpels is voor mij het wereldse alternatief voor de anti-Christ.


Goed, we zijn langzamerhand gewend aan rookloze kroegen, maar de herinnering is bij mij nog vers dat bij de borrel opgestoken werd en hoewel ik vind dat sigaretten nu niet direct fijn ruiken, mis ik nog altijd de heerlijke geur van een goede pijptabak of een kwaliteitssigaar. Hoewel ik officieel niet meer rook, steek ik een heel enkele keer nog weleens een sigaartje op of stop ik een pijp, waarbij ik dan met een zekere weemoed terugdenk aan mijn beide grootvaders, tevreden pijp- en sigarenrokers, die regelmatig genoten van hun borreltje.


Ik ken iemand die na enige hartproblemen van de dokter het advies kreeg te stoppen met roken en drinken. 'Vergeet het maar dokter', was het antwoord, 'er is ook nog zoiets als kwaliteit van het leven'. Een opvatting waar ik het mee eens ben. Plezier in het leven is een groot goed, zeker als je wat ouder wordt. Ik laat mijn borrel niet staan en zorg voor voldoende drank, sigaren en pijptabak in huis, voor het geval dat. Ze maken zogezegd onderdeel uit van het befaamde noodpakket van Rutte. Is die bangmakerij toch nog ergens goed voor.


*In: Een mooie tijd om later te worden. Amsterdam 1978, p. 62.


Foto: auteur



vrijdag, augustus 26, 2022

Advizeurkousen




Lieve Stella,


Een paar dagen geleden zat ik op een terras in Schiedam, tegenover het huis waarin de dichter Piet Paaltjens, die eigenlijk François Haverschmidt heet, zich in 1894 verhing. Hij was depressief aangelegd en wellicht kon hij het overlijden van zijn vrouw, een drietal jaren eerder, niet verwerken. Zoals je weet ben ik niet zo'n depressief type, al is het tegenwoordig moeilijk in het bananenkoninkrijk Nederland om niet zo nu en dan in diepe somberheid te verzinken. Al die affaires en crises waar een kennelijk incapabele, gedesorganiseerde overheid en een tamelijk amechtige regeringscoalitie ogenschijnlijk machteloos tegenover staan. De hoofd-, zij het niet de enige, oorzaak: het geloof in het neo-liberalisme, waar in 2012 ook de PvdA in meeging, toen Diederik Samsom in recordtempo een akkoord sloot met de VVD van Mark Rutte. Ik en velen met mij hadden bij die verkiezingen juist op de PvdA gestemd om af te zijn van Rutte als premier en de desastreuze gedachten die in zijn kringen leefden over het heil van de marktwerking. Marktwerking is sociale afbraak en kaalslag is inmiddels gebleken, maar het verderfelijke geloof erin is nog immer niet uitgeroeid. Enfin, het heeft tien jaar geduurd voor ik weer eens een stem op de PvdA heb uitgebracht en dan alleen nog maar omdat mijn oud-leerlinge Sadet Karabulut ermee ophield als Kamerlid. Ik vond haar als parlementariër erg goed, jammer alleen dat de SP eigenlijk helemaal mijn partij niet is. Ze assisteert nu de burgemeester van Amsterdam in het besturen van Blowcity. Ik wens haar veel succes daar op die mestvaalt.


Ik houd erover op. Er zijn leukere dingen om het over te hebben, het afluisterschandaal in Griekenland, om maar eens iets te noemen. Vandaag moet premier Mitsotakis daarover op het matje komen bij de vouli, het Griekse parlement. Of dat iets uit gaat halen? Ik vrees van niet, het is daar altijd een geschreeuw van jewelste en van wol weinig sprake, maar ik kan niet in de toekomst kijken. Ik roep altijd dat historici beter geen toekomstvoorspellingen kunnen doen, dus ik waag me er niet aan, al zou het me niets verbazen als er uiteindelijk in de praktijk weinig verandert. In de vijfendertig jaar sinds ik jou heb leren kennen, heb ik in Griekenland een aaneenschakeling van schandalen de revue zien passeren. In het begin dacht ik nog naïef: dat kan bij ons niet gebeuren, maar dat blijkt dus geheel anders te liggen. Ik had het kunnen weten, wellicht al sinds de Lockheed affaire, maar het is net als bij een schilderij: hoe dichter je er met je neus op staat, hoe minder je ervan ziet.


Wat ik in Schiedam deed? Met Thijs en Han een bezoek brengen aan het Stedelijk Museum, waar een tentoonstelling is van installaties van Zoro Feigl. Hij laat onder meer water naar boven stromen en in een soort vliegende schotel kogeltjes heen en weer rollen, zodat het lijkt of je naar een zwerm spreeuwen kijkt. Technisch wel knap en goed bedacht, ik zou er niet op komen, maar of het kunst is? Geen idee, eigenlijk, maar ik vond het interessant om te zien. Daarna zijn we naar het Jenevermuseum gegaan. Dat was het hoogtepunt van het bezoek, dat we hebben afgesloten met een jeneverproeverij in de tuin. Arme Han. Hij moest rijden en kon dus maar minimaal proeven. Daarna wilden we wat eten en zo kwamen we terecht bij de openbare bibliotheek, die tegelijkertijd een aangename horeca-uitspanning is, aan de Lange Haven, tegenover dominee Haverschmidt. Eigenaardig eigenlijk, een dominee die zich verhangt, want ik meen me te herinneren van de zondagsschool dat de hand aan jezelf slaan 'de Heere een gruwel is'.


Ik kom zelden in Schiedam. Ik ben, meen ik, één keer eerder in het Stedelijk Museum daar geweest, bij een tentoonstelling van Jan Schoonhoven, die allemaal stukjes wit karton op de meest eigenaardige wijze aan elkaar had gelijmd, of liever: door medewerkers aan elkaar had laten lijmen volgens zijn aanwijzingen, en daar ongehoord veel geld voor ving. Dat is hem gegund, maar kunst? De tijd zal het leren. Ik was er toen met Gerard Bouma, die een enorm liefhebber van Schoonhoven is en zijn hele leven al betreurt dat hij, toen de Schoonhovens nog niet als geniale kunst waren ontdekt en dus nog betaalbaar, geen geld had om er eentje aan te schaffen. Ja, we waren jong en arm. Toen ik begon als schoolmeester, waarvoor je toch een HBO-opleiding moest doen, verdiende ik in het begin 1250 gulden in de maand, meen ik, dat is nog geen 570 euro, maar toen was het 1974 en kostte een pilsje nog 75 cent. Vroeger was alles beter, als je op licht gevorderde leeftijd raakt, ben je steeds meer geneigd dat te roepen. Gelukkig zijn er knappe historici die nu en dan met die gedachte afrekenen. Wat ik eigenlijk wilde zeggen: we hebben een wandelingetje gemaakt door het, bescheiden, historische centrum van Schiedam, dat er onverwacht schilderachtig uitziet, al heeft het bij lange na niet de grandeur van het Dordtse historische havengebied. 


Door dat havengebied heb ik onlangs weer enkele groepen toeristen rondgeleid. Beweging is goed tegen de ischias en je houdt je eigen kennis van de stadshistorie er goed door bij. Tel daar bij op dat ik met Guus nog steeds onderzoek doe bij het stadsarchief of in het Augustijnenhof en ik ben bijna rijp voor stadshistoricus. Een stadsarcheoloog, een stadskunstenaar, een stadsdichter en een stadshistoricus, die lijken me heel wat nuttiger voor de gemeenschap dan de zogenaamde welstandscommissie, die onlangs weer heeft zitten zeiken over de markiezen die boven de terrassen van brasserie De Witt, in het gebouw waarin ook De Movies zit, zijn gepland. Die zouden niet passend zijn en ook de lichtreclame van De Witt vonden ze te fel. Op de tekeningen staat het allemaal heel voornaam en het klopt geweldig bij de geschiedenis van het pand: van Clarissenklooster, via Latijnse en Franse school naar kantoor voor de Keuringsdienst van Waren en Bouw- en Woningtoezicht tot het hoofdkwartier van de stichting Culturele Educatie (nu ToBe) en toen die zonodig het centrum uit moest naar het Energiehuis, tot De Movies en daarbij nu een mooie brasserie met een terras waardoor dat stukje centrum aangenaam tot leven komt. Maar nee, dat clubje dat er wel voor was om een stuk uit het monumentale hek van het museum te breken (zij het tijdelijk, alleen wist niemand nog hoe tijdelijk) om daar een boot doorheen te trekken, heeft iets tegen de markiezen. De laan uit met die nutteloze advizeurkousen!


Er was onlangs trouwens ook iemand die begon te zeuren over de naam De Witt, want ja, het slavernijverleden. Donder toch op man, dacht ik. Ja, Johan de Witt en iedere bestuurder uit de 17e eeuw heeft daar indirect (of soms direct, toegegeven) weleens mee te maken gehad. Dan kun je dus helemaal niets meer vernoemen naar iemand uit het verleden. Voor zover ik weet had Johan de Witt er geen directe bemoeienis mee, anders dan zijn half criminele schoonzoon Simon van Halewijn, die een paar plantages in Suriname bezat, maar je kunt mij ook niet verantwoordelijk houden voor het gedrag van mijn schoonzoon, zou ik die hebben. Ach, ik houd erover op, want anders begint het achterlijke geroep op Twitter weer. Daar ga ik trouwens binnenkort vanaf, ik ben al dat getetter goed zat.


In gedachten, altijd,


Kees


Dordrecht, 26 augustus 2022


Foto: auteur





donderdag, januari 20, 2022

De hysterie voorbij




Radio 1 (toen ik nog jong en onbedorven was heette dat gewoon Hilversum 1, maar dit terzijde) kan weer af. Voor de zoveelste keer begint het geouwehoer over corona. Ik ben er zo langzamerhand kotsmisselijk van. Net zoals ik strontziek ben van het niet meer uit te leggen beleid, dat de samenleving heeft verdeeld, de polarisatie heeft aangewakkerd en dat zo overduidelijk een middel is dat zoveel erger is dan de kwaal, dat zelfs de braafste kinderen van de klas, de burgervaders en -moeders, hun proteststem steeds luider verheffen. Je kunt nergens meer met goed fatsoen op bezoek gaan of het c-woord gonst al direct in het rond. Ook daar word ik beroerd van. Ik word zelfs stikonpasselijk van het feit dat ik nu weer over dat virus en over de maatschappelijke ontwrichting, die de hysterische angst ervoor teweeg heeft gebracht, zit te schrijven.


Ik ben absoluut niet van het 'doe maar normaal, dan doe je al gewoon genoeg'. Ik vind dat een tamelijk imbeciele opvatting. De wereld is nog nooit beter geworden van normale mensen, maar altijd van de buitenbeentjes. Toch zou ik nu heel graag willen dat we met zijn allen weer normaal gaan doen, zoals in Engeland lijkt te gebeuren. Waarin een achterlijk land, dat zich willens en wetens in een ramp als de Brexit heeft gestort en zich heeft uitgeleverd aan een premier die er niet alleen uitziet als een schertsfiguur, maar zich ook zo gedraagt, voorop kan lopen. Samen met Spanje, waar ze langzamerhand de hysterie ook voorbij lijken te zijn.


Ik kan mij goed voorstellen dat mensen die de dwaasheid van alle dag zat zijn, zich terugtrekken in een klooster om van het gezeik af te zijn. Alleen zit je dan met Onze Lieve Heer, zijn Moeder en al die andere sprookjesfiguren opgescheept, die je de godganselijke dag laten bidden en lofprijzen. Nee, dan vlucht ik liever naar een eiland. Een eiland zonder maskers, zonder afstand houden, zonder een knuffelverbod en zonder persconferenties. Een eiland waar de kroegen, de theaters, de winkels, kortom de hele santenkraam gewoon open is en waar het ziekenhuis voldoende bedden heeft voor alle zieken omdat zorgverzekeraars en neoliberale concurrentiefetisjisten er niets in te brengen hebben. Het is tijd om op zoek te gaan naar een schipper die wil overvaren.


Foto: auteur




zaterdag, januari 15, 2022

Zure wijn in oude zakken




Ik ben slecht in het onthouden van namen. Dat heeft niets te maken met mijn licht gevorderde leeftijd, dat was ik al toen ik jong was. Toen ik nog lesgaf zei ik weleens gekscherend tegen mijn leerlingen: 'Hadden jullie maar een nummer in plaats van een naam, dan kon ik beter onthouden wie je bent'. Nummers onthouden kan ik uitstekend. Voor vrienden en bekenden was ik een soort van wandelend telefoonboek, tot de mobiele telefoons in zwang kwamen. Op de een of andere manier heb ik geen zin om andere dan mijn eigen 06-nummer te onthouden. Wel ken ik bijvoorbeeld nog het telefoonnummer van een Engels vriendinnetje, waarmee ik eind jaren zestig verkering had, uit mijn hoofd. Uitsluitend in het Engels, dat dan wel we weer.


Vanmorgen kwam op de radio de naam voorbij van een Nederlandse hoogleraar aan een Amerikaanse universiteit die in niet mis te verstane woorden de lockdown veroordeelde. Die maakt meer kapot dan je lief is, zogezegd. Die naam ging bij mij het ene oor in en het andere weer uit. Ondanks het risico dat mijn Facebookpagina de komende dagen overstroomd wordt door advertenties voor de betrokken krant, het NRC-Handelsblad, ben ik bij Google te rade gegaan. Daardoor stuitte ik op een vernietigend artikel over de lockdowns, dat de professor gezamenlijk met een aantal andere prominente wetenschappers publiceerde. Lees het hier vooral na. Er wordt in heldere bewoordingen uiteengezet, waarom het middel van de lockdowns vele malen erger is dan de kwaal.


Vrijdag keek ik naar de persconferentie waarin het kabinet 'versoepelingen' aankondigde. Het was zure wijn in oude zakken. Ja, er kwam een belofte dat aan een lange termijnvisie wordt gewerkt. Eerst zien dan geloven, maar goed, schokkend vind ik dat opnieuw de horeca en de cultuursector worden uitgezonderd. Ik heb goed geluisterd, maar ik heb geen enkel steekhoudend argument gehoord waarom de kroeg en het museum in Nederland dicht moeten blijven terwijl ze in de buurlanden, in alle EU-landen, open zijn. Het was al met al een povere en buitengewoon teleurstellende voorstelling. Dat wordt snel een weekje Antwerpen of Brussel.


Foto: auteur


vrijdag, december 10, 2021

Verplichte kost




'Now, what I want is, Facts. Teach these boys and girls nothing but Facts. Facts alone are wanted in life. Plant nothing else, and root out everything else. You can only form the minds of reasoning animals upon Facts: nothing else will ever be of any service to them. This is the principle on which I bring up my own children, and this is the principle on which I bring up these children. Stick to Facts, sir!'


Het zijn de openingswoorden van de roman Hard Times van Charles Dickens. Aan het woord is Thomas Gradgrind, gefortuneerd koopman in ruste, lid van het Lagerhuis en vader van Tom en Louisa. Zij hebben het geluk de opvoeding door Gradgrind aan den lijve te mogen ervaren. Een opvoeding gebaseerd op het idee dat alleen rationele regels kinderen kunnen vormen tot maatschappelijk succesvolle mensen. Een gedachte die teruggaat op de Verlichting met zijn idee dat de ratio de basis is van de maatschappelijke vooruitgang. Een filosofie met politieke gevolgen, zoals de ontwikkeling van het vrijheidsideaal, dat in de Franse Revolutie leidde tot de Verklaring van de Rechten van de Mens en van de Burger. Dat de ideologie meestal mooier is dan de praktijk kunnen wij meer dan tweehonderd jaar na het uitbreken van de Franse en Industriële Revolutie met the benefit of hindsight gemakkelijk vaststellen. 


Het vrijheidsideaal uit de Verlichting leidde tot de ontwikkeling van het liberalisme, een stroming die te verdelen is in twee takken. Een politieke, waarin vooral het ideaal van de persoonlijke, individuele en politieke vrijheid voorop staat en een economische waarin het vooral gaat om de vrijheid van ondernemen, bij voorkeur niet gehinderd door enige regelgeving vanuit de overheid. De markt, het spel van vraag en aanbod, van onderlinge concurrentie, zou het regulerend mechanisme vormen van de economie. Een crisis, te zien als een tijdelijke ziekte, zou door dokter Markt uiteindelijk worden genezen. 


Anders dan hij geloofde leidden de opvoedkundige principes van Thomas Gradgrind tot twee gemankeerde kinderen. Een diep ongelukkige Louisa, die, omdat het rationeel zou zijn, trouwt met Josiah Bounderby, een rijke fabrikant, toonbeeld van een selfmade man, maar uiteindelijk een bedrieger, vriend van Gradgrind, van de leeftijd van haar vader. Een ontspoorde en in het kwaad doortrapte Tom, die uiteindelijk de bank van Bounderby berooft en er tenslotte, dankzij Louise en zijn vader, mee wegkomt. Als Louisa haar echtgenoot verlaat, omdat zij vermoedt verliefd te zijn op een ander, en als blijkt dat Tom een schurk is, komt Gradgrind tot de conclusie dat zijn principes hebben gefaald. Hij wordt daardoor een wijzer man, die gaat inzien dat er meer in het leven is dan 'facts'. 


Het geloof in de ratio, zo laat Dickens ons zien, is een blind geloof. In de loop van de negentiende eeuw komt men tot het besef dat ook het geloof in de heilzame werking van de markt blind is, omdat het uitgaat van de aanname dat mensen in economisch opzicht altijd rationeel handelen. Dat blijkt niet zo te zijn. Rationaliteit en moraliteit zijn soms strijdig met elkaar en dan valt de keuze, laten we ons daar gelukkig om prijzen, vaak uit ten voordele van de moraliteit. Zodoende kwam er langzamerhand een einde aan de ontstellende misstanden, vooral in de steden, die de Industriële Revolutie onder grote delen van de arbeidende bevolking veroorzaakte en die wij uit meer boeken van Dickens dan Hard Times alleen kennen. In Hard Times is Stephen Blackpool het voorbeeld van een moreel hoogstaand man, ondanks zijn beklagenswaardige situatie en het misbruik dat men van hem probeert te maken, de tegenhanger van een type als Bounderby, die het slechts om gewin gaat. 


In Hard Times pakt Dickens de uitwassen van de Industriële Revolutie aan en het geloof in de ratio. Dat maakt het boek ook in onze tijd actueel. In de loop van de negentiende eeuw groeit het besef dat er grenzen gesteld dienden te worden aan het ongebreidelde kapitalisme met zijn geloof in de almacht van de markt en dat de staat een bredere taak had dan het handhaven van de orde en de verdediging van het grondgebied. Er kwam sociale wetgeving, al was het alleen al om opstand en revolutie te voorkomen. Wetgeving die leidde tot gezondere, productievere en beter geschoolde werknemers. Vooral door de crisis van de jaren dertig van de vorige eeuw werd de vrijheid van de financiële wereld ingeperkt, om herhaling van een Krach als die van 1929 te voorkomen. 


Media jaren zeventig ontwikkelde de Chicago School of Economics, invloedrijk in de wereld der economische wetenschap, het concept van de new classical macroeconomics, dat zwaar leunde op het idee van rationaliteit. Economen uit deze school, zoals Milton Friedman, begonnen ineens weer het geloof in de almacht van de markt te prediken. Politiek werden die gedachten overgenomen door neo-conservatieven als Ronald Reagan en Margaret Thatcher, maar ook, geheel of gedeeltelijk, door allerlei conservatieven, liberalen en politici van het centrum in de rest van Europa. De banken kregen opnieuw vrij spel, verworven rechten van werknemers moesten wijken voor het vrije spel van ondernemers, de overheid moest 'een stap terug doen,' ten behoeve van de markt. Ook in ons land. Overheidsbedrijven moesten worden geprivatiseerd, de energiemarkt moest worden 'geliberaliseerd,' evenals het openbaar vervoer. Er kwam concurrentie tussen de ziektekostenverzekeraars. 


Hoe dat vanaf de bankencrisis van 2008 tot op heden allemaal uitpakt, kunnen we dagelijks in de media vernemen. Wat duidelijk is, is dat ook dit keer de veronderstelling dat de mens economisch altijd rationeel handelt, gebaseerd is op drijfzand. Dat begint al bij ons zelf. Ik ga echt niet ieder jaar vanwege enkele euro's van energieleverancier wisselen, of van ziektekostenverzekeraar, laat staan van telefoonaanbieder. Je weet maar nooit hoe dat met je vertrouwde nummer afloopt. Het zou mij financieel gewin kunnen opleveren, maar ik ben al meer dan dertig jaar tevreden met de meeste 'nutsbedrijven' waarbij ik klant ben. Toen op een zondag de hoofdschakelaar kortsluiting maakte, stond mijn energiebedrijf binnen een uur aan de deur om het probleem te verhelpen. Voor de sociaal-economische ontwikkelingen in onze samenleving is Dickens nog steeds hoogst actueel. Vaak denk ik: een boek als Hard Times zou, in ieder geval bij de studie economie, verplichte kost moeten zijn.


Foto: auteur


maandag, november 22, 2021

Vijftig


Voorloper van de stiching, Cultureel Warenhuis Bobby Kinghe, 1969, in de deuropening Jan van der  Geer.


Vandaag is het precies vijftig jaar geleden dat de akte waarmee de Stichting Produktiegroep Bobby Kinghe werd opgericht, bij de notaris passeerde. Aanwezig waren de oprichters, in alfabetische volgorde: Herbert Bos, Jan van der Geer, Han van Gorkom, Kees Klok, Jacques Noorman en Gerrit de Wolf (1949-2010). Gerrit bedacht de naam in de jaren zestig, in een verhaal dat hij publiceerde in De Groene Mug, schoolkrant van de mulo-Groenedijk. Op Jacques na hadden de oprichters elkaar daar leren kennen. Over Bobby Kinghe heb ik bij het veertigjarig bestaan (groots gevierd in de Popcentrale in Dordrecht, die toen nog net op de Staart was gevestigd) uitgebreid geschreven, ik doe dat niet weer. Ik wijs slechts op een fraaie uitzending van The Fake Show, waarin de vijftigste verjaardag wordt gevierd.


Dat The Fake Show zo wie zo kon plaatsvinden is een klein wonder in dit absurde land, waar de gezondheidszorg de nieuwe 'coronagolf', ondanks een vaccinatiegraad van zo'n 88% (volgens minister Hugo de Jonge), weer nauwelijks aan kan. Dit omdat drie kabinetten-Rutte er genoeglijk twaalf jaar de tijd voor hebben genomen om de zorg zodanig te verschralen dat zelfs bij deze toch niet geringe vaccinatiegraad de absolute paniek alweer aan het uitbreken is. De roep om een lock-down, voor die kwalijke ellende is kennelijk geen Nederlands woord voorradig, begint alweer luider te klinken. 


Ik word ziek van het idee weer een winter als de vorige te moeten doorbrengen. Sorry, Mark en Hugo, ik voel me door jullie beleid zwaar besodemieterd. Niet dat je bang hoeft te zijn dat ik ga lopen rellen, daar ben ik te vredelievend voor, maar dat maakt me niet minder ziedend van woede omdat ik weer niet naar FC Dordrecht mag en op de absurde tijd van acht uur 's avonds mijn favoriete restaurant moet verlaten, want als ik nog even een nagerecht neem, raken de besmettingscijfers volgens jullie verwarde redenering het plafond en dat is nog maar pinda's vergeleken bij de verdere ellende die jullie, naar ik vrees, nog over dit gekwelde land gaan uitstorten. Dat jullie daarbij geen enkele zelfreflectie tonen als het gaat om de problemen in de zorg, is even kwalijk als absurd, maar jullie tijd komt nog wel. Nee, geen tribunalen, die zitten alleen maar in de kop van de mallotige rafelrand van de politiek, maar er zal ongetwijfeld een stevige parlementaire enquete komen naar jullie beleid. Ik verheug mij daar nu al op.


Foto: auteur


zaterdag, november 06, 2021

Zondebok




Met historische vergelijkingen in het algemeen en die tussen het heden en gebeurtenissen uit de Tweede Wereldoorlog moet men voorzichtig zijn. Met een gele ster op lopen tijdens een demonstratie tegen de coronamaatregelen, getuigt van weinig historisch besef en is respectloos tegenover slachtoffers en nabestaanden. Dat neemt niet weg dat ons demissionaire kabinet (en in het bijzonder de minister van volksgezondheid) op de verkeerde weg is met de sterke suggestie dat de huidige problemen in de ziekenhuizen vooral worden veroorzaakt door mensen die zich niet hebben laten vaccineren. Dat is namelijk het aanwijzen van een groep als zondebok om het eigen falen te maskeren. 


Dat er opnieuw problemen in de ziekenhuizen zijn in een land waarvan de vaccinatiegraad zo'n beetje tot de 85% is gestegen, is redelijk verbijsterend. Naar ik uit betrouwbare, medische kringen heb vernomen, beschikken we in principe over voldoende IC-bedden en apparatuur om het voorspelde aantal patiënten moeiteloos aan te kunnen, maar ontbreekt het aan personeel. Daar ligt het falen van de overheid. Drie kabinetten Rutte zijn ervoor verantwoordelijk dat veel zorgpersoneel werd wegbezuinigd en inmiddels iets anders is gaan doen, dat mensen uit de zorg zijn vertrokken uit frustratie over het almaar talrijker wordende aantal managers, voor wie de financiën veel zwaarder wegen dan het welzijn van de patiënten, of uit onvrede over de bureaucratische lawine die uit wantrouwen vanuit de allesbepalende zorgverzekeraars over de zorg wordt uitgestort. Praat vijf minuten met een willekeurige doktersassistente en je valt van verbazing van je stoel. Daarbij schiet ook nog eens de opleidingscapaciteit voor IC-verpleegkundigen tekort en is het, ondanks alle geklap voor de zorg, nog steeds niet tot een structurele loonsverhoging gekomen. 


Waarom heeft de overheid gedurende de 'besmettingsmilde' zomermaanden geen vinger uitgestoken om ook maar iets in de zorg te verbeteren? Hoe komt het dat Noordrijn-Westfalen, qua inwonertal met Nederland te vergelijken, over vijf maal zoveel IC-bedden beschikt dan wij? Vragen waarover Hugo de Jonge eens zou moeten nadenken voordat hij op zoek gaat naar een zondebok. Je zou die mevrouw maar zijn waarvan ik onlangs hoorde dat ze graag zou worden ingeënt, maar door een aantal kuren met zware medicijnen nog steeds moet wachten tot de spuit erin kan. 


Foto: auteur


dinsdag, juli 07, 2020

Een canon van de Dordtse geschiedenis



De discussie over de bezwaren voor en tegen een canon van de Nederlandse geschiedenis is indertijd uitgebreid gevoerd, waarbij onder meer werd gewezen op het gevaar dat aan zo'n canon een soort bevestiging van 'de Nederlandse identiteit' zou kunnen worden gekoppeld. Een identiteit die immers niet bestaat, al geloven populistische kringen van wel. Hij zou ook tot uitsluiting kunnen leiden van nieuwkomers in de samenleving of kunnen worden misbruikt voor een vorm van assimilatie. De canon is er gekomen, als richtlijn voor het onderwijs, en is inmiddels herzien, wat weer tot behoorlijk wat discussie heeft geleid. Dat is op zich prima. Niet voor niets stelt de (in Dordt geboren) historicus Pieter Geyl dat geschiedenis 'een discussie zonder einde is'. 

Ik ga de discussie over de wenselijkheid van een canon niet overdoen, het ding is er nu eenmaal, al zie ik niet goed in hoe al die vijftig vensters op het verleden in het onderwijs voldoende aan bod kunnen komen, want het geschiedenisonderwijs in Nederland wordt, zeker op scholen (zoals een prominente in onze stad) waarvan de 'managers' alleen de portemonnee van enig belang vinden, in de praktijk maar matig bedeeld. Hoe kun je het als zichzelf respecterende school in je hoofd halen om geschiedenis, waarvan iedere politicus roept dat het zo'n belangrijk vak is, nog maar één uurtje per week in de onderbouw aan te bieden? In het basisonderwijs zit geschiedenis vaak ingebakken in de merkwaardige combinatie 'wereldoriëntatie', waardoor er helemaal weinig van terecht komt. Mijn vroegere ervaringen als stagebegeleider van geschiedenisstudenten aan verschillende tweedegraads lerarenopleidingen stemmen mij niet optimistisch. Daar kun je met recht spreken van een dramatische, vakinhoudelijke verwaarlozing, tenzij er in de afgelopen jaren een wonderbaarlijke koerswijziging heeft plaatsgevonden. Ik heb er nog niet over gehoord, maar ik dwaal af, terug naar de canon.

Een positief punt is dat het opstellen van een canon dwingt tot nadenken over de geschiedenis, tot een discussie over wat er wel of niet in moet, wat uiteraard afhangt van de vragen die je aan de geschiedenis stelt. We weten dat iedere tijd zo zijn eigen vragen aan het verleden heeft, dat is ook een reden om zo'n canon van tijd tot tijd nog eens goed onder de loep te nemen. Dat geldt dus ook voor een Dordtse canon, waarover al jaren wordt gesproken, maar die er tot nu toe niet is gekomen. Het Historisch Informatiepunt Augustijnenhof gaat een voorstel voor een Dordtse canon doen en ik ben zeer benieuwd hoe dat er uit gaat zien. Ik heb wel enige gedachten over wat er in de Dordtse vensters zou moeten en ik ben benieuwd of het komende voorstel enigszins overeenkomt met mijn opvattingen als historicus. 

De uiteindelijke canon moet wel een zaak blijven van experts op het gebied van de Dordtse geschiedenis. Wat dat betreft ben ik blij met het initiatief van het Augustijnenhof. Bij dit soort projecten liggen provincialisme, lokaal chauvinisme en legendevorming namelijk altijd op de loer. De lokale politiek moet zich er daarom vooral niet mee bemoeien, evenmin als Dordrecht Marketing en aanverwante propagandaclubs, want met borstklopperij en mooie sprookjes is een Dordtse canon niet gediend. Ik verheug me op de komende discussie en hoop daar een nuttige bijdrage aan te kunnen leveren.

Foto: auteur 

zaterdag, juli 04, 2020

Heren XIX



Hij ziet met lede ogen aan hoe de wind de bloemenzee in zijn tuin geselt. De ene regenbui volgt de andere in snel tempo op. Herfst in juli. Hij voelt zich lusteloos. Er komt weinig werk uit zijn handen. Hij heeft het grootste deel van de ochtend verlummeld met, ja met wat eigenlijk? Koffie zetten en wat door de krant bladeren, zonder zin zich in het nieuws te verdiepen. De wereld draait toch wel door.

Hij verwacht bezoek. Een bevriend stel uit de hoofdstad. Een vakgenoot en zijn vrouw. Hij had zich verheugd op een mooie wandeling door de stad, het terras van de stamkroeg, ergens buiten eten. Ze kunnen het vergeten met dit weer en dan zitten ze ook nog met die anderhalve meter. Hij begrijpt ook wel dat je niet op elkaars lip moet gaan zitten, maar het gedram, de stelligheid waarmee de autoriteiten maar blijven hameren op wat hij gevoelsmatig overdreven vindt, daar wordt hij moe, chagrijnig en opstandig van. 

Waar hij ook moe, chagrijnig en een beetje ziek van wordt is het gedrein over het slavernijverleden, dat dweepzieke geroep om excuses. Hij is niet van plan om excuses te maken voor iets waar hij geen enkele schuld aan heeft. Ze zoeken op Google maar het nummer van de Heren XIX, kunnen ze die bellen.

Foto: Beeldbank Regionaal Archief Dordrecht, 552_331424 (West-Indisch Huis)


dinsdag, juni 30, 2020

Trauma



De coronacrisis duurt al meer dan drie maanden. Morgen worden weer allerlei noodmaatregelen versoepeld, maar toch voelt hij het virus als een voortdurende dreiging op de achtergrond. Niet zozeer de kans op besmetting, die acht hij niet zo groot, maar wat de pandemie allemaal nog in maatschappij en economie teweeg gaat brengen. 

Vaak heeft hij zich hardop verbaasd over het opzij schuiven van grondrechten, over het ondoordachte opsluiten van mensen in verzorgings- en verpleegtehuizen, over de ontstellende onvoorbereidheid van de overheid, die jaren bezuinigde op de zorg en alle waarschuwingen tegen pandemieën negeerde. Hij verbaast zich het meest over de hypocrisie van de regeringscoalitie: de mond vol over 'de helden van de zorg', maar geen cent salaris erbij. Hij denkt aan een oude reclame van Zeeuws Meisje, over die cent. Zelfs 'het kwartje van Kok' rolt door zijn gedachten. 

Hij vraagt zich af of de jongere generaties weet hebben van dat kwartje. Het is net als met de afbraak van het oude postkantoor in Dordrecht, waarover de oudere generaties zich tot vervelens toe opwinden. De jongeren hebben er geen flauw idee van. Zo zal het ook wel gaan met de wonden die de op geen enkel wetenschappelijk bewijs stoelende 'één meter vijftig afstand' in de samenleving slaat. Over vijftig jaar schrappen ze dat trauma gewoon uit de geschiedeniscanon. 

Foto: Beeldbank Regionaal Archief Dordrecht: 552_323033

zondag, mei 17, 2020

Angstwekkend onnozel



Op zondagmorgen luistert hij naar OVT, zijn favoriete programma over geschiedenis, en steevast ergert hij zich aan mensen die hem tijdens die twee uurtjes bellen. Niet terecht, dat beseft hij ook wel. Niet iedereen weet van het programma, laat staan iets van geschiedenis. Hoe vaak heeft iemand op een feestje niet geroepen: 'O, geschiedenis? 1600 Slag bij Nieuwpoort!' Op de simpele vraag 'wie vocht er tegen wie, waarom en hoe liep het af?' weet de lolbroek meestal geen antwoord. Hij neemt dus niet op. 

Een collega verbaast zich op zijn website dat Nederlanders zo'n angstwekkend gering besef hebben van hun verleden. Hem verbaast dat niets. Op zijn oude school geven ze in de onderbouw nog maar één uur, in de bovenbouw nog maar twee uur geschiedenis. Hij heeft meer dan dertig jaar tegen de verloedering van zijn vak gestreden, tegen 'managers' die slechts oog voor de begroting hadden. Een ware bierkaai. 'Goddank dat ik daar weg ben', denkt hij.

Feiten niet van meningen kunnen onderscheiden, nepnieuws niet van serieuze berichtgeving. Het komt mede door de verloedering van zijn vak. Wie nooit de achteruitkijkspiegel gebruikt, begaat onvermijdelijk een verkeersongeluk. 'Misschien', meent hij, 'komt de onnozelheid van de Nederlanders de coronadictatuur wel even goed uit. Hoe krijg je een normaal mens anders zo gek om een mondmasker te gaan dragen?'

Foto: auteur


zaterdag, mei 09, 2020

Kokend bloed



Een oud-collega fietst even langs voor koffie. Ze zitten in de tuin, met zicht op het loom wapperend wasgoed. Het is zijn gewoonte op zaterdag de was te doen. Hoe ouder hij wordt, hoe meer hij op zijn grootvader gaat lijken. Toen hij jong was lachte hij weleens om de man. Stipt om twaalf uur schonk opa zich een oude jenever in. Stipt om half één moest de lunch op tafel. Stipt om vijf uur dronk hij een tweede borrel en om zes uur wilde hij zijn avondeten. 

Ze hebben het, al willen ze het onderwerp eigenlijk vermijden, over de coronaramp. De oud-collega heeft zijn krantenabonnement opgezegd. Vanwege de coronaberichtgeving. Ook luistert hij niet meer naar de radio. Hij mijdt op televisie het nieuws en de praatprogramma's. 'Alleen naar Mondo kijk ik nog', zegt hij. Dat begrijpt hij wel. Hij voelt langzamerhand ook een coronanieuwsallergie opkomen. Wordt hij net een beetje blij van de aangekondigde versoepelingen, leest hij weer een stuk over hoogleraren die een nog grotere ramp voorspellen.

Bij sommig nieuws gaat zijn bloed koken. Zoals bij het voorstel van D'66 in Amsterdam om ouderen uit de horeca te weren. D'66, een partij die volgens hem voor geen meter deugt: ideologieloos en achteloos bereid nog maar eens een grondrecht opzij te schuiven. Iets om niet te vergeten.

Foto: auteur


zaterdag, maart 14, 2020

Decoronisatie



Een paar dagen geleden was bij mij de maat vol en besloot ik dat het hoog tijd was voor decoronisatie. Nee, ik heb niets tegen voorlichting door de overheid over dat virus, prima als dat zakelijk gebeurt, zoals nu, maar waar het mij dun van door de broek loopt is dat ik vierentwintig uur per dag in de media, de normale en de a-sociale, met berichten over corona word geconfronteerd. Als een coronapatiënt in Appelscha een scheet laat, wordt de geur ervan onmiddellijk op radio, televisie en feesboek geanaliseerd en heeft iedereen, en vooral de ontelbare onbenullen onder ons, er een stevig commentaar op. Ik ben deze dagen snel door de krant heen, want alles waarin ik een virus ontwaar sla ik over. Op feesboek scroll ik door, of ik knip de corona weg, behalve als het om een aardige grap gaat. Humor, niet hysterie, is een goed middel om je in barre tijden staande te houden.

Dat er sprake is van massahysterie, hoef ik niet uit te leggen, geloof ik. Er waart een besmettelijk virus rond, waarvan overigens zeer de vraag is of het voor iedereen levensgevaarlijk is, en we doen er verstandig aan ons daar tegen te beschermen, door een aantal hygiënische maatregelen, maar waarom zoveel idioten het nodig vinden om toiletpapier te hamsteren ontgaat mij. Als het op is was je je kont toch gewoon met water? Dat doen ze in Azië al eeuwen en kom nu niet aan met praatjes dat het coronavirus ook uit Azië komt, evenals in vroeger tijden de builenpest, want alle ellende is wel ontstaan door godvergeten onhygiënische toestanden op een Chinese markt, maar niet op de plaatselijke poepdoos. Daar kunnen de Chinezen in Nederland overigens niets aan doen, dus eet ik vanavond gewoon in een van de Chinese restaurants in Dordt. Wat overblijft laat ik inpakken en dan heb ik als kleine eter voor dagen voedsel in huis. Dat is nog eens hamsteren!

Ik mis de deskundigheid om goed te beoordelen of de maatregelen die nu worden genomen zin hebben of zijn doorgeslagen, maar ik heb bij sommige dingen wel mijn twijfels. Het sluiten van de Dordtse weekmarkt, wat heeft dat voor zin? Het afzeggen van een dienst in een kerk waar doorgaans hooguit zo'n dertig mensen komen? Het sluiten van de musea terwijl de scholen gewoon open blijven? Kinderen zijn minder vatbaar, zeggen de deskundigen. Dat zal dan zo zijn, maar betekent dat ook dat ze het virus niet kunnen overdragen? Ik zou vandaag naar een bijeenkomst in Haarlem gaan, waar zelden meer dan veertig mensen komen. Die is afgelast. Tja, denk ik dan, het scheelt mij in ieder geval het geld van het etentje dat erbij hoort. Dat breng ik dus straks bij de Chinees en daarvoor ga ik gewoon naar mijn stamkroeg, met fris gewassen handen. Tenzij ik ondertussen 'verschijnselen' krijg. Dan blijf ik thuis, want we moeten de hysterie snel de rug toe keren, maar niet het verstand.

Foto: auteur


zondag, januari 26, 2020

Grenzen aan de groei



Er zijn van die dingen waaraan ik nooit hoop te beginnen. Ballonvaren, bijvoorbeeld. Van de gedachte alleen al krijg ik nachtmerries. Een paar honderd meter boven de aarde zweven in zo'n mand, afhankelijk van de wind. Ik hoor van mensen die het weleens hebben gewaagd dat het geweldig moet zijn. Ik hoef dat soort geweldigheid niet. 
Het is minstens twintig jaar geleden dat ik op de toren van de Grote Kerk ben geweest. Dan moet je die vermoeiende wenteltrap op, dat zie ik mezelf niet meer doen. Bovendien is mijn hoogtevrees in de loop der jaren alleen maar toegenomen. Ik geniet daarom wel van het uitzicht op Dordt door middel van foto's.

Als de mens voor de hoogte was bestemd, had de evolutie hem wel vleugels gegeven. Ik kan me niet meer voorstellen dat ik ooit op het dak van het World Trade Centre in New York heb gestaan en het is uitgesloten dat ik mij in een woontoren vestig. Ik heb het al eens geschreven: Rotterdam, met al die hoge gebouwen, is mij een gruwel. Ik hoop dat Dordrecht nooit tot dat soort griezelige architectuur zal vervallen, al toont het verleden dat ons stadsbestuur er ook wat van kon als het om verkeerd uitvallende besluiten ging.
Wat de nabije toekomst betreft ben ik niet helemaal gerust. De wens om de stad te laten groeien tot 140.000 inwoners wantrouw ik. Ik vrees de zoveelste aanval van megalomanie. Het zou nodig zijn 'om de voorzieningen op peil te houden', maar het lijkt mij meer iets uit de koker van overambitieuze beleidsambtenaren en handenwrijvende projectontwikkelaars.

Onlangs trad ik op bij een plaatselijke boekenbeurs. Ik las een aantal van mijn gedichten over Dordrecht. Verzen die deels zijn geïnspireerd door het werk van de schilder Willem Witsen. Die kwam af en toe naar Dordt, waar hij al schetsend met een bootje door de havens voer. Hij was lang niet de enige. Dordrecht is vele malen getekend en geschilderd. Daardoor weten we hoe de stad eruit zag voor zij langzamerhand uit haar krachten begon te groeien. Terug willen naar die tijd is natuurlijk onzin, maar er zijn wel grenzen aan de groei. Laten we die maar eens gaan stellen.

Foto: auteur


dinsdag, januari 21, 2020

Mist



Moeten we dat nu willen, nog eens 20.000 inwoners erbij op ons toch al zo veel te dichtbevolkte eiland? De Boven Ons Gestelde Autoriteiten vinden van wel. Ze rekenen ons voor dat dat goed is voor het behoud van allerlei voorzieningen en dat de stad daarom gebaat is bij groei. Ik weet het niet. Ooit zei een wethouder van onderwijs tijdens een vergadering over een fusie van middelbare scholen, waar wij als docenten mordicus tegen waren: 'Over drie jaar heeft de nieuwe scholengemeenschap zo'n negenhonderd leerlingen.' Onze mavo had er op dat ogenblik zo'n vijfhonderd. Er kwamen drie honderd zieltjes bij door die fusie. Drie jaar later stond de boel op instorten, want er waren nog maar zo'n tweehonderdvijftig leerlingen over.

Ik ben dus niet zo onder de indruk van de voorspellende waarde van politici. Tenslotte is het zelfs voor ons historici al onmogelijk om de toekomst te voorspellen. Ja, dat het binnenkort weer eens ergens goed misgaat, kunnen we wel met zekerheid zeggen, maar dat ligt meer aan het kennelijke onvermogen van de mens om ook maar enige lering te trekken uit het verleden dan aan de vooruitziende blik der geschiedkundigen. Dat klinkt mooi: 'vooruitziende blik der geschiedkundigen'. Lijkt een beetje op een oxymoron.

Toen ik vanmorgen wakker werd en de gordijnen opende, hing er mist boven mijn eiland. Nu, net na het middaguur, is het nog steeds een beetje nevelig. Ik vind dat wel mooi. Mist onttrekt veel lelijkheid aan het oog, al die dozen op die deels overbodige bedrijfsterreinen, die onze gemeente in de loop der jaren heeft laten aanleggen, om maar eens iets te noemen. Daar werd ook veel over voorspeld. Nu moet een tsunami van nieuwe inwoners de stad redden, lijkt het. Ik hoop dat het in de toekomst nog heel veel gaat misten.

Foto: auteur


dinsdag, december 31, 2019

Burgeroorlog



Nog geen maand geleden werd mijn boek Met gemengde gevoelens op reis. Brieven aan Stella in mijn stamcafé Visser gepresenteerd. De tijd vliegt, luidt het cliché. 'Nee,' placht stadsdichter Jan Eijkelboom te zeggen op bijeenkomsten van de Dordtse Dichterskring, 'niet de tijd vliegt, wij stormen door de tijd.' Inmiddels zijn we aanbeland op de laatste dag van het tweede decennium van de eenentwintigste eeuw. Over een paar uur zullen er weer honderden gewonden vallen en zullen misschien ook wel meerdere mensen sneuvelen in de veldslag die de Nederlander van de jaarwisseling maakt. Het hele land, waar je anders voortdurend wordt lastiggevallen door anti-rookzeikerds en doorgeslagen milieulio's, een oorlogszone! Fascinerend zoals een toch al tot doorslaan geneigd, matig beschaafd en matig opgevoed volk een op zich aardige traditie (het met lawaai en licht verjagen van boze geesten, de Germanen deden het al) volkomen uit de hand heeft laten lopen. 

Zo volkomen dat het hoog tijd wordt om in te grijpen. Niet alleen omdat tijdens het hoogtepunt van de burgeroorlog idioot veel slachtoffers vallen, nee, onder meer ook omdat de dwaasheid al eerder begint. De eerste ernstig gewonden vielen enkele dagen geleden al. Vannacht om vijf uur werd mijn buurt opgeschrikt door een of andere a-sociaal die nog steeds liep te knallen. Ik begrijp de fascinatie voor dat vuurwerk wel en met een goede balans van beschaving, opvoeding en gezond verstand zou een verbod niet nodig zijn. Die balans ontbreekt echter bij een deel van de inwoners van ons land. Dat pubertjes over de schreef gaan, voilà, dat doen pubertjes vaker, maar dat volwassen kerels als idioten te keer gaan is goed beschouwd behoorlijk zielig. Ook zielig is dat verwende-kinderen-gedrag van Haagse onruststokers die hun vreugdevuur niet mogen houden, omdat ze die 'traditie' vorig jaar tot bijna rampzalige proporties uit de hand hebben laten lopen. Overigens onder de gesloten ogen van de gemeente Den Haag, die wat dat betreft vele kilo's boter op het hoofd heeft. Dit jaar dus op het strand geen polonaise. Wie niet horen wil moet maar voelen. Doe een keer normaal, dan mag je volgende jaar je fikkie misschien weer stoken.

Ik had willen stilstaan bij die afgelopen twee decennia. Bij alles wat er in mijn leven veranderde door sterfgevallen en geboortes in de familie- en vriendenkring, door nieuwe vriendschappen en ervaringen, zoals het verlaten van het onderwijs en de publicatie van een aantal boeken. Bij al die kleine en grote gebeurtenissen die hun invloed hebben gehad. Ik had willen stilstaan bij menselijke kwaadaardigheden als de aanslagen van 11 september 2001, de onverstandige, Westerse interventies in het Nabije Oosten, waardoor met name de VS, zoals Maarten van Rossem terecht beweert, ongewild een terreurbeweging als IS heeft geschapen, bij de Brexit, die naar het zich laat aanzien een ramp voor het Verenigd Koninkrijk gaat worden. De wereldmacht van weleer leed vergeleken bij imperia als het Perzische, het Romeinse of het Chinese, al een kortstondig bestaan, maar de reductie tot wat het eigenlijk in de aard is, een klein eiland voor de westkust van Europa, gaat nu door eigen blindheid wel supersnel. Ach, ze komen wel weer terug, die Engelsen, ooit, met hangende pootjes, nadat de Ieren zich hebben verenigd, de Schotten zich hebben afgescheiden en de Welsh misschien ook wel dat voorbeeld hebben gevolgd. Als een sneu, berooid volk. Triest want hoe je het ook wendt of keert en of ze het willen of niet, het zijn wel onze vrienden. Ik laat dit alles verder echter onbesproken. Het is elf uur in de ochtend, overal wordt alweer geknald en ik ben daar schijtziek van. Ik denk dat ik tot volgend jaar maar met een kussen over mijn kop onder het bed ga liggen, net als de kat.

Afbeelding: archief auteur