woensdag, juni 12, 2019
Spoorlopen
vrijdag, mei 10, 2019
Aan het gas
maandag, december 17, 2018
Olympische prestatie
woensdag, november 28, 2018
Alleen op dinsdag
donderdag, september 27, 2018
Met de haren
woensdag, maart 01, 2017
Verkiezingen
woensdag, januari 01, 2014
Vijfenveertig kilometer per uur
zondag, december 22, 2013
Excuses! Schadevergoeding!
maandag, september 30, 2013
Leeghwater
maandag, augustus 26, 2013
Lunch op Hackfort
Een zonnige
zaterdagmiddag. Onze stoet neven, nichten, nichtjes en neefjes fietst
in een kalm tempo op kasteel Hackfort af. Ik berijd een hybride
fiets. Een paar uur geleden wist ik nog niet wat dat was, een hybride
fiets. Blijkt iets als een toerfiets te zijn, met de versnellingen
van een racefiets. Vierentwintig versnellingen. Ik gebruik er maar
drie, net als wanneer ik op Stella's fiets door Dordt rijd. Waarom
zou je meer willen? Enkele familieleden hebben een elektrische fiets
weten te bemachtigen. Kunnen ze achter die irritante
amateurwielrenners aan, in die idiote kleding, die denken dat het pad
uitsluitend van hen is. Wij gaan altijd een dag fietsen tijdens ons
jaarlijkse familieweekeinde, waarbij de groep gemakkelijk uitwaaiert.
De snelheidsmaniakken bekijken het maar, tenzij ze beleefd en tijdig
bellen, dan weten wij van wijken. In voorgaande jaren regenden we
steevast zeiknat. Vandaag is een welkome uitzondering.donderdag, december 06, 2012
Gefaald
Zij zijn
ongetwijfeld niet de enigen die zo hun levensgeluk bevorderden. Ooit
hadden wij een, ook al aardige, postbode met een frequent
rugprobleem als buurman. Daarvan genas hij het beste als hij her en der klusjes
deed. Zo vernieuwde hij bij ons de elektrische leidingen. U kunt dat
lezen in mijn verhalenbundel Op koers. Minder aardig vond ik
dat hij, toen hij een paar stukken plastic buis tekort kwam, mijn
hoelahoep als aanvulling gebruikte. Een hoelahoep zie je nog weleens
een enkele keer in gebruik bij bijna blote meisjes in zekere
uitgaansgelegenheden, wat tot mooie gedachten kan leiden, maar dit
terzijde.zondag, juli 22, 2012
Vraag
Stella was
allerminst blind voor de goede kanten van het leven in Nederland. Ze
voelde zich prettig in onze vriendenkring, wat het gemis van haar
Griekse vrienden deels goedmaakte. Ze genoot van de waardering die ze
langzamerhand kreeg als dichteres. Liever had ze die gekregen als
vertaalster, wat ze voor haar gevoel in de eerste plaats was, maar in
die hoedanigheid stuitte zij in Nederland op beroepsnaijver en kinnesinne. In Griekenland werden haar
poëzievertalingen van ondermeer C. Buddingh' en J. Eijkelboom en
haar prozavertalingen van F.B. Hotz en Levi Weemoedt, om een paar
voorbeelden te noemen, wel op waarde geschat. Dichter, criticus en
vertaler van ondermeer Joseph Conrad, Thanasis Georgiadis, prees haar
vertaling van mijn boek Afrodite en Europa
in verschillende artikelen de hemel in. Hij had zoveel waardering
voor haar werk, dat hij na haar dood belangeloos de redactie op zich
nam van haar postume bundel ατελείωτες
νύχτες (eindeloze nachten). Even
belangeloos vertaalde hij de inleiding die ik ervoor schreef, op
verzoek van de uitgever. Inmiddels is haar poëzie in een aantal
Nederlandse en Griekse bloemlezingen opgenomen. Het zou haar goed
hebben gedaan. Ook de tuin deed haar goed. Die hadden we niet bij de
flat in Thessaloniki. Wel een bos, op tien minuten lopen, maar geen
tuin. Ze was er, als het weer het toeliet, met groot plezier in
bezig. Ze genoot van haar rozen en de vele andere bloemen en van haar
kruiden, die ze het liefst vers gebruikte. Dat beviel haar ook wel,
dat ik ook met enige regelmaat kookte. Zij bijna altijd Grieks, ik
bijna altijd Indisch, Indiaas of Surinaams. Tenslotte hield de innige
vriendschap met mijn moeder haar op de been, evenals die met haar
Roosendaalse 'zusje' Karla Boschma. Half Fries, half Oostenrijks,
bonter kun je het niet maken, en dan als twee druppels water lijken
op een Griekse en toevallig nog Nieuwgrieks spreken ook. Karla
gelooft ook niet in de agenda, maar wel in de literatuur.maandag, juli 09, 2012
Weemoed
vrijdag, juni 15, 2012
Jasmijn
zondag, augustus 28, 2011
Genieten van het verleden
Mijn thuiseiland, het Eiland van Dordrecht, heeft in de tweede helft van de twintigste eeuw veel van zijn unieke sfeer verloren. Vooral vanwege de ongebreidelde bouwwoede van achtereenvolgende gemeentebesturen en het daardoor uit zijn voegen groeien van de stad Dordrecht. Ik ben wel voor krimp. Terug naar de zestigduizend inwoners uit mijn jonge jaren en de bulldozer over een groot deel van die hopeloze buitenwijken, zou ik zeggen. Het is niet realistisch, dat hoeven ze mij niet te vertellen, maar er is zoveel onherstelbare schade aangericht dat je er weleens van droomt. Het doet mij nog steeds deugd, zij het met ernstige twijfels, dat de partijen die in de gemeenteraad voor het onzalige plan waren om het resterende stukje Dordtse polder ook vol te bouwen, bij de laatste verkiezingen zijn afgestraft met een historische nederlaag door de opkomst van het gezelschap Beter voor Dordt. Of wij daar veel mee opgeschoten zijn zal de tijd leren. Het voornemen van het gemeentebestuur om in het kader van de bezuinigingen het zeer populaire Wantijpop de nek om te draaien doet helaas het ergste vrezen.
We konden vanmiddag direct de boot op, de treinen van Den Helder naar Amsterdam en vandaar naar Dordrecht reden stipt op tijd en bij aankomst op het Dordtse station, dat sinds het verdwijnen van de brasserie, ondanks langdurige verbouwingen, nog steeds een kil en sfeerloos oord is, was het net even droog. Soms lacht het geluk je toe. Ik verzonk tijdens de treinreis echter in somberheid. Was het omdat je nooit zeker weet of we elkaar ooit nog wel in deze samenstelling zullen terugzien? (Mijn moeder placht in een optimistische bui te zeggen: 'Pas maar op, over een week kun je dood en begraven zijn.') Was het omdat je bij zo'n samenzijn ook altijd mensen mist? Zoals Stella, uiteraard, zoals mijn veel te jong gestorven neef uit Londen en zijn broer uit Newton-le-Willows, wiens gezondheidstoestand reizen onmogelijk maakt. Of geraakte ik in een bedrukte stemming door de uitzonderlijk botte conducteur? Ik reis veel met de trein en vaak valt mij de vriendelijkheid van conducteurs en conductrices op. Er zijn erbij die, ondanks veel onaangename reizigers en regelrechte idioten in de trein, met verve gastheer of gastvrouw namens de NS spelen. Het onbehouwen exemplaar dat vanmiddag met een schrikbarend grote mond de eerste klasse van de trein van 17.59u van Amsterdam C.S. naar Dordrecht binnen kwam denderen, viel daarbij wel erg uit de toon.
Ik weet het niet. Na een klein uurtje chagrijnen ben ik in Dordrecht uitgestapt, naar huis gelopen, heb daar een soepje gekookt, een visje gebakken en daarna de foto's van Texel in mijn computer geladen. En zie, tussen de vele wolkenvelden boven het lieflijke landschap kierden genoeg zonnestralen om mij te doen bedenken dat somberen over een onbekende toekomst zinloos is en dat de onbehouwen medemens zijn gedrag niet zal veranderen vanwege mijn kwade smoel. Ik zat, al springend van het ene plaatje naar het andere, na te genieten van de afgelopen dagen en ben van plan dat nog vaak te doen. Genieten van wat voorbij is. Ik ben niet voor niets historicus geworden.
dinsdag, februari 01, 2011
Busbedrijf NS
Reizen door Nederland is soms een kleine ramp. Probeer bijvoorbeeld eens het relatief korte eindje van Dordrecht naar Den Briel. Dan moet je eerst met de trein of de waterbus naar Rotterdam, vanwaar je de metro moet nemen naar Spijkenisse en vervolgens sukkel je met een bus naar je eindbestemming. Ik schat de reistijd ongeveer drie keer zolang dan met de auto, dat is een dik half uur. Valt nog mee, eigenlijk, maar ik moet weleens op de Hondsrug zijn, in Weerdinge bij Emmen. Als ik, na een treinreis met overstappen in Rotterdam en Zwolle (als ik geluk heb) eindelijk op het station van Emmen arriveer, kan ik beter de laatste vier kilometer gaan lopen als ik net de bus heb gemist, dan op de volgende te wachten. Ik kan eindeloos veel voorbeelden noemen waarin het gemak van de auto evident is. Het busvervoer is in het algemeen van een schandalige poverheid, soms vrijwel afwezig, en dat komt door die vermaledijde privatisering. Door de concurrentie zou het allemaal veel beter worden, maar de praktijk leert ons anders.
Als ik niet in een stad woonde die goede spoorverbindingen heeft met de plaatsen waar ik meestal moet zijn, had ik de auto nooit de deur uit gedaan. De spoorwegen, met alle gebreken die er aan de NS en Pro-rail kleven, werken meestal behoorlijk. Nee, niet als het sneeuwt, of als er bladeren op de rails liggen of als er weer eens een machinist onvindbaar is of een locomotief halverwege Leiden en Schiphol 'wegens een technische storing' een tijdje blijft staan. En ook niet als er iemand in zijn of haar wanhoop voor springt, maar aan dat laatste kan de NS niets doen. Toch kom ik regelmatig min of meer op tijd aan op mijn bestemming na op prettige wijze onderweg te hebben gelezen, of het landschap bekeken, zonder dat ik mij hoefde te bekommeren om de talloze onverantwoordelijke idioten die onder alle weersomstandigheden langs je heen razen, je de pas afsnijden, op het laatste ogenblik van baan verwisselen, bumper kleven of alle andere gekheden uithalen die de chaufferende medemens kan bedenken. Dan heb ik het nog niet over het gilde van de vrachtwagenchauffeurs, zo ongeveer de minst professionele en meest tot doodslag geneigde beroepsgroep die er is.
Ik ben wel een liefhebber van de trein. Meer van de stoomtrein dan van dat aan draadbreuken en 'technische storingen' onderhevige elektrische spul, maar de vooruitgang is ook hier niet tegen te houden, dus dat proberen we dan ook maar niet. Nederland heeft een heel behoorlijk spoorwegnet, met zelfs enkele strikt overbodige lijnen zoals de HSL en de Betuwelijn. Wat wil een mens nog meer? Nu, dat de NS een beetje zijn best doet die malle problemen met bladafval en dergelijke eindelijk eens op te lossen. Dat we verlost worden van die hinderlijke mensen met hun uitgestoken handje en hun 'mineer, mineer, heppu n'euro fo mij?', van ruzies tussen conducteurs en a-sociale zwartrijders, dat we afkomen van al dat wrakke, in de jaren '90 al totaal verouderd materieel, waarmee op sommige lijnen nog steeds wordt gereden, dat we in de trein gewoon een kop koffie of een biertje kunnen kopen, zodat we voor de reis niet nog even moeten gaan winkelen in een AH met zeer beperkt aanbod, en vooral: dat we, als er weer eens een wisselstoring, computerprobleem, aanrijding, draadbreuk of afwezige machinist is, niet alleen snel en fatsoenlijk worden geïnformeerd, maar dat we op de NS stations niet hoeven te staan blauwbekken. Dat was gisteren weer eens het geval in Dordrecht. De eerstvolgende trein naar Roosendaal kwam drie kwartier later dan gepland. Een beschaafd mens wil dan in een aangename, warme restauratie iets gaan drinken of eten. Stationsrestauraties, onontbeerlijk voor de veelvuldige treinreiziger, behoren echter tot het verleden. Ja, patat, koffie, broodjes, het is allemaal ruim voorradig in allerlei kiosken, maar al dat heerlijks nuttigen in een onverwarmd, glazen hok, waaraan ook al wekenlang een deur ontbreekt, zoals op perron 4/5, dat is armoe, ellende en ergernis. Als je daar zit te rillen, lijken de verschrikkingen van de snelweg ineens zo erg niet meer, maar dat schijnt men bij de NS niet te begrijpen. Wat dat betreft is het net een busbedrijf.
dinsdag, oktober 12, 2010
Clio bedreigd!
Wanneer de overheid moet bezuinigen hebben de idioten en onverantwoordelijken in de regel het hoogste woord. Dat is niet alleen in Nederland zo, maar ook in Griekenland, waar nog wel iets meer moet worden gesnoeid in de overheidsuitgaven dan door de politici in Den Haag. De meest bizarre gedachten komen opborrelen. Gisteren was er een verontwaardigde voorzitter van de Griekse vereniging van diabetici op de buis. Het ziekenfonds, IKA, besloot namelijk dat er wordt bezuinigd op speciaal schoeisel voor suikerpatiënten omdat het goedkoper zou zijn, aldus de toelichting, zo'n voet te amputeren.
Een ander staaltje van bezuinigingslust is het voorstel van het ministerie van onderwijs om in het middelbaar onderwijs van een aantal vakken keuzevakken te maken, wat ruimte zou geven tot een verdieping van de vakken die een leerling uiteindelijk kiest. Dezelfde stommiteit dus die wij in Nederland maakten bij de invoering van de Mammoetwet in 1968. In die tijd bestond er nog geen PVV-fractie om het gesundenes Volksempfinden in het parlement uit te tetteren, dus ik vrees dat we in de nabije toekomst nog wel het een en ander aan foute besluiten hebben te verwachten. Zeker met Marja van Bijsterveld op Onderwijs, uit wie ik nog nooit een verstandig woord en zelden een correct geformuleerde zin heb horen komen. Maar laten we ons bij de Grieken houden. Wat in het voorstel de meeste stof heeft doen opwaaien is dat ook geschiedenis een keuzevak zou moeten worden. Dat leidde direct tot een storm van protest. Terecht. Hoewel het evident is dat men nooit enige lering uit de geschiedenis trekt, is het een vak dat degenen die daarvoor openstaan leert nadenken, leert relativeren en leert de waan van de dag niet als leidraad voor besluiten te nemen. Een zeer belangrijk vak dus, dat alleen bij volkeren zonder zelfrespect als keuzevak te boek staat.
Helaas is de reden van het hevige protest de verkeerde. In het Griekse onderwijs wordt het vak geschiedenis nog voornamelijk gebruikt om de leerlingen een 'gezonde' dosis vaderlandsliefde bij te brengen, inclusief de heldenverering en borstklopperij die mij zo bekend is uit de Nederlandse geschiedenisboeken van voor de jaren '70 en waarvan wij met veel pijn en moeite inmiddels zijn genezen, al weet je maar nooit of de vinger in de pap van de PVV hier ooit nog tot betreurenswaardige regressie gaat leiden. Pogingen van verstandige historici een boek te introduceren waarin het gaat om een evenwichtige presentatie van de feiten en niet om de vaderlandse mythe, werden twee jaar geleden jammerlijk afgeschoten. Het is het soort geschiedenis waarvan je dan maar beter een keuzevak kunt maken, in de hoop dat niemand het kiest.
Beter zou zijn het voorstel om van geschiedenis een keuzevak te maken in te trekken en een aantal historici een goede, evenwichtige methode voor het onderwijs te laten schrijven. Eentje met aandacht voor alle aspecten van het fascinerende, rijke Griekse verleden, dus ook die welke in het nationalistische discours niet populair zijn. Eentje waarin ook meer dan nu aandacht wordt gegeven aan de Europese dimensie. De Grieken zijn tenslotte niet alleen de naamgevers van Europa, maar ook een wezenlijk onderdeel ervan. Voorstellen daartoe zijn er, maar of het er snel van zal komen, is nog maar de vraag. Ook in de PASOK, die een absolute meerderheid heeft in het parlement, leven nationalistische sentimenten. Als Europeaan maak ik mij daar zorgen over. Evenals over de absurde politieke constellatie in Nederland, die tot een diep gevoel van schaamte leidt.
dinsdag, december 29, 2009
Geweldig gezellig!

Het is een zonovergoten middag. Ik kom net terug van een klein uurtje zweten in het bijkantoor van mijn bank, waar ondanks de milde temperatuur buiten, de verwarming op 24° stond. Als er ergens op kan worden bespaard in Griekenland, dan is het op de stookkosten 's winters en op de kosten van airconditioning in de zomer. Als banken, kantoren en supermarkten de temperatuur in de winter een graadje of drie omlaag draaiden, me dunkt dat 21° toch een mooie, werkbare temperatuur is, dan schieten de kosten omlaag en de winsten omhoog. Als de supermarkten in de zomer dezelfde temperatuur aanhielden, zodat we niet in een ijsbak van 16° hoeven te winkelen en ook eens een deur voor die verdomde open vrieskasten zouden doen, dan zouden ze schatrijk worden, wij een stuk gezonder en het milieu zou er en-passant ook van profiteren.
Het was allerminst druk op de bank, ik hoefde maar een kwartier in de rij te staan om wat geld op te nemen, maar ik was zo dom om een klein geldbedrag van mijn Griekse naar mijn Nederlandse rekening te willen overmaken. Dat kostte mij drie kwartier. Een uiterst vriendelijke bediende schreef eerst met de hand alle gegevens op een formulier dat ik moest ondertekenen, waarna hij lang tijd bezig was om een en ander in te voeren in een computer. Ondertussen telefoneerde hij, stond andere klanten te woord, die zich onbeschaamd aan het bureel verdrongen en liep hij een paar keer om onduidelijke redenen naar de directeur, een voornaamgenoot van me en, wellicht niet geheel toevallig, een sympathieke verschijning. Toen de zaken uiteindelijk waren afgehandeld zag ik dat het ook nog eens twaalf euro kostte. Die zijn waarschijnlijk voor de fooienpot van de managers, voor de volgende reeks bonussen. Volgende keer steek ik dat geld wel gewoon in mijn zak. Dan bespaar ik de kosten en het scheelt tijd.
In het koesterend zonnetje naar huis zakte mijn ergernis. We stevenen af op 2010, maar weinig dat daar op wijst. Ik heb al dagenlang geen ontvangst van de Wereldomroep, er zal sneeuw op de zendmasten in Nederland zitten, want de Deutsche Welle en de BBC komen luid en duidelijk binnen. Maar daardoor hoef ik niet alle terugblikken op het jaar en op het decennium aan te horen en mij niet te laten vervelen door tien jaar ingeblikte waan van de dag. Ook het weer werkt mee. Geen sneeuw, ijs en andere winterse ellende zoals ijzel. Soms is het zo aangenaam dat ik op mijn balkon kan lezen, of buiten bij Xarchákos, in het park bij de Witte Toren. Alleen gisteren even een harde wind uit ijzig Bulgarije, maar die is alweer gaan liggen. En wat we hier vooral niet hebben en absoluut niet missen, zijn die groepjes etterpubers die de godganselijke dag met rotjes lopen te smijten. Een achterlijk verschijnsel, dat voor zover ik weet alleen in Nederland voorkomt. In Griekenland heb ik er nog nooit wat van gemerkt en in de jaren dat Stella in Düsseldorf werkte en we daar Oud en Nieuw meemaakten ook niet. Ja, er was vuurwerk tegen twaalf uur op Oudjaar, maar niet dagen, laat staan weken, daarvoor en al helemaal niet tot het ochtendgloren.
Natuurlijk, ik ben ook jong geweest, heb ik me laten vertellen. Toen vond ik vuurwerk ook wel spannend en soms deden we daar onverantwoorde dingen mee, maar ik kan me niet herinneren dat ik met mijn vrienden als verveelde, stompzinnige puistenkop wekenlang voor Oudejaarsavond met rotjes liep te smijten. Ook al kochten wij ons vuurwerk goedkoper en illegaal bij een taxi-chauffeur die later om veel ernstiger redenen met justitie in aanraking kwam, we hadden er eenvoudig het geld niet voor over. En misschien waren we ook wel iets te fatsoenlijk en te beschaafd.
Hoewel weinig er dus op wijst, hebben we nog maar twee etmalen te gaan. We zullen zien wat 2010 ons gaat brengen. Het is eigenlijk maar een mal gedoe, dat Oud en Nieuw. Een fictieve drempel. We doen alsof er een andere tijd aanbreekt, maar eigenlijk is het grote flauwekul. Uiteraard is de ochtend van de eerste januari niet verschillend van andere vrijdagochtenden, behalve dat de winkels gesloten zijn en de eerste hulpposten in Nederland overvol zitten met vuurwerkgewonden. Misschien vallen er ook nog wel een paar doden. Hopelijk hebben die dat dan aan zichzelf te wijten en zijn het geen onschuldige voorbijgangers. We horen het wel. Als de Wereldomroep zijn zaken vrijdag nog niet op orde heeft, kan ik altijd mijn achtergebleven huisgenoten bellen, die mij ongetwijfeld in buskruitgeuren en kleuren zullen vertellen hoe geweldig gezellig het in het vaderland wel is geweest.








