zondag, juni 28, 2020

Water en melk



Hij fietst van de kroeg naar huis en wordt halverwege overvallen door een wolkbreuk. Als de eerste druppels vallen ziet hij het hek, dat meestal het portiek van een kerkgebouw afsluit, openstaan. Snel zet hij zijn fiets neer en duikt het portiek in. De bui houdt zeker een kwartier aan, door het nagedruppel fietst hij verder. Bijna droog thuis, het voelt als een soort overwinning op de natuur.

Hij is nooit binnen in dat kerkgebouw geweest. Zelfs niet toen een vriendin van zijn ouders, die lid was van de bewuste gemeente, overleed. Het condoleren was in een gebouw in de buurt, een soort clubhuis, maar dan van de 'zwarte kousen'. Een omgeving die hem vreemd is. Hij bedenkt hoe bijzonder het was dat zijn ouders vrienden in bevindelijke kring hadden. Zelf waren ze remonstrants. De water-en-melk-kerk noemden de zwaren dat. Ze hielden zelfs gezamenlijk vakantie. Zijn ouders gingen dan op zondag fietsen, hun vrienden wandelden die dag tweemaal naar de meest nabije, bevindelijke gemeente. Er werd nooit een woord aan vuil gemaakt.

Hij is geen liefhebber van godsdiensten en al helemaal niet van de messianistische. Probeer je sprookjes maar aan een ander te slijten, vindt hij, maar de remonstranten mag hij wel. Een verdraagzaam volkje, al konden ze in de zeventiende eeuw ook geweldig schelden op de contra-remonstranten.

Foto: auteur


Geen opmerkingen: