Posts tonen met het label geschiedenis. Alle posts tonen
Posts tonen met het label geschiedenis. Alle posts tonen

zaterdag, april 04, 2026

Schokland




Een paar jaar geleden hielden wij familiedag in de Noordoostpolder. In een plaatsje dat Nagele heette. In de buurt van Nagele was een bescheiden bult in het verder vlakke, saaie landschap. Die bult was vroeger het eiland Schokland. Het werd in 1859 ontruimd omdat de Zuiderzee er steeds verder aan vrat. Toen de Noordoostpolder werd aangelegd, werden Schokland en het nabije Urk door het land verzwolgen. Zo gaat dat in Nederland, waarvan men zegt dat niet God, maar de Nederlanders zelf het land hebben geschapen. Aangezien God een fictionele figuur uit een heel oud sprookjesboek is kan het eerste kloppen. Wat de Nederlanders betreft gaat het wel een beetje op, althans in het westen, waar in den beginne de windmolen was.


Omstreeks 1900 hadden we er daar nog meer dan veertig van in Dordrecht, nu staat er nog een, maar die is wel springlevend, werkt nog steeds en je kunt er uitstekend meel kopen om je eigen brood te bakken, een activiteit die ik iedereen van harte kan aanbevelen.


Schokland is dus gereduceerd tot een bult in het landschap. Een fraaie bult, een natuurgebied in het klein, lichtelijk bebost en voorzien van een bescheiden, maar buitengewoon interessant museum waar je kennis kunt maken met een voormalige bewoningsgeschiedenis die zo'n tienduizend jaar teruggaat in de geschiedenis. De bodem van het IJsselmeer, voorheen Zuiderzee, is van grote archeologische waarde. Alleen al vanwege al die schepen die er in de afgelopen honderden jaren zijn gezonken en weer gedeeltelijk opgedoken.


Naast zelf broodbakken beveel ik iedereen een bezoek aan het museum aan. Kun je en passant Urk aandoen, het diep religieuze drugswalhalla waar ooit een verre achterneef van me predikant is geweest. Op zondag heb je daar de keuze uit ontelbare kerken in bedrijf, op andere dagen kun je er voor of na het blowen een smakelijk visje nuttigen, of zou dat in dit bolwerk van progressiviteit nog 'vischje' heten?


Foto: auteur



dinsdag, oktober 28, 2025

Wordt Dordtoloog!




Het Historisch Platform Dordrecht organiseert de cursus Dordtologie. In tien lessen leer je over de geschiedenis van Dordrecht en als je de cursus met succes afsluit, mag je je Dordtoloog noemen. Er zijn inmiddels honderden Dordtologen en de cursus is zo populair dat er zelfs wachtlijsten zijn. Ben je eenmaal Dordtoloog dan kun je deelnemen aan de vervolgcursus Dordtologie, die zorgt voor uitbreiding en verdieping van je kennis.


In het kader van die vervolgcursus gaf ik gisteravond een lezing over 'De Dordtse letteren, 1572-heden'. Hoewel de letteren in Dordrecht vergeleken bij de beeldende kunst traditioneel de rol van het ondergeschoven kindje vervullen, valt er een boeiend verhaal over te vertellen.


In de 17e eeuw was Dordrecht, na Amsterdam, het culturele centrum van Holland, met tal van schrijvers, dichters en geleerden die vrijwel allemaal een of andere connectie hadden met de Latijnse School, de voorloper van het Johan de Witt-gymnasium. In de 18e en begin 19e eeuw sudderde het Dordtse literaire leven voort op een bescheiden pitje. Daar komt eind 19e, begin 20e eeuw een einde aan, als onder meer Jacques Perk, Jan Veth, Top Naeff, Marie Schmitz, Kees Buddingh', Wim de Vries en Jan Eijkelboom van zich laten horen. Inmiddels vormt zich de nieuwste generatie Dordtse letterkundigen.


Ik gaf de lezing met veel plezier en wie weet blijft het hier niet bij. Wie belangstelling heeft voor de cursus Dordtologie moet maar eens hier kijken. Wil je een beknopt overzicht van de Dordtse letteren, dan is dit boekje wellicht iets voor jou.



zaterdag, september 27, 2025

Mooi, maar met een rafelrandje




Goede vriendin Lé had kaartjes weten te bemachtigen voor de afsluiting van de viering van vierhonderd jaar Johan de Witt. Dat gebeurde met twee voorstellingen in de Augustijnenkerk, de kerk waar mijn ouders in 1947 zijn getrouwd, maar dit terzijde.


De eerste was een theatervoorstelling door Muziektheater Hollands Diep, getiteld Noodklok. Die begon veelbelovend, maar werd ontsierd doordat Johan de Witt aan het einde op nogal arrogante toon op het matje werd geroepen wegens het koloniaal verleden. De dag ervoor, op het boeiende, wetenschappelijk symposium over Johan de Witt, hadden wij juist vernomen dat de bemoeienis van de raadpensionaris met het koloniaal verleden vooral indirect was en niet zoveel voorstelde. In tegenstelling tot zijn vader was hij noch bewindvoerder van de WIC (en evenmin van de VOC) en was hij ook geen aandeelhouder, maar ja, de erfzonde moest er weer eens met de haren worden bijgesleept.


Meer genoten heb ik van de tweede voorstelling, het Requiem in memoriam Johan de Witt, geschreven door Roel van Oosten en uitgevoerd door Merwe's Oratorium Vereniging onder leiding van Gilles Michels, met als soliste mezzosopraan Esther Kuiper, op vleugel Caecilia Boschman, op orgel Bert Mooiman en als slagwerker Konstantyn Napolov. Een prachtige voorstelling die bewondering afdwong ondanks de akoestiek van de Augustijnenkerk, die op zijn zachtst gezegd niet geweldig is. Dit soort concerten hoort naar mijn mening beter thuis in de Remonstrantse kerk, die bekend staat om zijn geweldige akoestiek, maar die er natuurlijk in de tijd van Johan de Witt nog niet was, al staat hij wel aan de Cornelis de Wittstraat.


Kortom, een mooie afsluiting met een rafelrandje dat er wat mij betreft even afgeschaafd had moeten worden.


Foto: auteur



 

dinsdag, september 02, 2025

Terugkijken




Ik heb het nog even nagekeken in de VPRO-gids, maar daar stond toch echt dat BBC1 op 1 september om 22.30u aflevering drie van King & Conqueror zou uitzenden, de nieuwe, met enige bravoure aangekondigde serie over Willem de Veroveraar. Dat bleek dus niet het geval. In plaats van terug te gaan naar het boek dat ik aan het lezen ben, Gaasbeekse vertellingen van Sarah de Grauwe, ging ik wat zappen en zo kwam ik eerst bij een 'talkshow' (alleen dat woord al ergert me mateloos, evenals dat domme 'hosten') onder leiding van Eva Jinek en daarna bij Lubach.


Het gelul bij Jinek, waar het stompzinnige, politieke geruzie in het inmiddels dubbel gevallen kolderkabinet en de Tweede Kamer nog eens dunnetjes over werd gedaan, liet ik al snel voor wat het was. Je zou in deze tijd weleens willen horen wat voor plannen de partijen hebben voor na de verkiezingen, maar niets van dit alles. Ook het woord Gaza, waarover het meest recente gebakkelei toch is ontstaan, heb ik niet horen vallen, maar dat kan ik door mijn snelle vlucht naar Lubach hebben gemist.


Van Lubach heb ik ook maar een fragment gezien. Sinds hij weg is bij de publieke omroep, heb ik de indruk dat zijn programma nogal riekt naar verschaald bier en rode wijn die al te lang in een open fles heeft gestaan, maar dat is natuurlijk mijn vooroordeel jegens commerciële zenders.


Eerder op avond miste ik de documentaire Het geweten van Israël van Nadia Boussaid over Gaza, maar die heb ik vanmorgen teruggekeken. Hij heeft mij diep geraakt. De volkerenmoord die Israël onder leiding van Netanyahu pleegt zou niemand onberoerd moeten laten, zeker niet Nederland, dat altijd pretendeerde voorop te lopen als het ging om internationaal recht en dat nu keihard door het ijs is gezakt. Diep respect heb ik voor de Israëliërs die weigeren in het leger te gaan om niet medeplichtig te worden aan genocide. Diepe walging voor de verantwoordelijken voor de moord op onschuldige burgers, journalisten, vrouwen, kinderen. Diepe walging voor de man die ik hoorde zeggen 'iedereen in Gaza is schuldig'.


Nu moet ik natuurlijk zeggen dat wat Hamas op 7 oktober deed ook verschrikkelijk is, anders gaat er altijd wel iemand roepen dat ik een antisemiet ben en een terroristische organisatie steun. Ja, wat er op 7 oktober 2023 is gebeurd is ook verschrikkelijk. Ik praat dat allerminst goed, maar misschien is het verstandig om eens terug te gaan in het verleden, na te gaan hoe de geschiedenis vanaf de stichting van Israël is verlopen, om te begrijpen waarom dit deel van het Midden-Oosten zoveel bloedig geweld kent en waarom er wellicht iets van waarheid zit in de stelling 'Hamas is een schepping van Israël'.


Het geweten van Israël is hier terug te zien.



zondag, augustus 24, 2025

De pastoor en zijn 'schoonmoeder'




In mijn blogje 'Montaillou', geschreven naar aanleiding van een oude foto van mij bij een richtingbord dat naar het gehucht wees, sloot ik af met de zin: 'Geen spoor van de pastoor die zijn schoonmoeder de tong liet uitrukken.' Ik meen me dat feit te herinneren toen ik Montaillou las van Emmanuel le Roy Ladurie tijdens mijn studie geschiedenis, maar een opmerking van een collega historicus heeft me aan het twijfelen gebracht.


Dat een pastoor rond 1300 een schoonmoeder had is onwaarschijnlijk, hoewel sommige geestelijken het celibaat met een flinke korrel zout namen. Een van die geestelijken was pastoor Pierre Clergue uit Montaillou, die een centrale rol speelt in het boek. Getrouwd was hij niet, maar hij had een uitzonderlijk libido, ergo, hij was verzot op seks en hield er in de loop van de tijd maar liefst twaalf erkende maîtresses op na, waaronder de kasteelvrouwe van Montaillou. Die informatie is te vinden in hoofdstuk negen van het boek.


Clergue kan dus niet zijn schoonmoeder de tong hebben laten uitrukken, maar misschien wel de moeder van een van die maîtresses, een 'schoonmoeder' zogezegd. Er staat me toch helder voor de geest dat er van een dergelijk feit sprake was, maar het distilleren van een literair dagboek uit mijn dagboeken, heeft me geleerd hoe verraderlijk het geheugen is. Als er een ding onbetrouwbaar is, is het wel het menselijk geheugen. Vandaar dat je zonder dat er sprake is van ondersteunende, schriftelijke bronnen de zogenaamde mondelinge geschiedenis, in het vak oral history genoemd, uitzonderlijk moet wantrouwen.


Wantrouwen doe ik mijn eigen geheugen ook. Ik las Montaillou meer dan veertig jaar geleden en om zeker te weten dat mijn geheugen me dit keer niet bedriegt, zou ik het moeten herlezen. Het uittreksel dat ik destijds voor mijn studie maakte is al lang met het oudpapier mee, dat biedt dus geen soelaas. Montaillou vond ik destijds buitengewoon interessant, maar het is wel bijna vijfhonderd pagina's dik. Daar heb ik nu even geen tijd voor. Ik heb daarom maar voor de makkelijkste weg gekozen en de laatste zin veranderd in: 'Geen spoor van de pastoor en zijn vele maîtresses.' Dan zijn de twijfels verdwenen en rest alleen het voornemen om Montaillou in de toekomst nog eens te herlezen.



zaterdag, juni 28, 2025

Een stukje familiegeschiedenis




Ieder jaar houden wij een familiedag. Dit jaar gaat die plaatsvinden in Dordrecht, de geboortestad van onze gezamenlijke grootvader, Cornelis Bekker (1891-1966). Dordrecht is ook mijn geboortestad en de plaats waar ik altijd ben blijven wonen en werken.


In mijn jeugd met gemengde gevoelens. Dordrecht was in de jaren zestig en zeventig nou niet bepaald een bruisende stad met een rijk cultureel leven, maar van lieverlee vergroei je ermee en toegegeven, op cultureel en horeca gebied is er in alle jaren dat ik hier woon veel verbeterd. Ook heeft Dordrecht, ondanks de verwoestende kaalslag van de megalomane stadssanering uit de jaren zestig, nog veel schoonheid behouden. Hoewel deels gefotoshopt, is de Hofstraat bijvoorbeeld een pareltje, resultaat van de omslag in het gemeentebeleid, eind jaren zeventig, van afbraak naar restauratie. Weliswaar na het jarenlang negeren van felle protesten uit de bevolking tegen de stadssanering, maar goed, uiteindelijk een gelukkige koerswijziging. Hoewel ik regelmatig in Thessaloniki verblijf, waar het ook aangenaam toeven is, wil ik nooit meer weg uit Dordrecht. Mijn wortels zijn er inmiddels te diep.


Voornoemde grootvader was een verhalenverteller, evenals mijn moeder. Die verhalen, die ik jammer genoeg niet heb opgetekend toen beide nog leefden, spelen vaak in Dordrecht. Nog een band die mij met de stad verbindt. Ooit vertelde opa Bekker mij, als ik met hem als kind door de stad wandelde, dat het café De Poort van Kleef, we gingen er weleens wat drinken, door een familielid was gebouwd. Ik dacht me te herinneren een neef. De Poort van Kleef werd in 1920 een café zo leerde ik van Jan Willem Boezeman, de directeur van het Augustijnenhof. In het pand zit nu Bluebirds in the Backyard en daar begint straks onze familiedag.


Ik ben historicus, dus geïnteresseerd in het verleden. Daarom besloot ik eens uit te zoeken hoe dat zat met die veronderstelde neef van dat café. Zo kwam ik te weten dat een zekere Arie Brenkman twee panden op de Voorstraat samenvoegde tot De Poort van Kleef. Jan Willem Boezeman stuurde me heel behulpzaam een kopie van de bouwtekening. Arie Brenkman was getrouwd met Wilhelmina Recourt en daar ging me een licht op. Mijn overgrootmoeder heette namelijk Anna Recourt, afkomstig uit Dubbeldam, die in 1888 trouwde met de uit Bodegraven afkomstige Daniel Bekker. Zij bleek een oudere zuster van Wilhelmina. De Poort van Kleef is dus niet door een neef van mijn opa, maar door een oom gebouwd.


Arie Brenkman en Wilhelmina Recourt waren in 1920 ook de eigenaren van het café op de Voorstraat, het huidige Centre Ville, dat voorheen werd uitgebaat door haar zus Anna en haar zwager, mijn overgrootouders. Een korte speurtocht in het Regionaal Archief Dordrecht leerde dat boven dat café in 1891 opa Bekker werd geboren, iets dat hij weleens had verteld, maar dat ik nu dus ook kan aantonen. Even voor 1900 moet Daniel Bekker de zaak hebben overgedaan aan zijn schoonzus en zwager en een nieuwe café zijn begonnen op de hoek van de Nieuwbrug en de Wijnstraat, waar hij tot 1946 caféhouder was. Overigens was Arie Brenkman toen nog niet in beeld. Wilhelmina was oorspronkelijk getrouwd met Jan Frans van Leen, die op 18 maart 1900 op 32-jarige leeftijd overleed. Waaraan vermeldt de overlijdensakte niet. Op 23 oktober 1902 hertrouwde Wilhelmina met de uit Heukelom afkomstige Brenkman.


Een en ander maakt me nieuwsgierig naar mijn verdere familiegeschiedenis. Aan mijn vaders kant is daarover een kloek boek De familie Klok en Van der Klok uit Nijkerk verschenen. Daar hoef ik niet meer naar te speuren. Mijn vader was een Rotterdammer die in 1947 uitweek naar Dordrecht om met mijn moeder te trouwen. Het gaat me vooral om de familie aan moeders kant. De familie van de familiedag. Ik speur af en toe wat verder. Wie weet wat voor interessants daar nog uitkomt. Inmiddels weet ik dat een grootmoeder van mijn overgrootmoeder Anna Recourt Arendina Recourt-Van Efferen heette. Arendina, een prachtige naam die, voor zover ik weet, uit de familie is verdwenen. Jammer dat ik geen dochter heb en die op mijn licht gevorderde leeftijd ook wel niet meer zal krijgen. Een broer van mijn grootvader, Jacobus, een naam die in de familie Recourt veelvuldig voorkomt, is in 1942 in de gevangenis van Stassfurt in Saksen-Anhalt overleden en ligt begraven op het ereveld in Loenen. Ik heb nog heel wat uit te zoeken.


Foto: mijn grootouders Cornelis Bekker en Magcheltje Rijkhoek



woensdag, mei 28, 2025

Sjoelen met Johan de Witt




Vierhonderd jaar geleden werd Johan de Witt geboren. Het Dordrechts Museum wijdt er een tentoonstelling aan, vergezeld van een fraai uitgevoerde en informatieve catalogus. Deze zomer besteedt ook de Dordtse bibliotheek aandacht aan Johan de Witt. Iedereen die de vestiging in het centrum bezoekt gaat aan het standbeeld van Johan en zijn broer Cornelis voorbij en zet misschien wel de fiets daar neer, want beide broers, stammend uit een geslacht van kooplieden en ondernemers, drijven heden ten dage een fietsenstalling. Daar wordt door allerlei mensen over gemopperd, maar ik vind dat helemaal niet zo gek. Naast de strijd tegen het water, is de fiets een van de kenmerken van 'de' Nederlander, die mag daar van mij best in beeld.


In het weekblad Dordt Centraal van 28 mei lees ik dat veel jongeren niet bekend zijn met de naam De Witt. Dat klopt, vrees ik. Dat is het gevolg van de teloorgang van het geschiedenisonderwijs en van onnozelheid of desinteresse. Soms komt het later goed. Het valt mij bij lezingen steeds weer op dat allerlei mensen die geschiedenis niet in hun 'profiel' hadden of bij de geschiedenisles geen enkele belangstelling toonden, later juist wel die interesse in zekere mate hebben ontwikkeld. Dat er een wachtlijst is voor de cursus Dordtologie stemt mij wat dat betreft ietwat optimistisch en gelukkig heeft Nederland nog enkele bekwame historici die naast wetenschappelijke ook goed leesbare publieksboeken schrijven. Bovendien: jongeren hoeven in hun jeugd niet alles te weten. We doen in Nederland toch aan 'levenslang leren'? Of is dat inmiddels ook al wegbezuinigd door ons kolderkabinet?


"Jongeren zijn denk ik niet bekend met de naam. Hij was echter een groot staatsman en is belangrijk geweest voor onze democratie," zou volgens Dordt Centraal projectleider bij de bibliotheek David Timmer in het Algemeen Dagblad hebben gezegd. Als dat klopt zou hij een opmerkelijk gebrek aan historisch besef hebben geëtaleerd. Johan de Witt belangrijk voor onze democratie? Dat is rabiate onzin. Hij was belangrijk voor allerlei zaken die de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden tijdens zijn raadpensionarisschap betroffen en en-passant ook voor de wiskunde, maar democratie? Daar was in de zeventiende eeuw nog lang geen sprake van. De steden, die via de gewestelijke staten (en indirect dus in de Staten Generaal) in de Republiek de dienst uitmaakten werden bestuurd door een kliek van (invloed)rijke regentenfamilies, die de macht zoveel mogelijk binnen eigen kring hielden. Het volk had niets in te brengen, de ambachtslieden, althans in Dordrecht, een heel klein beetje via de gilden. Dat noemen we oligarchie en bij mijn weten had Johan de Witt daar niets op tegen. Mij is niet bekend dat hij ooit iets in zijn talrijke correspondentie heeft opgemerkt over het begrip democratie, tenzij hij het misschien over het klassieke Athene had, absoluut geen democratie in de zin zoals wij die opvatten. Ik word graag gecorrigeerd als ik het fout heb.


Ik vind het als historicus uitstekend dat er veel aandacht is voor de betekenis van Johan de Witt en dat men daar ook jongeren bij wil betrekken, als het maar niet zo is dat hij er dan als voorwendsel met de lange haren bij wordt gesleept en er historisch onjuiste verbanden worden gelegd, want dan is het misschien nuttiger om met de jongeren te gaan sjoelen.


Foto: auteur


maandag, april 21, 2025

Ga dat zien!




Op Facebook kwam ik een bericht tegen over het overlijden van de arabiste, juriste en presentatrice Laila Al-Zwaini. Daardoor kwam ik op het spoor van een documentaire-serie van Omroep West over de Oosterse collectie van de Universiteit Leiden. Die werd door Al-Zwaini gepresenteerd. Met veel enthousiasme merkte ik toen ik de serie, terug te vinden op Youtube, bekeek. Een ongelofelijk rijke en unieke collectie, die studenten en wetenschappers uit de hele wereld trekt. Van kleitabletten en papyrus tot moderne Arabische literatuur. Een serie die je niet mag missen.

Ik moest denken aan mijn jaren als leraar geschiedenis. Hoe bekaaid de oude geschiedenis van het Midden-Oosten eraf kwam in de schoolboeken. De Egyptenaren kwamen er nog wel in voor, maar het accent lag toch vooral op de Grieken en Romeinen. Babylonië? Assyrië? Zelden was er aandacht voor. Palestina? Ja, misschien dat de jongelui thuis wat bijbelse fictie opdeden. Zeven keer om de muren van Jericho lopen, dan dondert de boel wel in elkaar. Prachtig verhaal, maar desalniettemin kletskoek. Het kleine Cyprus, dat toch een bewoningsgeschiedenis van zo'n zevenduizend jaar kent, kwam soms alleen even in 1956 in beeld, toen de Engelsen het als basis gebruikten om de Suezkanaalzone binnen te vallen, samen met Israël en de Fransen. Ik kan het wel begrijpen, gezien de vele onderwerpen die moeten worden behandeld en de schandalig geringe tijd die daarvoor in het onderwijs wordt uitgetrokken, maar toch betreur ik het.

Een van mijn VWO-leerlingen ging in Leiden Assyriologie studeren. Enkele collega's deden daar wat lacherig over, maar inmiddels is ze al jaren geleden cum laude gepromoveerd in Leipzig en heeft ze een mooie positie aan de Karls Universität in Tübingen. Ik zie haar nog weleens hoogleraar worden in Leiden, met die fantastische Oosterse collectie. Zelf ben ik afgestudeerd in de contemporaine geschiedenis, maar ik voel me een generalist die geïnteresseerd is in zowat alles wat de geschiedwetenschap te bieden heeft. Wie weet ga ik op mijn licht gevorderde leeftijd nog eens colleges volgen in de Assyriologie. Het duurt alleen nog even voor ons onderzoek naar het Dordtse patriciaat in de achttiende en negentiende eeuw is afgerond en hopelijk tot een boek heeft geleid. Dat gaat nu even voor.


Afbeelding: still uit de documentaire De Oosterse collectie in Leiden. Sleutel tot het Midden-Oosten, Omroep West/Universiteit Leiden.


zaterdag, februari 22, 2025

Pijplijn




Wanneer de presentatie plaatsvindt weet ik nog niet, want ik ben pas toe aan het corrigeren van de eerste drukproef, maar mijn volgende boek zit er aan te komen. Het is het derde - en laatste - boek met brieven aan Stella. Natuurlijk is het wat merkwaardig dat iemand, zeventien jaar na haar overlijden, nog iemand brieven aan haar schrijft. Dat is in de eerste plaats een literaire onderneming, die min of meer in het verlengde ligt van het bijhouden van een dagboek, iets waarmee ik mij ook al vele jaren bezighoud, zoals de lezers van mijn literaire dagboeken weten. Ook aan een nieuw deel literair dagboek wordt gewerkt. Hopelijk verschijnt dat in 2026.


In de tweede plaats is het een vorm van contact houden met Stella, die ik nog steeds als mijn partner beschouw, ook al denkt de burgerlijke stand daar anders over. Die ziet een weduwnaar als een alleenstaande. Feitelijk is dat natuurlijk ook zo, maar ik zie dat net even anders.


Er zit wat boeken betreft nog meer in de zogenaamde pijplijn. De avonturen van Warnaar, bijvoorbeeld, en ook op geschiedenisgebied is een en ander in beweging. Met collega Guus ben ik bezig met een onderzoek naar het patriciaat in Dordrecht in de 18e en 19e eeuw. Een meerjarig onderzoek, verwachten we. Voorlopig zijn we nog bezig aan het literatuuronderzoek, daarna volgt het archiefonderzoek, in het Hof in Dordrecht, met uitzicht op een van de mooiste, historische plekken van Nederland.


donderdag, september 05, 2024

Akkerbouwer




Hoewel ik een geboren en getogen Dordtenaar ben en ik niet van plan ben deze stad en dit eiland ooit nog te verlaten, liggen er nogal wat wortels van mijn familie buiten de oudste stad van Holland.

Allereerst werd mijn vader geboren in Rotterdam, al stamt onze tak van de familie Klok uit het hertogdom Gelre en met name uit Nijkerk. 

Inderdaad, daar heb je tegenwoordig wolven. Mijn grootvader vertrok uit Nijkerk vanwege zijn werk. Hij was machinist bij de spoorwegen, nog op zo'n kloeke stoomlocomotief. Op een gegeven ogenblik kreeg hij als standplaats Rotterdam, waar hij in de kost ging bij een jonge weduwe met drie kinderen. Hij trouwde die weduwe en kreeg met haar mijn vader. Mijn oma, Sophia Groeneweg had rood haar en werd daarom 'rooie Fie' genoemd. Dat heeft helemaal niets met dit verhaal te maken, maar voordat ik grijze haren kreeg, zaten er heel wat sporen rood in mijn baard, hoewel ik verder het melkboerenhondenhaar heb van de kant van mijn moeders familie.

Aan die kant van de familie heb ik een grootmoeder Magcheltje Rijkhoek die werd geboren in 's Gravendeel (een voorvader was er ooit schout) en een overgrootmoeder die het levenslicht zag in wat tot 1971 Dubbeldam was. Anna Recourt was haar achternaam. In de familie ging het verhaal dat we vanwege die naam af zouden stammen van Hugenoten, maar het bleek lage Waalse adel uit de buurt van Luik (donc nous ne sommes pas de la rue !).

Door het toeval dat mijn grootvader aan moeders zijde tijdens de Eerste Wereldoorlog de neutraliteit van het vaderland moest handhaven, kwam mijn oma terecht in een huis op het erf van de vlasserij van haar vader aan de Schenkeldijk, gemeente 's Gravendeel. Daardoor heeft mijn oer-Dordtse moeder als geboorteplaats 's Gravendeel, een plaats waarvan mijn grootvader mij als kind vertelde dat de mensen er 'op verrekes' reden. Deze grootvader was, voor hij melkboer en grutter werd, zeeman. Ik heb het dus wel met mijn opa's getroffen. Zij spraken als kind zeer tot mijn verbeelding en ik voel me nog steeds schuldig dat ik het pijp- en sigarenroken eraan gegeven heb, maar ik ben naar beide vernoemd, dus hopelijk komt het in het hiernamaals toch weer goed.

In de 's Gravendeelse tak van de familie bevonden zich enkele ooms die landbouw bedreven. Als kind ging ik regelmatig op de diverse boerderijen in Strijensas, Mookhoek of Zuid-Beijerland logeren. Ik vond boer worden ook wel wat en reed op mijn veertiende al vlot tractor, al mocht ik tot mijn zestiende daarmee wel het land, maar niet de weg op. Toen ik studeerde ging ik in de zomer nog weleens helpen met oogsten. Dan reed je met tractor en kar naast de combine, die via een slurf die kar volstortte met graan, waarna je fluks koers zetten naar de dichtstbijzijnde silo om te lossen.

Tenslotte ben ik schoolmeester gewordenen en daarna onderzoeker, schrijver, vertaler en sinds enkele jaren stadsgids, maar mijn sympathie voor het akkerbouwbedrijf ben ik nooit kwijtgeraakt.


Foto: archief auteur


zaterdag, december 09, 2023

Intellectuele neergang




Er is ophef en verbazing in het land over een rapport waaruit blijkt dat Nederlandse leerlingen tot de slechtste lezers van Europa behoren. Ik kijk er niet van op. In de tientallen jaren dat ik lesgaf in geschiedenis in het middelbaar onderwijs, heb ik mijn vak zien verloederen als slachtoffer van allerlei modieuze en steeds weer tot mislukken gedoemde 'onderwijsvernieuwingen' waaronder de flauwekul van de middenschool, de verlengde brugklas en het lachertje dat de tweede fase werd genoemd. Al die jaren vochten wij als geschiedenisdocenten tegen de vermindering van lesuren, die steeds weer om de hoek kwam kijken en tegen een verschraling van de vakinhoud. 


De nadruk op 'vaardigheden' en de afkeer van vakinhoudelijke kennis bij de vele duurbetaalde zijlijnwerkers, die het immer beter menen te weten dan de deskundigen in het veld, hebben de kennisvakken (waaronder geschiedenis) enorme schade toegebracht. Tenslotte zijn we in Nederland zo diep gezonken dat in de onderbouw van menige vmbo/mavo die vakken helemaal niet meer zelfstandig worden gegeven, maar in een soort waterig soepje zijn gecombineerd dat als 'zaakvakken' wordt geserveerd en in het havo en vwo zijn ze, althans op een aantal scholen dat mij bekend is, waaronder helaas ook de school waaraan ik lange tijd aan de vwo-afdeling was verbonden, in de onderbouw gereduceerd tot een een-uurs vak. 


In de vier 'profielen' in de bovenbouw is geschiedenis maar in twee een verplicht vak. Ergo, een groot deel van de Nederlandse jeugd dat een middelbare schooldiploma behaalt, heeft een volstrekt onvoldoende kennis van geschiedenis, terwijl wetenschappelijk onderzoek al jaren uitwijst dat het juist voor het verkrijgen van voldoende leesvaardigheid essentieel is dat ze toereikende kennis hebben van vakken als aardrijkskunde en geschiedenis. De verbazing over de 'ontdekking' van de lidmaatschapskaart van de NSDAP van wijlen prins Bernhard was spreekwoordelijk voor de intellectuele neergang van het land. Het was een al decennia eerder bekend geworden feit, maar er mankeerde iets aan het historisch geheugen van een groot deel van de Nederlanders. 


Al die gemankeerde lezers hebben wel stemrecht. Zou het daar mede aan liggen dat een vijand van de democratie, die al vele jaren lang geen boodschap heeft aan de rechtsstaat, die mensen demoniseert, die veroordeeld is wegens discriminatie, die twijfelachtige banden met het Kremlin heeft, die het parlement een nepparlement noemt en die met imbeciele plannen als een nexit en een terugkeer naar de gulden van Nederland een doodarme, internationaal geïsoleerde staat dreigt te maken, de verkiezingen heeft gewonnen?


Foto: auteur



zaterdag, september 10, 2022

Begin er niet aan!




Lieve Stella,


Koningin Elizabeth van Engeland (en nog een serie andere landen) is overleden. Zes en negentig geworden. Ik hoor mijn cardiologe een paar jaar geleden nog zeggen, toen het over mijn pijp en sigaren ging: 'Zegt u me nou niet dat u een hoogbejaarde grootvader had die rookte als een ketter, want dat hoor ik van vrijwel iedereen'. Ja, de gemiddelde patiënt, die verzint wat. Mijn vaders vader, grootgebruiker van sigaren, pijptabak en citroenjenever is slechts tweeëntachtig geworden, maar dat gold in 1964 als behoorlijk bejaard. Ik weet niet wanneer Elizabeth met roken is begonnen, ik gok op een jaar of achttien. In dat geval heeft ze toch zo'n acht en zeventig jaar vrolijk doorgestoomd. Wat moet je anders met zo'n ellendige baan?


Het zal even wennen worden. Zo lang als ik weet was Elizabeth koningin van Engeland. Een jaar na mijn geboorte gekroond en zeventig jaar lang getuige van het afglijden van haar wereldrijk tot een tweederangs regionale macht, die op het ogenblik bol staat van grotendeels door de oerdomme, destructieve Brexit veroorzaakte problemen. Elizabeth kon daar allemaal niets aan doen. Dat is min of meer de schuld van het Huis van Oranje in de persoon van koning-stadhouder Willem III (1650-1702), die in 1688 Engeland binnenviel om zijn schoonvader af te zetten. De enige succesvolle invasie van het land na 1066. Engelse historici geven dat niet snel toe, de Engelsen zouden eigenhandig een einde hebben gemaakt aan het bewind van James II, Willem zou alleen maar een duwtje in de rug hebben gegeven, om daarna tot koning te worden gekroond. Altijd een verwrongen zelfbeeld, die Engelsen. Ik kan het weten, want ik heb er familie en vrienden. In wat ze de Glorious Revolution noemen werd de grondslag gelegd van het huidige, uit democratisch oogpunt nogal bizarre, Britse staatsbestel, waarin een handvol leden (nog geen zeventigduizend) van een regeringspartij de premier kan kiezen van een land met zo'n zevenenzestig miljoen inwoners. 


Waar Willem nog behoorlijk wat in de melk had te brokkelen, raakte de boel onder het Huis Hannover in het slop, ondanks de bewondering voor Queen Victoria, die in feite ook weinig te vertellen had. Het koningshuis werd langzamerhand de hoofdattractie in een sprookjesbos, waar Charles III nu nog even de hoofdrol mag spelen. De tweede koning die na lang wachten zijn moeder mag opvolgen. In 1901 was dat Edward VII, de opvolger van Victoria, maar die was nog relatief jong, zestig meen ik. Je weet, ik ben geen monarchist, ik ben voor Johan de Witt als president, maar ik heb wel schik in die koningshuizen. Het volk wil brood en spelen, dus gedragen de royals zich alsof ze meewerken aan een attractie in de Efteling. Ik ben dol op de Efteling, maar ondertussen hebben die mensen geen leven. Kijk maar naar The Crown. Ik heb ervan gesmuld, maar moest daarbij wel steeds aan de meisjes van onze Willem Alexander denken, vooral aan die arme Amalia. Kind, begin er toch niet aan. Neem gewoon je erfdeel op, daar kun je een leven lang zorgeloos van bestaan, zoek eventueel een leuke partner (man, vrouw, maakt me niet uit) en ga lekker leven, maar wordt in 's hemelsnaam niet dat mens in dat glazen huis terwijl je over het land toch geen reet hebt te zeggen. Liever een echt mens dan een symbool om het domme volk (dat is een pleonasme) in het gareel te houden.


Je weet, ik ben anglofiel, al zijn mijn gevoelens voor Engeland door de Brexit wel gesleten. Die ervaar ik werkelijk als een vorm van verraad, maar uiteindelijk heb ik toch maar weer een paspoort aangevraagd, zodat ik, wellicht dit jaar nog, naar Londen of Liverpool kan en misschien weer eens een keer naar het prachtige Wales. Naar Griekenland reis ik gewoon met mijn ID, lekker handig zo'n klein kaartje, maar door de Brexit moet je Engeland weer in op dezelfde manier als voor 1973. Misschien had De Gaulle toch gelijk en hadden we de Britten nooit in de EU moeten laten, dan hadden ze ons ook niet kunnen verraden, maar dat is wijsheid achteraf.


Wales...... onlangs zat ik in oude fotoalbums te bladeren en vond ik een foto waarop ik met Annemarie op de muur van Conway castle sta. Dat was in juli 1974. Ik had nog een kop met haar, waar de wind behoorlijk vat op had, zie ik. We staan er stralend bij, jong en nog onbedorven. Dat we nog geen zes maanden later zouden scheiden, zagen we geen van beiden aankomen. Het was een gelukkige zomer, waarin we met vrienden het noorden van het prinsdom verkenden. We waren nog arm, dus kampeerden we. In het weiland bij boer Jones, in Llangollen, op een camping bij Llanwrst, waar we met gehuurde paarden de bergen in trokken. De laatste keer dat ik paard heb gereden en dat blijft zo, want op mijn licht gevorderde leeftijd ga ik mijn botten er niet meer aan wagen. We streken ook ergens in de buurt van Conway neer en dan bezoek je uiteraard het imposante kasteel, gebouwd door Edward I in een tijd dat koningen er echt toe deden. 


Ik heb in de loop der jaren de meeste kastelen in Noord-Wales bezocht, bedoeld om de altijd roerige bevolking er onder te houden. Caernarfon castle bezocht ik een paar keer. Eerst met Wendy, mijn eerste vriendinnetje en toevallig Engels, maar ook met Iers bloed en prachtig, rood haar. Daarna met Annemarie en uiteindelijk met jou. Toen was mijn hoogtevrees inmiddels zo toegenomen, dat ik me niet meer op de muren heb gewaagd. Dat was in Conway ook zo. Herinner jij je nog dat we daar een paar dagen logeerden? We hadden het kamperen allang afgezworen en verbleven in een fraai hotelletje waarvan ik de naam ben vergeten. Met uitzicht op het kasteel. Jij liep fier over de muren de burcht rond. Ik maakte de ommegang beneden. Mij was het allemaal te hoog geworden. 


William Windsor is nu de nieuwe prins van Wales en ook nog de nieuwe hertog van Cornwall, meen ik. Hij zal ongetwijfeld op een dag worden ingehuldigd in Caernarfon castle, met veel sprookjesvertoon, maar eerst hebben we natuurlijk de kroning van Charles III. De eerste Charles werd onthoofd, de tweede neukte zich aan zijn eigen hof een slag in de rondte, maar wist alleen bastaarden te produceren, zodat zijn broer hem opvolgde en waardoor onze Willem III in beeld kwam. Misschien is Amalia ook bij die kroning en wie weet denkt ze dan: wat een gedoe, in mijn studentenhuis in Amsterdam is het een stuk gezelliger. Ik hoop in ieder geval dat ze er nog eens heel goed over nadenkt.


In gedachten, altijd,


Kees


Zaterdag 10 september 2022.


Foto: archief auteur

maandag, september 05, 2022

Regendans




Lieve Stella,


De rapen zijn gaar: de Russen hebben de gasleveranties aan de EU gestaakt. Je vraagt je soms af hoe kortzichtig en onnozel je moet zijn om internationale politiek te mogen bedrijven. Iedereen die zijn hersens een klein beetje gebruikt weet toch dat je je nooit zo afhankelijk van een grootmacht moet opstellen als met name Duitsland heeft gedaan met zijn gascontracten met de Russen. In Nederland valt het nog mee, voorlopig, wij zijn maar voor vijftien procent afhankelijk van Russisch gas. We hebben bovendien nog enorme gasvoorraden onder Groningen en de Noordzee. Die oppompen veroorzaakt ellendige aardbevingen, maar met het geld dat Nederland er nu mee zou verdienen kunnen misschien wel honderd keer zoveel huizen als die in Groningen gevaar lopen in korte tijd worden verstevigd. Als de wil er is en met de nodige vindingrijkheid.


Ik heb je al vaker geschreven dat ik een tikje gedeprimeerd word van het nieuws van de dag. Gedeeltelijk is het hijgerig achter de ene hype na de andere aanhollen, deels is het steeds weer hetzelfde verhaal van bestuurlijk onvermogen. Ik wil er niet over bezig blijven, daarom duik ik maar zoveel mogelijk in de geschiedenis, maar dan vallen je ineens weer parallellen met nu op. Ik las Het monsterschip van Luc Panhuysen, dat gaat over Maarten Harpertszoon Tromp, je weet wel, die admiraal die vernoemd is naar een straat in Dordrecht. In Wielwijk. Voor ik jou leerde kennen en moest leven van een mager schoolmeesterssalarisje had ik soms het schrikbeeld dat ik van armoe in die wijk vol crisisbouw uit de jaren '50 terecht zou komen, in zo'n troosteloos klein kutflatje waarin van alle kanten het lawaai van buren op je afkomt. Of afkwam, want ik meen dat het een en ander gerenoveerd is en dat het nu hopelijk iets beter wonen is dan in de tijd dat ik er weleens kwam bij mijn studiemaatje Peter, toen hij nog braaf bij zijn ouders woonde. Zijn vader was een gepensioneerde kapper met slechte longen. Op een dag zei zijn huisarts dat hij beter kon stoppen met roken, waarop de man vroeg: 'Dokter hoeveel jaar, denkt u, dat ik dan langer leef?' Uiteraard kon de dokter dat niet zeggen, hij probeerde een voorzichtige 'twee jaar misschien', waarop die vader rustig door bleef roken en niet lang daarna aan zijn slechte longen bezweek, zonder alle ellende van afkicken met nicotinepleisters en wat al niet meer te hoeven doormaken.


Tromp dus moest met een wrakke en te kleine vloot een Spaanse armada tegenhouden en ook nog eens de Duinkerker kapers in toom houden. Omdat de landprovincies het verdomden om op tijd hun contributie te betalen en het rijke Holland ook niet overliep van gretigheid om de vloot op peil te houden leek het een onbegonnen taak. Toen het Tromp tegen alle verwachtingen in toch lukte die armada (dat woord betekent gewoon vloot in het Spaans, maar dit terzijde) in te sluiten op de rede van Duins, sloeg ineens de sfeer om en kwam er van alle kanten hulp. De admiraliteiten bouwden zich het lazarus, de VOC, de WIC en andere reders stuurden bewapende koopvaarders, de vloot groeide en groeide, tegenwoordig noemen ze dat opschalen, en uiteindelijk werden de Spanjaarden in de spreekwoordelijke pan gehakt. 'Wat zijn we toch een geweldige volkje', hoorde je overal in de Republiek, maar daarna gingen al snel de handen weer op de knip, zodat 'we' in de Eerste Engelse Oorlog (1652-1654) op zee een gevoelig pak slaag kregen. Gelukkig was er toen Johan de Witt, misschien wel onze grootste staatsman ooit, die voor een degelijke vloot zorgde, zij het met veel moeite en gezeur in de Staten-Generaal, zodat de Engelsen en Fransen in het Rampjaar (1672) het lid op de neus kregen in de slag bij Solebay. Kort daarop werden Johan en Cornelis de Witt vermoord door de Haagse schutterij en het ondankbare oranjegrauw.


Wat is nu de parallel, zul je vragen. Ik weet ook wel dat je die tijden niet goed met elkaar kunt vergelijken, maar de benepen geest van beknibbelen, vervolgens 'opschalen' als de nood hoog is en daarna de boel weer 'afschalen' (wat een nare woorden eigenlijk, maar goed, je begrijpt wat ik bedoel) lijkt enigszins van alle tijden. Neem nu de asielcrisis. Daar heeft het afschalen in minder drukke tijden en het steeds weer sluiten en dan weer openen van opvangcentra geleid tot een totale chaos, zodat mensen in Ter Apel in bizarre omstandigheden op straat moeten slapen. Ik heb het al eens gezegd: op organisatorisch gebied zijn we het lachertje van Europa, met ook nog eens een pijnlijk onvermogen om voor de meeste problemen een lange termijnvisie te ontwikkelen. Omdat ik er het zuur van krijg, luister ik maar weer eens een dagje niet naar de radio. 


De hovenier is geweest en de tuin ligt er weer naar tevredenheid bij. Daar heb ik schik in. Het is al wekenlang te droog, de regenton is uitgeput, maar de vegetatie houdt het redelijk uit, omdat het grondwater hier relatief hoog staat, al moet er nu toch echt een flinke bui komen, bij voorkeur 's nachts en natuurlijk niet als ik op de fiets onderweg ben naar de kroeg. Tijd voor een regendans. 


Gelukkig zijn er zo nu en dan ook aardige dingen te melden. Max Verstappen heeft de Grand Prix van Zandvoort gewonnen en omdat hij Nederlander is, is de euforie groot. Misschien wel even groot als na de slag bij Duins op 21 oktober 1639. 21 Oktober, dan begint de serie televisieuitzendingen van mijn Boekenpraatje bij ONS/Nostalgienet. Ze zijn druk bezig de opnamen te fatsoeneren tot een aardig geheel. Dat heet 'editen' in modern Nederlands. Het is maar dat je het weet. Of het een succes wordt weet ik niet. Ach, ik hoop dat kijkers er plezier in hebben of dat zo nu en dan iemand zich eens flink opwindt omdat hij of zij het er niet mee eens is, maar eerlijk gezegd ben ik alweer met andere dingen bezig. Vandaag weer een paar uur gewerkt aan het blootleggen van de sociale stratificatie van de Riedijk in 1885. Veel tappers, kroegen, bierhuizen en dergelijke en opvallend veel weduwen op de toch redelijk kleine bevolking van zo'n straat. De 19e eeuw was een ongezonde tijd en toen hadden ze nog niet eens corona.


Gut ja, corona was ook weer in het nieuws. Er is een rapport van de wetenschappelijk raad voor het regeringsbeleid waarin staat dat de regering zich snel moet gaan voorbereiden op een mogelijke nieuwe coronagolf. Dat lijkt me een verstandig advies, maar de overheid is al een aantal keren dringend geadviseerd om voorbereid te zijn op een pandemie en heeft daar toen niets mee gedaan. Misschien heeft men ervan geleerd, maar ik ben nogal somber gestemd over het lerend vermogen van de Nederlandse overheid. Ik ga, voor het kroegtijd wordt, even een regendansje proberen tussen de bloemen.


In gedachten, altijd,


Kees


Dordrecht, 5 september 2022.


Foto: auteur 


zondag, juni 26, 2022

Op de rand van een vulkaan






Lieve Stella,


Een paar dagen geleden ben ik, na twee glazen chocomel en twee slokken bier in Visser, maar weer op de fiets naar huis gestapt om daar met een beetje verhoging en lichtelijk zielig onder een dekentje naar een aflevering van The Midsummer Murders te kijken en vervolgens het Nederlands vrouwenelftal met 5-1 te zien verliezen van Engeland. Je begrijpt, de tweede booster is binnen. Dat moet in het Engels, als je herhaalvaccinatie zegt werkt het niet tegen corona, geloven we in Nederland. Het was deze keer niet in een per openbaar vervoer schier onbereikbaar gat ergens in de polder, maar in een voormalig schoolgebouw op nauwelijks vijf minuten fietsen van huis. Ik kreeg ook nog iets te drinken aangeboden. Goed van de GGD, maar mag het volgende keer misschien samen met de griepprik, gewoon bij mijn eigen dokter?


De overlast bleef beperkt. Ik kreeg deze keer Pfeizer, werd me verteld, in plaats van Moderna, waar ik toen aanzienlijk meer last van had. Dat kwam natuurlijk ook omdat ik voor dat spuitje het Eiland van Dordrecht af moest, helemaal naar een beruchte wijk in de grote stad Rotterdam. Nu was ik de volgende morgen weer geheel fit en kon ik gewoon aan de training beginnen. Zo noem ik de oefeningen maar die ik 's morgens moet doen om mevrouw Ischias buiten de deur te houden, wat dankzij mijn beweegtherapeute goed lukt, al moet je het wel volhouden. Na een zware avond schiet die training er weleens bij in.


Het lijkt een mooie zomer te gaan worden, vol feesten en festivals in Dordrecht. Natuurlijk, het is als dansen op de rand van een vulkaan, feesten in Herculanum of Pompeï, want behalve de inktzwarte schaduw van de oorlog in Oekraïne, het raaskallen van bad Boris in Engeland, de terugkeer naar fundamentalistische achterlijkheid van de VS, door het afschaffen van het federale recht op abortus, doemt ook het covidspook weer op. Dat laatste zou niet zo erg zijn als er krachtige maatregelen zouden zijn getroffen om de intensive care capaciteit in de ziekenhuizen uit te breiden, maar ik zie of hoor daar niets over. Ik weet ook wel dat dat niet zomaar gaat, maar ik weet ook dat nieuwe coronamaatregelen tot nog grotere problemen in de samenleving gaan leiden dan we nu al hebben.


Je weet, ik ben allerminst een onheilsprofeet, maar geen weldenkend mens kan er omheen dat drie kabinetten onder aanvoering van die leuke en vriendelijke meneer Rutte niet alleen veel problemen op hun beloop hebben gelaten, maar van een aantal een ongehoorde puinhoop hebben gemaakt. Denk aan de belastingdienst, een soort staat in de staat, denk aan zorg en onderwijs, denk aan Groningen en aan stikstof en de boze boeren. Allemaal aanwijzingen dat neo-liberalisme tot maatschappelijke ontwrichting leidt. Gelukkig gaat mijn pensioen na jaren stilstand met 2,39% omhoog en komt er voortaan iedere maand een rijk met dubbeltjes geladen schip mijn haven binnen.


Een mooie zomer dus. Volgende week verjaart FC Dordrecht. Dan is het vijftig jaar geleden dat het beroepsvoetbal zich onder die naam afsplitste van DFC. Wordt uiteraard een feestje met een wedstrijd van beroeps- en amateurcoryfeeën uit het verleden. Een dag erna is het Nooit Terug- poëziefestival. Die naam vind je misschien raar, maar die houdt verband met het gedicht Wat blijft komt nooit terug van Jan Eijkelboom. Ik kijk daar ook naar uit, al vind ik het vreemd dat de stadsdichter van Dordrecht niet van de partij is. Diens termijn loopt trouwens af, dus komt er binnenkort een nieuwe. Ik ben benieuwd wie het wordt. Als hij of zij maar niet wordt benoemd via een belachelijke wedstrijdprocedure, zoals bij de vorige twee stadsdichters, en er geen discriminatoir criterium als 'aansprekend voor jongeren' wordt gehanteerd, want poëzie is voor alle leeftijden. Ik heb bijvoorbaat laten weten dat ik niet beschikbaar ben, ik heb het al druk genoeg.


Voor ik het vergeet: aan het eind van Nooit Terug hebben we het 'Boekenmarktbal' in de Kunstkerk, waar ik uit mijn dak hoop te gaan met een of andere leuke dichteres, maar dat mag je niet verder vertellen. Als ik die dagelijkse training natuurlijk maar volhoud. Het valt niet mee om licht gevorderd te zijn in leeftijd. Voor je het weet deelt een onbekende deegsliert van de overheid je in bij de bejaarden en moet je therapeutisch bingo gaan spelen in een buurthuis. Dan liever de lucht in, wat bij de huidige staat van chaos op Schiphol ook geen sinecure is. De dag daarna hebben we de Dordtse boekenmarkt. Dit jaar zijn mijn boeken te koop in de kraam van uitgeverij Avenir, in de Nieuwstraat. Ik ben daar blij om, want Liverse staat niet meer op de boekenmarkt.


Op 8 en 9 juli vieren we dat het 450 jaar geleden is dat de Staten van Holland in Dordrecht bijeen kwamen om Willem van Oranje de nodige centjes te verschaffen voor de opstand tegen de hertog van Alva. Om dat nou direct 'de geboorte van Nederland' te noemen gaat veel te ver, het was slechts een stap in het verzet tegen de landvoogd. Er moest daarna nog heel wat water onder allerlei bruggen door voor in 1588 de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden werd geboren (ze probeerden het niet voor niets na de afzwering van Philips II nog even met de graaf van Leicester en de hertog van Orleans, beiden geen succes). Uit die Republiek werd in 1795 de Bataafse Republiek geboren, daaruit in 1806 het jong overleden Koninkrijk Holland en tenslotte, na nog krap drie jaren Frankrijk, in 1813 Nederland. Ik bedoel maar, herdenken is mooi, maar geschiedenis is nooit in een kreet te vangen.


Waar ik ook naar uitkijk is het Big Rivers Festival, op 15, 16 en 17 juli. Op die dagen is het overal muziek wat de klok slaat in de stad, maar daarvoor is er ook al een opera op het Grotekerksplein in samenwerking met Muziektheater Hollands Diep. Ga ik ook eens naar een opera. Ik kan me niet herinneren dat ooit te hebben gedaan. Ik was, zij het in de coulissen, wel vaak bij het Belcantofestival, toen Dordrecht dat nog had. De coulissen waren in dat geval de open ramen van een bevriend echtpaar dat op de hoek van het Hof woonde. Ontspannen luisteren met prima zicht op het toneel en met een wijntje erbij. Ik moet nu even denken aan de openluchtbioscoop waar wij 's zomers in Thessaloniki weleens naartoe gingen, of naar het openluchttheater in het bos boven de stad. Weet je nog dat we bij dat prachtige optreden daar waren van Ross Daly? Ik zet nog weleens een CD-tje van hem op, tot ik er weemoedig van word. Gelukkig heb ik dan de klezmer om me op te vrolijken.


Na Big Rivers zit je voor je het weet in augustus, met wespen, veel regen en aan het eind van de maand onze familiedag. Dan is voor mijn gevoel de zomer al wel zo'n beetje voorbij. Misschien ga ik ergens in die maand nog een paar dagen naar Texel. Even uitwaaien in het hoge noorden en wie weet loop ik er mijn oud-hoogleraar Maarten van Rossem tegen het lijf. Dat zou me niets verbazen.


In gedachten, altijd,


Kees


Dordrecht, 26 juni 2022


Foto: auteur


zondag, mei 09, 2021

Warnaar: Beschaafd koekje




Hij leest dat het televisieprogramma Andere Tijden grotendeels gaat verdwijnen. Het verbaast hem niets. Kennis van de geschiedenis staat, evenals belangstelling voor kunst en literatuur, in het huidige tijdsgewricht op een angstig laag pitje. Als schoolvak en academische studie werd geschiedenis in de loop van de negentiende eeuw van belang, al zou het aan de universiteiten, voor zover hij zich dat van zijn colleges herinnert, pas in de vroege twintigste eeuw worden losgemaakt van Nederlands en een aparte studierichting gaan vormen. 


Dat was in de tijd dat grootheden als Huizinga een uurtje of vier in de week college gaven en de rest van de week bezig konden zijn met mooie boeken schrijven. In die dagen kwamen de studenten bij de professor aan huis om tentamen te doen en serveerde de echtgenote van de hoogleraar hen wellicht een kopje thee met een beschaafd koekje. Het was ook de tijd dat studenten van het corps zich per definitie als dronken beesten gedroegen, wat niet gaf, want het waren er toch maar weinig, of is hij nu aan het romantiseren en fantaseren?


Hij proefde, niet lang geleden, nog iets van die ouderwetse, academische romantiek in Cambridge, waar een nichtje van hem bezig was te promoveren. In de geschiedenis, uiteraard, bij de Warnaars het familievak. Hij heeft weleens gedroomd van een jaartje studeren aan een van die fraaie colleges. In de media verneemt hij dat verschillende universiteiten in Engeland hun studierichting geschiedenis sluiten. Hij denkt soms dat hij zijn tijd eigenlijk wel heeft gehad.


Foto: auteur


donderdag, mei 06, 2021

Warnaar: Vraag




Een belangrijke oorzaak, leerde hij op de middelbare school, dat de economische crisis van 1929 in Nederland relatief lang duurde, was het vasthouden aan de Gouden Standaard door het kabinet Colijn. Er waren meerdere redenen, hij leerde eveneens dat iets nooit één oorzaak heeft. Hij herinnert zich zijn geschiedenisdocent van de Gemeentelijke Pedagogische Akademie in Dordrecht. In zijn studententijd één van de toonaangevendste onderwijzersopleidingen van het land, in de crisisjaren '80 weggekwijnd en verkwanseld door het toenmalige gemeentebestuur.


Die docent waarschuwde voor de uitspraak 'de geschiedenis herhaalt zichzelf'. De geschiedenis herhaalt zich nooit, meende hij, soms lijkt het zo, maar de context waarin gebeurtenissen plaatsvinden is nooit helemaal hetzelfde. Hij was een belangrijke inspiratiebron voor Warnaar om na de onderwijzersopleiding geschiedenis te gaan studeren. Van de Utrechtse hoogleraar bij wie hij afstudeerde leerde hij dat het een illusie is dat de mensheid lering trekt uit het verleden. 


Warnaar is daar eigenlijk niet zeker van. Zo is de Truman Doctrine, die aan de wieg stond van de Koude Oorlog, volgens hem vooral ingegeven door het 'trauma van München', het toegeven aan de territoriale eisen van Hitler op de conferentie van München (1938) om de vrede te bewaren. Dat bleek al snel contraproductief te werken. Maar, denkt hij, dat deden de Westerse interventies in Vietnam, Irak en Afghanistan ook. Afghanistan, waar het Westen zich nu zonder veel te hebben bereikt uit terugtrekt. Hadden de politici Return of a King van William Dalrymple maar gelezen, denkt hij, of zou dat niets hebben uitgemaakt? 


dinsdag, april 06, 2021

Warnaar: Zweetziekte




Hij herinnert zich in Wolf Hall, deel één van Hilary Mantels trilogie over Thomas Cromwell, te hebben gelezen dat Cromwells vrouw overleed aan de mysterieuze zweetziekte die tussen 1485 en 1551 in Engeland voorkwam. Een virus waarvan je hoofdpijn, spierpijn, koorts en ademnood kreeg en waardoor je vreselijk ging zweten. Hij leest nu de lijvige biografie die professor Diarmaid MacCulloch publiceerde over de man van relatief eenvoudige komaf uit Putney, die onder Hendrik VIII opklom tot de op één na machtigste persoon in Engeland en die tenslotte als graaf van Essex op het schavot zijn hoofd verloor. Macht roept vijanden op en kan je de kop kosten. 


De zestiende eeuw. Een eeuw waarin hevige godsdiensttwisten oplaaiden, met veel moord en doodslag. Een eeuw waarin een mysterieuze ziekte rondwaarde. Een eeuw van ontdekkingstochten, waardoor de wereld begon te groeien. Er is weinig nieuws onder de zon, meent hij. Godsdiensttwisten, compleet met moord en doodslag, komen nog steeds voor en van de vroege ochtend tot de late avond gonzen de media van corona, corona, corona. Hij denkt aan de 'globalisering', waarvan hij niet weet of hij die als een zegen of een vloek moet zien.


Jaren geleden bezocht hij het paleis van Hampton Court, gebouwd door kardinaal Wolsey, de man onder wie Cromwell aanvankelijk carrière maakte. Toen Wolsey in ongenade viel, kwam het in handen van Hendrik VIII. Willem III verbleef er toen zijn paard in een molshoop trapte, wat de koning-stadhouder fataal werd. 'Geschiedenis', bromt hij, 'het blijft een mooi vak.'


Foto: auteur


donderdag, november 12, 2020

Warnaar: Geurige oliën




Hij leest dat omstreeks 165 een dodelijke epidemie het Romeinse Rijk trof. Die staat bekend als de pestis Antoniniana. Wat de aard van de ziekte precies was, is onbekend, maar volgens eigentijdse schrijvers vielen er zoveel slachtoffers dat in Rome nauwelijks ruimte was de doden te begraven. Dio Cassius meldt dat er in de stad vaak op een enkele dag tweeduizend mensen overleden. Volgens Herodianus deed men ter bescherming geurige oliën in de neusgaten en werden parfums en wierook gebruikt.


Of in het Romeinse Rijk ook de theaters, badhuizen en dergelijke vanwege de epidemie werden gesloten, weet hij niet. Hij heeft daar tot nu toe niets over gelezen. Wel dat volgens Dio Cassius in dezelfde tijd sprake was van misdadigers die tegen betaling hun slachtoffers prikten met vergiftigde naalden. Een merkwaardig verhaal, dat hem doet denken aan de kletskoek over corona en 5G of aan de lachwekkende larie van halvegaren die geloven dat de wereld wordt beheerst door een elite van satanische pedofielen.


Omstreeks 168/169 trok een tweede golf van de epidemie door het Rijk. Net als Covid-19 kwam de ziekte oorspronkelijk uit het oosten. Daar ligt de bakermat van de beschaving, leerde hij op school. De bijbelse wijzen uit het oosten, schiet het door hem heen, 'mirre, wierook ende goud'. Het zou zomaar nepnieuws kunnen zijn geweest.


Foto: auteur


dinsdag, oktober 06, 2020

Warnaar: Zure melk




Vorige week lag de eerste opzet van een historische canon voor Dordrecht in de bus. Bravo Augustijnenhof! De discussie is gestart. Warnaar denkt zeker een bijdrage te kunnen leveren. Ondanks de bezwaren die aan een canon kleven (meer dan achthonderd jaar in vijftig 'vensters', kan dat wel?), wil hij graag meedenken over de geschiedenis van de stad waarin hij is geboren en getogen, waarmee hij in zijn pubertijd uiteraard een haat-liefde verhouding had, maar waarmee hij inmiddels zo is vergroeid dat hij er nooit meer uit weg wil.


Ook leidt de discussie af van de waan van de dag, met het merkwaardige geloof in de heilzame werking van mondkapjes tegen het coronavirus, dat als een bosbrand bij storm door de wereld raast. Je kunt de radio niet aanzetten of het is mondkapje hier, mondkapje daar. Het doet hem op de een of andere manier denken aan de heksenwaan uit de zeventiende eeuw, dat iemand op de brandstapel kon komen vanwege een mislukte oogst, een veeziekte of iets als een dodelijke epidemie.


Epidemieën zijn van alle tijden, maar zelden werd er zo hysterisch op gereageerd als in zijn eigen tijd. Dan maar terug naar vroeger, Niet direct naar de heksenwaan, maar bijvoorbeeld naar de dagen dat ze geloofden dat koeien zure melk gaven als de pas uitgevonden stoomtrein langsreed.


Foto: auteur


dinsdag, juli 07, 2020

Een canon van de Dordtse geschiedenis



De discussie over de bezwaren voor en tegen een canon van de Nederlandse geschiedenis is indertijd uitgebreid gevoerd, waarbij onder meer werd gewezen op het gevaar dat aan zo'n canon een soort bevestiging van 'de Nederlandse identiteit' zou kunnen worden gekoppeld. Een identiteit die immers niet bestaat, al geloven populistische kringen van wel. Hij zou ook tot uitsluiting kunnen leiden van nieuwkomers in de samenleving of kunnen worden misbruikt voor een vorm van assimilatie. De canon is er gekomen, als richtlijn voor het onderwijs, en is inmiddels herzien, wat weer tot behoorlijk wat discussie heeft geleid. Dat is op zich prima. Niet voor niets stelt de (in Dordt geboren) historicus Pieter Geyl dat geschiedenis 'een discussie zonder einde is'. 

Ik ga de discussie over de wenselijkheid van een canon niet overdoen, het ding is er nu eenmaal, al zie ik niet goed in hoe al die vijftig vensters op het verleden in het onderwijs voldoende aan bod kunnen komen, want het geschiedenisonderwijs in Nederland wordt, zeker op scholen (zoals een prominente in onze stad) waarvan de 'managers' alleen de portemonnee van enig belang vinden, in de praktijk maar matig bedeeld. Hoe kun je het als zichzelf respecterende school in je hoofd halen om geschiedenis, waarvan iedere politicus roept dat het zo'n belangrijk vak is, nog maar één uurtje per week in de onderbouw aan te bieden? In het basisonderwijs zit geschiedenis vaak ingebakken in de merkwaardige combinatie 'wereldoriëntatie', waardoor er helemaal weinig van terecht komt. Mijn vroegere ervaringen als stagebegeleider van geschiedenisstudenten aan verschillende tweedegraads lerarenopleidingen stemmen mij niet optimistisch. Daar kun je met recht spreken van een dramatische, vakinhoudelijke verwaarlozing, tenzij er in de afgelopen jaren een wonderbaarlijke koerswijziging heeft plaatsgevonden. Ik heb er nog niet over gehoord, maar ik dwaal af, terug naar de canon.

Een positief punt is dat het opstellen van een canon dwingt tot nadenken over de geschiedenis, tot een discussie over wat er wel of niet in moet, wat uiteraard afhangt van de vragen die je aan de geschiedenis stelt. We weten dat iedere tijd zo zijn eigen vragen aan het verleden heeft, dat is ook een reden om zo'n canon van tijd tot tijd nog eens goed onder de loep te nemen. Dat geldt dus ook voor een Dordtse canon, waarover al jaren wordt gesproken, maar die er tot nu toe niet is gekomen. Het Historisch Informatiepunt Augustijnenhof gaat een voorstel voor een Dordtse canon doen en ik ben zeer benieuwd hoe dat er uit gaat zien. Ik heb wel enige gedachten over wat er in de Dordtse vensters zou moeten en ik ben benieuwd of het komende voorstel enigszins overeenkomt met mijn opvattingen als historicus. 

De uiteindelijke canon moet wel een zaak blijven van experts op het gebied van de Dordtse geschiedenis. Wat dat betreft ben ik blij met het initiatief van het Augustijnenhof. Bij dit soort projecten liggen provincialisme, lokaal chauvinisme en legendevorming namelijk altijd op de loer. De lokale politiek moet zich er daarom vooral niet mee bemoeien, evenmin als Dordrecht Marketing en aanverwante propagandaclubs, want met borstklopperij en mooie sprookjes is een Dordtse canon niet gediend. Ik verheug me op de komende discussie en hoop daar een nuttige bijdrage aan te kunnen leveren.

Foto: auteur