Posts tonen met het label Diversen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Diversen. Alle posts tonen

zondag, juli 12, 2020

Dienstmededeling



Een week geleden vertrok Warnaar naar het land der letteren, waar hij nu verdiept is in dromen en illusies. Ik heb begrepen dat het wel bevalt, maar dat er nogal wat volgers van dit weblog zijn, die zijn vertrek betreuren. Dat verheugt zowel Warnaar als mij. 

Daarom komt hij terug. Niet iedere dag, maar met enige regelmaat en als rubriek, je ziet binnenkort wat ik bedoel. Overigens is hij ook te vinden in mijn verhalenbundel IJzeren logica. Helaas alleen nog antiquarisch te krijgen. 

Hoewel, ik heb nog een paar exemplaren op zolder. Voor twaalf euro vijftig, inclusief verzendkosten. Als je er snel bij bent heb je misschien nog net een exemplaar. Bestellen kun je via keesklok(ad)hotmail.com.



maandag, juli 06, 2020

Veranderingen



Warnaar, dat familielid van me dat nogal op mij lijkt, is voorlopig vertrokken naar het land der letteren, die fraaie streek waar geen sprake is van anderhalve meter afstand houden en ander corona-ongerief. 

Of hij nog terugkeert op mijn weblog is ongewis, zeker is dat ik het vanaf nu weer overneem. Dat zal niet meer iedere dag zijn, maar gewoon wanneer het mij uitkomt. Ik ben namelijk druk bezig met geschiedkundig onderzoek, nu we weer, zij het met een paar beperkingen, in de archieven kunnen werken.

Het 'Boekenpraatje' op mijn Youtube-kanaal zal minder frequent worden want het is tijd voor verandering. Ik zal mij op Youtube meer gaan bezighouden met mijn vak, geschiedenis, of met actuele zaken waarover ik iets kwijt wil. Mijn boekbesprekingen worden voortaan bij voorkeur geplaatst op mijn geschiedenis & literatuur weblog. Ook zullen op dat weblog nu en dan artikelen verschijnen over literatuur, geschiedenis en aanverwante zaken. Een aantal is daar natuurlijk al te lezen.

We zien elkaar eerstdaags op deze of de aanverwante pagina. 

Foto: Archief Kees Klok



maandag, maart 16, 2020

Kluizenaarsbestaan



Hij zit met de laatste gasten rond de stamtafel als de kroegbaas bericht krijgt. Het is vijf over half zes. Om zes uur dient de tent gesloten. Er wordt wat gelachen, er wordt wat gegrapt, maar wat overheerst is vooral meeleven met de eigenaar. Ze komen niet voor niets hier bijna iedere dag. Het rondwarende virus sticht verwarring. Het kan je grijpen, of niet. Het kan mild zijn, of niet. 'Je kunt ook gewoon ergens anders aan doodgaan,' denkt hij. 

In de media gonst het van echte deskundigen, of zelfbenoemde deskundigen, die elkaar volop tegenspreken. 'Scholen dicht,' roepen de medisch specialisten tegen de mening van de virologen in. 'Een heel slechte maatregel,' roept een Nijmeegse professor op de radio.

Hij geeft een laatste rondje. Bij de deur nemen ze afscheid. Nee, maar even geen handen schudden. Er worden kaartjes uitgewisseld. Er wordt sterkte gewenst. Met een lotgenoot besluit hij naar de Griek te gaan. 'Nu kan het nog,' maar bij de Griek staat een brandweerman voor de deur. Hij zegt dat de zaak al gesloten is, maar hij zegt het op vriendelijke, bijna verontschuldigende toon.

Op weg naar huis ziet hij dat de afhaal-Thai nog open is. Hij is de enige klant. 'Lekker veilig,' denkt hij, terwijl hij met zijn maaltijd in de richting van zijn kluizenaarsbestaan loopt.

Foto: auteur


zaterdag, maart 14, 2020

Decoronisatie



Een paar dagen geleden was bij mij de maat vol en besloot ik dat het hoog tijd was voor decoronisatie. Nee, ik heb niets tegen voorlichting door de overheid over dat virus, prima als dat zakelijk gebeurt, zoals nu, maar waar het mij dun van door de broek loopt is dat ik vierentwintig uur per dag in de media, de normale en de a-sociale, met berichten over corona word geconfronteerd. Als een coronapatiënt in Appelscha een scheet laat, wordt de geur ervan onmiddellijk op radio, televisie en feesboek geanaliseerd en heeft iedereen, en vooral de ontelbare onbenullen onder ons, er een stevig commentaar op. Ik ben deze dagen snel door de krant heen, want alles waarin ik een virus ontwaar sla ik over. Op feesboek scroll ik door, of ik knip de corona weg, behalve als het om een aardige grap gaat. Humor, niet hysterie, is een goed middel om je in barre tijden staande te houden.

Dat er sprake is van massahysterie, hoef ik niet uit te leggen, geloof ik. Er waart een besmettelijk virus rond, waarvan overigens zeer de vraag is of het voor iedereen levensgevaarlijk is, en we doen er verstandig aan ons daar tegen te beschermen, door een aantal hygiënische maatregelen, maar waarom zoveel idioten het nodig vinden om toiletpapier te hamsteren ontgaat mij. Als het op is was je je kont toch gewoon met water? Dat doen ze in Azië al eeuwen en kom nu niet aan met praatjes dat het coronavirus ook uit Azië komt, evenals in vroeger tijden de builenpest, want alle ellende is wel ontstaan door godvergeten onhygiënische toestanden op een Chinese markt, maar niet op de plaatselijke poepdoos. Daar kunnen de Chinezen in Nederland overigens niets aan doen, dus eet ik vanavond gewoon in een van de Chinese restaurants in Dordt. Wat overblijft laat ik inpakken en dan heb ik als kleine eter voor dagen voedsel in huis. Dat is nog eens hamsteren!

Ik mis de deskundigheid om goed te beoordelen of de maatregelen die nu worden genomen zin hebben of zijn doorgeslagen, maar ik heb bij sommige dingen wel mijn twijfels. Het sluiten van de Dordtse weekmarkt, wat heeft dat voor zin? Het afzeggen van een dienst in een kerk waar doorgaans hooguit zo'n dertig mensen komen? Het sluiten van de musea terwijl de scholen gewoon open blijven? Kinderen zijn minder vatbaar, zeggen de deskundigen. Dat zal dan zo zijn, maar betekent dat ook dat ze het virus niet kunnen overdragen? Ik zou vandaag naar een bijeenkomst in Haarlem gaan, waar zelden meer dan veertig mensen komen. Die is afgelast. Tja, denk ik dan, het scheelt mij in ieder geval het geld van het etentje dat erbij hoort. Dat breng ik dus straks bij de Chinees en daarvoor ga ik gewoon naar mijn stamkroeg, met fris gewassen handen. Tenzij ik ondertussen 'verschijnselen' krijg. Dan blijf ik thuis, want we moeten de hysterie snel de rug toe keren, maar niet het verstand.

Foto: auteur


woensdag, februari 12, 2020

Lezingen




Ik word regelmatig benaderd door vertegenwoordigers van organisaties die mij vragen of het mogelijk is een lezing te komen geven over een historisch onderwerp. 

Welnu, dat kan, maar daarvoor moeten we wel enige afspraken maken. Allereerst het tarief, want voor niets gaat de zon op, en eventueel de reiskostenvergoeding. U kunt daarvoor mailen naar klokca(x)planet.nl. Zit uw organisatie erg ver weg, dan moet ook een overnachting worden vergoed. Ik hoef niet in een 5-sterrenhotel, maar u moet mij ook geen vlooienkot voor backpackers aanbieden. U moet ook zorgen voor de apparatuur voor een powerpointpresentatie.

Indien er voldoende voorbereidingstijd is, kan ik een beschouwing geven over een veelheid van historische onderwerpen uit de vroegmoderne en moderne tijd, laten we zeggen van ongeveer 1500 tot gisteren, maar mijn voorkeur gaat uit naar onderwerpen die te maken hebben met mijn specialisaties. Dat zijn de geschiedenis van het moderne Griekenland en de (gehele) geschiedenis van Cyprus. Daarnaast gaat mijn belangstelling vooral uit naar koloniale geschiedenis, literatuur- en kunstgeschiedenis en lokale geschiedenis (van Dordrecht dus) na de middeleeuwen.

      

Op het ogenblik kan ik u het volgende min of meer panklaar bieden:

Nederlandse en koloniale geschiedenis:

- Nederlands-Indië in de 19e eeuw.
- De geboorte van Nederland (1559-1588).
- Van wederopbouw naar verzorgingsstaat (1945-1973).

Lokale geschiedenis:

- Het Dordrecht van Kees Klok
  (virtuele stadswandeling door de recente geschiedenis).
- De Dordtse letteren (1572-2019).
- Dordtse schrijvers in de 19de en 20ste eeuw.

Cyprus:

- Historische achtergronden van de Kwestie Cyprus.
- Cyprus onder de Lusignans (1192-1489).
- Een omstreden 'nee'. Cyprus voor en na het referendum van 
  april 2004.

Modern Griekenland:
- De metamorfose van Thessaloniki (1900-2010).
- Griekse buitenlandse politiek na 1950.
- Kreta, een uitzonderlijk eiland.
- De Macedonische Kwestie (1870-1995).
- De Griekse crisis in historisch perspectief.



Mijn biografie:

Kees Klok is historicus, dichter/schrijver, literair vertaler en columnist. Hij is geboren en getogen in Dordrecht, waar hij de Pedagogische Akademie volgde. Hij studeerde af in de Contemporaine Geschiedenis aan de Universiteit Utrecht. Hij is lid van het Nederlands Genootschap voor Nieuwgriekse Studies (NGNS).
Klok publiceerde tot nu toe een twintigtal boeken (dichtbundels, verhalenbundels, literaire dagboeken, vertalingen en twee geschiedenisboeken). Zijn recentste publicatie is Met gemengde gevoelens op reis. Brieven aan Stella, dat in december 2019 verscheen bij uitgeverij Liverse. Hij was vele jaren docent geschiedenis in het Dordtse voortgezet onderwijs (Stedelijk Dalton Lyceum). Kees Klok verschijnt regelmatig in de media als Griekenlandkenner en schrijft cursieven op zijn veelgelezen weblogs (algemeen en over geschiedenis en literatuur). Op zijn Youtube-kanaal bespreekt hij regelmatig literatuur en historische onderwerpen.






dinsdag, februari 04, 2020

Loreena



Het geklep op Radio-1 ben ik even zat. Er is weer zo'n presentator aan het woord die maar ratelt en ratelt, alsof er geen opleidingen en mediatrainingen bestaan. Om de rust in mijn hoofd te laten terugkeren zet ik de CD Parallel Dreams op van Loreena McKennitt. Haar liederen wekken verlangen naar Ierland. Daar ben ik veel te lang niet meer geweest.

Het was een enerverende dag. Ik moest langs de cardiologe, voor de jaarlijkse controle. Alles was naar tevredenheid, maar garanties voor de toekomst worden niet gegeven. We hebben afgesproken dat ik mij volgend jaar, bij leven en welzijn, weer meld, ook al is het vier jaar geleden van mijn hartstilstand. Ik ben nogal Bourgondisch van instelling en de wetenschap dat ik op de een of andere manier een keer verantwoording moet afleggen, werkt een beetje als een stok achter de deur. Wel een dure stok, want het gaat van mijn eigen risico af, maar dat moet dan maar.

Ik ben voor de terugkeer van het Ziekenfonds, wat eigenlijk een beetje vreemd is als je erbij stilstaat dat wij altijd particulier waren verzekerd, omdat mijn vader rijksambtenaar was. Ik zit trouwens nog steeds bij diezelfde verzekeraar. Ik ben niet alleen te lui om mij omwille van enkele euro's aan het eind van ieder jaar te verdiepen in die zorgwarwinkel, maar ook niet zo gesteld op veranderingen. Je weet wat je hebt, maar je moet maar afwachten wat je krijgt. Nu ja, een Ziekenfonds, dat lijkt mij het beste, want je moet wel heel erg Oostindisch blind zijn om niet te zien hoe verpestend de concurrentie in de zorg werkt.

Na de dokter at ik een vers kaasbroodje in het cafetaria van het ziekenhuis. Een heerlijke vette bek. Het betuttelaarsgilde zal er eerstdaags wel tegen te hoop lopen, maar aan vingerheffers heb ik lak en een broertje dood. Bij mij thuis staan op een feestje naast de drank nog altijd de sigaren voor het grijpen.

Ik besloot mij ter bekroning van de feestvreugde 's avonds te trakteren op een film bij The Movies, in de Dordtse binnenstad. Daar zat vroeger, heel vroeger, de Latijnse school. Dat kunnen ze van die lelijke kist op het Energieplein, waar concurrent Kinepolis huist, niet zeggen. Dat is zo'n zielloos ogend gebouw dat ik er liever niet naar binnen ga.

Tegen de tijd dat ik naar de bioscoop wilde fietsen, viel me het aanhoudende geluid van sirenes op. Het bleef maar doorgaan. Net onderweg zag ik uit een krot in de buurt, dat al jaren leegstaat, metershoge vlammen slaan. Een dikke rookkolom steeg als het offer van Abel ten hemel. Ik moest omfietsen en even de neiging onderdrukken om te blijven kijken. Het was een spectaculair gezicht en ik ben niet voor niets blij met mijn open haard. Gelukkig riep de film, anders had vast een of andere azijnzeikerd iets op Twitter geroepen over ramptoerisme. Twitter, ik vraag me af hoe lang ik nog in dat riool blijf zitten.

Ik koos voor La Belle Epoque. Geen idee waar hij over zou gaan, maar ik heb mooie herinneringen aan restaurant La Belle Epoque in Brugge, in de tijd dat ik redacteur was van het literaire tijdschrift Kruispunt. Ik ben geen filmcriticus en ga niet vertellen wat ik ervan vond, dan gaat vast weer een stuk zuurdesem los op Twitter, maar hij heeft mij uitstekend vermaakt. Ik was onder de indruk van een van de actrices, die vaag iets weg had van mijn Engelse jeugdliefde, die ik na 1970 uit het oog ben verloren. Wendy heette ze, een meisje met indrukwekkend weelderig, rood haar. Wie werkelijk veel op haar lijkt, is Loreena McKennit. Ik zet de CD nog maar eens op.

Foto: auteur

zaterdag, oktober 19, 2019

Idioten ontloop je nergens



Ik zie een reportage waarin mensen elkaar bij de opening van een elektronicawinkel onder de voet lopen om gratis oordopjes te bemachtigen. Zolang de voorraad strekt. Ik zie een reportage waarin mensen met elkaar op de vuist gaan vanwege een conflict in het land van hun grootouders, waar ze niet zijn geboren, nooit gewoond hebben en alleen nog op vakantie of familiebezoek gaan. Ze hebben een vlag die heilig is, besmeur je hem, dan moet je dood. Ze zijn voor vrijheid, gelijkheid en democratie, maar niet in dat land van hun grootouders, daar zijn ze voor de dictatuur. 

Ik zie een reportage over iemand die beweert dat je door regelmatig op je kop staan een beter mens wordt en dat zeewier, heel veel zeewier de absolute garantie tegen kanker is. Ik zie een programma over een vrouw die de hele dag duiven voert, omdat hongerig rondvliegen zo zielig is. Ik zie beelden van kwezels die kilometers op hun knieën naar een plek kruipen waar de maagd Maria ooit verscheen. De maagd Maria.....

Ik heb een e-reader, ik geef het toe. Het leest niet fijn, daarom gebruik ik hem uitsluitend op reis. Dat scheelt slepen met gewicht, zeker nu de luchtvaartmaatschappijen met hun zogenaamd goedkope prijzen voor elke kilo kosten rekenen. Fatsoenlijk eten krijg je ook niet meer in zo'n vliegtuig, op een enkele uitzondering na. Met fatsoenlijk bedoel ik eten waaraan je niet doodgaat en dat je al kauwende afleidt van de gevaren van het vliegen. Het mag niet van de milieumensen, maar als ik naar Griekenland ga, naar Griekenland moet (ik kan er ook niets aan doen dat ik weduwnaar van een Griekse ben, je mag met me ruilen), vlieg ik. Als je dat zo erg vindt ga je zelf maar veertig uren met de trein, boot en bus. Ik doe het liever in vier.  

Ik schat dat in die e-reader inmiddels een boek of vijftig zit. Dat haalt het niet bij de ongeveer zesduizend boeken die ik thuis heb. Mijn huis slibt er langzamerhand mee dicht. De vraag is of dat erg is. Ik vind van niet. Ik stap gewoon over die stapels heen. Het geschreeuw op Facebook en Twitter, van mensen die beter zouden moeten weten, over 'de linkse kerk' in onze maatschappij, over 'het complot dat Europa heet' en dat het de schuld van Femke Halsema is dat Amsterdam 'een narco-dictatuur' is, dat is pas erg. W.F. Hermans wist het in de jaren tachtig al. We worden Door gevaarlijke gekken omringd. 


dinsdag, september 24, 2019

Kwakzalverij


   Gladiolenthee: middel tegen goedgelovigheid.

Ik zag weer zo'n lulverhaal op het internet in de trant van dat het vrijwel uitgesloten is dat je kanker krijgt als je maar veel koenjit eet, of iedere dag een uur op je kop mediterend in een boom gaat hangen. Ook duikt er nu en dan een Catweazle op die beweert dat de reguliere geneeskunde een complot van de farmaceutische industrie is. Wie dat niet gelooft behoort tot 'de elite' die ook in het complot zit. 

Meestal sla ik het geouwehoer over, maar als een bekende een hoax deelt, laat ik me weleens verleiden even in het wereldje van de gelovigen te koekeloeren. Altijd moet ik dan denken aan schrijfster Laurie Langenbach en actrice Sylvia Millecam. Intelligente vrouwen met aanleg voor naïviteit, bijgeloof en blindheid voor de werkelijkheid. Beiden hadden, al weet je dat nooit zeker, hun kanker wellicht kunnen overleven, als ze hun vertrouwen niet uitsluitend hadden gesteld in de sprookjesvertellende priesters van de kwakzalverij. Ik citeer uit een brief in mijn boek Met gemengde gevoelens op reis, dat in het voorjaar verschijnt.

Eigenlijk een merkwaardige gedachte dat Laurie, hoewel een jaar jonger dan jij, al twee en een half jaar voordat wij elkaar leerden kennen is overleden. Ze was toen de geliefde van musicus Wally Tax. Als ik die naam lees, hoor ik onmiddellijk het nummer Touch van de Outsiders, dat ik in de jaren zestig zo'n beetje heb grijsgedraaid. Laurie overleed aan baarmoederhalskanker. Haar leven had wellicht kunnen worden gered als ze niet in de macrobiotiek had geloofd en zich had verlaten op de reguliere geneeskunde. Ik ben nu gevorderd tot haar brieven uit Japan, waar zij bij een zekere Masahiro Oki, zo'n zogenaamde wijze uit het oosten met, begrijp ik, een eigen vorm van yoga, genezing zocht. De rillingen lopen me over de rug als ik lees hoeveel vertrouwen ze aanvankelijk, naast twijfels, dat wel, had in die kwakzalverij. 

Dat iemand met de dood in de ogen wanhopig is en zich aan iedere strohalm vastgrijpt, begrijp ik, maar dat je daarbij, tot het al veel te laat is, voorbij gaat aan de echte dokter, je weet wel, die ervoor heeft doorgeleerd en zijn of haar kennis niet van nepnieuwssites haalt, wil er bij mij niet in. Het is alsof sommige mensen de middeleeuwen geestelijk nooit achter zich hebben gelaten. Naïef, goedgelovig en sneu, want menigmaal slachtoffer van profiteurs die hen via de sociale media geraffineerd een poot uitdraaien. Gelukkig is er de Vereniging tegen de kwakzalverij, al zal de ware gelovige wel vinden dat die is opgezet door de met de farmaceutische industrie complotterende 'elite'. Geloof en verstand gaan nu eenmaal zelden samen.

Foto: auteur


dinsdag, augustus 13, 2019

Misantroop



Het kost moeite om 's morgens tijdens het lezen van de krant niet te vervallen tot misantropie. Alleen al de kop op de voorpagina, dat het Britse parlement een no-deal Brexit nog amper kan stoppen, zou je bloed moeten doen stollen. 

Ik val maar even niet over dat 'no-deal Brexit'. Ook mijn krant schrijft bastaard-Nederlands. Ik ken een journalist die als een papegaai achter iedere verbastering aanloopt alsof het zijn eigen ontdekking is. Nu vindt hij weer alles 'helder' wat duidelijk is en is hij voortdurend iets aan het 'hendelen'. Hij schrijft voor het plaatselijke sufferdje, dat we trouwens al maandenlang niet meer in de bus krijgen. Ik weet niet of de Persgroep zich erg bekommert om zijn huis-aan-huis-bladen, in ieder geval niet om de bezorging ervan, maar dat alles valt natuurlijk in het niet bij wat er aan beide zijden van de Noordzee staat te gebeuren als het Verenigd Koninkrijk zonder enig akkoord uit de Europese Unie tuimelt. 

Ik lees een bericht over een mevrouw van ergens in de veertig. Naakt en doodgeschoten gevonden in een weiland in Zeeuws-Vlaanderen. Niemand heeft enig idee wie ze is. Ze wordt uiteindelijk van de armen begraven. Een idioot maakt zich kwaad over het herkenningslied van het radioprogramma Met het oog op morgen. Daar komt een sigaret in voor en dat is natuurlijk uit den boze. Vrouwen zonnen steeds minder topless, de nieuwe preutsheid heeft de stranden overgenomen. In de Achterhoek vallen beken droog, het dak van een stadion is ingestort, misschien wel vanwege de zonnepanelen die erop lagen, en er komen weer meer vluchtelingen naar de Griekse eilanden, waar onoplosbare problemen ontstaan. De Europese Unie kijkt voor het gemak de andere kant uit, anders worden de Hongaren boos. Twee Nederlandse snotneuzen zijn op een festival in dat pareltje van de democratie opgepakt met een grote zak pillen en joints. Een lekker betaald geintje, dachten ze misschien, maar ze riskeren een levenslange gevangenisstraf. 

Claire zegt dat ik me niet druk moet maken. Dat we er beter een weekje op uit kunnen gaan. Even met het vliegtuig naar Dublin of een stedentripje naar Lissabon. Ik denk meer aan Tristan da Cunha, waar het Thatched House Museum, met een dak van Nieuw-Zeelands vlas, de storm van juli 2019 met slechts lichte schade heeft overleefd. Er wonen 246 Engelsen op het meest afgelegen eiland in de wereld. Het is straks, na de Brexit, misschien helemaal niet meer bereikbaar. Dat lijkt me pas zorgelijk nieuws.

Foto: auteur


zaterdag, april 27, 2019

Brief aan W. te Nieuwegein



Dordrecht, 5 juni 2008

Beste W.,

Je brief van april heeft mij ontroerd. Ik had er eerder op moeten antwoorden, maar dat is mij om allerlei redenen die er hier niet toe doen en vanwege mijn reis naar Griekenland, naar huis, in mei, niet gelukt. Wat je schrijft over Stella’s poëzie doet mij goed, ik denk ook dat veel van je bemerkingen raak zijn. Ik hoop dat je mening gedeeld wordt door de poëzieredacteur van Liverse, bij wie ik een postume bundel van haar wil uitgeven. Ik zit te wachten op een oordeel. 

Nee, W., je hebt 'nooit geweten wat een knappe, innemende, intelligente en innerlijk rijke vrouw' Stella was. Dat was ze inderdaad en nu ze er niet meer is besef ik hoeveel rijker ze mijn leven heeft gemaakt in de twintig jaar die ik met haar heb gedeeld. We hadden elkaar natuurlijk veel eerder in het leven moeten tegenkomen, maar het is al een wonder dat we elkaar ooit ontmoet hebben, toen, in 1987, aan de Universiteit van Minnesota. Een leraar aan een ingedutte, provinciale, middelbare school in een waterige uithoek van Nederland en een docente aan de Experimentele School van de Universiteit van Thessaloniki met haar wortels in de Pontus in noordoost Turkije. Dat haar vader en moeder als kinderen de Turkse vervolgingen van de Pontiërs in de jaren 1917-1923 hebben overleefd en dat Stella zodoende geboren heeft kunnen worden, aan het begin van de Griekse burgeroorlog, waarin haar vader als linkse Griek ternauwernood aan moord door de fascisten is ontsnapt, is evenzeer een wonder. Hangt het leven van toeval aan elkaar? In ieder geval wel van dramatische gebeurtenissen.

Je vroeg hoe lang voor haar dood Stella het gedicht ‘Ooit’ schreef. Dat was op 2 november, bijna acht weken voor haar overlijden. Haar laatste gedicht, ‘Eindeloze nachten,’ is van 22 december, vier dagen voor haar dood. De doktoren spraken toen nog van 'enkele weken,' maar dat ze die dag van uitputting niet meer in haar dagboek kon schrijven was voor mij een veeg teken. Toch heeft haar overlijden, in haar slaap, zonder dat er iemand bij was, mij nog overvallen. Ik kan nog steeds het verschrikkelijke gevoel niet omschrijven waarmee ik om half zeven die ochtend op de parkeerplaats van de school stond (die ligt naast het ziekenhuis, veel dichterbij dan de officiële parkeerplaats van het hospitaal, ik kijk dagelijks vanuit mijn lokaal op de kamer waarin ze is overleden). Laat ik hier niet op doorgaan, het is allemaal nog te vers, te schrijnend, ik weet nog steeds niet waar dat vlot, waarop ik nu in een donkere stormnacht voortdrijf, naartoe koerst. Ik begin langzamerhand uit de verdoving van de eerste schok te raken, maar het besef dat ik haar onherroepelijk kwijt ben maakt de pijn en het verdriet eigenlijk alleen maar erger. Het is een fase, zegt men, waar je doorheen moet. Jij hebt het allemaal ook meegemaakt, misschien is het waar, in ieder geval is het niet anders. 

Wat jij afleidde uit de zin:

Ik wilde de avond niet bederven

namelijk dat Stella mij vroeg om op wat voor manier ook, waardig door te leven, is ook zeer goed gezien. Ze heeft mij bezworen om mijn leven zo goed mogelijk voort te zetten op de wijze waarop wij samen voortgingen. Ik zie dat als een opdracht die ik naar vermogen tot een goed einde zal brengen. Voortaan bewandel ik onze weg alleen, hoe godvergeten moeilijk dat soms is. 

Ik lees uit je brief dat jij de dood van Maria ook nog niet werkelijk hebt geaccepteerd. Zo is het met mij ook. Dat diepe gevoel van onrechtvaardigheid waarover je het hebt, inderdaad. Een paar dagen geleden stond er weer een wijsneus in de kroeg te oreren dat weet ik wat welke groenten, bloemkool, geloof ik, mits in die en die hoeveelheid en zus en zo bereid, niet alleen kanker kon voorkomen, nee, zelfs genezen. Dat gelul, daar kan ik niet meer tegen. Stella heeft haar hele leven lang op haar voedsel gelet, het gezonde Mediterrane dieet: alles met olijfolie, zelden iets gebakken, matig met alles, weinig vlees, bij voorkeur vis, veel peulvruchten en wat zij in een jaar aan alcohol dronk sla ik in een week naar binnen, zelden rookte ze, een héél enkele keer een sigaartje of een krèteksigaretje, maar niet meer dan drie of vier per jaar en dan maagkanker krijgen! 

Je hebt gelijk, het had ‘mijn gasten verstijfden’ moeten zijn. Toen Stella het gedicht schreef twijfelde ze en vroeg ze mij om advies. Ik zei ‘versteven.’ Jan Lul met ook nog een bevoegdheid Nederlands, al heb ik dat vak in twintig jaar niet meer gegeven. Stella’s taalgevoel was sowieso beter dan het mijne. Zij schreef na enkele jaren in Nederland haar Nederlands vrijwel foutloos, terwijl ze het vlot en accentloos sprak. Mijn Grieks, hoewel uit beleefdheid veelgeprezen, lijkt daarbij vergeleken nergens op. Ik mis haar ook erg als rechterhand bij het vertalen uit het Engels en ondertussen is Jan Eijkelboom, mijn linkerhand, ook weggevallen. En haar geweldige gevoel voor poëzie: wat ik niet van haar geleerd heb, hoeveel dichters ik niet door haar heb leren kennen! André van der Veeke schreef in zijn In Memoriam in de jongste Ballustrada: 'Ze geloofde onvoorwaardelijk in de kracht en betekenis van poëzie.' 

Genoeg, W. Als het zondag niet al te slecht weer is ga ik mijn narigheid eruit wandelen met G., vorig jaar gepensioneerd collega en hoofdredacteur van The Dutch Dickensian, die zich enkele weken geleden een boerderij met enige hectaren grond op de Drentse Hondsrug heeft verworven, waarop hij uien wil gaan verbouwen. We lopen dan van Gorinchem naar Leerdam, een mijl of veertien, tijdens welke onderneming we allebei tot bezinning hopen te komen.

De avond is in een gevorderd stadium geraakt en voor ik ga slapen wil ik de jongste Wiener uitlezen, een schrijver met wie ik verwantschap voel, al was het alleen al omdat ik zijn moeder heb gekend. Die was net als voornoemde G. en ik lid van de Haarlem Branch van de Dickens Fellowship. Het ga je goed,

een hartelijke groet,

Kees

Foto: auteur


zondag, december 30, 2018

Timoer Lenk



Iemand op 28 december 2018 een aanslag sturen, waarvan het eerste gedeelte moet zijn betaald voor 31 juli 2018, dat kan alleen de Griekse belastingdienst. Een illegale aanslag bovendien, want in strijd met het Nederlands-Griekse belastingverdrag, dus we gaan hem, zoals ieder jaar, aanvechten. De aanslag kwam een week na het bericht dat ik mijn beroep over de vorige had gewonnen. Ik zal binnenkort maar weer eens afreizen naar de rafelrand van Europa, om daar met de vuist op tafel te slaan. Ik neem mij iedere keer voor de eerste de beste ambtenaar in het belastingkantoor in Thessaloniki over de balie te trekken, maar gelukkig keert het gezond verstand tijdens de vlucht erheen meestal al terug. Het valt niet mee, ruim twee, soms drie, uur in zo'n enge sigaar, volgepropt met onbekenden. Daar word je bedachtzaam van. 

Het was me de maand wel en dan heb ik het niet over de feestdagen, maar over de menselijke fouten. In het Griekenland Magazine viel een stuk van een regel uit mijn column, zodat er onzin staat, en in mijn artikel in het tijdschrift Lychnari veranderde een beter wetende redacteur zonder overleg een zin, waardoor er nu een aperte fout staat, zodat de lezers denken dat ik nog nooit in Thessaloniki ben geweest. In januari komt Tetradio uit, het jaarboek van het Griekenlandcentrum van de Universiteit Gent en ik houd nu al mijn hart vast voor mijn stuk daarin over de geschiedenis van mijn favoriete, Griekse stad.

Ik ben in de kersttijd vergevensgezinder dan anders. We leven niet meer in de tijd van Timoer Lenk. Die liet piramides achter van menselijke schedels, als we de hoofdpersoon in De ommegang van Jan van Aken mogen geloven, maar hij bezorgde het zieltogende Oost-Romeinse Rijk, dat wij kennen als het Byzantijnse, wel enig uitstel van executie. In ieder mens schuilt wel iets goeds, ook in een belastingambtenaar, en ja, als ik in Thessaloniki Timoer Lenk zou spelen, kan ik die teruggave helemaal vergeten.

Foto: auteur


maandag, november 19, 2018

Chinezen



In 1923 maakte mijn grootvader een reis om de wereld. Met het ss. Sloterdijk van de Holland Amerika Lijn. Hij schreef daarvan een verslag, in keurig schoolschrift. Mijn moeder was net zeven jaar. Een uitstekende leerlinge op de lagere school. Ze heeft haar rapporten altijd bewaard, een regen van negens en tienen, maar doorleren mocht niet van opa: 'Meisjes trouwen toch.' 

Zo achterlijk was Nederland tot ver in de jaren vijftig: meisjes die trouwden werkten niet meer. Mijn kleuterjuf ging trouwen, dus ontslag! Ik heb haar nooit meer gezien. Ze was misschien twintig. Theoretisch kan ik haar nog steeds tegen het lijf lopen. Ik denk dat wij elkaar niet zullen herkennen. 

Als grootvader terugkwam van een reis, hadden zijn kinderen moeite hém te herkennen. Hij was een vreemde man met een snor geworden. Na de geboorte van nummer vijf, mijn oom, die wel mocht doorleren (hij werd waterstaatkundig ingenieur), moest Cornelis van oma aan wal. Hij werd winkelier, een melkboer vol zeemansverhalen. In Indië, vertelde hij vaak, kwamen Chinese koelies aan boord voor het laden en lossen. Ze leefden aan dek. Als ze een zeeslang vingen, werd die in mootjes gehakt en geroosterd. Steeds liepen de rillingen over mijn rug. Zeeslang.... terwijl ik dacht dat Chinezen uitsluitend pinda's aten. Maar ja, toen geloofde ik ook nog in Sinterklaas.

Afbeelding: C. Bekker - De 101e reis van het ss. Sloterdijk. Handschrift, archief Kees Klok.



vrijdag, oktober 26, 2018

List



Jarenlang had ik een abonnement op het NRC-Handelsblad. Een prettige krant, al kwam hij 's middags, met een boekenbijlage waarin regelmatig aandacht voor poëzie. Met als stripverhaal Heer Bommel. Met op de Achterpagina een column van Gerrit Komrij en illustraties door mijn oud-leerlinge Wibbine Kien. Een NRC-Handelsblad zonder Heer Bommel kon ik mij niet voorstellen. Toch kwam op een dag het bericht dat Bommel uit de krant werd verbannen.

Ik schreef de redactie een brief. Daarin stond dat ik het verbannen van Bommel een slechte zaak vond en dat ik, mocht het doorgaan, mijn abonnement zou opzeggen. Uiteraard hoopte ik op een verstandige reactie, maar het ging door, waarna ik een tijdje een andere krant las, met een zurig, moralistisch, semi-progressief smaakje, en daarna lange tijd mijn kranten betrok uit de vrije verkoop.

Nu lees ik alweer een tijdje Trouw. Een bedachtzame krant. Een verademing, zeker vergeleken met het geschreeuw van trollen en onbeheerste reaguurders op het internet. Goede onderzoeksjournalistiek ook, maar geen Bommel. Zijn schepper, Marten Toonder, is weliswaar doorgedrongen tot Van Dale en onze Heer bewandelt tegenwoordig Facebook, maar who the hell is Facebook? Heer Olivier hoort natuurlijk in een krant, door de dreven snellend in de Oude Schicht. Daarom, Tom Poes, verzin een list. Je kunt het, dat heb je al vele malen eerder bewezen.

Foto: auteur




donderdag, oktober 11, 2018

Potsenmakers



In mijn studietijd, ja jongens en meisjes, dat is lang geleden, ontstond er in Nederland een ware spellingstrijd. Een aantal meneren en mevrouwen begon te pleiten voor een fonetische spelling. Je moest iets gewoon spellen zoals je het uitsprak, dan maakte je ook nooit meer een spelfout. Spelling was tenslotte maar een afspraak en die afspraak kon je zonder meer vervangen door een andere. Ik hoor het mijn toenmalige leraar Nederlands, net van de universiteit en vol revolutionair vuur, nog roepen. Remco Campert liet zich meedrijven op de zogenaamd progressieve stroom en schreef Tjeempie of Liesje in Luilekkerland, een bijzonder komisch boek in fonetische spelling. Hij heeft het daarna bij mijn weten nooit meer gedaan. Een fonetische spelling. Als het was doorgegaan hadden Groningers en Limburgers elkaars teksten nauwelijks meer kunnen lezen en hoe zou dat hebben gemoeten met de spellingcontrole op de pc? Ach, die was er nog helemaal niet. Werkstukken schreven we op een schrijfmachine, met een beetje geluk een elektrische, en als er veel moest worden gewijzigd, typte je het hele rotding over.

Ja, mijn leraar Nederlands had gelijk. Spelling is een afspraak, maar wel eentje die, eenmaal gemaakt, zo weinig mogelijk, liefst helemaal niet, moet worden veranderd. Waarom kunnen we het Engels van James Boswell uit de achttiende eeuw, redelijk gemakkelijk lezen? En zelfs dat van Shakespeare, die nog een flinke tijd eerder schreef? Omdat de Engelsen, zo dom als ze zijn met hun Brexit, met hun spelling heel wat verstandiger omgaan dan wij. Nauwelijks veranderingen. Dickens spelde het Engels vrijwel hetzelfde als ik vandaag de dag doe. Wij Nederlanders zijn in een bepaald opzicht een uiterst merkwaardig volk. Als we een afspraak hebben die goed werkt, zeggen we na verloop van tijd: het wordt tijd voor verandering. Wij geloven dat verandering onverbiddelijk verbetering brengt, een opvatting die even jammerlijk is als geloven dat je kind door inentingen autistisch wordt of dat 'de markt' zaligmakend is voor de economie.

De taal verandert, maar daar hoeft de spelling niet voor mee te veranderen. Wel ben ik het met A.L. Snijders eens dat het raar is om, zoals altijd wordt gedaan, de geschiktheid van een sollicitant af te meten aan het feit of de betrokkene al dan niet foutloos spelt. Als iemand in zo'n brief 'het gebeurd mij weleens' schrijft kan hij een even goede magazijnchef worden, of barbediende, of postbode, als iemand die 'het gebeurt mij weleens' schrijft, al geldt dat natuurlijk niet voor een schooljuffrouw of een journalist, beroepen waarin het goede voorbeeld moet worden gegeven. Ernstiger zou ik het vinden als iemand het bastaard-Nederlands gebruikt van de generatie die, idioot als het is, als 'millenials' wordt aangeduid. Ik ben geen taalpurist. Talen beïnvloeden elkaar en dat kan soms verrijken, maar iemand die voor de helft, of soms meer, Engelse woorden uitkraamt, terwijl er niets mis is met het Nederlandse equivalent, die neem ik niet serieus. Dan ben je in mijn ogen een irritante potsenmaker, ook al spel je de boel correct.

Foto: auteur


zaterdag, september 08, 2018

Uitnodiging



Toen een neef van mij nog in de Utrechtse Schoolstraat woonde en ik niet lang daarna de status van weledelgeleerd zou bereiken, kwam ik daar eens samen met mijn moeder naar buiten om terug te rijden naar Dordrecht. Voor we in de auto stapten, liep er een sjofele, in het zwart geklede, bestoppelbaarde man langs, die vriendelijk 'hallo' tegen mij zei. 'Gut,' reageerde mijn moeder, 'ik wist niet dat zwervers je hier gedag zeggen.' 'Dat is geen zwerver, ma, dat is Maarten van Rossem, bij wie ik binnenkort afstudeer.' 

Ik was een late student, pas op mijn veertigste werd ik doctorandus, maar wel in deeltijdstudie, met enige tussenpozen, en alles geheel op eigen kosten. Daarna ben ik nog enige jaren bezig geweest aan een proefschrift over de troebelen tussen Griekenland en Joegoslavisch Macedonië, maar gaandeweg ging ik mij zo ongelofelijk ergeren aan de talloze nationalistische schreeuwlelijken die ik op mijn academische pad, maar helaas ook al te vaak in de werkelijkheid, ontmoette, dat ik de noodzakelijke afstand tot mijn onderwerp niet meer kon bewaren en mij er uiteindelijk walgend van heb afgewend. Daarom is het bij weledelgeleerd gebleven.

Maarten van Rossem groeide uit tot een mediafiguur, waarvoor mijn moeder en haar oudere zus uiteindelijk een opvallend enthousiasme aan de dag legden, maar gelukkig is hij daarbij zijn kritisch-wetenschappelijke instelling nooit kwijtgeraakt en is hij tot op de dag van vandaag een van de scherpzinnigste historici die ons land kent. Ik vraag me weleens af wat er zou zijn gebeurd als hij in de jaren tachtig minister van onderwijs zou zijn geweest in plaats van de al bijna vergeten Jo Ritzen, maar ik heb geleerd dat 'als-als-geschiedenis' weinig zinvol is. Een soort beschrijven van dromenland. 

Mijn boek Dijkbewaking, dat volgende week verschijnt, is een literair dagboek over de jaren 1980-1983. De jaren tachtig waren voor het onderwijs, inclusief het universitair onderwijs, tamelijk rampzalig. Ook in Dordrecht en ik zat midden in die ellende. Ik ga de inhoud niet verklappen, maar neem van mij aan dat de betiteling 'afdeling onwijs,' voor de afdeling onderwijs van de gemeente Dordrecht, denktankje van dorpsniveau dat aan de wieg stond van een ruime serie kaalslagveroorzakende schoolfusies, nog een uiterst vriendelijke kwalificatie is voor dit onheilsclubje.

Ik ga in dat boek ook naar Suriname. Dat was een mooie reis, maar daarna sloeg Bouterse toe en ben ik er nooit meer terug geweest. Grote reizen, doen als je jong bent, maar wat iemand er in godsnaam toe beweegt om met een rugzakje door een strafkolonie als Australië te gaan lopen, vraag ik mij af. Australië, daar werd je in de achttiende eeuw door de Engelse justitie naartoe gestuurd als je een paar sokken uit een marktkraam had gestolen en dan mocht je nog blij zijn dat je niet meteen aan de galg was geëindigd. Een draconisch rechtssysteem hadden ze daar, misschien dat ze daardoor zo eigenaardig zijn geworden. Brexit, een heel volk dat zich blijmoedig in de voet schiet, maar dit terzijde. 

In Dijkbewaking ontvouw ik ook de plannen die ik met vrienden had om een scene te verfilmen uit Lasterpraat van Adriaan Morriën. Op de achterkant van dat boek staat de schrijver zedig naakt met zijn dochters. Die scene was nogal geil en wij hadden voor de hoofdrol een knappe oud-leerlinge van mij op het oog. Dat zou nu schandaal veroorzaken, toen kon dat allemaal nog, net voordat de generatie Hysterisch, Bekrompen & Preuts begon op te komen. Hoe het afliep kunt u lezen vanaf 13 september, 17.00u. Dan neemt Mario Molegraaf, schrijver, vertaler en criticus in Visser's Poffertjes aan de Groenmarkt 9 in Dordrecht het eerste exemplaar in ontvangst. U bent welkom. 



zaterdag, augustus 18, 2018

Lage Zwaluwe



In de bundel femenismo van Joanne Limburg staat een gedicht dat Barton in the Beans heet. In dat gedicht speelt ze met allerlei wonderlijke, Engelse plaatsnamen. U moet het maar eens lezen. De bundel is in het Nederlands uitgegeven door Liverse, maar het Engelse origineel staat erbij, zodat u het beter kunt weten dan de vertaler. Er komen plaatsen in voor als Shouldham Thorpe, Swadlincote, Wigston Parva, Ramsey Mereside en zo nog een aantal bijzonderheden. Bestaan die plaatsen allemaal, vroeg ik mij af. Ja, ze bestaan.

In Nederland kunnen we er ook wat van. In juni ging ik naar de Avond van de Poëzie in Groede (Zeeuws-Vlaanderen). Onderweg kwamen we door Boerenhol. Toen Stella nog leefde, bezochten we met enige regelmaat Domburg. Op de terugweg reden we altijd een rondje om de kerk van Biggekerke en iedereen kent wel Sexbierum of Moddergat. Vlak Kuttingen en Waspik trouwens niet uit. Ook deze plaatsen bestaan. Dat is niet het geval met Lage Zwaluwe.

Lage Zwaluwe is een station waar ik doorgaans aan voorbij zoef, maar sinds de NS in haar wijsheid heeft besloten de meeste intercitytreinen naar Staats-Brabant niet meer in Dordrecht te laten stoppen, zit ik meestal in de boemel als ik naar Breda, Antwerpen of Brussel wil. Sprinter heet die boemel, maar er is weinig sprinten bij, want hij stopt bij iedere molshoop. Ook in Lage Zwaluwe. In de wijde omtrek van dat station zijn hooguit drie of vier bescheiden optrekjes te bespeuren, wellicht van verdwaalde keuterboeren. Het lemma over Lage Zwaluwe in Wikipedia moeten we daarom beschouwen als geraffineerd nepnieuws. De NS is er ingetrapt. De omgeving van station Lage Zwaluwe is vrijwel verlaten en troosteloos. Bijna even troosteloos als het nieuwe station van Breda, dat qua architectuur vooral aan een mortuarium doet denken. 

Foto: auteur


woensdag, augustus 15, 2018

Tweede van der Helst



Het is een tijd geleden dat ik een Boekenpraatje op Youtube zette, maar toch zal de schare liefhebbers die zich doorgaans direct op de iPad stort als ik weer eens wat te berde breng, nog even moeten wachten. Ik heb het op het ogenblik te druk met boeken lezen. De tijd om er over uit te weiden ontbreekt. Tenzij ik mij mijn dagelijkse praatje in het stamcaféontzeg en dat heb ik er, eerlijk gezegd, niet voor over. Het leven is al kort genoeg, in een maand tijd hebben we weer twee gewaardeerde oud-collega's ten grave gedragen, en ik ben geen monnik die alleen voor het bidden zijn cel uitkomt.

Monnik, je zou het maar wezen. Natuurlijk, ik weet ook wel dat er monniken en monniken zijn. Boeddhistische die het liefst islamieten doodslaan, roomse, die het liefst bier brouwen, maar ook boeddhistische die nog geen mug doden, hoe hinderlijk ook en roomse die ketters een gruwel zijn die ze het liefst op een brandstapel zien eindigen. Alle soorten en maten, maar de meesten vind ik een beetje eng. Dat komt door die devotie. Ik ben tegen vroomheid. Dat is iets voor half seniele, oude vrouwtjes in half duistere Zuid-Europese kerken, die gratis en voor niks de vloer aandweilen voor meneer pastoor. Niet iets voor een normaal mens, begiftigd met rede.

Ik heb eigenlijk in mijn hele leven maar één monnik ontmoet die niet een beetje eng was. In het klooster van Megista Lavra op het schiereiland Athos. Dat was een voormalige zeeman die eenmaal teruggekeerd aan wal kip noch kraai in de wereld meer bezat. Hij was, oud en slecht ter been, in het klooster zeker van zijn natje en zijn droogje en ach, grinnikte hij, mocht het toch waar zijn van die hemel, dan zat hij hier op de beste plek om heen te gaan. Daarna rookten we, al mocht het niet, op het balkon van zijn cel een sigaartje.

Dat Boekenpraatje komt wel. Eerst moet ik nog even De ommegang van Jan van Aken lezen, De kunst is mijn slagveld van Nanne Tepper, Selma van Carolijn Visser, de Jane Austen-biografie van Claire Tomalin, Writer's Luck van David Lodge en de prijswinnende roman van Murat Isik. En weer eens een brievenboek van Gerard Reve, u weet wel, die man van Tweede van der Helst.

Foto: auteur


dinsdag, juli 17, 2018

Tuin



Twee hoveniers brengen mijn tuin op orde. Toen ik terugkwam uit Griekenland was hij veranderd in een oerwoud. Ik zag er geen gat meer in. Uit Griekenland bracht ik een achillespeesontsteking mee. Dat spit niet lekker en schoffelen was niet afdoende. Iemand raadde me aan het zevenblad te oogsten, je kon er soep van koken. Ooit had ik een leraar biologie die zijn eerste les begon met het recept van brandnetelsoep. Na drie weken kreeg hij ontslag.

De hoveniers komen uit de Alblasserwaard. Ik draag nu en dan koffie aan, terwijl ze in een paar uur tijd van het oerwoud een tuin maken. Er is geen zevenblad meer te zien. Wel zie ik nu overal bloeiende planten. Ik wil een tuin met veel kleuren. Dan moet ik denken aan Stella, die daar intens van kon genieten.

Als de koffie is gedronken en de mannen weg zijn, denk ik aan de Graafstroom. Daar ben je vanaf mijn huis op de fiets al in zo'n drie kwartier. Als kind ging ik weleens met mijn vader naar de Graafstroom. Bij een café huurden we dan een roeiboot. Ergens in een rietkraag werd de hengel uitgeworpen. Gevangen vissen maakten we voorzichtig los en zetten we terug. Altijd scheen op zulke dagen de zon en altijd waren de oevers geel van de boterbloemen.

Foto: auteur


maandag, juni 04, 2018

Rijkdom



Het is mooi wakker worden, met uitzicht op het groen, met het gekwinkeleer van de vogelen des velds, het geblaat van schapen op de achtergrond en de wetenschap dat hier in Drenthe ergens een wolf moet rondlopen, die volgens de plaatselijke bewoners zo mak is als een lammetje. Bij mijn tandarts in de wachtkamer lees ik altijd de Donald Duck, met Wolfje en zijn vader, de grote boze Wolf, die immer achter de onschuldige vriendjes van zoonlief aanzit, maar dat zijn biggetjes. Toch weet ik het niet. Als ik die schapen was, zou ik zachter blaten.

Het platteland, de natuur, ik vind het allemaal prachtig. Muggen, teken, wespen, oorwurmen, adders, kikkers en ooievaars, al die rijkdom bij elkaar. Hand in hand met Claire, die wel zo verstandig is geweest zich in te smeren met een dikke lading insectenwerend smeersel, over de bospaden huppelen. Nu en dan steekt een boomwortel vervaarlijk uit de grond met alle gevolgen van dien. Vanaf mijn zevende, ik had net 'gewisseld' tot mijn zeventiende heb ik met een half afgebroken voortand gelopen, omdat ik genietend van het bos, over een boomwortel struikelde en letterlijk iets te hard op mijn bek ging.

Naar men zegt dringt de natuur steeds meer de stad binnen. De vos schijnt al een alledaags verschijnsel te zijn, in de Dordtse havens (Amsterdam heeft grachten, maar wij hebben echte havens!) zwemt nu en dan een bever, er huist een gedomesticeerde reiger op een paal in de Voorstraatshaven, die klokslag negen uur 's avonds met een ijselijk kreet een rondje vliegt en het wachten is op de eerste beer die in de buitenwijken de vuilnisbakken induikt. Er breken met de zomer mooie tijden aan. Nog even en we gaan weer geloven in Roodkapje en de Wolf.

Foto: auteur


donderdag, mei 31, 2018

Oerwoud



Ik kwam terug van een paar weken Griekenland. Voor ik vertrok brak het voorjaar uit. Er begon van alles in mijn tuin te groeien. Vooral onkruid. 'Onkruid bestaat niet,' zegt mijn goede vriend C.. Misschien is ongewenst kruid een beter woord. Ik liet het ongewenst kruid staan, zodat de tuin bij mijn terugkeer was veranderd in een oerwoud. Een kleinschalig oerwoud, want het is maar een stadstuin. Het kan hard gaan in drie weken. 'Maak je niet druk,' zei mijn moeder weleens, 'over een week kun je dood en begraven zijn.'

Mijn goede vriend C. heeft geen computer, is daarom niet aangesloten op het internet, heeft geen weet van het geraas en getier van de beroepsverontwaardigden in de sociale media, heeft sowieso geen weet van sociale media en voelt zich daar tevreden bij. Om de bijdragen op mijn weblog te kunnen lezen moet hij wachten tot mijn uitgever de best gelukte stukjes verzamelt in een boek. Hij (C., niet de uitgever) heeft een mobiele telefoon uit de vorige eeuw. Zolang hij het doet, vervangt hij hem niet.

Vanaf mijn veranda overzie ik het oerwoud. Om orde te scheppen in de chaos heb ik de keuze tussen een duurbetaalde hovenier of mijn goede vriend C.. C. gebruikt een schoffel en een spade, de hovenier allerlei elektrische apparaten. Hij is daardoor sneller. Het resultaat is hetzelfde, maar wat als iemand over een week dood en begraven kan zijn? 

Foto: auteur