dinsdag, januari 12, 2021

Warnaar: Beeldend Buddingh'




Hij leest dat een aantal stadgenoten in Dordrecht een standbeeld wil van C. Buddingh'. Hij vindt dat een goed idee. Buddingh' heeft veel voor de stad betekend. Het moet alleen niet zo'n lelijk ding worden als het beeld van Willem van Oranje, die groteske reus van de Hofstraat. Dat kun je een fijnzinnig dichter als Buddingh' niet aandoen.


Wat je hem ook niet kunt aandoen, is zijn naam verkeerd spellen. Nog altijd zijn er mensen die Cees schrijven in plaats van Kees. Van wat Buddingh' daarover zelf schrijft, trekken zij zich niets aan. Ze weten het immers beter dan de schrijver. Op de sokkel van Willem van Oranje is men de naam van de stad Oudewater vergeten. Daarmee sta je als Dordrecht in je hemd. Straks gebeurt dat met Cees misschien ook.


Toch ziet hij zo'n beeld (een mooi beeld, dus een ontwerp waarbij het volk geen inspraak heeft, want dan krijg je weer zo'n Hofstraattrol) wel zitten. De vraag is: waar zetten we Kees neer? De gemeente heeft hem al afgescheept met een lullige parkeerplaats, meent hij. Om dat een beetje goed te maken moet het wel een prominente plek zijn. In Zutphen staat Ida Gerhardt uit te kijken over de IJssel. Hij denkt aan het Groothoofd, met dan meteen Jan Eijkelboom als pendant op het Damiatebolwerk.


Foto: auteur


zaterdag, januari 09, 2021

Warnaar: Prijs




De Postcodeloterij meldt dat hij een koek heeft gewonnen, maar dat de afhaalpunten voor koeken, althans deze winnende koeken, door de minister zijn gesloten. Hij had, in het zicht van de jaarwisseling, op iets anders gerekend. Op minstens een miljoen. Wat zou hij doen als hij een miljoen won? Nog veel meer boeken kopen, vreest hij, al kunnen de stapels, waarvoor eigenlijk geen plek is, nauwelijks meer groeien. Een groter huis misschien? Maar hij wil voor geen miljoen zijn huis voor een ander verruilen. Alleen als een fanatieke activist naast hem zou komen wonen. Dan gaat hij zelfs voor minder dan een miljoen weg.


Hij zegt altijd dat hij meespeelt omdat de loterij weleens een bedragje aan zijn voetbalclub doneert, of aan het Dordrechts Museum, maar hij doet het natuurlijk gewoon omdat hij zou stikken van nijd als heel de straat een miljoen won en hij niet. Het heeft hem een reeks tosti-ijzers, broodroosters, een nooit gebruikte ijsblokjesmachine, die niemand van zijn bekenden wil hebben, en vele bonnen voor appeltaarten van de Hema opgeleverd. En nu dus deze onafhaalbare koek.


Een jongen uit zijn eindexamenklas won ooit een ton in de voetbalpoel. Binnen een jaar was die op aan een dure auto en een dure vriendin. Nee, denkt hij, dan toch liever boeken. Of een handeltje in koeken.


Foto: auteur 


woensdag, januari 06, 2021

Warnaar: Held van Mafeking




Hij vond het vuurwerkverbod rondom Oud & Nieuw een goed idee, maar het werd massaal genegeerd. Het zou misschien het enige goede van covid-19 zijn geweest. Voor de rest heeft het virus alleen maar voor rampspoed en ellende gezorgd. Het heeft hem wel de ogen geopend. Nederland blijkt een slecht georganiseerde narcostaat, met een incapabel kabinet, dat leunt op een incapabele bureaucratie en dat zich laat adviseren door antivirusdeskundigen die bij tijd en wijle rollend over straat gaan, omdat ze eigenlijk ook geen raad weten.


Het parlement speelt steeds meer een bijrol, sinds het niet volledig of volledig verkeerd inlichten van de Tweede Kamer geen politieke doodzonde meer lijkt te zijn. Anders waren premier Rutte en de rest van zijn brokkenpiloten allang de laan uitgestuurd vanwege de toeslagenaffaire. Ondertussen staat het land internationaal voor gek. Bijna heel Europa, althans dat deel dat er echt toe doet, is aan het vaccineren, maar het wijsneusje van de klas loopt helemaal achteraan.


Warnaar was korte tijd lid van de padvinderij. Dat woord mag je niet meer gebruiken, want dan krijg je activisten achter je aan, die iets roepen over stikstof en de Boerenoorlog. Veel heeft hij er niet geleerd, op twee nuttige zaken na: knopen leggen en je tijdig op iets voorbereiden. Hij mag hem daarom wel, die held van Mafeking.


Foto: auteur


zondag, januari 03, 2021

Warnaar: Gewoon leven




Je zou maar koning zijn, denkt hij, en dan van zo'n hypocriet, vingerwijzend volk als het Nederlandse. In coronatijd massaal naar de bouwmarkt, het tuincentrum en het vakantiepark, maar zo'n man zijn reisje naar zijn huis in Griekenland misgunnen, ook al was dat binnen de regels. Hij voelt zijn ergernis over Nederlanders de laatste tijd toenemen, ook al is hij er zelf een. Het gras is elders niet groener, maar in weinig landen zie je meer gezwaai met wijsvingers. En de 'voorbeeldfunctie' van de koning? Hij haalt zijn schouders op.


Geef mij maar een republiek, meent hij. Een beroep erven van je moeder of vader hoort bij een wereld die voorbij is. 'Zou jij geopereerd willen worden door een chirurg die het vak van zijn vader heeft geërfd?' vroeg hij eens aan een overtuigde royalist. Die zette zijn oranje opblaaskroon op en verdween hossend in de massa. De massa, het volk. In vroeger tijden, toen bijna iedereen het beroep van zijn vader erfde, heette dat het grauw, het plebs, het janhagel, het profanum vulgus.


Als hij koning was, zou hij de brallende horde geen excuses aanbieden, maar twee middelvingers. Hij zou zeggen: 'Hé, stel lullo's, zoek een ander voor die kutbaan!' Het zou een zegen zijn voor zijn dochters. Kunnen ze eindelijk ook een gewoon leven gaan leiden.


Foto: auteur


donderdag, december 31, 2020

Warnaar: Ouwelijk




Hij vraagt zich af hoe het komt dat de generatie van zijn grootouders zich altijd zo ouwelijk kleedde. Of leek dat maar zo door de zwart-wit foto's? Hij rommelt in de doos met familiefoto's, ooit gered uit de boedel van een tante. Zijn grootmoeder staat achter hem in de kamer. Hij is twee jaar oud. Oma overleed toen hij tien was, op zevenenzestigjarige leeftijd. Op de foto is ze negenenvijftig. Ze lijkt ergens in de zeventig. 


Hij denkt dat het het gebrek aan kleur moet zijn. Op een zomerdag voor de coronapaniek, die het openbare leven grotendeels heeft verdord, zat hij op het terras van zijn stamkroeg. Verderop was de straat afgezet voor filmopnamen. Vlakbij het café was de lokaliteit waar de acteurs werden gekleed. Het was een komen en gaan van mensen uit de generatie van zijn grootouders. Het viel hem op hoe kleurrijk en stijlvol de vooroorlogse mode was. 


Inmiddels hebben de noodmaatregelen, waarmee de overheid gelooft het coronavirus te kunnen uitbannen, bijna alle kleur uit het leven gehaald. Hij probeert daar iets van terug te vinden door films te bekijken. Hij volgt nu een serie over Vikingen. Ze slaan anderen en elkaar voortdurend de hersens in, maken tussendoor het ene kind na het andere en sterven bij tijd en wijle als vliegen aan besmettelijke ziekten. 


Foto: archief auteur


maandag, december 28, 2020

Warnaar: Frederik II


 



Hij las Het weergaloze bestaan van keizer Frederik II, van Cas van Houtert. Een interessante figuur, Frederik. Al jong keizer van het Heilige Roomsche Rijk. Het boek leest vlot, maar waarom ontbreekt een notenapparaat? Ook lijkt de literatuurlijst hem wat beperkt. Het heeft wel een namenregister, zodat je vlot iemand kunt opzoeken. Abt Landulf van Montecassino, bijvoorbeeld. Frederik lag jarenlang overhoop met de paus. Eerst met Gregorius IX, daarna met Innocentius IV. De laatste maakte er zijn levenswerk van om Frederik ten val te brengen.


De enige Gregorius die Warnaar zich herinnert is Gregorius de das. Voor het slapen gaan werd thuis eerst geluisterd naar Paulus de Boskabouter. Gregorius was naar zijn idee een goedmoedige mompelaar. Er was ook een wat deftig sprekende uil, Oehoeboeroe, een wijze raaf, die Salomo heette en een akelig, kwaadaardig wijf, Eucalypta de heks. Haar rol was zo'n beetje die van paus Innocentius IV in de middeleeuwen.


Misschien moet hij het boek van Van Houtert nog eens kritisch doornemen. Tot twee maal toe schrijft hij dat Yolande de Brienne voor haar huwelijk met Frederik in Jeruzalem verbleef. Dat moet Akko zijn, Jeruzalem was in handen van de islamieten. Het kan een verschrijving zijn, maar dan ook nog al die namen vernederlandsen, geen Yolande de Brienne, maar Jolande van Brienne. Beetje vreemd, vindt hij.


Foto: auteur


zaterdag, december 26, 2020

Never out of my heart



Stella Timonidou - Klok (Thessaloniki 26-7-1946 - Dordrecht 26-12-2007)


Uit Stella's bundel 'Eindeloze nachten' (Liverse 2008) en 'ατελείωτες νύχτες' (University Studio Press 2008):


Ongenode gast


Hij kwam ongenood en stiekem.

In het begin deed ik alsof ik

zijn aankloppen niet hoorde,

maar toen hij de tuinpoort sloopte

kon ik hem niet meer tegenhouden.


Ik heb hem opengedaan

en hij kwam binnen als een wervelwind.

De muziek zweeg.

Mijn gasten versteven op hun plek

met hun glas in de hand.


Hij heeft iedereen nieuwsgierig bekeken,

van top tot teen.

Uiteindelijk greep hij mij en we begonnen

een tango van Piazzola te dansen.


Harmonische bewegingen met ingewikkelde figuren. 

Ik volgde trouw zijn passen.

Ik wilde geen ruzie maken.

Ik wilde de avond niet bederven.


Albert Schweitzerziekenhuis, Dordrecht, 14.10.2007



Απρόσκλητος επισκέπτης


Ήρθε απρόσκλητα και ύπουλα.

Στην αρχή έκανα πως δεν άκουγα 

τα χτυπήματά του.

Όταν όμως γκρέμισε την αυλόπορτα

δε μπόρεσα άλλο ν’ αντισταθώ.


Του άνοιξα και μπήκε

σαν σίφουνας.

Η μουσική σταμάτησε.

Οι καλεσμένοι μου μαρμάρωσαν

στις θέσεις τους με τα ποτήρια στο χέρι.


Τους περιεργάστηκε έναν έναν

από την κορυφή ώς τα νύχια.

Τελικά άρπαξε εμένα κι αρχίσαμε

να χορεύουμε ένα ταγκό του Piazzola.


Αρμονικές κινήσεις με δύσκολες φιγούρες. 

Ακολούθησα πιστά τα βήματά του.

Δεν ήθελα να κάνω φασαρία.

Δεν ήθελα να χαλάσω τη βραδιά.



Νοσοκομείο Albert Schweitzer, Ντόρντρεχτ, 14 Οκτωβρίου 2007


vrijdag, december 25, 2020

Warnaar: Citroen




Hij herinnert zich de geur van gerookte kaas in Metsovo. Ze maakten een tocht door noordwest Griekenland, langs de Albanese grens. In Albanië regeerde toen een dictator van marxistisch-leninistische snit die Hoxha heette. Het hele land stond vol met bunkers, zei men. Die moesten het boze Westen, maar ook vijandige geestverwanten uit de communistische wereld tegenhouden. Hij vraagt zich af wie nog iets van het communisme weet. Hij denkt aan de miljoenen doden die Stalin op zijn geweten heeft en aan de Culturele Revolutie van Mao Tse-toeng, die hij altijd Mao Citroen noemde. Flauw, dat wist hij ook wel, maar hij joeg er bekenden die in die tijd driftig met Mao's onleesbare, rode boekje zwaaiden, altijd mee op de kast.


Hij zal die geur nooit vergeten. De smaak van de kazen evenmin. Ze kochten ruim in. Ze zouden met de auto terugreizen naar Nederland. Als ze met de auto reisden, ging er een cadeauwinkeltje mee naar Thessaloniki en namen ze een Griekse kruidenierszaak en slijterij mee terug. Gouden tijden, denkt hij, kom daar in zo'n vliegtuig eens om. 


Hij leest in zijn krant dat leden van de SP-jeugd verlangen naar het communisme. Die hadden vast geen geschiedenis in hun eindexamenpakket. In Amerika schilderen nazi's hakenkruizen op een beeld van Anne Frank. Hij denkt aan nevelige bergen en rookkaas.


Foto: auteur


dinsdag, december 22, 2020

Warnaar: Naalden




Toen zijn vrouw nog leefde, hadden ze altijd een kerstboom. Een echte, dus achteraf een overvloed aan naalden. Wekenlang kwamen die nog uit onverwachte hoeken en gaten tevoorschijn. Sinds hij alleen is, doet hij er niet meer aan, maar dit jaar wel. Al was het alleen maar om het coronachagrijn de baas te blijven. Dat grijpt haast sneller om zich heen dan het virus zelf. Dat de regering, kennelijk in totale paniek, een groot deel van de winkels van het ene ogenblik op het andere heeft dichtgegooid heeft hem verrast. Hoe moet het nu met het boekenpakket dat hij iedere Kerst toestuurt aan vrienden in het buitenland? 


Het is een kunstboom geworden. Geen naaldenvervuiling en het bos wordt gespaard. Althans dat hoopt hij. Hij zet het ding in elkaar en ontdekt dat hij veel te veel kerstversiering heeft. Genoeg voor drie kunstbomen. Het enige wat ontbreekt is een piek. Die is nog onderweg. Normaal zou hij even naar een winkel fietsen om een piek te halen, maar ja, de lange arm van Rutte. Zou hij familie zijn van de beroemde Dordtse jeneverstoker, vraagt hij zich af.


Hij bekijkt de internetsite van zijn boekhandel. Ze zijn gelukkig overgegaan op thuisbezorgen. Hij bestelt zijn kerstpakket. Hij hoopt dat het 'postkantoor' open is. Je weet het met die paniek maar nooit.


Foto: auteur


zaterdag, december 19, 2020

Warnaar: Nieuwlichterij




Hij kent iemand die aardig in de slappe was zit, zoals zijn moeder zou zeggen, maar die weigert een smartphone, iPad of computer te kopen. Hij moet niets hebben van 'die nieuwlichterij' en houdt het, wat zijn informatievoorziening betreft, bij de krant, een transistorradio en een klein formaat televisie. De man wordt niet snel meegesleept door de waan van de dag, al is dat misschien ook een zaak van karakter, maar Warnaar zou niet willen ruilen. Je ontzegt je zelf wel heel veel, vindt hij. Twitter, Facebook, Instagram, dat kun je allemaal met gemak missen, maar hij kan bijvoorbeeld tijdens de coronaramp heel wat van zijn onderzoek digitaal doen, wat als extra voordeel een heleboel reisgeld, en nog belangrijker, reistijd scheelt.


Hij heeft zijn afkeer voor webbijeenkomsten en -conferenties langzamerhand overwonnen. Nee, een digitale ontmoeting vervangt voor hem het genoegen van een fysieke conferentie niet, hij is een groot liefhebber van de borrel achteraf, maar hij beseft ook wel de voordelen. Hij ziet zichzelf niet zo snel naar een conferentie in Australië gaan. Nu is dat met een druk op de knop mogelijk. 


Vandaag neemt hij deel aan een conferentie in Engeland. Hoe bereikbaar is dat land straks, na de Brexit? Het is een vraag die hem als anglofiel met angst vervult. Ondanks zijn computer, smartphone en iPad.


Foto: auteur


woensdag, december 16, 2020

Warnaar: Hoogtevrees




Hij wordt regelmatig wakker uit een droom waarin hij een griezelige trap moet beklimmen, of afdalen, wat met geen mogelijkheid lukt. De trap loop dood op een benauwde, smalle overloop, zo een die je vaak treft in oude, Amsterdamse woningen, of hij durft vanwege hoogtevrees niet de diepte in te dalen. Het leidt tot angstzweet en paniek. Ooit was er een tijd dat een zekere Josef, op basis van valse beschuldigingen, in de bak terechtkwam, waar hij dromen ging uitleggen. Daarmee werd hij zo beroemd dat hij het schopte tot onderkoning van Egypte. 


Een prachtig sprookje, vindt hij, maar het is vervelend regelmatig wakker te worden uit zo'n droom, waaraan hij akelige angstgevoelens overhoudt. In werkelijkheid is zijn hoogtevrees met het klimmen der jaren sterker geworden. Vanaf zijn balkon reikt een brandladder naar zijn dak, een plat dak. Je zou er een mooi terras kunnen maken, maar hij is nog nooit op zijn dak geweest. 


Hij weet zeker dat, als hij een keer moed verzamelt en erop klimt, de brandweer hem moet komen redden. Net als oudoom Theodoor. Die klom ooit op het dak van het Vredespaleis om dichter bij God te zijn. Eenmaal boven werd hij bevangen door hevige angsten. De Haagse brandweer moest hem van het paleis plukken. God had namelijk wel wat anders te doen.


Foto: auteur


zondag, december 13, 2020

Warnaar: Sinfé




Hij doet al heel lang niets meer aan Sinterklaas. Al meer dan vijfentwintig jaar, als hij het goed heeft. Eén keer heeft hij een uitzondering gemaakt, toen hij op zijn school voor Sinterklaas speelde. In de brugklas, met als hulpjes een paar zwart geschminkte meisjes uit de derde. Actrices in spé. In plaats van met een stoomboot arriveerde hij in een roeiboot, over de sloot die langs het schoolplein liep.


Als student speelde hij op het Dordtse Sinterklaasfeest, dat Sinfé heette, gitaar in een bandje dat de bekende liedjes bracht voor de verzamelde lagere scholen. Openbare scholen, dat wel, want de christelijke scholen hielden er een andere Klaas op na. Zwarte Piet met blanke handen, want met handschoenen aan gitaarspelen was not done.


Sinterklaas was in de familie, toen hij een kind was, een gebeurtenis waarnaar je maandenlang uitkeek. Het werd gevierd met zijn grootouders en alle Hollandse ooms en tantes, neefjes en nichtjes. Naar Engeland werd een pakket met surprises verstuurd. Daarop stond altijd 'monster zonder waarde', vanwege de douane. Dat gelazer heb je straks weer, denkt hij, vanwege de Brexit. Hij meent dat ze in Londen bij uitstek weten hoe je van een wereldrijk een tweederangsnatie maakt. Met Kerst stond er een doos met Engelse pakjes onder de boom. Ook stuk voor stuk monsters zonder waarde.


Foto: archief auteur


donderdag, december 10, 2020

Warnaar: Lady Chatterly




Vijfendertig jaar geleden was hij op een bal masqué, met voornamelijk mensen van de letterenfaculteit. De meesten hadden Engels gestudeerd. Misschien dat iedereen daarom werd gevraagd zich te vermommen als figuur uit de Engelse literatuur. Een collega kon hem een sarong lenen. Daarom ging hij als Kaspar Almayer, de hoofdfiguur uit Joseph Conrads roman Almayer's Folly. Dat trok nogal wat belangstelling in het gezelschap. Iedereen had wel van Conrad en Ons Indië gehoord, maar vrijwel niemand, anglist of niet, van het boek. 


Veel details van het feest herinnert hij zich niet. Met hoe meer mensen hij in gesprek raakte, hoe minder er in zijn hoofd bleef hangen en hoe scherp is je herinnering nog na zoveel jaren? Er was een knap meisje, een studente nog, die Lady Chatterly uitbeeldde. Hij herinnert zich haar omdat ze kort daarvoor een glansrol speelde als Moon in het toneelstuk The Real Inspector Hound van Tom Stoppard. Hij was gaan kijken omdat een van zijn neven het lijk speelde. Een rol waarbij je tenminste je tekst niet kon vergeten.


Lady Chatterly! In het Engeland van de jaren vijftig zou dat nog gewaagd zijn. Daar werd die vrij onschuldige roman toen als 'obsceen' gezien. Homo's werden er nog wettelijk vervolgd. Lady Chatterly doceert tegenwoordig aan een universiteit, daarvoor speelde ze in een bekende televisieserie.


maandag, december 07, 2020

Warnaar: Muziek




Nu door de coronaramp menselijk contact tot op zekere hoogte taboe is geworden en lezingen en bijeenkomsten zijn vervallen of beperkt, wordt hij met enige regelmaat uitgenodigd om deel te nemen aan een webbinar. Een bijeenkomst via het internet. Gezellig thuis voor een scherm, met een bak koffie en een sigaartje erbij. Geen gedoe met reizen en soms een unieke mogelijkheid om je te verstaan met buitenlandse vakgenoten die je anders zelden of nooit ontmoet. Een mogelijkheid ook om je een beetje slimmer voor te doen dan je misschien bent, want je gaat natuurlijk wel pal voor de grootste boekenkast zitten.


Toch is er iets dat hem tegenhoudt. Hij weet zelf niet zo goed wat. Misschien omdat het lijkt of er een wereldomvattend spatscherm tussen hem en de rest van de mensheid is gespannen. Misschien omdat hij die borrel achteraf toch in zijn eentje drinkt. Of omdat hij het gevoel heeft in wezen vanuit een soort cel met medegevangenen te communiceren.


Hij weet dat hij maar wat zit te verzinnen om zijn indolentie en gebrek aan ondernemingslust te verklaren, waardoor hij tot nu toe op geen enkele uitnodiging is ingegaan. Hoe dan ook, de barrière is hoog, vindt hij, maar tegelijkertijd ook makkelijk te nemen. Druk op de knop: muziek! Zuchtend gaat hij op zoek naar zijn agenda.


Foto: auteur


vrijdag, december 04, 2020

Warnaar: Parijs




Eind jaren zeventig, begin jaren tachtig - het eerste huwelijk gestrand, het tweede nog niet in zicht - ging hij regelmatig met vrienden naar Parijs. Aanleiding was meestal een tentoonstelling in het Grand Palais of het Jeu de Paume. Hij was vooral geïnteresseerd in de schilderkunst van de tweede helft van de negentiende en het begin van de twintigste eeuw. Op zijn werkkamer hing een reproductie van Henri de Toulouse-Lautrec.


Lautrec. Hij was er weleens langs gereden op weg naar Aigues-Vives, in de buurt van Carcasonne, de stad waarvan de middeleeuwse muren ongesloopt waren gebleven, evenals die van het Portugese Obidos. Albergaria Rainha Santa Isabel heette het hotel waar hij in Obidos logeerde. Met een vriend die ook een leven in de Republiek der Letteren ambieerde, maar ze bleken geen van beiden een Komrij, dus bleef het bij schrijven in de avonduren en het weekeinde, met Van Gogh als schrikbeeld: eerst dood dan furore maken.


Die vriend is een paar jaar geleden overleden, zonder ooit een boek te hebben uitgebracht. Een man van grootse plannen, maar vooral van grootse dromen. Ze waren door vervroegd pensioen net van bijzaken verlost. Ze zouden nog eens naar Parijs. Naar Renoir, Monet, Degas. Een avondje Pelforth drinken in het café van meneer Dupont. Die zal ondertussen ook wel dood zijn, veronderstelt hij.


Foto: auteur


dinsdag, december 01, 2020

Warnaar: Drukte




Hij noemt vandaag, 1 december, het begin van de laatste maand van het rampjaar 2020, 'Black Tuesday'. Een valse knipoog naar Black Friday, de zoveelste uit de VS overgewaaide, akelige, commerciële neptraditie. Hij wordt altijd een beetje beroerd van zulke dagen, waaronder hij ook moeder- en vaderdag rekent en die onverdraaglijke Valentijnsflauwekul. Hij wordt nog beroerder van het boze geroep over 'drukte in de binnensteden,' waar een fractie van het publiek dat zich normaal op Zwarte Vrijdag om de koopjes verdringt kwam opdagen, maar genoeg om het menig burgemeester dun door de broek te laten lopen. 


Hij vraagt zich af wie van het verontwaardigdenkoor dat zich opwond over die drukte beseft dat het aantal besmettingen in winkels en zeker in de buitenlucht, gering is. En dan nog, denkt hij, besmet betekent in het overgrote deel van de gevallen niet ziek of een beetje, tenzij je pech hebt, maar dat geldt voor meer nare infectieziekten en daar worden niet de reisbranche, het onderwijs, de horeca en de cultuursector voor in de vernieling geholpen.


In Griekenland wensen de mensen elkaar aan het begin van de week een 'goede week' en aan het begin van iedere maand een 'goede maand'. Hoe vaker hoe betekenislozer dat wordt. Straks wenst iedereen elkaar weer 'gelukkig nieuwjaar'. Dan toch liever een goede whisky, vindt hij.


Foto: auteur


maandag, november 30, 2020

Warnaar: Tegennatuurlijk




Hij leest met verbijstering over de verhoren in de Tweede Kamer van politici die betrokken waren bij de toeslagenaffaire. Een Kamerlid sprak over bestuurlijk onvermogen, hij vindt het een ongehoord vertoon van wanbestuur. 


Hij vraagt zich af of hoe geloofwaardig het kabinet nog is. De praatjes die premier Rutte onlangs verkocht over mondkapjes die je niet in de kerk hoeft te dragen. Het geklooi en getraineer in het Groningse aardbevingsgebied, het nauwelijks wat doen aan het geringe aantal ic-bedden tussen de eerste en tweede coronagolf. Het hypocriete klappen voor de zorg en ondertussen opslag weigeren. Het gestuntel met de corona-app, de steeds door de werkelijkheid achterhaalde beloften over het 'opschalen' van coronatesten en wat te zeggen van de coronamaatregelen? Hij vraagt zich ernstig af hoe proportioneel die zijn. Zeker is dat in de horeca een onvoorstelbare kaalslag en verwoesting dreigt, terwijl de cultuursector bezig is in het coronaniets op te lossen, om van de toestanden in het onderwijs maar te zwijgen.


Hij zou niet graag in het kabinet zitten. Met zo'n handvol brekebenen regeren over Nederlanders met hun vuurwerk, coronafeestjes en hysterisch koopjesgedrag rondom Black Friday. Je kunt dat de mensen eigenlijk niet kwalijk nemen, vindt hij, je zou maar negen maanden lang worden gedwongen tot tegennatuurlijk, niet bij een sociaal wezen als de homo sapiens passend, gedrag.


Foto: auteur


vrijdag, november 27, 2020

Warnaar: Tropisch zwemparadijs




Hij bedenkt dat zijn vak, geschiedenis, in de tijd dat hij voor de klas stond steeds meer in de verdrukking is geraakt. Niet dat er niet uitputtend is nagedacht en gesproken over belang en inhoud, in tegendeel, maar je kunt als docent tomeloos ambitieus zijn, als een alleen in bezuinigingen geïnteresseerde overheid stap voor stap het aantal wekelijkse lesuren terugbrengt, kun je op een gegeven ogenblik beter opstappen en iets anders gaan doen.


'Dat heb ik dus gedaan', zegt hij tegen de oud-leerlinge die op bezoek is. Hij herinnert zich haar als de stralende ster van de schoolmusical. Ze kon alles: zingen, acteren, dansen, zelfs regisseren. Inmiddels werkt ze aan een universiteit. Zijn universiteit, maar niet zijn vak.


Na zijn vertrek bereikte de status van geschiedenis op zijn oude school een absoluut dieptepunt. In het vmbo is het opgelost in het nietszeggende waterverfvak Wereldoriëntatie, in het havo en vwo wordt nog één uur geschiedenis gegeven in de onderbouw. In de bovenbouw is geschiedenis verschrompeld tot twee wekelijkse uurtjes. Voor een deel van de leerlingen. In twee van de vier afstudeerrichtingen ontbreekt zijn vak. 'Ja', zegt hij, 'verbaasd zijn ze wel in de Tweede Kamer, dat vrijwel niemand van onder de dertig meer weet van Nederlands-Indië. Er zijn er die denken aan een vakantieoord, anderen aan een tropisch zwemparadijs.'


Foto: auteur


dinsdag, november 24, 2020

Warnaar: Blandings Castle




Een adellijke, Engelse collega bericht dat hij zich vanwege de oplevende pandemie heeft teruggetrokken in zijn landhuis in Dorset. Dat zou hij ook willen. Ergens afgezonderd in een idyllische omgeving, met ruimte genoeg om vrienden te ontvangen, verzorgd door zijn personeel, uiteraard gerecruteerd uit de lokale boerenbevolking, de peasants, met aan het hoofd een statige butler. 


Hij ziet een negentiende eeuws kostuumdrama voor ogen. Zijn stamboom is het probleem, met daarin slechts een zeventiende eeuwse schout en een achttiende eeuwse chirurgijn. De chirurgijn stond op een dag voor zijn deur met een snaphaan op voorbijgangers te schieten, een roekeloos soort klantenbinding. Hij werd opgesloten in het Dordtse leprozenhuis, op kosten van de familie. Na een paar maanden zetten ze hem als chirurgijn op een VOC-schip richting Indië, waar hij, zoals Lodewijk Wiener dat zo mooi uitdrukt 'verdween in de mist der mensen.'


Hij denkt aan Blandings Castle, waar je nog onwetend van de verschrikkingen van het heden en de dwaasheid der mensen kunt verblijven. Of die in ieder geval kunt negeren, zoals je de hand van een bedelaar negeert. 'Moet ie maar gaan werken'. In plaats van lavement en aderlating, panaceeën uit romantischer tijden, hebben we nu het mondkapje, houdt hij zichzelf voor, en ook dat zonder een gezonde dosis zelfbedrog de mensheid er wel nooit zal komen. 


Foto: auteur


zaterdag, november 21, 2020

Warnaar: Rood




'Als ik ergens een hekel aan heb', zegt hij tegen de jonge vrouw die op bezoek is, 'zijn het de donkere dagen voor Kerst'. Ze werkt aan een boek en wil zijn raad. Hij geeft haar het manuscript terug met veel rood. Eens een schoolmeester, altijd een schoolmeester. Haar verhaal zit uitstekend in elkaar, maar aan spelling en grammatica wordt in het onderwijs niet veel meer gedaan. 


Als ze afscheid neemt, vraagt hij zich af of hij haar zal terugzien. 'Je bent hier altijd welkom', zegt hij, maar hij weet hoe gemakkelijk iets kan verdampen. Hij komt soms namen tegen in oude dagboeken, waarbij hij zich niemand meer kan voorstellen. 'So much for oral history', mompelt hij. Hij kijkt haar na, terwijl ze zich kwiek de straat uit rept. Ze is goedlachs en ze rookt. Kwaliteiten die hij in een vrouw wel kan waarderen.


Het loopt tegen het eind van de middag. Hij voelt, zoals iedere dag, het coronachagrijn opkomen. Hij wil naar de kroeg, maar het Regiem, met zijn Maatregelen. Dan maar een wandeling. Onder het staalgrijze wolkendek sjokt hij de stad in. Richting café, wie weet komt hij een andere stamgast tegen. Bij de kroeg keert hij om. De straatlantarens floepen aan. Nog zes weken tot de Kerst, denkt hij. De duisternis is vroeg dit jaar.


Foto: auteur


woensdag, november 18, 2020

Warnaar: Turf




Hij schenkt zichzelf een whisky in. Rokerig van smaak, terwijl hij ook turf proeft. Het roept herinneringen op. Als hij vroeger onder het eten met z'n hand onder zijn hoofd zat, zei zijn moeder: 'Ga eens rechtop zitten, anders haal ik een turf.' Zijn grootvader vertelde dat hij als kind 's winters schoolgeld betaalde in de vorm van een turf per dag. Voor de potkachel die het klaslokaal verwarmde.


In het logies in Castlemaine, nabij het schiereiland van Dingle, rook het nogal penetrant naar de turf die 's avonds werd gestookt in de open haard. Het was een kille, regenachtige zomer. In de belastingvrije winkel op Schiphol hadden ze een fles jonge jenever gekocht. Daar namen ze iedere avond voor het slapen een glaasje van. 'Eigenlijk was het een alternatief soort levertraan', denkt hij. Hij drinkt al jaren geen jonge jenever meer. Soms een oude, maar hij heeft liever een pittige turfwhisky als aperitief.


Omdat het logies beviel, bleven ze een paar nachten, om van daaruit het schiereiland te verkennen. Op een dag zagen ze een dode dolfijn op de rotsen. Meeuwen deden zich er tegoed aan. Zijn vriendin sliep er slecht van. Hij moest haar troosten in bed. Ze had in die tijd nogal last van zweetvoeten, maar met die turflucht was een klein gebrek geen bezwaar.


Foto: auteur


zondag, november 15, 2020

Warnaar: Fluitist




Toen hij een jaar of twaalf was, ging hij bij de fanfare. Die had een jongerenafdeling. Hij kreeg er les in dwarsfluit en marcheren. Later zou de fanfare vooral bekendheid verwerven door ingewikkelde loopjes met overdadig tromgeroffel, maar toen was hij al weggestuurd. De fanfare was christelijk en Oranjegezind. Op koninginnedag moesten ze door de stad marcheren, voor de volwassenen uit. Tussenin liepen de majorettes, kortgerokte meisjes die ingewikkelde dingen met stokjes deden. 


Bij zijn uniform hoorde een oranje stropdas, maar die was hij kwijtgeraakt. Dan maar een rode, vond zijn moeder. Een doodzonde waarvoor hij naar huis werd gestuurd. Toen hoefde die fluit ook niet meer. Een paar jaar later leerde hij gitaar spelen. Min of meer. Ook blies hij nu en dan wat op een tinwhistle. Met vrienden begon hij een band, maar toen hij na een jaar of wat nog steeds zijn gitaar niet zelfstandig wist te stemmen, ging hij het geluid doen. Wat draaien aan de knoppen van een paar derdehands versterkers.


Die band is nooit zo beroemd geworden als de fanfare, maar ze brachten het toch tamelijk ver in de vaderlandse folkwereld. Zelfs twee keer tot het Utrechtse Vredenburg. Daar draaide hij in een professionele geluidskamer aan de knoppen. De tinwhistles liggen nog in een kast. Soms pakt hij er even eentje op.


Foto: auteur


zaterdag, november 14, 2020

Rampjaar




Dordrecht, 14 november 2020


Lieve Stella,


Ik heb je lang niet geschreven. Voor het laatst in mei 2019, vanuit Athene. Ik ben daarna nog één keer in Griekenland geweest, in het najaar, maar alleen in Thessaloniki. Mijn voorgenomen bezoek in het voorjaar is in het water gevallen door het uitbreken van een pandemie, die algemeen bekend staat als de coronacrisis, en ook dit najaar ben ik in Nederland gebleven. Op het Eiland van Dordrecht, waar ik sinds begin maart maar twee keer vanaf ben geweest. In augustus naar ons familieweekend in Overijssel en begin oktober naar het Kunstmuseum in Den Haag.

Het covid-19 virus heeft voor een ongekende, wereldwijde angstreactie gezorgd, die onvoorstelbare maatregelen tot gevolg had, en heeft, want de ellende duurt nog voort. We leven al acht maanden onder een soort staat van beleg, een noodtoestand waarin onze persoonlijke vrijheid wordt beknot en zelfs onze lichamelijke integriteit wordt geschonden, want straks zijn we verplicht om op allerlei openbare plekken met een masker op te lopen en iets afschuwelijkers kan ik me moeilijk indenken.

De tijd zal leren of de angst voor het virus terecht was. Meer dan tachtig procent van de mensen die worden besmet heeft milde, of zelfs geen klachten, maar je kunt er ook maanden ziek van zijn of zelfs doodgaan, en er is nog geen vaccin. De ernstige gevallen betreft meestal oude of kwetsbare mensen, maar je hoort ook weleens van een sportief iemand van in de veertig die zwaar ziek wordt.

Angst is een slechte raadgever, die voorlopig leidt tot een bizarre economische schade in sommige maatschappelijke sectoren, zoals de horeca en de cultuur. Wat de schade van alle 'coronamaatregelen' op de lange termijn zal zijn, valt nog niet te zeggen, maar ik ben bang dat die enorm wordt. Niet alleen economisch, vooral ook maatschappelijk. Duizenden mensen, of meer, die gezondheidsschade lijden, of gewoon doodgaan door het 'afschalen van de reguliere zorg'. Duizenden jongeren, of meer, die onderwijs- en studieachterstanden hebben opgelopen toen scholen en universiteiten tijdens de 'eerste golf' dicht moesten en iedereen werd opgescheept met on-line onderwijs, per definitie ontoereikend en inferieur. Duizenden mensen, of meer, die hun baan kwijt zijn of dreigen kwijt te raken.

Wat doet de crisis met mensen die maandenlang onder druk worden gezet om tegennatuurlijk gedrag te vertonen, zoals niet meer zoenen of knuffelen en anderhalve meter afstand houden? Dat absurde vermijden van iedereen op straat, alsof er overal melaatsen zijn. Het feit dat je niet met meer dan twee mensen buiten mag lopen, want anders kan een of andere pet je een boete geven. En dan die ontmenselijkende, gemaskerde koppen. Wat doet dat op den duur allemaal met de geestelijke volksgezondheid? We zitten nu in de 'tweede golf', waarin je de klachten over 'korte lontjes' ziet toenemen.

De horeca is alweer weken dicht, onlangs alle moeite en investeringen die daar zijn gedaan om 'coronaproof' te kunnen eten of borrelen. Op een enkele Tokkie-kroeg na, waar ze alles aan hun laars lappen, maar zo ken in er maar eentje in Dordrecht. Het voelt aan als een straf voor goed gedrag, ook al wordt dat door de overheid natuurlijk niet zo gepresenteerd. Nee, het gaat erom, zegt de coronaminister, dat mensen zo weinig mogelijk contact met elkaar hebben. Maar niemand kan zonder of met gering menselijk contact. Voor iemand als ik, wiens sociale leven zich voor een aanzienlijk deel in de horeca afspeelt, is het ellendig dat de stamkroeg en de favoriete restaurants dicht zijn. Als jij nog zou leven, zouden we ons tenminste samen door deze crisis heen slaan en ik red het nu ook wel hoor, maar de toch al zo nare, donkere dagen voor Kerst, worden er wel heel somber door. Vooral aan het eind van de middag, als ik gewend ben na een dag thuis werken er op uit te gaan, slaat het chagrijn toe, als de zon ondergaat en alles in een droefgeestige grijsheid wordt gehuld, voor de avond definitief valt. Dan heb ik behoefte aan de warmte en gezelligheid van de kroeg, aan gezelschap om even lekker te kletsen om daarna thuis te koken, of uit eten te gaan. Ik ben allerminst de zielige, eenzame weduwnaar, heb boeken zat om me te vermaken en werk genoeg, maar ik wil mijn kroeg terug. Ik ben het zat dat de overheid mijn leven veel te veel bepaalt. Ik wil weer naar het museum, de bioscoop, het theater en de concertzaal. Dat kan over een week weer, althans dat zegt men, maar met dit kabinet weet je het niet. Ik heb sterk de indruk dat ze het zelf eigenlijk ook niet weten, kijk maar naar al die berichten over coronaruzies in de ministerraad. Ja, de verkiezingen komen eraan, dat speelt natuurlijk ook mee.

Er wordt dringend geadviseerd om thuis niet meer dan twee mensen per dag te ontvangen. Er zijn dagen dat ik het niet haal, maar dat advies leg ik naast me neer. Ik houd sowieso zelden feestjes thuis en even zelden heb ik een groot gezelschap over de vloer, maar als ik bijvoorbeeld twee bevriende stellen op bezoek heb en de buurvrouw staat voor de deur om 'een bakkie te doen', zeg ik niet dat ze er niet in komt. Ik moet aan mijn bloeddruk denken.

Kern van de coronapaniek is de angst dat de zorg de gevolgen niet aan kan. Dat begrijp ik, maar je hoort premier Rutte en zijn VVD niet over de jarenlange bezuinigingen in de zorg, over het wegbezuinigen van meer dan duizend IC-bedden met aanklevend personeel, hoeveel ontslagen zijn er niet gevallen in de zorg? Je hoort hem evenmin over de sluiting van allerlei ziekenhuizen, ze hebben er zelfs een aantal failliet laten gaan, alles uit naam van 'efficiëntie' en met het idee dat 'de markt' het wel zal regelen. Hopelijk worden de liberalen genezen van die domme illusie, er zijn wat vage tekenen, maar dat neemt niet weg dat ik vind dat de VVD in de regering één van de slechtste dingen is die ons in de afgelopen twee decennia is overkomen.

Gelukkig heeft de PvdA het licht gezien en doet ze niet meer mee, al is er door de collaboratie in Rutte II ook door die partij een hoop schade (en schande) aangericht. De kans is groot dat ik het niet meer meemaak, maar ik zou weleens willen lezen hoe collega-historici over dertig jaar naar 2020 terugkijken. Ik noem het voorlopig een rampjaar.


In gedachten, altijd,

Kees


Foto: archief auteur


donderdag, november 12, 2020

Warnaar: Geurige oliën




Hij leest dat omstreeks 165 een dodelijke epidemie het Romeinse Rijk trof. Die staat bekend als de pestis Antoniniana. Wat de aard van de ziekte precies was, is onbekend, maar volgens eigentijdse schrijvers vielen er zoveel slachtoffers dat in Rome nauwelijks ruimte was de doden te begraven. Dio Cassius meldt dat er in de stad vaak op een enkele dag tweeduizend mensen overleden. Volgens Herodianus deed men ter bescherming geurige oliën in de neusgaten en werden parfums en wierook gebruikt.


Of in het Romeinse Rijk ook de theaters, badhuizen en dergelijke vanwege de epidemie werden gesloten, weet hij niet. Hij heeft daar tot nu toe niets over gelezen. Wel dat volgens Dio Cassius in dezelfde tijd sprake was van misdadigers die tegen betaling hun slachtoffers prikten met vergiftigde naalden. Een merkwaardig verhaal, dat hem doet denken aan de kletskoek over corona en 5G of aan de lachwekkende larie van halvegaren die geloven dat de wereld wordt beheerst door een elite van satanische pedofielen.


Omstreeks 168/169 trok een tweede golf van de epidemie door het Rijk. Net als Covid-19 kwam de ziekte oorspronkelijk uit het oosten. Daar ligt de bakermat van de beschaving, leerde hij op school. De bijbelse wijzen uit het oosten, schiet het door hem heen, 'mirre, wierook ende goud'. Het zou zomaar nepnieuws kunnen zijn geweest.


Foto: auteur


maandag, november 09, 2020

Warnaar: Jetje




Tijdens zijn studie moest hij kiezen uit een aantal onderdelen. Het was een soort vanzelfsprekendheid dat je in ieder geval sociaal-economische geschiedenis nam. De sociale component vond hij wel interessant, maar economische geschiedenis was niet om te pruimen. Hij kon tijdens de colleges nauwelijks wakker blijven. Van het handboek kreeg hij pijn aan zijn ogen. Dat hij het onderdeel tenslotte inruilde voor kunstgeschiedenis, vindt hij nog steeds een van de beste beslissingen die hij nam. 


De docente heette Jetje. Ze was zelf ook een soort kunstwerk. Ze leek op Elizabeth Siddal, model en vrouw van Dante Gabriel Rossetti. Ze moet ergens in de dertig zijn geweest. Toen vond hij dat op leeftijd, nu ziet hij het als bloedjong. In die tijd deed je voor een aantal vakken nog mondeling tentamen. Bij je docent en een gecommitteerde. Jetje hield hem een reeks kaarten met afbeeldingen voor en vroeg die op volgorde van tijd en stroming te leggen. Hij gaf er uitgebreide uitleg bij. Daarna moest hij de gang op, zodat ze konden beraadslagen.


Jetje zei dat zijn uitgebreide uitleg eigenlijk niet de bedoeling was, er was geen tijd over voor vragen, maar dat ze er wel van onder de indruk waren. Een tien gaven ze nooit, dus kreeg hij een negen. Nog steeds loopt hij graag orerend door musea. 


Afbeelding: Proserpina, Dante Gabriel Rossetti, 1882. Model: Elizabeth Siddal (1829-1862). Birmingham Museum and Art Gallery.


vrijdag, november 06, 2020

Waarnaar: Uitje




Ja, ja, denkt hij, de zorg door drie kabinetten-Rutte volledig kapot bezuinigd en nu moet het mondkapje ons redden. Hij voelt het chagrijn opnieuw opkomen, nadat het bezoek afscheid heeft genomen. Dat de wintertijd weer is ingegaan, waardoor het al vroeg donker wordt, maakt het er niet beter op, terwijl hij zo langzamerhand doodmoe is van het gedoe over corona in media. Aan de ene kant verwarde types met dwaze complotten, aan de andere kant angst- en paniekzaaiers. Engel versus Osterhaus. 


Hij denkt aan een uitspraak van Kees Buddingh' in zijn boek Een mooie tijd om later te worden: 'De mens is de enige diersoort ter wereld waarvan de meerderheid abnormaal is'. 'Wat voor zekerheid kan een samenleving bieden die bestuurd wordt door paljassen?' vraagt J. Rentes de Carvalho zich af in Tussenjaar. Misschien de zekerheid dat veel bezig is de vernieling in te gaan. 


Hij brengt de lege glazen naar de keuken en vraagt zich af of hij zijn vaatwasmachine, die al jaren kapot is, eindelijk eens zal vervangen. Toen, al weer lang geleden, een nieuwe keuken werd geplaatst, was het ding peperduur, maar tegenwoordig vallen de prijzen wel mee. Het is dat zijn vrouw er graag een wilde hebben. Hij moet morgen maar eens langs de witgoedboer, een uitje is misschien wel goed voor zijn humeur.


Foto: auteur

dinsdag, november 03, 2020

Warnaar: Celibaat




Hij werd met zijn vrouw uitgenodigd op een kasteel in Zuid-Limburg. Vrienden vierden daar hun 25-jarig huwelijk. Het was een zonnig weekend in het voorjaar. Er kon volop buiten worden geborreld. Er was een chique diner, met daarna koffie, cognac, muziek en dans. De volgende dag kregen ze een bustoer door het heuvelland. Het had iets van een schoolreis en een reünie tegelijk.


Een van de plaatsen die ze aandeden was de abdij van Rolduc, maar er was geen tijd om binnen te kijken, want ergens in het Geuldal wachtte een dringende lunch. Hij vond het een indrukwekkend gebouw. Ooit broedplaats van de rooms-katholieke elite. Mensen als Nolens en Lodewijk van Deyssel, de literaire geweldenaar. Van 'het rijke Roomse leven' weet hij, als jongen uit een vrijzinnig protestants nest, niet veel. Op de verzameling heiligenbeelden na van zijn tante Christien, een goede vriendin van zijn moeder. Die had een Jezus met een aureool dat veel weg had van een propeller, herinnert hij zich.


Hij kan dat 'rijke Roomse leven' trouwens moeilijk rijmen met zonderlinge zaken als het celibaat. Hij vraagt zich af wat iemand bezielt die zichzelf vanwege een geloof vrijwillig allerlei beperkingen oplegt. Hij denkt aan kloosterlingen, met hun gelofte van armoe en kuisheid. Ook de tweede avond ging het feest op het kasteel nog lang door.


Foto: auteur