zaterdag, februari 22, 2025

Pijplijn




Wanneer de presentatie plaatsvindt weet ik nog niet, want ik ben pas toe aan het corrigeren van de eerste drukproef, maar mijn volgende boek zit er aan te komen. Het is het derde - en laatste - boek met brieven aan Stella. Natuurlijk is het wat merkwaardig dat iemand, zeventien jaar na haar overlijden, nog iemand brieven aan haar schrijft. Dat is in de eerste plaats een literaire onderneming, die min of meer in het verlengde ligt van het bijhouden van een dagboek, iets waarmee ik mij ook al vele jaren bezighoud, zoals de lezers van mijn literaire dagboeken weten. Ook aan een nieuw deel literair dagboek wordt gewerkt. Hopelijk verschijnt dat in 2026.


In de tweede plaats is het een vorm van contact houden met Stella, die ik nog steeds als mijn partner beschouw, ook al denkt de burgerlijke stand daar anders over. Die ziet een weduwnaar als een alleenstaande. Feitelijk is dat natuurlijk ook zo, maar ik zie dat net even anders.


Er zit wat boeken betreft nog meer in de zogenaamde pijplijn. De avonturen van Warnaar, bijvoorbeeld, en ook op geschiedenisgebied is een en ander in beweging. Met collega Guus ben ik bezig met een onderzoek naar het patriciaat in Dordrecht in de 18e en 19e eeuw. Een meerjarig onderzoek, verwachten we. Voorlopig zijn we nog bezig aan het literatuuronderzoek, daarna volgt het archiefonderzoek, in het Hof in Dordrecht, met uitzicht op een van de mooiste, historische plekken van Nederland.


donderdag, februari 06, 2025

Kunstwerk jubileert





Het kunstwerk Ars celare artem van Ton van Dalen werd dertig jaar geleden geplaatst op de Noordendijk, of liever in de Noordendijk in Dordrecht. Dat was de aanleiding voor het schrijven van een verhaal met dezelfde titel dat werd opgenomen in mijn bundel korte verhalen IJzeren logica. Vanwege het jubileum publiceer ik het hier opnieuw.



ARS CELARE ARTEM


Het noordelijk gedeelte van de hoofdwaterkering rond het Eiland van Dordrecht heet voor de hand liggend Noordendijk. Hij begint aan de rand van het stadscentrum. De enige windmolen die Dordrecht nog heeft staat er te pronken. Een groot deel van de negentiende-eeuwse bebouwing is verdwenen. Het schipperscafé de Vrijheid, helemaal aan het begin, is op het nippertje gered, maar wat er nog staat aan huizen wacht op de sloop of is vervangen door zouteloze nieuwbouw. Voorbij de molen ligt een verlaten kantoorgebouw van het elektriciteitsbedrijf. Veel grauw beton en gebroken glas. Het soort pand waarin Amerikaanse pornofilms worden opgenomen. Het is een dijk waarover je uitsluitend uit noodzaak loopt.

De Noordendijk heeft ogenschijnlijk niets vertederends en toch mag ik er graag wandelen. Ooit kwam ik er vrijwel dagelijks. De vriend waarmee ik m.o.-geschiedenis studeerde woonde er, in een krot dat ook allang tegen de vlakte ligt. Van zeven tot tien zaten we achter de boeken, daarna schoven we op naar de Vrijheid. Daar liep het regelmatig uit de hand. Mijn studiemaat leed nogal onder zijn verlegenheid. Vrouwen durfde hij pas aan te spreken als hij dronken was. Als versierder was hij daardoor geen succes, maar soms verdween hij stilletjes met een weduwe in de overgang, die weleens wat anders wilde dan haar rantsoen Tia Maria. Dan bleef hij een tijdje weg uit het café. Toen hij op een ochtend wakker werd naast een gespierde lesbische beeldhouwster die nog lavelozer was geweest dan hij, besloot hij te verhuizen. Een paar jaar later was hij dood, gesloopt door een ellendige vorm van kanker.

Op de Noordendijk ligt een indrukwekkend kunstwerk. Het is in het voorjaar van 1995 gemaakt door Ton van Dalen. Tussen de rijweg en het trottoir loopt een betonnen rand, die bij extreem hoge waterstanden de vloed moet keren. In die rand heeft Van Dalen vierenvijftig gaten geboord, waarin buurtbewoners een voorwerp hebben gestopt dat hun dierbaar was. De gaten heeft hij afgesloten met gietijzeren deksels waarop de spreuk Ars celare artem staat, vervlochten met het silhouet van de rivierkruising ten noorden van het eiland (waar Merwede, Oude Maas en Noord samenkomen). Met dit monument heeft Van Dalen de dijk tot leven gewekt, een hart gegeven. De vaak ontroerende verhalen die verbonden zijn aan de afgestane voorwerpen zijn door Gert van Engelen opgetekend in een schitterend boek met de titel Putjes in de dijk. Van Dalen heeft de verhalen geïllustreerd met tekeningen van de verborgen voorwerpen.

Altijd lijkt het te waaien op de Noordendijk. Plotselinge ruk- en valwinden sjorren aan mijn kleren. Onheilspellend loeien ze door de gebroken ramen van het elektriciteitskantoor. Ze laten de oude molen op zijn fundamenten trillen. Een fietser zwoegt, de dijk vervloekend, voorbij. Ik loop op weg naar de Vrijheid langs de putjes van Ton van Dalen en denk aan nummer vijfenvijftig. Het putje van mijn eigen herinneringen.


In: Kees Klok, IJzeren logica, verhalen. Liverse, Dordrecht 2009


dinsdag, februari 04, 2025

Poëzieweek



Omdat het poëzieweek is, voor de verandering een gedicht op dit weblog. Het staat in mijn jongste bundel Voor je het weet, die te bestellen is bij de boekhandel, de uitgever (Liverse) of eenvoudig met een mailtje bij mij. Het adres vind je op keesklok.nl


Vertrek


Op weg naar het vliegveld

reed de taxi langs het bos

waar we ooit dagelijks voor 

het ontbijt gingen wandelen.


Soms droom ik nog de route: de eenzame 

pijnboom, de scheefgeroeste brandkraan,

het benedenkapelletje, de schaduwvallei

die leidde naar de bovenkapel.


Vandaar zagen we de stad in de diepte,

de havenkranen, de schepen op de rede,

met een beetje geluk de Olympos

aan de overzijde van de baai.


Niet lang na je dood kwam ik boven en zag 

dat de bankjes waar we altijd zaten

waren weggehaald. We waren 

niet meer welkom in het bos.






vrijdag, januari 24, 2025

Weg ermee!




Ik ben geen voorstander van referenda. Die gaan meestal over een versimpelde vraagstelling in een complex probleem, zoiets als 'wilt u Brexit of niet ?', waarover dan mensen moeten gaan stemmen die in veel gevallen te weinig of geen verstand van zaken hebben. Of die zich hebben laten opjutten door allerlei drogredenen van volksmenners als Nigel Farage of bij ons Geert Wilders. Zie de leugens rondom de Brexit en de fatale afloop voor de Britse economie, of het beruchte Oekrainereferendum bij ons. Dat we het referendum meteen na die idiote vertoning hebben afgeschaft lijkt mij volkomen terecht. Het was 'raadgevend', maar de regeringspartijen waren helaas uit electoraal winstbejag te bang het resultaat gewoon naast zich neer te leggen.


We hebben een democratie, stemmen voor de Tweede Kamer en de Provinciale Staten (die vervolgens de Eerste Kamer kiezen) en als zodanig zijn we vertegenwoordigd door een gezelschap dames en heren dat, idealiter, zich in de complexe problemen van de samenleving kan verdiepen en op grond van voldoende kennis besluiten kan nemen. Dat lijkt me wel voldoende. Jammer dat zoveel mensen de laatste keer op populistische halvegaren, schreeuwers en bedriegers hebben gestemd, dat is de zwakte van de democratie die zich wat mij betreft beter tegen dit soort oproerkraaiers zou moeten beschermen, bijvoorbeeld door de constructie van een eenmansstichting die zich uitgeeft als politieke partij te verbieden.


Twee regeringspartijen, de populistische boerenroeptoeter BBB en de NSC, het kindje van beroepstwijfelaar Pieter Omtzigt, stellen nu een referendum voor over de nieuwe pensioenwet. Een wet die na tien jaar discussie door belanghebbenden - de besturen (door ons deelnemers gekozen) van de pensioenfondsen, de vakbonden (waar wij, als we verstandig zijn, democratisch lid van zijn en waarin we volop kunnen meepraten), de politieke partijen (waarin je als lid ook invloed kunt uitoefenen) en nog wat ter zake deskundige adviesorganen zoals de SER - is aangenomen en nu in uitvoering is. Midden tijdens dit 'spel' komt een stel halfwaspolitici dat nog maar net in de Kamer zit, met een voorstel voor een referendum om de spelregels alsnog te kunnen veranderen. Behalve dat dit, zoals SER-voorzitter Kim Putters zegt, een schoolvoorbeeld is van onbetrouwbaar bestuur, zou ik niet weten wat ik moet stemmen. Ik ben hoogopgeleid, maar niet op financieel gebied en wil daarom op dat terrein niet de nepdeskundige gaan uithangen door te stemmen bij een referendum over iets waarvan ik, ondanks ooit wat colleges economie voor historici te hebben gevolgd, volstrekt te weinig kennis van zaken heb. De prullenbak in met dat onzalige idee!


Foto: auteur


woensdag, januari 15, 2025

Geen tijd



Tot op hoge leeftijd was mijn moeder actief in allerlei clubjes zoals de eetclub van de kerk, de vrouwenclub, de bingo-avonden van het bejaardenhuis waarbij ze de laatste jaren van haar leven een aanleunwoning had. Ook ontving ze vaak bezoek, als het familie van wat verder weg was, was logeren geen probleem. Tussendoor breide ze truien en sokken en ze hield van koken. Boodschappen liet ze nooit thuisbezorgen, want het wandelingetje achter de rollator naar de buurtsuper beschouwde ze als een uitje. Ze las ook veel en was een goede klant van de bibliotheek, want daar kon ze boeken met grote letters lenen. Een gevleugelde uitspraak van haar was: 'Jongen, ik heb helemaal geen tijd om dood te gaan'.


Toen ze langzamerhand de negentig naderde ging het allemaal een beetje moeizamer. Soms gingen we op zondag lunchen in het restaurant van het bejaardenhuis, soms ook wel ergens in de stad, maar ondanks dat het tijd en inspanning kostte kookte ze het liefst zelf. Van bezorgmaaltijden wilde ze niet weten en als ik suggereerde dat ze wat vaker in het restaurant van het tehuis zou kunnen gaan eten, zei ze: 'Je denkt toch niet dat ik de hele tijd tussen al die bejaarden wil zitten?'


Ik moet daar soms aan denken nu ik zelf op licht gevorderde leeftijd begin te raken. Ik heb ook het idee dat ik geen tijd heb om dood te gaan, iets wat ik voorlopig ook niet van plan ben als ik het voor het zeggen heb. Vorige week gaf ik nog een lezing, ik ben stevig bezig met een meerjarig onderzoeksproject, ik doe af en toe een rondje als stadsgids en binnenkort ga ik weer eens koken voor een paar oud-leerlingen waar ik inmiddels alweer jaren goed bevriend mee ben. Om het over lezen maar niet te hebben. Hoe moet ik anders mijn 'boekenpraatjes' op Youtube vullen?


Mijn moeder heeft het leven geleefd tot ze negentig werd. Dat vierden we in stijl met familie en vrienden. Kort daarop werd ze ziek en op 31 december 2006 overleed ze. Vroeg in de avond. Toen de uitvaartondernemer, in onze familie heet zo iemand een doodbidder, zijn werk gedaan had, brak het vuurwerk los. Mijn moeder hield niet van rustig afscheid nemen.


Foto: archief auteur



zondag, januari 12, 2025

Vlooien in mijn bed




In de weekendbijlage van Trouw (zaterdag 11 januari) staat een uitstekend artikel van Seije Slager over het nut van alcohol. Een mooi en weloverwogen antwoord op al het gedweep over 'dry January' en aanklevend gemoraliseer over alcoholgebruik. Ik heb het sowieso niet zo erg op activisten, ik denk bij hen steevast aan deze uitspraak van C. Buddingh': In iedere buiten-parlementaire actie schuilt een kiem van fascisme*, maar anti-rook en anti-alcohol messianisten haat ik als vlooien in mijn bed. Dat geldt trouwens ook voor veganistische geestdrijvers. Fons Nijpels is voor mij het wereldse alternatief voor de anti-Christ.


Goed, we zijn langzamerhand gewend aan rookloze kroegen, maar de herinnering is bij mij nog vers dat bij de borrel opgestoken werd en hoewel ik vind dat sigaretten nu niet direct fijn ruiken, mis ik nog altijd de heerlijke geur van een goede pijptabak of een kwaliteitssigaar. Hoewel ik officieel niet meer rook, steek ik een heel enkele keer nog weleens een sigaartje op of stop ik een pijp, waarbij ik dan met een zekere weemoed terugdenk aan mijn beide grootvaders, tevreden pijp- en sigarenrokers, die regelmatig genoten van hun borreltje.


Ik ken iemand die na enige hartproblemen van de dokter het advies kreeg te stoppen met roken en drinken. 'Vergeet het maar dokter', was het antwoord, 'er is ook nog zoiets als kwaliteit van het leven'. Een opvatting waar ik het mee eens ben. Plezier in het leven is een groot goed, zeker als je wat ouder wordt. Ik laat mijn borrel niet staan en zorg voor voldoende drank, sigaren en pijptabak in huis, voor het geval dat. Ze maken zogezegd onderdeel uit van het befaamde noodpakket van Rutte. Is die bangmakerij toch nog ergens goed voor.


*In: Een mooie tijd om later te worden. Amsterdam 1978, p. 62.


Foto: auteur



vrijdag, januari 10, 2025

Blunder




Een van de nuttige dingen die ik heb geleerd tijdens mijn verblijf aan de Universiteit van Minnesota is dat je bij het houden van een college of lezing nooit moet voorlezen van een papiertje. Het liefst spreek je uit het hoofd en desnoods gebruik je een paar kaartjes met wat steekwoorden, maar van een blaadje voorlezen bergt het gevaar in zich dat je betoog verzandt in saai en slaapverwekkend opdreunen. Levendigheid, noem het sprankelen, daar gaat het om.


Als ik een lezing geef lees ik nooit voor, maar dat herbergt ook weer een gevaar, namelijk dat je in het vuur van de strijd een blunder begaat. Dat overkwam mij afgelopen donderdag tijdens een 'kroegcollege' dat ik gaf in Visser's Poffertjes in Dordrecht over Top Naeff en Kees Buddingh' (een kroegcollege is een laagdrempelige lezing, de naam zegt het al, in een horeca etablissement). 


Toen ik een filmpje terugkeek, gemaakt door een goede vriendin, hoorde ik mezelf namelijk beweren dat Buddingh' na de HBS Engels-MO ging studeren 'aan de Nutsacademie in Rotterdam.' Fout! Dat was ik zelf. In 1970 heb ik daar een blauwe maandag Engels gestudeerd, wat geen succes was omdat in het eerste jaar alleen grammatica en fonetiek werden gegeven en er geen enkele aandacht was voor literatuur. Daar kwam ik juist voor. 


Kees Buddingh' studeerde Engels aan de School voor Taal en Letterkunde in Den Haag, hetzelfde instituut waaraan ik later Geschiedenis-MO studeerde. Aan Buddingh's studie daar danken we het fraaie gedicht kloppen svp, opgenomen in de bundel gedichten 1938/1970. Dat had ik mij tijdens het kroegcollege natuurlijk moeten realiseren.


Uit het hoofd spreken, ik blijf het doen, maar misschien toch maar met een kaartje met wat steekwoorden als geheugensteuntje bij de hand.





Foto C. Buddingh': Beeldbank Regionaal Archief Dordrecht nr. 552_301082



woensdag, januari 08, 2025

Fata morgana




Het was maart 2020, midden in coronatijd. Het land zat op slot en Dordrecht dus ook. Door de stad lopen was een vreemde ervaring. De stilte, de angst die bij sommige mensen heerste, het afstand houden, het deed allemaal volkomen tegennatuurlijk aan.

Ik besloot op een zaterdagmiddag met mijn camera de stad in te gaan, om te proberen iets van die onheilspellende sfeer vast te leggen. Het anders zo bruisende Scheffersplein lag er doods en verlaten bij, alsof het een deel van een spookstad was.

Terwijl ik foto's maakte liep een jonge vrouw het plein op. Toen ze mij en de camera zag, begon ze spontaan te poseren. Ze bracht enkele seconden vrolijkheid, maar voor ik de gelegenheid had haar aan te spreken was ze alweer verdwenen, alsof ze een fata morgana was. 


Foto: auteur



donderdag, december 26, 2024

In Memoriam Stella Timonidou/Στη μνήμη της Στέλλας Τιμωνίδου (1946-2007)




Lieve Stella,


Het is moeilijk te bevatten dat je op deze dag alweer zeventien jaar geleden afscheid van ons moest nemen. Gelukkig zijn er de herinneringen en jouw poëzie die je levend houden. Je schreef dit prachtige gedicht in het Nederlands en in het Grieks, geen vertaling, maar een interpretatie zoals jij vond dat het in die talen moest:


Αγαπητή Στέλλα,


Είναι δύσκολο να πιστέψεις ότι αυτή τη μέρα πριν από δεκαεπτά χρόνια έπρεπε να μας αποχαιρετήσες. Ευτυχώς, οι αναμνήσεις και η ποίησή σου είναι εκεί για να σε κρατήσουν ζωντανό. Έγραψες αυτό το όμορφο ποίημα στα ολλανδικά και ελληνικά, όχι μετάφραση, αλλά ερμηνεία όπως νόμισες ότι θα έπρεπε να είναι σε αυτές τις γλώσσες:



De boomgaard van meneer Asimákis


Een klein lapje grond 

en daar omheen lage 

joodse huisjes. De bomen 

benauwend dicht

voor onze ramen geplant 

waren de reden 

voor buurvrouw Victoria,

met het dure ondergoed

(ze schepte in elk geval op 

dat ze dat droeg),

om Homerisch ruzie te maken 

over haar fundering wanneer ze 

meneer Asimákis ook maar zag, 

de ene keer om te schoffelen, 

de andere om water te geven 

of te snoeien.


En wat had die gaard wel niet:

bijna alle soorten vruchtbomen

en zelfs druivenranken over een pergola.

En verder allerlei groenten:

bosuien, knoflook, sperziebonen, 

aardappelen, tomaten en aubergines.

Ook peterselie ontbrak niet.


Als kinderen sprongen we soms

uit het raam en stopten onze blouses 

stiekem vol met vruchten, want 

meneer Asimákis was niet erg gul

en als we werden betrapt

zwaaide er wat…..


De boomgaard is asfalt geworden 

en wie zal zeggen wat er 

met meneer Asimákis is gebeurd.



Stella Timonidou



Ο οπωρώνας του κυρ- Ασημάκη


Μια σπιθαμή γη και γύρω γύρω

χαμηλά εβραίικα σπιτάκια.

Τα δέντρα είχαν φυτευτεί σε απόσταση 

αναπνοής απ’ τα παράθυρά μας

και γίναν αφορμή για τη Βικτώρια 

τη διπλανή, με τα ακριβά εσώρουχα 

(έτσι τουλάχιστον καυχιόταν πως φορούσε)

να στήνει ομηρικό καυγά για τα θεμέλιά της

όταν έβλεπε τον κυρ-Ασημάκη πότε να σκαλίζει, 

πότε να ποτίζει και πότε να κλαδεύει.


Και τι δεν είχε αυτό το περιβόλι:

όλα σχεδόν τα οπωροφόρα δέντρα

ακόμη και κληματαριά σε πέργολα.

Και πιο πέρα όλα τα ζαρζαβατικά:

κρεμμυδάκια, σκορδάκια, φασολάκια,

πατάτες, μελιτζάνες και ντομάτες.

Δεν έλειπε κι ο μαϊντανός.


Μερικές φορές παιδιά πηδούσαμε

από τα παράθυρα και στα κλεφτά

γεμίζαμε τους κόρφους μας με φρούτα,

μια και ο κυρ-Ασημάκης δεν ήταν 

απλοχέρης, τουναντίον σφιχτοχέρης.


Ο οπωρώνας στο μεταξύ έγινε άσφαλτος,

και ποιος ξέρει τι απέγινε ο κυρ-Ασημάκης.


Στέλλα Τιμωνίδου


Θεσσαλονίκη, 05. 8. 2003



zondag, december 15, 2024

Marionet Mark




Ooit zei Stella: 'We hebben geluk dat we nooit een oorlog aan den lijve hebben ondervonden.' Het klopte niet helemaal, ze werd tijdens de Griekse burgeroorlog geboren, maar ze was nog zo klein toen die afliep, dat ze er geen herinneringen aan had. Stella zal geen oorlog meer meemaken, daarvoor is ze te jong overleden. Wat mij betreft weet ik het zo net nog niet, als we de alarmistische taal, de oorlogshitserij van Mark Rutte moeten geloven. Het is in dit verband misschien goed om ons te herinneren hoeveel de achtereenvolgende kabinetten Rutte hebben bezuinigd op defensie.


Het is misschien ook goed om te bedenken dat Rutte niets meer en niets minder is dan de loopjongen van Washington, dat de dienst uitmaakt in de Navo. De VS willen dat de leden van de Navo hun defensiebegroting flink opschroeven. Dat is de basis van Ruttes geroep over oorlog. Rutte, de man van de stikstofcrisis, het lerarentekort, het personeelstekort in de zorg en de woningcrisis, om maar een paar kleinigheden te noemen.


Mark Rutte en de Navo. Ik moet even denken aan vrijwel vergeten 'grootheden' als Dirk Stikker, Jozef Luns, Jaap de Hoop Scheffer en nu onze Mark. Marionet Mark. Ik denk dat hij nuttiger werk zou hebben als hij na zijn dubieuze premierschap het onderwijs was ingegaan.


Foto: archief auteur

donderdag, december 05, 2024

Een onvervalst staaltje van discriminatie!




Onlangs nam de Tweede Kamer een motie aan van het VVD-lid Bente Becker inzake het gegevens bijhouden over culturele en religieuze normen en waarden van Nederlanders met een migratieachtergrond. Als mijn vrouw Stella nog zou leven, zou dat betekenen dat ze voortaan door de overheid in de gaten wordt gehouden. Zij vestigde zich in Nederland als mijn echtgenote, maar behield haar Griekse nationaliteit. Dat zou de overheid zomaar als een extra gevaar kunnen opvatten, zeker voor iemand die voor haar pensionering werkzaam was als onderwijsattaché op de Griekse ambassade in Den Haag en zich daarna overgaf aan een staatsgevaarlijke activiteit als het vertalen van Nederlandse literatuur in het Grieks. 


Door haar vroegtijdig overlijden hoeft zij zich geen zorgen te maken over dit onvervalste staaltje van discriminatie en het afglijden van wat de Nederlandse normen en waarden allereerst zouden moeten zijn, zoals verwoord in artikel 1 van onze Grondwet:


Allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld. Discriminatie wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht, handicap, seksuele gerichtheid of op welke grond dan ook, is niet toegestaan.


Ik maak mij die zorgen wel. Deze discriminerende, de Grondwet schendende motie is ingediend door een Kamerlid van de VVD, tegenwoordig een soort PVV-light die geleid wordt door een opportunistische dame die aan moraal en fatsoen geen boodschap lijkt te hebben. Cynici zouden zich gelukkig prijzen dat ook zij op grond van deze motie in het overheidsvizier wordt gehouden. Een motie die wordt gesteund door een meerderheid van de Kamer, waar artikel 1 van de Grondwet klaarblijkelijk niet algemeen bekend is. Ik vind het schandalig en buitengewoon verontrustend! 


Foto: archief auteur



maandag, november 18, 2024

Over het water




Rotterdam, voorjaar 1971. Het zicht vanuit het kantoor waar ik toen werkte. Rederij Koenigsfeld, op de hoek van de Wiilemskade en de Maasstraat. Tegenwoordig min of meer tegenover de steiger van de waterbus naar Dordrecht, halte Erasmusbrug. Van een Erasmusbrug was nog geen sprake. Door de stad liep nog een luchtspoor, via station Blaak. Daar stapte ik 's morgens uit en liep dan op mijn gemak naar kantoor. Een ontspannen kwartiertje voordat het serieuze werk begon.


Nu ja, werk. Ik zat op de containerafdeling als assistent-expediteur. De containervaart stond nog in de kinderschoenen. Zo'n twee keer per week liep een van onze scheepjes (meer dan coasters waren het in die tijd nog niet) de Waalhaven binnen en moest ik zorgen dat de geloste containers per spoor of vrachtwagen naar hun bestemming werden gebracht. Ik moest ook connossementen opmaken, maar erg veel had ik niet te doen. Ruim de tijd om over de Nieuwe Maas te staren, waar de 'skyline' nog niet bedorven was door allerlei megalomane nieuwbouw. Ruim de tijd ook om illegale fotokopieën te maken voor de Stichting Produktiegroep Bobby Kinghe in oprichting en aldoende vanuit Rotterdam wat aan de Dordtse cultuur te doen. Ook belde ik veelvuldig met mijn vriendinnetje in Engeland. Mijn naaste buurman, een vriendelijke homoseksueel met een scheef zittend toupetje, zei nooit ergens iets van en de chef aan het eind van de zaal had nooit iets door. Er werd zo vaak naar het buitenland gebeld.

Het was eigenlijk maar een saaie bedoening, behalve als ik een keer met de waterklerk mee moest en aan boord de jeneverfles op tafel kwam. Hinderlijk was dat ik dichtbij de voortdurend ratelende telex zat (jonge lezers moeten dat maar even googelen), prettig was dat er onbekommerd werd gerookt en dat we dat dan ook volop deden. Zeker drie van ons rookten pijp, de rest sigaretten. De blonde, immer wulps ogende secretaresse van de directeur, die in een aparte kamer op dezelfde verdieping zat, stoomde naar hartelust mee. Iedere ochtend om half twaalf at ik aan mijn bureau een banaan. Stipt op dat ogenblik liep de directeur langs, die dan beminnelijk knikte. Naar de banaan, want hij keek je nooit aan.

De enige weken dat het spannend werd, was toen een zekere Mirjam verscheen. Een tijdelijke kracht. Waarvoor is me nooit duidelijk geworden, maar ze kreeg opdrachten van de Rijnvaarttak van Koenigsfeld, een verdieping lager, waar kennelijk geen bureau voor haar beschikbaar was. Ik was op slag verliefd, maar ja, verlegen en ook nog eens, romantisch als het was, met een liefje op afstand. Op een gegeven ogenblik was ze weer weg en keerde de gebruikelijke saaiheid terug. Ik heb, tot ik het ook nog eens slecht betaalde baantje eraan gaf om een tijdje naar Engeland te vertrekken, nog vaak over het water zitten staren.




Foto's: auteur



vrijdag, november 01, 2024

Weerzien te Brugge




Terug van een paar dagen Brugge, waar ik als vanouds logeerde in hotel Groeninghe in de Korte Vuldersstraat. Ik kom daar al zo'n twintig jaar. Niet als toerist, maar om Brugse vrienden te bezoeken en voorheen als redacteur van het onvolprezen letterkundig tijdschrift Kruispunt, dat helaas ook al zo'n vijftien jaar niet meer bestaat.

Het was goed om een aantal vrienden, die ik nog ken uit de jaren van Kruispunt, weer te ontmoeten en herinneringen op te halen. We hebben Bourgondisch geluncht in de Smedenstraat, nageborreld op 't Zand en een mooie avond doorgebracht in jazzcafé Parazzar even buiten de Smedenpoort. Anders dan Dordrecht heeft Brugge de meeste van zijn stadspoorten niet afgebroken.

Bij Marie van Dycke genoot ik van de tuin, mooi beschut en in weelderige herfstkleuren gehuld, waar Stella, hoofdredacteur John Heuzel van Kruispunt en ik een aantal malen aan speciale edities werkten, zoals het nummer over Thessaloniki in 1992 en dat over Cyprus in 2004. De Japanse esdoorn vervulde me met weemoed, want zowel John als Stella hebben veel te vroeg afscheid moeten nemen van het leven.

De reis ondernam ik met de trein. Hoewel ik een echte treinreiziger ben is reizen via het spoor een afnemend genoegen en dan heb ik het niet alleen over de ritprijs. Enkele jaren geleden nog reisde je rechtstreeks van Dordrecht naar Antwerpen-Centraal en daar nam je dan de trein naar Oostende, die stopt in Brugge. De NS stuurde me nu via Breda, Antwerpen-Berchem en Gent Sint-Pieter naar Brugge. Dat er vertraging was op de heen- en terugreis neem je tegenwoordig bijna als een normaal gegeven. Gelukkig vertelden de vrienden dat de directe verbinding tussen Brugge en Antwerpen-Centraal nog steeds bestaat. Dat scheelde in ieder geval een overstap en bood gelegenheid iets te eten in de fraaie stationsrestauratie. Waar vind je, behalve op perron 2 van Amsterdam-Centraal, op Nederlandse stations nog zoiets?




Foto's: auteur


zondag, oktober 20, 2024

75 Jaar Fulbright




Naar de viering van het 75-jarig jubileum geweest van de Fulbright Commission in the Netherlands, vanmiddag in Amsterdam. Hoewel de drie andere Fulbrighters met wie ik in 1987 aan de University of Minnesota verbleef niet aanwezig waren, was het een prachtige middag. Naast het weerzien met een aantal bekenden had ik veel mooie gesprekken met Fulbrighters die ik voor het eerst leerde kennen. De gezamenlijke ervaringen als wetenschapper of student in de VS of omgekeerd als wetenschapper of student uit de VS in Nederland, scheppen duidelijk een band.

Voor mij was het verblijf als Fulbrighter in Minneapolis een waterscheiding in mijn leven. Ik ontmoette er Stella Timonidou, angliste, vertaalster en dichteres uit Griekenland. Drie jaar later trouwden we. Dat was niet alleen het begin van een buitengewoon gelukkig huwelijk, dat eindigde op tweede kerstdag 2007 toen Stella aan de gevolgen van maagkanker overleed, maar ook betekende het dat ik mij via de Amerikaans-Griekse betrekkingen na de Tweede Wereldoorlog van lieverlee steeds meer bezig ben gaan houden met de geschiedenis van het moderne Griekenland en Cyprus. Op 7 november wordt mijn nieuwe boek over Griekenland en Cyprus in Dordrecht ten doop gehouden.

Tijdens de viering waren er toespraken door minister Eppo Bruins, ook een Fulbrighter, de Amerikaanse ambassadeur in Nederland, mevrouw Shefali Razdan Duggal en professor James Kennedy. Spreekstalmeester was Fulbrighter Joris Luyendijk, die een drietal bursalen, waaronder Alexander Rinnooy Kan naar hun ervaringen vroeg en na afloop was er een geslaagde borrel, maar daar voelde ik het gemis van Stella wel extra sterk. Wat zou ze er graag bij zijn geweest. 


Foto auteur: de Amerikaanse ambassadeur in Nederland.


zaterdag, oktober 12, 2024

Gewoon met de veerpont





LESKIMO de Zyrcsée is het eenmanstijdschrift dat op ongeregelde tijden wordt uitgegeven door Johan Everaers uit Noordgouwe. Als er een nummer verschijnt stuurt hij het naar Warnaar, die dat zeer waardeert. Gisteren kreeg hij opnieuw een exemplaar in de bus. Onderwerp waren dit keer de eilanden die Johan bezocht. Een nummer dat een vervolg krijgt, denk Warnaar, want de ondertitel is 'Eilanden 1'.


Warnaar werd geboren en woont nog steeds op het Eiland van Dordrecht. In Dordrecht leeft nog sterk het gevoel onder de bewoners dat ze eilanders zijn. Een beetje ons kent ons. Warnaar merkt zelfs dat mensen van buiten, niet in Dordt geborenen, die houding langzamerhand overnemen. Hij houdt van zijn 'eilandgevoel'. Hij weet ook wel dat het onzin is, maar van Warnaar zouden al die bruggen en tunnels mogen verdwijnen, behalve de spoorlijn, mits er weer met stoomtractie gereden gaat worden. Gewoon over met de veerpont in een wereld die minder hijgerig en jachtig is dan de huidige. Warnaar dagdroomt graag.


LESKIMO gaat vooral over de Zuid-Hollandse en Zeeuwse eilanden, het deltagebied dat Warnaar dierbaar is. Ook Texel komt aan bod en tot zijn genoegen wordt ook zijn eigen eiland genoemd. Hij leest eveneens over Tiengemeten, dat kleine eiland waar, toen er nog boeren boerden, geen verkeersregels bestonden en je als kleine jongen al rustig autorijden kon. Het is grotendeels overgegeven aan natuur en water. Dat gebeurt ook met delen van de Dordtse Biesbosch in het zuiden van zijn eiland. Warnaar weet niet wat daarvan te denken.


woensdag, oktober 02, 2024

Trots




We zijn weer thuis in Dordrecht, na een vermoeiende reis. We hadden maar een half uurtje vertraging in Wenen, wat de piloot door snel te vliegen vrijwel goedmaakte, de koffer kwam op Schiphol wonderbaarlijk vlot aangerold, de taxichauffeur was deze keer gemakkelijk te vinden, maar wat de reis zo vermoeiend maakte waren twee dingen.


Op beide vluchten van anderhalf uur zat ik in de buurt van een onophoudelijk hysterisch krijsende baby en hoewel ik mij goed van vervelende geluiden kan afsluiten en ik ook wel begrijp dat zo'n hummel zich ongelukkig voelt in een vliegtuig, was het wel een beetje veel van het goede en bedierf het het genot van business class vliegen enigszins. Het tweede probleem was het eindeloze lopen, in Wenen van de lounge naar de gate en op Schiphol van de B-pier naar de bagagekelder. Omdat ik een rugzak van een kilootje of tien had, begon mijn rug al snel op te spelen en leek het alsof er geen eind aan het lopen kwam.


Ik had dat laatste probleem kunnen vermijden. Steeds als ik incheck vragen ze, omdat ze me met een stok zien lopen, of ik hulp nodig heb om bij het vliegtuig komen. Dan ben ik een beetje te trots om 'ja' te zeggen. Ik laat die trots volgende keer maar thuis, denk ik.


Foto: auteur

zondag, september 22, 2024

Nog even




Lieve Stella,


Griekenland is een prachtig, zij het ietwat chaotisch land, maar niet erg geschikt voor iemand met mijn rugklachten. Alleen al het geaccidenteerde terrein om het maar eens deftig te zeggen, de kuilen en gaten in de trottoirs en de matras in mijn pied-à-terre. Dat laatste ligt niet aan Griekenland natuurlijk, maar is dom toeval. Daar tegenover staat een aantal voordelen van het Voorlopig Schrijfhuis. De rust en ruimte die ik er heb, het feit dat er regelmatig netjes wordt schoongemaakt, de supermarkt om de hoek, uiteraard de nabijheid van Konaki en de tot nu toe goede internetverbinding (dat is weleens anders geweest, maar nu werkt het prima). Ik twijfel soms of ik het appartement in Ano Toumba niet had moeten aanhouden, maar dan had ik me voortdurend zorgen moeten maken over de waterleiding (die bij de bovenburen is tot twee keer toe gesprongen, met alle nare gevolgen van dien), over de steeds maar stijgende energieprijzen, over het onderhoud van de cv-ketel, over de verzekeringen en uiteraard de onroerendgoedbelasting, die hier enfia heet. Met het geld dat dat alles uitspaart, kan ik hier gemakkelijk de huur betalen terwijl de zorgen voor mevrouw Olga en haar man zijn.


Gisteren had mijn rug het een beetje zwaar. Ik besloot aan het eind van de middag een borrel te gaan drinken bij Pringipos. Dat loop ik gemakkelijk aan, alleen was er toen ik naar huis wilde om daarna bij Konaki te gaan eten, geen taxi te krijgen. Bovendien stond er ook een familie met een peuter en die laat je met zo'n kindje natuurlijk voorgaan. Dan maar lopen dacht ik, maar die helling op viel tegen. Gelukkig is er halverwege, op de hoek van de Theotokopoulou en de Olympiados, een terras bij een soort cafetaria, waar ik even heb uitgerust met een frapé.

Het was druk op het terras van Prigipos, want in het weekeinde komt de ene buslading toeristen na de andere het Atatürkmuseum bezoeken. Erg groot is dat niet en zodra ze het hebben gezien strijken ze neer op de terrassen aan de Apostolou Pavlou, meestal om thee te drinken. Dan zetten ze uit gastvrijheid bij Prigipos een bandje met Turkse muziek op en hoor je overal om je heen Turks spreken, alsof je in het Thessaloniki van voor 1912 bent. Er kwam een bruidsstoet voorbij, luid toeterend zoals de gewoonte is, en op het terras begon iedereen spontaan te zwaaien en te applaudisseren. In Nederland wordt nogal eens gezeurd over die Turkse (of Griekse) trouwstoeten en hun geclaxonneer, hier is dat alleen maar reden tot vreugde. Weer een stel dat hoopt gelukkig te worden. Ach, dat brengt me natuurlijk direct weer bij de avond van zaterdag 28 juli 1990, toen wij de gelukkigen waren en dan word ik even wat melancholiek. Neem het me maar niet kwalijk.


Vrijdag zou ik met Anastasia en Socrates lunchen bij Odysseas. Tot mijn grote genoegen kwam Ioannis Kyprianidis (Loxias) onverwacht ook met zijn vriendin Efi. Hij had van Rita gehoord dat ik had gereserveerd. Uiteraard heb ik hen direct aan tafel genodigd. Het werd een kostelijke middag, vol herinneringen (Socrates en Ioannis zaten bij elkaar op de middelbare school) en uiteraard gesprekken over literatuur. Van Ioannis komt op 1 oktober een bloemlezing uit met vertalingen van Giacomo Leopardi. Van apotheker, via boekhandelaar en kafeneionhouder naar literair vertaler. Het verbaast me niets, want zijn Italiaans is uitstekend, hij heeft jaren in Italië gestudeerd en gewerkt, en zijn kennis van de internationale literatuur is fabelachtig. Hij heeft nog wat exemplaren liggen van mijn Griekse dichtbundel die hij binnenkort opstuurt naar Nederland. Wat ik er daar mee moet weet ik eigenlijk niet, maar ik kan ze moeilijk hier opslaan en ik wil er Savvas of Menelaos ook niet mee belasten.

Donderdag had ik ook al een lunch, bij Konaki, al weet je dat ik liever 's avonds eet en het 's middags met een minihapje doe. Wim van Til, oprichter van het Poëziecentrum Nederland, en zijn vrouw Meja kwamen een dagje naar Thessaloniki vanuit Kerkini. Dat is uitgegroeid tot een leuke traditie: als we toevallig in Griekenland zijn organiseren we een ontmoeting in Thessaloniki en dat is bijna ieder jaar wel een keertje het geval. Eigenlijk hadden we voor woensdag afgesproken, maar toen was het 's morgens flink aan het regenen en hebben we de afspraak maar een dagje verschoven. 


Het bezoek aan Kilkis is niet doorgegaan dus heb ik opnieuw een rustige zondag. Geluisterd naar OVT, al besteedden ze daar vandaag erg veel aandacht aan het ontstaan van elektronische muziek, een onderwerp dat me weinig interesseert. Ik heb ooit eens, heel lang geleden, bij de redactie geïnformeerd of men belangstelling had voor het moderne Griekenland en Cyprus. Het antwoord was vriendelijk afwijzend, hoewel ik toen nog volop in de radiocommentaren zat. Vooral het meewerken aan Met het oog op morgen was plezierig om te doen. Vorig jaar ben ik nog eens door een omroep gebeld, maar ik heb de boot afgehouden. Ik heb geen zin meer om de ontwikkelingen op dagelijkse basis bij te houden en neem liever wat afstand van de actualiteit. Ik ben tenslotte historicus en geen journalist. Wie weet schrijf ik nog eens een artikel voor Lychnari, maar op het ogenblik komt me niets voor de geest en ben ik te druk bezig met de geschiedenis van Dordrecht. 

Eigenlijk wordt het tijd om de drie delen Geschiedenis van Dordrecht, uitgeven door Verloren en het Stadsarchief grondig te herzien, want het laatste deel is alweer uit 2000, en iets te doen aan de rommelige structuur van deel II en III, maar voor zo'n project is uiteraard geen geld in een tijd dat de regering van ons steenrijke landje vindt dat er op bijna alles moet worden bezuinigd. 

Ik word weleens een beetje moedeloos als ik bedenk wat voor ellende het woord bezuinigen in mijn loopbaan, vooral in de jaren tachtig, als leraar heeft veroorzaakt. Die schandalige HOS-nota, het jarenlang geen salarisverhoging krijgen, de ene collega ontslagen na de andere. Ik heb twaalf jaar eerstegraads lessen moeten geven voor een tweedegraads salaris omdat de automatische bevordering naar een hogere schaal net voor ik afstudeerde werd afgeschaft. Ik kan me er nog steeds over opwinden. Ik vond het heel begrijpelijk dat jij 'nee' zei toen je een aantal uren Engels werd aangeboden, nadat je je had verdiept in de secundaire arbeidsvoorwaarden. Je ging liever vertalen. Het enige goede uit die tijd was dat je nog rustig in de docentenkamer een sigaar kon roken.


Ik ga straks mijn rug toch even provoceren door de helling op te lopen naar kafeneion Melkiades om daar met een tsipourootje of een glaasje wijn te genieten van het uitzicht over de stad in het prettige vooruitzicht dat ik daarna alleen maar naar beneden hoef te lopen. Nog even genieten van de nazomer!


In gedachten, altijd,


Kees


Thessaloniki, 22 september 2024


Foto: auteur


woensdag, september 18, 2024

Verstandscrisis




Lieve Stella,


Vanmorgen kreeg ik een e-mail van het 'team aanbodselectie' van NBD Biblion, de club die recensies schrijft op grond waarvan bibliotheken hun aankopen baseren. Ze gaan de Griekse en Cypriotische besognes niet behandelen. Letterlijk schrijven ze: 'De reden hiervoor is: Voor deze titel verwachten wij te weinig belangstelling van de gemiddelde openbare bibliotheek.' Ik heb eens opgezocht hoeveel Nederlanders vorig jaar naar Griekenland of Cyprus op vakantie gingen. Meer dan een miljoen! Ik denk dat er een andere reden achter zit: meneer geeft iets in eigen beheer uit, via een Dordtse boekhandel, dus dat kan nooit wat zijn, anders had hij wel een echte uitgever gevonden. Nu zijn de kosten van het boek er ruim voor de presentatie al uit en zit ik niet op die paar euro's leengeld per jaar te wachten, dus ik reageer er verder maar niet op, ook niet op de mededeling dat terugsturen van de twee recensie-exemplaren te duur is. 


Gisteren ben ik helemaal naar Odysseas in de Kastritsiou gelopen, want de kuiten zijn wel weer aan de hellingen gewend. Ik heb de Agias Sophias genomen. Die is wel erg steil, maar dan kom ik langs de Experimentele School, waaraan wij beiden zoveel herinneringen hebben. Jij als docente, ik vanwege de schooluitwisseling in de jaren negentig. Nu is iedere collega die er toen werkte dood of met pensioen en zouden ze raar opkijken als ik ineens binnenstapte, maar in de twee jaar na jouw overlijden, toen Vasilis Chatzivassiliou directeur was, wipte ik nog weleens aan als ik in Thessaloniki was. De laatste keer dat ik nog wat mensen sprak uit de tijd van de uitwisseling was tijdens de viering van het 75-jarig bestaan in 2009. Ik zag dat ze net weer al die ziekelijke graffiti, die Thessaloniki zo ontsiert, op de schoolmuren hebben overgeschilderd. 

Een aardige herinnering uit de uitwisselingstijd. Twee van onze vwo-4 leerlingen waren zo verliefd op elkaar dat ze voortdurend liepen te zoenen. Op een gegeven ogenblik nam de toenmalige directeur, de heer Katramados, mij apart om te vragen of ik niet wat aan dat zoenen kon doen, want hij vond het maar een slecht voorbeeld voor zijn leerlingen. Ik heb ze toen gezegd dat als ze wilden zoenen ze het beste achter de boom op het schoolplein konden gaan staan in plaats van ervoor. Die jongen is nu een gerespecteerd doctor in de farmacologie, wat er van dat meisje geworden is weet ik niet, de verkering ging op een gegeven ogenblik uit en je kunt nu eenmaal niet van al je oud-leerlingen weten wat ze in het latere leven zijn gaan doen.


Rita en Sofia begroetten me allerhartelijkst en het aardige bij Odysseas is dat ik er altijd wel een bekende zie. Dit keer de advocaat Ioannis Androutsos. Altijd handig om een dikichoros te kennen want je weet het maar nooit met de bureaucratie hier. Vroeger vroeg ik weleens raad aan Artemis Kambas, maar die is vorig jaar benoemd tot rechter en heeft dus geen advocatenpraktijk meer. Het was aangenaam Ioannis na jaren weer eens te spreken. Hij was net als ik stamgast van Loxias, maar na de sluiting was hij een poosje uit beeld. Met Rita en Sofia is een beetje de sfeer van Loxias terug, of liever: de uitstekende keuken en de muziek die er vaak werd gespeeld, maar daar was de zaak wel veel groter. Als je wil eten bij Odysseas moet je vooraf reserveren anders is er alleen plek aan de bar en dat eet minder prettig. Voor ik de Kastritsiou insloeg ben ik even doorgelopen om te zien of Boneli nog bestaat. Gelukkig wel. Misschien koop ik er voor mijn vertrek nog wel een hoed. 

Volgens de kranten komt het eerste lijntje van de metro, van het treinstation tot Nea Helvetia, in november in bedrijf, maar dat was aan het station Agias Sophias niet te zien, daar is de boel nog volop met hekken afgezet, maar wie weet. De bouw heeft maar vijftien jaar vertraging opgelopen, of misschien nog wel langer, want ik weet niet meer precies wanneer hij volgens de planning gereed zou zijn. Het valt natuurlijk ook niet mee te bouwen in een land waar iedere kuil die je graaft wel een archeologische vondst herbergt en die moet dan uiteraard onderzocht worden. Men zegt dat het treinen zonder bestuurders worden. Dat lijkt me heel eng. Ik zal er weinig gebruik van maken, want er is nog geen lijn naar de Ano Polis en evenmin naar Ano Toumba. Ik doe het hier nog wel even met de taxi.


Ik heb zojuist naar de troonrede geluisterd. Weinig nieuws onder de zon, want de meeste kabinetsplannen waren al uitgelekt, maar het is wel wrang de koning waarderende woorden te laten zeggen over de sportprestaties van Nederland bij de Olympische en Paralympische Spelen, terwijl er stevig op sport bezuinigd gaat worden. Ik vraag me weleens af wat die man bij het uitspreken van zulke woorden moet denken. Dat iemand zin heeft om zo voor marionet te spelen! Het levert natuurlijk financieel wel wat op, al is de familie rijk genoeg van zichzelf om nooit, maar dan ook nooit te hoeven werken. Ik vind het, ik heb het je weleens eerder gezegd, geloof ik, vooral zielig voor die leuke prinsessen, die in een glazen huis moeten leven terwille van een sprookje voor de simpele geesten die op koningsdag met een oranje opblaaskroon op hun kop gaan lopen. Je zou die meiden in hun jonge leven gewoon een hoop wild plezier gunnen en niet dat een beetje voor aap moeten zitten als je pa een verhaal voorleest dat hij niet eens zelf heeft mogen schrijven.

Bij Konaki zat gisteravond een Duitse familie op het terras. Zo kwam ik er achter dat Rania wel goed Engels maar geen Duits spreekt. Ik moest even aan Visser denken, waar ook iedereen Engels spreekt, maar evenmin Duits. Er waren tijden dat we ons als Nederlanders op de borst klopten vanwege ons uitstekende talenonderwijs. Nu ja, als je les had van meneer Van Dalen of meneer Eckhardt dan leerde je niet veel, maar ik had dan weer het geluk dat mijn vader goed in talen was en Engels sprak ik al beter dan de leraar toen ik begon aan de middelbare school. Soms moet je gewoon de juiste familie hebben, maar wij kregen op school dus verplicht drie talen en daar heb ik later, toen ik geschiedenis ging studeren, heel veel plezier van gehad. Nog steeds trouwens, maar wat doen we in Nederland? We stellen alleen het Engels verplicht met als gevolg dat de meeste jongens en meisjes zodra ze over de oostgrens verblijven halve analfabeten zijn, om niet te spreken bij een bezoekje aan Brussel of Parijs. Als ze een taal willen leren nemen ze liever iets exotisch als Spaans of Japans, maar dan weer geen Nieuwgrieks.


Laat ik me niet druk maken. De rechts-extremisten waar we nu mee zitten opgezadeld hebben nog veel idiotere plannen. Minder buitenlandse studenten, terwijl de universiteiten erom schreeuwen, want er zijn onvoldoende Nederlandse studenten en het gaat nu prima met die universiteiten. Dat hoorde ik vanmorgen van de bestuursvoorzitter van de Rijksuniversiteit Groningen. Ze willen ook een asielcrisis uitroepen, terwijl daar geen enkele juridische grond voor is. Er heerst een verstandscrisis in het kabinet! Het Centraal Planbureau en nog een paar van dat soort nuttige instellingen waarschuwden vanmorgen ook ernstig voor de negatieve gevolgen van de plannen van die club. Een mevrouw van het MKB uitte eveneens op de radio haar diepe zorgen, maar het gefrustreerde deel der natie stemt straks weer gewoon op extreem-rechts, want de eigen bijdrage voor de zorg gaat omlaag en misschien krijgen we eindelijk nog een keer het 'kwartje van Kok' terug. Ik ga naar de kroeg, het is mooi geweest.


In gedachten, altijd,


Kees


Thessaloniki, 17 september 2024


Foto: auteur


zondag, september 15, 2024

Teringherrie




Lieve Stella,


Wat me altijd opvalt in Griekenland is het vreselijke verkeersgedrag. Onderweg van het vliegveld naar het Voorlopig Schrijfhuis werd de taxi, die zelf ruim over de honderd reed, ingehaald door een motor waarop een knul in t-shirt en korte broek, met achterop een meisje in een flodderig zomerjurkje. Beide zonder helm. Met ruim honderdveertig per uur slalomden ze over de drukke Periferiako en raakten al spoedig uit zicht. Gisteren stoof een rood autootje in vliegende vaart over het nauwe paadje voor het huis naar de hoofdweg. Dat er niemand liep was een gelukkig toeval. Er wordt geracet, gejakkerd, door rood gereden en tegen de rijrichting ingegaan dat het een aard heeft. Ik zie het al zevenendertig jaren hoofdschuddend aan, maar het zal wel nooit veranderen, de vele, vele verkeersdoden ten spijt. Volgende week rijd ik met nichtje Eleni mee naar Kilkis om daar de familie te bezoeken. Ik houd nu al mijn hart vast.


Zo, even geklaagd. Ik werk regelmatig aan het volgende deel van mijn literair dagboek en ben nu in de zomermaanden van 1989 bij jou in Thessaloniki. Ook toen ging het al over de ergernissen van het verkeer. Weet je nog dat we die zomer met jouw Zastava Yugo 45 eerst naar Athene reden en daarna Pelion bezochten? Voor we Pelion aandeden bezochten we Arachova en Delphi. Ik heb nog steeds de poster met een foto van Miliès hangen die jij ergens kocht en later inlijstte. Ik zou graag weer eens naar Pelion gaan, maar ik moet er niet aan denken hier een auto te huren (zeker niet nu ik al ruim vier jaar geen auto heb gereden) en met het openbaar vervoer lijkt het me, met mijn rug, niet echt te doen. Dan moet ik eerst met de trein (deze week twee bijna ongelukken en de arrestatie van een machinist en een stationschef) naar Larissa, daar overstappen naar Volos en dan met een bus. Laat maar, denk ik dan, al kan ik natuurlijk ook een taxi nemen. 

Ik moet overigens niet te veel over mijn rug klagen, want met vier paracetamolletjes per dag valt een en ander goed te doen en dat alweer bijna een half jaar na de laatste behandeling in de pijnpoli. Het zou natuurlijk geweldig zijn als ik op een ochtend wakker werd en die rugwervel terug op zijn plek zou zijn geschoven, maar dat dat gebeurt is even waarschijnlijk als wanneer we iemand over water zien lopen.

Gisteren ben ik voor het eerst naar Baraka geweest, met een taxi, want ik was een beetje te lui om te lopen en bovendien doen mijn kuiten zeer van het helling op, helling af. Over een paar dagen is dat over, maar goed, taxi's zijn goedkoop dus waarom niet? In Baraka was het, op wat studenten na, rustig. Ik heb lekker zitten lezen in The Story of Russia van Orlando Figes, een boek dat eigenlijk iedere politicus zou moeten lezen om iets te begrijpen van de haat van tsaar Putin jegens het Westen. Ook wat Karel van het Reve over Rusland en de Russen schrijft, al is dat soms wat gedateerd, is verhelderend, maar wie leest in Nederland nog Karel van het Reve? 

Politici! Kees Buddingh' schrijft ergens: 'Er zijn twee soorten politici: zij die in hun leugens geloven en zij die niet in hun leugens geloven.' Ik weet niet precies meer waar het staat, maar het is niet onaardig. Onze Kees had het niet zo op politici, uitgezonderd een aantal plaatselijke. Ik heb dat ook. Jegens veel politici (al zijn er ook integere, ik ben niet van dat 'het zijn alleen maar Haagse zakkenvullers', wat dom geklets is van PVV en erger stemmers) heb ik een gezond wantrouwen, maar dat geldt veel meer voor de landelijke dan voor de Dordtse. Ik zal nooit van mijn leven VVD stemmen, maar ik vind bijvoorbeeld dat de Dordtse VVD wel een positieve rol in het stadsbestuur speelt. Ik kan met de meeste lokale VVD-raadsleden uitstekend opschieten, waardoor ik steeds weer verbaasd ben dat diezelfde partij op landelijk niveau collaboreert met de PVV, waarvan het fascistoïde gedachtengoed zonneklaar is. Zou dat komen doordat de VVD geleid wordt door een mevrouw die duidelijk wel in haar eigen leugens gelooft? 

Genoeg! Ik mijd in de kroeg zoveel mogelijk het gesprek over politiek, maar nu aanstaande dinsdag (Prinsjesdag) ons extreem-rechts gekleurde kabinet zijn eerste rampenplannen gaat aankondigen, moest ik even. Wat zullen al die mensen die rechts hebben gestemd in de hoop dat 'de zon weer gaat schijnen' op hun neus kijken. Minder Wilders, minder PVV, minder populistisch geblaat, het zou een zegen voor het land zijn.

Van Elvira, die voor ons huis zorgt, hoorde ik dat het na een paar herfstige dagen in Dordrecht ook weer een aardige dag is. Hier wordt het een graad of zesentwintig. Ideaal voor een kalme zondag. Ik zou naar Menelaos gaan, die herstelt van een operatie (nieuwe knie), maar hij liet weten vandaag met Zina naar Doxato te vertrekken. Ik denk dat ik maar rustig in mijn buurtje blijf. Lekker lezen op mijn balkon, al heb je daar wel hinder van het verkeer over de hoofdweg. In mijn dagboek uit 1989 klaag ik volop over de herrie in Thessaloniki. Ik ben er inmiddels aan gewend en tegenover het kabaal staan veel aantrekkelijke facetten van de stad, maar zo'n brullende, voorbij stormende motorfiets blijft een ergernis. Meestal mannen met een erg klein piemeltje die toch indruk willen maken, zeggen we dan in de kroeg. Ik denk dat dat best zou kunnen, want waarom anders je medemens die teringherrie aandoen? 


In gedachten, altijd,


Kees


Thessaloniki, 15 september 2024


Foto: auteur