Posts tonen met het label voetbal. Alle posts tonen
Posts tonen met het label voetbal. Alle posts tonen

zaterdag, april 25, 2020

Duizendpoten



Hij volgt een uitzending van de FC Dordrecht supportersclub via Facebook. Hoe ze dat doen begrijpt hij niet helemaal, erg technisch begaafd is hij niet, maar het werkt. Hij gaat graag naar wedstrijden van zijn club, maar ook daar heeft het virus voorlopig een einde aan gemaakt. Net nu het lekker weer begon te worden en een periodetitel in het verschiet lag. Hij mist de vrienden van de noordtribune, maar via het scherm zijn ze toch weer een avond in het stadion. 

Er wordt veel gemopperd op het stadion. Het is bouwvallig en klein, maar hij houdt van die licht weemoedige sfeer van verval, zoals hij ook van de herfst houdt. Niet van de stormen, maar van wat mistig, verstild herfstweer, waarin alles even stil lijkt te staan. De winter daarentegen haat hij, vooral de donkere dagen voor kerst. Hij zou dat seizoen het liefst overslaan, zoals hij deze crisisweken het liefst onmiddellijk zou zien verdampen.

Na de uitzending blijft de computer aan. Er volgt nog een half uurtje Kunstmin Live, het praat- en muziekprogramma van Kees Thies en Marjolein Meijers, waar hij vaste bezoeker is. Dordrecht is bij uitstek een muziekstad, vindt hij. Het wemelt er van muzikaal talent. Alleen al de huisband van Kunstmin Live, de Easytones. Hij zou zo direct geen betere, muzikale duizendpoten weten.

Foto: auteur


maandag, april 16, 2018

Boemel



Er werd in het weekeinde weer eens aan het spoor gewerkt. Daarom nam ik de boemel naar Geldermalsen, om vandaar door te reizen in een sprinter naar Utrecht, want ik ga niet in een bus zitten. Ik moest in de stad van mijn Alma Mater zijn voor een feestje. Vooraf ging ik op een terras zitten omdat de weerman had gezegd dat het lekker weer zou zijn. Dat viel wat tegen, maar mijn Utrechtse neef kwam mij gezelschap houden en het was gezellig druk in de stad, zodat wij ons aangenaam konden vergapen aan het langswandelend publiek. Zo'n boemel heeft wel wat, als je hem niet meer dan eens in de zoveel jaar hoeft te nemen. Ik boemel in dat geval meestal niet verder dan Gorcum. Nu hobbelde ik langs plaatsen als Arkel, Beesd en Culemborg. 

In Culemborg is het Centraal Boekhuis gevestigd, maar dit terzijde. De groep lawaaierige Brabanders die in Culemborg instapte bevatte weinig boekenlezers, vermoed ik. Wel iets te vrolijke mannen die iets te platte grappen iets te hard door de trein tetterden. Ik had spijt dat ik geen eersteklas had genomen. Valse zuinigheid. PSV moest bovendien eerst nog maar landskampioen zien te worden.

Dat bleek 's avonds te zijn gelukt. Ajax ging met 3-0 op de bek, evenals FC Dordrecht afgelopen vrijdag tegen Cambuur. Het was een thuiswedstrijd, er was dus geen spelersbus om tegen te houden en daarmee te laten zien wat voor slechte verliezer je bent. In plaats daarvan zongen we in het supportershome uit volle borst 'Een Dordtenaar zal altijd blijven zingen.' Met de boemel deden we er tien minuten korter over dan via Rotterdam en Schiphol met de duurdere Intercity Direct en we bleven ook nog uit de buurt van Amsterdam.

Foto: Elisa Kuster


woensdag, december 07, 2016

Vooruitgang




Gisteravond moest ik aan de in 1985 gestorven dichter C. Buddingh' denken, wiens roepnaam, Kees, door de onwetenden en onnozelen der aarde steevast als Cees wordt gespeld, want die C, hè. Dat je die voor een E als een K uitspreekt en ook schrijft, want Cornelis dient afgekort als Kees of Cor, wil er bij menig medemens maar niet in, zelfs niet bij de familie van de dichter, die, hoewel deze zich vaak tegen die C heeft uitgesproken, doodleuk Cees op zijn grafsteen liet zetten. Toch is zijn jongste zoon een begaafd en door mij zeer bewonderd vertaler.

Het ligt ook een beetje aan Buddingh' zelf, die in zijn jonge jaren Cees wel tolereerde op het omslag van enkele van zijn uitgaven. Een jeugdzonde die hem zijn leven lang werd nagedragen, zoals ik zo dom was mijn naam ooit één keer in 1967, op zestienjarige leeftijd, in een blaadje te schrijven als Cees A. Klok, waarna het afschrikwekkende Cees ook mij begon te achtervolgen. Ik heb inmiddels negentien boeken gepubliceerd met Kees Klok op het omslag en nog schrijft de Dordtse journalist Hans Berrevoets af en toe Cees, maar die is dan ook voorzitter van de Raad van Kerken. Daar straffen ze tot in het zevende geslacht. Goed dus dat ik geen kinderen heb.

Ik was gisteravond in het FC Dordrecht-stadion. Tot zijn dood was Kees Buddingh' daar regelmatig te vinden. Ik stel mij voor dat hij ook bij de legendarische bekerwedstrijd was, op 17 januari 1982, van DS'79, zoals FC Dordrecht toen even heette, tegen Ajax, waar Hakim Braham Johan Cruijff aftroefde en Dordt aan de overwinning hielp. Buddingh' voetbalde ooit in het eerste van DFC, de moederclub van FC Dordrecht, evenals mijn goede vriend Gerrit de Wolf. Met Buddingh' en Gerrit heb ik een tijdje in hetzelfde schaakteam gespeeld, wat ik al vaker heb opgeschreven. Ze zijn beiden te jong overleden, maar enig verband tussen deze feiten is nooit aangetoond. Wel was het ook toen tobben met FC Dordrecht, waar ieder seizoen in de eredivisie wordt afgewisseld door twintig seizoenen in de eerste. Toch komen we graag in het stadion, altijd op de noordtribune, het meest vervallen, maar ook gezelligste deel van die unieke optrek aan de Krommedijk. Het is geen toeval dat zich daar een aantal Buddingh'-liefhebbers, met oog voor het humoristische detail, verzamelt. Ook nu werd ons weer een curieuze wedstrijd voorgeschoteld, met veel klunzig gestuntel en een enkel geniaal hoogtepunt. Het werd 2-2, want ook de tegenstander, FC Den Bosch, was regelmatig de weg kwijt op het kunstgras. Kunstgras, dat lag er nog niet in Buddingh's tijd, maar zelfs FC Dordrecht kan niet altijd om de vooruitgang heen.


woensdag, maart 16, 2016

Derde helft




Drie ventjes, in het tenue van de plaatselijke voetbalclub, hangen op een bank op het dorpsplein. Twee zijn vetzuchtig, ze knappen bijna uit hun broekjes. Ze zijn verdiept in een telefoon. De derde, een schriel manneke, probeert een bal hoog te houden. De anderen zien het niet. Hij schopt de bal naar de overkant van het plein, tegen de muur van het gemeentehuis, en gaat zitten. Het is zaterdag, half drie, ze zullen hun wedstrijd hebben gespeeld.

Op het internet zag ik hoe de club van mijn eiland, kilometers ver weg, gisteravond met 1-0 heeft gewonnen. Het is een club waarvan die ventjes misschien nooit hebben gehoord, zoals de spelers van mijn eiland vrijwel zeker nooit van de club hier hebben gehoord. Soms denk ik dat de mens door het internet meer kennis en inzicht heeft verworven, maar ik weet het niet. De domme medemens braakt nu buiten de borreltafel zijn onderbuikgevoelens uit op wat de 'sociale media' is gaan heten. Ik denk aan bepaalde jongens uit mijn schooltijd. Grote lijven, harde vuisten, lege koppen. Je lachte met hen mee. Vanwege die vuisten en ook omdat je mee mocht voetballen, maar nooit als spits.

Het schriele ventje staat weer op, pakt een tas, haalt zijn bal op en verdwijnt. De dikkerds zijn niet van de bank te slaan.

Foto: auteur.


maandag, november 16, 2015

Eén grote komedie




Onlangs noemde een trainer in Voetbal International de ontwikkelingen bij een van de belangrijkste eredivisieclubs 'één grote komedie.' Hij had daarbij flinke kritiek op een bobo die ooit zijn eigen trainer was. Een soort vader-zoon situatie. Ik moest even denken aan dat mooie verhaal uit de oudheid, waarin prins Oedipus, zonder dat hij het zelf door had, zijn vader om het leven bracht. Nee, het is geen moord en doodslag in de voetbalwereld, al is er altijd wel ergens heisa, maar het gaat mij om dat woord komedie. Dat kan zowel blijspel betekenen, een toneelstuk waarom we lekker kunnen lachen, of schertsvertoning, gedoe dat niet serieus te nemen valt. Die trainer bedoelde ongetwijfeld het laatste. Het blijspel is een gewaardeerde vorm van theater.

Voetbal heeft ongetwijfeld veel van theater. Je hebt een toneel (het veld), acteurs (de spelers) en een regisseur met zijn helpers (de trainer en de technische staf). Wij supporters vormen het publiek. Net als bij het theater genieten we van een mooie scene, of we voelen ons bekocht als de acteurs er een potje van maken en een slecht stuk op de planken (het kunstgras) zetten. In een klassiek theater is het niet gebruikelijk dat het publiek op luide toon meeleeft met een toneelstuk. Dat was wel anders in de tijd van Shakespeare. Daar werd fanatiek meegeleefd, zeker door de toeschouwers op de staanplaatsen, waarbij het regelmatig tot knokpartijen kwam.

Knokken doen we niet meer op de tribune, we zijn geen zestiende eeuwse toneelhooligans, maar het is duidelijk dat voetbal het broertje is van het theater. Er wordt een groot publiek mee vermaakt en het is zonder twijfel een deel van onze cultuur. Daar wringt hem echter een beetje de schoen. Het is vanzelfsprekend dat de overheid in de portemonnee tast om allerlei vormen van theater mogelijk te maken. In Dordrecht is in de afgelopen jaren veel geïnvesteerd in de renovatie van Kunstmin en in het Energiehuis, om twee voorbeelden te noemen. Ik vind dat terecht. Dordtenaren hebben recht op die mooie theaters en wat daarin gebeurt. Helaas, die andere tak van de cultuur, voetbal, moet het maar zelf uitzoeken. In dat charmante, maar niet helemaal van deze tijd zijnde stadionnetje aan de Krommedijk. Er zitten bij de voorstellingen meer mensen dan in Kunstmin en het Energiehuis samen, maar als wordt gesuggereerd dat de overheid wat meer zou kunnen doen om supporters en spelers te huisvesten in een modern onderkomen, waarmee de club met meer zekerheid de toekomst in kan gaan, dan verschuilt men zich achter vage kreten over Europese regels inzake concurrentievervalsing en dergelijke. Ja, wij horen als supporters steeds weer dat achter de schermen van alles wordt besproken en bekokstoofd. In de praktijk hebben wij er, na die mooie presentatie van de plannen voor een nieuw stadion, niet veel meer over gehoord. Ik vind dat jammer. Ik vind dat broertje voetbal op gelijke voet moet worden behandeld als zusje theater. Anders is het maar één grote komedie.

Foto: auteur

Eerder gepubliceerd in de FC Dordrecht Presentatiegids, november 2015




vrijdag, november 14, 2014

Brieven aan Stella




Lieve Stella,

Als wij na een zomervakantie terugkwamen in Nederland, klaagde je meestal over de wind, de kou en vooral het vocht. We leven niet voor niets in een moeras dat westelijk Nederland in feite is. Met een zekere afkeer keek je naar de groen uitgeslagen stoeptegels. Inderdaad, van het vocht. Daarna was je alweer snel gewend, al was je blij als we de sombere wintermaanden even onderbraken om met kerst de Griekse zon te zien. Dit keer was het anders: ik kwam vanuit een winderig, kil en nat Thessaloniki terug in een nazomerend Dordrecht. Het trottoir is nog steeds groen uitgeslagen, maar het was aangenaam zacht toen ik uit de taxi stapte. Ik heb zo snel mogelijk een paar noodzakelijke dingen uitgepakt, zoals de kaas, die in de koelkast moest, en de overhemden, die aan de hanger moesten ontkreuken. Daarna ben ik op de fiets gesprongen en naar Merz gesneld om de wedstrijd Ajax - FC Dordrecht te zien. Ik hoopte op een stunt, maar net toen ik binnenkwam viel het eerste Amsterdamse doelpunt.

'De negentiende eeuw is mijn eeuw,' zei je weleens, als we naar een kostuumdrama van de BBC keken. Ik was het wel met je eens, maar eigenlijk voel ik nog meer voor de tweede helft van de achttiende eeuw. De tijd waarin zowel het Rationalisme als de Romantiek opkwamen. Wij noemden onszelf aanhangers van de Verlichting, maar waren in ons hart evengoed bewonderaars van de Romantiek. Jij, bijvoorbeeld, met je voorliefde voor de schilderijen van Constable en vooral Turner. Ik loop nog altijd wel een beetje warm voor een dosis Sturm und Drang, maar de rationalist in mij roept dan al snel dat ik niet moet overdrijven.

Het gaat niet goed met FC Dordrecht, we staan onderaan in de Eredivisie en die wedstrijd tegen Ajax werd verloren met 4-0. De rationalist in mij zegt dat het een wonder zou zijn als de club met zijn minibudgetje zich zou handhaven op het hoogste niveau. De romanticus zegt dat het gewoon gaat lukken, omdat dit team zich met inzet en enthousiasme boven zichzelf gaat uittillen en daardoor op de voetbalparnassus blijft. Ik verklaar mijzelf voor gek en ik vind mijzelf volkomen normaal. Wat zou ik graag over dit soort dingen met je filosoferen tijdens die heerlijke minuten samen in bed, vlak voor het inslapen. Dat is vaak het ogenblik van de dag dat de leegte die je hebt achtergelaten heel schrijnend is.

Ik ben deze week voor het eerst sinds een tijd weer gaan schaken bij De Willige Dame. Binnen een uur had ik mijn tegenstander van het bord gespeeld. Ik speelde scherp en aanvallend. Met succes, zoals het aanvallende spel van FC Dordrecht uiteindelijk ook weer succes zal opleveren, net als vorig jaar. De scherpte moet er alleen nog iets meer inkomen. Ik speelde niet tegen een van de toppers in de competitie, maar ook niet tegen een van de minsten. Ik zie het als een gunstig voorteken voor de komende wedstrijd van Dordt tegen FC Twente. De rationalist in mij zegt dat het geloof in voortekenen onzin en flauwekul is, de romanticus probeert zich er toch aan vast te klampen. Een beetje mal ben ik wel. Ik stap altijd links in en uit bed, dan slaap je beter en donder je er niet uit tijdens een wilde droom, en je ziet mij niet snel onder een ladder doorlopen. Rudimenten van de prehistorische geest van de mens. Uit de tijd dat we geloofden dat natuurrampen en enge ziekten werden veroorzaakt door wezens machtiger en mysterieuzer dan onszelf. Geloof, bijgeloof, het irrationele in ons, het kan leiden tot moord en doodslag, of tot vaag gezever.

Pas las ik ergens een artikel over mensen die geloven dat de elfen en tovenaars uit de boeken van Tolkien werkelijk bestaan, ergens in een Midden-Aarde. Ze geloven geestelijk contact met hen te hebben. Onder de aanhangers zouden nogal wat intellectuelen zitten. Ik vind De hobbit en In de ban van de ring fascinerende, epische vertellingen, die ik min of meer uit mijn hoofd ken, zo vaak heb ik ze herlezen, maar ze hebben geen groter werkelijkheidsgehalte dan de verhalen van Karl May. Die las ik ook graag. Vooral de boeken die op de Balkan en in het Nabije Oosten spelen. Hij heeft er nooit een stap gezet, maar hij beschrijft de wijze waarop Koerdische verzetsstrijders een Turkse troepenmacht in de val laten lopen alsof hij in de streek is geboren. We hebben het dan trouwens over achttienhonderdzoveel. Die confrontatie loopt voor beide partijen met een sisser af, dankzij de onverschrokken Kara-ben-Nemsi en zijn rechterhand, het opgewonden standje hatzi Halef met zijn zweep van nijlpaardenleer. Door Koerdistan heet het boek waarin dat verhaal staat. Ik heb er een ongedateerde uitgave van, geërfd van mijn vader, door het Hollandsch Uitgeversfonds Amsterdam. Hoe oud, weet ik niet, maar in ieder geval in die heerlijke spelling van voor 1948. Ik heb drie van de vijf delen uit die serie. Door het land der Skipetaren en De Shoet ontbreken. Misschien zie ik die nog eens liggen op de Dordtse boekenmarkt. Aan de ene kant moet ik nu werkelijk eens enige ordening aanbrengen in ons uit de hand lopende boekenbezit, hoe pijnlijk het ook zal worden om een deel de deur uit te doen, aan de andere kant zou ik zo'n serie wel graag compleet willen hebben.

Zojuist heb ik weer een verse roos bij je foto in de woonkamer gezet. Door het zachte weer zijn de rozen opnieuw gaan bloeien. Je staat nog steeds op het antieke kastje dat ik van tante Christien heb geërfd. Ook een vrouw die van grote, ik mag wel zeggen vormende betekenis voor mij is geweest, net als jij. Ze was een derde oma voor mij, of misschien wel mijn 'echte' oma. Mijn grootmoeder in Rotterdam overleed al toen ik drie of vier was, mijn Dordtse oma toen ik tien was, maar daarvoor was zij al een paar jaar nauwelijks aanspreekbaar na enkele hersenbloedingen. Bij tante Christien kwam ik bijna dagelijks over de vloer. Door haar verhalen (en vertellen kon ze!) raakte ik al vroeg in de ban van geschiedenis. Dat gecombineerd met de leeslust die ik van mijn vader heb, is van grote betekenis geweest. Net als jij is zij te vroeg uit mijn leven weggerukt. Ik was dertien toen ze overleed. Wat mij nog steeds pijn doet, en wat ik ook nog steeds niet begrijp, is dat ik van mijn moeder, haar executeur-testamentair, niet naar de begrafenis mocht. Ik zat in de tweede op Mulo-Groenedijk en wist het tijdstip. Ik vroeg de leraar, geen idee meer wie dat toen was, of ik naar het toilet mocht, heb mijn jas aangetrokken, ben door de achterdeur het gebouw uitgelopen en naar het kerkhof gefietst. Toen de rouwstoet aankwam stond ik die op te wachten bij de aula. Het was net zo'n mistige, koude novemberdag als nu. De herfst, het voorstadium van de dood, heeft eergisteren het zachte weer verdreven. Mijn ouders hebben er nooit iets van gezegd. Ik denk dat ze het wel begrepen.

In gedachten, altijd,

Kees

Dordrecht, 5 november 2014

Foto: auteur


donderdag, september 18, 2014

Brieven aan Stella (15)


                        Jan Barel - Joy Divison


Lieve Stella,

Van tijd tot tijd verschijnen er lijstjes van favoriete boeken op Facebook. Nu is er ook weer zoiets gaande. Iemand zet tien favoriete boeken onder elkaar en nodigt een ander uit om dat ook te doen. Het doet me denken aan de lijstjes die Buddingh' maakte in zijn dagboeken, wanneer hij zich bijvoorbeeld afvroeg wat mee te nemen als hij naar een onbewoond eiland zou gaan. Ik vind het een onmogelijk opgave, want zodra je zo'n lijstje heb gemaakt, vallen je tientallen andere titels te binnen, die evengoed in de top tien hadden kunnen staan. Als je die lijstjes bekijkt, word je ook weer met de neus op al die boeken gedrukt die je nog niet hebt gelezen, maar ik ben gestopt mij daar druk over te maken. Je kunt in een mensenleven onmogelijk alles lezen. Als een van mijn vrienden weer eens op zo'n toontje van 'hoe is het moooogelijk' vraagt 'heb je dat niet geleeeeezen?' dan haal ik mijn schouders op en denk 'lul, ik kan zo tien boeken noemen die ik wel en jij niet hebt gelezen.'

Zaterdag zijn er weer twee boeken aan het Nederlandse erfgoed toegevoegd. Poldergeest, gedichten van André van der Veeke en Verdwaalde oeverloper, verhalen van Johan Everaers. André had mij gevraagd een inleiding te houden over zijn bundel en mijn favoriete gedicht er uit voor te dragen. Het was moeilijk een gedicht te kiezen uit zoveel indringende verzen, maar uiteindelijk werd het Oneindig, dat eindigt met geen idee wie ik later worden zal/nu ik hier aan het water sta. Het is een bijna cyclisch gedicht waarin een volwassene over een rivier staart op de plaats waar hij dat als zeventienjarige ook deed. Hij weet wat hij later is geworden, hij is ook die zeventienjarige gebleven die nog geen idee heeft. Het spreekt mij bijzonder aan, vooral omdat ik er ook van houd aan de rivier te staan, op de plekken waar ik als kind met mijn grootvader al stond, en herinneringen door mijn kop te laten spelen. Op het Groothoofd, bijvoorbeeld, waar wij samen zo vaak waren en waar ik, jaren voor ik je kende, op zondagmiddagen zat met Thijs, Peter en Lupius. Op winterse middagen zei Peter dan, terwijl wij door de beregende ruiten van café Groothoofd naar buiten keken, 'een heer heeft recht op een uurtje triest staren over de rivier.' Alsof hij voorvoelde dat hij veel te jong zou overlijden.

De boekpresentatie van Johan en André vond om twee uur plaats in de Zeeuwse bibliotheek in Middelburg. Vooraf moest ik van tien tot twaalf verhalen uit Op koers voorlezen in de remonstrantse kerk in Dordt, vanwege de Open Monumentendag. Om twaalf uur haalde Henk Verweerd mij op. We dachten ruim de tijd te hebben, maar bij Goes stuitten we op een lange file. Wegwerkzaamheden en een kettingbotsing. Henk was zo slim de eerste de beste afslag te nemen en binnendoor te rijden. Zodoende haalden we het op de nipper. Het was goed om weer eens onder de Zeeuwse vrienden te zijn, waarvan jij er heel wat hebt ontmoet. Ik herinner mij nog jouw optreden in Nieuw en St. Joosland, twee jaar voor je overlijden. Dat maakte diepe indruk. Je maakte toen kennis met Job Degenaar, die als Dordtenaar, eigenlijk Dubbeldammer, in de diaspora kwam optreden. Job Degenaar, André v.d. Veeke en Chrétien Breukers zijn dichters waarmee ik mij verwant voel. Ik zou graag nog eens een literaire bijeenkomst organiseren waarin wij gevieren optreden. Ze zitten niet toevallig alle drie in 'mijn' Bordeauxreeks. Bijna dan, want de bundel van Chrétien voor de reeks komt binnenkort uit. Vorige week was hij in Dordrecht om die uitgave met Henk en mij te bespreken. Daarna zijn we bij de Griek gaan eten en hebben we herinneringen opgehaald aan die mooie avond in café Van Wegen, toen Chrétiens bloemlezing 25 jaar Nederlandstalige poëzie 1980-2005 werd gepresenteerd. Daarin staan ook een paar gedichten van mij. Jammer dat jij toen nog geen bundel had gepubliceerd. Wie weet hadden wij er dan samen in gestaan. Ondertussen zijn nogal wat van je gedichten in bloemlezingen terechtgekomen en in poëziekalenders. 

Ik was van plan de trein terug te nemen en met de mannen van Ballustrada en hun vrouwen uit eten te gaan, maar ik hoorde van Rien Vroegindeweij, die voor mij optrad, dat er bussen reden tussen Dordrecht en Lage Zwaluwe, omdat er weer werd gewerkt aan het spoor. Toen toch maar met Henk teruggereden, want om na een maaltijd en aanklevende borrel nog een deel van de reis in een bus te zitten, leek me een kleine verschrikking.

Het Teekengenootschap Pictura bestaat 240 jaar. Aanleiding voor feest. Zaterdag werd een tentoonstelling geopend, waarin leden van Pictura zich hebben laten inspireren door werk van tien Picturianen uit het begin van de negentiende eeuw. Die opening heb ik gemist vanwege Middelburg. Ik ben een dag later gegaan, wat het voordeel had dat het niet afgeladen vol was en ik alles op mijn gemak kon bekijken. Ik heb mij er geamuseerd. Ton van Dalen had een soort kruising tussen een scheepsschoorsteen en een holle boomstam gemaakt, waarin je de zee en de wind kon beluisteren uit het schilderij Zeegezicht met zeilende schepen van J.C. Schotel. Je kent dat wel uit het Dordrechts Museum, waar wij zo vaak en ook zo graag kwamen. Toen je ziek werd was de verbouwing van het museum pas begonnen, je hebt het mooie resultaat niet meer kunnen zien, maar ik dwaal af. 

Edith Bons had gereageerd op Binnenhuis met vrouw en kind van Abraham van Strij, maar er een schilderij in Javaanse stijl van gemaakt. Bijzonder en vindingrijk. Er hing een werk van Johannes Rosierse dat ik niet kende, Kermis bij avond. Jan Barel schilderde als antwoord daarop Joy Division, een titel die ik niet helemaal snap, maar het ademt eenzelfde soort sfeer, alleen waan je je meer bij een popconcert dan op een kermis. Als het huis al niet zowat vol hing met schilderijen, terwijl er binnen afzienbare tijd nog een paar uit Griekenland komen, samen met je keramiek, dat ook een plaats moet krijgen, zou ik het wel willen kopen. Er hing ook wat minder inspirerend werk, zoals de reactie van Membrandt op Gezicht op een steengroeve te Bellevillé van Abraham Teerlink: een steen aan een touwtje, samengebonden met een dominosteen (de dubbel zes), onder de titel A rolling stone doesn't gather no moss. Tja, dan denk ik: valt in de categorie 'wel aardig,' weinig voorstellend dus, maar misschien mis ik wel een briljante gedachte van de schepper. Het kromme Engels van de titel is hopelijk zo bedoeld, al zou ik niet weten wat er achter schuilt, zoals ook de summiere uitleg in het (overigens zeer fraai uitgevoerde) Picturablad mij ontgaat. Ik ben natuurlijk maar een beperkte, zij het dichterlijke, geest en een negen voor het tentamen kunstgeschiedenis is geen enkele garantie dat je iedere kunstenaar zomaar kunt doorgronden.

Nadat de tentoonstelling een beetje was bezonken, was het tijd mij naar de Krommedijk te reppen voor de wedstrijd FC Dordrecht - NAC. Daar heersten andere sferen dan in het verstilde Picturabolwerk op de Voorstraat. Ik was overtuigd van een Dordtse overwinning, maar na afloop moest ik bij RTV-Dordt constateren dat als er één wedstrijd was die Dordrecht onterecht heeft verloren, het deze was. Enthousiasme, inzet en beter spel worden in het voetbal niet altijd met winst beloond. Dat was zuur voor de selectie, maar het seizoen is nog jong en ik heb wel vertrouwen in de ploeg. Dordrecht zal geen kampioen worden en ik geloof ook niet dat de kans groot is dat het volgend seizoen in Europa tegen jouw achterneefje Dimitris Salpingidis moet spelen, maar een aardig plekje in de Eredivisie zit er wel in. Zo niet dan is dit mijn eerste en laatste seizoen als 'voetbalanalist' bij de lokale omroep.

In gedachten, altijd,

Kees


Foto: auteur


woensdag, augustus 20, 2014

Brieven aan Stella (6)




Lieve Stella,

Het zal een jaar of tien geleden zijn dat we op een warme zomeravond aten op een van de terrassen op het Navarinoplein. We waren wat vroeg voor Griekse begrippen en de ondergaande zon wierp een mooi licht op het archeologisch terrein met de resten van het paleis van caesar Galerius en de omliggende gebouwen. 'Wat houd ik toch van de stad, vooral als ik op deze plek zit,' zei je. Ik moest daar aan denken toen ik gisteravond op het balkonnetje van Loxias zat, vanwaar je van de andere kant een mooi uitzicht op de paleisresten hebt. Het was zo'n zelfde avond als toen. Vanuit de zaak klonken liederen van Manos Hatzidakis. Dezelfde liederen als op het cassettebandje dat jij me leende in Minneapolis, voor in mijn walkman. 'Houd maar,' zei je, toen we later afscheid namen in New York. Jij vloog terug naar Griekenland, ik naar Dordrecht. In de herfstvakantie zou ik je opzoeken in Thessaloniki. Dat was de eerste keer dat ik in Griekenland kwam. Het cassettebandje heb ik nog. Ik speel het regelmatig af sinds mijn cd-speler het niet meer doet. Hij moet worden schoongemaakt, maar ik zie al twee jaar op tegen het ontmantelen van alle snoeren en stekkers als ik hem uit de stereotoren in het wandmeubel moet halen. Ik heb zo'n draagbaar ding, radio, cassette- en cd-speler ineen, die ik af en toe van mijn werkkamer haal en beneden gebruik. Zo'n zelfde als hier in het Schrijfhuis. Ik heb daar ook nog je Dual platenspeler, die al hoog bejaard was toen ik je voor het eerst bezocht. Hij doet het nog, ik speel er je l.p.'s weleens mee af, tot bij sommige muziek de emoties me even te veel worden.

Muziek. Er is iemand in Dordrecht die gelooft dat ik niet om muziek geef, omdat het mij nu eenmaal niet lukt allerlei namen van artiesten te onthouden. Dat is natuurlijk grote onzin, maar het is hem niet uit het hoofd te praten. Van Griekse muziek weet ik veel meer dan hij, hij komt niet verder dan Maria Farandouri, maar ik ga in het café niet met hem zitten wedijveren wie van wat het meest weet. Gisteren bij Loxias heb ik weer volop genoten van Hatzidakis en van klassieke rebetika. In mei was het alleen maar salsa wat er werd gedraaid. Daar is niets mis mee, maar het is muziek die niet bij Loxias past. Overigens blijf ik bij mijn al vaak uitgesproken mening dat een goed café eigenlijk geen muziek nodig heeft en zeker geen luide muziek, die je het spreken belemmert. In de Griekse horeca heerst jammer genoeg nogal eens de opvatting dat muziek moet en dat die heel hard moet. De reden dat ik niet vaak in het prachtig gedecoreerde Ellinikon kom en bij Prinkipos wel op het terras zit, maar zelden binnen, ondanks de sfeervolle Jugendstilinrichting. Nu ik er aan denk. Henk van Zuiden heeft een bloemlezing gemaakt met gedichten over muziek, onder de titel Boem! Paukenslag, waarin hij jouw gedicht Muziek is overal, uit je bundel Eindeloze nachten heeft opgenomen. Henk Verweerd van Liverse denkt er over om jouw bundel opnieuw uit te geven, maar dan tweetalig, met ook de Griekse gedichten. Een aardig idee, maar ik moet er toch nog even over denken, want de Griekse en Nederlandse gedichten zijn geen vertalingen van elkaar. Je schreef je gedichten óf eerst in het Grieks en herdichtte ze daarna in het Nederlands, of andersom. De laatste jaren van je leven vooral andersom. Ik ben bang dat onder de weinige mensen in Nederland die Nieuwgrieks kennen iemand is die dat niet weet of begrijpt en gaat roepen dat je een slordige vertaalster bent, of iets van dien aard, en aangezien ik weet hoe nauwkeurig en goed je vertaalde, wil ik dat vermijden.

Een paar dagen geleden heb ik Vaso weer wat sieraden van je laten uitkiezen. Wat ik nu nog heb liggen, geef ik in oktober aan Marina. Ze is vorige maand dertien geworden. Ik kan me herinneren hoe blij jij was met haar geboorte. 'Ik ga haar net zo goed Engels leren als Vaso,' zei je. Ik was in Nederland tijdens haar verjaardag, maar in mei heb ik haar al haar cadeau gegeven. Meestal geef ik boeken, maar toen is het geld geworden, want welk Grieks boek moet ik geven aan een pubermeisje uit de brugklas van de middelbare school? Daar heb ik net even geen idee van. Ik zie haar overigens maar weinig, zodat ze mij eigenlijk nauwelijks kent. Een oude, buitenlandse man, die Grieks spreekt met een vreemd accent, boeken schrijft en, bij de enkele keer dat zij hem ontmoet, meestal iets cadeau geeft. De weduwnaar van een tante die al overleed toen ze net zes was. Ze wordt wel erg mooi. Met haar grote, donkere, Byzantijnse ogen doet ze mij denken aan de Fayoumportretten die we jaren geleden zagen op een tentoonstelling in het Byzantijns museum.

Het wordt een spannende avond: FC Dordrecht speelt zijn eerste wedstrijd, na negentien jaar, in de Eredivisie. Uit tegen Heerenveen. Ik heb drie jaar geleden, na vele jaren, weer eens een seizoenkaart gekocht en daar eigenlijk geen ogenblik spijt van gehad. Ik ben behoorlijk betrokken geraakt bij de club. Niet alleen vanwege het aantrekkelijke voetbal, ook vanwege de goede sfeer. Onder de vaste supporters zijn veel vrienden, oud-leerlingen en oud-collega's. Een van de spelers is nog een oud-leerling van mij, met de zus van technisch directeur Marco Boogers heb ik jaren als collega samengewerkt en zij is mij opgevolgd als sectievoorzitster geschiedenis. Zij heeft mij samen met Bettina Grissen heel veel werk uit handen genomen tijdens jouw ziekte en mij daarna enorm gesteund, iets wat ik niet zal vergeten. Samen met goede vriend en journalist Emile van der Velden schrijf ik voor het programmaboekje bij de thuiswedstrijden en soms word ik gevraagd iets bij te dragen aan het FC Dordrecht Magazine, wat ik natuurlijk met genoegen doe. Bij DFC en FC Dordrecht ben ik zo min of meer de opvolger van Kees Buddingh' geworden. Ik word vanavond door Elisa van FC Dordrecht per sms op de hoogte gehouden, want ik heb nog steeds geen iPhone of smartphone, waarmee ik op Facebook kan. Naar het zich laat aanzien ga ik die ook niet kopen, ik zit al genoeg naar beeldschermen te staren en heb geen enkele behoefte de hele godganselijke dag met een telefoontje in de weer te zijn. Mijn heimelijke wens is dat jouw achterneefje Dimitris Salpingidis nog eens een seizoen bij ons komt spelen, maar dat zal wel nooit gebeuren. Erg rijk is FC Dordrecht niet. Hij speelde trouwens een glansrol in het Griekse team tijdens het wereldkampioenschap in Brazilië. Ach, nu herinner ik mij uiteraard die ongelooflijk spannende finale om het Europese kampioenschap in 2004, die wij in een motel bij München zagen, in het gezelschap van een aantal Griekse en enkele Portugese vrachtwagenchauffeurs. Wat een feest werd het toen Griekenland won. En hoe geweldig sportief reageerden de Portugezen, niet alleen door ons te feliciteren, maar iedereen ook nog eens flink te trakteren. Daar kan meneer Messi, die zich na de door Argentinië verloren finale tegen Duitsland een erg slechte verliezer toonde, een voorbeeld aan nemen.

Morgen is het volle maan. Zoals gebruikelijk is er een gratis concert, dit keer in de tuinen van het Volkenkundig Museum. Ik weet niet of ik er heen ga. Als ik gezelschap heb misschien wel, alleen heb ik er geen zin in. Weet je nog dat we met Tilly en Vaso eens naar zo'n concert zijn geweest, door Nena Venezanou, in de citadel, op het terrein naast de Yedi Kuleh, de oude gevangenis. Die was toen net gesloten en werd ingericht als museum. Bij wijze van uitzondering mocht het publiek na afloop het gebouw bezoeken. Lacherig gingen we met een stroom anderen 'sti filaki,' de bajes in. Een deel is nu open voor het publiek als gevangenismuseum, een deel dient als opslagplaats van de Archeologische Dienst. Waarom voor de tuinen van het Volkenkundig Museum is gekozen, weet ik niet. Ze lijken mij lang niet zoveel plaats te bieden als het terrein in de citadel, maar ze zijn wel makkelijker bereikbaar.

In gedachten, altijd,

Kees


Foto: auteur


woensdag, mei 21, 2014

Geitenkoppen




De opkomst was overweldigend bij de huldiging van FC Dordrecht, gisteravond. Een overvol Statenplein, groen water spuitende fonteinen, een podium omlijst door het groen-wit van de club. Natuurlijk ook de enkele halve zool met vuurwerk, maar die viel gelukkig in het niet. Het was dolle pret, al vond ik de meeste muziek niet om aan te horen. Wel zongen we uit volle borst het clublied mee. De spelers hosten en dansten, de burgemeester sprak toe, de juiste mensen werden in het zonnetje gezet. De bekroning van een uitgekiend beleid en van hard werken door technische staf en talentvolle selectie. Het was verdiend.

FC Dordrecht naar de eredivisie, dat leidde tot euforie, maar nu die langzamerhand wegebt, moeten we weer, geheel in lijn met het karakter van de club, met beide benen op de grond. 'Huh,' schamperde een zure stamgast bij Visser, 'gepromoveerd ja, maar volgend jaar weer in de Jupiler League.' Je hoort het vaker. Het zijn van die mensen die twintig jaar hebben stilgestaan, die denken dat er in die twee decennia niets is veranderd bij de club, die waarschijnlijk nog nooit een voet in het stadion hebben gezet. Die niet snappen dat een club die bijna de gehele competitie bovenaan heeft gestaan daardoor al klaar blijkt voor de eredivisie en die het FC Dordrecht vooral ook misgunnen, want nu komen de beruchte fans van Ajax en Feyenoord naar Dordt 'en dat gaat allemaal van onze belastingcenten.' Het zijn de types die het is ontgaan hoe behoorlijk de clubs die vorig jaar promoveerden zich in de eredivisie hebben gehandhaafd. Het is de zure Dordtenaar, de tegenkanter van de vrolijke fans van dinsdag op het Statenplein. Geen Schapenkop, maar een Geitenkop.

Met beide benen op de grond, want na twee decennia Jupiler League zijn we gewend geraakt aan de gemoedelijkheid en gezelligheid die je daar vaak treft. Ik herinner mij de uitwedstrijd tegen Achilles '29. Gewoon met zijn allen, Groesbekenaren en Schapenkoppen, langs de lijn en vooraf een pilsje in de kantine. Ja, in sommige stadions word je als een criminele bende een uitvak ingedreven en is de gezelligheid ver te zoeken, maar in het algemeen is het aardig toeven in de onderste lade van het betaalde voetbal. Er gaat wat op ons afkomen in de eredivisie, waar het voetbal niet alleen echte fans met een hart voor hun club aantrekt, maar ook agressieve idioten die ik graag naar een onbewoond Waddeneiland zou sturen. We zullen daar mee moeten leven. Het beste antwoord is, denk ik, zo goed mogelijk voetballen en het clublied blijven zingen. 'Een Dordtenaar zal altijd blijven zingen,' galmden wij mee met Jan van Est en zo is het maar net. Behalve voor de Geitenkoppen dan.

Wij maakten dinsdag grapjes over Europees voetbal over twee jaar. Dat blijft voorlopig een illusie. Ik zou al dik tevreden zijn met een plek in de middenmoot. Eerst even wennen in de eredivisie, daarna zien we wel verder. Onlangs was ik in Thessaloniki, in de buurt van het PAOK-stadion. PAOK speelde tegen Panathinaïkos. De deuren en ramen moesten dicht vanwege het traangas. Stenen, vuurwerk, straatmeubilair, van alles vloog voorbij tot en met bakken vis. Het kan dus altijd nog erger dan bij de beruchtste harde kern van Nederland. Als het zo ver zou komen, dan is het jammer. Dan gaan bij mij de voetballuiken dicht en word ik Geitenkop.

©Kees Klok

Foto: archief auteur


maandag, maart 10, 2014

Goed gesprek





Op 29 april 1830 bezocht de prins van Oranje, de latere koning Willem II, Dordrecht. De populaire 'held van Waterloo' bleek bij die gelegenheid 'zigtbaar aangedaan' door het eerbetoon van de Dordtse bevolking. Ik las het in de catalogus van de tentoonstelling Willem II. De koning en de kunst. Een stoeptegel van enkele kilo's, maar volop de moeite van het naar huis sjouwen waard. Een schat aan informatie en met prachtige kleurenreproducties. Het boeiende aan de tentoonstelling is niet alleen dat een groot deel van de ooit geveilde collectie van Willem II weer bij elkaar is gebracht, maar dat ook het leven van de vorst en vooral zijn bevlogenheid voor kunst, grondig wordt belicht. Een prachtig vormgegeven tentoonstelling ook. Ik voelde mij een beetje in een koninklijk paleis, toen ik door de zalen zwierf. Ik ben er nog lang niet uitgekeken en aangezien ik toch al kind aan huis ben bij het Dordrechts Museum, zal ik Willem II beslist nog wel een paar keer bezoeken.

Zondagmiddag was ik ook al in het museum. Toen vertelde Lieve Joris daar over haar boeken en Joost Conijn over zijn kunstprojecten. De meeste boeken van Lieve Joris ken ik, maar het was boeiend haar ook eens te horen vertellen over haar ervaringen. Over Joost Conijn las ik in de boeken van A.L. Snijders. Hij was precies zoals ik mij uit die verhalen voorstelde. Reed in een zelf gebouwde, houten en op hout gestookte auto door Oost-Europa en vloog in een zelfgebouwd vliegtuig over Afrika. Ik kreeg er plaatsvervangende hoogtevrees van, maar genoot van zijn verhalen. Vooraf een uurtje van het prachtige weer genoten in de heerlijke museumtuin. Wat een zegen dat het museum net op tijd, voor het toeslaan van de crisis, is verbouwd. Dat, en de tentoonstelling over Willem II, hebben we voor een groot deel te danken aan directeur Peter Schoon en zijn medewerkers. Het was zo'n ogenblik dat ik trots ben Dordtenaar te zijn.

Of het vrijdagavond in het FC Dordrechtstadion ook zo'n ogenblik was? We speelden tegen Volendam. Voor de rust liep het prima. Een hattrick van Gladon, 3-0 en wij in de rust vol zelfvertrouwen aan het bier. Kat in 't bakkie, de drie palingpunten waren binnen, Willem II stond mooi weer onder ons. Dat dachten we. In de tweede helft werd niet alleen de voorsprong uit handen gegeven, Gladon miste in de eindfase ook nog eens een strafschop. 3-3. FC Dordrecht op de tweede plaats, een puntje achter Willem II. Jammer, maar geen reden om de spelers uit te schelden, zoals enkele supporters meenden te moeten doen. Het is tenslotte een slordige twintig jaar geleden dat we op de tweede plek stonden, geloof ik, en na maanden op kop kan het seizoen wat mij betreft niet meer stuk. Een beetje trots dus nog wel en de kansen zijn beslist nog niet verspeeld. De selectie droop af richting kleedkamer. Met gebogen hoofden, want daar wachtte ongetwijfeld technisch directeur Marco Boogers voor een goed gesprek.

©Kees Klok


Foto: auteur


vrijdag, maart 07, 2014

Klok weegt, Klok wikt, Klok beschikt




Over twee weken hebben we gemeenteraadsverkiezingen. De campagne is in volle gang. Onlangs verscheen de volledige brigade van Beter Voor Dordt in het stadion van FC Dordrecht, om de wedstrijd luister bij te zetten. Misschien hebben ze ook wel, evenals de fans, luid 'Republiek Dordrecht' gescandeerd, maar dat weet ik niet, want ik bevond mij op een andere tribune, op de Dyke Side, waar wij doorgaans de doelpunten in de goal van de tegenpartij kijken, alleen toen even niet. Het werd 1-1 nadat FC Dordrecht 17 goede kansen op de nipper had gemist en nadat de scheidsrechter een doelpunt van Korte terecht had afgekeurd, maar dat zeggen wij natuurlijk niet. Dan roepen wij 'voetbalbond maffia!' Of dat waar is kan iemand misschien eens bij de heer Blatter navragen, of bij de sultan van Quatar, maar dit terzijde. Ik moet zeggen dat ik ook op andere tijden weleens raadsleden of een wethouder bij een wedstrijd zie, wat enige hoop geeft dat het nieuwe stadion er ook daadwerkelijk komt. Als FC Dordrecht promoveert moeten de cellenblokken voor de Feyenoord en Ajax aanhang uiteraard piekfijn in orde zijn.

Ik ga stemmen, zeker. Ik heb bij mijn weten nog nooit een verkiezing overgeslagen. Ook geen raadsverkiezing. Die is belangrijker dan men denkt, al herbergt de Dordtse gemeenteraad naast verstandige en nadenkende leden ook een aantal zotten en domoren. Dat brengt de democratie nu eenmaal met zich mee. De gladste prater krijgt vaak het tij mee, maar kwebbelaanleg is nog geen garantie dat je een goede schipper bent. De beroerdste redenaar, nog kaal ook en scheel, met een te fors embonpoint en gekleed als in de vorige eeuw, kan de beste ideeën hebben, maar krijgt vaak de handen niet op elkaar. Wie de inhoud van zijn darmen goed kent en die keer op keer recht vanuit de onderbuik aan het volk presenteert geniet niet zelden veel populariteit. Wij kiezers maken er maar een potje van. Wij burgers ook, omdat wij in grote getale te beroerd zijn tijd, geld en energie in het lidmaatschap van een politieke partij te steken, zodat er vaak droesem naar boven drijft in plaats van koffie. Ik ook, ik geef het toe. Ik heb het ooit weleens bij enkele partijen geprobeerd, maar ik ben eigenlijk alleen maar geschikt voor mijn eigen partij, de Partij Klok Vooruit.

Ik ben hard aan het nadenken wie dit keer mijn stem krijgt. Er staan nogal wat bekenden op de verschillende lijsten, vrienden en vriendinnen zelfs. De locoburgemeester en ik hebben jarenlang bij elkaar in de klas gezeten. Er staan oud-leerlingen op en een dame waarmee ik in een ver verleden het bed heb gedeeld. Geen van die mensen behoort tot de categorie zotten en domoren. Ik zeg het maar even, want ik houd niet van ruzie in de tent. Ook een reden om mij niet actief met politiek te bemoeien. Ik heb overal een mening over, maar ik ben geen liefhebber van het debat, behalve als het met de pen wordt gevoerd. Dat elkaar vliegen afvangen en de slimste proberen te zijn ligt me niet zo. Ik lees mijn ogen vierkant op websites en in de plaatselijke pers. Klok weegt, Klok wikt en Klok beschikt. Op 19 maart, niet eerder. Soms denk ik: 'Woonde ik maar in Zwijndrecht, dan wist ik het wel.' Daar heb je het Perengenootschap. De naam doet je in eerste instantie de wenkbrauwen fronsen, maar je moet weten dat lijsttrekker Wim van Pelt zich inzet voor behoud van het Perenlaantje (weliswaar in Hendrik-Ido-Ambacht, maar zo mooi dat het van gemeentegrensoverstijgendbelang is). Een sympathieke partij, maar ja, ik zit aan de andere kant van de Oude Maas. Je kunt wel wethouder worden in een andere gemeente. Jammer Wim, maar dan kom ik helemaal niet meer toe aan gedichten schrijven.

©Kees Klok

Foto: auteur (zelfheid)


donderdag, februari 27, 2014

Een avondje buis



   Stella (1946-2007) in het Schrijfhuis in Griekenland, juli 2007

Televisie is niet mijn medium. Ik ben meer van de radio, maar vanavond heb ik naar de buis gekeken. Ik begon met het journaal. Daarna zag ik Tussen kunst en kitsch. Een meneer die zich van niets bewust was bleek een oosters beeld van twintigduizend euro te bezitten. Vervolgens loste inspector Barnaby een drievoudige moord op. Waarna Pauw & Witteman. Doorgaans vind ik dat een leuterprogramma waarbij ik moeilijk wakker blijf. Ik luister graag naar Met het oog op morgen, maar nu bleef ik kijken. Ingeborg Beugel was te gast. Zij maakte een documentaire over vrouwen in de overgang, maar ik ken haar vooral als journaliste die onvermoeibaar strijdt tegen het malle beeld dat sommige media schetsen van het veelgeplaagde Griekenland. In die zin zijn we bondgenoten. Ik kreeg er Youp van 't Hek bij cadeau. Smalend luisterde hij naar het verhaal van Ingeborg. Ik zou er misschien ingevlogen zijn en geërgerd hebben gereageerd. Ik ga maandag naar haar documentaire kijken.

Tijdens het gesprek met Van 't Hek werd een fragment uit een wedstrijd Ajax-Feyenoord getoond. Feyenoordsupporters die een spreekkoor aanhieven: 'kanker Van Gaal, kanker Van Gaal' enz. enz. Dat was kort na het overlijden van mevrouw Van Gaal aan kanker. Ik was dat ellendige incident vergeten. Youp had er een column over geschreven en werd daarna door Feyenoordsupporters bedreigd. 'Dat soort uitschot krijgen we volgend jaar ook in ons stadion,' ging het door mij heen en ineens wist ik niet meer of ik wel zo graag wil dat FC Dordrecht promoveert. Ik ken Van Gaal niet, vond het een beetje een rare snuiter in de tijd dat hij in een of ander dom reclamespotje optrad, maar ik heb ook mijn vrouw, mijn grote liefde, verloren aan kanker. Ik begrijp hoe Van Gaal zich op dat ogenblik moet hebben gevoeld. 

Na Pauw & Witteman schakel ik even over naar de BBC. Daar legt een mevrouw uit dat het heel erg is als een of andere gevlekte kikkersoort uitsterft. 'Voorzitter Mao liet alle spreeuwen in China uitroeien, omdat ze de oogst beschadigden. Het resultaat was een enorme insectenplaag,' geeft ze als toelichting. Ik vind dat de mevrouw volkomen gelijk heeft, maar het is te laat voor zwaarmoedige debatten.

Ik loop naar boven om te kijken of er e-mail is en zet nog even de radio aan. Daar wordt Klaas ten Holt geïnterviewd. Hij heeft een boek geschreven, De complete weduwnaar, over de periode waarin zijn vrouw Bibian kanker kreeg en uiteindelijk stierf. Weduwnaar na een huwelijk van zeventien jaar. Drie jonge kinderen. Mensen die veel samen deden. Optreden met hun band, liederen schrijven, Spaans leren, gelukkig zijn. Ik denk aan Stella en de dingen die wij samen deden. Ik denk ook aan de worsteling die ik had om Reisgriep te schrijven, waarin haar ziekte en overlijden aan de orde komen. Ik zou Stella willen vragen of er een samenhang tussen de dingen is, of dat alles op toeval berust.

©Kees Klok

Foto: auteur


donderdag, december 19, 2013

Aanhangers en hooligans





'Aanhangers' van MVV uit Maastricht hebben hun eigen trainer en spelers belaagd nadat de club werd uitgeschakeld in het KNVB-bekerduel met topklasser JVC. Het woord aanhanger is hier misplaatst. Met zulke 'aanhangers' ben je als club uit de brand. Het is het soort primitievelingen dat vroeger naar de koloniën werd gestuurd om de plaatselijke bevolking te beschaven. Geen wonder dat die bevolking, indertijd inlanders genaamd, zich uiteindelijk goedschiks of kwaadschiks onder het koloniale juk uit worstelde.

Ik ga graag naar een voetbalwedstrijd. Bij voorkeur bij DFC of bij FC Dordrecht. Gezellig met vrienden langs de lijn, of op mistige winteravonden vernikkelen op de noordtribune. Tot we na het eindsignaal kunnen ontdooien in het supportershome. Voetbal trekt niet alleen liefhebbers van het spel, maar ook halvegaren die geestelijk nog in de tijd van de Kaninefaten leven. Ze voelen zich lid van een stam. Een stam waarvan de eer verdedigd moet worden. Desnoods met geweld. Wie tot een andere stam behoort is een vijand. Als de eer van de stam geschonden is mep je er op los. Het is een gedrag dat je ook ziet onder chimpansees. Je hebt aanhangers en je hebt hooligans, ofwel chimpansees.

Waarom chimpansees juist het voetbal uitkiezen om hun primitieve driften uit te leven, zou een massapsycholoog mij eens moeten uitleggen. Waarom niet naar het tafeltennis, het beach volleybal of het hockey? De grote vraag waar de clubs mee worstelen, is hoe chimpansees buiten de deur te houden. Toen we nog koloniën hadden, was het eenvoudig. Ze mochten in het oerwoud achter de inlanders aan. Die tijd is voorbij. Iedere criminoloog kan je vertellen dat het gevang geen oplossing biedt. Daar wordt het staminstinct alleen maar sterker van. Een beschavingsoffensief is een wel erg groot woord, maar een beetje opvoeding zou misschien nuttig zijn. Te beginnen met een terreinverbod en een flinke werkstraf voor die opgefokte, scheldende vaders bij de F'jes langs de lijn. Een voetbalvereniging hoort een sportclub te zijn, geen fokkerij van chimpansees.

©Kees Klok


vrijdag, september 27, 2013

Dromen: Feyenoord - FC Dordrecht





Ik heb weleens rare dromen. Laatst nog. Ik droomde dat ik in mijn FC Dordrecht-pak, een tijdje geleden gekocht op een veiling tijdens een supportersavond, langs het stadion van PAOK-Thessaloniki liep. Ineens stond Louis van Gaal aan de overkant van de straat kwaad tegen mij te schreeuwen. Hij zag mij kennelijk aan voor Johan Derksen. Ik schrok er in paniek wakker van. 

Vanavond had ik een andere droom. In de Kuip, bij de bekerwedstrijd Feyenoord-FC Dordrecht. Ik droomde dat Dordt Feyenoord zou uitschakelen. Een droom die eigenlijk niet eens zo idioot was. De koploper uit de Jupiter League, tegen het nog matig presterende Feyenoord. Ook uit deze droom schrok ik wakker, toen Graziano Pelle in de 35e minuut de score opende. 1-0. Ik was meteen klaarwakker. Toen de rust aanbrak dacht ik, ach, we hebben nog een hele helft en Dordt heeft wel voor hetere vuren gestaan. Het bleek ijdele hoop.

Dordrecht zat bij tijd en wijle lekker in de wedstrijd, vooral in de tweede helft. Het had daarom meer verdiend dan de 3-0 waarmee we terug moesten naar ons eiland. Hoewel Feyenoord aanvankelijk het initiatief nam, wat resulteerde in twee kansen in de eerste drie minuten, wist Dordrecht al snel weer het aantrekkelijke, aanvallende spel op de mat te zetten dat we vanaf het begin van de competitie zijn gewend. Het leidde tot een aantal kansen die niet volledig werden benut. Feyenoord bleef voortdurend gevaarlijk, maar doelman Warner Hahn, die weer een glansrol speelde, wist voorlopig erger te voorkomen.

Na de rust begon Dordrecht sterk, daarbij onvermoeibaar aangevuurd door het Dordtse legioen, dat zich luid en duidelijk liet horen. Petje af voor deze Gideonsbende. Een tijdje leek het alsof Dordrecht de wedstrijd ging bepalen, maar een paar langeafstandsschoten misten doel en enkele goede kansen werden te slordig afgewerkt. Steeds weer kwam Feyenoord, de overwinning ruikend, gevaarlijk terug. Een spectaculaire redding door Hahn frustreerde Pelle zodanig dat hij de doelpaal maar een flinke trap gaf. Hoewel Dordrecht fel en geïnspireerd bleef voetballen, keerde het lot zich tegen de zwoegende Schapenkoppen. In de 63e minuut maakte Schaken 2-0, in de 90e, het 'Dordts minuutje' deelde Armenteros de genadeklap uit.

Trainer Harry v.d. Ham toonde zich na afloop niet ontevreden. FC Dordrecht heeft naar vermogen  gestreden, maar had te weinig balbezit. Zonder Warner Hahn had het trouwens veel erger dan 3-0 kunnen zijn. De ploeg kon met opgeheven hoofd het stadion verlaten. De fans dachten er ook zo over. Terwijl na het eindsignaal de Kuip in snel tempo leegliep, bleef het Dordtse legioen in het uitvak doorjuichen. Er kan gebeuren wat er gebeurt, maar 'een Dordtenaar blijft altijd zingen,' ook als het even tegenzit.


Foto: auteur

maandag, september 09, 2013

De journaliste en de schoolmeester



Ik zit op het terras van café De Zwart in Amsterdam met een oud-klasgenote van de middelbare school. We hebben elkaar in geen vijfendertig jaar gezien, al heb ik haar altijd gevolgd. Na een start bij de regionale pers heeft zij carrière gemaakt bij een landelijk dagblad, waaraan ze nog steeds verbonden is. Buitenlandredactie, een aantal jaren correspondent in Washington en momenteel actief als onderzoeksjournaliste. Een iets andere carrière dan de mijne, die zich tot voor enkele jaren voornamelijk afspeelde binnen de muren van het middelbaar onderwijs, met wat uitstapjes op losse basis naar de universiteit en een schaduwbestaan als dichter en schrijver.

Toch voel ik mij een beetje collega, sort of, zouden de Engelsen zeggen. Een beetje en nog maar heel even, want mijn dagen in de media, behalve dat ik af en toe weleens gebeld wordt door de radio om als 'Griekenlandkenner' mijn visie op iets te geven, zijn alweer geteld. Nog vijf dagen om precies te zijn. Onze collegialiteit verhoudt zich als die van een trainer van een eredivisieclub tot een coach van een elftal in de derde klasse zaterdagamateurs.

De redactrice van de internetsite van een van de lokale media is met vakantie en ik neem gedeeltelijk haar werk over. Iets andere koek dan onderzoeksjournaliste bij een toonaangevend landelijk dagblad, maar pers is pers, zoals voetbal voetbal is. Werelden van verschil tussen in essentie hetzelfde. Mijn werk bestaat uit af en toe iets plaatsen over de Dordtse actualiteit of iets beschouwelijkers over de stad, uit het redigeren van bijdragen van bloggers en het in de gaten houden van reaguurders.

Dat redigeren van bloggers heeft nogal wat raakvlakken met mijn vroegere werk in het onderwijs, vooral met de tijd dat ik behalve mijn eigen vak, geschiedenis, ook Nederlands gaf. Het gaat vaak over de deetjes en de teetjes, over slecht lopende zinnen, door elkaar gehaalde tijden, stijlfouten en papegaaien-Nederlands. Drie soorten bloggers vallen mij op: auteurs die kunnen schrijven en ook iets te zeggen hebben, schrijvers die minder talent voor de pen, maar toch wat te melden hebben en mensen die van ieder talent zijn gespeend, weinig dingen van belang brengen en vaak gebukt gaan onder een sterke geldingsdrang.

Het redigeren van de eerste groep is een genoegen en een eitje. Soms zit er een typefoutje in van de soort die we allemaal maken. Wie haalt niet het woordbeeld van gebeurt of gebeurd weleens door elkaar? De tweede categorie levert meer werk op, maar vanwege de boodschap doe je dat met plezier, al zou je iemand weleens naar een taalcursusje willen sturen. Dan kom je minder 'het concert welke plaatsvond' tegen of 'hij heeft aangegeven dat', wat, zoals iedere minkukel weet, gewoon 'hij zei' betekent.

In de laatste groep zitten de wandelende rampen. Hun geklets, het woord gezeik is hier soms beter op zijn plaats, bevordert het niveau en de leesbaarheid van zo'n site niet, in tegendeel. Het zijn spelers die nauwelijks een bal kunnen raken, maar zich inbeelden Van Persie te zijn. Daar heb je het als trainer in de derde klasse moeilijk mee, zeker als invaltrainer. Als ik met zo'n blogger te doen heb, komt de schoolmeester in mij weer helemaal boven: 'Overdoen, de hoek in, nablijven en tenslotte van school. Ga maar voor jezelf beginnen, zelfingenomen eikel!'

We nemen afscheid. Mijn gespreksgenote gaat voor de krant naar een bijeenkomst, ik moet terug naar mijn eiland om nog een blogje of wat te fatsoeneren. Als mijn trein station Dordrecht binnenrijdt giet het van de regen. Een teken dat niet alleen mijn mediabestaan, maar ook de zomer ten einde loopt.

©Kees Klok


zondag, augustus 11, 2013

Mookerheide


Aan de rand van Groesbeek wachten twee motoragenten ons op om de supportersbus van FC Dordrecht naar het stadion van Achilles '29 te begeleiden. Het is bewolkt, maar droog. De sfeer in de halfvolle bus doet me denken aan mijn tijd in het onderwijs: een schoolreisje, maar met andere muziek en bier voorhanden. FC Dordrecht blijkt wel zes of zeven verschillende clubliederen te hebben. Ze komen allemaal voorbij. Er wordt gezongen: 'Wij zijn de jongens van Den Braven, wij blijven altijd draven.' Een regel die verwijst naar een tijd dat de helft van het bescheiden legioen nog moest worden geboren.

Doorgaans kom ik alleen bij thuiswedstrijden, maar omdat er aardig weer wordt verwacht en de rit naar Groesbeek niet al te lang is, heb ik mij laten overhalen. Toen we een richtingbord Mookerheide zagen, moest ik denken aan de veldslag uit 1574, toen Spaanse troepen er het huurlingenleger van Lodewijk en Hendrik van Nassau verpletterden. Beide broers van Willem van Oranje kwamen daarbij om het leven. Een voorbode voor het wedstrijdverloop misschien?

De agenten leiden de bus naar een apart deel van de parkeerplaats, achter een rood lint. Bij het uitstappen krijgen we van de meereizende stewards, twee dames en twee heren, ons toegangsbewijs. Bij de ingang van wat een eenvoudig sportcomplex blijkt te zijn, zie ik nauwelijks politie. Twee bescheiden tribunes en verder staanplaatsen langs de lijn, waarboven af en toe de zon tussen de wolken door piept. Bij de kaartcontrole worden we begroet als oude bekenden. We splitsen ons. Een deel slentert alvast naar het veld. Ik loop met een groepje, waaronder enkele oud-leerlingen, naar de kantine, die goed gevuld is met de aanhang van de tegenpartij. Daartussen hier en daar een FC Dordrechtshirt of -sjaal. Geen onvertogen woord, geen vijandig gebral, geen spoor van het bonobonogedrag dat je ziet bij supporters die het Kaninefatenstadium nog niet te boven zijn. We drinken gezellig een pilsje tussen de Groesbekers. Even waan ik mij bij een thuiswedstrijd van DFC.

FC Dordrecht begint aan de tweede wedstrijd van de competitie. De eerste, tegen MVV, werd glansrijk gewonnen. Gevaar dus: het idee dat dit klusje ook wel even geklaard zal worden. Achilles '29 geeft direct vol gas, zoals Dordt deed tegen de Limburgers. De Dordtenaren hebben het er even moeilijk mee, maar herstellen zich snel. Het wordt 0-1. Onmiddellijk slaan de Groesbekers terug: 1-1. Het blijft gemoedelijk langs de lijn, al geeft de wijze waarop scheidsrechter Vink de wedstrijd leidt, zonder overigens een kaart te trekken, af en toe gemopper. 'Meneer Vink!,' roept iemand van de Dordt-aanhang bestraffend. Een creative geest komt tot: 'Blinde vink!' Af en toe klinkt de strijdkreet 'republiek Dorderecht!' De stewards eten ontspannen een patatje. FC Dordrecht maakt voor de rust 1-2 en weet de rest van de wedstrijd Achilles van zich af te houden met aantrekkelijk, aanvallend spel. Riskant, er gaat nogal eens een duel verloren, maar het wordt beloond met een eindstand van 1-4.

De motoragenten brengen ons weer netjes naar de A15 en wuiven vriendelijk ten afscheid. Eenmaal op de snelweg gaat het bier rond. Tevreden gezichten, vanwege de winst, maar ook vanwege de prettige sfeer rond de wedstrijd. 'Geweldig, eindelijk eens niet ontvangen als een troep criminelen,' zegt een doorgewinterde supporter. 'Gefeliciteerd met de overwinning,' twittert iemand van Achilles '29. 'Bedankt voor de gastvrijheid,' twittert een FC Dordt-aanhanger terug. Wij laten de Mookerheide achter ons.

©Kees Klok