Posts tonen met het label sport. Alle posts tonen
Posts tonen met het label sport. Alle posts tonen

maandag, februari 24, 2020

Businessclub



Een kennis heeft onverwacht kaarten gekregen voor de businessclub. Normaal zit, of liever: staat hij op de goedkoopste tribune. Gewoon omdat daar ook zijn vrienden staan. Het juicht enthousiaster met vrienden. Dat het zicht van achter het doel niet ideaal is, neemt hij op de koop toe. De kennis stelt een taxi voor. 'Nu we toch eerste rang zitten, kunnen we net zo goed eersteklas reizen.' Het scheelt dat het stormt en dat de dichtstbijzinde bushalte een kwartier lopen van de ingang ligt.

Het stadion heeft een slechte reputatie, het zou min of meer een bouwval zijn. Tussen de tegels van zijn tribune schiet gras omhoog en veel stoeltjes zijn gesneuveld door inkomende ballen of te uitbundige bezoekers. De businessclub daarentegen heeft een flinke opknapbeurt gehad en straalt een onverwachte luxe uit. Achter de bar een paar knappe meisjes die met een stralende glimlach tappen. Ze besluiten pas in de derde helft aan het bier te gaan. 'De mooiste doelpunten vallen altijd als je net op het toilet bent,' zegt de kennis wijs.

De thuisclub begint onverwacht goed en komt met 1-0 voor. Daarna doet de scheidsrechter zich gelden. De gelijkmaker, een zuiver buitenspeldoelpunt, wordt goedgekeurd, de trainer protesteert iets te heftig en krijgt rood. Uiteindelijk wint de tegenstander. Na afloop houden de barmeisjes bewonderenswaardig de moed erin.

Foto: auteur


vrijdag, april 12, 2019

Verdomhoekje



Lieve Stella,

Vorige week ben ik een paar dagen naar Düsseldorf geweest. Met de trein, maar niet via de vertrouwde Venlo-route, zoals in de tijd dat jij op de Kennedydamm woonde. Toen namen we in Dordrecht eenvoudig de intercity naar Keulen, stapten in Mönchengladbach over en waren, normaal gesproken, in ongeveer twee en een half uur op het Hauptbahnhof van Düsseldorf. Vandaar was het nog een paar haltes met de U-bahn, die bijna pal tegenover jouw appartementengebouw stopte. Ilse, je vriendin en vroegere buurvrouw, woont er nog steeds. Tilly en Christos* logeerden bij haar, wat de aanleiding was om de trein te nemen, hoewel ik hen binnenkort weer zie in Thessaloniki.

Wil je vandaag de dag via Venlo reizen, dan moet je drie of vier keer overstappen en ben je ongeveer vier uur onderweg. Vooruitgang noemen de Nederlandse Spoorwegen dat. Wil je vanuit Dordrecht naar Keulen, dan kun je het beste eerst naar Rotterdam sporen, daar overstappen op de Thalys naar Brussel en vervolgens de internationale trein naar Keulen nemen. Dat komt allemaal omdat het Drechtstedengebied (bijna 270.000 inwoners!) in het verdomhoekje van de spoorwegen is geraakt. Het aantal intercity's naar het zuiden is sterk beperkt, maar die levensgevaarlijke giftreinen mogen wel iedere nacht op driehonderd meter hier vandaan door de scherpste en gevaarlijkste spoorwegbocht van Nederland denderen. Ik moet op mijn bloeddruk letten.
De snelste manier om in Düsseldorf te komen is nu via Rotterdam naar Utrecht te reizen en daar op de internationale trein van Amsterdam naar Frankfurt te stappen. Die internationale trein is wel aangenaam comfortabel. Vooral omdat ik eersteklas reisde (want op het Nederlandse deel heb ik 40% korting). Ik bestelde een flesje wijn bij een vriendelijke Herr Wolff (aldus het kassabonnetje). Er konden slechts twee glazen uit, maar ik moest doordrinken, want ondanks dat de hele reis drie uur en tien minuten duurde, ben je vanaf Utrecht sneller in Düsseldorf dan je beseft.
Het was er koud en druilerig. Ik logeerde in onze oude buurt, in de Kayserswertherstrasse, op vijf minuten lopen van jouw appartement. Als de zon niet schijnt, sombert die buurt een beetje, maar het hotel was comfortabel, proper en mild van prijs. Mijn kamer zag uit op een mooie binnentuin, waarin vanwege het weer niet kon worden gezeten.
De fles cognac (Comte Joseph XO) die hier thuis in de bar staat, blijkt duurder dan ik dacht. Ik kreeg hem voor mijn verjaardag, maar ik heb geen idee meer van wie. Hoe kom je erop, zul je zeggen, welnu, door de welgevulde minibar die ik aantrof.
Om naar het hotel te gaan stapte ik gewoontegetrouw in lijn 79 van de U-bahn, maar er kwam geen Oststrasse en evenmin een Steinstrasse. Ik was gedachteloos op het verkeerde perron ingestapt en op weg naar de universiteit. Je zou er hartelijk om hebben gelachen, maar daardoor was ik wel aan de late kant bij Ilse voor de lunch.
Op de Kennedydamm is eigenlijk niets veranderd, behalve dat een aantal oude, zieke bomen is gerooid en vervangen door jong goed. Toen ik de Rolandstrasse overstak kreeg ik even het beeld van jouw auto voor ogen, die je daar altijd parkeerde, maar ik werd niet, zoals bij mijn vorige bezoek, overmand door melancholie. Alles went, moet je maar denken, al maakt dat de dingen niet noodzakelijkerwijs leuker. 

Genoeg Düsseldorf. We hebben er Spaans gegeten, Italiaans geluncht en een afzakker gehaald bij een Griek die luidkeels lucht gaf aan zijn hekel aan de stad, het klimaat en de bewoners, waaraan hij ondertussen wel een villa in Portugal en een villa in Griekenland heeft overgehouden. De terugreis verliep probleemloos, zodat ik nog op tijd was voor de borrel van DOCK (een stichting die zich inzet voor creatieve ondernemers) in Americain, het pas geopende café in de openbare bibliotheek. Op de plek van het oude Americain, waar we in de jaren zestig de schoolfeesten van mulo-Groenedijk hadden. De tijd dat je nog dromerig naar meisjes keek, maar veel te onzeker en verlegen was om iets tegen die hemelse wezentjes te zeggen. Inmiddels zijn we in een tijd beland dat de schreeuwers in de sociale media onmiddellijk een heksenjacht ontketenen als ze maar vermoeden dat iemand van mijn leeftijd dromerig naar zo'n meisje kijkt. Niet alleen bij de Nederlandse Spoorwegen woedt de vooruitgang.
Je vraagt je weleens af waar de mentaliteit van de jaren zestig en zeventig is gebleven. Een club mallotige jongeren van christelijke huize heeft een petitie ingediend bij de Tweede Kamer om prostitutie strafbaar te stellen. Kunnen de hoertjes weer lekker de ellende van de illegaliteit in. Fanaten vallen vrouwen lastig die naar een abortuskliniek gaan. Ook van christelijke huize (die fanaten, niet die vrouwen). Onder Jezus' vaandel terug naar de jaren vijftig! Dat Jezus nogal op Maria Magdalena was, wordt voor het gemak vergeten. Als ik aan de opgroeiende generatie denk, schiet me vaak dit citaat van Fernando Pessoa te binnen: 'Wie nooit in dwang heeft geleefd voelt de vrijheid niet' (Het boek der rusteloosheid, Privé Domein, pagina 74).
Ja, die generaties na ons. Soms denk ik weleens dat we iets verkeerd hebben gedaan, maar ik vrees dat de mens toch vooral een irrationeel wezen is dat zijn driften nauwelijks de baas kan. Je kunt het ook zeggen in de woorden van Edmond en Jules de Goncourt: 'Het menselijk handelen wordt bepaald door drie drijfveren. En dat zijn, in klimmende volgorde van belangrijkheid: hartstocht, eigenbelang en ijdelheid.' (Dagboek, Privé Domein, bladzijde 135). Ik kan zo nog een tijdje doorgaan, maar ik geloof dat we afdwalen en de was moet nog worden opgehangen. Daarna moet ik naar de dumpshop om legeroverhemden voor Griekenland. Met van die zakken waar je van alles redelijk veilig in kunt opbergen, zodat niet meteen je bankpassen en buskaartjes over straat rollen als je een stuiver opraapt, want die laten liggen is natuurlijk zonde.

Griekenland nadert. Nog even en dan moet ik weer zo'n eng vliegtuig in, daarna met een levensgevaarlijke taxi en, nu ja, laat ik er maar over ophouden, want drie dagen met trein, boot en bus is ook niet alles, al moet het van Groen Links. Ik ben uren bezig geweest met papieren uitzoeken voor de fiscus, maar de zon schijnt, de perenboom staat prachtig in bloei en vanavond gaat FC Dordrecht winnen van MVV. Gelukkig heb ik nog ergens verstand van.

In gedachten, altijd,

Kees

Dordrecht, 12 april 2019

*Studievriendin van Stella en partner.

Foto: auteur






woensdag, maart 13, 2019

Platvinkje



Lieve Stella,

Er zijn van die ogenblikken, als ik ervoor in de stemming ben, dat ik mij zorgen maak over de toekomst. Niet zozeer over de mijne, zoveel toekomst heb ik op mijn licht gevorderde leeftijd niet meer, maar groots gezegd: de toekomst van de mensheid. Er zijn genoeg redenen om te vrezen dat die, evenals ik, misschien niet zo heel veel toekomst meer heeft. De klimaatverandering, bijvoorbeeld, die wij min of meer uitsluitend in Europa schijnen te moeten aanpakken, omdat ze in andere delen van de wereld onbekommerd doorgaan met veel, heel veel kinderen maken, met regenwouden te kappen en vieze fabrieken te bouwen, om maar eens iets te noemen. De dreiging van een nieuwe wereldoorlog door de opkomst van China, het verval van de VS onder een ongeleid projectiel als Donald Trump, de machinaties van Rusland, de almaar voortdurende chaos en vernietiging in het Nabije Oosten (grotendeels veroorzaakt door ondoordachte interventies van het Westen) en de opkomst, ook in ons landje, van een virulent, destructief populisme. 

Ik kan zo nog wel een poosje doorgaan, maar dat ligt niet in mijn aard. Ik ben in wezen geen pessimist, maar als je je verdiept in het reilen en zeilen van de mensheid, dan zie je dat de beschaving zich asymmetrisch heeft ontwikkeld. Op het gebied van wetenschap en techniek zijn we razend knap geworden, wat tot prachtige dingen heeft geleid. Zonder die tak van beschaving was ik al drie jaar geleden doodgegaan, gewoon ergens op straat, tijdens een praatje met een bekende. Je valt de duisternis in en dat is het, maar gelukkig waren er snelle en bekwame hulpverleners, cardiologen en stents. Aan de andere kant zijn we nauwelijks gevorderd met de beheersing van de menselijke driften, angsten en superstities, waardoor steeds weer verschrikkelijk leed wordt veroorzaakt. 
Nog altijd worden in talloze landen mensen vervolgd, opgesloten en vermoord om religieuze redenen. Albino's in Africa worden ontvoerd, gedood en tot toverdrankjes vermalen, die geluk moeten brengen, als we dagblad Trouw van vandaag mogen geloven. Over het internet zoemt de grootst mogelijk onzin over vaccinaties, waardoor onlangs in Italië en op de Filipijnen nogal wat doden zijn gevallen door een mazelenepidemie. Kwakzalvers, kruidenvrouwtjes en andere hocus-pocus-figuren vinden gretig aanhang. Er lopen mensen rond met een vergiet op hun hoofd, vanwege hun geloof. Ik moet daar onbedaarlijk om lachen, maar wat is eigenlijk het verschil met een tulband? 
Laat ik er maar over ophouden. Ik heb, eerlijk gezegd, een redelijk prettig leven, ik heb er zelfs nog lol in, al kent het zijn schaduwzijden, met als dieptepunt jouw overlijden. Een paar maanden daarna bezocht ik een klooster in Griekenland, vanwege de bibliotheek. 'Dat je vrouw is overleden,' zei een monnik, 'is een teken dat God van haar houdt.' Dat ik hem niet in een vat wijwater heb verzopen is volgens mij een bewijs dat er ook nog redelijke mensen op aarde rondlopen. Mensen die geloven in de waarden van de Verlichting, in redelijkheid, vrijheid en gematigdheid. Misschien dat dat een sprankje hoop geeft. Het zou zo maar kunnen dat er een medicijn tegen fanatisme en geestdrijverij wordt uitgevonden, dat gemakkelijk via het drinkwater kan worden toegediend.

Onlangs las ik Levant. Splendour en Catastrophe on the Mediterranean van de historcus Philip Mansel. Dat gaat over de geschiedenis van drie belangrijke, kosmopolitische steden, Smyrna, Alexandrië en Beirut (en eigenlijk ook een beetje over Thessaloniki) in de negentiende, twintigste en eenentwintigste eeuw. Op al die steden hebben nationalisme en godsdienstig fanatisme een catastrofale invloed gehad. Alleen Beirut heeft zijn kosmopolitische karakter tot op heden behouden, maar wel ten koste van heel veel bloedvergieten. Een boek waarvan ik niet vrolijk word, ondanks dat het prachtig is geschreven, zeker niet omdat er allerlei parallellen zijn te trekken met het heden. Een paar jaar geleden las ik Mansels indrukwekkende Constantinople, City of the World's Desire en nu ben ik begonnen aan zijn Aleppo. The Rise and Fall of Syria's Great Merchant City, een stad die, na millennia te hebben bestaan, nu vrijwel geheel is verwoest door de burgeroorlog in Syrië. Beirut is ondertussen weer een toeristenattractie geworden. Op Facebook zag ik net een aantal foto's van een oud-leerlinge die daar op bezoek is. Tot nu toe was Ammochostos op Cyprus de meest oostelijke plaats die ik bezocht. Misschien moet ik ook eens naar Beirut, nu het nog kan, maar voorlopig worden het Düsseldorf en Thessaloniki.

Het is nog niet zover, maar langzamerhand ben ik mijn volgende Griekenlandreis aan het voorbereiden. Er is weer een bosje verklaringen van de belastingdienst en de gemeente in het Grieks vertaald, waarop ik volgende week apostilles moet gaan halen bij de rechtbank. Eigenlijk een volkomen zinloze exercitie, want waarom moet een rechtbank de echtheid van zo'n officiële handtekening nog eens bevestigen? Achterhaalde bureaucratie, maar daar zijn ze in Griekenland dol op. In Nederland is men er ook niet vies van, trouwens. Ik ben op jacht naar een nieuwe koffer, eentje met vier wieltjes, wat sjouwen scheelt, en ik heb ook al gekeken of ik straks in een hotel bij Schiphol overnacht of mij door een taxi vanaf Dordt laat brengen, want ik heb weer een vroege vlucht. In januari werd het een hotel, want dat was alleszins betaalbaar, maar nu wordt het een taxi, want 'het seizoen' is begonnen als ik vertrek en dan gooi je als hotel je prijzen fors omhoog. Ik trap daar niet in, zoals ik tot nu toe groepsreizen heb vermeden, omdat je dan altijd 'toeslag' moet betalen voor een eenpersoonskamer. Ik laat me niet graag oplichten.
Ik verheug me zeer op de dagen dat ik in Athene op het Nederlands Instituut ga werken. Ik zal er mijn tijd goed besteden. Ik ga mijn volgende boek afmaken. Daarvoor, in Thessaloniki, wordt het weer allerlei geregel met de Boven Ons Gestelde Autoriteiten, maar ik hoop toch ook, behalve materiaal voor mijn boek, het een en ander aan aardigheden te verzamelen voor nieuwe columns over het leven in de stad. Ik moet ook het woord voeren bij de presentatie van het boek over de ideologie van het kolonelsbewind, van Djamila Zon. Het Nederlandse origineel (De reddende revolutie) is in 2014 verschenen bij Liverse. De andere sprekers zijn mijn hooggeleerde vrienden Alex Dagkas en Dimitris Charalambous. Er komt ook een parlementslid, geloof ik, al waren ze daar bij University Studio Press een beetje vaag over. Ik hoop wel dat er na afloop drank geschonken wordt, want dat vond ik indertijd, toen jouw vertaling van mijn Afrodite en Europa werd gepresenteerd, wel een droevige vertoning: geen druppel drank. Wie wilde kon het boek kopen en het door mij laten signaleren en daarna was het wegwezen. Misschien moet ik voor de zekerheid maar een platvinkje meenemen. Dat mooie, dat ik ooit van jou heb gehad en dat ik nog weleens gebruik als het ijskoud is bij een wedstrijd van FC Dordrecht en ik geen zin heb in een plons bier, omdat de kans dan groot is dat je net naar het toilet bent als het mooiste doelpunt van de wedstrijd wordt gemaakt. Vrijdag ga ik weer, tenzij het vriest, maar volgens jongedame C., die het kan weten, omdat ze een mooi cijfer voor aardrijkskunde had op het VWO, is dat onwaarschijnlijk. We merken het vanzelf, als de wereld vrijdag nog bestaat.

In gedachten, altijd,

Kees

Dordrecht, 13 maart 2019

Foto: auteur



maandag, april 16, 2018

Boemel



Er werd in het weekeinde weer eens aan het spoor gewerkt. Daarom nam ik de boemel naar Geldermalsen, om vandaar door te reizen in een sprinter naar Utrecht, want ik ga niet in een bus zitten. Ik moest in de stad van mijn Alma Mater zijn voor een feestje. Vooraf ging ik op een terras zitten omdat de weerman had gezegd dat het lekker weer zou zijn. Dat viel wat tegen, maar mijn Utrechtse neef kwam mij gezelschap houden en het was gezellig druk in de stad, zodat wij ons aangenaam konden vergapen aan het langswandelend publiek. Zo'n boemel heeft wel wat, als je hem niet meer dan eens in de zoveel jaar hoeft te nemen. Ik boemel in dat geval meestal niet verder dan Gorcum. Nu hobbelde ik langs plaatsen als Arkel, Beesd en Culemborg. 

In Culemborg is het Centraal Boekhuis gevestigd, maar dit terzijde. De groep lawaaierige Brabanders die in Culemborg instapte bevatte weinig boekenlezers, vermoed ik. Wel iets te vrolijke mannen die iets te platte grappen iets te hard door de trein tetterden. Ik had spijt dat ik geen eersteklas had genomen. Valse zuinigheid. PSV moest bovendien eerst nog maar landskampioen zien te worden.

Dat bleek 's avonds te zijn gelukt. Ajax ging met 3-0 op de bek, evenals FC Dordrecht afgelopen vrijdag tegen Cambuur. Het was een thuiswedstrijd, er was dus geen spelersbus om tegen te houden en daarmee te laten zien wat voor slechte verliezer je bent. In plaats daarvan zongen we in het supportershome uit volle borst 'Een Dordtenaar zal altijd blijven zingen.' Met de boemel deden we er tien minuten korter over dan via Rotterdam en Schiphol met de duurdere Intercity Direct en we bleven ook nog uit de buurt van Amsterdam.

Foto: Elisa Kuster


maandag, maart 10, 2014

Goed gesprek





Op 29 april 1830 bezocht de prins van Oranje, de latere koning Willem II, Dordrecht. De populaire 'held van Waterloo' bleek bij die gelegenheid 'zigtbaar aangedaan' door het eerbetoon van de Dordtse bevolking. Ik las het in de catalogus van de tentoonstelling Willem II. De koning en de kunst. Een stoeptegel van enkele kilo's, maar volop de moeite van het naar huis sjouwen waard. Een schat aan informatie en met prachtige kleurenreproducties. Het boeiende aan de tentoonstelling is niet alleen dat een groot deel van de ooit geveilde collectie van Willem II weer bij elkaar is gebracht, maar dat ook het leven van de vorst en vooral zijn bevlogenheid voor kunst, grondig wordt belicht. Een prachtig vormgegeven tentoonstelling ook. Ik voelde mij een beetje in een koninklijk paleis, toen ik door de zalen zwierf. Ik ben er nog lang niet uitgekeken en aangezien ik toch al kind aan huis ben bij het Dordrechts Museum, zal ik Willem II beslist nog wel een paar keer bezoeken.

Zondagmiddag was ik ook al in het museum. Toen vertelde Lieve Joris daar over haar boeken en Joost Conijn over zijn kunstprojecten. De meeste boeken van Lieve Joris ken ik, maar het was boeiend haar ook eens te horen vertellen over haar ervaringen. Over Joost Conijn las ik in de boeken van A.L. Snijders. Hij was precies zoals ik mij uit die verhalen voorstelde. Reed in een zelf gebouwde, houten en op hout gestookte auto door Oost-Europa en vloog in een zelfgebouwd vliegtuig over Afrika. Ik kreeg er plaatsvervangende hoogtevrees van, maar genoot van zijn verhalen. Vooraf een uurtje van het prachtige weer genoten in de heerlijke museumtuin. Wat een zegen dat het museum net op tijd, voor het toeslaan van de crisis, is verbouwd. Dat, en de tentoonstelling over Willem II, hebben we voor een groot deel te danken aan directeur Peter Schoon en zijn medewerkers. Het was zo'n ogenblik dat ik trots ben Dordtenaar te zijn.

Of het vrijdagavond in het FC Dordrechtstadion ook zo'n ogenblik was? We speelden tegen Volendam. Voor de rust liep het prima. Een hattrick van Gladon, 3-0 en wij in de rust vol zelfvertrouwen aan het bier. Kat in 't bakkie, de drie palingpunten waren binnen, Willem II stond mooi weer onder ons. Dat dachten we. In de tweede helft werd niet alleen de voorsprong uit handen gegeven, Gladon miste in de eindfase ook nog eens een strafschop. 3-3. FC Dordrecht op de tweede plaats, een puntje achter Willem II. Jammer, maar geen reden om de spelers uit te schelden, zoals enkele supporters meenden te moeten doen. Het is tenslotte een slordige twintig jaar geleden dat we op de tweede plek stonden, geloof ik, en na maanden op kop kan het seizoen wat mij betreft niet meer stuk. Een beetje trots dus nog wel en de kansen zijn beslist nog niet verspeeld. De selectie droop af richting kleedkamer. Met gebogen hoofden, want daar wachtte ongetwijfeld technisch directeur Marco Boogers voor een goed gesprek.

©Kees Klok


Foto: auteur


donderdag, december 19, 2013

Aanhangers en hooligans





'Aanhangers' van MVV uit Maastricht hebben hun eigen trainer en spelers belaagd nadat de club werd uitgeschakeld in het KNVB-bekerduel met topklasser JVC. Het woord aanhanger is hier misplaatst. Met zulke 'aanhangers' ben je als club uit de brand. Het is het soort primitievelingen dat vroeger naar de koloniën werd gestuurd om de plaatselijke bevolking te beschaven. Geen wonder dat die bevolking, indertijd inlanders genaamd, zich uiteindelijk goedschiks of kwaadschiks onder het koloniale juk uit worstelde.

Ik ga graag naar een voetbalwedstrijd. Bij voorkeur bij DFC of bij FC Dordrecht. Gezellig met vrienden langs de lijn, of op mistige winteravonden vernikkelen op de noordtribune. Tot we na het eindsignaal kunnen ontdooien in het supportershome. Voetbal trekt niet alleen liefhebbers van het spel, maar ook halvegaren die geestelijk nog in de tijd van de Kaninefaten leven. Ze voelen zich lid van een stam. Een stam waarvan de eer verdedigd moet worden. Desnoods met geweld. Wie tot een andere stam behoort is een vijand. Als de eer van de stam geschonden is mep je er op los. Het is een gedrag dat je ook ziet onder chimpansees. Je hebt aanhangers en je hebt hooligans, ofwel chimpansees.

Waarom chimpansees juist het voetbal uitkiezen om hun primitieve driften uit te leven, zou een massapsycholoog mij eens moeten uitleggen. Waarom niet naar het tafeltennis, het beach volleybal of het hockey? De grote vraag waar de clubs mee worstelen, is hoe chimpansees buiten de deur te houden. Toen we nog koloniën hadden, was het eenvoudig. Ze mochten in het oerwoud achter de inlanders aan. Die tijd is voorbij. Iedere criminoloog kan je vertellen dat het gevang geen oplossing biedt. Daar wordt het staminstinct alleen maar sterker van. Een beschavingsoffensief is een wel erg groot woord, maar een beetje opvoeding zou misschien nuttig zijn. Te beginnen met een terreinverbod en een flinke werkstraf voor die opgefokte, scheldende vaders bij de F'jes langs de lijn. Een voetbalvereniging hoort een sportclub te zijn, geen fokkerij van chimpansees.

©Kees Klok


vrijdag, september 27, 2013

Dromen: Feyenoord - FC Dordrecht





Ik heb weleens rare dromen. Laatst nog. Ik droomde dat ik in mijn FC Dordrecht-pak, een tijdje geleden gekocht op een veiling tijdens een supportersavond, langs het stadion van PAOK-Thessaloniki liep. Ineens stond Louis van Gaal aan de overkant van de straat kwaad tegen mij te schreeuwen. Hij zag mij kennelijk aan voor Johan Derksen. Ik schrok er in paniek wakker van. 

Vanavond had ik een andere droom. In de Kuip, bij de bekerwedstrijd Feyenoord-FC Dordrecht. Ik droomde dat Dordt Feyenoord zou uitschakelen. Een droom die eigenlijk niet eens zo idioot was. De koploper uit de Jupiter League, tegen het nog matig presterende Feyenoord. Ook uit deze droom schrok ik wakker, toen Graziano Pelle in de 35e minuut de score opende. 1-0. Ik was meteen klaarwakker. Toen de rust aanbrak dacht ik, ach, we hebben nog een hele helft en Dordt heeft wel voor hetere vuren gestaan. Het bleek ijdele hoop.

Dordrecht zat bij tijd en wijle lekker in de wedstrijd, vooral in de tweede helft. Het had daarom meer verdiend dan de 3-0 waarmee we terug moesten naar ons eiland. Hoewel Feyenoord aanvankelijk het initiatief nam, wat resulteerde in twee kansen in de eerste drie minuten, wist Dordrecht al snel weer het aantrekkelijke, aanvallende spel op de mat te zetten dat we vanaf het begin van de competitie zijn gewend. Het leidde tot een aantal kansen die niet volledig werden benut. Feyenoord bleef voortdurend gevaarlijk, maar doelman Warner Hahn, die weer een glansrol speelde, wist voorlopig erger te voorkomen.

Na de rust begon Dordrecht sterk, daarbij onvermoeibaar aangevuurd door het Dordtse legioen, dat zich luid en duidelijk liet horen. Petje af voor deze Gideonsbende. Een tijdje leek het alsof Dordrecht de wedstrijd ging bepalen, maar een paar langeafstandsschoten misten doel en enkele goede kansen werden te slordig afgewerkt. Steeds weer kwam Feyenoord, de overwinning ruikend, gevaarlijk terug. Een spectaculaire redding door Hahn frustreerde Pelle zodanig dat hij de doelpaal maar een flinke trap gaf. Hoewel Dordrecht fel en geïnspireerd bleef voetballen, keerde het lot zich tegen de zwoegende Schapenkoppen. In de 63e minuut maakte Schaken 2-0, in de 90e, het 'Dordts minuutje' deelde Armenteros de genadeklap uit.

Trainer Harry v.d. Ham toonde zich na afloop niet ontevreden. FC Dordrecht heeft naar vermogen  gestreden, maar had te weinig balbezit. Zonder Warner Hahn had het trouwens veel erger dan 3-0 kunnen zijn. De ploeg kon met opgeheven hoofd het stadion verlaten. De fans dachten er ook zo over. Terwijl na het eindsignaal de Kuip in snel tempo leegliep, bleef het Dordtse legioen in het uitvak doorjuichen. Er kan gebeuren wat er gebeurt, maar 'een Dordtenaar blijft altijd zingen,' ook als het even tegenzit.


Foto: auteur