zondag, mei 31, 2020

Droevig



Warnaar heeft deze maand meer dan vierhonderd euro overgehouden doordat hij niet naar de kroeg kon en hij heeft het idee dat dat de komende maand ook wel het geval zal zijn. Morgen mogen de cafés weer open, daarom heeft hij een rondje gemaakt langs verschillende internetpagina's en daar is hij nogal droevig van geworden. Een wirwar van regeltjes, geboden en verboden, die er vooral op gericht lijken de klant buiten de deur te houden. 

Vooral het moeten reserveren staat hem tegen. Bij sommigen zelfs voor het terras! Roomser dan de Paus, daar moet je bij hem niet mee aankomen. De kroeg is voor hem een plek waar hij spontaan mensen wil ontmoeten en niet van tevoren moet bedenken in welk 'tijdslot' hij wil gaan zitten om aan het einde daarvan, terwijl het gesprek misschien nog lang niet is afgelopen, te moeten ophoepelen.

Hij is door de noodtoestand zijn huis en tuin meer gaan waarderen. De behoefte dagelijks naar de kroeg te gaan is behoorlijk 'afgevlakt', zeker nu ze in de vriendenkring regelmatig bij elkaar thuis borrelen. Natuurlijk mist hij de gezelligheid en gastvrijheid van het café, maar hij vreest dat die met deze 'coronaregels' voorlopig ver te zoeken zijn. Hij heeft met de toch al zwaar getroffen kroegbazen te doen, maar wie heeft hen deze onzin ingefluisterd? 

Foto: auteur



zaterdag, mei 30, 2020

Wraak



Hij zet zijn basilicumstekken in potten. Van één armzalig en te duur betaald plantje uit de supermarkt trek je zo zeven à acht stekken. Genoeg om de winter door te komen. Hij moet weleens lachen als hij die zakjes met tien laurierbladen ziet, die ze voor meer dan een euro verkopen. Hij oogst jaarlijks een voorraad laurier waar je decennia mee zou kunnen doen als het grootste deel niet naar vrienden ging. 

Het maggiekruid tiert alweer welig. Tijd voor de derde oogst. Die wordt gedroogd en gevijzeld voor de wintervoorraad. Ook de munt en het citroenblad doen het goed. Alleen de oregano blijft achter, maar daarvan heeft hij nog voor maanden uit Griekenland liggen.

De Grieken hebben bekend gemaakt wie vanaf 15 juni weer het land in mogen. Nederlanders zijn daar niet bij. Hij is niet van plan om in de hete zomermaanden naar het zuiden te gaan en al helemaal niet zolang hij in trein en vliegtuig een mondmasker moet dragen, maar toch voelt hij zich geraakt. Stel dat zich iets voordoet met iemand uit de familie, dat hij desnoods toch met zo'n viruslap op moet reizen, omdat nood wet breekt? Hij kan zich niet aan de indruk onttrekken dat er iets van wraak in schuilt voor de hufterige manier waarop Nederland Athene tijdens de eurocrisis behandelde.

Foto: auteur



vrijdag, mei 29, 2020

Stadsdichter



Twee jongemannen aan de deur. Na vier jaar denken 'ik zou toch eens moeten' heeft hij een besluit genomen. Ze komen de nieuwe tuinstoelen afleveren. 'Zet maar tegen de gevel', zegt hij, 'ik breng ze zelf wel binnen'. Afstand! Afstand is geboden. Stel dat er iemand van Handhaving de straat in fietst en hen op de bon slingert. We leven in rare tijden. Hij wenst de jongemannen een fijne dag en sleept de buit zijn huis in. Hij pakt de stoelen uit en controleert of alles klopt. Alles klopt. Hij kijkt op zijn horloge. Ook nog stipt op de afgesproken tijd bezorgd. Geen wonder dat de zon al dagen schijnt.

Hij leest de huis-aan-huis-krant. Er staat een vraaggesprek in met de nieuwe stadsdichter van Dordrecht. Na een stadsdichterloze periode van zes jaar is er eindelijk weer iemand benoemd. Hij leest met instemming over de plannen van de stadsdichter, die vertelt dat zijn debuutbundel nog niet in de Dordtse bibliotheek staat. Dat vindt hij merkwaardig, vooral omdat de directrice van de bibliotheek in de benoemingscommissie zat. 

Wekelijks publiceert het krantje een brief van de burgemeester. Over de coronamaatregelen. De burgemeester probeert vooral de moed erin te houden. Hij waardeert dat, ondanks vragen en twijfels. De stadsdichter is tevens nachtburgemeester. Samen helpen die twee de stad de crisis wel door.

Foto: auteur


donderdag, mei 28, 2020

Succes



Hij herinnert zich nog het enthousiasme waarmee natuurbeschermingsclubs de herintroductie van de bever begroetten. Er werden er een paar in de buurt uitgezet, in de Biesbosch. Onlangs zag hij in de krant een foto van een bever in de Voorstraatshaven. De herintroductie werd zo'n geweldig succes, dat de knagende krengen steeds meer een bedreiging voor de dijken beginnen te worden. 

Hij weet het niet met die natuur. Het radionieuws staat aan, ieder half uur een bulletin, het kan niet op. Een wolf heeft ergens in Brabant een groot aantal schapen doodgebeten. Ook toen, nog niet zo lang geleden, gejuich nadat het roofdier, na hij weet niet hoe lang, zich weer in het overbevolkte vaderland vestigde. Hij vindt wolven meer iets voor de dierentuin. Ze mogen dan mensenschuw zijn, volgens de liefhebbers, maar hij hoort Drs.P. al zingen, 'trojka hier, trojka daar' en 'Omsk is een mooie stad, maar wel wat erg ver weg'. Of iets van dien aard. Hij is bezig met de vaat en gaat nu niet op zoek naar de juiste tekst.

De melodie blijft steeds maar door zijn hoofd spelen, vrolijk zingt hij 'corona hier, corona daar'. Drs.P. Hij herinnert zich een optreden in Bibelot in Dordrecht. Een gesoigneerd en beminnelijk heer, die na afloop niet te beroerd was voor een borrel en een praatje.


woensdag, mei 27, 2020

Ontstellend hoog



Hij loopt naar de buurtslager om een fles olijfolie en neemt meteen een onsje pepersalami mee. Hij eet maar zelden vlees bij het ontbijt, door het geroep van die dierenmensen komen er weleens te veel beelden van de bio-industrie op zijn netvlies, maar soms gunt hij zichzelf iets. 'Lekker zonnetje, meneer', zegt de slager bij het afrekenen. Hij beaamt het, de man bedoelt het goed.

De olijfolie komt uit Kreta en is van uitstekende kwaliteit. Dat weet hij van zijn vrouw, die er als Griekse verstand van had. De slager verkoopt zijn olie dus al meer dan dertien jaar. Hij voelt een lichte paniek: de tijd schiet in toenemende mate als een lichtjaar voorbij. Negentien jaar al, sinds de aanslag op het Wereldhandelscentrum in New York. Niet lang daarna probeerde een andere religek een vliegtuig op te blazen met vloeibare springstof. Sindsdien mag hij geen vijfliterblik olijfolie meer als handbagage meenemen op de vlucht.

Drieëndertig jaar geleden stond hij bovenop het Wereldhandelscentrum. Welke toren herinnert hij zich niet. Het was ontstellend hoog, hij heeft er nog weleens nachtmerries van. Zijn vrouw was nog zijn prille liefde, net ontmoet. Van olijfolie wist hij maar weinig. Hij denkt aan het lieflijke gehucht in de Griekse bergen waar ze begraven ligt. Het virus verspert hem zelfs de weg naar haar graf.

Foto: Stella Timonidou


dinsdag, mei 26, 2020

Ongeluk



Een jeugdvriendin uit Engeland bericht, na een verontrustende periode van stilte, dat het goed gaat met haar en haar man. Die is aanzienlijk ouder, wat haar zorgen baart. Ze gaan wel uit wandelen, maar vooral over ongebaande paden, om risico's te vermijden. Dat is niet moeilijk. Ze woont in een afgelegen villa, meer een landhuis, in een dunbevolkte vallei in Lancashire, zo'n twintig kilometer noordelijk van haar geboortedorp.

Dat geboortedorp is de plaats waar hij als jongen vele zomervakanties doorbracht. Bij mooi weer trokken ze er samen op uit. Dwars door de akkers naar Castle Hill, een geheimzinnige heuvel aan de andere kant van de snelweg M6. Je moest een spookachtig, vochtig tunneltje onder de weg door, meer een soort mijngang. Of ze gingen naar Highfield Moss. Daar was een diep gat waarin je kon zwemmen, als je tenminste de moed had.

Langs Highfield Moss loopt de oudste spoorlijn ter wereld, die van Manchester naar Liverpool. Daar in de buurt, bij het gehucht Lowton, gebeurde ook het eerste spoorwegongeluk ooit. Bij de opening van de lijn in 1830 onderschatte parlementslid William Huskisson de snelheid van een naderende locomotief. Hij verloor een been en overleed onderweg naar het hospitaal. Een klein monument memoreert de tragedie. Hij zoekt in zijn dromen toch liever met Sue de geheimen van Castle Hill.

Foto: auteur (De Arend - Spoorwegmuseum Utrecht)



maandag, mei 25, 2020

Niet betalen!



Hij voelt zich enerzijds opgelucht dat langzamerhand de coronamaatregelen worden versoepeld, aan de andere kant neemt zijn ergernis toe over het gemak waarmee de overheid over de staatsrechtelijke schreef is gegaan. 

Noodverordeningen van een veiligheidsregio mogen nooit en te nimmer de grondrechten schenden en hoe goed de bedoeling misschien ook, dat is wel op grote schaal gebeurd. Dat lijkt hem prettig voor de mensen die tegen een 'coronaprent' opliepen. 'Niet betalen', hoorde hij een hoogleraar in de rechten op de radio zeggen. Het leek de deskundige in veel gevallen ondenkbaar dat een rechter de boete niet teniet zou doen.

Op 1 juni mogen de cafés en terrassen weer open. Precies om 12.00u 's middags. Niet al de dag ervoor, Eerste Pinksterdag, want dan is het virus natuurlijk meteen als een speer terug op het toneel. 'We blijven een volk van ambtelijke zeikerds', zegt hij tegen een vriendin die belt om te vragen hoe het gaat. Voor binnen in het café moet je reserveren. Dat lijkt hem logisch bij een restaurant, maar in een café? Loop je door de stad, wil je ergens een borrel pakken, moet je bellen of het uitkomt. Hij is dol op zijn stamkroeg, die hij deerlijk mist, maar er zijn grenzen. Hij moet nog zien hoe het uitpakt. Juichen doet hij nog even niet.

Foto: auteur


zondag, mei 24, 2020

Calvinistische doem



Gerard Reve schreef iets in de trant van dat een schrijver na zijn dood nog een jaar of tien wordt gelezen, dat daarna een straat naar hem wordt genoemd en dat hij vervolgens wordt vergeten. Hij eindigt met: 'Niemand weet toch meer wie Tweede van der Helst is?'

Warnaar vraagt zich af of iemand van de jongere generatie nog weet wie Simon Carmiggelt is. Dat komt door het grauwe weer deze zondagmorgen. In een van zijn columns, Kronkels genaamd, sprak Carmiggelt over dit soort zondagsweer als 'de calvinistische doem'. P., zijn jong gestorven studiemaat, was een Carmiggeltbewonderaar. Op zondagmiddagen gingen ze regelmatig naar een café aan de rivier. Bij somber weer zuchtte P. dan met het nodige gevoel voor dramatiek dat hij leed onder de calvinistische doem.

Carmiggelt deed zijn inspiratie vaak op in de kroeg. 'Goed dat er toen geen corona was', denkt hij, 'de man zou er onderdoor zijn gegaan'. Hij schreef ruim tienduizend Kronkels en kreeg in verschillende steden een straat, maar niet in Dordrecht. Hij werd echter na z'n dood al snel niet meer gelezen. In zijn honderdste geboortejaar eerde uitgeverij Van Oorschot hem met een chronologische bundeling van honderd Kronkels: Carmiggelt gedundrukt. Prachtige verhalen, maar in een vreemd smal formaat dat somber maakt. Hij vindt het tijd dat de kroegen weer open gaan.


zaterdag, mei 23, 2020

Apartheid



Van tijd tot tijd ruimt hij grondig op en steeds weer verbaast het dat er dan vele kilo's overbodig papier de deur uitgaan. Het is hem nog steeds niet gelukt boeken weg te doen, maar kennelijk slibt, als hij niet oppast, zijn huis ook op andere wijze dicht. Neem allerlei bladen en blaadjes van verenigingen waar hij lid of donateur van is. Soms gewild en gelezen, maar veel gaat ook rechtstreeks de papiermand in tot de volgende opruimingsronde. 

Niet zelden nadat hij de blauwe kliko weer eens op kordate wijze heeft gevuld, blijkt een of ander papier dat hij nodig heeft per abuis als kind met het badwater weggegooid. Hij komt daar altijd achter als het ding net is geledigd. Alsof het een of andere wetmatigheid is. Als hij een paranoïde inborst had, zou hij denken aan een complot. Wel kunnen zulke dingen hem behoorlijk ergeren. 'Achterlijke idioot', denkt hij op zo'n ogenblik.

Dat denkt hij ook als hij iemand op de radio openlijk voor leeftijdsdiscriminatie hoort pleiten. De man beweert dat 'de ouderen' maar op aparte tijden naar de kroeg moeten. Dan worden ze beschermd en kunnen de jongeren ondertussen de economie weer 'opstarten'. Dat je aan het virus dood kunt gaan weet hij, maar dat het ook apartheid kan veroorzaken, vindt hij eigenlijk nog veel angstiger.

Foto: auteur



vrijdag, mei 22, 2020

Dolle boel



Hij leest Reisimpressies van Ronald J.W. Peters Favier. Een boek waarvan hij zou willen dat het veel dikker was. Peters Favier moet na de coronaramp maar weer eens op reis om nieuwe avonturen te beleven en daar mededeling van te doen op zijn aanstekelijke, humoristische wijze, waarbij hij de zelfspot niet schuwt. Ronald J.W., van huis uit sociaal-pedagoog en Rotterdammer, blijkt net als hij van eilanden te houden.

Warnaar leerde de schrijver kennen op het eiland Skyros. Tot beider verrassing studeerden ze aan hetzelfde instituut. Peters Favier een jaar of twee later dan hij. Dezelfde verhalen over dezelfde docenten. Het was soms een dolle boel, de jaren zestig bruisten nog een beetje na. Tegen de tijd dat ze hun vervolgstudies afrondden met een doctoraal, kwam de mythevorming op gang en daarna de omslag naar de malle preutsheid van vandaag de dag.

Ze hebben elkaar nogmaals op Skyros ontmoet. Toen werd herdacht dat honderd jaar tevoren, tijdens de Eerste Wereldoorlog, de dichter Rupert Brooke aan boord van een Frans hospitaalschip bij het eiland overleed en er werd begraven in een poëtisch ogend olijvenbos. De Fransen ontbraken. Wel werd een krans gelegd door een Amerikaanse generaal, al gingen de Amerikanen pas twee jaar later aan de oorlog meedoen. Misschien dat Peters Favier er nog eens een mooi verhaal van maakt.


donderdag, mei 21, 2020

Stenen en onkruid



Hemelvaartsdag, of, zoals je ook vaak hoort: Hemelsvaartdag. Een dag die in zijn herinnering onlosmakelijk is verbonden met mooi voorjaarsweer. Het zal weleens regenen op Hemelvaartsdagen, maar dat feit heeft zijn geheugen verdrongen. Een wonderlijk fenomeen, het geheugen. Hij leest weleens een dagboekdeel van pakweg dertig jaar geleden en vergelijkt dat met wat zijn geheugen er door de tijd van heeft gemaakt. Dat is soms schrikken. 

Hij staat daarom wantrouwend tegenover mondelinge geschiedenis. Je moet oral history zeggen, anders snappen de studenten het niet. Vooral als iets wordt verteld door iemand die oud is en het gebeuren lang geleden plaatsvond. Hij heeft dan altijd de neiging te vragen of zo iemand misschien een dagboek uit die tijd heeft, of brieven.

Vooral in Griekenland bezoekt hij veel archeologische monumenten. Als er nog wat overeind staat, kan hij er meestal wel wat van maken, maar andere plaatsen zijn voor hem niet meer dan een verzameling stenen en onkruid. Hij heeft diep respect voor archeologen die op grond van wat scherven, potten en botten een hele geschiedenis tot leven kunnen wekken. Hem ontbreekt daarvoor het talent. Hij is van de documenten, al zou hij vandaag toch graag ronddolen tussen de mozaïeken van Pella of het puin van Philippi. Er gaat een gerucht dat je in juni weer naar Griekenland mag vliegen.

Foto: auteur


woensdag, mei 20, 2020

Bezetting



Na de persconferentie besluit hij nog maar even te wachten met die moorkop in het haar van de minister-president. Hij vindt het wel aardig dat de man gisteren de jeugd opriep mee te denken over hoe de crisis moet worden opgelost. Het herinnert hem aan het jaar 1971. De kweekschool van Beverwijk (je moest net Pedagogische Akademie zeggen) was door studenten bezet. Van zijn instituut werd een tweedejaars student verwijderd, hij weet niet meer waarom, maar wel dat het aanleiding was het Beverwijkse voorbeeld te volgen. 

Opwinding in de stad. De conciërges dreigden gewelddadig in te grijpen, maar bedachten zich toen de wethouder van onderwijs onverwacht verscheen. Het was de buurman van een van de studenten, ze had hem gebeld. Het duurde maar een paar uur. Genoeg voor een verontwaardigd stuk in de lokale sensatiekrant en de instelling van een studentenraad. Die mocht zich voortaan buigen over essentiële zaken als het merk koffie in de kantine, de kwaliteit van het toiletpapier en zelfs de beplanting om het gebouw. 

De geschorste student, een draak van een kerel, werd het jaar daarop alsnog verwijderd. Hij droop af naar de sociale academie en aansluitende maatschappelijke mislukking. Nee, hij vindt het idee van de premier zo slecht nog niet, maar die moorkop gaat toch nog maar een paar dagen in de koelkast.

Foto: auteur



dinsdag, mei 19, 2020

Moorkop



Vlootschouw. Een bonte verzameling schepen en bootjes trekt langzaam aan de stad voorbij. Stoomfluiten daveren, nu en dan schiet een wolk roet de lucht in. Vanuit een helikopter wordt iemand uit het water gevist. Hij slaat het met plezier gade. Morgen en overmorgen zal er weer regelmatig een stoomtrein rijden over het spoor achter zijn huis. De weersvoorspelling is gunstig, het gaat gezellig worden in de stomende en fluitende stad. Daarna even een paar weken pauze tot het mooiste festival van Dordt plaatsvindt. Big Rivers. Drie dagen waarop hij het Eiland van Dordrecht absoluut niet wil verlaten. Hij verheugt zich op de optredens, op de afterparty's in zijn stamkroeg.

Was het maar zo. De stad zit in de ijzeren greep van de angst voor het virus. Langzaam worden de draconische maatregelen (toegegeven, veel buitenlandse overheden grepen nog harder in) wat versoepeld. In een wirwar van regels en besluiten waar zo langzamerhand geen touw aan vast is te knopen en waaraan soms iedere logica ontbreekt. 

Reserveren in het café waar hij al drieënvijftig jaar komt. Het is alsof hij in een dolhuis verzeild is geraakt. Mensen die, keurig op afstand, een gebakje eten voor iemands verjaardag krijgen een boete en een strafblad. De minister-president praat het goed. Hij zou de man graag eens een moorkop door het haar smeren.

Foto: auteur



maandag, mei 18, 2020

De jongens



Hij had nu in Thessaloniki moeten zitten, na een kort bezoek aan Athene en een paar dagen op Syros om vrienden te ontmoeten. In plaats daarvan was hij bezig in de tuin en nam hij stof af in zijn werkkamer. De klimop groeit met dit fraaie voorjaarsweer dat het een aard heeft en moest dringend beteugeld. In z'n werkkamer ergerde hij zich aan het stof van weken.

Terwijl hij zijn bureau ordent, denkt hij aan de gemiste reis. In Athene zou hij iedere avond naar Zorbas zijn gegaan, in de Lissiou in Plaka, om daar met 'de jongens', de obers die er al jaren werken en hem altijd ontvangen als de verloren zoon, over FC Dordrecht te praten en herinneringen op te halen aan 'meneer Frans', de legendarische journalist Frans van Hasselt.

Syros moest een nieuwe ervaring worden, daar is hij nog nooit geweest. Wel op Skyros, dat hij goed kent. Hij had zich verheugd op de boottocht vanuit Piraeus en op het thuiskomen in Thessaloniki. Op de maaltijden in Konaki, bij 'meneer Dimitri', overtuigd PAOK-fan. Op de ochtendkoffie in Baraka, tussen de dichters en mensen van de universiteit. Op de avonden in Odysseas, met de vrienden van jaren. De muziek, de verhalen, vrolijkheid, tsipouro. Hij vraagt zich bezorgd af of die plekken straks nog wel zullen bestaan.

Foto: auteur




zondag, mei 17, 2020

Angstwekkend onnozel



Op zondagmorgen luistert hij naar OVT, zijn favoriete programma over geschiedenis, en steevast ergert hij zich aan mensen die hem tijdens die twee uurtjes bellen. Niet terecht, dat beseft hij ook wel. Niet iedereen weet van het programma, laat staan iets van geschiedenis. Hoe vaak heeft iemand op een feestje niet geroepen: 'O, geschiedenis? 1600 Slag bij Nieuwpoort!' Op de simpele vraag 'wie vocht er tegen wie, waarom en hoe liep het af?' weet de lolbroek meestal geen antwoord. Hij neemt dus niet op. 

Een collega verbaast zich op zijn website dat Nederlanders zo'n angstwekkend gering besef hebben van hun verleden. Hem verbaast dat niets. Op zijn oude school geven ze in de onderbouw nog maar één uur, in de bovenbouw nog maar twee uur geschiedenis. Hij heeft meer dan dertig jaar tegen de verloedering van zijn vak gestreden, tegen 'managers' die slechts oog voor de begroting hadden. Een ware bierkaai. 'Goddank dat ik daar weg ben', denkt hij.

Feiten niet van meningen kunnen onderscheiden, nepnieuws niet van serieuze berichtgeving. Het komt mede door de verloedering van zijn vak. Wie nooit de achteruitkijkspiegel gebruikt, begaat onvermijdelijk een verkeersongeluk. 'Misschien', meent hij, 'komt de onnozelheid van de Nederlanders de coronadictatuur wel even goed uit. Hoe krijg je een normaal mens anders zo gek om een mondmasker te gaan dragen?'

Foto: auteur


zaterdag, mei 16, 2020

Tweehonderddertig jaar



Vandaag tweehonderddertig jaar geleden, in 1790, werd het Departement Dordrecht van de Maatschappij tot Nut van 't Algemeen opgericht. In de jaren tachtig van de vorige eeuw is het opgeheven. Evenals de Culturele Raad Dordrecht. Die Raad was een van de beste dingen die Dordrecht op cultureel gebied is overkomen, vindt hij. Opgericht in 1968. Hij was er zijdelings bij betrokken. Hij schreef voor het door de Raad opgezette jongerenblad BIJ. Zijn eerste betaalde 'baantje', want je kreeg een tientje per artikel en daar bovenop een dubbeltje per regel. De medewerkers schreven zich daarom een ongeluk. Hoe langer, hoe voordeliger, al dacht de redactie daar weleens anders over.

Door 'Het Nut' is, net als door de Culturele Raad, veel tot stand gebracht. Er is weinig van overgebleven. Het kortstondig succes van de Departementsschool, het kortstondig succes van de eerste Volksuniversiteit, het kortstondig succes van BIJ, het kortstondig succes van het Minitheater, het kortstondig succes van het literair tijdschrift De Fonteijne. Toch hield Het Nut het bijna twee eeuwen vol, de Culturele Raad vijftien jaar. Toen vond de gemeenteraad het welletjes. 

Dordrecht en cultuur. Hij moet niet zo negatief denken, vindt hij, er zijn ook instellingen in de stad met langduriger succes. Poppodium Bibelot, Bobby Kinghe, het Dordrechts Museum. Hij maakt zich zorgen of ze de pandemie zullen overleven.

Foto: auteur



vrijdag, mei 15, 2020

Voordeel



Hij wil het nieuwe boek van collega Piet de Rooy, over de jaren zestig, bestellen. Hij twijfelt, wordt het een 'echt' boek, of laat hij het op zijn e-reader zetten? Hij heeft liever een papieren boek, maar het ruimtegebrek in zijn kasten is nijpend. De e-reader is eigenlijk bedoeld voor op reis. Hij is het zat om steeds met boeken te zeulen. Het wordt uiteindelijk de papieren versie. Hij moet kunnen onderstrepen en notities maken in de marge. Notities kan bij een e-reader ook, maar dat vindt hij lastig. 

De jaren zestig. Hij is bijna geneigd te denken 'de magische jaren zestig', maar is dat niet zijn romantische inborst, zijn hang naar jeugdsentiment? Hij is van de 'achter-het-net-generatie', de staart van de babyboomers, die buiten alle voordelen valt die net iets ouderen nog hebben. Kort voor hij voor zijn eerstegraads onderwijsbevoegdheid slaagde, verviel de automatische promotie. Jarenlang gaf hij, door de krappe werkgelegenheid gedwongen, eerstegraads lessen op een tweedegraads salaris. Het heeft hem tonnen aan inkomen gekost. Met het uitstel van de AOW-datum idem dito. Net te laat geboren, weer de lul.

Hij denkt er maar niet meer aan, al zijn er nog meer voorbeelden. Volgens de deskundigen is hij nog net te jong voor de coronarisicogroep. Hij weet niet of hij met dat voordeel blij moet zijn.

Foto: auteur



donderdag, mei 14, 2020

Hard Times




De vierde dag van de IJsheiligen. Hierna kunnen de geraniums en de eenjarige planten de tuin in. Door de mooie dagen in april is dat bij hem al gebeurd. Al zijn geraniums hebben, buiten, de winter overleefd. Hij heeft iets met geraniums. Dat heeft niets met zijn leeftijd te maken. De uitdrukking 'achter de geraniums zitten' vindt hij vervelend, want nogal stigmatiserend.

Geraniums associeert hij met Charles Dickens, een van zijn favoriete schrijvers. De bloem is het symbool van de internationale Dickens Fellowship, waarvan hij al meer dan veertig jaar lid is. Het symbool ook van de armen, waarvoor Dickens het zo vaak opnam. Een sprekend voorbeeld is de roman Hard Times.

Hij zou in juli naar de jaarlijkse internationale conferentie van de Fellowship reizen. Dit jaar in Londen. Hij zag er naar uit. Behalve de lezingen, de excursies en de avonden met negentiende eeuws vermaak, trekt hem het weerzien met oude bekenden van over de hele wereld. Dickensians uit Australië, Nieuw-Zeeland, Japan, Canada, de VS. Uit Europa en vooral uit Engeland, Schotland en Ierland. Het heeft iets van een reünie, waar de geest van Dickens beminnelijk rondwaart. In 2011 zou de conferentie in Christchurch zijn, maar een verschrikkelijke aardbeving kwam er tussen. Nu maakt de coronaramp bijeenkomen onmogelijk. Volgend jaar is Haarlem aan de beurt. Ja, als.

Foto: auteur


woensdag, mei 13, 2020

Dat werd het



Een familielid stuurt een link naar een artikel over het covid19 virus. Hij wil het niet lezen. Hij is het zat. 'Er klaar mee', in hedendaags jargon. 'Het zal wel', verzucht hij, 'maar ik kan er ook niks aan doen'. Liever houdt hij zich bezig met zijn vak. Hij mist zijn lezingen, de wekelijkse gang naar het archief, de gesprekken met vakgenoten. 

Er werd nogal aan hem getrokken op de middelbare school. Zijn leraar Nederlands vond dat hij het beste Nederlands kon gaan studeren, de docent aardrijkskunde pleitte voor fysische geografie, de man van Engels zei hem Engelse taal- en letterkunde te doen en de geschiedenisdocent, later een bekend historisch demograaf, vond uiteraard dat hij het beste gediend was met. Dat werd het. Niet alleen vanwege de leraar geschiedenis, maar ook omdat neef Anthony het eveneens studeerde.

Hij kwam in het onderwijs terecht. Een leuke baan, maar niet omdat hij er veel van zijn vak in kwijt kon. Het bedroevend geringe aantal lesuren, de steeds mallotiger eisen vanuit het ministerie. Vaardigheden werd het grote toverwoord, kennis een besmette term. Jaartallen leren werd vloeken in de kerk, al is er geen betere kapstok om het verleden aan op te hangen. Uiteindelijk gaf hij het op. Hij mist al dat geleuter niet. Wel zijn leerlingen. Na al die jaren nog.

Foto: auteur

dinsdag, mei 12, 2020

Gokje



Er wordt een buitje voorspeld. Toch hangt hij de was buiten. Je moet soms een gokje wagen, vindt hij. Voor hij zijn vrouw leerde kennen, ging hij één keer per jaar met vrienden naar het casino in Scheveningen. Ze speelden dan een uurtje of wat met vijftig gulden de man. Meestal verloren ze, behalve Rinus. Die had altijd geluk. Rinus won zelfs een grote prijs in de Staatsloterij. Hij stierf jong aan de Enge Ziekte. Na het spelen gingen ze uit eten in Den Haag. Altijd Indisch. Dat mocht toen nog gewoon. 

Hij is na jaren gestopt met de staatsloterij. Te veel niks, soms een eigen geldje, een paar maal iets meer, maar nooit over de honderd euro. De enige loterij waaraan hij nog meedoet is de Postcodeloterij. Die profiteert van de onverdraaglijke gedachte dat de hele straat een bak geld wint en jij niet. Een slim concept. Soms valt zijn postcode in de prijzen, dan wordt een broodrooster bezorgd, een apparaat om ijsblokjes te maken of een tegoedbon voor een appeltaart. Dingen die hij meestal weggeeft.

Hij herinnert zich een Sjoerd, op de middelbare school. Die won een ton in de voetbaltoto, een kapitaal indertijd. Dat geld ging op aan auto's en meisjes. 'Typisch voor die volkse mensen', vond zijn moeder. Hij was jaloers. Vanwege die meisjes.

Foto: auteur