dinsdag, juli 20, 2021

Warnaar: Andere tijden




Hij is dol op oude landhuizen. Vooral Engelse. Als hij in Engeland is bezoekt hij ze in alle soorten en maten en uit alle tijden. Rondwandelen in een, soms nog steeds bewoonde, wereld uit een andere tijd, met de waan van de dag ver achter de hekken van het omringende landgoed. Zijn vrouw vond de negentiende eeuw de tijd die het best bij haar paste. Hij is meer van de achttiende, toen het klemmende corset van Victoriaanse moraliteit en preutsheid de maatschappij nog niet beheerste. 


Hij las het London Journal (1762-63) van James Boswell, maar die avonturen waren de familie toch te gortig, zodat het boek pas halverwege de vorige eeuw verscheen. Zijn escapades met meisjes van plezier, in het stikdonker op London Bridge, terwijl de rivier onverstoorbaar onder de jongelui doorstroomde en met actrices, bij voorkeur met actrices, logen er niet om. Als hij weer eens een kwikbehandeling moest ondergaan tegen syfilis, was het altijd de schuld van het meisje, een aspect van die tijd waar hij liever niet aan denkt. Je moest als achttiende eeuwer vooral gezond zijn en niet onbemiddeld. 


Een van de plekken die hij bezocht is het Elizabethaanse Chawton House, dat ooit in het bezit was van een broer van Jane Austen. Haar nagedachtenis wordt er geëerd. Er is een bibliotheek gevestigd, die zich richt op vrouwelijke schrijfsters uit het verleden. Austen leefde aan het einde van de achttiende en in het begin van de negentiende eeuw, nog voor het Victorianisme de dominante moraal werd.


Foto: auteur


donderdag, juli 15, 2021

Literaire stalker




Mijn laatste brief aan de vertaler en 'literaire stalker' (een bekende, Nederlandse schrijfster muntte die term, maar ik ben helaas vergeten wie, dus wie mijn geheugen kan opfrissen is welkom) Wouter Noordewier. De inhoud klinkt, nu ik alweer in een andere fase van mijn leven zit, als een tekst uit een alweer redelijk ver verleden. Ik ben de correspondentie gestopt nadat me duidelijk werd dat Noordewier steeds zo ongeveer dezelfde brief aan talloze auteurs stuurde. Ook werden zijn brieven steeds zotter van inhoud, zodat je er alleen soms nog maar om kon lachen.



Thessaloniki, 11 november 2010


Wouter,


Je stuurt me tweemaal dezelfde brief, ik heb hem dus ook tweemaal gelezen. Ik woon op het ogenblik enige maanden in Griekenland, waar ik de economie ondersteun door, wanneer ik niet schrijf, de horeca te frequenteren. Dankzij de goede zorgen van achterblijvers in Dordrecht (ik laat mijn huis daar nooit onbewoond en er is altijd wel een Engelse neef die een poosje naar Nederland komt, of een oud-leerling(e) die een tijdje bij zijn (haar) ouders vandaan wil) hebben beide brieven mij uiteindelijk bereikt. Je schrijft vele pagina's over het al dan niet aanbevelen van boeken. Wat zou ik daaraan moeten toevoegen? Een handvol boeken die ik jou aanbeveel? Nu, vooruit dan. Allereerst mijn onlangs verschenen, ontroerend, fel realistisch en schandaal verwekkend literair dagboek Idioten ontloop je nergens. Daarnaast mijn volgende week verschijnende vertalingen van John Burnside, Het bal in de inrichting, dat, als Wagner & van Santen niet waren overleden, al enkele jaren geleden zou zijn gepubliceerd. Ze worden beiden uitgegeven bij Liverse, waarvan je zeker eens de internetpagina moet bezoeken en onder de link 'nieuw' in de bladercatalogus zou moeten kijken (www.liverse.nl). Daarnaast zou ik je al het werk van de onvolprezen L.H. Wiener kunnen aanbevelen. En nog veel meer, maar eerlijk gezegd ben jij onderlegd genoeg om zelf je lijstjes samen te stellen, zoals blijkt uit je brieven, en ik kan mijn tijd beter gebruiken.


Het was vandaag een ongehoord milde, warme, wat zwoele dag, maar overal om je heen zie je dat je in een land bent dat economisch aan het instorten is. Toch beter hier te verblijven dan in Nederland, waar de regering gedoogd wordt door de griezels van de PVV. Vervelend alleen dat er geen 'Visser' is. Aangename cafés genoeg, maar geen enkel waar ik al meer dan veertig jaar kom. Ik ben uit het onderwijs en lees, schrijf, vertaal en kom nu en dan naar Nederland om wat gastcolleges te geven in Amsterdam in de moderne Griekse geschiedenis. Soms verschijn ik in persona of via de telefoon in 'Met het oog op morgen,' als er weer een clubje halvegaren in Athene met vuurwerk speelt. In Dordrecht denken ze dat ik met pensioen ben, weer een uitvreter erbij, en dat laat ik maar zo. Af en toe kom ik eens ergens. Het afgelopen weekeinde in een afgelegen dorp in het Pindosgebergte, waar soms de beren op het achtererf om voedsel komen schooieren. In de winter zijn er ook wolven. Het weekeinde daarvoor was ik vier dagen in Nederland, een bliksembezoek aan mijn eigen huis, omdat een van mijn beste vrienden zestig werd. Aangezien de ene goede vriend na de andere doodgaat, moet je degenen die overblijven koesteren. En het weekeinde daarvoor was ik in Athene met twee oud-leerlingen die logeerden bij een wederzijdse kennis, Dina Ritsou. Inderdaad, het nichtje van de Nobelprijswinnaar Yannis Ritsos, en schrijfster van een roman over Johan en Cornelis de Witt, die niemand in Nederland kon lezen, behalve een handvol intralectuelen als ik die Nieuwgrieks kennen, maar inmiddels wel, want het is door haar in het Engels vertaald en in eigen beheer uitgegeven onder de titel 'The Lion Souls' (ISBN 978 960 6652 23 3), met als ondertitel 'History novel' dus dan weet je meteen wat je van de vertaling te verwachten hebt. Ik ben blij het in het Grieks te hebben gelezen. De Griekse uitgever is Paroussia in Athene. 


Wat ik je tenslotte kan aanbevelen is het volgen van mijn weblog, waarop ik van alles publiceer wat me voor de geest komt, zonder gezeik met redacties over deadlines en te veel woorden, want och hemel, het moest eens iets meer kosten. Het adres: kees-klok.blogspot.com.


Dat is het eigenlijk wel. Ik stuur een afdruk mee van een stukje uit AD-Drechtsteden, waarin ik terecht wordt opgehemeld. Een van de nieuwe Grote Drie: Wiener, Pfeiffer en Klok. De letters zijn wat klein, dat is de schuld van mijn uitgever die de scan maakte, maar je hebt vast wel een goede leesbril of een vergrootglas.


Mocht je mij nog eens schrijven: stuur de brieven altijd naar Dordrecht, dan komen ze aan, waar ik ook ben, in Thessaloniki, in Llangollen of in Lissabon.


Een groet!


Kees

maandag, juli 12, 2021

Charleston




In zijn archief zit een portretfoto van zijn grootmoeder. Sprekend zijn moeder, vindt hij, maar dan in klederdracht. Hij denkt dat haar hoofdtooi een krullenmuts werd genoemd, al weet hij dat niet zeker. Hij kan het zijn oma noch zijn moeder meer vragen. Op de foto is ze rond de dertig, schat hij. Hij is gemaakt in Dordrecht. In 1928 verhuisde ze met haar gezin vanuit de Hoekse Waard naar Dordt, waar zijn grootvader is geboren en getogen. Voor de Eerste Wereldoorlog woonde het stel op een rijnschip. In 1914 moest opa het land verdedigen en trok oma in een arbeidershuisje op het erf van haar vaders vlasserij. Daar werd zijn moeder geboren.


Na de oorlog werd zijn grootvader zeeman. De tijdelijke oplossing duurde daardoor veertien jaar. Na de geboorte van het vijfde kind verruilde opa de zee voor een melkwinkel in zijn geboortestad. Zijn moeder moest nog een paar jaar 'aan de dijk' blijven om voor haar grootmoeder te zorgen, die op hoge leeftijd slechtziend was geworden. Zijn moeder las haar dagelijks de krant voor, tot ze uiteindelijk ook naar de grote stad vlakbij kon vertrekken.


Hij heeft haar rapporten van de dorpsschool nog. Een feest van mooie cijfers, maar van doorleren was haar vader niet. 'Dat is zonde van het geld,' moet hij hebben gezegd, 'meisjes gaan toch trouwen.' Zijn moeder ging moderne pothoeden dragen en werd danslerares. Ze was erg goed in de charleston. Trouwen deed ze ook, maar daarvoor moest eerst nog een oorlog voorbij komen.


Foto: archief auteur


woensdag, juni 30, 2021

Warnaar: Straatveger




Een wijze oud-collega vond dat het zinloos is om je zorgen te maken over een probleem, voordat het probleem zich voordoet en dat het even zinloos is je te ergeren aan iets waaraan je toch niets kunt doen. Toch ligt hij weleens wakker van een probleem dat zich misschien zou kunnen voordoen en ergert hij zich aan zaken waar hij bijna onmachtig tegenover staat. Vanmorgen rond acht uur reed een veegwagen van de gemeente zijn bescheiden straat in. Vanaf die tijd tot elf uur was het ding bezig met een hels lawaai, stoep op, stoep af, op onhandige wijze het straatvuil op te vegen, lomp manoeuvrerend tussen geparkeerde auto's en uiteindelijk met een mager eindresultaat. Hij dacht aan de kreet 'werk zoveel mogelijk thuis', die je tot voor kort vanwege covid hoorde.


Hij denkt aan de tijd dat hij in Thessaloniki woonde, aan een plantsoen met veel bomen en struiken. Iedere ochtend verscheen daar een dame of heer van de reinigingsdienst met een handkarretje en een veger. Zonder noemenswaardige geluidsoverlast werd het vuil tot vanuit de kleinste hoeken en gaten in het karretje gedeponeerd, door iemand die en passant aan gezonde lichaamsbeweging deed. En dat terwijl men in Griekenland 'het milieu' in veel minder opzichtige mate belijdt als de vroede vaderen van zijn stad, Dordrecht.


Even dacht hij aan een oplossing. De politie bellen wegens geluidsoverlast? Of de chauffeur eenvoudig uit zijn karretje trekken? Daarna kwamen de woorden van de wijze oud-collega weer boven en is hij koffie gaan zetten.


Foto: auteur


 


zondag, juni 27, 2021

De Chinezen




Hij luistert naar de radio, waar de sinoloog Henk Schulte Nordholt wordt bevraagd over zijn boek Is China nog te stoppen? De communistische partij van China blijkt de grootste bedreiging voor de democratie te zijn. Hij denkt aan zijn vader. Die was er in de jaren '50 van overtuigd dat eerst de Russen zouden komen, 'het rode gevaar' in zijn woorden, en daarna de Chinezen. Die noemde hij 'het gele gevaar'. Het was een eenvoudige, overzichtelijke wereld. Om rood en geel onheil te voorkomen, was het zaak te vertrouwen op de Verenigde Staten, rotsvaste bondgenoot onder president Eisenhower, en braaf in militaire dienst te gaan, om Eisenhower als het nodig was bij te staan.


De welvaartsstaat lag nog in de toekomst. Nederland deed aan de 'wederopbouw'. De enorme schade van de oorlog moest hersteld en door het verlies van Ons Indië moest de economie op andere leest geschoeid. In zijn stad werd een grote chemische fabriek gebouwd door de Amerikaanse firma Dupont. Op verjaardagen werd gesproken over de geweldige arbeidsvoorwaarden en de strikte veiligheidsmaatregelen die daar golden. Pal naast een woonwijk en toch zo veilig als wat.


Omdat zijn vader een eenvoudig ambtenaar was, ging hij naar de mulo. Dat stond van het begin af aan vast. Daarna wachtte het kantoor. Veel klasgenoten gingen werken bij verzekeringsmaatschappij de Holland of op het kantoor van sloten- en brandkastenfabriek Lips. In de stad opende een exotisch restaurant dat De Grote Chinese Muur heette. Hij dacht enige tijd dat dat de voorhoede was.


Foto: auteur


zaterdag, juni 19, 2021

'Buurvrouw' Naeff




De schrijfster en toneelcritica Top Naeff heb ik uiteraard niet gekend. Ik was een peuter van anderhalf toen ze in 1953 overleed. Omdat we buurtgenoten waren, is er een kans dat ze me ooit in een kinderwagen door de Johan de Wittstraat voorbij heeft zien komen, een zeer kleine, maar het huis waarin zij woonde, nummer 33 ken ik wel. Daar was namelijk mijn notaris gevestigd. Het huis ademde naar mijn idee nog een beetje de sfeer van Naeff, maar ik heb nogal een romantische geest, zodat ik me weleens wat verbeeld. In zijn spreekkamer stond in ieder geval een portret van de schrijfster.


Gisteren zag ik een reportage van RTV Dordrecht. Projectontwikkelaar Pieter van Loon blijkt het pand te hebben gekocht en te hebben opgeknapt in de stijl van Naeff. Ik zag mooie beelden van de stijlkamer, met een portret van Naeff dat ook terug te vinden is in de biografie die Gé Vaartjes aan haar wijdde (Rebel & dame). Ook het 'schrijfhuisje' dat zij in de tuin had is opgeknapt. RTV Dordrecht meldde dat het huis binnenkort ook kan worden bezocht en dat Vaartjes er een lezing gaat geven.


We gaan in Dordrecht niet altijd zorgvuldig om met waardevolle en historische panden. De lelijke bebouwing aan de overzijde van Naeffs woning getuigt daarvan, om niet te spreken van de Spuiboulevard, het Achterom, de Bagijnhof, de Sarisgang, het Statenplein, de Grote Markt en zo kan ik nog even doorgaan. Perioden van meedogenloze afbraak, zowel in de 19e als 20e eeuw, wisselden zich af met perioden van herstel en restauratie. Daar hebben we bijvoorbeeld de fraaie Hofstraat aan te danken. 


Naast het stadsbestuur spelen in Dordrecht projectontwikkelaars een belangrijke rol en niet altijd een positieve. Denk maar aan de verpaupering van het Teerlickpand bij de Kalkhaven. Dat het ook anders kan bewijst Pieter van Loon met het voormalige woonhuis van Top Naeff. Ik word daar een beetje blij van.


Foto: auteur



dinsdag, juni 15, 2021

Verleden




Juni was voor Stella en mij een hoogtepunt. Omdat de zomervakantie eraan kwam, belangrijke motivatie om in het onderwijs te blijven, en vooral omdat juni altijd de maand van het Poetry International festival is. Wij waren vaste bezoekers. Poetry 2000 was voor ons een speciale editie, omdat toen een aantal Griekse dichters optrad. Als literair vertaalster kende Stella de meeste van hen persoonlijk of via de verschillende tijdschriften waaraan ze meewerkte. Het weer was dat jaar uitzonderlijk mooi, zodat de avonden eindigden in een zoele nazit in de tuin van theatercafé Floor. Dat we daarbij Grieks spraken gaf de tuin een aparte, misschien wel wat dichterlijke sfeer, ondanks dat hij wordt omringd door de lelijke nieuwbouw van het Rotterdamse Schouwburgplein.


Een hoogtepunt op Poetry vonden wij ook de uitreiking van de C. Buddingh'-prijs. Aanvankelijk deed Stientje Buddingh' dat zelf, maar toen haar gezondheid dat niet meer toeliet, reikte iemand van het Poetrybestuur hem uit. In 1998 was de eer aan mijn oud-collega uit het Dordtse onderwijs Tineke Drenthe. Het toeval wilde dat Stella en ik die avond schuin achter prijswinnaar Ilja Leonard Pfeiffer zaten en daardoor terechtkwamen in de lens van een fotograaf van de Volkskrant.


Dat Stella haar plan om Pfeiffer ooit in het Grieks te vertalen door haar jong overlijden nooit zou uitvoeren en dat Pfeiffer naar Genua zou vertrekken om daar een geliefde met de naam Stella te vinden, lag besloten in de toekomst. Ik ben blij dat ik mij als historicus alleen met het verleden bezighoud.



zaterdag, juni 12, 2021

Het ergste




Historica en burgerraadslid van de Hoekse Waard, Tania Heimans, pleit vandaag in Trouw voor behoud van het Hollandse landschap. In 2022 gaat een nieuwe Omgevingswet in, die van de bescherming van het zogenaamde Groene Hart een lachertje maakt. Een gezelschap dat bekend staat als Economisch Instituut voor de Bouw (EIB) adviseert onder meer om in de Hoekse Waard te gaan bouwen, want in Nederland moet een miljoen nieuwe huizen uit de grond worden gestampt. 


Het pleidooi van Heimans is mij uit het hart gegrepen. Het Hollandse landschap, en zeker dat van de Hoekse Waard, is te kostbaar om op te offeren. We hebben ruimte, groen en weidse landschappen nodig en daarvan hebben we in Nederland nog maar heel weinig. Voor de coronatijd reisde ik veel met de trein door het land en dan zie je vooral een verschrikkelijk verrommeld landschap. Al die gruwelijke dozen op al die achteloos langs het spoor neergeplempte bedrijventerreinen, om maar eens wat te noemen. Om beroerd van te worden. 


Goddank is op enige afstand van spoor of snelweg nog wat groen en nog wat ruimte te vinden. Ik vrees dat het daarmee snel afgelopen is. Niet alleen de Hoekse Waard is in groot gevaar, ook mijn eigen Eiland van Dordrecht. Ooit is vastgelegd dat er niet over de Zeedijk zal worden gebouwd. Ooit behaalde een lokale partij een unieke winst bij de verkiezingen met de belofte dat er niet meer in de polder zou worden gebouwd. Hoe lang houdt zo'n belofte stand? Hoe kort van memorie zijn de kiezers? Ik ben daar niet optimistisch over, zeker omdat het Dordtse gemeentebestuur, waarin diezelfde partij nog een flinke vinger heeft, de ambitie koestert de stad met veertigduizend inwoners te laten groeien. Een ambitie die op den duur fataal zal blijken voor het landschap, dat niet alleen door bedrijventerreinen en horizonverontreinigende hoogbouw wordt bedreigd, maar ook nog eens door windmolens en weilanden vol zonnepanelen.


Ik vrees dat het pleidooi van Heimans aan dovemansoren is gericht, tenzij bij de eerstvolgende verkiezingen sprake zou zijn van een mentaliteitsverandering en de kiezers het voorbeeld volgen van die Dordtenaren die niets meer zagen in bouwplannen in hun laatste polderland. In een zeer dicht bevolkt Nederland, waar je vrijwel niemand hoort over een op emigratie gericht regeringsbeleid, noch over een drastische inperking van het aantal geboorten en waar de projectontwikkelaars nu al kwijlend over de dijken lopen, met visioenen van de ene woontoren na de andere, is zoiets niet te verwachten. Ik hoop dat de medestanders van Heimans de zaak nog een poosje kunnen rekken, zodat ik het niet meer hoef aan te zien, maar ik vrees het ergste, terwijl ik diep in mijn hart toch geen pessimistisch mens ben.


Foto: auteur


donderdag, juni 10, 2021

De dood, de hemel en de hel




We mogen in de stamkroeg onder elkaar graag grappen maken over de dood, de hemel en de hel. In de dood geloven we allemaal, er is geen ontkomen aan, met de hemel en de hel ligt dat anders. Het is aardig om je een voorstelling te maken van het leven na de dood, maar ik ken weinig vrienden die er ook werkelijk in geloven. Dat maakt voor de grappen en grollen niets uit. 


In het algemeen stellen we ons de hemel voor als een saai oord, waar weinig te beleven valt, omdat de meeste leden van ons gezelschap er nooit zullen terechtkomen, maar je wel het risico loopt in de eeuwigheid naast iemand als Andries Knevel te moeten zitten. De hel lijkt de meesten van ons een stuk gezelliger. Er is drank, er zijn gevallen vrouwen en over de kou hoef je je geen zorgen te maken.


Dat met de dood niet te spotten valt, beseffen we maar al te goed, zeker nu we op licht gevorderde leeftijd zijn geraakt. Wanneer we definitief de poort door moeten, weet niemand, maar we hopen allemaal dat het grote gebeuren nog even op zich zal laten wachten en dat, als het dan toch eenmaal moet, het snel en pijnloos zal zijn. Machteloos in bed aan de slangen en de kabels, met een verpleegster met ondersteek in de aanslag, is voor de hele kroeg een schrikbeeld. 


Ik heb eens een keer contact gehad met Andries Knevel, toen ik nog geregeld op de radio commentaar gaf over Griekenland of Cyprus. Het bleek bij nader inzien een aardige man. Als ik moet kiezen tussen de slangen en de ondersteek of Andries, dan toch in 's hemelsnaam de hemel maar.


Foto: auteur


maandag, juni 07, 2021

Warnaar: Thuiskomen




In 1983 bezocht hij voor het eerst Portugal, samen met een goede vriend. Ze zouden oorspronkelijk naar een Grieks eiland gaan, maar dat bleek voor zijn bescheiden reisbudget iets te hoog gegrepen. Het was een wonderlijke ervaring om voor het eerst met een taxi vanaf de luchthaven Lissabon binnen te rijden. De stad maakte een vertrouwde indruk. Warnaar wil in een vreemde stad nog weleens verdwalen. Moet hij linksom, dan slaat hij instinctief rechtsaf, maar in Lissabon overkwam hem dat niet. Op de een of andere manier wist hij de weg al, voordat hij er ooit een voet had gezet.


Na Lissabon reisden ze naar Sintra. Een liefelijke plaats waar zich de zomerresidentie van de vroegere Portugese koningen bevindt. Gebouwd tegen een heuvel herbergt Sintra een flink aantal paleizen, waaronder dat van Pena, een negentiende eeuwse fantasie die doet denken aan Neuschwanstein in Beieren. Op de top van de heuvel ligt de ruine van een Moors kasteel. Ze lieten zich met een taxi naar boven rijden, klommen het laatste stuk en genoten van een adembenemend uitzicht op de omliggende vlakte. Ze begrepen waarom lord Byron een aantal jaren in Sintra had gewoond.


Na Sintra verbleven ze in het middeleeuwse Obidos, in het mondaine Estoril en tenslotte keerden ze terug in de hoofdstad. Het voelde aan als thuiskomen. Terug in Nederland besloot hij Portugees te gaan leren. Een jaar later ontmoette hij zijn Griekse vrouw. Veel Portugees spreekt hij niet meer, maar in Lissabon weet hij nog steeds moeiteloos de weg.


Foto: auteur


vrijdag, juni 04, 2021

Warnaar: Knuffelen




Alsof een gipspoot al niet lastig genoeg is, is er ook nog iemand door de verandatrap gezakt. Die was een beetje gaan wijken, waardoor een aantal planken uit de gleuven schoot. Het kan gemaakt, maar niet met een gipspoot. Daarmee kon hij, gereden door bereidwillige familie, wel naar de 'prikstraat' van de GGD om zijn tweede Pfizer te halen. 'Over een week bent u wel voldoende beschermd,' glimlachte de dokter die de vaccinatie moest goedkeuren. 


De doorzakker heeft zich niet bezeerd. Een atletische jongeman, die de onverwachte schok keurig opving. Met zijn gipspoot zou het een fatale val zijn geweest, vreest hij. Alles komt in drieën. Wat staat hem nog te wachten? Gelukkig is de nieuwe lading boeken, een stapeltje extra aangeschaft vanwege de boekenweek, veilig gearriveerd. Binnenkort is Eleanor of Aquitain aan de beurt. Van een iets gewichtiger statuur dan Maria de Rijke, die sinds kort prijkt in de nieuwe canon van de vaderlandse geschiedenis. Die kwam voortijdig om het leven na een val van haar paard, waardoor haar man, Maximiliaan von Habsburg, een vinger in de Bourgondische pap kreeg. We hebben wat te stellen gehad met die familie, vooral met een zekere achterkleinzoon. 


Als hij over een week 'voldoende beschermd' is, doet hij de coronamaatregelen de deur uit. Hij wil weer gewoon knuffelen, bijvoorbeeld met de jongedame die voor corona zijn bestaan zo aardig opluisterde. Maar eerst dat derde ongeluk achter de rug, zodat ze niet bij de eerste knuffel per abuis op zijn gebroken voet gaat staan.


Foto: auteur


maandag, mei 31, 2021

Boekenkluis




Waar we nog niet zo lang geleden vooral werden getrakteerd op paniekberichten over vollopende IC's en een overvloed aan coronapatiënten in de ziekenhuizen, lijkt het kabinet vrij plotseling te zijn besmet met een groot optimisme aangaande de afloop van de viruscrisis. In versneld tempo worden allerlei versoepelingen doorgevoerd, versoepelingen die wat mij betreft zeer welkom zijn. Ik had het niet zo op die 'lockdown', waarmee, hoe goed misschien ook bedoeld, belangrijke grondrechten opzij werden geschoven.  


Het lijkt er zelfs op dat we in september van de ellendigste aller coronamaatregelen, de schaamlap voor de snuit, worden verlost. Mijn hemel, wat heb ik een hekel aan die mensonterende krengen. Zo zelfs dat ik mij heb voorgenomen niet naar Griekenland te reizen voordat die dwangmaatregel ook daar is verdwenen, hoewel ik enkele dringende zaken moet regelen en het nu wel heel lang duurt voordat ik vrienden en familie weer zie. Deze week krijg ik mijn tweede spuitje, wat een goed gevoel geeft. Ik had het eerder kunnen krijgen, maar ik zag mezelf niet op de fiets naar het per openbaar vervoer vanuit Dordrecht nauwelijks te bereiken Bergambacht rijden en als FC Dordrecht-liefhebber ga je natuurlijk niet naar Breda voor een vaccinatie. Nu kan ik gewoon in mijn woonplaats. Ik ben benieuwd of die charmante dokteres, waar ik de eerste keer langs moest vanwege mijn bloedverdunners, er weer is. Zo'n jongedame waar je vrolijk van wordt.


Het is nog te vroeg om een weloverwogen oordeel te vellen over de wijze waarop de boven ons gestelde Autoriteiten de crisis hebben aangepakt. Daar gaan nog wel wat jaren overheen. Ik ben heel benieuwd wat een toekomstige parlementaire enquete naar die aanpak, die er ongetwijfeld komt als ons parlement een knip voor de neus waard is, gaat opleveren. Een paar dingen zijn in ieder geval al uit de crisis te destilleren. 

In de eerste plaats dat binnen ons volk een verontrustend omvangrijk segment ronddoolt dat ontvankelijk is voor nepnieuws en complottheorieën en dat zich binnen dat segment een fanatieke groep beklagenswaardige en verdwaasde activisten bevindt. Ooit publiceerde ik een boek met als titel Idioten ontloop je nergens en dat blijkt maar al te waar.

In de tweede plaats kwam duidelijk het dedain van de politiek voor kunst en cultuur naar voren. Dat uitte zich niet alleen in de 'DVD-opmerking' van Hugo de Jonge, waarmee deze van oorsprong schoolmeester toonde dat hij in ieder geval geen ware cultuurdrager is (dat is met onderwijzers in Nederland weleens anders geweest), maar ook door het feit dat boekwinkels tijdens de gedwongen sluitingsmaanden niet werden aangemerkt als 'essentiële' winkels. In landen waar cultuur wel van belang wordt gevonden, zoals in onze buurlanden België en Duitsland, waren de boekhandels gewoon open, zoals het hoort en zoals het ook met de bibliotheken had moeten zijn.


Gelukkig deed (en doet) mijn boekhandelaar aan bezorgen. Het geld dat ik uitspaarde doordat ik niet naar de kroeg kon, heb ik deels besteed aan boeken. Ik hoop nooit, maar dan ook nooit meer iets schadelijks als een 'lockdown' te beleven, maar mocht zich ooit nog eens zo'n onheil voltrekken, dan heb ik in ieder geval iets te lezen. De vraag is alleen waar ik het allemaal moet bergen, want de kasten puilen uit. Het schijnt dat sigarenrokers bij het onvolprezen Hajenius in Amsterdam een kluisje kunnen huren om kostbare sigaren in te bewaren. Misschien moet mijn boekhandelaar aan de boekenkluis. Mijn hulp in de huishouding zou er blij mee zijn.


Foto: auteur



maandag, mei 24, 2021

Stenen vreten




Mijn eerste twee lagere schooljaren bracht ik door op een school waarvan het hoofd (scholen hadden in die tijd hoofden, geen directeuren en de leerkrachten heetten nog gewoon onderwijzer en onderwijzeres en in het dagelijks gebruik meester en juf) bij ons ter stede bekend stond als een geleerd man. Niet alleen omdat zijn hoofd door een ring van grijs haar werd omkranst, maar vooral omdat hij een boekje met spellingsoefeningen had gepubliceerd, grotendeels bestaande uit invuloefeningen waarbij het ging om de ij of de ei de ll of l en uiteraard de belangrijkste spellingregel van onze taal, het probleem van de d, de t of de dt.


Mijn hele schoolcarrière ben ik achtervolgd door spellingsoefeningen. Foutloos spellen was van eminent belang bij het schrijven van een sollicitatiebrief, werd ons verteld. Ik vrees dat dat nog steeds zo is. Wie 'ik wordt' schrijft is een onbekwame randdebiel, wie 'ik word' schrijft is ongetwijfeld geschikt voor een beroep als hartchirurg, advocaat of bankdirecteur. Dat ik liever geopereerd word door een dyslectische, maar bekwame arts dan door een foutloos schrijvende middelmatige dokter, speelt bij de meeste sollicitaties geen rol, althans uit wat mij zo uit de praktijk ter ore komt.

Ik hecht aan een zo correct mogelijke spelling en ben nogal wars van de voortdurende veranderingen die taalkundigen voorstellen aangaande de spelling van het Nederlands. Niet omdat een veranderende spelling zoveel problemen oplevert, maar om de eenvoudige reden dat ik in sommige opzichten een behoudend mens ben en hecht aan hoe ik het heb geleerd. Ik heb er bovendien een hekel aan dat de ene onlogica wordt vervangen door de andere (pannenkoeken voor pannekoeken, bijvoorbeeld), in de malle veronderstelling dat er ooit een 'logischer' spelling mogelijk is. Er zullen altijd inconsistenties blijven. Oudere vormen van het Nederlands, ooit Nederduits geheten, lezen niet altijd even gemakkelijk. Dat ligt mijns inziens vooral aan het woordgebruik en misschien ook aan de zinsbouw. Woorden veranderen van betekenis, sommigen verdwijnen, neologismen kondigen zich voortdurend aan en wat te zeggen van de invloed van andere talen? In de zeventiende en achttiende eeuw was de taal doorspekt met Franse termen, nu zuchten we onder de terreur van het Engels.

Vóór het vaststellen van de eerste officiële spelling van het Nederlands, in 1804, door professor Siegenbeek, spelde men maar raak. Fonetisch, afgaande op de klank van het woord. Sinds die tijd kwam er verandering op verandering en nu zitten we dus met het probleem van het paardehoofd of paardenhoofd. Voor het begrijpen van een tekst maakt het niet veel uit. Of je nu een ei of een ij eet, je begrijpt uit de context toch wel dat je geen stenen zit te vreten. 

Ik probeer in mijn boeken natuurlijk foutloos te spellen en dat mislukt, ondanks mijn vroegere ervaring als docent Nederlands en een gedegen universitaire opleiding in de geschiedkunde, altijd. Tijdens het typen is een foutje zo gemaakt en bij het nalezen van je eigen teksten kamp je met het bekende fenomeen dat men eerder leest wat men denkt dat er staat, dan wat er werkelijk staat. Ook heb je een aantal woordbeelden in je hoofd, waardoor gebeurd weleens gebeurt wordt en vice versa. Natuurlijk is het verstandig om teksten door een meelezer te laten nakijken, maar daarvoor ben ik vaak te gehaast en je wil ook niet altijd een beroep doen op een ander. 

De uitgeverij waarbij ik publiceer heeft niet de financiële mogelijkheden een corrector in dienst te nemen, ik kijk dus mijn eigen boeken na. Voor het verschijnen wel drie keer, maar toch blijft er altijd wat hangen. Dan krijg ik weleens een e-mail, altijd zuur van toon, die mij op zo'n foutje, noem het een typefout, wijst. 'Zou de schrijver de tekst daardoor niet begrepen hebben?' vraag ik mij dan af. In mijn boeken komen een paar klassiekers voor, waar ik om moet glimlachen. In En vooral: de gordijnen dicht is ergens sprake van oplaatbare batterijen en op bladzijde 183 van mijn laatste prachtboek, Van chagrijn worden de leukste gezichten lelijk (te bestellen bij de boekhandel, de uitgever of bij mij) treft u met frisse moet aan in plaats van met frisse moed. Ach, wie nooit eens een foutje maakt stuurt maar een vermanende e-mail. Als je met frisse moet niet begrijpt, tja, dan heb je pas echt een probleem.


zondag, mei 23, 2021

Warnaar: Traplift




Sinds hij een foto op Facebook heeft gezet van zijn tijdelijke gipsbeen, krijgt hij voortdurend advertenties voor trapliften te zien. Zijn huis is meer dan honderd jaar oud en voldoet aan geen enkele eis voor zelfredzaamheid van thuiswonende ouderen. Een ligbad met douche in plaats van een inloopdouche, geen traplift, een hoge opstap bij de voordeur, overal kleden, geen verhoogde toiletten met beugels en overal dorpels. Alleen de beveiliging is op de moderne tijd afgestemd, met een elektronisch alarm, degelijk hang- en sluitwerk en een camera die iedere ongewenste aanbeller registreert.


Die zelfredzaamheidsdingen zouden nu gemakkelijk zijn, maar hij is geen oudere, slechts een heer van licht gevorderde leeftijd, en waarom zou je voor een paar weken ongemak zo'n investering doen? Hij is dol op zijn Nepalese tapijten. Omdat ze zijn gekocht door zijn vrouw, nog steeds verantwoordelijk voor achtennegentig procent van zijn inrichting, en omdat ze warmte geven aan het interieur. Als er iets is waarvan hij wars is, is het de kale, strakke inrichting die je vindt in veel moderne woningen. Hij is ook wars van moderne woningen. Die gaan na drie jaar al lekken, in plaats van na dertig.


Ooit merkte een bezoekende, jonge dichter op: 'Kijk nou, een jaren zeventig interieur.' De dichter had er weinig benul van. Zijn interieur is tijdloos: negentiende eeuwse stoelen mengen zich moeiteloos met een eethoek van Manou. Ook die eethoek is in strijd met het zelfredzaamheidsgebod: de stoelpoten buigen iets naar achteren. Menig bezoeker is er al bijna over gestruikeld.


Foto: auteur


donderdag, mei 20, 2021

Warnaar: Minachting




Hij dacht thuis veilig te zijn, maar, zoals de volkswijsheid luidt: Een ongeluk zit in een klein hoekje. De combinatie van een opstaand kleedrandje, een kat en Zweedse klompen leidde tot een breukje in zijn voet en een poosje verlof. Hij groet u allen, het komt wel weer goed. Hij is blij dat het weertechnisch een gruwelijk voorjaar is, al heeft hij te doen met de baas van zijn stamkroeg. Mag het terras eindelijk open, is het voortdurend grafweer.


Hij vraagt zich af waarom de musea nog steeds niet open zijn en bouwmarkten en dergelijken, waar het volk zich verdringt achter hun karretjes met materialen, wel. Hij is, nu hij ruim de tijd heeft om de couranten te lezen, niet de enige. Hij wijdt het aan de evidente minachting van cultuur in het algemeen en kunst in het bijzonder door de overheid, inzonderheid het huidige, demissionaire kabinet. Gerrit Komrij schreef ooit: 'Een Nederlander maalt evenveel om cultuur als een pissebed om zonlicht'. Hij denkt dat dat misschien niet voor alle Nederlanders geldt, voor hem in ieder geval niet, maar wel voor Rutte III. Hij vraagt zich af of dat een gebrek aan opvoeding is.


Inzonderheid vindt hij een mooi woord. De moderne Nederlander zou especially zeggen, anders vreest hij niet voor vol te worden aangezien. In de zeventiende en achttiende eeuw was het Nederlands, dat toen nog Nederduits heette, doorspekt met Franse woorden. Daar maakte je toen indruk mee. De minachting voor de eigen cultuur zat er al vroeg in.


Foto: auteur


woensdag, mei 12, 2021

Warnaar: Bergrede




Hij surft wat over het internet en stuit bij toeval op een vraaggesprek met historicus Maarten van Rossem. Die wordt geïnterviewd door iemand van de EO. In dat geval is het geloof nooit ver weg. Van Rossem is de kleinzoon van een dominee, maar geheel ongelovig. Dat maakt een fragment dat de EO toont een beetje pikant. Van Rossem is op bezoek bij de Amerikaanse televisiedominee Robert H. Schuller in de door hem gebouwde Crystal Cathedral. Schuller was dominee van de Dutch Reformed Church, begrijpt hij uit het filmpje, en grijpt de gelegenheid aan om Van Rossem te zegenen, die dat wat gelaten ondergaat. In Warnaars familie hebben ze daar een gezegde over: 'Baadt hij niet, hij schaadt ook niet'. Altijd als hij het gebruikt is er wel een humorloze scherpslijper die hem corrigeert.


Toen hij studeerde in de VS zat in het programma ook het bijwonen van een kerkdienst. Bij een baptistengemeente, meent hij. In ieder geval een kerk met uitbundig gezang en armen in de lucht. Hij noemt dat een hoelal-hoela-kerk. Veel heeft hij niet op met dat soort spiritualiteit. Evenals Van Rossem is hij niet in de Heere. Dankzij een vrijzinnige opvoeding koestert hij daarover geen schuldgevoelens. De erfzonde van de 'zware' kerken is hem geheel vreemd.


Van Rossem blijkt wel de bijbel te hebben gelezen. Hij roept de christenen in de wereld op werk te maken van wat Jezus in de Bergrede bepleit. De Crystal Cathedral blijkt ondertussen te zijn overgenomen door de kerk van Rome.


Foto: auteur


zondag, mei 09, 2021

Warnaar: Beschaafd koekje




Hij leest dat het televisieprogramma Andere Tijden grotendeels gaat verdwijnen. Het verbaast hem niets. Kennis van de geschiedenis staat, evenals belangstelling voor kunst en literatuur, in het huidige tijdsgewricht op een angstig laag pitje. Als schoolvak en academische studie werd geschiedenis in de loop van de negentiende eeuw van belang, al zou het aan de universiteiten, voor zover hij zich dat van zijn colleges herinnert, pas in de vroege twintigste eeuw worden losgemaakt van Nederlands en een aparte studierichting gaan vormen. 


Dat was in de tijd dat grootheden als Huizinga een uurtje of vier in de week college gaven en de rest van de week bezig konden zijn met mooie boeken schrijven. In die dagen kwamen de studenten bij de professor aan huis om tentamen te doen en serveerde de echtgenote van de hoogleraar hen wellicht een kopje thee met een beschaafd koekje. Het was ook de tijd dat studenten van het corps zich per definitie als dronken beesten gedroegen, wat niet gaf, want het waren er toch maar weinig, of is hij nu aan het romantiseren en fantaseren?


Hij proefde, niet lang geleden, nog iets van die ouderwetse, academische romantiek in Cambridge, waar een nichtje van hem bezig was te promoveren. In de geschiedenis, uiteraard, bij de Warnaars het familievak. Hij heeft weleens gedroomd van een jaartje studeren aan een van die fraaie colleges. In de media verneemt hij dat verschillende universiteiten in Engeland hun studierichting geschiedenis sluiten. Hij denkt soms dat hij zijn tijd eigenlijk wel heeft gehad.


Foto: auteur


donderdag, mei 06, 2021

Warnaar: Vraag




Een belangrijke oorzaak, leerde hij op de middelbare school, dat de economische crisis van 1929 in Nederland relatief lang duurde, was het vasthouden aan de Gouden Standaard door het kabinet Colijn. Er waren meerdere redenen, hij leerde eveneens dat iets nooit één oorzaak heeft. Hij herinnert zich zijn geschiedenisdocent van de Gemeentelijke Pedagogische Akademie in Dordrecht. In zijn studententijd één van de toonaangevendste onderwijzersopleidingen van het land, in de crisisjaren '80 weggekwijnd en verkwanseld door het toenmalige gemeentebestuur.


Die docent waarschuwde voor de uitspraak 'de geschiedenis herhaalt zichzelf'. De geschiedenis herhaalt zich nooit, meende hij, soms lijkt het zo, maar de context waarin gebeurtenissen plaatsvinden is nooit helemaal hetzelfde. Hij was een belangrijke inspiratiebron voor Warnaar om na de onderwijzersopleiding geschiedenis te gaan studeren. Van de Utrechtse hoogleraar bij wie hij afstudeerde leerde hij dat het een illusie is dat de mensheid lering trekt uit het verleden. 


Warnaar is daar eigenlijk niet zeker van. Zo is de Truman Doctrine, die aan de wieg stond van de Koude Oorlog, volgens hem vooral ingegeven door het 'trauma van München', het toegeven aan de territoriale eisen van Hitler op de conferentie van München (1938) om de vrede te bewaren. Dat bleek al snel contraproductief te werken. Maar, denkt hij, dat deden de Westerse interventies in Vietnam, Irak en Afghanistan ook. Afghanistan, waar het Westen zich nu zonder veel te hebben bereikt uit terugtrekt. Hadden de politici Return of a King van William Dalrymple maar gelezen, denkt hij, of zou dat niets hebben uitgemaakt? 


maandag, mei 03, 2021

Warnaar: Dictatuur




Bonten, Koopmans, Gommers, Kuipers, ze blijven maar opduiken in de media met hun onheilsboodschappen. Hij wordt er nogal moedeloos van. Er waren tijden dat heersers boodschappers met onheilstijdingen de kop lieten afslaan. Daar is hij geen voorstander van en hij begrijpt ook wel dat de regering zich laat adviseren door deskundigen, want tijdens de coronacrisis is duidelijk geworden dat het kabinet het vooral niet van de eigen snuggerheid moet hebben. Toch vindt hij het mediaoptreden van bovengenoemd viertal zo langzamerhand wel genoeg geweest. Onderzoek, coördineer, adviseer die beklagenswaardige Hugo, overleg met professor Distel, drink koffie met het OMT, maar houd verder je mond, denkt hij. Hij vraagt zich ook af waar die mensen de tijd voor al die leuterprogramma's vandaan halen.


Ondertussen heeft hij al een paar keer gebruik gemaakt van de heropening van de terrassen, al ergert hij zich aan de restrictieve voorwaarden waaronder dat voorlopig mag. Alleen de idiote sluitingstijd van 18.00u al, de oekaze van maximaal twee mensen aan een tafeltje, wat veel geschreeuw naar andere tafels inhoudt, want je wil toch met je hele groepje vrienden praten. En dan nog het blauwbekken, want het is tot nu toe een kutvoorjaar. Dat is zo ongeveer het enige dat je Hugo de Jonge niet kunt aanrekenen. 


Het ergst vindt hij het voortdurend tergend langzaam voorbijrijden van politie en handhaving, alsof hij in een dictatuur leeft. 'De dictatuur der virologen,' noemen ze het op het terras. Ondertussen hoort hij mevrouw Koopmans voor de zoveelste keer kakelen op de radio.


Foto: auteur


vrijdag, april 30, 2021

Warnaar: Dokter Cahen




Hij leest het jaarboek 2021 van de vereniging Oud-Dordrecht. Het behandelt de Jodenvervolging in Dordrecht tijdens de bezetting. Het is geschreven door de historicus Kees Weltevrede, met bijdragen van de journalist Gert van Engelen. Omdat het gaat om de vervolging in zijn eigen stad, vindt hij de publicatie extra indrukwekkend. Hij herinnert zich uit zijn studietijd De Ondergang van professor J. Presser, las ooit de dagboeken van Etty Hillesum, waar hij diep van onder de indruk was, maar nu gaat het om mensen die buren hadden kunnen zijn, kinderen die je op school had kunnen ontmoeten en die misschien vrienden hadden kunnen worden. Het verhaal kruipt hem daarom diep onder de huid.


Zijn moeder was een geboren vertelster. Hij heeft spijt dat hij al haar verhalen nooit heeft opgetekend. Veel herinnert hij zich nog wel, maar details vervagen in de loop der tijd. Ze vertelde vaak met warmte over de huisarts van de familie, dokter Cahen, die woonde aan de Singel en regelmatig bij de Recourts over de vloer kwam. Hij leek meer huisvriend dan huisarts. 


In haar verhalen over na de oorlog kwam dokter Cahen niet meer voor. Toen hij kind was, kwam er bij ziekte een andere huisarts langs, een man met een donkere bril en altijd een sigaret in zijn mondhoek. Die woonde ook aan de Singel, evenals de gynaecoloog die Warnaar ter wereld bracht en de dominee. Het jaarboek van Oud-Dordrecht geeft antwoord op een van de vragen die hij zijn moeder niet meer kan stellen.


Foto: auteur