zaterdag, april 22, 2017

Cyprus: de stand van zaken (1)



Cyprus werd in 1960 onafhankelijk van Groot-Brittannië, dat het eiland sinds 1878 bestuurde. Onenigheid tussen de twee belangrijkste bevolkingsgroepen, de Griekstalige (ongeveer 78% van het aantal inwoners) en de Turkstalige (ongeveer 18%) leidde tot een crisis in het bestuur en onderlinge gewelddadigheden. Sinds 1964 is een VN-vredesmacht actief op het eiland, waarmee deze missie de langste is in de geschiedenis van de VN. In juli 1974 vond een door het Griekse kolonelsbewind (1967-1974) georganiseerde staatsgreep plaats, die als doel had de president, aartsbisschop Makarios, van het toneel te laten verdwijnen en aansluiting van Cyprus bij Griekenland te bewerkstelligen. Hoewel de staatsgreep mislukte, was zij de aanleiding voor Turkije om op 20 augustus het eiland binnen te vallen. In korte tijd werd het noordelijke deel van Cyprus bezet. Vrijwel alle Grieks-Cyprioten werden verdreven. Een meerderheid van de Turks-Cyprioten trok vanuit het niet veroverde gebied naar het noorden. In 1983 riepen zij daar de 'Turkse Republiek van Noord Cyprus' uit, die uitsluitend door Turkije werd erkend. Jarenlange onderhandelingen leidden in 2004 bijna tot een oplossing van de deling van Cyprus, maar het bereikte akkoord werd in een referendum door de Grieks-Cyprioten verworpen, omdat zij de voorwaarden te ongunstig en te onrechtvaardig vonden. Terwijl dit artikel werd geschreven zijn nieuwe onderhandelingen om de deling op te lossen gaande. Cyprus trad in 2004 toe tot de EU. Het land is lid van de eurozone en vooral bekend door zijn aantrekkelijkheid voor toeristen, vanwege de mooie stranden, het natuurschoon en het rijke culturele erfgoed.


Groene Lijn

De Groene Lijn, de VN bufferzone die dwars door Nicosia, de enige gescheiden stad van Europa, loopt, is een stuk ouder dan de Berlijnse Muur. Die viel na achtentwintig jaar. De Groene Lijn vierde inmiddels haar tweeënveertigste verjaardag. Het lijkt alsof er ondertussen nog een barrière is ontstaan, een tijdelijke. Op de rand van het historische centrum, dat binnen de door de Venetianen aangelegde wallen ligt, wordt hard gewerkt aan de reconstructie van het Platia Elefteria, het plein waarop de beroemde Ledrastraat uitkomt, die leidt naar een checkpoint waardoor je naar het noordelijk deel van de stad kunt lopen. Daar zijn de Turks-Cyprioten de baas. Jarenlang was het voor Cyprioten vrijwel onmogelijk de Groene Lijn te passeren, maar daarin kwam in 2003 verandering. Tegenwoordig vindt een flink aantal Turks-Cyprioten werk in het vrije gebied, zoals het deel dat in 1974 niet bij de Turkse invasie werd veroverd door de Grieks-Cyprioten wordt genoemd. Het noorden noemt zich 'Turkish Republic of Northern Cyprus', een land dat door niemand is erkend, behalve door Turkije, dat er een legermacht van bijna veertigduizend man heeft gestationeerd. Het is de facto het enige gebied van een EU-lid dat door een ander land wordt bezet.

Shocktherapie

Een enorme bouwput bewijst dat de reconstructie van het plein op grootse wijze wordt aangepakt. Je verwacht dat niet direct in een land dat zwaar werd getroffen door de eurocrisis. Cyprus balanceerde lang op de rand van een faillissement. Te lang, volgens Dr. Andreas Charalambous, op het ministerie van financiën verantwoordelijk voor het handhaven van de financiële stabiliteit. Volgens hem heeft de toenmalige regering te lang gewacht met het vragen van noodsteun, toen het door een aantal factoren mis ging. Een onevenwichtige situatie op de vastgoedmarkt, maar vooral het te grote aandeel van Cypriotische banken in de Griekse staatsschuld, wijst hij aan als de belangrijkste oorzaken. Door het vragen van steun almaar uit te stellen, verergerde de financiële situatie onnodig, wat tenslotte leidde tot een 'shocktherapie'. Spaarders en depositohouders raakten een groot deel van hun tegoeden boven een limiet van honderdduizend euro kwijt om het land van een faillissement te redden. Ook moest Cyprus zich, in ruil voor financiële noodsteun, onderwerpen aan het regiem van een 'trojka' van IMF en EU, wat bezuinigingen betekende en als gevolg daarvan een stijging van de werkloosheid.

Economische groei

Met op het netvlies beelden van wat de crisis in Griekenland heeft aangericht, verbaast de bruisende activiteit in Nicosia mij enigszins. Ja, er zijn leegstaande winkels en ik heb tijdens mijn verblijf ook een enkele vrouw zien bedelen, maar je ziet geen straten met vrijwel uitsluitend lege bedrijfspanden en van een verloedering, zoals in sommige buurten van Athene, is geen sprake. Dr. Charamlambous legt uit dat het steunprogramma inmiddels ten einde is gekomen, dat Cyprus weer kan lenen op de financiële markten en dat het land bezig is nieuwe investeerders aan te trekken. In het laatste kwartaal van 2015 was er alweer sprake van economische groei. De regering, meent hij, heeft zich stipt gehouden aan de uitvoering van de door de trojka geëiste maatregelen, waarbij ook het ontbreken van veel maatschappelijk verzet en sociale onrust, zoals in Griekenland, van belang was. Er wordt gewerkt aan een versterking van de positie van de banken en een verstandig omgaan met de openbare financiën blijft geboden, want hoewel er weer sprake is van economische groei, is het land nog niet uit het dal. Zijn mening wordt gedeeld door de voorzitter van de Kamer van Koophandel, Phidias K. Pilides en diens secretaris-generaal, Marios Tsiakkis. Zij benadrukken het belang van innovatie op medisch gebied, technologie en onderwijs. In sommige sectoren, zoals de bouw en de detailhandel, gaat het herstel relatief langzaam. Scheepvaart en toerisme daarentegen zijn krachtige motoren voor de economie. Het toerisme maakt een ongekende groei door, met dit jaar 20% meer bezoekers. De sector lijkt vooral te profiteren van de onrust in omliggende landen, zoals Egypte en Turkije.


Brexit

Hoewel de wolken op economisch terrein lijken weg te trekken, is er nog lang geen sprake van een voor Cyprus zo typerende, stralend blauwe lucht. Toekomstige economische groei is mede afhankelijk van de ontwikkelingen binnen de eurozone en de situatie in de regio. Er heerst onzekerheid over de Brexit. Volgens de heer Pilides staat Cyprus in de top vier van landen die de invloed van een Brits uittreden uit de EU gaan voelen, al zijn de gevolgen nog niet echt te voorspellen. Een devaluatie van het Britse pond, als gevolg van de Brexit, kan nadelig uitvallen voor het toerisme en is slecht voor de export. De import vanuit Groot-Brittannië daarentegen zal goedkoper worden. Dr. Charalambous meent dat de effecten van een Brexit vooral zullen afhangen van de manier waarop Europa ermee zal omgaan en of het vertrouwen in de eurozone kan worden behouden. Voor Cyprus is het van belang om zich voorlopig vooral te richten op het in balans houden van het budget, wat dwingt tot het stellen van prioriteiten.

Zon, zee, stranden & cultuur

'We proberen meer te doen met minder middelen,' zegt Dr. Marina Solomidou-Ieronymidou, directeur van de Archeologische Dienst (Department of Antiquities). Als gevolg van de crisis kreeg ook deze dienst, essentieel voor het behoud van het Cypriotisch erfgoed, te maken met forse bezuinigingen. Toch was dat geen reden om het hoofd in de schoot te werpen. De dienst ontplooit tal van activiteiten, ondanks een onvermijdelijke inkrimping van het aantal medewerkers. 'Zon, zee en stranden heeft ieder land aan de Middellandse Zee, maar de cultuur maakt een land uniek,' stelt ze. Prioriteit heeft het digitaliseren van de archieven. Dit is vooral van belang om de bestrijding van de illegale handel in archeologische vondsten te verbeteren. Niet alleen is er tijdens en na de Turkse invasie in het bezette noorden veel geroofd en geplunderd, ook in de omringende landen komt het vanwege oorlog en geweld veelvuldig voor. Cyprus werkt hierbij samen met een groot aantal landen in en buiten de EU.

Romeinse mozaïeken

Een ander belangrijk punt voor de Archeologische dienst is musea en terreinen toegankelijker te maken voor mensen met beperkingen. Informatiemateriaal wordt ook in braille gedrukt en in grote letters voor slechtzienden. Ook de informatie bij monumenten en op archeologische terreinen is in braille beschikbaar. In Kourion en Paphos zijn golfcars aangeschaft voor bezoekers die moeilijk ter been zijn. Gidsen worden speciaal opgeleid om mensen met een beperking rond te leiden. Voorts werkt men aan nieuwe tentoonstellingen, zoals binnenkort te Amathus naar aanleiding van het veertig jarig bestaan van de Franse Archeologische School. Publicaties verschijnen in meer talen dan alleen Grieks en Engels en men werkt met steun van de EU aan managementplannen voor terreinen die op de werelderfgoedlijst van de UNESCO staan, zoals Chirokitia. De dienst wil het begrip voor haar werk bij het grote publiek bevorderen, zodat men haar niet alleen ziet als een 'vijandige' organisatie, die een lastige vinger in de pap houdt bij bouwwerkzaamheden en infrastructurele werken. Via een Technisch Comité voor samenwerking tot behoud van het erfgoed, probeert men samen met de Turks-Cyprioten ook in bezet gebied zoveel mogelijk antiquiteiten veilig te stellen, al beperkt het werk van dit comité zich vooralsnog tot onroerend goed en monumenten. Uiteraard is de dienst ook betrokken bij het veiligstellen van recente vondsten, zoals twee belangrijke Romeinse mozaïeken, eentje deel van een badhuiscomplex, blootgelegd tijdens rioolwerkzaamheden te Larnaka, de ander in Akaki.

Dat behoud van het erfgoed niet alleen van wetenschappelijk belang is, maar ook van economisch, bijvoorbeeld doordat het toeristen trekt, behoeft geen betoog. Cyprus lijkt op de goede weg om de gevolgen van de crisis het hoofd te bieden. Rest nog dat andere probleem: de vraag hoe de tragische verdeling van het eiland kan worden opgelost.


Foto's: Kees Klok

Eerder verschenen in Griekenland Magazine, winter 2016. Met dank aan de ambassade van Cyprus te Den Haag.




dinsdag, april 18, 2017

Knockin' on Heaven's Door




Een neef van mijn moeder vrat met Pasen altijd een ongelofelijke hoeveelheid eieren. Ik geloof dat zijn record op tweeëndertig stuks per dag stond. Hij is jong gestorven, niet door die eieren, maar hij had een nogal hechte vriendschap met koning Alcohol en niet iedere boom is bereid een stap opzij te doen. Dat komt meer voor in landelijke gemeentes met schilderachtig omzoomde B-wegen. Ik denk met Pasen altijd even aan die man en zijn eieren: Knockin' on Heaven's Door, een lied dat in die dagen altijd actueel is. Het is trouwens een tijd waarin ik graag kijk naar Monty Python's Life of Brian. Daarna loop ik nog lang met het lied Always look on the bright side of life in mijn kop. Je moet wel, want het is al jaren traditie dat het tijdens de paasdagen kouder is dan met kerst. (Kenners van mijn werk weten waarom ik kerst nooit met een hoofdletter schrijf, maar dit terzijde.)

Stella was nog niet zo lang in Nederland toen we de paasdagen eens doorbrachten in het hoge noorden. Het Groninger Ommeland lag er berijpt bij. Er zat nog veel gas in de grond, zodat er maar weinig scheef stond. Als er al iets in verval was, was dat de schuld van communisten uit Oude Pekela en omstreken, waar ze geloofden in pedo-clowns en kelders voor kleuterseks onder basisscholen. In het huis waar we logeerden hadden ze twee kinderen, stoere meiden van drie en vijf, die op paasochtend zo uit hun bed op blote voetjes eieren gingen zoeken in de tuin.

Als ik Knockin' on Heaven's Door hoor, moet ik aan mijn goede vriend Lupius denken. Hij is ook jong gestorven, aan een enge ziekte. Hij had bepaald dat het, gezongen door Bob Dylan, op zijn begrafenis werd gespeeld. Daarna droegen we met zes vrienden de kist naar het graf. Het was een ijzige ochtend, er lang sneeuw. Het leek wel Pasen.


Foto: Kees Klok


vrijdag, april 14, 2017

Afspraak is afspraak




Er valt een zekere parallel te ontdekken tussen het cultuurbeleid van de gemeente Dordrecht en de lotgevallen van FC Dordrecht: nu en dan wordt een hoogtepunt bereikt dat van beperkte duur is en meestal gaat het daarna weer spoedig bergafwaarts. FC Dordrecht promoveert weleens naar de eredivisie, maar degradeert daarop als regel snel, waarna het jaren tobben is om überhaupt uit de kelder van de eerste divisie te geraken. De gemeente Dordrecht behaalde recent enkele mooie successen op cultureel gebied, maar hoe lang zal het nog duren voordat Dordt weer dat stadje is waar je wel graag woont, maar toch vooral omdat Rotterdam, Breda, Den Haag, Utrecht, Leiden en Antwerpen lekker dichtbij liggen.

Ja, ik ben blij met het verbouwde Dordrechts Museum, dat het vooralsnog erg goed doet. Het historisch museum in het Hof is echter hard op weg om een fiasco te worden en Van Gijn, hoe charmant ook, neemt maar een heel bescheiden plekje in in museumland. Ja, ik ben trots op het energiehuis (al vond ik Bibelot in de Bonifatiuskerk wel sfeervoller), maar ik ben niet blij met de financiële steken die de gemeente daar heeft laten vallen. Dat het stadsbestuur daar en in het Hof de boel voorlopig overeind houdt, heeft naar mijn gevoel meer met dreigend gezichtsverlies, prestige dus, te maken dan met zorg om de Dordtse cultuur. Dat zie je aan hoe wordt omgegaan met allerlei andere culturele initiatieven, nu en in het verleden.

Een voorbeeld. Het Dordtse culturele leven stelde in de jaren na de oorlog weinig voor, totdat in de jaren zestig de Culturele Raad Dordrecht werd opgericht. Die bracht een duidelijke opleving teweeg. Begin jaren zeventig werd de stichting Produktiegroep Bobby Kinghe opgericht, een particulier initiatief uit het alternatieve circuit, die mondjesmaat door de Culturele Raad werd gesubsidieerd, maar een wezenlijke bijdrage leverde aan de Dordtse cultuur. De Culturele Raad werd ondanks bewezen succes begin jaren tachtig wegbezuinigd. Bobby Kinghe werd in 1974 door de gemeente op straat gezet en het is een godswonder dat de stichting, dankzij zijn vrijwilligers, en de laatste jaren vrijwel subsidieloos, nog bestaat, zij het kwijnend.

De stadsdichter, om nog eens iets te noemen. Guttegut, wat klopte Dordrecht zich op de borst bij de benoeming van Jan Eijkelboom. We dachten zelfs even dat we de allereerste stad waren die een stadsdichter had. Helaas was Venlo met Emma Crebolder ons voor. De voorwaarden waaronder Jan werd benoemd, waren genereus en de stadsdichter heeft jarenlang, tot aan zijn dood, waar voor zijn geld geleverd. De voorwaarden waaronder zijn opvolgster werd benoemd, na een operette-achtig verkiezingsritueel, waren veel minder genereus. Toch leverde ook Marieke van Leeuwen waar voor haar geld, maar tegen de tijd dat haar termijn erop zat, was de belangstelling vanuit de gemeente tot onder het nulpunt gedaald. Bij haar afscheid was er zelfs geen vertegenwoordiger van het gemeentebestuur aanwezig. Een nieuwe stadsdichter werd niet benoemd. Een dapper voorstel van Ahmet Karapinar van Groen Links om een nieuwe stadsdichter aan te stellen sneuvelde in de raad, mede door toedoen van de SP, die daarmee de cultuurvijandige traditie van de vroegere CPN in ere hield.

Dordrecht heeft, ondanks het treurige wegvallen van het Belcantofestival, nog enkele grote, culturele festivals, Big Rivers voorop, maar hoe lang nog? Voortdurend afnemende subsidies en overtrokken veiligheidseisen doen hen kraken. Hopelijk gaat de middenstand, inzonderheid de horeca, zich meer dan tot op heden realiseren hoeveel ze aan deze festivals heeft te danken en dat omzetten in sponsorgelden, anders zou de kreet 'Dordrecht festivalstad!' in de nabije toekomst weleens een anachronisme kunnen worden.

Op het ogenblik lijkt een ander waardevol initiatief, DOOR op de Voorstraat, in gevaar. De Dordtenaar meldt dat de gemeente plannen heeft het pand waarin DOOR zit te verkopen aan een club die er appartementen voor kapitaalkrachtige klussers in wil maken. Een stap op weg naar Voorstraat-slaapstraat. En ja, er zijn afspraken dat DOOR, die de boel overigens voor een smak geld huurt, er bij verkoop uit vertrekt. Je zou echter als gemeente ook kunnen zeggen: 'DOOR is zo'n mooi initiatief, draagt zoveel bij aan het Dordtse culturele leven en is een parel op de Voorstraat, die laten we daar dus mooi zitten.' Geloof het maar niet. Ik heb weleens het idee dat het belang van culturele initiatieven door ons gemeentebestuur wordt afgemeten aan de mate waarmee men er zelf goede sier mee kan maken. Ik hoop natuurlijk dat ik mij daarin vergis, maar ik vrees dat er vandaag of morgen toch een ambtenaar aanbelt bij DOOR die zegt: 'Afspraak is afspraak.' Helaas staat hij dan nog in zijn recht ook.

Foto: Kees Klok



dinsdag, april 11, 2017

Giftige cocktail



'Een doos van Tupperware is mooier dan een nieuw gebouw in Nederland,' schrijft Geert van Istendael*. Ik moet daar vaak aan denken als ik door Dordrecht loop. Je komt er prachtige gebouwen tegen en sfeervolle havens, die aan Venetië doen denken, maar ook gruwelijke lelijkheid. Neem de Spuiboulevard. Dat is met scheepslengten afstand de lelijkste straat van Nederland. Hij is het product van de giftige cocktail van slechte architecten, geldgeile projectontwikkelaars, megalomane stadsbestuurders en een slapende gemeenteraad. Voordat de in eerste instantie gedempte stadsgracht opnieuw werd uitgegraven, was het allemaal nog veel erger dan de esthetische ramp die het nu is.

Het hart van Dordrecht is het historisch centrum. Daar omheen ligt de 'negentiende eeuwse schil,' die voor een aanzienlijk deel in het begin van de twintigste werd gebouwd. Daarbuiten liggen de slaapwijken, waar ik niets te zoeken heb. Ik woon in die schil. Mijn huis is op de kop af 107 jaar oud en ontbeert van alles dat de overheid vandaag de dag wenselijk acht. Gelukkig heeft de overheid niets te zeggen achter mijn voordeur, al probeert zij zich steeds weer op te dringen.

Niet ver van mijn huis ligt de gevaarlijkste spoorwegbocht van Nederland. De NS laat daar 's nachts volop giftreinen rijden, maar de intercity's moeten Dordrecht zoveel mogelijk voorbij, menen ze in Utrecht. Zo'n stadje van 117.000 inwoners, 260.000 met de buitengewesten erbij, is toch nauwelijks de moeite waard? Ik roep op tot verzet: de bruggen open, de tunnels onder water, de kantoren aan de Spuiboulevard de lucht in en alle slechte architecten en geldgeile projectontwikkelaars op de waterbus naar Rotterdam en nooit meer terug op het eiland. Het is lente, de perenboom staat in bloei en de revolutie voor de deur. Ik ben er klaar voor.

*Geert van Istendael - Mijn Nederland. Amsterdam 2005. p. 31.j

Foto: Kees Klok



maandag, april 03, 2017

Het Zeeuwse licht



Een enkele keer organiseer ik nog weleens iets. Lang niet zo veel en vaak als in de jaren, alweer lang geleden, dat ik in het bestuur van Bobby Kinghe zat, maar soms kan ik het niet laten. Het is leuk om af en toe een literair evenementje op poten te zetten, maar er zit ook een vervelend kantje aan. Je kunt er op een zondagmiddag geen marathonzitting van maken, de tijd is altijd beperkt en daardoor ook het aantal deelnemers. Er zijn altijd Dordtse dichters of schrijvers die ik teleur moet stellen en daar zitten er onder waarvan ik het werk zeer waardeer.

             
               Josse Kok

Soms denk ik stiekem dat Dordrecht misschien wel te veel dichters en schrijvers heeft. Luxe voor een stad die niet eens een stadsdichter heeft, in een tijd dat zo ongeveer elk gehucht in Nederland en Vlaanderen dat instituut in ere houdt. We hebben wel een stadskunstenaar. De beeldende kunst krijgt in Dordrecht traditioneel veel meer waardering dan de literatuur. Kijk maar naar de straatnamen: de Van Strijsingel, de Ferndinand Bolsingel, de Nicolaas Maessingel, de Albert Cuypsingel tegenover het Buddingh'-plein, de Jan Eijkelboomsteeg en het Top Naeffpad. Ze moesten zich op het stadskantoor de ogen uit de kop schamen, al misgun ik de beeldende kunst niets, begrijp me niet verkeerd.

             Jacoline de Heer

Gisteren was het weer eens zover: de schrijversontmoeting tussen Dordrecht (en omstreken) en Zeeland. Georganiseerd met behulp van oud-stadsdichter van Middelburg Jan J.B. Kuipers en uitgeverij Liverse. We hebben het vaker gedaan. In Merz, in Intermezzo, in Visser, in De Compagnie en nu genoten we de gastvrijheid van DOOR, de culturele en sociale broedplaats die met recht een grote verrijking voor Dordrecht kan worden genoemd. Dat boezemt mij angst en beven in, want als het pand, dat nu van de gemeente wordt gehuurd, ooit wordt verkocht, vrees ik dat DOOR even meedogenloos de straat op wordt gesmeten als Bobby Kinghe in 1974, toen die uit zijn pandje in de Hofstraat werd gejaagd.   

               Bart Damen

Hoewel de plaatselijke radio, Via Cultura over en uit! (RTV Papendrecht) en Goedemorgen met Esther (Drechtstad FM), ruim en hartverwarmend aandacht besteedden aan de schrijversontmoeting, was ik er niet helemaal gerust op. Ik ben fan van FC Dordrecht, aan de mogelijkheid van Ajax-Feyenoord had ik geen moment gedacht, het was bovendien heel aardig weer en tot mijn schrik hoorde ik een uur voor de aanvang dat er een joggingwedstrijd dwars door de binnenstad werd gehouden. Ik zag al een zaal met twaalf schrijvers, een handvol begeleidende partners en drie man publiek. Zoiets als door J.M.A. Biesheuvel wordt beschreven in zijn bundel De weg naar het licht. Dat speelde zich toen af in het Hof, waar het intieme zoldertheater ook alweer jaren geschiedenis is.




















 Jacoline Vlaander

Ik maakte me zorgen om niets. De zaal liep al snel vol, er moesten extra stoelen worden aangesleept en het werd een prachtige middag met Bart Damen, die voor de muziek zorgde, Theo Raats, L.F. Rosen, Anneke Schenk, Jasmijn Wapperom, Manuel Kneepkens (uit Rotterdam, inderdaad, maar dat is, hebben we inmiddels besloten, eigenlijk 'de grootste buitenwijk van Dordt'), Thom Schrijer, André van der Veeke, Jacoline de Heer, Jacoline Vlaander, Josse Kok, Jan J.B. Kuipers en ondergetekende. Twee uur verhalen, gedichten en muziek en dat alles nog gratis ook, dankzij uitgeverij Liverse en DOOR. Uit kringen van het gemeentebestuur heb ik niemand kunnen ontdekken, maar dat zal wel komen door de drukte, dan vallen die mensen niet op.

Foto's: Kees Klok


donderdag, maart 30, 2017

Hartekreet




Ik heb altijd iets met Groot-Brittannië gehad. Al was het alleen al vanwege mijn herinneringen aan de vakanties bij mijn Engelse familie. Voeg daarbij al die reizen naar de Britse eilanden, de conferenties van The Dickens Fellowship, mijn bewondering voor de Engelstalige, maar vooral Britse, literatuur en mijn jeugdliefdes Wendy en Susan. Ik noemde mij altijd anglofiel, ook al heb ik mijn ogen nooit gesloten voor de schaduwzijden van de Britse maatschappij, die ook zeer gewelddadige en hypocriete kanten heeft. De seksuele moraal is niet meer die uit de tijd van Victoria, maar het uitzonderlijk grote aantal middelbare schoolmeisjes dat ongewenst zwanger wordt, spreekt boekdelen, evenals het gedrag van veel Engelse toeristen in de badplaatsen rond de Middellandse Zee. Toch kun je rustig met je kinderen naar een voetbalwedstrijd. Dat is ook Engeland, al was het weleens anders.

Twee jaar geleden was ik er voor het laatst. Ik bezocht een Dickens-conferentie in Bristol, mijn neef in Newton-le-Willows, in het armoedige noorden, verbleef in een hotel in Liverpool, waar ze nog steeds in het tijdperk van de Beatles verkeren, en vond het vooral winderig en koud, ook al was het eind juli. Ik stond aan de oever van de Mersey en dacht aan Wendy, met haar weelderige, rode haren, die aan de overkant van het water woonde. Ik zag mijn kop in de badkamerspiegel en vroeg mij af of we elkaar zouden herkennen als ik haar op straat tegenkwam. In The Liverpool in James Street voelde ik mij thuis, al kende ik er niemand. Overal waar je kwam hingen camera's, het hele land leek obsessief met security bezig. Sinds roken in de pubs is verboden, vind je overal terrassen, wat een enigszins Europese sfeer geeft.

In 1973 trad Groot-Brittannië toe tot de EG, de voorloper van de EU. Ik was daar blij mee. Het land met zijn malle, grootse, achterlijke, fascinerende en wat dies meer zij, insulaire cultuur, hoorde bij Europa, al werd dat consequent aangeduid als the continent. Het maakte het voor een van mijn neven gemakkelijk zich in Nederland te vestigen, waar hij carrière maakte als wetenschapper en docent. Wel hield hij altijd zijn Britse nationaliteit, wat hem nog lelijk kan opbreken.

Sinds 1973 ook zaagden eurosceptici aan de poten van het Britse lidmaatschap. Zonder oog te hebben voor alle goeds dat de EU bracht, zoals groei van de economie, meer welvaart, vrij kunnen reizen en je vrij kunnen vestigen in Europa, veel meer internationale studie- en ontplooiingsmogelijkheden voor de jeugd, meer veiligheid, Amsterdam kunnen verzieken met je vrijgezellenfeesten en ga zo maar door, hielden ze vast aan een anachronistische droom van een soeverein imperium dat het vooral van eigen kracht moest hebben. Zonder te willen inzien dat het naoorlogse Verenigd Koninkrijk niet meer was dan een pover en noodlijdend restant van een verpulverd wereldrijk. Sinds de opkomst van het rijk als industriële natie, ging het sterk gebukt onder een agressief en destructief nationalisme. Mede daardoor was de wonderbaarlijke opkomst van het British Empire slechts van zeer korte duur. Het monster beet al snel in de eigen staart. Lees daar bijvoorbeeld The Sleepwalkers van Christopher Clark of The Silk Roads van Peter Frankopan maar eens op na.

Na drieënveertig jaar hebben nationalisme en insulair provincialisme het pleit gewonnen. Door veel leugens en bedrog in de media, door bewuste misleiding van een door de gevolgen van een neo-liberaal afbraakbeleid gefrustreerde onderklasse. Nipt, met 4% (52% voor 48% tegen) van de stemmen, behaalde de zwarte reactie van de Brexiteers, onder aanvoering van carnavalsfiguren als Michael Farage en Boris Johnson, de overwinning in het referendum van juni 2016. Gisteren zette premier May, een vrouw bij wie ik een gevoel van walging nauwelijks kan onderdrukken, de echtscheidingsprocedure met de EU in gang. Latere generaties zullen haar daarom vervloeken, aan beide zijden van de Noordzee. We gaan hier allemaal duur, heel duur voor betalen. Ik vraag me af hoe anglofiel ik eigenlijk nog ben.

Foto: Kees Klok



zondag, maart 26, 2017

Epigonisme




Ei pellen met Nico Boote, luidde de titel. Nico Boote was een schepping van Jacques Noorman, die toen furore maakte als toneelschrijver. Jan van der Geer, die kort daarvoor was gedebuteerd in Avenue-Literair, had het omslag ontworpen. Het had een sterk psychedelisch karakter, meen ik mij te herinneren. Ik moet mijn archief hoognodig ordenen, dan kom ik Ei pellen met Nico Boote ongetwijfeld tegen. Het was de tijd dat we optraden met de Bobby Kinghe Poetry and Sound Show. Tijdens die show vertoonden we vloeistofdia's. Dat moest in die tijd, net als de Engelse titel, ook al traden we op in het Nederlands.

C. Buddingh' was ons grote voorbeeld. Gerrit de Wolf, die we meestal Lupius noemden, zag hem vaak bij thuiswedstrijden van DFC. We vonden hem de grootste dichter van West-Europa. Daarna kwam Remco Campert, bij wie in onze ogen 'alles zoop en naaide.' Buddingh' was twee jaar jonger dan mijn vader, maar tussen hun opvattingen over poëzie zat minstens een eeuw. Mijn vader vond dat Buddingh' niet kon dichten en Campert een schandaal, maar hij las diens Tjeempie of Liesje in Luiletterland wel in één ruk uit.

We stopten, zonder dat we dat eigenlijk door hadden, wat Campert en veel Buddingh' in Ei pellen met Nico Boote. Toen Jan klaar was met typen, nog een opgave omdat Lupius een ongelofelijk priegelig handschrift had, stuurden we het manuscript naar Meulenhoff, waar toen nog Theo Sontrop zat, een bekende van Buddingh'. Zonder hem daarin te kennen, gebruikten we diens naam als aanbeveling. Dat deed je als je zeventien was en vloeistofdia's vertoonde.

Het duurde lang voordat we antwoord kregen. Zolang dat we al gestopt waren met de Bobby Kinghe Poetry and Sound Show, nadat tijdens een optreden in Gorcum het vierkoppige publiek tijdens de voorstelling was vertrokken. Uiteindelijk retourneerde Sontrop ons manuscript. 'Wel met enig talent geschreven, maar een zeker epigonisme is u niet vreemd.' We zochten op wat epigonisme betekende en vertelden het verhaal niet lang daarna aan Buddingh', die ons aanraadde 'onnoemelijk veel poëzie te lezen en daarin je eigen weg te zoeken.' Ik ben beiden nog altijd dank verschuldigd.


donderdag, maart 23, 2017

Snijvlak



Soms werkt het geheugen als een soort lachspiegel. Wat je je herinnert is een vervorming van hoe het werkelijk was. Er zijn details die je bent vergeten en details die worden uitvergroot. Het verschil met een lachspiegel is dat die vervormingen niet altijd om te lachen zijn.

Wat ik mij als een schilderachtig Grieks gehucht herinner, bleek vijfentwintig jaar later een saai dorpsstraatje te zijn, met erg opdringerige winkeliers die je souvenirs probeerden aan te smeren, alsof je in een of ander Arabisch land was waar verkopers je onophoudelijk lastigvallen. Toen ik bij mijn ouders woonde, was ik trots op mijn grote zolderkamer, herinner ik mij. Toen ik die kamer na vele jaren terugzag, was het maar een hok van bescheiden afmetingen. Het uitzicht was ook radicaal veranderd, maar dat lag niet aan mijn herinnering. Dat de villa's en tuinen waarop ik neerkeek in een oerlelijk kantoorgebouw waren veranderd, lag aan een projectontwikkelaar, een gemeenteraad die zich knollen voor citroenen had laten verkopen en een slechte architect. Het is een cocktail die veel in de stad heeft vergiftigd.



Er zijn mensen die geloven dat wat ze zich herinneren de zuivere werkelijkheid is. Die menen zeventig jaar na dato nog de kampbewaker, die hen in de oorlog naar het leven stond, feilloos te kunnen natekenen. Er zijn ook mensen die geloven dat iemand over water heeft gelopen. Hun jongenskamer is in al die jaren niets kleiner geworden. Mondelinge geschiedenis, je moet natuurlijk oral history zeggen om serieus te worden genomen, is een valkuil voor de historicus. Het is een vorm van geschiedenis die, zonder ondersteunende, geschreven bronnen, de effecten van de lachspiegel bestudeert.

In mijn geheugen bewaar ik de mooiste herinneringen aan plekken waar ik ooit, lang geleden was. Steeds als ik op zo'n plek terugkom is het er weer anders dan ik dacht. Zodoende loop ik door twee plaatsen. Die van vandaag en die van mijn eigen private verleden. In mijn hopeloos romantische geest welt dan weleens enige nostalgie op. Tot ik bedenk dat het heden niet altijd lelijker hoeft te zijn dan het verleden. Ik balanceer graag op het snijvlak van heden en verleden. Daar komen soms mooie verhalen en gedichten van.

Foto: Kees Klok



zondag, maart 19, 2017

As tears go by




Gisteren, 18 maart, vierde zanger Leo Schellinger in het Dolhuis in Dordrecht zijn vijftigjarig jubileum als artiest. Ik had de eer daar aan bij te dragen met onderstaand gedicht. Het was een prachtig feest met optredens van Leo, zijn dochter Kinga en tal van artiesten waarmee Leo in de loop der jaren op het podium stond. Eregast was zanger Philip Elzerman van de roemruchte Dordtse popgroep The Zipps.


AS TEARS GO BY

                            voor Leo Schellinger

Ik loop nog weleens langs de Leliestraat
waar het allemaal begon
in een schuurtje achter een van de huizen.
De treinen kwamen op nog geen twintig meter voorbij,
krassend en schurend in de spoorbocht.
Een sloot begrensde gevaarlijk gebied,
soms fietste een agent langs
en moest je lopen voor je leven
of liever je voetbal,
voor er gretig het mes in ging.

Als de volwassenen van huis waren
gingen er kleurrijke doeken
over het licht en verzonken wij met
gestolen sigaretten in Little Red Rooster.
Het vloerzeil weerspiegelde net genoeg
licht voor peilloze puberdroefenis.
Een godswonder dat er geen brand kwam.
Marianne Faithfull, nu ja, dat meisje dat
op haar leek, bleek met geen mogelijkheid
te versieren, ook al rookte ze weleens mee.

Soms werd er geschaatst op de
vijver bij de begraafplaats
waar niemand aanstoot aan ons kon
nemen. Marianne zwierde als volleerd
terwijl ze met iedere bocht of cirkel
meer afstand nam. Er viel niet tegenop
te zingen, al oefenden we avond aan avond
met een oude koffer als drumstel.
We plakten foto's van Buddy Holly aan de wand
en lieten ons beschroomd naar dansles sturen.

Zo begon iedereen in de tweede of derde
met het plukken van muurbloemen
waarna je opstoomde in de richting
van de populaire meisjes, je kop vol clearacil,
klamme zweethandjes en steeds die
kolerestappen van de chachacha vergetend.
Soms mocht je er eentje thuisbrengen.
Nooit het meisje van je keuze,
maar je had weer iets om over
op te scheppen in het fietsenhok op school.

Waarna het uiteenvallen begon
het opdelen in klassen en standen,
het slagen of zakken, de confectiepakken
voor wie naar de Holland ging, op kantoor bij Lips
of mee met de meisjes van de Victoria.
Iedereen kende de wildste verhalen
niemand had ervaring uit de eerste hand.
Er werd over gezongen, er werd van gedroomd,
maar je zag ze zelden in de kroegen

van de hippe incrowd, met steeds weer plannen
voor serieuzer werk. We lieten onze haren langer,
scherpten ons Engels, vervingen het derdehandsje van
Arie de Pechvogel door een imitatie-Fender.
Trillend van bewondering en
meer nog afgunst stond je voor
de podia waar de echte jongens speelden.
Jij moest het met een achterafzaaltje doen
waar klerenkasten de stekkers uit de installatie
trokken als de band niet beviel.

En zo verbleekten dromen, werden koppen grijs of kaal,
lijven zwaarder, herinneringen rijker en groeide de weemoed:
As tears go by.
Och, mocht ik ooit eenmaal nog met
Marianne in haar gloriejaren,
toen vogels klein waren
en zomernachten lang.

Foto: Kees Klok


vrijdag, maart 17, 2017

Regen




Ik was in een klassiek Engels landhuis, omringd door zorgvuldig aangelegde landschapstuinen. Het goot van de regen, waardoor het niet aantrekkelijk was om in de tuinen te wandelen. In plaats daarvan zwierf ik door het huis en dacht aan Downton Abbey. Soms ben ik een hopeloze romanticus, met alle verschijnselen die daarbij horen. Het hier en nu ben ik dan even zat en het liefst reis ik terug naar tijden dat alles beter leek. Om van de malle gedachte, dat vroeger alles beter was, af te komen, ben ik geschiedenis gaan studeren. Toch zijn er dagen dat ze gewoon door mijn rationele beterweten heen breekt. Dit was zo'n dag.

Mijn romantische neigingen bepalen ook voor een deel mijn belangstelling voor kunst. Daarin ben ik voornamelijk een negentiende eeuwer, met een voorliefde voor de Prerafaëlieten, maar ook voor een aantal schilders uit de school van Barbizon en de Haagse School, terwijl ik nu en dan eveneens wordt geroerd door een landschap van Andreas Schelfhout. Zelfs in de vroege Mondriaan, de tijd voor hij ontspoorde, zie ik weleens iets. Ik weet het, de negentiende eeuw is alleen een geweldige tijd voor wie rijk was, gezond en woonde in het juiste land. 

Ooit stond ik aan het graf van William Wordsworth, in het Engelse Lake District en dacht: dát wil ik. Daar wonen, lange wandelingen maken en daarin de inspiratie opdoen voor de prachtigste gedichten. Ik vergat even dat ik een dichter ben die in het voorhalletje van de Nederlandse literatuur af en toe even op een krukje mag zitten. In zijn Geheim Dagboek 1984-1987 schrijft Hans Warren: 'Tenslotte is de hele Nederlandse literatuur niet meer dan een binnentuin in een provinciestad.' Op hopeloos romantische dagen is het goed om aan die uitspraak te denken.

Terwijl ik in de bibliotheek even stiekem in een fauteuil ging zitten en door het raam naar de verregende tuinen keek, dacht ik aan de liefde, maar ook daarvoor zou ik terug in de tijd moeten gaan. Een suppoost tikte mij beleefd op de schouder. Dat werkte verhelderend. De rest van de dag bleef het regenen.


Afbeelding: John William Waterhouse - Psyche Opening the Door into Cupid's Garden. 1903. Harris Museum and Art Gallery.


dinsdag, maart 14, 2017

Archivaris




Toen ik nog studeerde, moest ik op zoek naar een onderwerp voor mijn afstudeerscriptie. Dat viel niet mee, omdat ik in principe in alles op het terrein van de geschiedenis geïnteresseerd ben. In het ene weliswaar meer dan in het andere, maar in veel onderwerpen zoveel, dat mijn honger naar kennis een beetje te vergelijken valt met de wens de kelder met meer dan vijftigduizend opgeslagen wijnflessen, waar ik eens doorheen liep tijdens een excursie, leeg te drinken. Je wordt geconfronteerd met de onmogelijkheid het allemaal tot je te nemen. Je kunt je daardoor laten frustreren, je kunt ook zeggen 'zo is het leven.' Ik ben geneigd tot het laatste.

In eerste instantie dacht ik het maar dicht bij huis te zoeken. Dordrecht heeft een rijke geschiedenis en daar viel vast een aardig onderwerp uit te halen. Ik had al eens samen met een medestudent een onderzoekje gedaan naar het reilen en zeilen van de cholera-commissie in de negentiende eeuw en diezelfde medestudent had niet veel later een mooi artikel ('paper' moest je zeggen op de faculteit) geschreven over de geschiedenis van de Dordtse zeehaven. Ik dacht meer aan een of ander zeventiende eeuws regentengeslacht, omdat ik zelf van de elite ben. Niet van de financiële, want liggende gelden bezit ik niet. Ook niet van enigerlei adel, maar van de intellectuele elite. Dat is de beste, ik zeg het er maar direct bij.

Mijn zoektocht voerde mij naar de Gemeentelijke Archiefdienst aan het Stek, waar ik werd ontvangen door de toenmalige archivaris, een bedaagde man met een pijp. Je kwam hem op straat altijd tegen met een flambard. Hij zetelde achter een antiek bureau in een kamer met een museale uitstraling. Hij gaf mij advies waarmee ik gesterkt het gebouw verliet, maar ook met een plots opkomend verlangen zelf op een archief te gaan werken. Wat een luxe, dacht ik, in zo'n kamer, op je gemak je pijp roken, nu en dan een document afstoffen en daarover iets belangwekkends schrijven. Natuurlijk was het gras aan de andere kant van mijn schutting ook dit keer groener. Het is er evenmin van gekomen als van het leegdrinken van al die flessen wijn en mijn afstudeerscriptie ging uiteindelijk over iets dat zich ver van Nederland afspeelde.

Foto: Kees Klok

vrijdag, maart 10, 2017

Brommers




Ik ben geen liefhebber van snelheid. Noodgedwongen verplaats ik mij soms met achthonderd kilometer per uur door de lucht en ik heb ook weleens in een trein gezeten die mij in een flits van Parijs naar Tours bracht, maar als ik een keuze heb, neem ik graag iets trager vervoer. Je ziet ze niet zo vaak meer, maar ik zou weleens willen ervaren hoe het is om per postkoets of trekschuit te reizen.

Dat is weleens anders geweest. Als puber werd ik gefascineerd door brommers. Ik kon nauwelijks wachten tot ik zestien werd, ook al wist ik dat mijn ouders geen geld hadden voor een felbegeerde Puch of Tomos, uiteraard met een hoog stuur, want het waren de jaren '60. Toen ik eindelijk zestien was, moest ik mij daarom tevreden stellen met een uit eigen spaargeld betaald vierdehands afdankertje. Het ding ging niet harder dan een kilometer of vijfentwintig, maar ik moest al blij zijn dat hij sowieso nog reed. Toen hij een paar maanden later definitief de geest gaf, mocht ik nu en dan de brommer van mijn vader lenen. Een Berini voor bejaarden, maar nog maar tweedehands en schier onverslijtbaar. Tijdens de werkweek van havo-4 reed ik er probleemloos mee naar Bunnik, waar we in een jeugdherberg logeerden met een groep kleuterleidsters in spe. Die mochten achterop als we naar een jeugdhonk in Zeist reden, waar hash te koop was. Ik geloof dat het Lambiek heette.

Toen mijn eerste huwelijk na negen maanden op de klippen liep en Annemarie vertrok, bleef er een Vespa achter, waarmee ik nu en dan naar mijn werk in Hendrik-Ido-Ambacht reed. Het was een mooi-weer-brommer. Als het maar even regende werd de bougie vet en sloeg hij af. Ik heb nogal eens mijn vingers gebrand als ik het hete kolereding moest schoonmaken. De verplichte bromfietshelm luidde het begin in van het tijdperk der betutteling, dat zou culmineren in het niet meer roken in de kroeg. Toen ben ik weer gewoon op de fiets gestapt en in Dordrecht gaan werken, want met regen en tegenwind steeds die eindeloze Veersedijk over, dat werd op den duur iets te gezond.


Foto: archief Kees Klok


dinsdag, maart 07, 2017

Turflucht




We hadden voor de vlucht wel drank ingeslagen, maar niet aan glazen gedacht. Daarom kochten we na aankomst vier eierdopjes in een dorpswinkeltje waar ze evenmin aan glazen hadden gedacht. Voor het slapen vulden we onze eierdopjes en lieten de dag voorbijgaan. M. zette altijd eerst haar schoenen en sokken op de gang, omdat ze in die periode erg last had van zweetvoeten. Toch werd het overdag zelden warmer dan achttien graden en meestal regende het. Als de reisgenoten naar bed waren, deden we aan onbeschermde seks. De condooms bleken vergeten en nergens waren die te koop. Wel kon je in iedere uithoek heiligenbeelden krijgen, in alle soorten en maten. We vroegen ons af waarom M. niet aan de pil was en bij gebrek aan een antwoord, behoedden wij ons voorlopig voor op natuurlijke wijze: zoveel dagen ervoor en erna was het wel ongeveer veilig. Daar tussen namen we het risico. We hielden wel van een beetje spanning.

We wilden een beeld van de heilige Antonius kopen. Dat zou veel zoeken schelen, als we iets kwijt waren. We konden het niet eens worden over de grootte. Tenslotte moest hij ook nog mee in het vliegtuig en de huurauto raakte al aardig vol. In een onuitspreekbaar dorp aan de voet van een magische berg, wees een vrouw ons een raam boven een café: 'Daar logeerde de prins van jullie dichters.' Ik meende een licht verontwaardigde toon te horen, maar vroeg niet verder. Die avond dronken we de eierdopjes leeg op rijm, wat al snel begon te vervelen.

We keerden terug zonder heiligenbeeld, maar met nog lang een turflucht in onze neusgaten. M. was over tijd, maar na twee weken bleek het loos alarm. Ze ging aan de pil, waarna het probleem met haar voeten van lieverlee verdween. De eierdopjes gaven we aan een kerk, waar voor het goede doel een rommelmarkt werd gehouden.


Foto: Kees Klok


zaterdag, maart 04, 2017

Hoorspel




Ik ben meer van de radio dan van de televisie. Er gaan tijden voorbij dat ik vrijwel altijd luister en nauwelijks kijk. Er ontgaat mij daarom weleens wat. Alles dat de commerciële zenders uitzenden, bijvoorbeeld, want ik ben allergisch voor reclame die programma's onderbreekt. Eigenlijk ben ik dat ook voor de reclameblokken van de Ster, maar daar kan ik nog net mee omgaan.

Kortom, als ik moet kiezen tussen Jinek en Met het oog op morgen, kies ik voor het oog. Toch wint in een enkel geval de televisie. Bijvoorbeeld als er een kostuumdrama van de BBC op de rol staat, een detective van de orde van Morse of The Midsummer Murders, of humor van een zekere klasse. Voor Koot & Bie, Fawlty Towers of Laurel & Hardy mogen ze me wakker bellen. Toch mis ik vaak zo'n uitzending, want ik lees de VPRO Gids voornamelijk vanwege de columnisten, A.L. Snijders voorop.

Onlangs was er weer eens een aflevering van The Midsummer Murders. Er kwam een illegale slangenfokkerij in voor. Slangen, daarvoor ben ik nog veel allergischer dan voor reclame. Fobisch is een beter woord. Uiteraard liep het goed af en ontkwam inspector Barnaby op het allerlaatst aan een python, maar ik lag er een halve nacht van wakker. Kunnen die programma's niet ook als hoorspel worden gebracht?


Foto: Kees Klok


woensdag, maart 01, 2017

Verkiezingen




Verkiezingstijd. Dat is de tijd waarin politici kunstjes vertonen. De tijd waarop ons van alles wordt beloofd, dat later niet allemaal is waar te maken, want we leven in een coalitiedemocratie. Om te regeren moet er water in de wijn worden gedaan. Iets dat volkomen logisch is, dat iedereen met een gemiddeld verstand begrijpt. Daarom is het zo vreemd dat allerlei politici blijven denken dat we er wel weer in zullen trappen. Ik hoor Mark Rutte nog roepen dat we er duizend euro bij zouden krijgen, een belofte waarvan iedereen, behalve een enkele half benevelde sukkel aan de stamtafel in de kroeg, begreep dat het lulkoek was. Lulkoek uit de mond van een premier die is afgestudeerd in de geschiedenis en wekelijks een paar uurtjes maatschappijleer geeft. Ach, er wordt wel meer geroepen. Meneer Krol van 50+, een partij waar ik alleen al nooit op zal stemmen omdat ik mij structureel 23 voel, ondanks dat geboortejaar op mijn ID-kaart. Krol kraait dat de AOW-leeftijd terug kan naar 65 jaar en dat dat niks extra hoeft te kosten. Dan moet het maandbedrag wel omlaag. Dat vergeet Krol mee te kraaien. Hij denkt zeker dat we allemaal gekke Henkie zijn.

Ik moet soms even lachen om die verkiezingscampagne. Zo'n Wilders, die elk debat afzegt. Hij vindt het niet leuk, hij heeft er geen zin in, hij wil niks te maken hebben met de linkse elite, alsof hij met zijn rattenvangers-van-Hamelen-clubje geen elite zou zijn. En zo lopen er wel meer vreemde figuren rond. Neem die twee trekpoppen van de Turkse president, die DENK-broeders, met hun achterlijke uitspraak over artsen, die allochtonen eerder zouden laten doodgaan dan autochtonen. Vergeef me de terminologie, als ik 'iemand met een migratieachtergrond' hoor, moet ik denken aan mijn bet-bet-overgrootvader, die in de zeventiende eeuw uit het Rijnland kwam om te gaan trompetteren in het leger van de prins. Dan is er nog Jan Roos, de vleesgeworden onbeschoftheid, die nu ineens hoog opgeeft over normen en waarden. Daar is een woord voor dat Roos waarschijnlijk niet eens kan spellen: hypocrisie. Je hebt ook nog een zekere Baudet en een Jan Dijkgraaf, Roos zijn broeder in het kwaad bij het cultiveren van de onbeschoftheid. Het zijn carnavalsfiguren die we na een paar dagen rollebollen met de dansmariekes maar niet meer serieus moeten nemen.

Ondanks een milde glimlach nu en dan of een lichte ergernis, laat ik een groot deel van het campagnegedoe langs mij heen gaan. Ik heb betere dingen te doen dan debatten aan te horen of het geschetter in de sociale media te volgen. Begrijp me goed, dat is niet uit gebrek aan belangstelling. Ik weet echt wel wat er speelt. Ik lees kranten, opinieweekbladen en luister dagelijks uren naar de radio, meestal NPO1, maar ik ben geen zwevende kiezer die nog niet weet op wie hij stemmen gaat. Dat wist ik al sinds het verraad van Samsom, vier jaar geleden, toen ik voor de PvdA koos om de afbraak van de sociale zekerheid een halt toe te roepen. Nou, dát heb ik geweten.

Foto: Kees Klok