vrijdag, juli 28, 2023

Bommen en granaten




Warnaar leest op het internet dat in Griekenland een munitiedepot in de lucht is gevlogen vanwege een bosbrand. Een munitiedepot in een bos, dat kan alleen maar in Griekenland, denkt hij. Foute gedachte, weet hij, weer die typisch Hollandse vooringenomenheid van 'bij ons is alles beter geregeld'. Hij herinnert zich vakanties op de Veluwe, toen hij een jaar of tien was. 's Morgens in alle vroegte op pad om herten en wilde zwijnen te zien. Wolven waren er nog niet, maar militairen te over. Grote delen Veluwe waren (en zijn) nog militair oefenterrein. Het zou hem niets verbazen als er in Nederland ook ergens een voorraadje bommen en granaten in een bos ligt.


Hij herinnert zich een vakantie in Vaassen, waar zijn ouders een vervallen schuurtje hadden gehuurd dat voor zomerhuisje moest doorgaan. Op loopafstand had je kasteel De Cannenburch van de zestiende eeuwse veldheer Maarten van Rossem. Je komt hem ook weleens tegen als Maarten van Rossum. In die tijd had je een reclame voor pijptabak die Van Rossums Troost heette. Een mannetje in een schandblok kreeg een trek van de pijp van een welgedane, grijnzende burger. Alsof die tabak alle leed dragelijk maakte.


Roken in de natuur is vaak een oorzaak van bosbranden. Hij ziet nog al die weggesmeten sigarettenpeuken als hij met zijn vrouw in het bos boven Thessaloniki wandelde. Er waren, bij een graadje of vijfendertig, na weken droogte, ook weleens wat zwakbegaafden aan het barbecuen. Er zijn eigenlijk weinig dingen waar hij nog van opkijkt.


Foto: auteur



donderdag, juli 20, 2023

Afgehandeld




Het is zondagmorgen. Warnaar zit net aan de koffie als er wordt gebeld. Hij kijkt op zijn horloge: half twaalf. 'Laat maar,' bromt hij, 'het zullen wel weer Jehova's zijn.' Even later staat hij op en kijkt de straat in. Niemand te zien. Vroeger had elk huis een paar spionnen, spiegels waardoor je de hele straat in de gaten kon houden. Reuze handig bij ongewenst bezoek. Hij herinnert zich niet goed meer of die dingen alleen bij bovenwoningen voorkwamen of ook op de begane grond. Dat laatste lijkt hem sterk, vanwege de altijd alomtegenwoordige vandalen. Er is veel veranderd, meent hij, maar dat niet. Klootzakken en idioten zijn van alle tijden.


Zijn oog valt op de boom aan de overkant. Een tijdje geleden stond er een vuilcontainer in de straat, vanwege een verbouwing. Bij het ophalen van het ding heeft de lomperik achter het stuur die boom geraakt en ernstig beschadigd. Daar kan de arme stakker weleens aan doodgaan, vreest hij. Hij heeft het gemeld bij de gemeente, die reageerde met: 'Goede morgen uw melding is in behandeling genomen.' Een dag later mailde men: 'Uw melding is afgehandeld.' Hij heeft sindsdien niemand van de plantsoenendienst gezien, de boom staat er nog even treurig gewond bij.


Moet je eens proberen een kapvergunning voor een halfrotte perenboom in je tuin te krijgen, denkt hij verontwaardigd. Dat heeft hij niet eens geprobeerd. Hij heeft gewoon gewacht tot hij vanzelf omviel en er daarna, wat later, nog lekker van gestookt in de open haard.


Foto: auteur



donderdag, juli 13, 2023

Dwars!




Lieve Stella,


Het afgelopen weekeinde hadden we het Big Rivers festival in de stad, wat weer een groot succes was, wat mij betreft. Je hebt natuurlijk altijd mensen die vinden dat er te veel van dit (coverbands) en te weinig van dat (peperdure internationale artiesten) zijn, maar daar haal ik mijn schouders over op. Ik genoot van de geweldige sfeer in de stad, vooral omdat het prachtig weer was met heerlijke, zoele zomeravonden. Heel even dreigde het mis te gaan toen het KNMI met een onweerswaarschuwing kwam voor zondagmiddag, maar na twee donderslagen en een buitje van tien minuten kon het feest gewoon doorgaan en werd het, alle waarschuwingen en kleurcodes ten spijt, weer een heel aangename, droge, avond. 


Onze oude vriend en collega historicus Alan Denny was voor het weekend overgekomen uit Engeland. Hij wilde zondagavond graag Indisch eten, maar Mulia was dicht en Rasa Senang is te ver van het festival dus hebben we bij Olympiada op het terras gegeten, waar we werden getrakteerd op een optreden van Brassociety, de huisband van Big Rivers die bij mij immer favoriet is. Scotch the Band, die ermee is gestopt, zoals je weet, werd deerlijk gemist, maar ik was ook heel blij met optredens van Vera & the Sleepoverclub, Salmon on a Leash, de Amazing Stroopwafels, de Badjak Boys, De Bende van Annabel, de verrassende De Doopsgezinde Gemeente en zo nog wat meer, al is het onmogelijk alles te zien en werd ik, in ieder geval zaterdag, enigszins gehinderd door mijn rug.


Op zaterdagochtend vroeg had ik een Engelstalige stadswandeling met een leuke, belangstellende groep, maar daarna te weinig tijd om mijn rug de nodige rust te gunnen, dus heb ik me af en toe met de stok-van-Klok van podium naar podium moeten slepen, met, uiteraard, een aantal tussenstops op het terras van het onvolprezen Visser. Het zal je niet verbazen dat de zaterdagavond bij Costa d' Oro werd gegeten, waarna de afloop van de avond me niet helemaal meer helder voor de geest staat. De warmte, denk ik.


Alan sloot halverwege die wandeling aan en was verbaasd over het standbeeld van Willem van Oranje in de Hofstraat, dat hij ontzettend lelijk vond. Ik vind het ook een monstrueus gedrocht, maar dat krijg je als je 'de mensen' over een ontwerp laat stemmen. Dan krijg je steevast het lelijkste ontwerp want het volk heeft van alles, maar geen smaak. Daarom ben ik ook blij tot de intralectuele elite te behoren en niet tot de aanhang van hoempa en jolijt. Gerard Reve heeft de mensen zo vaak gewaarschuwd voor de platvloerse hordes, maar niemand die echt luisterde. 


Terwijl het festival voortging bleek het kabinet-Rutte er de brui aan te hebben gegeven. Het laat een spoor van onopgeloste problemen en maatschappelijke afbraak achter. Mark Rutte zelf lijkt me een heel aardige man, een geboren docent (hij geeft trouwens nog altijd een paar uur les) die maar snel helemaal voor de klas moet, dan helpt hij in ieder geval mee het lerarentekort op te lossen. Er komen nieuwe verkiezingen in november. Een nieuwe kans voor de roeptoeters van extreem rechts en links om chaos en wanorde te prediken, vrees ik, dus ik houd het op voorhand maar op iets gematigds, een beetje links van het midden, maar niet te betuttelend, want dan hebben ze het, voor je het weet, voorzien op je borrel.


De schoolvakanties zijn begonnen en normaal is het dan rustig in de straat, maar de school aan gene zijde is vertrokken naar de wijk De Staart. Althans, de bedoeling is dat de leerlingen daar hun carrière voortzetten, maar ik heb al van verschillende buurtouders gehoord dat ze dat onverantwoord ver weg vinden en hun kroost op een school dichterbij huis doen. Er komt nu een andere school in en daarvoor moet het een en ander worden verbouwd. Dat betekent een zomer lang bouwvakkers aan de overkant met al hun aanklevende herrie en klotemuziek. Gelukkig ben ik een ochtendmens en ben ik meestal op voordat het gedoe begint. Beneden heb ik er, vanwege de dubbele ramen, weinig last van, maar begrijpen doe ik het niet helemaal, want dat gebouw is een paar jaar geleden compleet gerenoveerd. Ik bedoel, ik begrijp wel dat het voor deze leerlingen moet, het is speciaal onderwijs, maar dat het toch een beetje maf is om een geschikt schoolgebouw te slopen omdat de gemeente daar een handjevol villa's wil bouwen en een pas opgeknapt gebouw weer te gaan verbouwen. Het is tenslotte allemaal wel van onze belastingcenten en wat er uiteindelijk van die villa's terechtkomt moeten we maar afwachten. Mijn vroegere schoolgebouw op de Noordendijk, dat voor de nu te slopen basisschool stond, is alweer tijden geleden afgebroken, ook om ruimte te maken voor superluxe nieuwbouw, maar daar is nog helemaal niks, nada, niets gebouwd. Ze hebben er wat zogenaamde tiny houses opgezet, want 'kleine huizen' klinkt klaarblijkelijk te Hollands, en verder ligt de boel braak. 


Ik denk soms met enige weemoed terug aan de uren dat ik daar voor de klas heb gestaan, met uitzicht op het Vlij en verder weg de bomen van het Wantijpark. In die tijd zat je als leraar nog met je bureau op een podium en kon je gewoon voor de klas een sigaar opsteken. Ik denk nog weleens aan Van Wijnen, mijn bejaarde leraar geschiedenis op mulo-Groenedijk. Hij was officieel al met pensioen, maar werkte gewoon door, waarbij hij de ene sigaar na de andere rookte. Op een dag gooide hij er eentje die niet helemaal uit was in de prullenbak, die prompt in brand vloog. Toen hij het vuur wilde uittrappen, wat niet lukte, bleef de bak aan zijn voet hangen en moest de ijlings toegesnelde conciërge hem met een emmer water blussen. Goed dat hij op de begane grond lesgaf, ongeveer naast het hok van de conciërge. We turfden iedere les de keren dat hij 'juist zo' zei. Het record staat geloof ik op tweeënveertig. 


Dat was in het jaar dat een wiskundeleraar op een ouderavond tegen mijn moeder zei: 'Het is een aardig ventje, mevrouw Klok, maar er zal weinig van hem terechtkomen.' Niet eens zo gek veel jaren later waren we collega's. Hij nog steeds derdegraads wiskunde en ik doctorandus in de geschiedenis. In mijn boek Van chagrijn worden de leukste gezichten lelijk kun je lezen hoe dat allemaal zo gekomen is. Die wiskundeleraar had als bijnaam de Vuurtoren vanwege zijn rode haar. Hij rookte pijp voor de klas, een forse met een rechte steel. Als hij de klas betrad, hij liep niet, hij schreed, kwam altijd eerst die pijp om de hoek van de deur. Je kon hem ermee uittekenen. 


Nu staan mijn oud-collega's die nog roken met hun peuk of sigaar in de pauze buiten het hek van het schoolterrein te paffen. Ik dank Onze Lieve Heer dat ik tijdig uit het onderwijs kon vertrekken, ik weet zeker dat, als ik nog zou werken, ik uit afkeer van die anti-rookterreur op een dag in de docentenkamer zou opsteken en vervolgens vermoedelijk worden ontslagen. De dwarse puber in mij is nog steeds niet helemaal verdwenen, wat ook bleek uit mijn omgang met die idiote avondklok tijdens de covid staat van beleg.


Ik geloof dat ik weer eens een flink eind ben afgedwaald, maar dat ben je van me gewend. Ik wilde je nog even laten weten dat ik mijn volgende reis naar Griekenland alweer heb geboekt, ook al duurt het vertrek nog even. Ik vlieg opnieuw business class. Reizen is al vervelend genoeg, zeker met de rug, al moet ik die kwaal niet overdrijven. In de familie en vriendenkring gaat de een na de ander aan afschuwelijke ziekten dood. Een paar dagen geleden neef Christos nog, aan een aneurysma. In mei ben ik nog fris en vrolijk met hem uit eten geweest. Hij was op leeftijd, dat wel, maar je weet wat Jean Paul Franssens ooit schreef in Zuiderkerkhof 1: 'Geen sterveling van wie je houdt heeft ooit een leeftijd om dood te gaan'.


In gedachten, altijd,


Kees


Dordrecht, 13 juli 2023


Foto: Cees Kloosterman


woensdag, juli 05, 2023

Kokosmakron




Je kon erop wachten, denkt Warnaar, na jaren van antirookterreur heeft een of andere bedilzuchtige kokosmakron zich op de alcohol gestort. Straks mag je geen wijn meer in de supermarkt kopen en uiteindelijk komt er een drooglegging, zodat we naast de cocaïnemaffia ook opgescheept zitten met de tabaksmaffia en de alcoholmaffia. Hij denkt aan Griekenland, waar je je sterke drank gewoon bij de super koopt. Of bij het pratirion poton, vrij vertaald het drankstation. Hij leest het bericht dat de pedagogisch geschoolde schrijver Ronald P.F. hem stuurde:


Ik word te oud voor dat gedoe. Nu wordt weer vol ingezet op een alcoholverbod, met als schrikbarend beeld dit: "Gemiddeld drinken mannen elf liter pure alcohol per jaar, vrouwen zeven liter." Ik zou graag de knurft die dit soort onzin opschrijft op een ongemakkelijk zitje willen vastbinden en hem dwingen 1 liter pure alcohol te drinken. Pure dus, geen destillaat. Kijken of hij het verschil merkt - de idioot.


Hij denkt weleens: hadden we Indië nog maar. Een streng verboden gedachte natuurlijk, maar daar komt wel het beroemde Deli zandblad vandaan, waarin de heerlijkste sigaren worden gerold. Hij mocht ze graag roken, eerst overal, op verjaardagen, in de kroeg, maar nu alleen nog op het terras en daar zit altijd wel een irritant wijf dat begint te klagen. Hij weet niet meer wanneer hij, lang geleden, zijn laatste sigaar heeft gerookt. Hij is vastbesloten om weer eens, voor de zeikers en betuttelaars het leven definitief onleefbaar hebben gemaakt, een kistje te gaan kopen.


Foto: Bart Damen


maandag, juni 26, 2023

Indië




Hij moest maar eens verder in zijn boek, vindt Warnaar. Om de waan van de dag even te vergeten. Nu wordt er alweer uren op de radio gespeculeerd over hoe het in Rusland met Poetin gaat aflopen en die voormalige kok van het Kremlin, die bijna met zijn privéleger in Moskou stond. Rusland, hij is er nooit geweest en hij gelooft ook niet dat hij er ooit zal komen. Hoewel, je weet nooit.


Het is zomer. Hij kan lekker zijn veranda op. Frisse lucht. Er ligt achter zijn huis weliswaar een drukke weg en de beruchtste chemische fabriek van Nederland, nu ja, denkt hij, in ieder geval van Dordrecht, staat maar een kilometer of vier verderop. Gelukkig komt de wind meestal uit een andere hoek. Vanwege die veranda heeft hij het huis gekocht, nu alweer meer dan veertig jaar geleden. Hij had zich aan de universiteit onder meer beziggehouden met het thema 'Nederlands-Indië in de 19e eeuw'. De veranda deed hem aan het tempo doeloe denken. Nederlands-Indië toen, Indonesië nu, ook nooit geweest. Veel te lang vliegen.


Het boek dat hij leest speelt zich af in Epirus in de negentiende eeuw. Het Osmaanse Rijk bestond nog, ook al werd het wel 'de zieke man van Europa' genoemd. Nu is het gebied Grieks. Sinds 1912 meent hij zich te herinneren. Hij heeft het samen met zijn vrouw ooit met de auto doorkruist. Zon, olijven, indrukwekkende bergen, goede wijnen en overvloedige maaltijden. Dan hoef je toch niet meer naar Indië, meent hij.


Foto: auteur


zondag, juni 18, 2023

Uitjes pellen




Lieve Stella,


Ik ben alweer twee weken terug in het vaderland en ik zit ook alweer tot over mijn oren in het werk. Allemaal leuk werk, dat wel, anders deed ik het niet, maar ik moet toch af en toe maar eens ergens 'nee' op gaan zeggen. Ik neem nog steeds regelmatig een stadswandeling aan voor Ontdek Dordrecht, iets wat ik met veel plezier doe, maar wat wel een flinke opgave voor mijn rug is. Daarom neem ik tegenwoordig mijn fameuze, al eerder besproken, Franse wandelstok mee, dat verlicht het lopen en vooral het staan, maar als ik er twee en een half uur (gelukkig met pauze) op heb zitten, heb ik wel de rest van de dag nodig om bij te komen. Die lichtgevorderde leeftijd met aanklevende kwaaltjes is niet altijd een succes, maar wie weet word ik vandaag of morgen wakker en is de rug ineens weer helemaal in orde. 


Verder ben ik alweer een tijdje met Guus bezig aan een nieuw onderzoek naar een onderwerp uit de Dordtse geschiedenis, waarvoor we regelmatig in het Stadsarchief werken. Dat heet alweer even Regionaal Archief, maar daar kan ik niet aan wennen. Het Nationaal Archief is bij mij ook nog altijd het Algemeen Rijksarchief en bovendien ben ik nog steeds blank in plaats van wit. We hebben alweer een paar aardige ontdekkingen gedaan, maar die komen te zijner tijd in een van de lokale geschiedenistijdschriften, als het goed is, dus die laat ik nu even ongenoemd. Daarnaast moet ik minstens twee lezingen voorbereiden, voor na de zomer, over twee verschillende onderwerpen. Ook interessant om te doen, maar het vreet eveneens tijd en dan heb ik nog mijn letterkundige praktijk. 


Onlangs verscheen een prachtige bespreking door Mario Molegraaf van mijn boek Verder van huis in het zomernummer van het Griekenland Magazine. Ik ben daar stiekem mee in mijn nopjes. Zou de jeugd van tegenwoordig die uitdrukking nog kennen? Ik betwijfel het. Ik lees op het ogenblik het tweede dagboekdeel van J.J. Voskuil (Capitulatie) en daar kom ik regelmatig, net als in de zeven delen Het Bureau, het woord mieters in tegen. Voor mijn generatie was dat te gek, weet je wel. Ik heb geen idee wat ze tegenwoordig zeggen, maar tijdens mijn onderwijsjaren kwamen vooral termen als vet en gaaf voorbij. Het zal nu wel iets Engels zijn, anders telt het niet. 


Voskuil en zijn vrouw komen uit dat dagboek op mij over als een stel nogal merkwaardige en onaangename mensen, terwijl in hun vriendenkring ook behoorlijk wat maffe types rondlopen, althans zoals ze worden beschreven. Ook Gerard Reve komt nu en dan om de hoek kijken. Voskuil meldt dat 'Van het Reve niet meer met zijn vrouw slaapt'. Dat zou zijn omdat hij had ontdekt dat hij homoseksueel is, iets waar Voskuil, althans tot het ogenblik waarop ik in het boek ben gevorderd, weinig geloof aan hecht. Hij denkt aan een pose. Ik moet soms wel lachen over hoe hij schrijft over zijn directeur, P.J. Meertens, 'meneer Beerta' in Het Bureau. Dat is Voskuil op zijn best. Ik vind Het Bureau geweldig, heb alle delen al eens herlezen, maar of ik dat met Capitulatie ga doen betwijfel ik. Er zitten wel erg veel taaie stukken in.


De terugreis uit Athene ging deze keer via Eindhoven. Ik dacht zo de chaos van Schiphol te ontlopen. Dat was zo, maar aankomen in Eindhoven is ook geen pretje. Allereerst moet je een flink eind lopen vanuit het vliegtuig naar de bagagehal, door allemaal hekken die de afstand nutteloos verlengen. De koffer kwam redelijk snel, maar met die rug ga ik niet in een bus zitten, dus nam ik een taxi naar het station. Een vriendelijke en attente chauffeur, maar een nogal dure rit met een toeslag omdat je op een vliegveld bent ingestapt. Waar dat op slaat weet ik niet, maar goed, ik had me beter moeten voorbereiden want er blijkt ook geen directe trein meer tussen Eindhoven en Dordrecht te rijden. Ik moest in Breda overstappen, wat tijd en moeite kostte. Volgende keer dus toch maar weer tandenknarsend via Schiphol.


Ik stapte omstreeks half zes ons huis binnen, zat een uurtje later op het terras van Visser en tegen een uur of acht bij Costa d' Oro. In de jaren zeventig en tachtig ging ik af en toe met vrienden een weekeinde naar Parijs. Als we daarvan terugkwamen werd het uitje steevast afgesloten bij Costa d' Oro. Een traditie die ik weer nieuw leven in wil blazen.


Terwijl in Griekenland rond een uur of vier 's middags regelmatig een buitje tegen het stof viel, heeft het in Nederland al meer dan een maand niet meer geregend. De tuin lijdt eronder, een paar hortensia's zijn al verdroogd. Ik ben dus fluks aan het irrigeren geslagen, de regenton zat gelukkig helemaal vol. Die is nu leeg, dus het zou mooi zijn als er vandaag of morgen een stevige bui valt, maar natuurlijk wel 's nachts, liever niet als ik met een groep Duitsers of Amerikanen door de stad loop. Weet je nog dat we, met de auto op weg naar Griekenland, een paar dagen aan het Gardameer logeerden? We zagen vanaf ons hotelbalkon dat verderop op een terras een feest aan de gang was, toen er plotseling een wolkbreuk plaatsvond en meubilair en serviesgoed letterlijk het meer in spoelden. Met een auto naar Griekenland, daar zal het wel nooit meer van komen.


Gisteren was de buitendag van de Haarlem Branch van de Dickens Fellowship. Ik had hem deze keer georganiseerd, in de Kunstkerk in Dordrecht. Vertelster Pauline 't Jong trad op met verhalen van Godfried Bomans, een van de oprichters van de Haarlem Branch. Dat was een groot succes. Ondanks het warme weer, het werd 's middags dertig graden, was er een grote opkomst. Eerst was er, zoals altijd, een borrel, daarna het optreden van Pauline, vervolgens uiteraard weer een borrel en daarna het diner. Ook dat was een groot succes. Petje af voor de mensen van de Kunstkerk en de kok van brasserie De Witt, die over niet al te lange tijd de deuren opent. Dan is er ook een mooi terras aan het Augustijnenkamp en de Nieuwstraat. Grappig te bedenken dat het daar voor de oorlog een achterbuurt was waar uit armoede uitjes en dergelijken werden gepeld. Nu is het aardig veranderd in een yuppenbuurt. Ik zag er nog niet zolang geleden een huis te koop staan voor meer dan een half miljoen.


Na het diner ben ik met Guus en Thijs nog een poosje naar het terras van Visser gegaan. Het was zo'n heerlijke, zoele zomeravond, met volop leven in de stad. Een beetje Parijs in het klein, dus eigenlijk is het helemaal zo gek niet dat we Ary Scheffer zijn standbeeld op de Beurs hebben staan. Onze Dordtse Parijzenaar, die ook een portret schilderde van Dickens, al was die er, naar men zegt, niet erg tevreden over. De Beurs, die sinds de komst van Ary het Scheffersplein heet, was in de jaren zestig, de tijd van de stadssanering (die een einde maakte aan veel verkrotting, maar ook de onnodige verwoesting van een aantal iconische gebouwen betekende) een parkeerplaats. Als ik foto's zie uit die tijd, lopen de rillingen me met terugwerkende kracht over de rug. We mogen blij zijn dat de megalomane ideeën over stadsvernieuwing uit die tijd tot het verleden behoren, al blijft waakzaamheid geboden. Aan de overkant van de Oude Maas, op de Zwijndrechtse oever, wordt een wolkenkrabber gebouwd. Regelrechte horizonvervuiling, maar dat kan het Zwijndrechtse gemeentebestuur kennelijk weinig schelen. Van daaruit hebben ze een magistraal zicht op Dordrecht en dat wij tegen zo'n ellendeding moeten aankijken zal ze een rotzorg zijn. Zwijndrecht, het enige goede daaraan is, behalve het uitzicht op Dordrecht, dat restaurant bij de pont. De rest is niets, was niets en zal ook nooit iets worden.


In gedachten, altijd,


Kees


Dordrecht, 18 juni 2023


Foto: Ria van Egmond



maandag, juni 12, 2023

Komkommernieuws




Beginnen ze nu weer te zeuren over Omtzigt met zijn functie elders, vraagt Warnaar zich af. Dan is de komkommertijd al vroeg begonnen. Hij wist zich het zweet van het voorhoofd, het is warm. Al die stamgasten die weken-, nee maandenlang hebben zitten klagen over regen, wind en kou, kunnen er niet over uit. Een hittegolf in juni! Het is ook nooit goed. Hij heeft, om de zomer te vieren, in een opwelling een doosje sigaren gekocht, een geluksdoosje. 'Het is de laatste voor de oude prijs', zei de vrouw achter de toonbank. 


Hij heeft lang niet gerookt, maar hij wil nog even, voordat tabak onverbiddelijk wordt verboden, genieten van een sigaar, de edelman onder de rookwaren. Hij ziet de tabakscriminaliteit rap opdoemen aan de horizon, met de aanklevende moord en doodslag en nachtelijke pleurispubers met vuurwerkbommen.


Hij bladert verder in de krant. Het 'spartelbadje' in het Wantijpark, waar hij als kind vaak heeft gepoedeld en dat geheel is gerenoveerd, is na een dag alweer dichtgegaan. Iets met de pompen. Het lijkt wel alsof in Dordrecht niets meer in één keer goed kan gaan. De krant staat er vol van. In de komkommertijd. De pont naar Werkendam is kapot en vaart een paar dagen niet. Hij herinnert zich de fietstochten die hij maakte naar Woudrichem. Kwam je te laat terug voor de pont dan moest je vele kilometers omfietsen. Hij maakt geen fietstochten meer. Veel te veel idioot geklede wielrenners op de paden. Die haat hij nog meer dan komkommernieuws.


Foto: Cees Kloosterman


woensdag, mei 31, 2023

Kever




Warnaar had ooit een kever die op een dag niet meer wilde starten. Dat was met vrienden in de Ardennen. Ze waren daar om de dagen tussen Kerst en Nieuwjaar bij een open haard te verlichten. Ze hadden drank en een zakje wiet mee. Dat had later een onvoorzien gevolg. Bij kevers zat de motor achterin en moest de bagage voorin. Toen hij hem kocht was het ding al veertien jaar oud, voorzien van een kekke streep en brede banden, racekuipjes voorin en een klein stuur. Het bijzonderste was dat de motor uit een VW-bus kwam. Het verkoper had hem van een overenthousiaste volkswagenmonteur gekocht. Hij reed, als hij harder ging dan honderd, ongeveer één op vier. 


Warnaar hield het meestal op negentig. Hij genoot van de teleurgestelde verkeersagenten die hem regelmatig staande hielden. Geen malle patser, maar een sjofel ogend intellectueel. Zijn vrienden duwden hem in de buurt van Ciney weer aan. Het zou de accu wel zijn, maar hij bleef weigeren. Warnaar maakte er een gewoonte van bovenaan een helling te parkeren, dat scheelde geduw. Weer thuis bleek het de startmotor te zijn.


Wat later ging hij met een bejaarde tante op familiebezoek in Engeland. Na de boot sloeg een hasjhond aan. De panelen werden van de deuren gehaald, de stoelen eruit. Ze vonden een oud boodschappenbriefje. Nadat alles weer was teruggeschroefd troostte hij de douaniers met 'the dog probably has a bad day.' Op het briefje stond dat hij uien, knoflook en een fles zonnebloemolie moest halen.


Foto: Kees Klok



zondag, mei 28, 2023

Stamboom




Een goede bekende van hem heeft een landhuis in Engeland en een indrukwekkende stamboom. Warnaar zou dat ook wel willen, maar zoals de samenleving verre van maakbaar is, zo is dat met je afkomst ook, vreest hij. Een oom van vaderskant heeft onderzoek gedaan naar de stamboom. Die gaat voorlopig terug tot het begin van de achttiende eeuw, daarna raakte oom het spoor bijster. 


De familie bestond voornamelijk uit kleine krabbelaars die Veluwse grond bewerkten, voor anderen, zoals de voorvaders van die goede bekende, die het land in bezit hadden. Aan het eind van de negentiende eeuw daalde het kindertal, werd de dood in het kraambed zeldzaam en doken de eerste middenstanders op. In de twintigste trok een deel van de familie naar de stad en ging het langzaam aan voorspoediger met de vaart der volkeren. Van Warnaars generatie heeft vrijwel iedereen universiteit of hoger beroepsonderwijs. 


Dat landhuis, gelegen in het graafschap Dorset, kun je voor een weekend huren. Dan leef je van vrijdagmiddag tot en met zondagavond als lord Grantham en zijn illustere familie in Downton Abbey. Volop personeel dat in de krochten van het huis de overvloedige maaltijden bereidt, je de hele dag keurig verzorgt en zich daarna 's nachts tevreden op de minieme zolderkamers te rusten legt. Dat alles onder de strenge leiding van een geschoolde butler. Het is te duur en zo voorbij, weet Warnaar. Hij hoopt op een uitnodiging van de goede bekende, maar dan zou hij toch eerst iets aan die stamboom moeten doen.


Foto: Kees Klok


donderdag, mei 25, 2023

Skippybal




Warnaar denkt ineens aan een skippybal. Vreemd. Hij heeft nooit een skippybal gehad. Wel een hoelahoep, een grote plastic cirkel die je door heupbewegingen om je lichaam kon laten rondslingeren. Bij tijd en wijle was dat mode op het schoolplein, zoals er ook perioden waren dat er werd geknikkerd of touwtje gesprongen, al was dat laatste meer voor de meisjes. Het woord hoelahoep had iets met Hawaï te maken werd gezegd. Op een dag was hij hem kwijt. De benedenbuurman, een postbode die vaak in de ziektewet zat om bij te klussen, had er een elektriciteitsleiding van gemaakt. Zijn vader was daar te onhandig voor.


Vader Warnaar was meer van het boek. Toen Warnaar klein was zat hij, zijn vader, avonden lang te studeren om verder te komen op kantoor. Handelscorrespondent Engels, Frans, Duits, middelbare akte Duits, diploma technisch Engels. Het zat allemaal keurig opgerold in een koker die hij na zijn vaders overlijden in de boedel vond. Een hamer, een beitel, een soldeerbout, dat soort dingen was niet aan de oude Warnaar besteed, behalve om er over te corresponderen. Hij werkte op een kantoor waar groothandel in gereedschappen werd bedreven. Hij heeft er nog een foto van. Kantoorbedienden liepen toen soms nog in stofjassen, zoals de azijnpissende conciërge op Warnaars middelbare school.


Het moet jaren geleden zijn geweest dat hij kinderen met skippyballen op een schoolplein zag. Zouden ze nog bestaan? Zouden kinderen nog knikkeren op een schoolplein? Dat hij dat niet weet geeft wel te denken, vindt hij.


Foto: archief Kees Klok


vrijdag, mei 19, 2023

Dwarsliggers!




Het is altijd al een dorp van dwarsliggers geweest, denkt Warnaar, als hij over de Buiten Walevest loopt en naar de Zwijndrechtse oever van de Oude Maas kijkt. Als er iets is waaraan hij de pest heeft is het hoogbouw en aan de overkant zijn ze bezig met het optrekken van een torenflat. Indertijd niet meebetalen aan het CJP, bedenkt hij, weigeren met Dordrecht en Papendrecht gezamenlijk een luchtbeschermingsvereniging op te richten en dan nu nog ons uitzicht verzieken. 


Je komt wat tegen als je de archieven induikt. Er was recent ook iets met een zwembad, maar hij weet niet meer wat. Dat ze de Zwijndrechtse brug de Dordtse brug noemen, neemt hij ze ook kwalijk. Sommige mensen noemen het de Stadsbrug. Hij vindt het een brug van stad naar dorp. In zijn jonge jaren fietste hij er weleens overheen. Vanaf de brug is het uitzicht op Dordrecht indrukwekkend. Zwijndrecht herinnert hij zich, in de tijd dat hij er familie had, dat ook nog, als een gat waar meer werd afgebroken dan opgebouwd, maar dat blijkt toch anders. Ook dat vindt hij niks.


Het enige goede daar, bedenkt hij, is een restaurant vlakbij het pontveer. Hij heeft er weleens gegeten met uitzicht op zijn stad en op de stoere toren van de Grote Kerk. Sinds een paar jaar wappert op die toren de Dordtse vlag. Rood wit rood. Hij is niet echt van het vlagvertoon, maar dit kan hij eigenlijk wel billijken. Het zal ze leren, daar aan de overkant!


Foto: Kees Klok



zaterdag, mei 06, 2023

Wachtlijst




Lieve Stella,


Een mens doet weleens gek. Op aanraden van de mondhygiënist heb ik een elektrieke tandenborstel gekocht, een aanbieding, twee voor de prijs van een, maar desalniettemin duur genoeg, en daar bewerk ik nu de resten van mijn gebit mee. Het is nog altijd een fietsenrek waar ook nog wel een brommer bij kan, maar de laatste jaren, sinds ik in handen ben van een jong en ondernemend tandartsenechtpaar, wordt er diligent gewerkt aan het stuiten van het verval. Mijn ziekteverzekeraar en de eigen bankrekening weten daarover mee te praten. Het bevalt me niks, poetsen met dat zoemding, maar het schijnt effectiever te zijn dan met de traditionele borstel, al houd ik die in ere voor als ik op reis ben. Er moeten al genoeg opladers mee.


Ik heb die apparaten gekocht bij een buitensteedse firma die mij door de mondhygiënist werd aangeraden. Het pakket kon ik door de post laten bezorgen bij een afhaalpunt in de buurt. Waarom niet aan huis, vraag je misschien. Ik ben niet zo van het bezorgen, zeker niet als ik wat ik nodig heb in een niet al te ver buiten het centrum gelegen winkel kan halen, maar soms ontkom je er niet aan. Volgens mij staan die pakjesjongens (en -meisjes) om de hoek te wachten tot ik even een brief ga posten of een frietje bij de buurtsnackbar haal, want je kunt er vergif op innemen dat er, als ik even een minuut of tien van huis ben, een briefje in de bus zit met 'uw pakket is bij de buren op nummer zoveel bezorgd' of bij zo'n afhaalpunt. Soms hebben ze het naar een of andere kwijnende nering op kilometers afstand van huis gebracht, waar je dan op de fiets naartoe moet, in de regel tegen een harde wind in en door de regen, want we hebben een ongehoord belabberd voorjaar. Als je zelf kunt aangeven waar het naartoe moet, scheelt het tijd, moeite, een nat pak en veel ergernis. 


Genoeg geklaagd. Toen ik vanmorgen opstond scheen de zon. Bevrijdingsdag! ging het door me heen. Daar horen zon en warmte bij. Ik heb de vlag uitgehangen om het te vieren, maar terwijl ik dit schrijf is het alweer flink aan het regenen. Ik had met vrienden mee moeten gaan, die nu bij vijfendertig graden zitten te genieten aan de Guadalquiver, maar ik moet al vaak genoeg het eiland af en ik spreek de taal niet. Gek eigenlijk dat ik wel een aantal keren in Portugal ben geweest, maar nog nooit in Spanje. In Portugal spreek ik ook de taal niet, bijna niet. Net voor ik jou leerde kennen deed ik een cursus Portugees. Wat ik daarvan heb opgestoken ben ik grotendeels alweer vergeten, maar je komt daar met Frans een heel eind. In Spanje misschien ook wel, ik heb het nooit uitgeprobeerd. Misschien moet ik er toch een keer heen, maar op de een of andere manier trekt Portugal me meer. Ik denk graag terug aan ons reisje naar Lissabon en omgeving, aan die heerlijke uren in de botanische tuin en aan ons uitje naar het immer romantische Sintra. Lord Byron heeft er nog een tijdje gewoond. Dat paleis daar, met die kegelvormige schoorstenen, zou ik wel voor een tijdje willen huren, inclusief verzorging en bewassing natuurlijk, maar dan moet ik eerst een Engelstalige bestseller schrijven of de Staatsloterij winnen. Illusies genoeg, dat weet je. Als ik ooit een flinke prijs in een loterij win zit ik waarschijnlijk op hoge leeftijd in het Oudemannenhuis, geheel opgesloten in mijn eigen verleden, op het einde te wachten en als ik voor die tijd moet vertrekken, dan hoeft het ook niet meer. 


Wat zou ik eigenlijk met zo'n prijs doen? Mijn huis klimaatbestendig maken, wellicht, een keertje extra naar Portugal en Griekenland gaan en een Rijnreisje maken op zo'n varend hotel, waarvan ik nu en dan een groep toeristen rondleid door de stad. Meestal Amerikanen of Duitsers. Ik vind dat leuk om te doen, maar ik verbaas me weleens over het tijdstip waarop je zo'n Stadtrundgang moet houden. Op maandagmorgen om negen uur, bijvoorbeeld. Nou, dan krijgen die mensen een geweldige indruk van Dordtse gastvrijheid. Alle winkels potdicht tot twaalf uur, een doods centrum waar je een kanon kunt afschieten zonder iemand te raken en hooguit twee of drie horecazaken open, maar ook niet voor tien uur. Op maandag is bovendien de helft van de horeca dicht en op dinsdag de andere helft. Zondagmorgen negen uur is nog erger. Ik heb gelukkig sterke verhalen genoeg om die mensen toch een beetje te vermaken, maar als het dan ook nog eens regent, moet je als Stadtführer van goede huize komen. Gelukkig maar dat we samen die jaren in Düsseldorf hebben meegemaakt, daardoor kan ik met de taal nog steeds lekker uit de voeten.


Van je broer nog geen nieuws. Hij is, maar dat heb ik al geschreven, van de IC af en komt hopelijk een dezer dagen thuis om verder aan te sterken. Het zal een tijdje fysiotherapie worden, denk ik. Ik kreeg wel bericht dat je neef Vangelis is overleden. Nog geen maand nadat longkanker was geconstateerd. Ik kon niet naar de begrafenis, want in Griekenland hebben ze nog steeds de harteloze gewoonte om je op de dag na je overlijden te begraven. Weet je nog dat hij in Kilkis die disco was begonnen? Gelukkig ruim voor de financiële crisis. Na een poosje kon hij de boel goed verkopen en Rijnreisjes gaan maken, maar hij was nogal honkvast, anders hadden we hem wel een keer hier in Nederland gezien.


De dodenherdenking hebben we gisteren bij Visser gedaan. Keurig op tijd met de stamgasten en de jongelui twee minuten stilte gehouden. Een kort maar mooi ogenblik, omdat iedereen er serieus aan deelnam. Ook op het nabije Scheffersplein was het stil. Jammer dat dan toch nog één automobilist het niet kon opbrengen twee minuten te stoppen. Of het was een sukkel die niet kon klokkijken, dat kan natuurlijk ook. 


Domheid is nog alom tegenwoordig en als je het geklaag uit het onderwijs hoort, wordt dat alleen maar erger. Als je wil weten hoe dat komt, moet je mijn literaire dagboeken over de jaren tachtig maar eens lezen. Uit die tijd van bezuinigingen en kortzichtig beleid stammen nog veel van de huidige problemen. Ik kijk met veel plezier terug naar mijn onderwijstijd, als ik denk aan de vele leuke leerlingen die ik had, maar ook met afschuw, als ik me de mislukte fusies, het wanbeleid van de overheid en het niet aflatend gezanik van zogenaamde onderwijsvernieuwers (de duur betaalde zijlijnwerkers) herinner.


O ja, ik moet je ook nog even vertellen dat ik op de wachtlijst sta vanwege een liesbreuk. Die blijk ik al vele jaren te hebben, maar ik had er nooit last van, tot het na zo'n Stadtrundgang soms wat gaat drukken in de lies. Toen ben ik maar eens langs de dokter gegaan. Een wachtlijst dus, want we wonen niet voor niets in een van de rijkste landen van de wereld.


In gedachten, altijd,


Kees


Dordrecht, 5 mei 2023


Foto: auteur



 

maandag, mei 01, 2023

Rood!




1 mei, Dag van de Arbeid. In landen waar die wordt gevierd, vindt Waarnaar het een recept voor rellen en geweld. Hij verwacht de bekende beelden 's avonds wel weer in het televisienieuws te zien. Veel gezwaai en vooral gemep met rode vlaggen, traangas, leeggeplunderde winkels, een enkel brandend bankfiliaal en betraliede bussen vol opgepakte idealisten.


Hij denkt terug aan zijn studentenjaren. Toen was de Chinese massamoordenaar Mao Tse-toeng populair. Tegenwoordig moet je hem Zedong noemen, heeft iemand hem eens uitgelegd. Peking mocht ook niet meer, dat moest Beijing zijn. Beijing-eend! Hij vindt het niet klinken. Goed dus dat hij niet erg van de eenden is. Die Mao had een boekje gepubliceerd over zijn heilsleer, de Chinese variant van het communisme. Niet gedragen door het industrieel proletariaat, maar door de boeren. Van de boeren moest je het hebben. Hij denkt aan al die vlaggen die op hun kop in de polder hangen.


Dat boekje was rood. Als het Dag van de Arbeid was, of als ze demonstreerden voor meer inspraak door studenten, zwaaiden ze met dat boekje. Het was klein, handzaam en werd door vrijwel niemand gelezen. Dat zie je vaak onder gelovigen: zelden er zelf in gelezen en toch precies weten wat zo'n heilig boek verkondigt. En wie daarom lacht moet gekruisigd of liefst nog erger. Met die inspraak kwam het trouwens goed. Na veel vergaderen in commissieverband mochten de studenten mee beslissen over de kleur van de pleedeuren. Die werden uiteraard rood, als eerbetoon aan die geweldige Chinees. 



vrijdag, april 21, 2023

Vleugels




Terwijl Warnaar bij het ontbijt de krant leest denkt hij dat je als leidinggevende tegenwoordig je mond niet meer open kunt doen of er begint wel iemand te janken over een 'onveilige werksituatie'. Donder toch op, denkt hij, met dat kinderachtige gezeik. Nu heeft een of andere minister weer een keer te veel boe gezegd tegen een treuzelende ambtenaar. Bij onveiligheid op het werk denkt hij aan die foto's van de bouw van een wolkenkrabber in New York waarop arbeiders honderden meters boven de grond op een dwarsbalk een broodje zitten te eten. Foto's waar hij niet naar kan kijken zonder een gierende hoogtevrees te krijgen.


Hoogtes. Hij moet er niets van hebben. Hij kent mensen die op de achtste verdieping van een flatgebouw wonen en die over zo'n galerij moeten, waarbij je door de spijlen van het hek in de diepte op straat kijkt. Hij durft er nauwelijks te lopen en begrijpt niet wat een mens bezielt om in de hoogte te willen wonen. 


Het uitzicht, heeft hij iemand eens horen zeggen. Het kan hem gestolen worden. Ooit, in zijn jonge jaren, heeft hij de hoogste kerktoren van de stad eens beklommen. Daar vandaan kun je bij helder weer Rotterdam zien liggen. 'Ook al een verpeste horizon', bromt hij, 'met al die hoogbouw'. Toen was zijn hoogtevrees nog beheersbaar, tegenwoordig wordt hij al benauwd als hij op het keukentrapje staat. Als de mens voorbestemd was hoog te wonen, had de evolutie hem wel vleugels gegeven. Dat weet hij zeker.


Foto: auteur



zaterdag, april 15, 2023

Vertrouwd gevoel




Lieve Stella,


Zojuist heb ik maar eens even naar nichtje Vaso gebeld, want ze stuurde gisteren een berichtje dat je oudste broer in het ziekenhuis ligt met covid en zuurstof krijgt toegediend. Covid, ik ben het bestaan ervan alweer bijna vergeten, of liever, ik ben goed in verdringen, maar hier kijk ik toch van op. Als ik het me goed herinner, heeft hij alle vaccinaties gehad. Gelukkig lijkt hij aan de beterende hand, al maak ik me toch een beetje zorgen. Duimen maar, al zal dat weinig helpen, evenals het maken van die zorgen. 


Over niet al te lange tijd vlieg ik weer voor even naar Thessaloniki en dan is hij hopelijk weer de oude. Letterlijk, want we worden er niet jonger op. Ik vrees dat onze generatie wat roestig begint te worden. Iedere dag hoor je in de kroeg wel een verhaal dat iemand een nieuwe knie heeft gekregen, aan een kunstheup toe is, gedotterd moet worden, aan de hoge bloeddrukpillen zit of, zoals in mijn geval, bij een fysiotherapeut loopt vanwege slijtage aan de wervelkolom. Dat zijn dan de lichte gevallen. Ik zal het maar niet over al die vrienden en bekenden hebben die voortijdig aan kanker zijn gestorven, daar weet jij alles van. Ondertussen lullen de pensioendeskundigen en zorgverzekeraars maar door over dat we steeds ouder worden. Ik heb zo mijn twijfels, maar ik heb gelukkig alleen maar verstand van het verleden. 

Wat het verleden betreft hebben Guus de Landtsheer en ik ons onderzoek naar de Dordtse Riedijk in de negentiende en eerste helft van de twintigste eeuw afgerond en in een artikel beschreven. Het is uiteindelijk een stuk van bijna zevenduizend woorden geworden, dat na de zomer in een gerenommeerd historisch tijdschrift komt. We zijn nu een onderzoek begonnen naar het reilen en zeilen van de luchtbescherming in Dordrecht, zo vanaf eind jaren twintig van de vorige eeuw tot 1945. Toen werd de boel afgebouwd en gingen de taken over naar de Bescherming Bevolking, in de volksmond de BB. 

Ik herinner me nog als jongetje dat bij ons op de Vrieseweg ergens op een deurpost een emaille bordje met Blokhoofd Bescherming Bevolking zat. Ik probeerde me het hoofd van die man voor te stellen. In die jaren had je ook hier en daar bordjes met Hier brand melden. Dat kan de smartfoongeneratie zich natuurlijk helemaal niet meer voorstellen. De wereld zonder internet, hoe was dat ook alweer? Nou, we hebben al een paar aardige staaltjes van pre-on-line communicatie in de archieven gevonden, maar die houd ik nog even onder de pet, tot we klaar zijn met het onderzoek.


Morgen is het orthodox Pasen. Dit jaar een week later dan Pasen bij ons, dat voornamelijk een feest is van chocolade hazen, verstopte eieren en bezoeken aan ongure oorden als meubelboulevards en tuincentra. Vorig jaar Pasen zat ik in Griekenland, maar zo vroeg in het jaar vond ik het daar nog net een beetje te fris. Ik heb me toen wel goed vermaakt, dankzij mijn goede vriendinnen Anke en Lienke, in Ermoupolis, op Syros, maar ik ga nu toch maar wat later naar het tweede vaderland, waar ik weer gedoe voorzie vanwege de belastingaangifte. Ik stuurde een noodzakelijke verklaring van de Nederlandse fiscus naar het Ministerie van Financiën om de handtekening te laten legaliseren, een vorm van bureaucratische flauwekul, maar goed, het ding is zoekgeraakt in de post. Het zoveelste belangrijke stuk dat daar in de mist is verdwenen. Na jouw overlijden, toen ik een paar weken met verlof in Thessaloniki was, had ik een of andere verklaring van mijn rector nodig. Die heeft hem drie keer opgestuurd, maar hij kwam maar niet aan. Tenslotte heeft een bevriende collega, die naar de herdenking, na veertig dagen, van jouw dood kwam, de vierde editie meegebracht. Dat krijg je als je de eis laat vallen dat postbodes moeten kunnen lezen.


Mensen vragen me weleens waarom ik je, ruim vijftien jaar na je overlijden, brieven schrijf. In een hiernamaals geloof ik niet, al weet je het nooit zeker, maar ik heb het al eens uitgelegd, in een van de twee veelgeprezen eerdere boeken met brieven aan jou. Ik houd het er maar op dat zo onze band blijft, ook al houd ik hem eenzijdig in stand en eerlijk gezegd ligt het schrijven van brieven als vorm van literatuur mij nu eenmaal goed. Ik kan, wat ik te zeggen heb, ook in verhalen vatten (voor een roman heb ik onvoldoende adem, tenzij het misschien ooit nog eens een brievenroman wordt) en dat doe ik soms ook wel, maar brieven schrijft gewoon lekkerder. De boeken van Gerard Reve die ik het meest waardeer, Op weg naar het einde en Nader tot u, zijn in de aard der zaak ook brievenboeken. Heel lange, soms uiterst hilarische en scherpzinnige brieven. Nu jij weer.


Vorige week is je achterneefje Alexandros, landbouwkundig ingenieur én schipper op een jacht, een nachtje te logeren geweest. Hij was op doorreis van Düsseldorf naar Brussel. Hij kwam met de waterbus vanuit Rotterdam. Een mooie manier om naar Dordrecht te reizen, zo deden we het voor 1872, toen de spoorbrug tussen Dordt en Zwijndrecht werd geopend, tenslotte ook. En eigenlijk ook nog een flinke tijd daarna. Voor de Tweede Wereldoorlog was het heel normaal om vanuit Brabant, de Hoekse Waard of Rotterdam met een schip naar het Groothoofd te varen en daar het Eiland van Dordrecht te betreden. De waterbus, zeg de Rotterdamse boot, zet je tegenwoordag op de Merwekade af, maar het is natuurlijk veel indrukwekkender om door die prachtige Groothoofdspoort de stad in te gaan. Philips II, de hertog van Leicester, Alva, Willem van Oranje, de prinsessen Wilhelmina en Emma, koning Willem-Alexander en menig voorvader en -moeder van mij gingen u voor, maar als daar ieder uur een boot afmeert heb je een grote kans dat een paar binnenstadsbewoners, die wel de lusten van het wonen in het mooiste deel van Dordrecht willen, maar zelden de lasten, amok gaan maken. 

Alexandros was onder de indruk van Dordrecht, maar ik heb hem dan ook ver gehouden van spuuglelijke plekken als de Grote Markt, het Bagijnhof, het Achterom, het Statenplein en de Spuiboulevard. Hij moest wel op een kampeerbed tussen de boeken en alles wat in de afgelopen twee en veertig jaren in mijn werkkamer aanspoelde. Normaal doe ik het nooit, mensen bij mij thuis laten logeren, ik stop ze liever in een hotel, want het geeft gedoe met beddengoed, de badkamer delen en ontbijt maken, maar ik heb voor een keertje een uitzondering gemaakt. Die jongen is net afgestudeerd, moet nog aan zijn eerste baantje als schipper (in het zomerseizoen toeristen rondvaren in Halkidiki) beginnen en eigenlijk was het heel gezellig. Voor hij de trein nam om verder te reizen hebben we voor het gemak in de stad ontbeten. De avond ervoor hebben we in café The Hide Away Feyenoord van Ajax zien verliezen. Hoewel ze er in Griekenland ook wat van kunnen, was hij verbaasd over het idiote gedrag van sommige zogenaamde supporters. Vuurwerk, rotzooi op het veld gooien, Davy Klaassen met een hoofdwondje. De spelers konden er ook wat van. Van die opgefokte macho's die met de koppen tegen elkaar gaan staan. Hoe dom kun je zijn? Als je dat zo ziet, ben ik blij fan van FC Dordrecht te zijn. Dat heeft gisteren weer eens verloren. Achttiende in de eerste divisie, het geeft een vertrouwd gevoel.


In gedachten, altijd,


Kees


Dordrecht, 15 april 2023


zaterdag, april 08, 2023

Eigen baksel eerst!




Eindelijk weer eens zon, denkt Warnaar. Hij weet ook wel dat zeuren over het weer weliswaar een hartstochtelijke, vaderlandse hobby is, maar dat je er niets mee opschiet. Zoals je ook niets opschiet met stemmen op een hevig drinkende en met wijnflessen gooiende politicus, die daarbij ook nog beweert dat dat een 'Griekse' gewoonte zou zijn. Een Poetinvriend die heult met de Russen, meent Warnaar, die je natuurlijk niet hoort over 'Russisch drinken.' 


Hij herinnert zich met een glimlach dat hij als jongen dat ook eens in de kroeg heeft gedaan. Ook dronken, net als die politicus waar de krant het vanmorgen zo uitvoerig over had. Jammer dat het een beetje een sensatiekrant is, vindt hij. Het glas dat hij toen achteloos over zijn schouders gooide spatte tegen de muur naast de deur van het toilet uiteen. Net toen daar een grote kerel uit tevoorschijn kwam. Het kostte hem een vracht aan bier om de gemoederen te bedaren. 


Het was lang voordat iemand ook maar geloofde dat er ooit een rookverbod in de kroeg zou komen, behalve die enge Fons Nijpels uit Rotterdam, moordhoofdstad van Nederland. Hij heeft zich altijd verbaasd dat mensen daar willen wonen. Hij opent de deur naar de veranda, maar het is nog te vroeg in het seizoen om al buiten te kunnen zitten. Bovendien heeft hij nog werk te doen: een broodje bakken. Niets zo smakelijk dan je eigen baksel, vindt hij, terwijl hij de aangename geur opsnuift van het deeg dat staat te rijzen. 


Foto: auteur


donderdag, maart 30, 2023

Zakdoek




Warnaar weet niet waar hij een grotere hekel aan heeft, aan storm of aan regen. Hij tikt op de barometer die niet veel goeds voorspelt. Hij twijfelt of hij naar de supermarkt zal fietsen of de boodschappen maar laat voor morgen. Hij heeft twee supermarkten op loopafstand, maar eentje is een goedkope dozenschuiver voor 'het volk', de andere is een dure zaak vanwege de biologische pretenties. In beide wil hij niet gezien worden. 


Meestal gaat hij naar de refo richting stadscentrum. Ondanks de Heere vindt hij het sympathieke mensen, maar het aanbod is beperkt. Soms komt hij thuis met de helft van zijn boodschappenlijstje en moet hij alsnog naar de super aan het Lepelaarplein, waar hij zich altijd het lazarus moet zoeken omdat die dodo's iedere paar weken hun spullen op een andere plek zetten. Hij kan dan wel tegelijkertijd langs de sigarenboer. Hij rookt al jaren niet meer, bijna niet meer, maar wil een voorraad sigaren aanhouden. Je weet nooit of het oorlog wordt of dat er een nieuwe pandemie uitbreekt. Hoe moet je dan zo'n avondklok de baas blijven?


Als hij moet niesen ruikt zijn zakdoek vreemd. Een soort chemische lucht, denkt hij eerst, maar dan schiet hem het meisje te binnen dat een paar avonden terug uit de kroeg met hem meefietste naar huis. Het regende en ze hadden tegenwind. Ze dronken whisky. Naarmate hij meer innam kwam het glasoverschrijdend gedrag. Hij denkt met een glimlach aan hoe hij haar schoot met die zakdoek probeerde te drogen.


Foto: auteur



maandag, maart 20, 2023

Storm




'Jawel, ik ben wezen stemmen,' antwoordt Warnaar een iets te nieuwsgierige buurvrouw, 'en ook maar gelijk voor het waterschap.' Hij had geen notie van wat welke partij daar nou wilde, maar hij had gewoon iemand gekozen van de club die ook zijn stem voor de Provinciale Staten, en dus indirect voor de Eerste Kamer, had gekregen. Geen proteststem, maar een keurige, gematigde partij, ietwat links van het midden. 


Heel lang geleden, toen hij nog een puber was, had hij weleens op 1 mei met nog een handvol anderen achter een rode vlag door het dorp gelopen, maar dat was toch vooral om met vriendjes mee te doen. In zijn studietijd vond hij Marx en Lenin alleen maar slaapverwekkend en zat hij liever in de kroeg dan mee te schreeuwen met opgewonden medestudenten. De kroeg is sindsdien populair gebleven.


De buurvrouw zei iets over de Boze Boeren Beweging, maar tegelijkertijd vroeg de bakker wie er aan de beurt was en deed hij zijn bestelling. Hij ging er verder niet op in. De kranten stonden vol over de zoveelste protestclub die uit het niets was opgekomen en ongetwijfeld weer in het niets zal verdwijnen. Het begon al bij boer Koekoek, die hij als dertienjarige trouwens wel grappig vond, lang voor de opkomst van die kale kwibus uit Rotterdam met zijn schoothondjes. Hij vindt alle ophef in de kranten en op de radio iets te veel van het goede. Toen de storm eindelijk een beetje begon te luwen, kreeg je ook nog Ajax-Feyenoord.


Foto: auteur


maandag, maart 13, 2023

Verder van huis




Lieve Stella,


Het was druk, gistermiddag, bij de presentatie van Verder van huis in cultuurpaleis Visser's Poffertjes. 's Morgens dacht ik nog even 'wat moet het worden?' want ineens begon het afzeggingen te regenen. De ene genodigde had griep, de andere kampte met onverwachte sneeuw en werkzaamheden aan het spoor, de volgende had te doen met een krolse poes, er was iemand met een zieke chauffeur en er was ook nog een moeder van wie een kind moest bevallen. Nu hadden heer uitgever en ik heel veel uitnodigingen verstuurd, derhalve viel het alles mee. Visser was goed gevuld en heer uitgever was zelfs even bang dat hij niet genoeg boeken had meegenomen. Over de verkoop mogen we niet ontevreden zijn. Ik twijfel of ik te zijner tijd bij de afrekening van de royalty's ook de kosten van mijn vulpeninkt moet terugvragen, de originele dagboeken zijn tenslotte allemaal met de hand geschreven. Een paar jaar geleden heb ik twee liter encre bleue myosotis van de firma Herbin uit Parijs ingeslagen, zodat ik voor de komende decennia niet zonder hoef te zitten, maar wat ik ervoor heb betaald ben ik allang vergeten. Misschien schenk ik heer uitgever dat bedragje wel, omdat ik heel tevreden ben over hoe het boek er uitziet. Een mooie, rustige letter, niet te groot dit keer en met een prettig tintje, een beetje myosotisachtig.


Het is niet overdreven om te zeggen dat de belangstellenden van heinde en ver kwamen. Van Friesland tot Zeeuws-Vlaanderen. Dat maakt een beetje verlegen. Waaraan heb ik het te danken dat mensen zoveel moeite doen om een uurtje voor mij in Visser te gaan zitten, waarbij verwacht wordt dat ze ook nog eens een keer dat boek aanschaffen? Wel voor de gelegenheid met korting, maar zonder het boekenweekgeschenk. Dat de presentatie midden in de boekenweek viel, hadden noch heer uitgever noch ik ons gerealiseerd, anders had ik het lijvige en dure Denken ist heute überhaupt nicht mehr Mode van Anna Haag een paar dagen later opgehaald bij mijn boekhandelaar. 


We hadden, mag ik wel zeggen, een mooi, beknopt programma. Thisgirlslife (Ilona Snip) zong een paar van haar prachtige liederen. Ik ben al jaren een groot liefhebber van haar muziek. Ik vind haar een even grote ster als mijn oud-leerlinge Merel Baldé (Merol). Als Ilona ook een paar jaar geschiedenisles van me had gehad, was ze nu vast en zeker net als Merol op succestournee door Nederland en Vlaanderen. 

Wim van Til, oprichter van het Poëziecentrum Nederland, nam het eerste exemplaar in ontvangst, nadat ik eerst voor het publiek een praatje had gehouden over mijn fascinatie voor ego-literatuur. Waarom toch? Dat weet ik eigenlijk niet. Het overkomt je. Het mag niet van Lodewijk Wiener en Willem Frederik Hermans, maar ik weet nog dat het eerste dagboek van Kees Buddingh' uitkwam en dat ik de hele nacht heb doorgelezen, omdat ik eenvoudigweg niet kon stoppen. 


Het begon natuurlijk allemaal met de publicatie van het literair dagboek van Paul Léautaud in Privé Domein. Ook daar was ik meteen aan verslingerd. Jammer dat er zo godsgruwelijk weinig van Léautaud in het Nederlands is vertaald. Ik heb nog wel wat van hem in het Frans, maar om nu die hele ontzagwekkende serie dagboeken in de Pleiadereeks te kopen? Ik weet nu al niet meer waar ik mijn boeken moet laten. Er zijn heel wat dagboekaniers, brievenschrijvers en auteurs van memoires die ik bijzonder graag lees. Hans Warren, bijvoorbeeld, Mensje van Keulen, de gebroeders De Goncourt, C.O. Jellema, Jean-Paul Franssens, maar er moet altijd wel iets zijn van wat tegenwoordig een 'klik' heet. Ik heb bijvoorbeeld een paar maal geprobeerd de dagboeken van Arnold Bennett te lezen, of die van Virginia Woolf, maar daar blijf ik altijd weer teleurgesteld in steken. Het zal wel aan mij liggen. Jij bent een groot bewonderaar van Woolf, haar foto staat nog steeds op je werkkamer, die nog in dezelfde staat is als toen je me moest verlaten. Je kunt er zo weer aan de slag. Van Woolf haar fictie houd ik ook, maar haar dagboeken? Misschien moet ik het weer eens proberen, maar ik geloof dat ik afdwaal.


In zijn dankwoord sprak Wim op zijn beurt over zijn fascinatie voor poëzie. Hij vroeg wanneer er weer eens een bundel van me verschijnt. Ik bleef het antwoord schuldig. Ik schrijf nog maar heel weinig gedichten en als er eens eentje komt, vind ik het na een paar dagen meestal niet goed genoeg. Jij stimuleerde mijn poëzieschrijven, was altijd vol belangstelling en aangenaam kritisch. Ik mis dat. Misschien moet ik weer Engelse gedichten gaan vertalen. Weer eens wat oppikken van Moniza Alvi, Susan Wicks of Joanne Limburg, maar op het ogenblik ben ik te intensief met proza bezig en bij mij is het altijd het een of het ander.


Tot mijn verrassing las Wim aan het eind van zijn verhaal mijn gedicht American dreams voor en dat was, gezien de inhoud van Verder van huis heel toepasselijk. Het is trouwens een van jouw favoriete gedichten. Jij bent de aangesprokene in de tekst. 'Konden we Stella maar weer terug toveren,' schreef Marie-Thérèse uit Brugge me onlangs. Konden we samen nog maar eens een keer over die brug over de Mississippi wandelen, op de campus bij Middlebrook Hall!

Je ziet, de romanticus in me wordt wakker, maar goed, we hadden nog een stevige nazit en ik heb gelukkig heel wat boeken moeten signeren. Kunstbroeder Xuan Tran bracht Vietnamese hapjes mee voor het hele publiek en zijn vrouw LamCi, die afgelopen maandag op een foto in Trouw zomaar een zoen kreeg van Mark Rutte, kwam met een grote bos bloemen. Jammer dat de Engelse vertalingen van Xuans poëzie niet echt opschieten. Als er daar voldoende van zijn, kan er een Nederlandse vertaling komen en kan heer uitgever weer een presentatie organiseren. Het zou mooi zijn als iemand zijn werk direct vanuit het Vietnamees in het Nederlands kon vertalen, maar die iemand moet dan wel een dichter zijn en een verdomd goeie kennis van de brontaal hebben. Ik durf me, als dichter, na meer dan dertig jaar Grieks spreken nog steeds niet te wagen aan het vertalen van Griekse gedichten. Samen lukte ons dat wel. Ook dat mis ik.


Even iets anders. Ik kreeg een tijdje terug van iemand The Librarian of Auschwitz cadeau. Een boek dat is geschreven door Antonio Iturbe, een Spanjaard, en vertaald in het Engels door Lilit Zekulin Thwaites. Ik heb het net uitgelezen. Het is een verschrikkelijk verhaal. Ik bedoel: het boek is goed geschreven en voor zover ik dat kan beoordelen in voortreffelijk Engels vertaald, maar het gaat over de gruwelen van Auschwitz en Bergen Belsen en over hoe de mensen die trachten te overleven. Een uiterst beklemmend verhaal over een veertienjarig meisje dat, met alle risico's die dat meebracht, een klein aantal boeken verborgen hield voor lessen in een clandestiene school. Ik ga je het verhaal niet in detail vertellen, maar ik heb er slapeloze nachten en vreselijke dromen van gehad. Soms moest ik het even een dag of wat wegleggen voor ik verder kon lezen. Het boek is gebaseerd op het ware verhaal van Dita Kraus, een joods meisje uit Tsjecho-Slowakije dat vanuit Praag via Theresienstadt in Auschwitz terechtkwam. Ze heeft de oorlog goddank overleefd, maar door haar geschiedenis, verwoord in dit boek, kwamen de verschrikkingen van de vernietigingskampen wel heel dichtbij. En dat terwijl ik als historicus toch goed op de hoogte meen te zijn met de gebeurtenissen van toen. Als ik bedenk dat er nu weer in Nederland mensen rondlopen die de holocaust ontkennen en die weer die vileine anti-semitische complottheorieën rondbazuinen, lopen de koude rillingen me over de rug. Ik weet soms niet meer in wat voor tijd we leven. Ik houd er voorlopig maar even over op.


In gedachten, altijd,


Kees


Dordrecht, 13 maart 2023.


Foto: Leónie Holshuijsen