zondag, februari 26, 2023

Verder van huis (6)





Op zondag 12 maart 2023 om 16.00u wordt deel VIII van mijn serie literaire dagboeken gepresenteerd in Visser's Poffertjes, Groenmarkt 9 in Dordrecht. De titel van het boek luidt 'Verder van huis. Literair dagboek 1987-1988'. Het wordt gepubliceerd door Uitgeverij Liverse. Voor het zover is, zullen er, uiteraard onregelmatig, want je moet de spanning erin houden, enkele korte voorpublicaties op dit weblog verschijnen.


Vrijdag, 25 december 1987:

Het is weer zo'n allejezus sombere, loodgrijze dag. Als dat de hele Kerst zo blijft zijn we mooi klaar. Het is wel een overgang voor Stella, van het zonnige Griekenland naar dit rotklimaat, al wist ze wat ze kon verwachten. Ze heeft na haar afstuderen een jaar in Londen gewoond. Veel zin om de deur uit te gaan hebben we niet. Ik zou nu niet graag alleen thuis zitten, maar met zijn tweeën is dat heel anders en de kerstboom met al die lichtjes brengt extra gezelligheid.

Voor Stella staat al helemaal vast dat we gaan trouwen. Ik weet niet of dat niet een wat al te vlotte conclusie is, maar ik vind het eigenlijk wel best. Ze is lief, knap, zorgzaam, buitengewoon slim en bovendien een groot liefhebster van poëzie. We moeten alleen een oplossing voor de afstand vinden, maar daaraan wordt gewerkt.


Zaterdag, 26 december 1987:

Stella is heel anders dan mijn voorgaande vriendinnen. Veel keuriger zal ik maar zeggen, in de zin van dat ze stijl heeft en elegantie waardeert, meer een mevrouw dan bijvoorbeeld Marion, die altijd in rafelige t-shirts liep en oude spijkerbroeken. Vanuit ons gezichtspunt is ze ouderwetser opgevoed, traditioneler is misschien het goede woord, al heeft dat jaar in Engeland haar goed gedaan, en behoort ze in Griekenland zeker tot de modern denkende, geëmancipeerde vrouwen, een kolossaal verschil met de opvattingen van haar moeder, die bovendien geheel in de Heere is en Stella absoluut niet. Ik begrijp dat haar vader ook weinig van het geloof moet hebben.

We vullen elkaar goed aan: zij vrij stil, ik soms praatziek, zij gematigd met alcohol, ik een stevige drinker, zij degelijk in huishouding en kleding, ik meer een flodder. Wat we delen, bijvoorbeeld, is de belangstelling voor wetenschap, kunst en literatuur. Zij heeft als bijvak op de universiteit kunstgeschiedenis gedaan, zoals ik bij mijn MO. Heerlijk om 's morgens naast elkaar wakker te worden en dan nog even te proeven van de lusten des vleezes. Ze heeft het alleen een beetje moeilijk met de kou. Ook in huis. De kachels moeten hoger dan normaal. Als we trouwen en ze komt hier wonen, moet er centrale verwarming komen en kunnen we niet met het nogal primitieve douchehok volstaan. Dan maken we van de kleine voorkamer, nu de doka, een badkamer.


Foto: Archief Kees Klok


Verder van huis is vanaf nu te reserven via verkoop@liverse.nl




maandag, februari 20, 2023

Verder van huis (5)




Op zondag 12 maart 2023 om 16.00u wordt deel VIII van mijn serie literaire dagboeken gepresenteerd in Visser's Poffertjes, Groenmarkt 9 in Dordrecht. De titel van het boek luidt 'Verder van huis. Literair dagboek 1987-1988'. Het wordt gepubliceerd door Uitgeverij Liverse. Voor het zover is, zullen er, uiteraard onregelmatig, want je moet de spanning erin houden, enkele korte voorpublicaties op dit weblog verschijnen.


Woensdag, 29 juli 1987:

Minneapolis

Zojuist weer een voortreffelijk college geschiedenis over Jefferson Davis door Ray Arsenault. Misschien neem ik wel een Amerikaans onderwerp voor mijn toekomstige doctoraalscriptie. Dit was in elk geval een inspirerend verhaal. Ray is ook een uitstekende verteller.


Zaterdag, 1 augustus 1987:

Minneapolis

De dag uitgezweten aan de oever van Lake Calhoun, met Adelaïde, Stella, Ute en Klara. Het was eigenlijk te warm en het stikte helaas van de steekvliegen. Omstreeks drie uur gered door een regenbui. De vochtigheidsgraad van de warmte is uitputtend. In Suriname was het ook zo vochtig, maar omdat je daar niet voortdurend in ruimtes met airconditioning zat, raakte je eraan gewend en was het daardoor beter te verdragen.


Zondag, 2 augustus 1987:

Minneapolis

Je leest soms merkwaardige dingen. Over verplichte drugtests voor werknemers bij sommige bedrijven, bijvoorbeeld. Met daarbij een telefoonnummer om mensen anoniem te verklikken. Of een artikel onder de kop 'Criminaliteit', over een man die 'heupwiegend' een bibliotheek binnenkwam en 'lachte' toen er mensen naar hem keken. Je mag kennelijk wel met een pistool op zak lopen, maar als man niet heupwiegend een bibliotheek ingaan. En dan zijn er ook nog staten waar ze kinderen ter dood veroordelen. Dat ze in sommige staten überhaupt de doodstraf nog hebben is al weerzinwekkend, maar kinderen! Ik kom tot nu toe alleen maar vriendelijke en gastvrije mensen tegen, maar toch zou ik van z'n leven niet in de VS willen wonen.


Foto: Kees Klok


Verder van huis is vanaf nu te reserven via verkoop@liverse.nl




woensdag, februari 15, 2023

Verder van huis (4)




Op zondag 12 maart 2023 om 16.00u wordt deel VIII van mijn serie literaire dagboeken gepresenteerd in Visser's Poffertjes, Groenmarkt 9 in Dordrecht. De titel van het boek luidt 'Verder van huis. Literair dagboek 1987-1988'. Het wordt gepubliceerd door Uitgeverij Liverse. Voor het zover is, zullen er, uiteraard onregelmatig, want je moet de spanning erin houden, enkele korte voorpublicaties op dit weblog verschijnen.


Zondag, 28 juni 1987:

New York

Weinig tijd om rustig te schrijven, daarom maar even kort: naar het World Trade Centre gelopen en daar met een razendsnelle lift, zodat je maag bijna in je keel schiet, naar de hoogste verdieping gegaan. Op het dak van een van de torens gestaan, vanwaar een ongelooflijk gezicht op New York. Heel bijzonder helicopters onder je door te zien vliegen en het Vrijheidsbeeld als een soort dwerg in de diepte te zien. Voelde me alles behalve op mijn gemak, ondanks de degelijke afscherming, waardoor je wel heel acrobatisch aangelegd moet zijn om van het ding af te springen. Ik ben echter geen hoogtemens en was blij weer beneden te zijn. Geluncht in een of andere bar in de buurt van het WTC. Junkfood, brrr. Vanavond gegeten in het Thaise restaurant bij ons aan de overkant. Het eten smaakte goed, maar was allesbehalve pittig. Amerikanen kunnen misschien slecht tegen heet gekruid eten. Als bijzonderheid stond op de kaart vermeld dat Edgar Allan Poe in 1845 enige tijd in het pand heeft gewoond.


Maandag, 29 juni 1987:

New York

(22.35u) Met het reisgezelschap tot nu toe geen problemen. We zijn aardig op elkaar ingespeeld, ondanks de verschillende nesten waaruit we komen. Belangrijk is dat iedereen van goede wil is. Denk dat de brieven aan Lupius de belangrijkste notities over N.Y. gaan bevatten, want er is zoveel te doen dat ik weinig tijd voor aantekeningen heb. Jezus wat ben ik weer moe. Vandaag weer einden gewandeld, nu onder meer de Brooklynbrug over.


Foto: Archief Kees Klok


Verder van huis is vanaf nu te reserven via verkoop@liverse.nl





zondag, februari 12, 2023

Verder van huis (3)




Op zondag 12 maart 2023 om 16.00u wordt deel VIII van mijn serie literaire dagboeken gepresenteerd in Visser's Poffertjes, Groenmarkt 9 in Dordrecht. De titel van het boek luidt 'Verder van huis. Literair dagboek 1987-1988'. Het wordt gepubliceerd door Uitgeverij Liverse. Voor het zover is, zullen er, uiteraard onregelmatig, want je moet de spanning erin houden, enkele korte voorpublicaties op dit weblog verschijnen.


Donderdag, 4 juni 1987:

Genoten van de dagboeknotities van Gerrit Komrij in Een en ander. Zó had ik over Portugal willen schrijven, maar ik bleef steeds weer steken bij mooie meisjes en andere oppervlakkigheden. Ik zou volgend jaar wel een hele zomervakantie in Portugal willen doorbrengen, ook om de taal beter te leren. De grammatica valt mee, de uitspraak is behoorlijk moeilijk.

Gisteren met Thijs en Peter Kuiters gegeten in De Vrijheid. Peter vertelde over de nieuwe muziekprojecten van Bobby Kinghe. Ze kampen met het traditionele euvel: er komt nauwelijks publiek uit Dordrecht zelf. Het is dat ze een aardige subsidie hebben en dat er wat mensen uit Amsterdam en Rotterdam op afkomen, maar als je het alleen voor de Dordtenaren moet doen, kun je net zo goed niets organiseren. Hoe vaak hebben wij ons vroeger ook voor niets uitgesloofd. We hadden er lol in, hoewel het eigenlijk zonde van de moeite was.

Ik ben gisteren het eindexamenfeest in Fame helemaal vergeten. Aan de ene kant jammer, aan de andere maar goed ook, want feesten midden in de week is voor wie moet werken niets gedaan.


Zaterdag, 6 juni 1987:

Marion jarig. Heb haar een kaart gestuurd al heb ik geen idee of ze dat waardeert. Tien jaar geleden kregen we een verhouding, ook op haar verjaardag. Nu zijn we bijna weer vreemden voor elkaar.


Naar de opening van Ton van Dalens expositie in de Rotterdamse artotheek geweest. Een groepstentoonstelling waaraan ook Frans van Lent, Ed Boogert en Arthur van der Hoek deelnemen. Was onder de indruk van Ton zijn beelden, of moet ik objecten zeggen? Ik sta nogal kritisch tegenover abstract werk, maar dit is fascinerend van vorm. Frans van Lent toonde mooie foto's, Arthurs werk is knap gemaakt, maar zei me niet veel en dat van Boogert vond ik pure rommel.

Er waren uiteraard veel aanwezigen uit Dordrecht, waaronder Bas Damme, Gerard Bouma en de ouders van Ton. Ik zag een tengere, jonge vrouw met rood geverfd haar, die nogal opviel. Een wat vermoeide blik, prachtig gevormde mond, elegant gekleed, maar eer ik haar goed en wel had opgemerkt was ze alweer verdwenen. 


Foto: Kees Klok


Verder van huis is vanaf nu te reserven via verkoop@liverse.nl




woensdag, februari 08, 2023

Verder van huis (2)




Op zondag 12 maart 2023 om 16.00u wordt deel VIII van mijn serie literaire dagboeken gepresenteerd in Visser's Poffertjes, Groenmarkt 9 in Dordrecht. De titel van het boek luidt 'Verder van huis. Literair dagboek 1987-1988'. Het wordt gepubliceerd door Uitgeverij Liverse. Voor het zover is, zullen er, uiteraard onregelmatig, want je moet de spanning erin houden, enkele korte voorpublicaties op dit weblog verschijnen.


Zaterdag, 9 mei 1987:

Gisteren met Fri Kolen en Corrie Volker een vergeefse autorit naar Leiden gemaakt. We hadden een afspraak op de universiteit, tussen half vijf en vijf uur, maar onderweg kwamen we tweemaal in een file terecht, wat een uur vertraging opleverde. Inmiddels was de decaan naar huis. Toen maar wat troost gezocht op een koud en winderig terras. Met zijn drieën met een auto is wel goedkoper dan met de trein, maar bij de volgende poging geeft ik toch de voorkeur aan de NS.

In Dordt met Corrie pizza gegeten bij Costa d'Oro. Daarna zijn we naar de Folkclub gegaan. Er zouden Hongaren optreden, had ik in de krant gelezen. Dat was ook zo, maar in plaats van Hongaarse muziek speelden ze platte country & western. Met cowboyhoeden op! Corrie vond het wel gezellig, geloof ik. Gelukkig werd de avond een beetje gered door een jong ventje dat in de pauze een paar mooie bluesnummers speelde op de piano. Ik sprak Henk Brand, die nog steeds plannen heeft naar Ierland te emigreren.


Vrijdag, 15 mei 1987:

Het is al dagen lang kutweer. Onder de tien graden en voortdurend regen. Aan dit beestenklimaat zal ik nooit wennen en dan moeten we morgen, met dit weer, ook nog Herbert zijn ouders helpen verhuizen.


Afgelopen woensdag de eerste bureaucratische horden genomen die tot een inschrijving aan de Universiteit Leiden moeten leiden. Een warwinkel van papieren. Officieel inschrijven kan nog niet, want 'de formulieren zijn laat dit jaar', alsof het om de nieuwe aardappelen gaat. Ook de studiegids komt pas eind juni. Fijne organisatie. Het zal er wel op neerkomen dat pa me moet inschrijven als ik in de VS zit en dat Fri me vervolgens moet inschrijven voor de colleges.


Foto: Archief Kees Klok


Verder van huis is vanaf nu te reserven via verkoop@liverse.nl






zondag, februari 05, 2023

Mooie zondag




Godallemachtig, denkt hij, nu beginnen ze na het roken ook al te zeiken over de alcohol. Nog even en je kan en mag in dit land vol betuttelende en moralistische kommaneukers helemaal niks meer. Ik zou geen Warnaar zijn, moppert hij, als ik hier niet tegendraads van word. Hij kijkt op zijn horloge. Nee, 's zondags is de slijter op deze tijd nog niet open. Misschien moet hij ook maar weer gaan roken. Hij weet natuurlijk wel dat drinken niet de gezondste activiteit voor een mens is, hij is niet zo achterlijk als de betuttelaars veronderstellen, maar hij mist zijn sigaartje bij de koffie en nu willen die engerds hem straks misschien ook nog zijn borrel afpakken. Dan gaat hij op zijn ouwe dag alsnog emigreren.


Hij herinnert zich de vader van een vriend. De man had longproblemen. Zijn doktor raadde hem dringend te stoppen met roken. Op de vraag hoeveel langer hij dan zou leven zei de arts: 'Een paar jaar misschien'. De man bleef roken en ging een jaar later dood. Hij had in die tijd met veel plezier van zijn sigaretten genoten. 


Warnaar kent iemand die meestal buiten de piste gaat skiën en een buurtgenoot die aan een of andere extreme vechtsport doet. De hoogbejaarde van nummer 321 fietst zelfs nog. Hij vindt het best. Ze moeten het toch gewoon zelf weten? Nog een kwartier, dan gaat de slijter open. Daarnaast is een supermarkt waar ze sigaren verkopen. Wordt het toch nog een mooie zondag, denkt hij.


Foto: auteur



vrijdag, februari 03, 2023

Verder van huis (1)





Op zondag 12 maart 2023 om 16.00u wordt deel VIII van mijn serie literaire dagboeken gepresenteerd in Visser's Poffertjes, Groenmarkt 9 in Dordrecht. De titel van het boek luidt 'Verder van huis. Literair dagboek 1987-1988'. Het wordt gepubliceerd door Uitgeverij Liverse. Voor het zover is, zullen er, uiteraard onregelmatig, want je moet de spanning erin houden, enkele korte voorpublicaties op dit weblog verschijnen.



Dinsdag, 3 februari 1987:

Gisteren veel correctiewerk afgedaan. Vervelende Sisyfusarbeid, maar hoe langer je de boel laat liggen, hoe meer je er tegenop gaat zien. Het is bovendien weinig respectvol tegenover de leerlingen, waarvan je verwacht dat ze hun best hebben gedaan, om het erg lang te laten duren voor ze hun cijfer krijgen. Er zijn collega's, vooral op scholengemeenschap Het Zinkend Schip, die dat maar een vreemde gedachte vinden.


Zondag, 8 februari 1987:

De bijeenkomst over de MO-opleiding is een beetje in het water gevallen, want zowel Gerard Borst als Fri Kolen zeiden op het laatste ogenblik af. Met Piet v.d. Maagdenberg wat zitten filosoferen. We denken dat het opzetten van een eigen opleiding heel moeilijk zal worden, door een wirwar aan eisen en voorwaarden en als je daar allemaal aan voldoet, moet je nog studenten zien te krijgen. Misschien is het vruchtbaarder een collectief te organiseren voor het doen van historisch onderzoek en het schrijven van artikelen. Dat gaan we aan de anderen voorstellen.

Gisteren met Guus de Landtsheer naar de Nationale Onderwijstentoonstelling geweest. Veel gladde jongens in verdacht nette pakken achter computers, geassisteerd door juffrouwen in truttige mantelpakjes. Ik vond het allemaal nogal tegenvallen. Heb voor geschiedenis weinig spectaculaire dingen gezien. De bijeenkomst van onze methode, Sprekend Verleden, waarvoor we hadden ingetekend, omdat Nijgh en Van Ditmar dan onze reiskosten, de entree en enkele consumpties betaalde (veel dank), leverde ook geen nieuwe inzichten op, behalve dan dat de grote man erachter, Leo Dalhuisen, een merkwaardig warhoofd is en er altijd wel weer enkele collega's zijn die je versteld doen staan van de domheid van hun vragen.

De hoofdredacteur van Kruispunt laat weten dat ik van de Vlaamse minister van cultuur een aanvullend honorarium krijg voor de gedichten die het blad publiceerde. Geen wereldschokkend bedrag, maar prettig nieuws, want toch een vorm van erkenning.


Foto: archief Kees Klok


Verder van huis is vanaf nu te reserven via verkoop@liverse.nl






dinsdag, januari 24, 2023

Groener gras




Warnaar leest dat het thema van de Poëzieweek 'vriendschap' is. Een sympathiek thema, al vraagt hij zich af waarom dat soort evenementen altijd een thema moet hebben. Hij is meer van de spontane invallen en een waaier van onderwerpen. Hij kan zich de dag niet heugen dat hij een gedicht heeft geschreven. Dichten, dat was iets voor de puberjaren, de uitzichtloze verliefdheden op onbereikbare meisjes en in het beste geval de schoolkrant. Hij herinnert zich dat die in zijn schooljaren nog werd gestencild. Geen mens onder de veertig die nog weet wat een stencil is, op een enkele archiefmedewerker na.


In die schooltijd maakte hij een aantal vriendschappen voor het leven. In enkele gevallen waren die maar kort, door vrienden die jong, soms heel jong, overleden. Hij herinnert zich Pierre, een fanatieke hardloper. Iedere dag er op uit, bij weer en wind, tot ze hem vonden in de berm langs een sloot. Hartstilstand. En dan had je de gevallen van kanker en dat ongeluk met een slordig invoegende vrachtwagen. De rijksweg was bijna een volle dag gestremd. 


Prettiger stemt de remigratie naar zijn woonplaats van enkele vrienden die jaren lang elders woonden. Voor werk of omdat ze ten onrechte dachten dat het gras elders groener was, maar tijdig gepensioneerd of tot inkeer gekomen. Hij kijkt weleens naar mensen die meedoen aan het televisieprogramma Ik vertrek. Maarten van Rossem zegt dat een groot deel van de mensen niet goed snik is. Hij heeft de neiging Maarten van Rossem altijd te geloven.


Foto: auteur



vrijdag, januari 13, 2023

Dodo




Warnaar leest dat er weer een of andere actiegroep, Huiskat Thuiskat, is opgestaan, die van alle katten in het land binnenkatten wil maken. Ze zouden veel te veel beschermde vogels vangen. 'Een club malloten,' moppert hij, 'die voor pure dierenmishandeling is. Ze zullen wel niks beters te doen hebben.' Hij vindt dat katten buiten horen en dat, als beschermde vogels gevaar lopen, het wel om zieke of zwakke beesten zal gaan. Anders waren ze wel op tijd weggevlogen. Hij denkt aan een prent van een dodo, die hij weleens in een geschiedenisboek heeft zien staan. Een merkwaardige vogel en uitgestorven, maar hij meent dat de aarde er niet langzamer door is gaan draaien. Dat uitsterven was trouwens de schuld van de homo sapiens, niet van de felis silvestris catus.


Activisten! Waarom irriteert de soort hem zo snel? De morele arrogantie, denkt hij, de gelijkhebberij en het vrijwel altijd ontbreken van enig gevoel voor humor. Johan Vollenbroek, alleen van die naam heeft hij al de broek vol. Warnaar herinnert zich dat hij in zijn heel jonge jaren bij een clubje zat dat zich keerde tegen het eetfestijn dat kerstmis heette. Ze gingen met kerst in hongerstaking uit protest tegen al het vreten en zuipen. Aan het eind van de tweede dag was hij nog net op tijd thuis voor het kerstdiner van de familie.


Hij was zestien, een puber, en liep gewoon met een paar iets oudere vrienden mee. Iedereen heeft wel een jeugdzonde, meent hij. Goddank is hij intussen volwassen geworden.


Foto: auteur



maandag, januari 09, 2023

Gas




De krant meldt dat koken op aardgas slecht is voor de longen. Warnaar wordt er niet warm of koud van. Leven in Nederland is superslecht voor de longen, weet hij, de lucht die we inademen is door en door giftig en verziekt. Omdat daar op korte termijn toch niets aan zal worden gedaan, is hij niet van plan om zich er druk over te maken. 'Het zal wel,' zucht hij, terwijl hij zijn eerste koffie van de dag inschenkt. Buiten is het druilerig en somber. Hij vindt januari één lange, miserabele maandag. Februari vindt hij niet veel beter en met maart moet je maar afwachten waar het heengaat. Hij denkt ineens aan Gerard Reve's Op weg naar het einde, een boek dat niemand ongelezen zou moeten laten.


Hij herinnert zich de commotie toen het gas in de Groningse bodem pas was ontdekt. Ieder gezin moest op aardgas gaan koken. Alle toestellen die op lokaal, uit kolen gewonnen, gas werkten, moesten worden vervangen, waarna ook culinair gouden tijden zouden aanbreken. Hij herinnert zich de Dordtse gasfabriek aan de Merwekade, een lelijk, smerig gebouw uit het midden van de negentiende eeuw, en een enorme gashouder die voortdurend langzaam, zo langzaam dat je de beweging niet zag, op en neer ging. 


Dat was ook niet bevordelijk voor de longen, bedenkt hij, en ook dat ondanks alle gejammer over van alles wat allemaal slecht is voor de gezondheid, de gemiddelde leeftijd mooi nog steeds omhoog gaat. Hij schenkt zich nog maar een koffie in.


Foto: auteur


vrijdag, december 30, 2022

Overbooked




Lieve Stella,


Vanmorgen moest ik ineens denken aan onze eerste bezoek aan Cyprus, in 2002. Ik ben bang dat mijn geluidsbox het heeft begeven en was in een kast op zoek naar de handleiding. In die kast ligt ook een pak foto's van die reis. Een onverwacht uitje in de meivakantie met Teleac-Not, de educatieve omroep die in 2010 uit het medialandschap verdween. Ze waren daar bezig met een aantal radioreportages over de landen die in 2004 lid zouden worden van de Europese Unie. Ze zochten een historicus die iets wist van de geschiedenis van het eiland en kwamen via Nieuwgrieks van de UvA bij mij terecht. Oorspronkelijk zou ik wat teksten inspreken, maar iemand kwam op de gedachte dat het beter zou zijn als ik dat ter plekke deed, in plaats van ver weg in een Nederlandse studio. Goed idee, vond ik, maar dan moet mijn vrouw ook mee en aangezien ze ook nog op zoek waren naar een tolk die Grieks en Nederlands sprak, was dat geen probleem. 


Mei is een mooie maand om Cyprus te bezoeken. Nog niet zo heet als in de zomer en veel natuur in bloei, vooral in het Trodoos en in het Pentadactylos gebergte. Dat laatste konden we van Lefkosia alleen maar zien liggen, want toen mochten Grieken de bestandslijn tussen de republiek en het door Turkije bezette noorden van Cyprus nog niet over en jij hebt altijd je Griekse nationaliteit behouden. Jij die 'groene lijn' niet over, dan ik ook niet. Later hebben we dat wel gedaan, want dat bezoek was het begin van een reeks reizen naar Cyprus, die uiteindelijk resulteerden in twee boeken. Een bloemlezing uit de Cypriotische literatuur, Wij wonen in een taal (gepubliceerd door Kruispunt in Brugge), die jij samenstelde, en een boek van mij over de geschiedenis van het eiland, Afrodite en Europa (gepubliceerd door Dioskouri in Utrecht en als 2e editie door Boekscout in Baarn).

Het hielp dat jij Cyprus kende en daar nog wat contacten uit je studententijd had, zodat het zes heel aardige uitzendingen zijn geworden. Ze zullen nog wel ergens bij Beeld en Geluid te vinden zijn. We begonnen in Larnaca en verbleven daarna in Lefkosia, van waaruit we delen van het eiland bezochten. We eindigden in Tsada, in de buurt van Paphos, waar we te gast waren bij Leonora Cok, de correspondente van de NOS. Van daaruit ging de radioploeg naar huis. Wij plakten er nog een paar dagen extra aan, huurden in Paphos een auto, die we konden achterlaten op het vliegveld van Larnaca en hebben met het ding Lemesos en het Troodos gebergte verkend. In Lemesos (ook wel bekend als Limasol, maar ik houd me aan de Griekse benamingen) bezochten we de dierentuin. Of wat daarvoor door moest gaan. Het was er nogal troosteloos. Ik herinner me die bruine beer, die moedeloos in een klein hokje lag te stikken van de hitte. Dat beest had natuurlijk ergens in de bergen moeten huppelen.

Ik weet nog dat het toen op Schiphol ook al een puinhoop was en men de drukte van de meivakantie niet aankon. Ook bleek ons vliegtuig overbooked. Phyta Stern, die de leiding had van het project, belde daarop de Cypriotische ambassade (we vlogen met Cyprus Airways) waarop we na een tijdje wachten toch aan boord konden. Later hoorden we dat in het vliegtuig geld werd geboden aan passagiers die bereid waren een dag later te vliegen, omdat enkele belangrijke passagiers mee moesten. Een paar studenten hadden daar wel oren naar. 

Hoe ik dat weet? Een collega van school zat met vrouw en kind in hetzelfde toestel (dat kind was trouwens een leerlinge van me) en daar hoorde ik het later van. Ze hadden zich zitten afvragen wie die belangrijke passagiers dan wel zouden zijn en toen kwamen Stella en ik als eersten van het groepje het vliegtuig in. 

Onze latere ervaringen met vliegen naar Cyprus waren goed, maar toen hadden we geld voor onderzoek vanwege die boeken en konden we vliegen in de business class. We logeerden dan altijd in hotel Cleopatra, op loopafstand van het door Venetiaanse wallen omringde historische centrum van de stad. Daar was een bijzonder aardige, belangstellende en volgens mij ook tamelijk erudiete barman, met wie we dikwijls in gesprek raakten. Toen ik een paar jaar geleden ook weer eens in het Cleopatra logeerde, om een paar reportages voor het Griekenland Magazijn te maken, was hij er nog steeds en nog altijd even spraakzaam.


Die handleiding heb ik niet kunnen vinden en aan de aanwijzingen die ik op internet heb gevonden, heb ik niets. Het zal wel een nieuwe worden. Vervelend, maar zo duur was het ding niet. Als ik hem naar een reparateur breng, als die te vinden is, ben ik waarschijnlijk meer kwijt. Vervelend dat zo'n ding er altijd de brui aan geeft op een moment dat je geen tijd hebt om naar de winkel te gaan voor een nieuwe. Of geen tijd, eerlijk gezegd heb ik geen zin, want dan moet ik naar die kolossale elektronicamarkt waar vroeger een Grieks en een Chinees restaurant zaten en dat vind ik een klotezaak. Ik kan er natuurlijk eentje bestellen via het internet, maar daar heb ik ook geen zin in, behalve als het niet anders kan. Dat doet me te veel aan die afgrijselijke coronatijd denken. 

Luxegezeur, ik weet het. Het is nu te regenachtig, maar morgen schijnt misschien wel de zon en dan denk ik over sommige dingen altijd geheel anders. Jij had net zo'n verschrikkelijke hekel aan die beroerde donkere dagen voor (en na) kerst als ik, maar toen gingen we in de kerstvakantie altijd naar ons appartement in Thessaloniki. Konden we de mouchla, zoals jij het noemde, voor even ontwijken. Misschien had ik dit jaar ook een poosje naar de zon moeten gaan, maar op de een of andere manier heb ik steeds minder zin het Eiland van Dordrecht te verlaten. Onlangs was ik naar een feestje bij vrienden in Zaandam. Voor een Amerikaan is dat naast de deur, maar ik vond het een hele reis. Zou dat iets met leeftijd te maken hebben?


Mijn serie televisie-uitzendingen bij ONS/Nostalgienet zit erop. Ik heb leuke en soms enthousiaste reacties gekregen, maar er was ook een uitzending bij waarover ik niets hoorde. Bleek op NPO 1 het Nederlands elftal op dat ogenblik een wedstrijd voor het WK te spelen. Daar kan zelfs ik niet tegenop. In het voorjaar gaan we praten over een eventuele tweede serie aan het begin van het volgende seizoen. Ondertussen ga ik met mijn Het boekenpraatje gewoon door op mijn eigen Youtube-kanaal. Je moet iets hebben om je te weerhouden van overmatig kroegbezoek. Het dochtertje van een vriend ging op een gegeven ogenblik geloven dat ik in Visser woonde, 'want altijd als we poffertjes gaan eten zit Kees daar ook.' Overigens zal het volgende boekenpraatje even op zich laten wachten, want één van de boeken die ik daarvoor lees is de biografie van Willem van Oranje door René van Stipriaan en dat is nogal een kloek boek. Wat ik er ondertussen van gelezen heb, vind ik wel erg boeiend, maar ik heb het nog lang niet uit.


Wat mijn eigen boeken betreft: het is de bedoeling dat deel VIII van de serie literaire dagboeken eind januari uitkomt, maar ik hoorde net dat heer uitgever geveld is door een vervelende luchtweginfectie, dus het is nog maar de vraag of we die datum halen. Dat krijg je als je publiceert bij een kleine uitgeverij, met overigens een behoorlijk groot fonds, want met de Bordeauxreeks is Liverse al over de vijftig uitgaven. Alles poëzie. Kom daar bij die pretentieuze Amsterdamse uitgevers eens om!


In gedachten, altijd,


Kees


Dordrecht, 29 december 2022.


Foto: auteur



vrijdag, december 23, 2022

Jeugdzonde




Warnaar heeft dit jaar geen zin om de kunstkerstboom van zolder te halen en op te tuigen. Ik zet wel wat extra kaarsen neer, denkt hij, en 's avonds kan de open haard aan. Dat spaart gas en elektriciteit. De overheid maant tot spaarzaamheid, de energieprijzen dreigen het volk boven het hoofd te groeien. Het zal wel, zucht hij. Van een bekende kreeg hij informatie toegestuurd over het isoleren van zijn ramen. Hij besluit nog maar even te wachten. Hij is wars van gedoe, heeft zijn huis pas van buiten laten schilderen en het geld groeit hem niet op de rug.


Het zijn de donkere dagen voor kerst. Nat, grijs grafweer. De gemeente probeert de stad wat op te luisteren met feestverlichting, de energieprijzen ten spijt. Warnaar waardeert dat wel, hij is bang dat hij buiten anders zou stikken in chagrijn. Het loopt tegen half vier, de schemer kondigt zich al aan. Hij moet nog wat boodschappen doen, maar wacht al de godganselijke dag tot de weersvoorspelling, droog in de middag, eindelijk bewaarheid wordt. Hij moet vooral dringend naar de slijter.


Hij denkt ineens aan een kerst, heel lang geleden. Hij zat nog op de middelbare school en was wanhopig verliefd op een meisje dat hij niet aan durfde te spreken. Niet met al die puisten en mee-eters. Tijdens die kerst schreef hij een stapel gedichten voor haar. Gedichten die bij zijn eerste de beste verhuizing verloren gingen. Gelukkig maar, denkt hij, er is al genoeg rotzooi in de wereld.


Foto: auteur



woensdag, december 07, 2022

Plannen




In plaats van zijn Engelse neef neemt een vreemde stem op. Een man met een sappig Lancashire accent. Hij voelt zich direct thuis in het Engeland van zijn jeugd, de altijd zonnige zomers in het dorpje tussen Manchester en Liverpool. Hij weet dat hij de vele regendagen heeft verdrongen, zoals oud-dienstplichtigen alleen maar lol hebben beleefd aan hun tijd als militair. De man zegt dat hij de monteur van de kabeltelevisie is, waarna zijn neef het overneemt. Warnaar feliciteert hem met zijn verjaardag, verzwijgt het lichamelijk ongemak waaraan hij recentelijk lijdt en babbelt wat over het weer. Ze wensen elkaar een fijne dag.


Hij kijkt op de klok, maar nee, het is te vroeg voor de volgende pijnstiller. Hij loopt naar zijn slaapkamer, rolt een matje uit en begint aan de oefeningen van zijn therapeut. Engeland, denkt hij, terwijl hij even pauzeert. Ooit had hij plannen om er te gaan wonen, of in Wales, waarvan vooral het noorden zijn hart had gestolen. Zijn eerste vriendinnetje kwam er vandaan, maar was al jong met haar ouders verhuisd naar de Wirral, het schiereiland tussen de Mersey en de Dee.


Een enkele keer gingen ze een dagje naar Caernavon of Llangollen, vaak maakten ze lange wandelingen in de buurt van het gehucht waar ze woonde. Nog bij haar ouders. Dan deden ze het weleens stiekum achter een van de vele heggen. Als er maar geen vee in de wei liep. Dat een koe je in je kont kon kijken vond hij maar niks.


Foto: auteur



zondag, november 27, 2022

Aguardente velha




Het is weer zo'n kutzondag, denkt Warnaar, terwijl hij uit het raam naar het loodgrijze wolkendek en de natte straat staart. Hij haat regenachtige zondagen, hij haat de wintermaanden, vooral die zogenaamde donkere dagen voor kerst. Hij wenst degene die de wintertijd heeft verzonnen een langdurig verblijf in het vagevuur toe. Om half vijf al het licht aan, op dagen als deze nog eerder. Lekker met de huidige energieprijzen.


Ieder najaar als de bomen gaan verkleuren en uiteindelijk de straat vullen met afvalblad, dat de gemeentereiniging gewoon laat liggen, ondanks dat hij zich scheel betaalt aan zogenaamde reinigingsrechten, begint hij tegen de naderende winter op te zien. November, december, januari, februari, het kan hem allemaal gestolen worden. Soms boekt hij, om even een paar dagen uit de koude, nevel en nattigheid te zijn, een retourtje Lissabon, maar hij heeft last van een beknelde zenuw, die het lopen bemoeilijkt. Nog iets om chagrijnig van te worden. Evenals van die milieu-apostelen, die het liefst willen dat hij de trein naar Lissabon neemt.


Hoe lang is het geleden dat ik in Lissabon was, vraagt hij zich af. Hij weet het niet precies meer, wel dat hij regelmatig ging eten in het restaurant van de halfblinde fadozanger Luis Braga in de Rua Diario de Noticias. Wie noemt er nu een straat naar een dagblad? Het barstte er van de eetzaakjes met fado, maar in dat van Braga zag je vrijwel alleen Portugezen. Ze schonken er voortreffelijke aguardente velha, dat herinnert hij zich nog wel.


Foto: auteur



woensdag, november 16, 2022

Rente




Hij krijgt bericht van zijn bank: de rente die hij op zijn spaarrekening krijgt gaat omhoog: van 0,0% naar 0,25%. De genereusheid van zijn bank ontroert hem. Dat er van zijn spaarrekening weinig over is, stemt hem tot tevredenheid. Hij gebruikt zijn centen beter dan ze op een bank te laten verpieteren. Hij bedenkt dat hij nodig een paar broeken moet kopen, dat een warme trui welkom zou zijn en dat zijn iPad aan vervanging toe is, maar heeft hij nog wel behoefte aan iets tussen zijn laptop en zijn mobiele telefoon?


Hij controleert zijn voorraad sigaren. Hij heeft inmiddels twintig kistjes van vijftig stuks bijeengesprokkeld. Iedere maand een of twee erbij. Hij wil er net zolang mee doorgaan tot hij genoeg heeft om voor de rest van zijn leven het anti-rookfanatisme, het syndroom van (Fons) Nijpels, het hoofd te kunnen bieden. Nog een manier om zijn spaarrekening in de hand te houden: het laten bouwen van een klimaatkamer in huis.


Het klimaat, denkt hij, ook zoiets. De mensheid plant zich voort als een razende, daar zijn geen klimaatreddende maatregelen tegen gewassen. Hij vindt het terecht dat de jongere generatie te hoop loopt tegen de klimaatcrisis, maar haat de manier waarop. 'En straks gaan ze allemaal ook weer kinderen maken', moppert hij tegen zijn spiegelbeeld. Op koude, vochtige dagen is die spiegel in zijn hal soms beslagen. Warnaar hoopt dat het zijn tijd wel zal duren. '0,25%', zegt hij tegen het glas, 'dat moet ik met een borrel gaan vieren'.


Foto: auteur


woensdag, november 09, 2022

Wijwater




Lieve Stella,


Vandaag is het precies een maand geleden sinds ik je schreef en ik zit met een probleem. Voor ik naar Griekenland ging had ik al wat pijn met lopen, maar het was dragelijk en ik ben niet zo van direct naar de dokter gaan. Het gaat wel weer over, dacht ik, net als met de ischias, waar ik twee jaar geleden last van had. Toen deed ik oefeningen van de beweegtherapeute, die goed hielpen, en dat deed ik nu weer, maar van lieverlee werd het toch erger, zodat ik uiteindelijk naar een fysiotherapeute ben gestapt. Weer ischias, nu niet links, maar rechts en heviger dan de eerste keer. Ik ben er met mijn eigenwijze hoofd weer eens te lang mee blijven lopen! 


Ik ben door de therapeute een paar keer stevig aangepakt en moet thuis een soort rekoefeningen doen, in de hoop dat het helpt. Ik denk dat er enige verbetering in zit en dat moet ook, want ik wil snel de stadswandelingen weer oppakken. Dat is erg leuk om te doen, maar het gaat een beetje op en af, ik bedoel: niet die wandelingen, maar de pijn. 's Morgens ben ik een kreupel mannetje, in de loop van de dag krijg ik praatjes en 's avonds, afhankelijk van hoe moe ik ben, komt de pijn weer op, of blijft hij weg.


Tot zover het gezondheidsbulletin. Vroeger kwam er een vriendin, ik moest tante Corrie zeggen, bij mijn ouders over de vloer, die altijd klaagde over allerlei bijzondere kwaaltjes. Als iemand over een ziekte vertelde, had tante Corrie die ook gehad, uiteraard in heviger mate, en er was nooit een dokter die deugde. Allemaal kwakzalvers die haar niet begrepen. Tante Corrie is vierennegentig geworden. Mijn moeder had ook regelmatig last van ischias. Ze is er negentig mee geworden. Er is nog hoop. Fietsen gaat moeiteloos, dus ik kan gewoon naar de kroeg, dat moest er nog bij komen.


Over de kroeg gesproken: afgelopen zaterdag werd De Lachende Monnik ingezegend. Vroeger was dat café Arina. Mede door de coronanarigheid sloot Arina haar deuren en is de boel overgenomen door iemand uit Rotterdam, Vincent, die de zaak grondig heeft verbouwd en ingericht met crucifixen, heiligenbeelden en kerkelijke vaandels. Langs de wanden staan echte kerkbanken. Heel sfeervol en ook wel bijzonder in Dordrecht, dat ooit een beetje bekend stond als hoofdstad van de biblebelt, al denk ik dan persoonlijk eerder aan Ede of Nijkerk. We komen er af en toe bijeen met het Genootschap ter Bevordering van Eb & Vloed, de borrelclub van gepensioneerde leraren van het Stedelijk Dalton Lyceum. Ook op maandag kom ik er wel. Dan is Visser dicht en doe ik soms een rondje van huis naar huis via Centre Ville, De Lachende Monnik en het nabije Costa d'Oro. Een heer moet wat na een dag hard werken.


Toen ik een uitnodiging kreeg voor die inzegening dacht ik aan een acteur die een stukje kwam opvoeren, maar het bleek om een echte priester en een diaken te gaan, die er in de afgeladen kroeg een mooie plechtigheid van wisten te maken. Knap voor een gemengd publiek met lieden van allerlei al dan niet religieuze slag. De priester had een goed verhaal over liefde en het genieten van de goede dingen des levens, de diaken las een paar treffende passages uit het boek Prediker, waarna we allemaal 'amen' zeiden alsof we iedere week daar zo zitten, en vervolgens werd het wijwater rond gesprenkeld. Er was geen spoor van de wrekende God uit de biblebelt, die zo graag straft tot in het zevende geslacht, dat is het prettige aan de rooms-katholieken. 


Ik heb van de weeromstuit een beeld van de Heilige Antonius van Padua besteld. Dat komt doordat ik mij herinnerde dat die bij tante Christien, een andere vriendin van mijn moeder, die nooit klaagde over ziektes, maar wel rooms was, op een plankje boven de radio stond. Die radio stond weer op een kastje, centraal opgesteld langs de muur, zoals later (ik heb het nu over de jaren vijftig, toen ik nog zeer jong en onbedorven was) de televisie. Toen tante Christien overleed erfde ik die radio en dat kastje, maar ik heb geen idee waar sint Antonius is gebleven. Ze riep hem altijd aan als ze iets kwijt was, bijvoorbeeld: 'Sint Antonius, beste vrind, maak dat ik mijn sleutels vind' en die vond ze dan. Ik wil ineens, waarom weet ik eigenlijk niet, de boel compleet hebben, terwijl het ook handig is als je eens iets niet kunt vinden. Baat hij niet, hij schaadt ook niet (wedden dat er weer iemand gaat zeiken, dat het 'baat het niet, het schaadt ook niet' moet zijn?). Ik verwacht dat hij vandaag of morgen voor de deur staat. Niet die zeikerd, maar de bezorger van sint Antonius.


Ik heb ineens de draad van het literair dagboek weer opgepikt en daar de afgelopen dagen hard aan gewerkt. Het gaat altijd bij vlagen, maar ik had er nu lang niets meer aan gedaan. Toch moet deel VIII een keer gereed, ik weet dat er mensen op zitten te wachten. Ik ben nu gevorderd tot mijn eerste lange vakantie bij jou in Griekenland in 1988 en dat roept dierbare herinneringen op. De week in het buitenhuis van Anastasia en Socrates in Mikiverna. Fantastisch weer, prachtig huis voor ons alleen, veel wijn, iedere dag seks. Wat later in de maand de tocht naar Parga, Konitsa, Kastoria en Edessa. Ik zie weer dat huisje waar we zaten op een camping in Parga, waar omheen een buslading Franse scholieren sliep, niet in tenten, maar in de openlucht. Vast een armlastige school uit een of andere banlieu, al gedroegen ze zich heel behoorlijk. Ik vond in een van de albums een foto waarop jij een fles vult met het heldere en ijskoude water van de Voidomatis, in de Zagoria, een van de ruigste en mooiste streken van Griekenland. Tussen dat reizen door verloofden we ons tijdens een etentje met de naaste familie. Je moeder vond dat eigenlijk maar niks. Toen was ik nog die vreemde buitenlander die achter haar dochter aanzat. Een heiden bovendien. Pas toen we netjes trouwden in de Agia Sofia in Thessaloniki en ik niet lang daarna de patriarch van Constantinopel een hand had gegeven, op een receptie bij de Griekse ambassadeur in Den Haag (jij werd niet uitgenodigd, want wel diplomaat, maar vrouw) was ze er helemaal mee verzoend. Jouw vader vond het allemaal geweldig, wij mochten elkaar vanaf het eerste moment. Het hielp dat hij aardig Frans sprak, want toen kende ik nauwelijks Grieks.


Tegenwoordig is mijn Grieks goed genoeg om ruzie te maken met de belastingdienst daar. Er is weer eens gelazer. Onlangs, je houdt het niet voor mogelijk, kwamen ze er achter dat ik de aangifte over 2015 (!!!) een paar dagen te laat had ingeleverd. Of ik maar honderd euro boete wilde overmaken. De boekhouder gaat er achteraan, want voorlopig ben ik dat niet van plan. Het is een prachtland, Griekenland, om vakantie te houden of een maandje te schrijven, maar God helpe je de brug over als je met de autoriteiten te maken krijgt. Dan is het net Nederland, al hebben ze daar geen toeslagenaffaire, voor zover ik weet. Het courante schandaal in je vaderland is het afluisterschandaal. De regering schijnt op grote schaal allerlei politieke voor- en tegenstanders te hebben afgeluisterd. Ik herinner me dat jij pas als attaché op de ambassade in Den Haag werkte en bang was dat onze telefoon werd afgeluisterd. Ik lachte dat weg en dacht dat het een trauma was uit de tijd dat je tijdens het kolonelsbewind studeerde. Achteraf bedenk ik dat je weleens gelijk kunt hebben gehad.


In gedachten, altijd,


Kees


Dordrecht, 9 november 2022.


Foto: auteur

woensdag, oktober 26, 2022

Krant




Hij leest in de krant dat een wolf op de Hoge Veluwe gewend is geraakt aan mensen en naar hen toekomt. Wat doet een wolf op de Hoge Veluwe? vraagt hij zich af, wat moeten we in 's hemelsnaam met wilde dieren in een overvol landje van postzegelformaat? Een paar wilde dieren dan, vooruit, zoals herten en wilde zwijnen, die kunnen ermee door, maar wolven? Hij heeft het niet op beesten die zinloos weerloze schapen vermoorden. Zinloos omdat ze niet worden opgevreten. Sommige honden doen dat ook. Wat Warnaar betreft mogen ze zulke honden en die hele wolventroep snel afschieten.


In dezelfde krant ziet hij een foto van twee meiden die in een museum soep over een schilderij gooien. Soep over een schilderij, hij vraagt zich af wat hij zou doen als hij er toevallig getuige van was. Hij vreest dat hij agressief zou worden, misschien wel gewelddadig. Hij leest dat het om milieu-activisten gaat. Dat de planeet in gevaar is, weet hij ook wel zonder soepgooiers. Laat de ware milieu-activist zich sterk maken voor een drastische krimp van de wereldbevolking, vindt hij. De mens is de plaag van alle dingen. Gooi soep over de paus zijn kop en over de koppen van al die anderen die tegen voorbehoedsmiddelen en abortus zijn, maar blijf met je poten van kunstwerken af.


Op de volgende pagina staat een foto van een antisemitisch Kamerlid. Een verraderlijk netjes ogende knul. Er boven staat 'Verbieden?' gedrukt. Het verbaast hem dat dat nog een vraag is.


Foto: auteur


vrijdag, oktober 21, 2022

Golliwog




Schrijver W.F. Hermans publiceerde eind jaren tachtig een essaybundel onder de titel Door gevaarlijke gekken omringd. Zijn minder bekende collega Kees Klok kwam in 2011 met het literaire dagboek Idioten ontloop je nergens. 'Ze hebben gelijk', zegt Warnaar tot zichzelf terwijl hij de krant dichtslaat. Na dat halfuurtje lezen tijdens zijn ontbijt, altijd één geroosterde boterham met kaas en 's zondags een gekookt of gebakken eitje, heeft hij voor de godganselijke dag genoeg van de mensheid.


Vandaag stond dat rare mens uit Engeland volop in de schijnwerpers. Maar liefst vijfenveertig dagen premier en niets tot stand gebracht behalve chaos. Nu lopen ze daar de kans dat die voormalige columnist met die bos verward stro op zijn kop, een blanke golliwog die ooit allerlei nepnieuws over de EU publiceerde, opnieuw premier wordt. Het gaat hem aan het hart. Ook vindt hij het steeds moeilijker zijn anglofilie te belijden. 'Straks moet ik nog in een kast', denkt hij. 


Er mag alleen maar oude kaas op die boterham met daarbij een beker karnemelk. Als hij in het buitenland is wordt de karnemelk koffie, behalve in Engeland. Dan drinkt hij sterke thee met, uiteraard, een wolkje melk bij het ontbijt. Eieren met spek, kippers en worstjes gaan hem te ver. Veel te ver. Onlangs heeft hij een paspoort aangevraagd. Vanwege de Brexit, zonder paspoort kom je het ingestorte imperium niet meer in. Het zit in de envelop met Engelse ponden, maar hij betwijfelt zeer of het er onder de huidige omstandigheden van gaat komen.


Foto: auteur


woensdag, oktober 12, 2022

Boer en dichter




In de tijd dat Warnaar aan de lagere school studeerde, op honderdvijftig meter van het huis van de dichter Kees Buddingh' (maar dat wist hij toen nog niet) wilde hij boer worden. Dat kwam omdat hij in de zomervakantie altijd een tijdje bij een oom mocht logeren die boer was in Strijen-Sas. Daar ging hij heen op de fiets. Eerst het Eiland van Dordrecht over, naar het Wieldrechtse veer, dan door 's-Gravendeel en de Mookhoek, waarna hij kon kiezen tussen de Meeuwenoordseweg of de Schenkeldijk. Uiteindelijk kwam hij dan op de Sassendijk, waar afgelegen in de polder de boerderij lag.


In die tijd hadden de streekbewoners bijnamen. Er was een boer die Piet het Konijn werd genoemd, iemand die den Blikoor heette (die n was essentieel, leek het) en een vlasser die bekend stond als Jan de Baron. De bijnaam van zijn oom kende hij niet. Kinderen hoefden niet alles te weten.


Met de jaren werd het logeren leuker. Hij had de leeftijd bereikt om op een tractor te mogen rijden. Dat was nog eens wat anders dan een oude fiets, maar toch veranderden zijn dromen. Uiteindelijk wilde hij gaan studeren, het liefst in Cambridge. Dat leek hem een magisch oord, maar in velerlei opzichten te ver weg. Tenslotte leek dichter worden hem wel iets. Hij leerde Buddingh' kennen, die hem aanmoedigde vooral door te blijven dichten. Hij mocht op de koffie, met een glaasje whisky na. Als ze die school niet hadden gesloopt, was de cirkel bijna rond gekomen.


Foto: auteur


zondag, oktober 09, 2022

Tussenstop





Lieve Stella,


Onverwacht stond ik op het St. Pietersplein in Rome. Het was een zonovergoten dag in mei, nu alweer elf jaar geleden. Ik was met onze vrienden Kostas en Vassiliki vanuit Thessaloniki een paar dagen naar Lissabon geweest. Een geslaagd bezoek, dat we beslist nog eens zouden herhalen. Er was geen directe vlucht van Thessaloniki naar Lissabon. We moesten in Rome overstappen. Tijdens de retourvlucht landden we 's morgens vroeg in Rome, de vlucht naar Griekenland vertrok pas laat in de avond. Zodoende. 


Ik herinner me Rome als rommelig, druk en indrukwekkend, al kun je maar weinig doen in een dag. We wilden ons bovendien niet te veel inspannen, maar een bezoek aan het Vaticaan moest, vonden we. Daarnaast werden het vooral Romeinse terrassen. Op een ervan streek een roedeltje Nederlandse gymnasiasten neer. Wij spraken Grieks, Nieuwgrieks, een taal waaraan Nederlandse gymnasiasten over het algemeen, vanwege de Erasmiaanse uitspraak die nog alom wordt gebruikt, geen touw kunnen vastknopen. Deze ook niet. Wellicht in de veronderstelling dat we Polen waren of afkomstig uit een ander ver, katholiek land met een onbegrijpelijke taal, waagden ze zich aan enig commentaar op mijn pijp. Ik begon de rook daarop expres hun richting uit te blazen. Meer commentaar. Daar kon je aan merken dat er geen docent in de buurt was. Wij reageerden niet, ik wenste hen, toen ze vertrokken, alleen even een fijne dag in het Nederlands. Veertien- vijftienjarige, stoere kaaskopjes met hoogrode wangen ineens, dat wel. Ik kon het helemaal begrijpen, aangezien ik me op die leeftijd in het verre buitenland waarschijnlijk net zo gedragen zou hebben. Je moet als puber wat, vooral als er een paar aantrekkelijke meisjes in de buurt zijn.


Vanmorgen heb ik via WeTransfer alle foto's die ik tijdens die reis maakte naar Kostas en Vassiliki gestuurd. Toen we een week of twee geleden uit eten gingen, bleek dat ze die foto's, die ik indertijd nog op de klassieke manier had laten afdrukken, waren kwijtgeraakt. Omdat de digitale map waarin ik ze bewaar ook maand en jaartal vermeldt, realiseerde ik me dat ik die reis al elf jaar geleden heb gemaakt. Hij staat me nog bij als de dag van gisteren, evenals ons uitstapje samen naar Lissabon, dat nog veel langer geleden is. Ik zie ons nog wandelen door die prachtige botanische tuin. Die reis eindigde een klein beetje in mineur, omdat we op een van de laatste dagen betrokken waren bij een busongelukje, waardoor jij een voet verstuikte. Dat leverde ons overigens wel, zonder bijbetalen, een retourvlucht op in de business class.


Net als toen bezocht ik met Kostas en Vassiliki niet alleen Lissabon, maar maakten we ook een paar uitstapjes naar Sintra, Benfica en Estoril. Dat kwam door die foto's allemaal weer even tot leven, maar daardoor besefte ik ook dat ik daarna niet meer in Lissabon ben geweest, een stad die me toch zeer na aan het hart ligt. Misschien moet ik daarom binnenkort maar weer eens spontaan op stap, zoals ik dat na jouw overlijden wel vaker deed. Als de donkere dagen voor kerstmis, die vaak eindeloos grauwe november- en decemberdagen, me iets te veel werden, nam ik even het vliegtuig naar Lissabon. Dineren bij Martinho da Arcada of in het restaurant van de half blinde zanger Louis Braga in de Rua Diario de Noticias. Zou die man nog leven? Toen ik er met Kostas en Vassiliki was, maakte hij de indruk op zijn laatste benen te lopen, maar je weet het nooit met krakende wagens. Een vriendin van mijn moeder, we noemden haar tante Corrie, klaagde een leven lang over allerlei ziektes en kwaaltjes, echt of ingebeeld, waarvoor geen enkele dokter een goede remedie wist. Er was in haar ogen dan ook geen dokter die deugde, maar uiteindelijk werd ze vierennegentig. Een afzakkertje in café A Brasilièra is uiteraard ook niet te versmaden, zeker niet omdat ik daarna alleen maar een deur verder moet, naar hotel Borges in Rua Garrett, waar ik altijd logeer. Ik vraag me af of dat er allemaal nog is, of dat de eurocrisis en de covid-ellende ook hier voor de nodige kaalslag hebben gezorgd, net als in Thessaloniki. Ik treur nog steeds om het verdwijnen van Loxias.


Aan de andere kant heb ik het gevoel dat ik even ben uitgereisd. De terugvlucht vanuit Thessaloniki, een paar dagen geleden, is me niet goed bevallen. Dat lag niet aan het cabinepersoneel van Transavia. Aan boord waren ze vriendelijk en voorkomend en kwamen mijn wijn en (vegetarische, dat wel) saucijzenbroodje keurig op tijd, maar bij het instappen ging het helemaal mis. Zo'n vliegtuig heeft een voor- en een achteringang. Heb je een laag stoelnummer dan stap je voor in, heb je een hoog stoelnummer, zoals ik, dan neem je de achtertrap. Dat mocht dit keer niet van de idioot die de bus naar het toestel bestuurde. Iedereen moest en zou via de voorste trap naar binnen. Een paar minuten later kwam bus twee: iedereen via de achterste trap naar binnen. Zo zot heb ik het in al die vijfendertig jaar dat ik heen en weer reis naar Thessaloniki nog niet meegemaakt. Het gevolg was een geworstel, een geduw, getrek en gedoe met handbagage en veel chagrijn, dat zeker drie kwartier aanhield, totdat iedereen eindelijk zat. Op Schiphol duurde het ook nog eens anderhalf uur voor de eerste koffer op de bagageband kwam. Ik dacht in Dordt 's avonds nog even uit eten te kunnen gaan, maar dat kon ik vergeten. Ik heb maar wat nasi uit de vriezer ontdooid en een ei gebakken. Gelukkig had ik van Kostas een fles eigengemaakte tsipouro gekregen, dat vrolijkte me weer wat op.


Ik zie dus wel of het in een van de komende weken Lissabon wordt, of dat ik wacht tot een gunstig ogenblik na de jaarwisseling, want eigenlijk zijn januari en februari ook vreselijk maanden om door te komen. In mijn gedicht Winter, dat in mijn bundel Over de vloedlijn staat, vergelijk ik januari met een eenendertig dagen durende maandag en je weet wat voor een hekel ik doorgaans aan de maandag heb. Zo'n ellendedag waarop de halve horeca dicht is en veel winkels pas in de middag open gaan, als ze al open gaan. Gelukkig is Costa d'Oro, de Italiaan van Dordt, nog steeds en al vele jaren, wel op maandag open. Dat is vaak een lichtpuntje, al zal ik morgen niet kunnen, want dan moet ik tijdig naar een lezing. Het is alweer alsof ik de stad niet uit ben geweest en die maand Griekenland snel aan het wegzakken is in mijn geheugen. Gelukkig kan ik altijd terugvallen op de foto's. Voorlopig zwerf ik daarmee nog een beetje door Lissabon en sta ik weer even in de zon op het St. Pietersplein te wachten op de paus, die zich toen we daar waren overigens niet vertoonde. Een mens kan ook niet alles hebben.


In gedachten, altijd,


Kees


Dordrecht, 9 oktober 2022.


Foto: auteur