woensdag, november 09, 2022

Wijwater




Lieve Stella,


Vandaag is het precies een maand geleden sinds ik je schreef en ik zit met een probleem. Voor ik naar Griekenland ging had ik al wat pijn met lopen, maar het was dragelijk en ik ben niet zo van direct naar de dokter gaan. Het gaat wel weer over, dacht ik, net als met de ischias, waar ik twee jaar geleden last van had. Toen deed ik oefeningen van de beweegtherapeute, die goed hielpen, en dat deed ik nu weer, maar van lieverlee werd het toch erger, zodat ik uiteindelijk naar een fysiotherapeute ben gestapt. Weer ischias, nu niet links, maar rechts en heviger dan de eerste keer. Ik ben er met mijn eigenwijze hoofd weer eens te lang mee blijven lopen! 


Ik ben door de therapeute een paar keer stevig aangepakt en moet thuis een soort rekoefeningen doen, in de hoop dat het helpt. Ik denk dat er enige verbetering in zit en dat moet ook, want ik wil snel de stadswandelingen weer oppakken. Dat is erg leuk om te doen, maar het gaat een beetje op en af, ik bedoel: niet die wandelingen, maar de pijn. 's Morgens ben ik een kreupel mannetje, in de loop van de dag krijg ik praatjes en 's avonds, afhankelijk van hoe moe ik ben, komt de pijn weer op, of blijft hij weg.


Tot zover het gezondheidsbulletin. Vroeger kwam er een vriendin, ik moest tante Corrie zeggen, bij mijn ouders over de vloer, die altijd klaagde over allerlei bijzondere kwaaltjes. Als iemand over een ziekte vertelde, had tante Corrie die ook gehad, uiteraard in heviger mate, en er was nooit een dokter die deugde. Allemaal kwakzalvers die haar niet begrepen. Tante Corrie is vierennegentig geworden. Mijn moeder had ook regelmatig last van ischias. Ze is er negentig mee geworden. Er is nog hoop. Fietsen gaat moeiteloos, dus ik kan gewoon naar de kroeg, dat moest er nog bij komen.


Over de kroeg gesproken: afgelopen zaterdag werd De Lachende Monnik ingezegend. Vroeger was dat café Arina. Mede door de coronanarigheid sloot Arina haar deuren en is de boel overgenomen door iemand uit Rotterdam, Vincent, die de zaak grondig heeft verbouwd en ingericht met crucifixen, heiligenbeelden en kerkelijke vaandels. Langs de wanden staan echte kerkbanken. Heel sfeervol en ook wel bijzonder in Dordrecht, dat ooit een beetje bekend stond als hoofdstad van de biblebelt, al denk ik dan persoonlijk eerder aan Ede of Nijkerk. We komen er af en toe bijeen met het Genootschap ter Bevordering van Eb & Vloed, de borrelclub van gepensioneerde leraren van het Stedelijk Dalton Lyceum. Ook op maandag kom ik er wel. Dan is Visser dicht en doe ik soms een rondje van huis naar huis via Centre Ville, De Lachende Monnik en het nabije Costa d'Oro. Een heer moet wat na een dag hard werken.


Toen ik een uitnodiging kreeg voor die inzegening dacht ik aan een acteur die een stukje kwam opvoeren, maar het bleek om een echte priester en een diaken te gaan, die er in de afgeladen kroeg een mooie plechtigheid van wisten te maken. Knap voor een gemengd publiek met lieden van allerlei al dan niet religieuze slag. De priester had een goed verhaal over liefde en het genieten van de goede dingen des levens, de diaken las een paar treffende passages uit het boek Prediker, waarna we allemaal 'amen' zeiden alsof we iedere week daar zo zitten, en vervolgens werd het wijwater rond gesprenkeld. Er was geen spoor van de wrekende God uit de biblebelt, die zo graag straft tot in het zevende geslacht, dat is het prettige aan de rooms-katholieken. 


Ik heb van de weeromstuit een beeld van de Heilige Antonius van Padua besteld. Dat komt doordat ik mij herinnerde dat die bij tante Christien, een andere vriendin van mijn moeder, die nooit klaagde over ziektes, maar wel rooms was, op een plankje boven de radio stond. Die radio stond weer op een kastje, centraal opgesteld langs de muur, zoals later (ik heb het nu over de jaren vijftig, toen ik nog zeer jong en onbedorven was) de televisie. Toen tante Christien overleed erfde ik die radio en dat kastje, maar ik heb geen idee waar sint Antonius is gebleven. Ze riep hem altijd aan als ze iets kwijt was, bijvoorbeeld: 'Sint Antonius, beste vrind, maak dat ik mijn sleutels vind' en die vond ze dan. Ik wil ineens, waarom weet ik eigenlijk niet, de boel compleet hebben, terwijl het ook handig is als je eens iets niet kunt vinden. Baat hij niet, hij schaadt ook niet (wedden dat er weer iemand gaat zeiken, dat het 'baat het niet, het schaadt ook niet' moet zijn?). Ik verwacht dat hij vandaag of morgen voor de deur staat. Niet die zeikerd, maar de bezorger van sint Antonius.


Ik heb ineens de draad van het literair dagboek weer opgepikt en daar de afgelopen dagen hard aan gewerkt. Het gaat altijd bij vlagen, maar ik had er nu lang niets meer aan gedaan. Toch moet deel VIII een keer gereed, ik weet dat er mensen op zitten te wachten. Ik ben nu gevorderd tot mijn eerste lange vakantie bij jou in Griekenland in 1988 en dat roept dierbare herinneringen op. De week in het buitenhuis van Anastasia en Socrates in Mikiverna. Fantastisch weer, prachtig huis voor ons alleen, veel wijn, iedere dag seks. Wat later in de maand de tocht naar Parga, Konitsa, Kastoria en Edessa. Ik zie weer dat huisje waar we zaten op een camping in Parga, waar omheen een buslading Franse scholieren sliep, niet in tenten, maar in de openlucht. Vast een armlastige school uit een of andere banlieu, al gedroegen ze zich heel behoorlijk. Ik vond in een van de albums een foto waarop jij een fles vult met het heldere en ijskoude water van de Voidomatis, in de Zagoria, een van de ruigste en mooiste streken van Griekenland. Tussen dat reizen door verloofden we ons tijdens een etentje met de naaste familie. Je moeder vond dat eigenlijk maar niks. Toen was ik nog die vreemde buitenlander die achter haar dochter aanzat. Een heiden bovendien. Pas toen we netjes trouwden in de Agia Sofia in Thessaloniki en ik niet lang daarna de patriarch van Constantinopel een hand had gegeven, op een receptie bij de Griekse ambassadeur in Den Haag (jij werd niet uitgenodigd, want wel diplomaat, maar vrouw) was ze er helemaal mee verzoend. Jouw vader vond het allemaal geweldig, wij mochten elkaar vanaf het eerste moment. Het hielp dat hij aardig Frans sprak, want toen kende ik nauwelijks Grieks.


Tegenwoordig is mijn Grieks goed genoeg om ruzie te maken met de belastingdienst daar. Er is weer eens gelazer. Onlangs, je houdt het niet voor mogelijk, kwamen ze er achter dat ik de aangifte over 2015 (!!!) een paar dagen te laat had ingeleverd. Of ik maar honderd euro boete wilde overmaken. De boekhouder gaat er achteraan, want voorlopig ben ik dat niet van plan. Het is een prachtland, Griekenland, om vakantie te houden of een maandje te schrijven, maar God helpe je de brug over als je met de autoriteiten te maken krijgt. Dan is het net Nederland, al hebben ze daar geen toeslagenaffaire, voor zover ik weet. Het courante schandaal in je vaderland is het afluisterschandaal. De regering schijnt op grote schaal allerlei politieke voor- en tegenstanders te hebben afgeluisterd. Ik herinner me dat jij pas als attaché op de ambassade in Den Haag werkte en bang was dat onze telefoon werd afgeluisterd. Ik lachte dat weg en dacht dat het een trauma was uit de tijd dat je tijdens het kolonelsbewind studeerde. Achteraf bedenk ik dat je weleens gelijk kunt hebben gehad.


In gedachten, altijd,


Kees


Dordrecht, 9 november 2022.


Foto: auteur

woensdag, oktober 26, 2022

Krant




Hij leest in de krant dat een wolf op de Hoge Veluwe gewend is geraakt aan mensen en naar hen toekomt. Wat doet een wolf op de Hoge Veluwe? vraagt hij zich af, wat moeten we in 's hemelsnaam met wilde dieren in een overvol landje van postzegelformaat? Een paar wilde dieren dan, vooruit, zoals herten en wilde zwijnen, die kunnen ermee door, maar wolven? Hij heeft het niet op beesten die zinloos weerloze schapen vermoorden. Zinloos omdat ze niet worden opgevreten. Sommige honden doen dat ook. Wat Warnaar betreft mogen ze zulke honden en die hele wolventroep snel afschieten.


In dezelfde krant ziet hij een foto van twee meiden die in een museum soep over een schilderij gooien. Soep over een schilderij, hij vraagt zich af wat hij zou doen als hij er toevallig getuige van was. Hij vreest dat hij agressief zou worden, misschien wel gewelddadig. Hij leest dat het om milieu-activisten gaat. Dat de planeet in gevaar is, weet hij ook wel zonder soepgooiers. Laat de ware milieu-activist zich sterk maken voor een drastische krimp van de wereldbevolking, vindt hij. De mens is de plaag van alle dingen. Gooi soep over de paus zijn kop en over de koppen van al die anderen die tegen voorbehoedsmiddelen en abortus zijn, maar blijf met je poten van kunstwerken af.


Op de volgende pagina staat een foto van een antisemitisch Kamerlid. Een verraderlijk netjes ogende knul. Er boven staat 'Verbieden?' gedrukt. Het verbaast hem dat dat nog een vraag is.


Foto: auteur


vrijdag, oktober 21, 2022

Golliwog




Schrijver W.F. Hermans publiceerde eind jaren tachtig een essaybundel onder de titel Door gevaarlijke gekken omringd. Zijn minder bekende collega Kees Klok kwam in 2011 met het literaire dagboek Idioten ontloop je nergens. 'Ze hebben gelijk', zegt Warnaar tot zichzelf terwijl hij de krant dichtslaat. Na dat halfuurtje lezen tijdens zijn ontbijt, altijd één geroosterde boterham met kaas en 's zondags een gekookt of gebakken eitje, heeft hij voor de godganselijke dag genoeg van de mensheid.


Vandaag stond dat rare mens uit Engeland volop in de schijnwerpers. Maar liefst vijfenveertig dagen premier en niets tot stand gebracht behalve chaos. Nu lopen ze daar de kans dat die voormalige columnist met die bos verward stro op zijn kop, een blanke golliwog die ooit allerlei nepnieuws over de EU publiceerde, opnieuw premier wordt. Het gaat hem aan het hart. Ook vindt hij het steeds moeilijker zijn anglofilie te belijden. 'Straks moet ik nog in een kast', denkt hij. 


Er mag alleen maar oude kaas op die boterham met daarbij een beker karnemelk. Als hij in het buitenland is wordt de karnemelk koffie, behalve in Engeland. Dan drinkt hij sterke thee met, uiteraard, een wolkje melk bij het ontbijt. Eieren met spek, kippers en worstjes gaan hem te ver. Veel te ver. Onlangs heeft hij een paspoort aangevraagd. Vanwege de Brexit, zonder paspoort kom je het ingestorte imperium niet meer in. Het zit in de envelop met Engelse ponden, maar hij betwijfelt zeer of het er onder de huidige omstandigheden van gaat komen.


Foto: auteur


woensdag, oktober 12, 2022

Boer en dichter




In de tijd dat Warnaar aan de lagere school studeerde, op honderdvijftig meter van het huis van de dichter Kees Buddingh' (maar dat wist hij toen nog niet) wilde hij boer worden. Dat kwam omdat hij in de zomervakantie altijd een tijdje bij een oom mocht logeren die boer was in Strijen-Sas. Daar ging hij heen op de fiets. Eerst het Eiland van Dordrecht over, naar het Wieldrechtse veer, dan door 's-Gravendeel en de Mookhoek, waarna hij kon kiezen tussen de Meeuwenoordseweg of de Schenkeldijk. Uiteindelijk kwam hij dan op de Sassendijk, waar afgelegen in de polder de boerderij lag.


In die tijd hadden de streekbewoners bijnamen. Er was een boer die Piet het Konijn werd genoemd, iemand die deBlikoor heette (die n was essentieel, leek het) en een vlasser die bekend stond als Jan de Baron. De bijnaam van zijn oom kende hij niet. Kinderen hoefden niet alles te weten.


Met de jaren werd het logeren leuker. Hij had de leeftijd bereikt om op een tractor te mogen rijden. Dat was nog eens wat anders dan een oude fiets, maar toch veranderden zijn dromen. Uiteindelijk wilde hij gaan studeren, het liefst in Cambridge. Dat leek hem een magisch oord, maar in velerlei opzichten te ver weg. Tenslotte leek dichter worden hem wel iets. Hij leerde Buddingh' kennen, die hem aanmoedigde vooral door te blijven dichten. Hij mocht op de koffie, met een glaasje whisky na. Als ze die school niet hadden gesloopt, was de cirkel bijna rond gekomen.


Foto: auteur


zondag, oktober 09, 2022

Tussenstop





Lieve Stella,


Onverwacht stond ik op het St. Pietersplein in Rome. Het was een zonovergoten dag in mei, nu alweer elf jaar geleden. Ik was met onze vrienden Kostas en Vassiliki vanuit Thessaloniki een paar dagen naar Lissabon geweest. Een geslaagd bezoek, dat we beslist nog eens zouden herhalen. Er was geen directe vlucht van Thessaloniki naar Lissabon. We moesten in Rome overstappen. Tijdens de retourvlucht landden we 's morgens vroeg in Rome, de vlucht naar Griekenland vertrok pas laat in de avond. Zodoende. 


Ik herinner me Rome als rommelig, druk en indrukwekkend, al kun je maar weinig doen in een dag. We wilden ons bovendien niet te veel inspannen, maar een bezoek aan het Vaticaan moest, vonden we. Daarnaast werden het vooral Romeinse terrassen. Op een ervan streek een roedeltje Nederlandse gymnasiasten neer. Wij spraken Grieks, Nieuwgrieks, een taal waaraan Nederlandse gymnasiasten over het algemeen, vanwege de Erasmiaanse uitspraak die nog alom wordt gebruikt, geen touw kunnen vastknopen. Deze ook niet. Wellicht in de veronderstelling dat we Polen waren of afkomstig uit een ander ver, katholiek land met een onbegrijpelijke taal, waagden ze zich aan enig commentaar op mijn pijp. Ik begon de rook daarop expres hun richting uit te blazen. Meer commentaar. Daar kon je aan merken dat er geen docent in de buurt was. Wij reageerden niet, ik wenste hen, toen ze vertrokken, alleen even een fijne dag in het Nederlands. Veertien- vijftienjarige, stoere kaaskopjes met hoogrode wangen ineens, dat wel. Ik kon het helemaal begrijpen, aangezien ik me op die leeftijd in het verre buitenland waarschijnlijk net zo gedragen zou hebben. Je moet als puber wat, vooral als er een paar aantrekkelijke meisjes in de buurt zijn.


Vanmorgen heb ik via WeTransfer alle foto's die ik tijdens die reis maakte naar Kostas en Vassiliki gestuurd. Toen we een week of twee geleden uit eten gingen, bleek dat ze die foto's, die ik indertijd nog op de klassieke manier had laten afdrukken, waren kwijtgeraakt. Omdat de digitale map waarin ik ze bewaar ook maand en jaartal vermeldt, realiseerde ik me dat ik die reis al elf jaar geleden heb gemaakt. Hij staat me nog bij als de dag van gisteren, evenals ons uitstapje samen naar Lissabon, dat nog veel langer geleden is. Ik zie ons nog wandelen door die prachtige botanische tuin. Die reis eindigde een klein beetje in mineur, omdat we op een van de laatste dagen betrokken waren bij een busongelukje, waardoor jij een voet verstuikte. Dat leverde ons overigens wel, zonder bijbetalen, een retourvlucht op in de business class.


Net als toen bezocht ik met Kostas en Vassiliki niet alleen Lissabon, maar maakten we ook een paar uitstapjes naar Sintra, Benfica en Estoril. Dat kwam door die foto's allemaal weer even tot leven, maar daardoor besefte ik ook dat ik daarna niet meer in Lissabon ben geweest, een stad die me toch zeer na aan het hart ligt. Misschien moet ik daarom binnenkort maar weer eens spontaan op stap, zoals ik dat na jouw overlijden wel vaker deed. Als de donkere dagen voor kerstmis, die vaak eindeloos grauwe november- en decemberdagen, me iets te veel werden, nam ik even het vliegtuig naar Lissabon. Dineren bij Martinho da Arcada of in het restaurant van de half blinde zanger Louis Braga in de Rua Diario de Noticias. Zou die man nog leven? Toen ik er met Kostas en Vassiliki was, maakte hij de indruk op zijn laatste benen te lopen, maar je weet het nooit met krakende wagens. Een vriendin van mijn moeder, we noemden haar tante Corrie, klaagde een leven lang over allerlei ziektes en kwaaltjes, echt of ingebeeld, waarvoor geen enkele dokter een goede remedie wist. Er was in haar ogen dan ook geen dokter die deugde, maar uiteindelijk werd ze vierennegentig. Een afzakkertje in café A Brasilièra is uiteraard ook niet te versmaden, zeker niet omdat ik daarna alleen maar een deur verder moet, naar hotel Borges in Rua Garrett, waar ik altijd logeer. Ik vraag me af of dat er allemaal nog is, of dat de eurocrisis en de covid-ellende ook hier voor de nodige kaalslag hebben gezorgd, net als in Thessaloniki. Ik treur nog steeds om het verdwijnen van Loxias.


Aan de andere kant heb ik het gevoel dat ik even ben uitgereisd. De terugvlucht vanuit Thessaloniki, een paar dagen geleden, is me niet goed bevallen. Dat lag niet aan het cabinepersoneel van Transavia. Aan boord waren ze vriendelijk en voorkomend en kwamen mijn wijn en (vegetarische, dat wel) saucijzenbroodje keurig op tijd, maar bij het instappen ging het helemaal mis. Zo'n vliegtuig heeft een voor- en een achteringang. Heb je een laag stoelnummer dan stap je voor in, heb je een hoog stoelnummer, zoals ik, dan neem je de achtertrap. Dat mocht dit keer niet van de idioot die de bus naar het toestel bestuurde. Iedereen moest en zou via de voorste trap naar binnen. Een paar minuten later kwam bus twee: iedereen via de achterste trap naar binnen. Zo zot heb ik het in al die vijfendertig jaar dat ik heen en weer reis naar Thessaloniki nog niet meegemaakt. Het gevolg was een geworstel, een geduw, getrek en gedoe met handbagage en veel chagrijn, dat zeker drie kwartier aanhield, totdat iedereen eindelijk zat. Op Schiphol duurde het ook nog eens anderhalf uur voor de eerste koffer op de bagageband kwam. Ik dacht in Dordt 's avonds nog even uit eten te kunnen gaan, maar dat kon ik vergeten. Ik heb maar wat nasi uit de vriezer ontdooid en een ei gebakken. Gelukkig had ik van Kostas een fles eigengemaakte tsipouro gekregen, dat vrolijkte me weer wat op.


Ik zie dus wel of het in een van de komende weken Lissabon wordt, of dat ik wacht tot een gunstig ogenblik na de jaarwisseling, want eigenlijk zijn januari en februari ook vreselijk maanden om door te komen. In mijn gedicht Winter, dat in mijn bundel Over de vloedlijn staat, vergelijk ik januari met een eenendertig dagen durende maandag en je weet wat voor een hekel ik doorgaans aan de maandag heb. Zo'n ellendedag waarop de halve horeca dicht is en veel winkels pas in de middag open gaan, als ze al open gaan. Gelukkig is Costa d'Oro, de Italiaan van Dordt, nog steeds en al vele jaren, wel op maandag open. Dat is vaak een lichtpuntje, al zal ik morgen niet kunnen, want dan moet ik tijdig naar een lezing. Het is alweer alsof ik de stad niet uit ben geweest en die maand Griekenland snel aan het wegzakken is in mijn geheugen. Gelukkig kan ik altijd terugvallen op de foto's. Voorlopig zwerf ik daarmee nog een beetje door Lissabon en sta ik weer even in de zon op het St. Pietersplein te wachten op de paus, die zich toen we daar waren overigens niet vertoonde. Een mens kan ook niet alles hebben.


In gedachten, altijd,


Kees


Dordrecht, 9 oktober 2022.


Foto: auteur


dinsdag, oktober 04, 2022

Paddestoelen




De zon schijnt, maar aan van alles merkt Warnaar dat de herfst snel nadert. 'Binnenkort weer dat gezeik met die wintertijd', moppert hij, 'en de bomen ook al flink aan het verkleuren en uitvallen'. Hij moet al jaren een nieuwe jas voor de winter, maar de oude zit hem nog zo lekker, dat hij het steeds maar uitstelt. 'Waarom ook', denkt hij, 'achter de vrouwen hoef ik niet meer aan en wat ze ervan denken in de kroeg zal me aan mijn reet roesten'. 


Hij herinnert zich ineens zijn kleuterschool, of was het in de eerste jaren op de lagere? Dan moesten ze in de herfst allerlei bladeren verzamelen en die in een boek drogen. Herbarium heette dat met een moeilijk woord. Op een dag gingen ze met een bus naar een bos in de buurt van Oudenbosch of Etten-Leur, dat wil hij kwijt zijn. Daar gingen ze paddestoelen plukken. Vooraf werden ze gewaarschuwd er niet van te eten. Als gevolg daarvan heeft het jaren geduurd voor hij van een bordje gebakken champignons kon genieten.


De gedachte aan de komende, donkere, lange winteravonden vrolijkt hem niet op. Het gelul over die spreekwoordelijke gezelligheid achter de gordijnen. Door de covidjaren, door de gedwongen isolatie, de vereenzamende maatregelen, de opgelegde en onnatuurlijke gedragsregels van toen, is hij de winter nog meer gaan verafschuwen dan hij van nature al deed. Hij hoort de berichten over uit de hand lopende energieprijzen en de oproep de kachels lager te zetten. 'Ook dat nog', zucht hij.


Foto: auteur


maandag, oktober 03, 2022

Met trein, boot en trein




Lieve Stella,


Lang geleden, toen ik als jongen voor het eerst een vliegtuig naar Engeland nam, dat was in 1966, ik wist niet wat me overkwam, was het Engelse pond ongeveer twaalf gulden waard, ongeveer vijf euro en vijfenveertig cent. Nu is het ding geloof ik één op één met de euro. In die jaren stelde het Verenigd Koninkrijk als wereldmacht niet zoveel meer voor, maar het was nog invloedrijk genoeg voor Charles de Gaulle om de deur naar het lidmaatschap van wat toen de EEG, de Europese Economische Gemeenschap, heette, dicht te houden voor de Britten. De Franse president was beducht voor toenemende Amerikaanse invloed op Europa, via de 'speciale relatie' die het VK met de VS onderhield. Drie jaar nadat ik in het vrachtvliegtuig met passagiersaccommodatie stapte, op het vliegveld Zestienhoven, trad De Gaulle af. Een jaar later overleed hij, maar het zou nog tot 1973 duren voordat de Britten zich bij Europa voegden. 


Na meer dan vier decennia vonden ze het welletjes en stapten ze weer uit de EU. Zou die waardedaling van het pond er iets mee te maken hebben? Ik ben geen econoom, gelukkig niet, en aan toekomstvoorspellen waag ik me liever niet, maar dat het niet goed gaat met dat prachtland aan de overkant van de Noordzee, is wel duidelijk. Dat het op het wereldtoneel ook nog maar weinig voorstelt ook, ondanks alle pomp and ceremony bij de uitvaart van koningin Elizabeth II en het feit dat haar opvolger, Charles III, ook nog koning is over een handvol andere landen dan de Britse eilanden, zoals, bijvoorbeeld, Canada, Australië en Tuvalu. Zou dat leuk zijn, koning van Tuvalu? Volgens Wikipedia hebben ze daar de Tuvalu dollar, gekoppeld aan de Australische dollar. Ze schijnen alleen munten te hebben, geen bankbiljetten. Wat voor kop zou er op zo'n munt staan? Wikipedia weet alles, denken sommige mensen, maar daarover kon ik geen uitsluitsel vinden. Ik heb er eerlijk gezegd ook niet lang naar gezocht. Ik ben tenslotte geen koning van Tuvalu.


Dat vliegtuig.... ik heb geen idee wat voor type het was, maar het had, zeg maar, een dikke kop, propellers, een cabine voor acht passagiers, als ik het me goed herinner, en het was traag. Ik geloof dat we over het stukje Rotterdam-Manchester ruim anderhalf uur deden. Tegen de tijd dat we boven Manchester cirkelden, op zoek naar een landingsbaan, was de zon reeds onder gegaan en baadde de stad in kunstlicht. Ik vond het geweldig om te zien, maar was toch blij het benauwde ding te kunnen verlaten na al die tijd hotsen en botsen vanwege de turbulentie. Eenmaal in Engeland werd ik opgehaald door mijn oom en tante, in ooms toen al enigszins bejaarde Vauxhall, die toch nog ruim twintig jaar dienst zou doen, terwijl hij allesbehalve conservatief was en Labour stemde. 


Ik ben niet zo van het vliegtuig, liever neem ik de boot, maar soms kun je niet anders. Onlangs, ik heb het je geschreven, was ik even op Skyros. Met het vliegtuig, wat me een reis met trein, bus en boot van twee dagen scheelde. Dat doe je niet voor een lang weekend. Naar Griekenland neem ik altijd, met gepaste tegenzin, het vliegtuig, want ik ga in mijn uppie, met al mijn bagage, echt niet drie dagen Europa door in een trein, wanneer ik er binnen ruim twee uur kan zijn. Als ik het gedoe op dat verschrikkelijke Schiphol en de treinrit vanuit Dordt voor het gemak even vergeet. Die gepaste tegenzin heeft overigens meer te maken met het gedwongen opgepropt zitten tussen allerlei mensen waar je in het dagelijks leven liever niets mee te maken wil hebben dan met het milieu. Het overkomt me zelden dat ik in een vliegtuig naast iemand terechtkom met wie je een normaal gesprek kunt voeren. Als ik ruim in mijn geld zat, vloog ik alleen nog maar zakenklasse, dan zit je in elk geval iets ruimer en krijg je je drank in een echt glas. 


Als wij vroeger naar Engeland gingen, we hebben dat verschillende keren gedaan, namen we de auto mee op de boot, behalve als het reisdoel Londen was, daar hadden we met de auto niks te zoeken. Rijden aan de verkeerde kan van de weg, met het stuur aan de verkeerde kant van de wagen. Dat links rijden, tja, ook zo'n Groot-Britse eigenaardigheid. Aan de Engelsen hebben ze het te danken dat ze in Suriname links rijden. Die zaten daar even in de tijd van Napoleon. Ook op Cyprus rijden ze links, eveneens de schuld van de Engelsen, maar ach, als iedereen het doet, went het snel. Ik heb het eigenlijk maar één keer meegemaakt dat ik me in het Engelse verkeer vergiste. Ik logeerde bij oom en tante en moest een boodschap doen, iets halen bij de apotheker, Mr. Jolly, in de Highstreet. Ik nam tantes vooroorlogse omafiets, meegenomen uit het vaderland, maar vergat even waar ik was. Gelukkig had de naderende buschauffeur het tijdig door. Net voor de coronatijd ging ik op bezoek bij neef Brian, die nog steeds in dat dorp woont. Ik zag dat Mr. Jolly nog altijd zijn apotheek heeft in de Highstreet. Iets ouder geworden, dat wel, maar al decennia lang tussen de poeders en pillen.


De laatste keer dat ik naar Engeland ging, reisde ik met trein, boot en trein. Althans dat dacht ik, want om in Hoek van Holland te komen, moest ik vanuit Schiedam ineens onverwacht in een Rotterdamse stadsbus. De treinverbinding tussen Rotterdam en Hoek van Holland bleek opgeheven en de metrolijn, die allang in gebruik had moeten zijn, kampte met allerlei problemen. Die bus reed wel in één keer door naar de veerboot, maar had geen enkele accommodatie voor bagage (veel mensen met koffers en tassen) en geen veiligheidsriemen, terwijl het toch met negentig/tachtig kilometer per uur over de snelweg ging. Niet lullen, maar poetsen zullen ze bij de RET hebben gedacht. De overtocht was prima. Heerlijk diner aan boord, goede whisky, mooie hut, alleen moesten we vroeg op en van boord. In Harwich was de kaartjesautomaat op het station kapot, dus werd het even zwartrijden tot het volgende station, waar wonder boven wonder een loket was met een meneer die me meteen ook maar de kaartjes voor de terugreis verkocht. 


Zo kwam ik na enig overstappen via Manningtree en Ipswich terecht in Cambridge, waar ik op bezoek ging bij een nichtje dat daar aan haar proefschrift in de geschiedenis werkte. Cambridge, waar wij samen ook weleens zijn geweest, met die fraaie colleges. 's Avonds dronken we wat in de beroemde studentenpub The Eagle. Ze vertelde dat ze onlangs het vliegtuig had genomen van Schiphol naar het nabije Stanstead. Een vlucht van een half uur, voor een vijfde van wat ik had betaald voor mijn reis. Binnenkort wil ik weer eens een keer naar Cambridge. Met de huidige stand van het pond kan ik me die 'dure' trein- en zeereis voorlopig nog wel veroorloven.


In gedachten, altijd,


Kees


Thessaloniki, 3 oktober 2022.


Foto: auteur


zaterdag, oktober 01, 2022

Nog heel even niet




Lieve Stella,


Gisteren heb me eens grondig verdiept in de geschiedenis van het Huis Tudor. Via Netflix volg ik de serie The Spanish Princess, over Catharina van Aragon, en daarin wordt nogal losjes omgesprongen met de geschiedenis. Niet dat me dat veel hindert, ik kijk ernaar om te worden vermaakt, niet om iets over de geschiedenis te weten te komen. Daar zijn andere bronnen voor. Ik ben geen Tudor-expert, zoals neef Brian, maar toch heb ik in de loop der jaren veel gelezen over het wel en wee van Henry VII, Henry VIII, Edward VI, die arme lady Jane Grey (op zestienjarige leeftijd onthoofd wegens hoogverraad, omdat de ziekelijke Edward VI haar even voor zijn dood als troonopvolgster had aangewezen), Mary Tudor (Bloody Mary, met haar ongelukkige huwelijk met Philips II, hier te lande welbekend) en tenslotte Elizabeth I. Evenals haar vader keek die niet op van een doodvonnis. Zo liet ze uiteindelijk haar nicht en rivaal, Mary Queen of Scots, een gezalfde vorstin, onthoofden in het kasteel van Fotheringhay, een daad die in die tijd als ongehoord gold in Europa. 


Het is allemaal bijzonder interessant om te bestuderen en tamelijk ingewikkeld. Je moet eens proberen de stamboom van de Tudors in je hoofd te prenten, vanaf, zeg maar John of Gaunt (1340-1399), de grondlegger van het Huis Lancaster. In de Rozenoorlogen (1455-1487) vocht dit adellijke Huis om de Engelse troon tegen het Huis York, de rode roos tegen de witte. Ik heb er een paar boeken over in mijn bibliotheek. Hier in Thessaloniki, waar ik nog maar een enkele dag blijf, ben ik afhankelijk van wat het internet te bieden heeft. Dat is heel wat, maar het is altijd oppassen. Wij historici, en wij niet alleen, hebben weleens de neiging om van elkaar over te schrijven. Een vorm van luiheid of een vorm van goedgelovigheid, wie zal het zeggen. Zo heeft de laatste vorst uit het Huis York, Richard III, een slechte naam onder historici. De vraag is of dat helemaal terecht is. Het is vooral Shakespeare die hem die slechte naam heeft gegeven, maar dat was, behalve een begaafd schrijver, ook iemand die de gunst van koningin Elizabeth I niet wilde verliezen. Formeel verzoende Henry VII de beide rivaliserende Huizen door ze te verenigen via zijn huwelijk met Elizabeth van York, maar niet iedereen uit het Yorkse kamp legde zich daar voetstoots bij neer. Van de kinderen die het stel kreeg, bereikten vier de volwassenheid: Arthur, Hendrik, Margaret en Mary. Kroonprins Arthur trouwde met Catharina van Aragon, de hoofdpersoon van de film en daarmee zijn we vanuit de geschiedenis weer aangeland bij de fictie. Catharina trouwde, na de vroege dood van Arthur, met zijn broer Henry VIII en dat had zowel in de film als in de werkelijkheid heel wat voeten in de aarde. 


Ik heb iets met de tijd van de Tudors, misschien door de fraaie landhuizen en paleizen die in die tijd werden gebouwd? Ik bedoel, voor je gezondheid en een lang leven moet je geen vijftiende of zestiende eeuwer willen zijn. De pest, de zweetziekte en weet ik wat niet allemaal voor enge aandoeningen maakte iedereen een mens van de dag om niet te spreken van allerlei geweld, moord en doodslag. Thomas Moore, Thomas Cromwell, Mary Steward, Jane Grey, Anne Boleyn, die weten er allemaal over mee te praten. Toch verplaats ik me graag in die tijd. Misschien om de griezelige toestanden van de eenentwintigste eeuw even te vergeten, de huiveringwekkende waan van de dag. Dat doodenge mannetje in het Kremlin met die koude reptielenblik, als een alligator die wacht op het juiste ogenblik om toe te slaan, maar ook dat onwaardige tuig in de Tweede Kamer, dat onze democratie bezoedelt en bedreigt. Een Kamerlid dat een bewerkte foto op internet zet van twee ministers met een hakenkruisvlag. Nee, ik ben niet van het geweld en een tegenstander van de doodstraf, maar stiekem denk ik, als ik zoiets lees, dat Henry VIII er wel raad mee had geweten. Ik denk nog weleens aan de tijd dat een journalist respectvol 'excellentie' tegen een minister zei, ook al vonden we dat als jonge studenten eind jaren zestig het toppunt van lachwekkendheid. Die jaren zestig, tja, wat hebben die eigenlijk opgeleverd? De zwarte reactie van de jaren tachtig en een onmachtige generatie politici die nu aan het roer staat en zich geen raad weet met het ene schandaal na het andere. Misschien zie ik het te somber, maar mijn ingebakken optimisme over de toekomst is aardig aan het aanbranden.


Herinner jij je nog dat we halverwege de jaren negentig in Engeland een bezoek brachten aan Hampton Court? Oorspronkelijk gebouwd door de invloedrijke kardinaal Wolseley en later in bezit genomen door Henry VIII. 'Onze' koning-stadhouder Willem III verbleef er ook wel. Ik geloof dat hij daar in de buurt in 1702 een dodelijke val van zijn paard maakte. Een paar jaar geleden las ik de trilogie van de onlangs onverwacht overleden Hilary Mantel over de opkomst en ondergang van Thomas Cromwell. Fantastische boeken, die ik iedereen kan aanraden. Ook het boek dat Mantel schreef over de jaren dat zij met haar man in Saoedi-Arabië woonde is indrukwekkend. Wat een griezelstaat is dat. Puissant rijk, maar mentaal blijven steken in de zevende eeuw. Een van de landen waar ik nooit een voet hoop te zetten, tenzij er veel, heel veel verandert, maar ook daarover ben ik weinig optimistisch.


We zwierven door dat paleis, dat in de winter gruwelijk koud moet zijn, ondanks al die schouwen en schoorstenen. Toen wij er waren was het zomer. We dansten nog net niet als onbezorgde koningskinderen door de zalen en over de binnenpleintjes, maar we voelden ons wel even in een andere wereld. Misschien eenzelfde gevoel als nu: er dreigt een ijskoude of peperdure winter, door uit de hand gierende energieprijzen (doorstrepen naar keuze), maar hier schijnt nog even de zon en is het elke dag vijfentwintig graden. Ik weet het, over een dag of wat zit ik in de enge sigaar en arriveer ik, als alles loopt zoals bedoeld, op die puinhoop die Schiphol heet, nabij de hoofdstad van het chaotisch vaderland. Het regenjack en de truien liggen al klaar, maar ik wil het nog even niet weten. Nog heel even niet. Ik blijf, lieve Stella, nog even in Hampton Court, in de tijd van Elizabeth I. Misschien is er vanavond wel een opvoering van Shakespeare. Misschien wel A Midsummer Night's Dream. Ik zag er ooit een voorstelling van in het Appeltheater in Scheveningen (ook al jaren ter ziele door de culturele erosie van Nederland). Er speelde een blauw geverfd, naakt elfje in. Haar naam ben ik allang kwijt, maar ik heb nog vaak van haar gedroomd.


In gedachten, altijd,


Kees


Thessaloniki, 1 oktober 2022.


Foto: auteur


dinsdag, september 27, 2022

50% Korting




Lieve Stella,


Het is eigenaardig weer vandaag. Vanmorgen was het drukkend en benauwd. Het had me niet verbaasd als er een onweersbui was overgekomen, maar in plaats daarvan stak de wind op, woei de lucht schoon en werd het minder drukkend. Het werd boven zee zelfs zo helder dat je vanaf het terras van café Melkiades, hierboven, net buiten de stadsmuren, niet alleen de Olympos, maar vaag in de verte zelfs Athos, de Agion Oros, kon zien. Nu zijn de wolken weer terug, maar het blijft heerlijk, mild weer. Vanuit Nederland hoorde ik dat het daar twaalf graden is en zeiknat. Een beetje water kon het chaotisch vaderland wel gebruiken, maar dan moet het weer direct met bakken vol. Typisch Nederlands, altijd doorslaan van het ene uiterste naar het andere.


Ik zat met je broer Menelaos bij Melkiades aan de koffie. Je nichtje Marina zou ook meekomen, maar die lag ziek in bed. 'Een beetje kou gevat,' aldus Menelaos. Hij is gelukkig niet zo paniekerig als veel andere Grieken, die al een covid-zelftest doen als ze twee keer achter elkaar niesen. Het blijft me verbazen, die tegenstelling tussen bijvoorbeeld het roekeloos en onverantwoord rijden in het verkeer en die wijd verbreide hypochondrie. In vrijwel iedere straat vind je een apotheek en allemaal hebben ze klanten zat. Ik heb er vanuit mijn pied-à-terre in de bovenstad vijf die ik binnen tien minuten kan belopen. De dichtstbijzijnde rechts om de hoek: anderhalve minuut de helling op, een halve minuut de helling af.


Zelf ben ik aan het begin van de week met een flinke keelontsteking teruggekomen van Skyros. Ik heb het niet vaak, angina, maar vrijwel altijd als ik in Griekenland ben. Geen idee waarom. De laatste keer, als ik het me goed herinner, was toen ik het Schrijfhuis nog had, in 2014 of 2015. Toen ben ik ermee naar de dokter gegaan, een kno-arts in het gezondheidscentrum aan de Lambraki, die een of andere gorgeldrank voorschreef waarmee het vrij vlot overging. Ik kan me de naam van die vrouw niet meer herinneren, maar ik weet nog wel dat ze van Armeense afkomst was en overtuigend knap. Ik heb er ook weleens Broxil, een soort penicilline voor gehad. Even dacht ik naar een van de vijf buurtapotheken te lopen om dat spul te halen, maar toen realiseerde ik me dat ik geen idee had van de dosering en de lengte van de kuur en dat ik maar beter niet zelf kon gaan rommelen met antibiotica. Die wordt hier toch al veel te veel voorgeschreven en gebruikt. Er hoeft maar een scheet dwars te zitten, of een teennagel te zijn ingegroeid en hoppa, daar gaan we met de pillendoos.


Ik heb het maar bij paracetamol (dat heet hier Depon) en zoutspoelingen gehouden, alsmede enige dagen abstinentie van alcohol. Ook heb ik kafeneion en restaurant even gemeden en zie: na een week was ik er vanaf. Bijkomend voordeel: het was goed voor de portemonnee en de gedwongen rust heeft ook goed gewerkt tegen de ischias (al doen de oefeningen van Saskia, mijn terzake diligente beweegtherapeute, ook hun werk). Wat een mens in zeven dagen allemaal niet voor elkaar kan krijgen!


Tot zover weerbericht en ziekenrapport. Skyros was zonnig en warm, maar drie dagen voor terugkeer naar het vasteland begon die angina dus. Daardoor heb ik niet alles gedaan wat ik wilde doen. Nog wel met Roos en Nikos uit eten geweest in Linaria, de charmante haven van Skyros, en een paar gezellige avonden gehad in taverna O Lambros, maar dat was het wel. Ik ben maar één keer in het stadje (Chorio, ofwel Skyros-stad) geweest, waar ik toevallig Niko, een Nederlander die daar al jaren woont, tegen het lijf liep. We hebben samen gezellig geluncht. Chorio is een charmant plaatsje, maar om op de platia te komen, moet je een geweldig steile helling op, steiler dan de Muur van Geraardsbergen. Meestal laat ik me door een taxi afzetten bij de Platia en loop ik terug naar Aspous, een wandelingetje van veertig minuten, maar daar was ik dit keer te lui voor. Of de angina zat al een beetje te werken. Hoe dan ook, ik heb me na de lunch weer comfortabel laten terugbrengen naar het hotel.


Het was wat stil in Aspous. Ik dacht dat half september het vakantieseizoen nog niet geheel op zijn einde zou zijn, maar dat gold niet voor Aspous. Daar was men al aardig in de winterstand aan het raken. Na het weekeinde had ik het hotel geheel voor mezelf. Dat stelde wat teleur, maar ja, je kunt de mensen niet aan de haren naar binnen slepen. Ik bedoel, dat kan wel, maar dat bevordert de gezelligheid niet. Ook de strandbars waren al dicht, eigenlijk kon je alleen terecht bij O Lambros, die het hele jaar open is, want die trekt klanten van over het hele eiland, en het visrestaurant aan de overkant, maar dat is allemaal glas en ik eet graag vis, maar niet in een aquarium.


Je begrijpt dat ik het vliegtuig heb genomen. Dat mag eigenlijk niet van de milieumilitie, maar ik ga voor een verblijf van vijf dagen natuurlijk niet eerst die vijfhonderd kilometer met de trein naar Athene, daarna nog een paar uur in een bus naar Kimi en vervolgens ruim anderhalf uur op de veerboot, als ik er in vijfendertig minuten naartoe kan vliegen. Als ik in Athene had gezeten, was het anders geweest. Van daaruit is het over land en zee een leuke reis. Eerst met de KTEL, de lange afstandsbus, naar Evia, die je in Kimi naast de boot aflevert. De overtocht is net niet te lang, iets korter zelfs nog dan van Alexandroupolis naar Samothraki, en het binnenvaren van Linaria is een kleine belevenis. Ze zetten zelfs de muziek voor je aan. 


Nadat de keel was genezen, heb ik me naar de belastingconsulent (een oud-leerling van je broer Savvas) gerept om hem te betalen voor de aangifte van dit jaar. De aanslag zelf heb ik direct na aankomst al betaald, zodat we heel even, hoop ik, een paar maanden van de fiscus zijn bevrijd, al dreigt er nog iets te komen over 2015. Ja, ja, men is er hier als de kippen bij! Ik kreeg van zijn lieftallige secretaresse zomaar 50% korting. In april kreeg ik van 'meneer Ioannis' een fles heerlijke tsipouro mee en nu die korting. Geen idee waaraan ik het te danken heb. Die secretaresse heet ook Stella. Wie weet vandaar. 'What's in a name?' zou Shakespeare zeggen.


In gedachten, altijd,


Kees


Thessaloniki, 27 september 2022.


Foto: auteur



maandag, september 26, 2022

De nachten




Warnaar zit in het oude havenkwartier aan een cappuccino. Een bejaarde vrouw met een kruk bedelt om een euro, maar hij heeft geen los geld op zak. Hij zegt dat hij haar niet kan helpen, waarop de vrouw een boze tirade afsteekt, die hij gelaten ondergaat. 


Hij heeft medelijden met haar, maar werkelijk geen losse euro op zak en een briefje van tien gaat hem te ver. Hij is Sint Franciscus niet. De vrouw druipt af en laat hem achter met een schuldgevoel. 'Onzin,' mompelt hij even later, 'ik ben verdomme niet verantwoordelijk voor die armoede, maar de overheid.' Een onderbuikgevoel neemt bezit van hem, het woord 'zakkenvullers' spookt door zijn gedachten. Hij betaalt en heeft nu wel los geld. Hij gaat op zoek naar de vrouw, maar die is nergens meer te bekennen. 


Hij geeft het op en besluit naar huis te gaan, naar de rust van de bovenstad. In een apotheek koopt hij drie doosjes Depon (paracetamol). Nog goedkoper dan thuis. Bij het standbeeld van Venizelos neemt hij een taxi. Ze zijn de hoek nog niet om of ze stuiten op een vuilniswagen. De straat is te nauw om te passeren. De chauffeur moppert dat het nu de tijd niet is om, dat ze de rotzooi maar 's avonds moeten opruimen, of 's nachts. Hij denkt aan de Travessa da Trindade, waarop hij uitkeek in Lissabon. Tegen twee uur 's nachts kwam de vuilniswagen daar met veel kabaal doorheen. 'Nee', meent hij, 'de nachten bieden ook geen uitkomst'.


Foto: auteur


zaterdag, september 24, 2022

Overkant




Hij vindt dat het niet meezit. Het is 'Stoptober', een idioot woord, uitgevonden door een infantiele grapjas die iets tegen het roken wil doen. Hij rookt al lang niet meer, maar denkt instinctief: 'Rot op met je gezeik, plofkop!' Het lijkt te werken: Scotch the Band en De Dijk stoppen. Niet met roken, maar als band. Hij ervaart dat als een verlies. Er zijn maar een paar middelen tegen de melancholie: een Irish reel, klezmer of Scotch, maar het krachtigste is Scotch. Hij begrijpt die jongens wel. Na tweeëntwintig jaar wil je weleens wat anders, ze zijn tenslotte bijna van middelbare leeftijd.


Als hij rustig wil werken, maar niet in het gezoem van stilte, luistert hij naar De Dijk. Twaalf jaar geleden heeft hij Huub van der Lubbe een keer ontmoet, bij Dichters in de Prinsentuin. Hij leek er verlegen mee te worden aangekondigd als 'dichter', wat hij volgens Warnaar ten voeten uit is. Hij herinnert zich een barmeisje dat erg zenuwachtig werd van hun gezelschap. Hij herinnert zich vooral café Wolthoorn & Co., waar Jean Pierre Rawie een vaste stoel heeft. Zover heeft hij het in zijn stamcafé nog niet geschopt.


Het voelt alsof zijn wereld afbrokkelt. Al dat gestop, vriendinnen die teleurstellen, niet meer bellen, niet meer appen, vrienden die naar ongure streken verhuizen; ziek worden op een Grieks eiland waar een tandarts de honneurs waarneemt als de dokter 'aan de overkant is'. De overkant, denkt hij, als het definitief stopt, dan ga je naar de overkant.


Foto: auteur


vrijdag, september 23, 2022

Dromen




Lieve Stella,


Zojuist zag ik op Facebook een filmpje van een kudde schapen die ergens bij een dorp in Noord-Griekenland aan het grazen was. Ik hoorde dat zachte, zoete geluid van tinkelende bellen, waarmee wij de hele dag waren omringd als we een tijdje in Theodosia, waar jij nu voor altijd rust, verbleven. Ik moest denken aan die onbezorgde, zomerse dagen, de adembenemende sterrenhemel 's nachts en de vele plannen die we toen nog voor de toekomst hadden. Toen kwamen de tranen. Bijna vijftien jaar geleden rukte de kanker je uit het leven, ik dacht dat ik langzamerhand een modus had gevonden om daarmee te leven en nu ineens, ik wil niet larmoyant zijn, je weet hoe ik ben, was alle pijn weer terug. Ik kon het filmpje geen tweede keer zien, hoewel de herinneringen aan die tijd ook meteen weer troostend zijn. Een soort balsem voor de ziel. Toen ik kind was vond ik dat de mensen van de oudere generatie het wel heel veel over vroeger hadden, ook al was dat lang niet altijd in de zin van 'vroeger was alles beter'. Nu heb ik daar alle begrip voor. Ik merk dat ik steeds meer terugval op herinneringen en dat ik mij vaker afkeer van het heden. Dan gaat Radio1 uit en Spotify aan.


Ik had deze brief anders willen beginnen. Met een droom, gisternacht, waarvan ik me een gedeelte herinner. We waren in Minneapolis, het moet dus in de jaren tachtig zijn geweest. We verbleven in een appartement in een straat waarvan ik de naam ergens had genoteerd, want ik ging met een taxi boodschappen doen in een gigantische shopping mall. Jij bleef thuis. In de mall had ik een gesprek met een vrolijke beambte die postzegels verkocht achter een loket. Toen ik terug naar jou wilde, kon ik nergens een uitgang vinden, tot ik na lang zoeken bij een lift kwam die me afzette bij een aflopende helling naar een straat. Ik kon nergens meer het boekje vinden waar de naam van die straat in stond. Toen werd ik wakker. 


Dromen, kun jij er iets van maken? Ik kon dat eigenlijk nooit, al heb ik het wel een tijdje geprobeerd. Toen ik studeerde had ik de gewoonte zodra ik wakker schrok uit een droom in een boekje, dat altijd naast het bed lag, te noteren wat ik mij ervan herinnerde. Dat heb ik een paar jaar volgehouden, daarna doofde de belangstelling omdat het eigenlijk tot niets leidde. Ik ben duidelijk geen Jozef die door een valse beschuldiging in de gevangenis van de farao terechtkwam en daar een naam kreeg als droomuitlegger. Er ligt nog altijd een notitieboekje naast mijn bed, je herinnert je dat wel, maar dat is nu voor als me een dichtregel invalt of een idee voor een verhaal. Als je die dingen niet onmiddellijk noteert, zijn ze 's morgens voorgoed verdampt. Klasgenote op de middelbare school Janny Groen, die later carrière maakte bij het NRC-Handelsblad, heeft nog weleens een uitzending over die dromenhobby van mij en onze vriend Herbert gemaakt voor de NCRV, toen ze als leerling journalist daar een tijdje stage liep. Ik weet nog dat we voor de uitzending vermaand werden niet te vloeken. In die tijd droomde ik nog weleens dat ik door de lucht kon zwemmen, zo van de ene kant van Dordrecht naar de andere. Het bandje dat ik van die uitzending heb, wanneer zal het geweest zijn, ergens begin jaren zeventig, ben ik allang kwijt, maar ik herinner me dat ik dat ook op de radio heb verteld. Wie weet is het wel ergens terug te vinden bij Beeld & Geluid?


Jozef en de vrouw van Potifar, dat was een van mijn favoriete verhalen uit de bijbel. Die verhalen werden verteld op de zondagsschool, waar ik iedere week naartoe moest. Mijn ouders waren niet streng in de leer, verdraagzame remonstranten, maar ze vonden het wel belangrijk dat ik iets van die verhalen meekreeg. Als je een goede verteller had, zoals juffrouw Van de Velde, of mijn vader, die er ook aan meewerkte, was de zondagsschool leuk. Dan was het smullen, niet alleen van wat dat vileine wijf Jozef aandeed, waarna hij toch maar mooi onderkoning van Egypte werd, maar ook van de schrik van die kutbroers van hem, toen ze hem in die functie tegenkwamen, smekend om hulp vanwege een hongersnood, nadat ze jaren eerder het ventje in een put hadden gegooid om het daarna aan een Egyptenaar te verkopen. Over dat soort slavernijverleden hoor je trouwens nooit iets in Nederland. Batseba en die geile koning David was ook zo'n smulverhaal, evenals het oordeel van Salomo. Toen ik later op de universiteit kunstgeschiedenis deed, als bijvak bij geschiedenis, kwamen ze bijna allemaal weer langs, maar nu als beeldverhaal. Toen bleek hoe nuttig dat uurtje op de zondagochtend was geweest. 


Van die kunstgeschiedenis heb ik trouwens nog steeds veel plezier, zeker als ik op museumbezoek ga. Soms is het een feest der herkenning. Je weet dat vooral de negentiende eeuw en de eerste jaren van de twintigste mijn aandacht hebben, maar ik merk dat mijn belangstelling van lieverlee breder wordt. Zo was ik nog niet zo lang geleden bij een overzichtstentoonstelling van Richard van den Dool (je weet, mijn vroegere uitgever, toen hij nog directeur was van uitgeverij Wagner & Van Santen) in het Dordrechts Museum. Ik vond het bijna magisch werk. In het begin zie je alleen maar een warreling van kleuren, maar als je de tijd neemt om te blijven kijken ontvouwt zich in het doek het landschap dat hij schilderde. Toen jij me vertelde dat je als bijvak bij je studie Engels op de universiteit kunstgeschiedenis had gedaan, beschouwde ik dat als een opmerkelijk toeval. Nu denk ik dat dat misschien wel een voorbereiding is geweest op het moment dat we elkaar ontmoetten in Minneapolis. Dat leek ook een toeval te zijn, zoals zoveel dingen in het leven. Bestaat het toeval? Ik ben meer praktisch dan filosofisch aangelegd, denk ik, ik stof liever in een archief documenten af dan dat ik me druk maak om allerlei geschiedfilosofische ideeën, al ontken ik het belang ervan niet. Toeval of niet, we vonden elkaar in Amerika in eerste instantie in de kunstgeschiedenis en naar snel bleek ook nog eens in de poëzie en dat leidde tot die prachtige zomerse weken in Theodosia, met op de achtergrond de bellen van de koeien en de schapen. 


In gedachten, altijd,


Kees


Vrijdag 23 september 2022.


Foto: auteur


donderdag, september 15, 2022

Ivanhoe




Hij loopt een boekwinkel binnen. Een grote zaak, in een voormalige bioscoop. Hij zoekt de Wordsworth Classics. Hij koopt Ivanhoe van sir Walter Scott. Dat heeft hij niet eerder gelezen. De enige Ivanhoe die hij tot nu toe kent, is die van de serie. Jaren geleden, bij de buurman, tijdens het kinderuurtje op de televisie. Zelf hadden ze die niet. De Warnaars waren in de jaren zestig niet erg welvarend. De buurman meer. Een postbode die, als hij in de ziektewet liep, wat vaak gebeurde, 'vanwege mijn rug' her en der ging klussen. Hij was goed in het aanleggen van 'elektrieke leidingen'. Als je naar het kinderuurtje kwam moest je een stuiver meebrengen en op de grond zitten.


Hij herinnert zich koude winters in de tochtige woning nabij het centrum van de stad. Crisisbouw uit de jaren tachtig van de negentiende eeuw. De postbode en zijn vrouw woonden beneden, de Warnaars boven. Het raam van de achterkamer keek uit op een hof. Ook crisisbouw en na tachtig jaar al vervallen en aan afbraak toe. In die hof woonde juffrouw Jansen. Die kon niet tegen spelende kinderen. Die moesten 'oprotten naar je eige!' Er was ook een schuur, die was van een melkboer. Hij stalde er zijn bakfiets en spoelde er zijn melkbussen schoon. Melk werd in die jaren nog aan de deur bezorgd.


Als de melkboer bezig was bij zijn schuur, konden ze in de hof spelen. Dan durfde juffrouw Jansen niet te schreeuwen. Melk liet ze nooit thuis bezorgen.


Foto: auteur

dinsdag, september 13, 2022

Chaos




Ook Warnaar bleek gevoelig voor alle berichten over chaos op het vliegveld. Hij zou graag van een ander vliegveld dan het hoofdstedelijke zijn vertrokken, maar dan moest hij vliegen met een prijsvechter die hem tegenstond. Hij had daar weliswaar weinig ervaring mee, het was meer een gevoel, maar toch, dan maar de ellende trotseren die regelmatig van de krantenpagina's afspatte.


Hem was verteld dat hij niet eerder dan vier uur van tevoren op de luchthaven mocht komen. Stipt als hij probeerde te zijn, was hij er precies vier uur voor zijn vlucht. In de vertrekhallen krioelde het, maar na een eindeloze wandeling naar een verre balie, was het afgeven van zijn bagage snel gedaan. Opnieuw een forse wandeling bracht hem bij de controle. Met honderden andere, bezwete lijven, de hondsdagen waren warm dit jaar, schoof hij door de rijen. Dat schuiven viel niet tegen. Na een half uur was hij de controle door.


Hij doodde de lange wachttijd in een bar bij de gate met een broodje ei met spek en wat glazen wijn. Hij raakte in gesprek met een jong stel. Dat ging naar een Canarisch eiland. 'Nooit geweest', mompelde hij, de laatste resten ei wegslikkend. Zij bleken ook nooit zijn bestemming te hebben aangedaan. Na wat luchtige conversatie scheidden de wegen. Omdat hij een kleinigheid extra had betaald mocht hij als eerste de enge sigaar in. Tijdens de vlucht zat hij naast een dikke man, die breeduit zwijgend drie uur naar de rugleuning voor hem zat te staren.


Foto: auteur


zaterdag, september 10, 2022

Begin er niet aan!




Lieve Stella,


Koningin Elizabeth van Engeland (en nog een serie andere landen) is overleden. Zes en negentig geworden. Ik hoor mijn cardiologe een paar jaar geleden nog zeggen, toen het over mijn pijp en sigaren ging: 'Zegt u me nou niet dat u een hoogbejaarde grootvader had die rookte als een ketter, want dat hoor ik van vrijwel iedereen'. Ja, de gemiddelde patiënt, die verzint wat. Mijn vaders vader, grootgebruiker van sigaren, pijptabak en citroenjenever is slechts tweeëntachtig geworden, maar dat gold in 1964 als behoorlijk bejaard. Ik weet niet wanneer Elizabeth met roken is begonnen, ik gok op een jaar of achttien. In dat geval heeft ze toch zo'n acht en zeventig jaar vrolijk doorgestoomd. Wat moet je anders met zo'n ellendige baan?


Het zal even wennen worden. Zo lang als ik weet was Elizabeth koningin van Engeland. Een jaar na mijn geboorte gekroond en zeventig jaar lang getuige van het afglijden van haar wereldrijk tot een tweederangs regionale macht, die op het ogenblik bol staat van grotendeels door de oerdomme, destructieve Brexit veroorzaakte problemen. Elizabeth kon daar allemaal niets aan doen. Dat is min of meer de schuld van het Huis van Oranje in de persoon van koning-stadhouder Willem III (1650-1702), die in 1688 Engeland binnenviel om zijn schoonvader af te zetten. De enige succesvolle invasie van het land na 1066. Engelse historici geven dat niet snel toe, de Engelsen zouden eigenhandig een einde hebben gemaakt aan het bewind van James II, Willem zou alleen maar een duwtje in de rug hebben gegeven, om daarna tot koning te worden gekroond. Altijd een verwrongen zelfbeeld, die Engelsen. Ik kan het weten, want ik heb er familie en vrienden. In wat ze de Glorious Revolution noemen werd de grondslag gelegd van het huidige, uit democratisch oogpunt nogal bizarre, Britse staatsbestel, waarin een handvol leden (nog geen zeventigduizend) van een regeringspartij de premier kan kiezen van een land met zo'n zevenenzestig miljoen inwoners. 


Waar Willem nog behoorlijk wat in de melk had te brokkelen, raakte de boel onder het Huis Hannover in het slop, ondanks de bewondering voor Queen Victoria, die in feite ook weinig te vertellen had. Het koningshuis werd langzamerhand de hoofdattractie in een sprookjesbos, waar Charles III nu nog even de hoofdrol mag spelen. De tweede koning die na lang wachten zijn moeder mag opvolgen. In 1901 was dat Edward VII, de opvolger van Victoria, maar die was nog relatief jong, zestig meen ik. Je weet, ik ben geen monarchist, ik ben voor Johan de Witt als president, maar ik heb wel schik in die koningshuizen. Het volk wil brood en spelen, dus gedragen de royals zich alsof ze meewerken aan een attractie in de Efteling. Ik ben dol op de Efteling, maar ondertussen hebben die mensen geen leven. Kijk maar naar The Crown. Ik heb ervan gesmuld, maar moest daarbij wel steeds aan de meisjes van onze Willem Alexander denken, vooral aan die arme Amalia. Kind, begin er toch niet aan. Neem gewoon je erfdeel op, daar kun je een leven lang zorgeloos van bestaan, zoek eventueel een leuke partner (man, vrouw, maakt me niet uit) en ga lekker leven, maar wordt in 's hemelsnaam niet dat mens in dat glazen huis terwijl je over het land toch geen reet hebt te zeggen. Liever een echt mens dan een symbool om het domme volk (dat is een pleonasme) in het gareel te houden.


Je weet, ik ben anglofiel, al zijn mijn gevoelens voor Engeland door de Brexit wel gesleten. Die ervaar ik werkelijk als een vorm van verraad, maar uiteindelijk heb ik toch maar weer een paspoort aangevraagd, zodat ik, wellicht dit jaar nog, naar Londen of Liverpool kan en misschien weer eens een keer naar het prachtige Wales. Naar Griekenland reis ik gewoon met mijn ID, lekker handig zo'n klein kaartje, maar door de Brexit moet je Engeland weer in op dezelfde manier als voor 1973. Misschien had De Gaulle toch gelijk en hadden we de Britten nooit in de EU moeten laten, dan hadden ze ons ook niet kunnen verraden, maar dat is wijsheid achteraf.


Wales...... onlangs zat ik in oude fotoalbums te bladeren en vond ik een foto waarop ik met Annemarie op de muur van Conway castle sta. Dat was in juli 1974. Ik had nog een kop met haar, waar de wind behoorlijk vat op had, zie ik. We staan er stralend bij, jong en nog onbedorven. Dat we nog geen zes maanden later zouden scheiden, zagen we geen van beiden aankomen. Het was een gelukkige zomer, waarin we met vrienden het noorden van het prinsdom verkenden. We waren nog arm, dus kampeerden we. In het weiland bij boer Jones, in Llangollen, op een camping bij Llanwrst, waar we met gehuurde paarden de bergen in trokken. De laatste keer dat ik paard heb gereden en dat blijft zo, want op mijn licht gevorderde leeftijd ga ik mijn botten er niet meer aan wagen. We streken ook ergens in de buurt van Conway neer en dan bezoek je uiteraard het imposante kasteel, gebouwd door Edward I in een tijd dat koningen er echt toe deden. 


Ik heb in de loop der jaren de meeste kastelen in Noord-Wales bezocht, bedoeld om de altijd roerige bevolking er onder te houden. Caernarfon castle bezocht ik een paar keer. Eerst met Wendy, mijn eerste vriendinnetje en toevallig Engels, maar ook met Iers bloed en prachtig, rood haar. Daarna met Annemarie en uiteindelijk met jou. Toen was mijn hoogtevrees inmiddels zo toegenomen, dat ik me niet meer op de muren heb gewaagd. Dat was in Conway ook zo. Herinner jij je nog dat we daar een paar dagen logeerden? We hadden het kamperen allang afgezworen en verbleven in een fraai hotelletje waarvan ik de naam ben vergeten. Met uitzicht op het kasteel. Jij liep fier over de muren de burcht rond. Ik maakte de ommegang beneden. Mij was het allemaal te hoog geworden. 


William Windsor is nu de nieuwe prins van Wales en ook nog de nieuwe hertog van Cornwall, meen ik. Hij zal ongetwijfeld op een dag worden ingehuldigd in Caernarfon castle, met veel sprookjesvertoon, maar eerst hebben we natuurlijk de kroning van Charles III. De eerste Charles werd onthoofd, de tweede neukte zich aan zijn eigen hof een slag in de rondte, maar wist alleen bastaarden te produceren, zodat zijn broer hem opvolgde en waardoor onze Willem III in beeld kwam. Misschien is Amalia ook bij die kroning en wie weet denkt ze dan: wat een gedoe, in mijn studentenhuis in Amsterdam is het een stuk gezelliger. Ik hoop in ieder geval dat ze er nog eens heel goed over nadenkt.


In gedachten, altijd,


Kees


Zaterdag 10 september 2022.


Foto: archief auteur

maandag, september 05, 2022

Regendans




Lieve Stella,


De rapen zijn gaar: de Russen hebben de gasleveranties aan de EU gestaakt. Je vraagt je soms af hoe kortzichtig en onnozel je moet zijn om internationale politiek te mogen bedrijven. Iedereen die zijn hersens een klein beetje gebruikt weet toch dat je je nooit zo afhankelijk van een grootmacht moet opstellen als met name Duitsland heeft gedaan met zijn gascontracten met de Russen. In Nederland valt het nog mee, voorlopig, wij zijn maar voor vijftien procent afhankelijk van Russisch gas. We hebben bovendien nog enorme gasvoorraden onder Groningen en de Noordzee. Die oppompen veroorzaakt ellendige aardbevingen, maar met het geld dat Nederland er nu mee zou verdienen kunnen misschien wel honderd keer zoveel huizen als die in Groningen gevaar lopen in korte tijd worden verstevigd. Als de wil er is en met de nodige vindingrijkheid.


Ik heb je al vaker geschreven dat ik een tikje gedeprimeerd word van het nieuws van de dag. Gedeeltelijk is het hijgerig achter de ene hype na de andere aanhollen, deels is het steeds weer hetzelfde verhaal van bestuurlijk onvermogen. Ik wil er niet over bezig blijven, daarom duik ik maar zoveel mogelijk in de geschiedenis, maar dan vallen je ineens weer parallellen met nu op. Ik las Het monsterschip van Luc Panhuysen, dat gaat over Maarten Harpertszoon Tromp, je weet wel, die admiraal die vernoemd is naar een straat in Dordrecht. In Wielwijk. Voor ik jou leerde kennen en moest leven van een mager schoolmeesterssalarisje had ik soms het schrikbeeld dat ik van armoe in die wijk vol crisisbouw uit de jaren '50 terecht zou komen, in zo'n troosteloos klein kutflatje waarin van alle kanten het lawaai van buren op je afkomt. Of afkwam, want ik meen dat het een en ander gerenoveerd is en dat het nu hopelijk iets beter wonen is dan in de tijd dat ik er weleens kwam bij mijn studiemaatje Peter, toen hij nog braaf bij zijn ouders woonde. Zijn vader was een gepensioneerde kapper met slechte longen. Op een dag zei zijn huisarts dat hij beter kon stoppen met roken, waarop de man vroeg: 'Dokter hoeveel jaar, denkt u, dat ik dan langer leef?' Uiteraard kon de dokter dat niet zeggen, hij probeerde een voorzichtige 'twee jaar misschien', waarop die vader rustig door bleef roken en niet lang daarna aan zijn slechte longen bezweek, zonder alle ellende van afkicken met nicotinepleisters en wat al niet meer te hoeven doormaken.


Tromp dus moest met een wrakke en te kleine vloot een Spaanse armada tegenhouden en ook nog eens de Duinkerker kapers in toom houden. Omdat de landprovincies het verdomden om op tijd hun contributie te betalen en het rijke Holland ook niet overliep van gretigheid om de vloot op peil te houden leek het een onbegonnen taak. Toen het Tromp tegen alle verwachtingen in toch lukte die armada (dat woord betekent gewoon vloot in het Spaans, maar dit terzijde) in te sluiten op de rede van Duins, sloeg ineens de sfeer om en kwam er van alle kanten hulp. De admiraliteiten bouwden zich het lazarus, de VOC, de WIC en andere reders stuurden bewapende koopvaarders, de vloot groeide en groeide, tegenwoordig noemen ze dat opschalen, en uiteindelijk werden de Spanjaarden in de spreekwoordelijke pan gehakt. 'Wat zijn we toch een geweldige volkje', hoorde je overal in de Republiek, maar daarna gingen al snel de handen weer op de knip, zodat 'we' in de Eerste Engelse Oorlog (1652-1654) op zee een gevoelig pak slaag kregen. Gelukkig was er toen Johan de Witt, misschien wel onze grootste staatsman ooit, die voor een degelijke vloot zorgde, zij het met veel moeite en gezeur in de Staten-Generaal, zodat de Engelsen en Fransen in het Rampjaar (1672) het lid op de neus kregen in de slag bij Solebay. Kort daarop werden Johan en Cornelis de Witt vermoord door de Haagse schutterij en het ondankbare oranjegrauw.


Wat is nu de parallel, zul je vragen. Ik weet ook wel dat je die tijden niet goed met elkaar kunt vergelijken, maar de benepen geest van beknibbelen, vervolgens 'opschalen' als de nood hoog is en daarna de boel weer 'afschalen' (wat een nare woorden eigenlijk, maar goed, je begrijpt wat ik bedoel) lijkt enigszins van alle tijden. Neem nu de asielcrisis. Daar heeft het afschalen in minder drukke tijden en het steeds weer sluiten en dan weer openen van opvangcentra geleid tot een totale chaos, zodat mensen in Ter Apel in bizarre omstandigheden op straat moeten slapen. Ik heb het al eens gezegd: op organisatorisch gebied zijn we het lachertje van Europa, met ook nog eens een pijnlijk onvermogen om voor de meeste problemen een lange termijnvisie te ontwikkelen. Omdat ik er het zuur van krijg, luister ik maar weer eens een dagje niet naar de radio. 


De hovenier is geweest en de tuin ligt er weer naar tevredenheid bij. Daar heb ik schik in. Het is al wekenlang te droog, de regenton is uitgeput, maar de vegetatie houdt het redelijk uit, omdat het grondwater hier relatief hoog staat, al moet er nu toch echt een flinke bui komen, bij voorkeur 's nachts en natuurlijk niet als ik op de fiets onderweg ben naar de kroeg. Tijd voor een regendans. 


Gelukkig zijn er zo nu en dan ook aardige dingen te melden. Max Verstappen heeft de Grand Prix van Zandvoort gewonnen en omdat hij Nederlander is, is de euforie groot. Misschien wel even groot als na de slag bij Duins op 21 oktober 1639. 21 Oktober, dan begint de serie televisieuitzendingen van mijn Boekenpraatje bij ONS/Nostalgienet. Ze zijn druk bezig de opnamen te fatsoeneren tot een aardig geheel. Dat heet 'editen' in modern Nederlands. Het is maar dat je het weet. Of het een succes wordt weet ik niet. Ach, ik hoop dat kijkers er plezier in hebben of dat zo nu en dan iemand zich eens flink opwindt omdat hij of zij het er niet mee eens is, maar eerlijk gezegd ben ik alweer met andere dingen bezig. Vandaag weer een paar uur gewerkt aan het blootleggen van de sociale stratificatie van de Riedijk in 1885. Veel tappers, kroegen, bierhuizen en dergelijke en opvallend veel weduwen op de toch redelijk kleine bevolking van zo'n straat. De 19e eeuw was een ongezonde tijd en toen hadden ze nog niet eens corona.


Gut ja, corona was ook weer in het nieuws. Er is een rapport van de wetenschappelijk raad voor het regeringsbeleid waarin staat dat de regering zich snel moet gaan voorbereiden op een mogelijke nieuwe coronagolf. Dat lijkt me een verstandig advies, maar de overheid is al een aantal keren dringend geadviseerd om voorbereid te zijn op een pandemie en heeft daar toen niets mee gedaan. Misschien heeft men ervan geleerd, maar ik ben nogal somber gestemd over het lerend vermogen van de Nederlandse overheid. Ik ga, voor het kroegtijd wordt, even een regendansje proberen tussen de bloemen.


In gedachten, altijd,


Kees


Dordrecht, 5 september 2022.


Foto: auteur